Amendement : Amendement van het lid Ceder over toerekenbaarheid als criterium toevoegen bij het opleggen van een maatregel of waarschuwing
36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Nr. 10
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 27 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
II
In artikel I, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 17a, derde lid, onder
b na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
III
In artikel II, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
IV
In artikel II, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 39, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
V
In artikel III, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
VI
In artikel III, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 17c, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
VII
In artikel IV, onderdeel C, onder 2, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
VIII
In artikel IV, onderdeel G, onder 2, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
IX
In artikel IV, onderdeel H, wordt in het voorgestelde artikel 47g, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
X
In artikel V, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 6ab, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XI
In artikel V, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 6b, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XII
In artikel VI, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XIII
In artikel VI, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 14a, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XIV
In artikel IX, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XV
In artikel IX, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 48, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XVI
In artikel X, onderdeel D, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XVII
In artikel X, onderdeel F, wordt in het voorgestelde artikel 2:69, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XVIII
In artikel X, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XIX
In artikel X, onderdeel L, wordt in het voorgestelde artikel 3:40, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XX
In artikel XI, onderdeel B, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXI
In artikel XI, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 20a, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXII
In artikel XII, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXIII
In artikel XII, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 20a, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXIV
In artikel XIII, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXV
In artikel XIII, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 21, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXVI
In artikel XIV, onderdeel A, onder 2, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXVII
In artikel XIV, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 29a, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXVIII
In artikel XVI, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b,
na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXIX
In artikel XVI, onderdeel F, wordt in het voorgestelde artikel 91, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXX
In artikel XVII, onderdeel G, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
XXXI
In artikel XVII, onderdeel H, wordt in het voorgestelde artikel 45a, derde lid, onder
b, na «de mate van verwijtbaarheid» ingevoegd «en toerekenbaarheid».
Toelichting
In de voorgestelde wetteksten rond het opleggen van een maatregel of waarschuwing
moeten de bestuursorganen onder andere «de mate van verwijtbaarheid van degene die de overtreding begaan heeft» meewegen. Indiener van dit amendement voegt aan dit criterium ook het begrip «toerekenbaarheid»
toe. De achtergrond hiervan ligt in de wetssystematiek in bijvoorbeeld het strafrecht
en de interpretatie van artikel 6:162 lid 3 BW: heeft de belanghebbende de gevolgen
van zijn handelen kunnen overzien? In de memorie van toelichting wordt toegelicht
dat de invulling van het begrip «verwijtbaarheid» ziet op het feit dat iemand op de
hoogte moet zijn gesteld van de inlichtingenplicht (en andere verplichtingen). Bij
overtreding van een wettelijke verplichting is de belanghebbende dan verwijtbaar en
kan een maatregel of waarschuwing worden opgelegd. Indiener van het amendement acht
invulling van dit criterium te nauw, omdat het te weinig rekening houdt met persoonlijke
omstandigheden (zoals het hebben van een verstandelijke beperking) of het doenvermogen
van de belanghebbende. Indien de wetgever heeft beoogd dat persoonlijke omstandigheden
en doenvermogen geen rol spelen bij de beoordeling, acht de indiener dat onwenselijk.
Indien de wetgever deze omstandigheden juist wél heeft willen betrekken bij de beoordeling,
is het begrip «verwijtbaarheid» daarvoor te beperkt en daardoor ontoereikend. In dat
geval ligt het meer voor de hand om tevens het begrip «toerekenbaarheid» op te nemen,
zodat duidelijk is dat ook omstandigheden die raken aan het vermogen van de belanghebbende
om de gevolgen van zijn handelen te overzien en overeenkomstig te handelen, bij de
beoordeling worden betrokken. Hiermee wordt tevens onduidelijkheid in de uitvoering
en rechtspraak voorkomen. Door voor het begrip «toerekenbaarheid» te kiezen wordt
aansluiting gezocht bij de huidige wetssystematiek, terminologie en jurisprudentie
uit het Burgerlijk Wetboek.
Ceder
Indieners
Don Ceder, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.