Amendement : Amendement van het lid Ergin over een verplichte, periodieke kwaliteitsmeting op basis van uniforme en meetbare indicatoren.
36 692 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
Nr. 11
AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN
Ontvangen 1 april 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 92a als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld
in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie
van deze investeringen.
e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten
en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee
vergelijkbare norm.
2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «bouwtechnische staat» vervangen door «bouwkundige
staat», wordt na «onderwijsvorm,» ingevoegd «het binnenklimaat,», wordt na «energieverbruik»
ingevoegd «en de energieprestatie» en wordt toegevoegd «, alsmede, voor zover van
toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze
wet geldende normen en richtlijnen».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien het college van burgemeester en wethouders bij het vaststellen van het programma,
bedoeld in artikel 95, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het
eerst lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.
II
In artikel I, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 92b, vierde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal
huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang
van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.
III
In artikel II, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 90a als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld
in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie
van deze investeringen.
e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten
en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee
vergelijkbare norm.
2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «bouwtechnische staat» vervangen door «bouwkundige
staat», wordt na «onderwijsvorm,» ingevoegd «het binnenklimaat,», wordt na «energieverbruik»
ingevoegd «en de energieprestatie» en wordt toegevoegd «, alsmede, voor zover van
toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze
wet geldende normen en richtlijnen».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien het college van burgemeester en wethouders bij het vaststellen van het programma,
bedoeld in artikel 93, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.
IV
In artikel II, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 90b, vierde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal
huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang
van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.
V
In artikel III, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6.2a als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld
in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie
van deze investeringen.
e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten
en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee
vergelijkbare norm.
2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «bouwtechnische staat» vervangen door «bouwkundige
staat», wordt na «onderwijsvorm,» ingevoegd «het binnenklimaat,», wordt na «energieverbruik»
ingevoegd «en de energieprestatie» en wordt toegevoegd «, alsmede, voor zover van
toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze
wet geldende normen en richtlijnen».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien de gemeenteraad bij het vaststellen van het programma, bedoeld in artikel
6.5, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
d, wordt deze afwijking gemotiveerd.
VI
In artikel III, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 6.2b, vierde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal
huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang
van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.
VII
In artikel III, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 11.63a als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld
in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie
van deze investeringen.
e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten
en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee
vergelijkbare norm.
2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «bouwtechnische staat» vervangen door «bouwkundige
staat», wordt na «onderwijsvorm,» ingevoegd «het binnenklimaat,», wordt na «energieverbruik»
ingevoegd «en de energieprestatie» en wordt toegevoegd «, alsmede, voor zover van
toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze
wet geldende normen en richtlijnen».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien het bestuurscollege afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld
in het eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.
VIII
In artikel III, onderdeel F, wordt na het voorgestelde artikel 11.63b, vierde lid,
een lid ingevoegd, luidende:
4a. Het bestuurscollege zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan
aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering
van het integraal huisvestingsplan.
IX
In artikel IV, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 79a als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld
in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie
van deze investeringen.
e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten
en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee
vergelijkbare norm.
2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «bouwtechnische staat» vervangen door «bouwkundige
staat», wordt na «onderwijsvorm,» ingevoegd «het binnenklimaat,», wordt na «energieverbruik»
ingevoegd «en de energieprestatie» en wordt toegevoegd «, alsmede, voor zover van
toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze
wet geldende normen en richtlijnen».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien de eilandsraad afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.
X
In artikel IV, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 79b, vierde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
4a. Het bestuurscollege zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan
aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering
van het integraal huisvestingsplan.
Toelichting
De kwaliteit van de onderwijshuisvesting in Nederland staat al langere tijd onder
druk. Een aanzienlijk deel van de schoolgebouwen is verouderd en voldoet niet aan
de hedendaagse eisen op het gebied van binnenklimaat, duurzaamheid en functionaliteit.
Tegelijkertijd ontbreekt een eenduidig en betrouwbaar beeld van de staat van deze
gebouwen, waardoor het moeilijk is om gericht te sturen en prioriteiten te stellen.
Het wetsvoorstel verplicht gemeenten tot het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan
(IHP). In de huidige vorm bevat het IHP met name beschrijvende gegevens, zoals bouwjaar,
energiegebruik en voorgenomen investeringen. Daarmee is het IHP vooral een planningsinstrument
en biedt het onvoldoende inzicht in de feitelijke kwaliteit van schoolgebouwen. Uit
het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting blijkt dat het
ontbreken van eenduidige informatie en structurele monitoring een belangrijk knelpunt
vormt. Het IBO adviseert om de kwaliteit van de gebouwenvoorraad systematisch in kaart
te brengen en daarbij gebruik te maken van heldere normen en een uniforme meetwijze.
Dit amendement geeft hier invulling aan door de inhoud van het IHP uit te breiden
met een verplichte, periodieke kwaliteitsmeting op basis van uniforme en meetbare
indicatoren. Deze meting bestaat uit een technische beoordeling van de bouwkundige
staat, bijvoorbeeld op basis van NEN 2767 of een vergelijkbare norm, en een beoordeling
van de gebruikskwaliteit op basis van ervaringen van gebruikers, zoals via de Waardering
Gebruiksprestatie (vergelijkbaar met NEN 8021). Gemeenten worden verplicht om per
schoolgebouw inzicht te geven in de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie,
in samenhang met de ervaren kwaliteit van het gebruik.
Daarnaast regelt dit amendement dat gemeenten een prioritering aanbrengen op basis
van de kwaliteit en urgentie. Hiermee wordt inzichtelijk welke gebouwen het eerst
moeten worden aangepakt. Om te voorkomen dat deze prioritering vrijblijvend blijft,
wordt een motiveringsplicht geïntroduceerd indien hiervan wordt afgeweken. Met dit
amendement wordt een stap gezet van plannen naar sturen. Niet alleen wordt vastgelegd
wat men van plan is te doen, maar ook hoe de gebouwen er daadwerkelijk voor staan
en waar de grootste urgentie ligt.
Ergin
Indieners
Doğukan Ergin, Kamerlid
Kabinetsappreciatie
Appreciatie:
Ontraden