Amendement : Amendement van het lid Claassen over middelen voor een nationaal versnellingsprogramma Minimaal Invasieve Dementiediagnostiek
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 77
AMENDEMENT VAN HET LID CLAASSEN
Ontvangen 24 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.150 (x € 1.000).
II
In artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.150 (x € 1.000).
Toelichting
In Nederland groeit het aantal mensen met dementie snel en zal dit naar verwachting
stijgen van circa 310.000 in 2024 tot circa 390.000 in 2030 en meer dan 500.000 in
2040. De zorgkosten zullen in dezelfde periode sterk toenemen, van circa € 6,6 miljard
in 2015 tot circa € 15,6 miljard per jaar in 2040.
Tijdige en etiologische diagnostiek is essentieel voor passende behandeling, zorgplanning
en inzet van nieuwe ziektemodificerende therapieën. De huidige diagnostiek van neurodegeneratieve
dementieën steunt echter nog sterk op invasieve liquoronderzoeken (CSF) en kostbare,
schaarse amyloïd-PET-scans. Dit leidt tot wachttijden, capaciteitsdruk en hoge kosten
per diagnose.
Internationaal en in Nederlandse UMC-centra zijn bloedgebaseerde pTau/β-amyloïd-biomarkers
inmiddels klinisch betrouwbaar gebleken als triage-instrument vóór specialistische
diagnostiek, waaronder in onderzoek en implementatiestudies van onder meer het Alzheimercentrum
Amsterdam (Amsterdam UMC). Bloedconcentraties van amyloïd- en tau-eiwitten correleren
sterk met CSF-waarden en amyloïd-PET-uitslagen en kunnen patiënten met Alzheimerpathologie
betrouwbaar identificeren. Inzet van bloedbiomarkers maakt het mogelijk dat alleen
biomarker-positieve patiënten aanvullende PET- of CSF-diagnostiek ondergaan. Studies
tonen dat hiermee circa 30% minder PET-scans nodig zijn bij behoud van hoge diagnostische
sensitiviteit. Dit leidt tot lagere kosten per diagnose en efficiënter gebruik van
schaarse beeldvormingscapaciteit.
Parallel hieraan ontwikkelen Nederlandse centra minimaal invasieve vervolgbiomarkers,
waaronder traanvocht-biomarkers in het Alzheimer Centrum Limburg van het Maastricht
UMC+. In de multicentrische TearAD-studie (Amsterdam UMC en Maastricht UMC+) worden
amyloïd- en tau-eiwitten in traanvocht longitudinaal gevalideerd als screeningsinstrument
voor neurodegeneratie.
Ondanks deze klinische rijpheid bestaat in Nederland nog geen landelijk implementatieprogramma
met geoormerkt programmabudget voor bloedgebaseerde dementiediagnostiek. Innovaties
in de zorg kennen doorgaans een langdurige overgangsfase tussen klinische validatie
en structurele bekostiging. Het huidige Nederlandse innovatiestelsel voorziet wel
in experimenten en tijdelijke bekostiging via de NZa-innovatieregeling en ZonMw-implementatiesubsidies,
maar kent geen nationaal implementatieprogramma met geoormerkte middelen dat bewezen
diagnostiek versneld landelijk opschaalt.
Daardoor blijven bewezen diagnostische innovaties vaak beperkt tot enkele academische
centra en duurt landelijke invoering jaren. Dit vertraagt passende zorg en verhindert
dat besparingen door efficiëntere diagnostiek daadwerkelijk in het zorgsysteem worden
gerealiseerd en hergeïnvesteerd.
Met dit amendement wordt binnen de VWS-begroting (hoofdstuk XVI), artikel 3 (Langdurige
zorg en ondersteuning), een bedrag oplopend tot € 2,3 miljoen over een periode van
twee jaar geoormerkt voor een nationaal versnellingsprogramma Minimaal Invasieve Dementiediagnostiek (MIDD). Het betreft een herbestemming binnen het bestaande artikelbudget en geen verhoging
van de totale VWS-uitgaven. Het programma richt zich op:
– harmonisatie en validatie van bloedbiomarker-assays tussen UMC-laboratoria;
– implementatie van triage-zorgpaden in geheugenpoliklinieken;
– scholing van clinici en laboratoria;
– opzet van een landelijke biomarkerregistratie en uitkomstmonitoring;
– health-economische evaluatie en opschalingsvoorwaarden;
– voorbereiding van uitbreiding naar Lewy body- en frontotemporale dementie en nog minder
invasieve biomarkers (zoals traanvocht en speeksel), mede gebaseerd op lopende Nederlandse
UMC-onderzoekslijnen (o.a. Amsterdam UMC en Maastricht UMC+).
Het geoormerkte programmabudget betreft een tijdelijke implementatie-impuls binnen
artikel 3 die oploopt tot € 2,3 miljoen in twee jaar. Na evaluatie van de kosten-
en capaciteitswinst in de klinische praktijk wordt bezien of en in welke mate structurele
bekostiging doelmatig kan plaatsvinden binnen bestaande NZa- en verzekeringsmechanismen.
Indien biomarker-triage aantoonbare besparingen oplevert, wordt beoogd deze middelen
deels te benutten voor verdere landelijke implementatie.
Versnelde invoering van bloedbiomarker-triage zal naar verwachting leiden tot substantiële
vermindering van dure amyloïd-PET-diagnostiek en efficiënter gebruik van specialistische
capaciteit. Hierdoor kunnen zorgkosten worden vermeden en kan structurele bekostiging
van de diagnostiek worden gerealiseerd binnen de reguliere zorgfinanciering. Het programma
fungeert daarmee als katalysator naar doelmatige, minder invasieve en landelijk toegankelijke
dementiediagnostiek.
Met deze gerichte oormerking binnen artikel 3 wordt de implementatiekloof tussen klinisch
bewezen diagnostiek en landelijke zorgpraktijk overbrugd en wordt tijdige dementiediagnostiek
voor patiënten in heel Nederland versneld beschikbaar.
Claassen
Indieners
René Claassen, Kamerlid