Amendement : Amendement van het lid Tseggai over het gelijktrekken van beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 85
AMENDEMENT VAN HET LID TSEGGAI
Ontvangen 11 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Aan het opschrift wordt toegevoegd «en wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het gelijk stellen
van het restitutiebeleid bij tijdige uitschrijving voor studenten in het middelbaar
onderwijs en het hoger onderwijs».
II
Aan de beweegreden wordt vóór de puntkomma toegevoegd «en de Wet studiefinanciering
2000 te wijzigen om het restitutiebeleid bij tijdige uitschrijving voor studenten
in het middelbaar onderwijs en hoger onderwijs gelijk te stellen».
III
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3a
De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 4.11 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4.11a Stoppen voor 1 september
Indien een mbo-student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment na 31 januari
voor het eerst prestatiebeurs beroepsonderwijs geniet, ophoudt studiefinanciering
te genieten vóór 1 september, en hij niet vóór 1 februari van het daaropvolgende studiejaar
opnieuw studiefinanciering voor het volgen van beroepsonderwijs dan wel voor hoger
onderwijs krijgt toegekend, wordt uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend
op het laatstbedoelde studiejaar de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs
beroepsonderwijs omgezet in een gift.
B
In artikel 5.10 wordt na «opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs»
ingevoegd «dan wel voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4».
C
In artikel 5.11 wordt na «opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs»
ingevoegd «dan wel voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4».
IV
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «Deze wet» ingevoegd «, met uitzondering van
artikel 3a,».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Artikel 3a van deze wet treedt in werking met ingang van 1 september 2026.
V
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 27.000 (x € 1.000).
VI
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 11.600 (x € 1.000).
VII
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 06 Hoger beroepsonderwijs het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 8.600 (x € 1.000).
VIII
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 07 Wetenschappelijk onderwijs het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 6.800 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement stelt de indiener voor om het beleid omtrent restitutie van les-,
cursus- en collegegeld tussen alle studenten gelijk te trekken, en daartoe de Wet
studiefinanciering 2000 aan te passen.
Op dit moment worden mbo-studenten benadeeld ten opzichte van hbo- en wo-studenten
als zij stoppen met hun studie. Hbo- en wo-studenten krijgen automatisch en zonder
voorwaarden hun collegegeld terug bij tijdige uitschrijving. Mbo-studenten komen alleen
in aanmerking voor restitutie van het lesgeld onder hele specifieke voorwaarden, zoals
het hebben van een ernstige ziekte. Voor het overgrote deel van de mbo-studenten geldt
dus dat zij cursus- en lesgeld moeten betalen voor de resterende maanden onderwijs
terwijl zij dit niet meer volgen. Ook moeten zij zelf een aanvraag doen bij DUO (voor
lesgeld in het geval van een bol- opleiding of vavo) of bij de onderwijsinstelling
(voor cursusgeld in het geval van bbl-studenten), in plaats van automatische restitutie.
De indiener leest in het coalitieakkoord Aan de slag! Bouwen aan een beter Nederland
van D66, VVD en CDA dat «Studeren in het mbo staat gelijk aan studeren in hbo of wo»
(p.48) en neemt daarmee aan dat bovengenoemde ongelijkheid dan ook sowieso wordt rechtgetrokken.
Het doel van het niet restitueren van het les- of cursusgeld in het mbo en vavo is
oorspronkelijk bedoeld om studenten te stimuleren een startkwalificatie te halen.
De indiener acht de financiële prikkel in de vorm van terughoudend restitutiebeleid
niet proportioneel voor het doel om voortijdige uitval van mbo-studenten zo veel mogelijk
te voorkomen. Indiener is van mening dat voortijdig schoolverlaten zo veel mogelijk
moet worden voorkomen maar dat andere maatregelen zoals flexibele instroommomenten,
goede voorlichting & loopbaanbegeleiding en orientatiëjaren in het mbo veel effectiever
zijn in het aanpakken van voortijdige uitval. Daarnaast kent de studiefinanciering
voor bol-studenten niveau 3 en 4 de prestatiebeurssystematiek, die studenten reeds
financieel stimuleert om een diploma te behalen.
Aanpassing in het restitutiebeleid kost 27 miljoen in totaal. Hiervoor is 18 miljoen
bedoeld voor de restitutie van lesgeld en 9 miljoen voor de restitutie van cursusgeld.
Dekking vindt de indiener in de beleidsmatige reserve op Artikel 4 (€ 11,6 miljoen),
Artikel 6 (€ 8,6 miljoen) en Artikel 7 (€ 6,8 miljoen).
Tseggai
Indieners
Mikal Tseggai, Kamerlid