Amendement : Amendement van het lid Ellian c.s. over middelen voor erkenning van ongelijk beloonde vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding
36 800 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Nr. 70
AMENDEMENT VAN HET LID ELLIAN C.S.
Ontvangen 27 januari 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
II
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 5.000 (x € 1.000).
III
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000).
IV
In artikel 34 Straffen en beschermen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
Toelichting
Het inschalingsbeleid binnen de rechterlijke macht was tot voor kort gebaseerd op
één criterium: het laatstverdiende loon. Dit resulteerde in ongelijke behandeling
van mannen en vrouwen. Waardevollere ervaring kon lager worden ingeschaald, omdat
vrouwen veelal andere functies dan mannen hebben voordat zij beginnen aan de opleiding
tot rechter of officier van justitie. Om voor nieuwe rechters en officieren van justitie
deze ongelijke behandeling weg te nemen, is in juli 2024 een akkoord gesloten over
een nieuw inschalingsbeleid voor rechters en officieren van justitie in opleiding.
Dit nieuwe beleid geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2023.
Indieners onderschrijven de noodzaak van het nieuwe inschalingsbeleid. Daarmee is
echter de situatie voor bestaande gevallen niet opgelost. Indieners achten het van
belang dat de Staat formeel erkenning uitspreekt voor de ongelijke behandeling van
vrouwen en de discriminerende effecten die het oude inschalingsbeleid met zich meebracht.
Naast erkenning zijn indieners van mening dat ook een compensatieregeling op zijn
plaats is voor vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding die in
het verleden hierdoor zijn benadeeld. Om deze groep af te kunnen bakenen stellen indieners
zich voor dat de introductie van de RIO-opleiding als grens wordt gehanteerd. Naar
schatting is ongeveer 60% vrouw van de nieuwe instroom bij de rechtelijke macht. Het
gaat dan jaarlijks om 105 vrouwen op een totaal van 174 nieuwe rechters en officieren
die met de opleiding starten. Aangezien vanaf 1 juli 2023 de ongelijkheid is wegnomen,
richt de regeling zich dan op ingestroomde vrouwen van 2015 tot 1 juli 2023. Bij benadering
zijn dit 900 vrouwen die ongelijk zijn behandeld. Alhoewel de daadwerkelijke benadeling
niet ongedaan kan worden, zijn indieners van mening dat een financiële tegemoetkoming
voor deze groep van grote immateriële waarde zal zijn. Indieners stellen middels dit
amendement incidenteel vijf miljoen euro beschikbaar voor de regeling.
In het Sectoroverleg Rechterlijke Macht zullen de parameters van de regeling moeten
worden uitgewerkt.
Dekking wordt gevonden uit verwachte onderuitputting op het ondermijningsbudget (3 mln),
verwachte onderuitputting op het budget van artikel 34 Straffen en Beschermen (1 mln)
en verwachte onderuitputting op het budget voor sociale rechtsbijstand (1 mln).
Ellian Sneller Straatman
Indieners
-
Indiener
Ulysse Ellian, Kamerlid -
Medeindiener
Jeltje Straatman, Kamerlid -
Medeindiener
Joost Sneller, Kamerlid