Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van de leden Grinwis en Oosterhuis ter vervanging van nr. 53 over het verlengen van de bijtellingskorting voor elektrische auto's van de zaak
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 102 GEWIJIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRINWIS EN OOSTERHUIS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 53
Ontvangen 26 november 2025
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Aa
Artikel 3.20 wordt als volgt gewijzigd.
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «15 jaar» vervangen door «16 jaar».
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. De onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt op jaarbasis verlaagd
met 4% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging
ten hoogste € 1.200 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan
worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geïntegreerde zonnepanelen
waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket
dat geen lood bevat en het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het
verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is. Het verbruik in wattuur wordt gemeten
overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni
2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en
de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies
van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie-
en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement
en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012
van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PbEU 2017, L 175).
II
Voor artikel II, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 3.20, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «16 jaar» vervangen door «25 jaar».
2. In het tweede lid wordt «4%» vervangen door «2%» en wordt «€ 1.200» vervangen door
«€ 600».
III
Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIBIS
In de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt met ingang van 1 januari 2028 artikel 3.20,
tweede lid.
IV
Voor artikel III, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 13bis wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «15 jaar» vervangen door «16 jaar».
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt op kalenderjaarbasis verlaagd
met 4% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging
ten hoogste € 1.200 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan
worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geïntegreerde zonnepanelen
waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket
dat geen lood bevat en het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het
verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is. Het verbruik in wattuur wordt gemeten
overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151van de Commissie van 1 juni
2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en
de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies
van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie-
en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement
en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012
van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie
(PbEU 2017, L 175).
V
Voor artikel IV, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 13bis wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «16 jaar» vervangen door «25 jaar».
2. In het tweede lid wordt «4%» vervangen door «2%» en wordt «€ 1.200» vervangen door
«€ 600».
VI
Artikel V wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «B» geplaatst en in de tekst vervalt «de Wet op
de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 in» en wordt na «eerste
lid,» ingevoegd «wordt».
2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:.
A
Artikel 13bis, tweede lid, vervalt.
VII
Artikel L wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel a wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aa. artikel I, onderdeel Aa, toepassing vindt nadat artikel 10b.1, tweede lid van de Wet
inkomstenbelasting 2001 met ingang van 1 januari 2026 is toegepast;.
2. Na onderdeel c wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
ca. artikel IV, onderdeel aA, toepassing vindt nadat artikel 35o van de Wet op de loonbelasting
1964 met ingang van 1 januari 2026 is toegepast;.
Toelichting
Dit amendement voorkomt dat elektrische auto’s (EV’s) in één klap de facto zwaarder
worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineauto’s. Vooral kleinere EV’s hebben
namelijk nog een hogere aanschafprijs dan hun fossiele evenknie. De huidige bijtelling
voor EV’s is 17% voor de eerste € 30.000 aan cataloguswaarde en daarboven 22%. In
het Belastingplan 2026 dreigt dat over de hele linie in één keer 22% te worden. Indieners
stellen voor dit meer geleidelijk te doen: 18% in 2026 voor de eerste € 30.000 euro,
20% in 2027 en pas vanaf 2028 22%. Als een EV in 2026 wordt aangeschaft, geldt de
voorgestelde bijtelling van 18% gedurende 60 maanden; dat is kortom gelijk aan de
huidige gang van zaken. Dit amendement vult daarmee ook het broodnodige flankerende
beleid in dat nu ontbreekt bij de door het kabinet voorgestelde pseudo-eindheffing.
Dekking wordt gevonden in een geleidelijke versobering van de youngtimerregeling.
Indieners stellen voor de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te
verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar. Deze
geleidelijke versobering biedt eigenaren van youngtimers het komende jaar de ruimte
om hierop desgewenst te anticiperen. Beide maatregelen – de lagere bijtelling voor
EV’s en de versobering van de youngtimerregeling – dragen bij aan de gewenste vergroening
van het wagenpark in Nederland.
NB: dit amendement vereist om wetstechnische redenen ook een gekoppeld amendement
op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026. Deze twee amendementen moeten
in samenhang worden bezien.
Toelichting technisch
Dit amendement regelt dat de in artikel 13bis, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting
1964 (Wet LB 1964) opgenomen korting op de bijtelling voor het privégebruik van een
auto van de zaak zonder CO2-uitstoot per 1 januari 2026 alsnog twee jaar blijft bestaan, zij het in gewijzigde
vorm. Het amendement wijzigt ook de hieraan gerelateerde bepaling in artikel 3.20,
tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). De bijtelling bedraagt
22% van de catalogusprijs. De korting bedraagt op grond van dit amendement 4%-punt
in 2026, waardoor de bijtelling per saldo 18% van de catalogusprijs is voor auto’s
zonder CO2-uitstoot. De korting bedraagt op grond van dit amendement 2%-punt in 2027 (bijtelling
van per saldo 20%) en wordt afgeschaft per 1 januari 2028. De korting op de bijtelling
wordt gemaximeerd op € 1.200 in 2026, zodat de maximale korting wordt bereikt bij
een autowaarde van € 30.000. In 2027 bedraagt de korting op de bijtelling maximaal
€ 600, de maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van € 30.000.1 Als in 2026 of 2027 sprake is van een eerste toelating van een auto zonder CO2-uitstoot en recht ontstaat op de korting op de bijtelling, geldt deze korting voor
een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op
de datum van eerste toelating.
Ter dekking wordt de leeftijdsgrens van de zogenoemde youngtimerregeling aangepast
in de Wet LB 1964 en de Wet IB 2001. De youngtimerregeling verwijst naar de manier
waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden
voor het eerst in gebruik is genomen: 35% van de waarde in het economische verkeer.
Dit amendement regelt dat de leeftijdsgrens per 2026 wordt verhoogd van 15 jaar naar
16 jaar. Voor auto’s die onder deze leeftijdsgrens zitten, wordt de bijtelling in
2026 vastgesteld op 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd
met de hiervoor genoemde kortingspercentages. Vanaf 2027 wordt deze leeftijdsgrens
wederom verhoogd van 16 jaar naar 25 jaar.
De horizonbepaling van artikel 35o Wet LB 1964 en de horizonbepaling van artikel 10b.1
Wet IB 2001, die regelen dat de huidige kortingsregeling met ingang van 1 januari
2026 vervalt, vinden op grond van dit amendement toepassing voordat in artikel 13bis
Wet LB 1964, onderscheidenlijk artikel 3.20 Wet IB 2001, het in dit amendement opgenomen
nieuwe tweede lid wordt ingevoegd, waarin voor de kalenderjaren 2026 en 2027 de korting
op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot wordt opgenomen.
Dit amendement hangt samen met het amendement op het wetsvoorstel Overige fiscale
maatregelen 2026, in welk amendement wordt geregeld dat enkele in het wetsvoorstel
Overige fiscale maatregelen 2026 opgenomen technische wijzigingen vervallen ter zake
van het (zonder dit amendement) integraal vervallen van de hiervoor genoemde kortingsregeling
per 1 januari 2026.
Budgettaire effecten pakket in mln. € prijspeil 2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
struc
Bijtellingskorting in 2026–2027
– 35
– 54
– 62
– 50
– 40
– 26
– 9
– 5
– 6
– 5
0
Youngtimerregeling versoberen
2
54
54
54
54
54
54
54
54
54
54
Totaal
– 33
0
– 8
4
14
28
45
49
48
49
54
Grinwis
Oosterhuis
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Pieter Grinwis, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Henk-Jan Oosterhuis, Tweede Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |