Plenair verslag
Tweede Kamer, 5e vergadering
Woensdag 23 september 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Eerdmans
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 23 september 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:
Nanninga.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
Aan de orde is het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) (CD d.d. 01/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet welkom de leden, de ministers en de ondersteuning. Ik geef als eerste het woord voor een punt van orde aan de heer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik kon niet deelnemen aan het debat over het AZWA omdat ik een ander debat had. Ik zou graag toestemming willen hebben van mijn collega's om wel mee te doen aan het tweeminutendebat.
De voorzitter:
Helder. Ik kijk naar de leden in de zaal. Ik zie geen bezwaar. De heer Claassen wordt toegevoegd aan de sprekers.
Wij gaan starten met het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord naar aanleiding van het commissiedebat van 1 juli. Als eerste geef ik het woord graag aan mevrouw Wiersma. Zij zal spreken namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Voorzitter, dank. Je zou het niet zeggen, maar VWS heeft op dit gebied meer overeenstemming met landbouw dan je aanvankelijk zou denken. Het gaat immers niet alleen om mooie woorden en akkoorden, maar om resultaat in de praktijk en beleid dat werkt.
Voorzitter. Iedereen moet kunnen rekenen op een huisarts. Daarom moeten we juist voor kleine zorgondernemers de administratieve lasten verminderen. Huisartsen en tandartsen ervaren de jaarverantwoordingsplicht nog steeds als complex en tijdrovend. Ik heb een aantal vragen aan de minister. Ik begin met de volgende. De vragenlijst zou worden vereenvoudigd, maar wanneer merken zij daar daadwerkelijk iets van?
Voorzitter. Dan de huisartsen op de Waddeneilanden. In juni heeft de minister toegezegd de NZa te vragen om met de huisartsen en de zorgverzekeraar in gesprek te gaan over hun bekostiging, maar zij hebben nog steeds geen uitnodiging ontvangen voor dit gesprek. Kan de minister de NZa en het Zilveren Kruis aansporen om dit gesprek nu eindelijk te organiseren? Zij wachten immers als jaren op een structurele oplossing. Nu lijkt het erop dat zelfs een gesprek niet geregeld kan worden.
Tot slot heb ik één motie. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de IPSO-centra laagdrempelige psychosociale ondersteuning bieden aan mensen die leven met en na kanker, hun naasten en hun nabestaanden;
overwegende dat deze ondersteuning bijdraagt aan passende zorg dicht bij mensen en kan voorkomen dat een beroep op zwaardere formele zorg nodig is;
constaterende dat een structurele financieringsroute voor IPSO-zorg nog ontbreekt;
verzoekt de regering samen met IPSO en andere betrokken partijen te komen tot een structurele borging van IPSO-zorg en daarbij te bepalen welke structurele financieringsroute hiervoor het meest passend is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 994 (31765).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat was 'm; binnen de tijd.
De voorzitter:
Precies binnen de tijd. Dank u zeer, mevrouw Wiersma. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Tijmstra namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Overal in het land zie ik mooie initiatieven van mensen, van zorgorganisaties en burgerinitiatieven die passende zorg al in de praktijk brengen. Dat verdient waardering en complimenten. In het commissiedebat heeft het CDA aandacht gevraagd voor de juiste randvoorwaarden die de overheid moet scheppen om ervoor te zorgen dat de beweging naar passende zorg daadwerkelijk versnelt. Als we niet het aanbod van de zorg centraal stellen maar de behoefte van de patiënt, moet ook de beloningssystematiek daarop gericht zijn. En ook de overheid, zo vinden wij, moet mee in de kopgroep door de juiste randvoorwaarden te scheppen. Daarbij blijft ze tot nu toe te vaak achter, met als gevolg dat goede voorbeelden niet kunnen worden opgeschaald en dat energie soms uit het veld weglekt. Het CDA vindt dat we onze verantwoordelijkheid daarom beter en sneller moeten invullen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voorlopers in het organiseren van passende zorg vroeg of laat vastlopen in wet- en regelgeving, bekostiging, contractering, ontbrekende betaaltitels en schotten tussen domeinen;
overwegende dat deze voorlopers een overheid nodig hebben die hen ziet, erkent, de ruimte geeft en faciliteert;
overwegende dat speciaal gezant Jan Kremer concrete adviezen heeft gedaan om passende zorg sneller mogelijk te maken, onder meer via passende bekostiging, betaaltitels voor burgerinitiatieven en domeinoverstijgende besteding;
overwegende dat het onwenselijk is dat bewezen vernieuwers jarenlang moeten wachten op passende contractering of wet- en regelgeving vanuit de overheid, terwijl versnelling juist nodig is om passende zorg de norm te maken;
verzoekt de regering om, vooruitlopend op het wetgevingspakket passende zorg, niet af te wachten maar binnen het huidige stelsel actief en versneld ruimte te maken voor voorlopers en daarbij in ieder geval te zorgen voor passende contractering, betaaltitels voor burgerinitiatieven en ruimte voor aanbieders om inkomsten deels domeinoverstijgend te besteden, en de Kamer hierover voor Q2 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tijmstra en Poortman.
Zij krijgt nr. 995 (31765).
Dank u zeer. Het woord is aan mevrouw Wendel. Zij zal spreken namens ... U hoeft niet? Dan is het woord aan mevrouw Maeijer. Zij zal spreken namens de PVV. Ga uw gang.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Goedemorgen, voorzitter. Afgelopen maandag was het Wereldalzheimerdag. Op die dag werd opgeroepen om vooral mee te blijven doen, om te kijken naar wat mensen met dementie nog wel kunnen. Een organisatie als DemenTalent kan daarbij helpen. Die helpt mensen met dementie aan passend vrijwilligerswerk. Een mooi initiatief om mee te kunnen blijven doen. Binnen het AZWA wordt gewerkt aan een basisfunctionaliteit dementie. Ik wil de minister vragen om toe te zeggen dat zij een organisatie als DemenTalent hier nadrukkelijk bij betrekt en deze ook onder de aandacht brengt bij gemeenten en casemanagers dementie.
Voorzitter, tot slot heb ik nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat zorgprofessionals ongeveer 30% van hun tijd bezig zijn met administratie;
overwegende dat een van de doelen van het AZWA maximaal 20% zinnige administratietijd is in 2030;
constaterende dat de eerste tussenstap van 5% minder administratietijd eind 2025 is blijven steken op een vermindering van slechts 1%;
verzoekt het kabinet om samen met de AZWA-partijen, de zorgsector en de Regiegroep Aanpak Regeldruk te komen tot aanvullende afspraken om ervoor te zorgen dat de achterstand wordt ingelopen en het doel van 20% zinnige administratietijd in 2030 niet uit beeld raakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 996 (31765).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Brenk. Zij zal spreken namens 50PLUS. Ga uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Eén motie en één vraag nog.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat zorgzame buurten niet uit zichzelf ontstaan;
overwegende dat welzijnswerk een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van lokale initiatieven;
overwegende dat voor 2027 40 miljoen is vrijgemaakt voor zorgzame wijken en buurten;
overwegende dat er 342 gemeenten zijn;
verzoekt de regering waar nodig en mogelijk gemeenten te ondersteunen en te faciliteren bij het nader ontwikkelen van initiatieven rondom zorgzame buurten en voorzorgcirkels, en daarbij veel aandacht te hebben voor de rol van het welzijnswerk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 997 (31765).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Ik wil vragen of er geleerd is van de financieringswijze van het Hoofdlijnenakkoord Ouderen en het AZWA. Wat 50PLUS betreft kan het nooit meer "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" zijn. Want als je een beweging aan de voorkant wil maken en je sociaal werk, informele zorg en burgerinitiatieven samen wil brengen, kost dat veel meer tijd dan in de bestaande systemen van samenwerking tussen bijvoorbeeld ziekenhuizen, en dus haalden zij het grootste deel van het geld binnen. Als je nieuwe innovatieve processen beoordeelt langs de lat van bestaande systeemeisen, gaat dat dus helemaal niet. Ik hoop dat hier lessen uit getrokken zijn. Ik hoor dat nog graag van de minister.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u zeer. Ik geef het woord aan de heer Bushoff. Hij zal spreken namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de huisartsenzorg een essentiële rol vervult in een toegankelijke, continue en persoonsgerichte eerstelijnszorg;
overwegende dat de bekostiging van huisartsen voldoende ruimte moet bieden voor de capaciteit en randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor zowel de directe patiëntenzorg als de samenwerking, afstemming en coördinatie in het regionale en lokale zorgnetwerk;
overwegende dat bij een toekomstbestendig bekostigingsmodel niet alleen historische kosten en productie, maar ook de inhoud en randvoorwaarden van het te leveren basisaanbod en relevante toekomstige ontwikkelingen het uitgangspunt moeten vormen;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt te nemen en de NZa te verzoeken daarbij rekening te houden met de randvoorwaarden die huisartsen nodig hebben om hun rol adequaat te vervullen, waaronder samenwerking, afstemming en coördinatie met andere partijen in zorg en sociaal domein,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 998 (31765).
De heer Bushoff (PRO):
Dat was een hele mond vol. De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de huidige versnippering van het aanbod van wijkverpleging en de veelheid aan verschillende contractvoorwaarden, inkoopcriteria en sturingsmechanismen met zorgverzekeraars binnen één regio leiden tot administratieve lasten, versnippering, belemmeringen voor regionale samenwerking en een gebrek aan vaste aanspreekpunten;
overwegende dat herkenbare wijkteams en een goed georganiseerd lokaal coördinatiemechanisme bijdragen aan betere samenwerking, minder administratieve lasten en een doelmatige inzet van schaarse zorgprofessionals;
verzoekt de regering om in overleg met zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere betrokken partijen te bevorderen dat de wijkverpleging per regio herkenbaar, samenhangend en eenduidig wordt georganiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 999 (31765).
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u, meneer Bushoff. Het woord is aan mevrouw Coenradie. Zij zal spreken namens de fractie van JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten geen duidelijkheid krijgen over structurele financiering voor de uitvoering van IZA en AZWA;
constaterende dat door het ontbreken van structurele financiële middelen gemeenten terughoudend zijn in het aangaan van meerjarige investeringen in preventie;
overwegende dat een van de belangrijkste uitgangspunten uit het IZA en AZWA juist is om de beweging naar de voorkant te maken en hier dus ook investeringen voor nodig zijn;
verzoekt de regering in samenwerking met de VNG gemeenten meerjarige financiële zekerheid te geven zodat gemeenten structureel kunnen investeren in preventie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1000 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het gehele zorglandschap en met name het voorveld bestaande uit partijen binnen het sociaal domein enorm versnipperd is;
constaterende dat de beweging van het IZA en AZWA naar het voorveld een sterk lokaal netwerk vereist;
overwegende dat hulp- en zorgmedewerkers vaak geen compleet beeld hebben van alle actoren uit het welzijnswerk en informele ondersteuning in de wijken;
overwegende dat we af willen van het oerwoud van loketten en steeds meer naar de eenloketgedachte willen gaan;
overwegende dat hier experimenteerruimte voor nodig is om over bestaande schotten en oude patronen heen te kijken;
verzoekt de regering om een pilot te organiseren in een gemeente of wijk om het totale zorglandschap opnieuw in te richten, inclusief de nu bestaande schotten van de Wmo, Zvw, Wlz en het sociaal domein,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1001 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er op de werkvloer goede initiatieven ontstaan voor passende zorg, zoals NVVC Connect, waarin huisartsen en specialisten samenwerken in regionale netwerken;
constaterende dat dit initiatief dreigt stil te vallen door een gebrek aan ondersteuning en passende bekostiging voor deze manier van werken;
overwegende dat netwerkzorg aantoonbaar leidt tot een betere kwaliteit van leven, meer regie van de patiënt, vrijkomende ziekenhuiscapaciteit en minder verwijzingen, opnames en SEH-bezoeken;
verzoekt de regering om samen met zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars te onderzoeken hoe NVVC Connect en andere initiatieven voor netwerkzorg structureel kunnen worden ondersteund, bekostigd en opgeschaald, en de Kamer daar voor het einde van het jaar over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1002 (31765).
Dat was keurig binnen de tijd. Dank u zeer. Het woord is aan de heer Vervuurt. Hij zal spreken namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het debat over IZA en AZWA heeft mij goedgedaan. Ik zie een Kamer die breed van mening is dat we de juiste stippen op de horizon hebben gezet. Zo kunnen we de zorg omvormen op een manier zodat mensen ook in de toekomst, ondanks het momenteel toenemende tekort aan zorgpersoneel, de zorg kunnen blijven ontvangen die zij nodig hebben. De vraag die ik mijzelf daarbij stel, is: gaat het snel genoeg? We weten dat technologische ontwikkelingen de zorg niet alleen kunnen ontlasten, maar zelfs kunnen verbeteren.
Kijk bijvoorbeeld naar de mooie dingen die gebeuren rond het Ziekenhuis van de Toekomst in Twente of de massale digitale innovatie die plaatsvindt in het Zuyderlandziekenhuis in Parkstad. Daarom is het goed dat de ministeries van VWS en EZK de handen in elkaar slaan, met het rapport-Wennink in het achterhoofd, om gezamenlijk te werken aan de biotech en medtech van de toekomst. Kan de minister al een update geven van de voortgang van het opstellen van de gezamenlijke beleidsagenda van VWS en EZK?
Een probleem rond technologische innovatie in de zorg is dat de risico's voor start-ups vaak te groot zijn om alleen te dragen, terwijl technologie wel veelbelovend is. Dit is een van de redenen voor start-ups om uit te wijken naar het buitenland. We denken dat er kansen liggen voor Nederland als het Rijk en de zorgsector actiever ruimte bieden aan technologische ontwikkelingen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat VWS en EZK dit najaar een gezamenlijke beleidsagenda voor de medtechsector naar de Kamer sturen;
constaterende dat Nederlandse start-ups met veelbelovende toepassingen nu soms naar het buitenland uitwijken om hun product gelanceerd te krijgen;
overwegende dat het Groeiplan MedTech vraagt om een zorgsector die als eerste gebruiker van innovatie optreedt, en dat dit partijen vraagt die het risico van die eerste toepassing willen dragen;
overwegende dat dit ook het onderwijs, het onderzoek, de arbeidsmarkt en talentstrategie raakt;
verzoekt de regering om in de gezamenlijke beleidsagenda van VWS en EZK, samen met de ministeries van OCW en SZW, vast te leggen hoe de overheid en de zorgsector als eerste klanten van Nederlandse medische technologie kunnen optreden, bijvoorbeeld door het stimuleren van vraagbundeling zodat partijen eenduidiger innovaties kunnen inkopen, of de risico's bij het eerste gebruik samen te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vervuurt.
Zij krijgt nr. 1003 (31765).
Dank, meneer Vervuurt. Dat brengt ons bij de laatste spreker van dit tweeminutendebat en dat is de heer Claassen. Hij zal spreken namens de Groep Markuszower en heeft daarvoor twee minuten. Gaat uw gang.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Eerst een wat makkelijkere motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onderzoek in opdracht van de AZWA/IZA-werkgroep Digitale en Hybride Zorg aanbeveelt op korte termijn een voorlopige vergoeding van digitale gezondheidstoepassingen te realiseren als opstap naar structurele vergoeding;
constaterende dat de doorbraakmiddelen alleen bestaande bewezen toepassingen opschalen en de NZa voor een gezondheidsapp los van een behandelrelatie geen zorgprestatie kan vaststellen;
overwegende dat jonge bedrijven daardoor binnen de Zvw nauwelijks een route hebben om bewijs op te bouwen, terwijl Duitsland apps tijdelijk vergoedt en na een mislukte proefperiode weer schrapt;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken voor een tijdelijke voorwaardelijke toelating van CE-gecertificeerde digitale zorgtoepassingen tot het basispakket, en de Kamer hierover vóór de Voorjaarsnota 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 1004 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer stelt dat de minister niet weet of IZA en AZWA samen volstaan voor toegankelijke en betaalbare zorg;
constaterende dat het kabinet geen zicht heeft op opgeschaalde kosteneffectieve zorginnovaties, ontwikkelkosten en slagingskansen van zorgstart-ups;
overwegende dat een digitale tweeling deze leemtes kan dichten;
verzoekt de regering met onder andere CPB, RIVM, CBS en TNO, voortbouwend op de IZA/AZWA-monitor, een gefaseerde opbouw uit te werken van een federatieve digitale tweeling onder regie van VWS, met openbare broncode en afgeschermde bedrijfs- en persoonsgegevens, waarmee zorgakkoorden, beleid en VWS-begrotingen na 2027 vooraf worden doorgerekend en achteraf getoetst, te beginnen bij het eigen risico, de eigen bijdragen en de doorbraakmiddelen, en de Kamer hierover vóór de Voorjaarsnota 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 1005 (31765).
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat dit een lastige is, maar wellicht komen we er samen uit.
De voorzitter:
Dank u zeer, meneer Claassen.
De ministers zullen straks reageren op de gestelde vragen en ingediende moties. Ik wil de bewindslieden vragen ongeveer dertien minuten voor de voorbereiding te nemen. Ik schors de vergadering tot 10.45 uur.
De vergadering wordt van 10.33 uur tot 10.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Hermans.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Dank u wel. Ik begin met de appreciaties van de moties die op mijn portefeuille zijn ingediend. Daarna zal ik nog een aantal gestelde vragen beantwoorden.
Voorzitter. Als eerste noem ik de motie-Tijmstra/Poortman op stuk nr. 995, om vooruitlopend op het wetgevingspakket over passende zorg niet te wachten, maar te kijken wat je al kan doen om dat wat goed gaat in de praktijk, te versnellen. Ik wil deze motie graag oordeel Kamer geven, met één vraag of opmerking daarbij. Mevrouw Tijmstra neemt in haar verzoek eigenlijk een opsomming van elementen op die ik daarin zou moeten verwerken. Ik zou wel wat ruimte willen houden. We zijn nu heel precies aan het kijken wat de knelpunten zijn waartegen we aan lopen. Is dit het rijtje of zijn het er nog meer? We willen op dat punt dus wel naar bevind van zaken handelen. Ik snap wel wat hier staat. Ik snap ook de punten die hier genoemd worden.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het is natuurlijk altijd goed om er breder naar te kijken. Ik wil wel echt het volgende meegeven. Jan Kremer heeft vanuit zijn functie echt goede adviezen gegeven. Mijn appel is echt om daar goed naar te kijken en die zwaar mee te wegen.
Minister Hermans:
Zeker, vanzelfsprekend.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Hermans:
Dan de motie-Bushoff op stuk nr. 998, over de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg. Ik zou het verzoek van de heer Bushoff graag willen betrekken bij het traject dat nu loopt over de doorontwikkeling van de bekostiging. Ik stuur ook op korte termijn een brief over hoe dat proces er nu uitziet en over de stappen die tot nu toe gezet zijn. Als ik het daarbij mag betrekken, dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ja. Er wordt geknikt. Gaat uw gang.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1001 van mevrouw Coenradie. Die vraagt mij om een pilot te starten om een compleet nieuw zorglandschap in te richten. Ik begrijp heel goed, ook op basis van de overwegingen in de motie, waar mevrouw Coenradie naar zoekt om die eenloketgedachte meer handen en voeten te geven. Dat delen wij, zowel minister Sterk als ik, heel erg. Er lopen vanuit de verschillende zorgakkoorden en de verschillende initiatieven in de zorg al heel veel initiatieven die hiermee bezig zijn. Ik noem even De Buurt als Ecosysteem, de inrichting van de hechte wijkverbanden en de stevige lokale teams waar we mee bezig zijn. Ik noem ook de manier waarop de wijkverpleging gaat indiceren en het "altijd de juiste deur"-principe, een project in Eindhoven. Ik zou die projecten en die pilots — ik ben niet uitputtend in mijn opsomming — willen gebruiken om echt inzicht te krijgen in hoe we die eenloketgedachte vormgeven. Ik zou de energie nu niet richten op het opzetten van een nieuwe pilot, dus ik wil, hoewel ik de gedachte steun, het verzoek van deze motie ontraden.
Voorzitter, dan de motie-Coenradie op stuk nr. 1002. Als ik het verzoek heel precies lees, vraagt mevrouw Coenradie mij eigenlijk iets te doen waar ik niet over ga, namelijk in de contractering of de gesprekken daarover tussen de zorgverzekeraar en de aanbieder stappen. Onderliggend zie ik hier wel een probleem dat ik op meer plekken tegenkom en waar we wel over aan het nadenken zijn. Mijn vraag aan mevrouw Coenradie zou zijn om de motie even aan te houden, zodat we samen kunnen kijken of ik niet verzocht word om in contractering te treden, maar wel verder met dit vraagstuk aan de slag kan gaan.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Wij horen van de zorgpartijen dat de situatie best nijpend is. Men heeft behoefte om op zeer korte termijn iets meer te weten. Ik zou willen vragen of het mogelijk is om deze week nog de schriftelijke appreciatie af te doen, zodat we niet achterlopen in het stemmen over deze motie. Ik kan me voorstellen dat het lastig is om er aankomende dinsdag al over te stemmen, maar het zou dan een week later kunnen.
Minister Hermans:
Dan zullen mevrouw Coenradie en ik hier nog even over doorpraten. Hopelijk leidt dat tot een motie met een aangepast dictum. Dan kan ik daar nog een reactie op sturen naar de Kamer, zodat die volgende week of daarna meegenomen kan worden bij de stemmingen.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie, de motie wordt voor nu even aangehouden. Dank, minister.
Op verzoek van mevrouw Coenradie stel ik voor haar motie (31765, nr. 1002) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1003 van de heer Vervuurt gaat over de MedTech-sector. Het is goed dat VWS en EZK hierin echt de handen ineengeslagen hebben. Ik hoor het verzoek om daar ook OCW en SZW goed bij aan te laten haken. Dat belang onderschrijf ik, net zoals het bundelen van de vraag om de innovaties echt een boost te geven. Ik geef de motie op stuk nr. 1003 dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1004 van de heer Claassen gaat over de tijdelijke voorwaardelijke toelating van CE-gecertificeerde digitale zorgtoepassingen. Die motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal de Kamer daar voor de Voorjaarsnota over informeren.
Dan de motie op stuk nr. 1005. Die had een uitgebreid, vrij technisch dictum. Ik herken hierin een set schriftelijke vragen over innovaties, opschaling en implementatie van de innovaties die de heer Claassen mij onlangs gesteld heeft. Ik snap de onderliggende vraag heel goed, maar ik weet niet of het verzoek dat de heer Claassen mij nu doet echt een antwoord gaat geven op die vraag. Daar komt nog bij dat de heer Claassen mij vraagt om informatie te verwerken in een database waar ik niet zomaar toegang toe heb. Mijn vraag aan de heer Claassen is om deze motie even aan te houden en het gesprek te voeren over wat we kunnen doen wat betreft het onderliggende punt van beter zicht krijgen op de opschaling en implementatie van kansrijke innovaties. Dan kunnen we daar rondom de begrotingsbehandeling ongetwijfeld met elkaar verder over debatteren.
De voorzitter:
De heer Claassen knikt.
Op verzoek van de heer Claassen stel ik voor zijn motie (31765, nr. 1005) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
Mooi. Dan waren er nog een aantal vragen.
Mevrouw Wiersma had een vraag over de huisartsen op de Waddeneilanden. Daar hebben we in het debat al het een en ander over gewisseld. Ik heb de NZa verzocht om dat gesprek te voeren. Er wordt vanuit de NZa aan gewerkt. Als dat gesprek nog niet heeft plaatsgevonden, wat ik begrijp uit de woorden van mevrouw Wiersma, zal ik de partijen daar nogmaals op aanspreken en aansporen om dat gesprek op korte termijn te plannen.
Voorzitter. Mevrouw Van Brenk vroeg aan ons beiden: wat heeft u geleerd van de transformatiemiddelen en de aanpak van wie het eerst komt, het eerst maalt, zoals die in het IZA en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg werd toegepast? Daar hebben we zeker van geleerd. In het AZWA werken we met doorbraakmiddelen. De heer Claassen verwees er al naar. We werken met modelplannen waar partijen op in kunnen schrijven. Het gaat echt om gerichte toepassingen waarvan we weten dat ze bewezen effectief zijn. We werken dus niet meer op de manier zoals we deden.
Tot slot had de heer Vervuurt een vraag over de beleidsagenda medische technologie. De minister van EZK en ikzelf hebben voor de zomer een korte brief gestuurd naar aanleiding van de investering die het kabinet daarin doet. We zullen voor de begrotingsbehandeling nog een update sturen met daarin de stand van zaken over waar we nu staan, hoe we de besteding van de middelen goed gaan volgen en wat daarvan het beoogde resultaat is.
De voorzitter:
Dank aan minister Hermans. We gaan nu luisteren naar de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Sterk. Gaat uw gang.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal ook eerst de moties appreciëren en daarna een aantal vragen beantwoorden.
De eerste motie is de motie op stuk nr. 994 van het lid Wiersma, over IPSO. We hebben in het debat al gewisseld dat het natuurlijk heel erg belangrijk is dat we voldoende blijven investeren in goede en passende zorg voor mensen met kanker. Daarom investeren we ook in goede ziekenhuiszorg, genees- en hulpmiddelen en innovatie binnen de oncologie. Wat betreft de verantwoordelijkheidsverdeling en de vraag wat er in het sociale domein thuishoort: ik vind dat IPSO echt in het sociale domein thuishoort en dat gemeentes die rol moeten oppakken. Daarbij is het belangrijk dat er laagdrempelige voorzieningen zijn. Ik denk ook dat we moeten oppassen dat er niet voor elke ziekte een eigen, aparte laagdrempelige voorziening komt. We hebben daar langdurig een tijdelijke financiering voor gegeven, maar die stopt nu. Ik vind het echt belangrijk dat de gemeentes daar nu hun rollen in pakken. Ik moet de motie om die reden ontraden.