Plenair verslag
Tweede Kamer, 16e vergadering
Dinsdag 27 oktober 2026
-
Begin14:00 uur
-
Sluiting22:59 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 148 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mevrouw Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en mevrouw Tielen, staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 27 oktober 2026.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Bromet
Vragen van het lid Bromet aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht "Groot gat tussen aantal koeien en fosfaatrechten".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Bromet voor haar mondelinge vragen namens de fractie van PRO aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ik heet de minister van harte welkom in de Tweede Kamer. U heeft het woord, mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Vrijdag lazen wij in een analyse van het tijdschrift Boerderij dat de landbouwsector op dit moment in totaal 33.600 melkkoeien en 18.500 stuks melkvee meer houdt dan dat er fosfaatrechten zijn. Dat is een overtreding. Ik zou allereerst van de minister willen weten of hij dit beeld deelt.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Essen:
Voorzitter. Ik dank mevrouw Bromet voor het stellen van deze vragen over handhaving en de fosfaatrechten. En ja, afgelopen vrijdag heeft de NVWA op haar website een inspectierapport gepubliceerd, waarin zij laat zien en waarschuwt dat de naleving van fosfaatregels beter moet. Vervolgens heeft Boerderij daar dezelfde dag ook een artikel aan gewijd.
Mevrouw Bromet (PRO):
Er zijn 200 bedrijven bezocht die willekeurig zijn uitgekozen. 52% van die bedrijven houdt waarschijnlijk meer dieren dan toegestaan is. Wat vindt de minister daarvan?
Minister Van Essen:
Laat hier klip-en-klaar zijn: op het moment dat er wetgeving is — en die is er; het fosfaatrechtensysteem is er al sinds 2018 — heb je je daaraan te houden. Op het moment dat je meer dieren hebt dan fosfaatrechten, moet je dat gelijktrekken. Voor 2025 betekent dat ook dat ondernemers die overtredingen hebben begaan worden doorgeleid naar het OM. Voor 2026 vind ik het heel belangrijk om op te roepen deze situatie niet te laten voortbestaan en de overtredingen, die er mogelijk zijn, na afloop van het jaar zo snel mogelijk te beëindigen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Hoe groot is de pakkans eigenlijk voor een boer?
Minister Van Essen:
We hebben eigenlijk al sinds eind vorig jaar de handhavingsintensiteit bij de NVWA flink vergroot. We hebben aardig wat extra mensen aangenomen om toezicht te houden op bedrijven. Daarmee is de pakkans ook aanzienlijk vergroot. Dit laat zien dat mensen zich aan regels moeten houden en dat daar goed toezicht op moet zijn.
Mevrouw Bromet (PRO):
De minister zegt: de pakkans is gegroeid. Ondertussen is dus 52% van de bezochte bedrijven in overtreding. Het lijkt er dus op dat de pakkans helemaal niet zo groot is, want waarom zou je dat doen? Wat is eigenlijk de straf die je riskeert als boer als je te veel koeien op je bedrijf hebt?
Minister Van Essen:
Het is misschien goed om te zeggen dat er in 2025 daadwerkelijk overtredingen zijn geconstateerd. Die overtredingen worden door de NVWA naar het OM verzonden. Voor 2026 — daarom deed ik net die oproep — is het heel belangrijk om tegen de ondernemers te zeggen: zorg dat het aantal dieren en het aantal fosfaatrechten dat je hebt in lijn zijn met elkaar. Dan voorkomen wij en boeren dat ze komend jaar opnieuw in overtreding gaan. U vraagt wat de straf is. Het is gewoon een economisch delict. Daar staat in ons Wetboek van Strafrecht een straf op.
Mevrouw Bromet (PRO):
Is dat dan een straf per koe? Wat is dat voor straf?
Minister Van Essen:
Het is een straf per ondernemer die een economisch delict pleegt. Het is uiteindelijk aan de rechter om die straf te bepalen, nadat de NVWA alles wat zij heeft geconstateerd overbrengt aan het Openbaar Ministerie.
Mevrouw Bromet (PRO):
Moeten we dan denken aan een gevangenisstraf, of aan een geldboete, of misschien aan het intrekken van de vergunning voor je bedrijf?
Minister Van Essen:
Het gaat om economische delicten. In het Wetboek van Strafrecht hebben we daar een sanctie op staan. Wat de geldboete is, ligt uiteindelijk aan de categorie waar die delicten in vallen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik heb dat wetboek niet voor me, maar misschien kan de minister wat duidelijker zijn over wat voor straffen dat dan zijn, ook voor de boeren die luisteren en die weten dat ze te veel koeien in hun stal hebben staan.
Minister Van Essen:
Uiteindelijk zijn het economische delicten. Als een rechter tot een uitspraak komt en daarover oordeelt, zitten daar behoorlijke geldboetes op. Dat kan per zaak bekeken worden; ik kan dat hier nu niet zeggen. Laat dit echter duidelijk zijn: hou je aan deze regels en zorg dat je geen strafblad krijgt. Je kunt namelijk ook een strafblad krijgen als je wordt veroordeeld. Ik zeg nogmaals tegen iedereen: dit jaar kunnen we het tij nog keren. De boeren moeten gewoon zorgen dat de fosfaatrechten en het aantal beesten met elkaar in overeenstemming zijn. Dat is mijn oproep.
Mevrouw Bromet (PRO):
Vindt de minister dat de handhaving tekortschiet, en zo ja, wat gaat hij daaraan doen?
Minister Van Essen:
Ik denk dat we moeten erkennen dat het heel belangrijk is om op dit soort vraagstukken te handhaven en om daar goed op te handhaven. Dat is ook precies de reden dat we voor dit jaar 4,5 miljoen extra hebben uitgetrokken om meer toezichthouders en meer handhavers bij de NVWA aan te nemen, zodat we deze signalen vroegtijdig oppikken. Wat we nu eigenlijk zien, is dat het feit dat we dit constateren een gevolg is van een groeiende handhavingscapaciteit bij de NVWA. Dat laat dus zien dat we meer doen en dat we ook meer moeten doen.
Mevrouw Bromet (PRO):
De NVWA heeft een heel breed takenpakket. Is het nu zo dat de NVWA extra op deze overtredingen gaat letten naar aanleiding van deze constateringen?
Minister Van Essen:
Het gaat echt specifiek over mest en fosfaatrechten. Ik vind het belangrijk dat we, nu we dit signaleren doordat we meer toezichthouders in dienst hebben, ook binnen de capaciteit die er is flink en flinker inzetten op de handhaving. Ik ga dus met de NVWA in gesprek over wat hun prioriteiten zijn voor de uren die nog over zijn.
Mevrouw Bromet (PRO):
De minister maakt deel uit van een kabinet dat vindt dat een kleine overheid belangrijk is. Kan de minister mij verzekeren dat er niet bezuinigd gaat worden op handhavingsambtenaren?
Minister Van Essen:
Ik kan hier geen garantie geven, maar het feit dat we dit jaar het aantal toezichthouders van de NVWA hebben uitgebreid, laat zien dat dit het kabinet gewoon ernst is.
Mevrouw Bromet (PRO):
Is het fosfaatrechtenstelsel überhaupt te handhaven?
Minister Van Essen:
Ja, dat is te handhaven. Het is ook belangrijk om dat te doen en te blijven doen. Deze signalen zijn nu naar boven gekomen omdát we meer aan het handhaven zijn.
Mevrouw Bromet (PRO):
Vrijdag krijgen wij een brief van deze minister over de uitwerking van de stikstofparagrafen. Daarbij wordt zwaar geleund op doelsturing. Een boer moet dus zelf kunnen bepalen wat hij doet om aan de doelen te voldoen. Hoe kan je nou aan boeren die nu al frauderen, vragen om daar nog een schepje bovenop te doen?
Minister Van Essen:
Het feit dat we inderdaad, zoals in de Kamerbrief van 26 juni stond, hebben gekozen voor een emissieplafond, bedrijfsdoelen per fosfaatrecht, is omdat LTO en NAJK dat ook aan ons gevraagd hebben. Dat betekent wel dat we ook moeten leveren op dit vlak. Ik vind dat individuele boeren een verantwoordelijkheid hebben, maar ik vind het ook belangrijk dat sectorpartijen die verantwoordelijkheid nemen richting hun leden. Het is denk ik goed dat je ook een slechtere ammoniakscore zult hebben als je meer fosfaat produceert dan de rechten van het bedrijf. Ook in het meten van de ammoniakemissie van een bedrijf zul je het dus zien als er te veel wordt geproduceerd. Dat laat echter onverlet dat het heel belangrijk is om bij doelsturing heel goed te beseffen dat dit ook iets is waarbij je vertrouwen in elkaar moet hebben. Ik vind ook dat sectorpartijen daar een rol in hebben.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik heb daar heel weinig vertrouwen in, als ik lees dat er nu al zo veel overtredingen zijn. Hoe kan het nou dat je op papier straks misschien aan alle doelen kan voldoen, zoals de boeren nu ook op papier aan de eisen voldoen, maar je ondertussen gewoon doet waar je zin in hebt?
Minister Van Essen:
Als je je niet aan de wet houdt en je meer dieren hebt dan je fosfaatrechten hebt, loop je dus een ontzettend risico dat je een economisch delict pleegt en een strafblad krijgt. Ik bestrijd dus dat je dat maar gewoon kunt doen. Ik ben het wel met mevrouw Bromet eens dat het heel belangrijk is, ook voor het systeem dat we met elkaar willen bouwen, dat we het vertrouwen in elkaar hebben dat we de goede dingen doen en dat boeren zich aan wetgeving houden.
Mevrouw Bromet (PRO):
Hoeveel straffen zijn er de afgelopen jaren eigenlijk opgelegd voor overtredingen in de agrarische sector? We hebben het over het intekenen van percelen die niet van jezelf zijn en over het gebruiken van gewasbescherming, landbouwgif, terwijl dat niet toegestaan is. Soms houdt wel 77% van de kersentelers zich niet aan de voorschriften. Hoe moet dit nou verder? Is dit een cultuur?
Minister Van Essen:
Ik denk dat het heel belangrijk is om te zien wat er wél goed gaat. Ik snap dat de focus ligt op wat er niet goed gaat. Daar treden wij ook tegen op. Maar ik denk dat het belangrijk is om ook te benoemen wat we met elkaar wél voor elkaar krijgen met convenanten, samenwerken, agrarisch natuurbeheer en het verminderen van middelen. Uw Kamer haalt daar ook regelmatig voorbeelden van aan. Ik denk dat het heel belangrijk is om er duidelijk in te zijn dat als gezien wordt dat je de wet overtreedt, je doorgeleid wordt naar het OM. Tegelijkertijd moeten we ook zeggen dat we op heel veel punten in het agrarische domein goed aan het werken zijn om bijvoorbeeld middelengebruik te verminderen en de juiste dingen te doen. Ik vind dat je beide punten moet benoemen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik snap dat de minister dit zegt. We hebben het in dit debat over alle boeren. Een grote groep houdt zich niet aan de regels. Degenen die zich wel aan de regels houden, lijden daaronder. Ik wil hier gezegd hebben dat ik het niet over de boeren heb die zich wel keurig en netjes aan de regels houden. Spreekt de minister de sectorpartijen aan op de grote groep overtredingen die er keer op keer, jaar in, jaar uit is? We zien namelijk geen verbetering. Ik word er zelf een beetje moedeloos van. De minister is nieuw, maar ik sta hier al acht jaar.
Minister Van Essen:
Ik denk dat het een terechte vraag is van mevrouw Bromet of wij de sectorpartijen hierop aanspreken. Ik heb gezien dat bijvoorbeeld LTO op haar site wat heeft gezet hieromtrent. Ik spreek ze toevallig vanmiddag. Ik zal in dat overleg vragen of ze een duidelijke boodschap uit willen laten gaan dat mensen zich aan de wet moeten houden.
Mevrouw Bromet (PRO):
Waarom heeft de minister eigenlijk niet gemeld aan de Kamer dat deze fraude plaatsvond? Wij hebben dat moeten lezen op boerderij.nl. Ik vind het hartstikke goed van Boerderij dat ze dit uitgevonden hebben, maar we hadden het natuurlijk heel graag van de minister zelf gehoord.
Minister Van Essen:
De NVWA is een onafhankelijke toezichtorganisatie. Zij doen dit regelmatig. Zij publiceren allerlei handhavingsrapporten op hun website. Zij hebben dat vrijdag ook gedaan. Zij sturen ook vakberichten uit. We zien dat de media op basis van die vakberichten meteen een bericht hierover hebben gemaakt. Wat hier is gedaan, iets uploaden op de site van de NVWA, een onafhankelijk toezichthouder, is eigenlijk staande praktijk. Dat is geen afwijking van eerdere jaren.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, tot slot. Welke boodschap heeft de minister voor frauderende boeren in Nederland?
Minister Van Essen:
Wat ik heel belangrijk vind, is dat we dit jaar geen overtredingen begaan. We zien echter wel dat er mogelijk overtredingen worden begaan als het jaar afgerond is. Volgens mij hebben wij nu de kans om met elkaar de boel recht te trekken. Breng dus je aantal beesten en je fosfaatrechten met elkaar in verhouding; dan hoeven we hier niet weer te staan.
De heer Koorevaar (CDA):
In het artikel van de Boerderij staat ook dat de NVWA over 2025 ook een tekort aan fosfaatrechten had geconstateerd. Deels heeft dat te maken met de hoeveelheid melkproductie van boeren en de hoeveelheid fosfaatrechten die ze nodig hebben, maar mijn vraag is de volgende. De minister lijkt verontrust, dus ook verrast, dat dit kan plaatsvinden. Heeft de minister de monitoring op de dieraantallen, de fosfaatproductie en de beschikbaarheid en de verhandelbaarheid van fosfaatrechten wel in beeld? We willen namelijk niet aan het eind van het jaar geconfronteerd worden met boeren die klem komen te zitten omdat er te weinig fosfaatrechten zijn.
Minister Van Essen:
Dit is precies waarom ik hier de oproep doe dat boeren dit in 2026 niet opnieuw laten gebeuren. Kennen we die signalen? Ja, die kennen we. Die staan ook al een tijdje op Prikkebord. De NVWA heeft dat in zicht. Dat is ook de reden dat we extra hebben geïnvesteerd in handhaving en toezicht op precies dit domein.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat is het mooi om na een weekje afwezigheid de regering weer te kunnen controleren! Ik heb eigenlijk de volgende vraag. Wat is het bestuursrechtelijke spoor dat de minister wil gaan optuigen? Hoe en wanneer? Mijn tweede vraag is hoe het nou verder moet met de hoeksteen van het doelsturingsbeleid en de fosfaatrechten. Wat betekent deze calamiteit voor de ontwikkeling van dat spoor?
Minister Van Essen:
Bij dat bestuursrechtelijke spoor is de staande praktijk dat de toezichthouders van de NVWA dit constateren en doorgeleiden naar het OM en dat het OM deze zaak uiteindelijk in behandeling heeft en tot strafvervolging overgaat als dat aan de orde is. Een rechter besluit daar dan over. We zijn ook met elkaar aan het verkennen of we hier in het kader van het milieuspoor beter tegen op kunnen treden. Dat gebeurt eigenlijk al. Sinds we het toezicht en de handhaving hebben geïntensiveerd, zijn we aan het kijken wat we hierbij beter kunnen doen, maar uiteindelijk gaat het — laat dat ook duidelijk zijn — om een wet die door een individu overtreden wordt. Dat moeten we voorkomen. Dan over het fosfaatrechtensysteem: zoals ik net al aangaf, wordt het ook inzichtelijk in de emissie op je bedrijf op het moment dat je meer fosfaat produceert. In die zin hebben we nu dus extra toezicht en handhaving. Daarin zien we meer en is de pakkans vergroot. We zijn aan de andere kant ook een systeem aan het optuigen dat dat ook gewoon gaat laten zien in je stikstofuitstoot.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Laat helder zijn: we zijn niet voor overtredingen. Maar we zien ook dat er altijd een vrij hevige handel in fosfaatrechten is om dingen weer recht te trekken. Dat is op dit moment natuurlijk wel heel erg ingewikkeld, want fosfaatrechten zijn schaars en zijn onbetaalbaar geworden. Tegelijkertijd vragen we aan boeren om hun uitstoot heel erg te gaan verminderen. Ondernemers hebben nu natuurlijk ook wel een opgave: hoe ga je dit nou allemaal bij elkaar brengen? Mijn vraag aan de minister is dan ook: hoe houden die boeren het perspectief om te kunnen ondernemen en te investeren? Hoe weegt de minister deze situatie van het enorme tekort aan fosfaatrechten mee bij de verdere uitwerking van het stikstofbeleid?
Minister Van Essen:
Het is goed om te zeggen dat ik van plan ben om vrijdag te komen met een ondersteuningsbrief waarin we juist duidelijk maken hoe bedrijven aan normen kunnen voldoen en hoe ze daarbij worden geholpen. Wat betreft de hoeveelheid fosfaatrechten, het tekort en hoe duur die zijn, is het, denk ik, gewoon heel verstandig om op het moment dat je extra dieren in je stal wil zetten, te zorgen dat je de benodigde fosfaatrechten hebt of weet dat je ze aan het einde van het jaar kunt krijgen. Dan loop je hier ook niet tegenaan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Bijna een op de vier boeren houdt meer koeien dan is toegestaan. Dat heeft natuurlijk grote gevolgen voor de dieren zelf, maar het is ook slecht voor de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit, al die doelen die het kabinet wil halen. Nu is het ook zo dat het kabinet om die doelen te halen boerenbedrijven massaal met belastinggeld aan het uitkopen is. We kunnen het belastinggeld maar één keer uitgeven.
De voorzitter:
Uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Is de minister het met ons eens dat je eigenlijk nu vol moet inzetten op handhaving, ook om die doelen te helpen halen, voordat je doorgaat met het verspillen van belastinggeld aan uitkopen?
Minister Van Essen:
Volgens mij willen we allemaal dat de natuur herstelt en dat vergunningverlening vlot getrokken wordt, dus ik ben niet van plan om op een pauzeknop te drukken. Tegelijkertijd heb ik laten weten dat ik dit jaar wel degelijk meer geld heb uitgetrokken voor toezicht en handhaving bij de NVWA en dat het ook gewoon ontzettend belangrijk is, maar bovenal doe ik gewoon nogmaals de oproep dat individuen zich aan wetgeving hebben te houden. Dat is het probleem.
De voorzitter:
Het lid Kostić, tweede vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, voorzitter. Volgens mij blijf ik netjes binnen de 30 seconden, maar goed, ik probeer het.
De voorzitter:
Ik hou het allemaal bij, lid Kostić! Geen zorgen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, nou ja, goed.
De voorzitter:
U zat er wel overheen. Hou het dit keer binnen de 30 seconden, alstublieft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik denk dat we moeten constateren dat we in dit land te veel dieren houden. We hebben eerder zien gebeuren dat dieren zoals koeien daardoor eerder naar de slacht moeten. Dat willen we voorkomen. Het dreigt nu namelijk nog een keer te gebeuren. Je zou het kunnen oplossen door fokbeperkingen op te leggen. Is de minister het met mij eens dat we daarnaartoe zouden moeten? Zo voorkomen we dat er nu weer kalfjes worden geboren die straks vervroegd naar de slacht moeten.
Minister Van Essen:
Nee, een fokbeperking heb ik niet in mijn plannen staan. Dat ben ik niet voornemens.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het staat me enorm tegen hoe boeren in dit korte vragenuur worden neergezet als structurele criminelen, die zomaar voor eigen gewin meer koeien houden. Er zitten gevallen bij van boeren die tonnen schuld hadden bij een bank. Zij zaten helemaal in de knel. Ze hebben gekozen: of ze gingen failliet of ze verhoogden hun melkproductie. Er zit heel veel leed achter.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de minister van Landbouw vragen om daar een klein beetje compassie mee te hebben in plaats van mee te gaan in het verhaal van PRO dat het allemaal criminelen zijn. Er wordt zelfs gesproken over een strafblad.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat de minister zich goed informeren over de achtergrond van wat hier gaande is.
Minister Van Essen:
Ik doe dat uiteraard. Als mevrouw Van der Plas extra info voor me heeft, sta ik er altijd voor open om die te horen. Dat laat onverlet dat dit systeem er al sinds 2018 is. Het is gewoon heel duidelijk. Volgens mij is het in dit land ook zo dat je, als je wetten overtreedt, de kans loopt op een stevige sanctie. Als we dat niet met elkaar eerbiedigen, dan hebben we een heel groot probleem.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Het is beschamend hoe boeren hier worden weggezet als criminelen. Het gaat over het OM, handhaving en toezicht. Tuurlijk, we moeten ons aan de wet houden; daar zijn we het allemaal mee eens. Dit gebeurt echter niet willens en wetens. Ik ben het dus helemaal met mevrouw Van der Plas eens: hoe we daarover praten is echt ongekend. Ik kom tot mijn vraag. Als reactie op de berichtgeving roept de minister boeren die hun fosfaatrechten niet op orde hebben op om het voorstel voor het einde van het jaar te regelen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Begrijpt de minister dat dit heel lastig is wanneer het onduidelijk is of er überhaupt nog wel een toekomst is voor die melkveebedrijven in Nederland?
Minister Van Essen:
De berichten die we lazen over dat er overtredingen zijn geconstateerd, gaan ook over 2025. Dit jaar zijn er nog geen overtredingen geconstateerd. Dat kun je pas aan het einde van het boekjaar zeggen. In 2025 waren de plannen van het kabinet er niet. Ik vind dus dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft. Als je terugkijkt naar dat jaar — daarover ging de berichtgeving van de NVWA met name — zie je dat er toen overtredingen zijn geconstateerd.
De voorzitter:
Ik zie dat u nog een interruptie wil plegen, mevrouw Ten Hove, maar uw fractie heeft bij het vragenuur één vervolgvraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Zonder boer geen voer, is natuurlijk de uitdrukking. Deze minister is niet alleen de minister van Landbouw, maar ook van Voedselzekerheid. Het aantal boeren zal door deze maatregel minder worden. Is onze voedselzekerheid nou nog een aspect dat de minister meeneemt? Dit zal namelijk betekenen dat er straks nog minder melkboeren zijn. Het aantal boeren wordt minder. Wat betekent dat voor de voedselzekerheid? Hoe kijkt de minister daartegenaan?
Minister Van Essen:
Ik herken niet dat er door het handhaven van een wettelijk stelsel minder boeren komen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Nou breekt mijn klomp. Het aantal boeren loopt al jaren achteruit. Er wordt uitgekocht; daar hadden we het net over. Ik begrijp dus echt niet waar deze opmerking van de minister vandaan komt. Ik wil het volgende punt maken. Ik ga de vraag nogmaals stellen; het is de laatste keer dat ik hem kan stellen. Deze minister is ook de minister van Voedselzekerheid. Het aantal boeren loopt terug. Daar gaat dit hele debat over. Is onze voedselzekerheid überhaupt iets wat meeweegt? Zit dat ergens in het afwegingskader? Dat is mijn vraag.
Minister Van Essen:
Daar gaat dit debat niet over. De stikstofplannen gaan natuurlijk wél over voedsel en voedselbeschikbaarheid. We hebben de Wageningen Universiteit gevraagd om daarop te reflecteren in de reflectie die ze op dit moment schrijven.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik verbaas me er wel over dat diverse zogenaamde law-and-orderpartijen nu de zieligheidskaart van de boeren trekken. Ik zou niet alle boeren over één kam willen scheren, zoals ik net al zei, maar kan de minister bevestigen dat 10% van de boerenbedrijven in Nederland ongeveer twintig koeien te veel heeft ten opzichte van waar ze eigenlijk recht op hebben? Dat is heel fors.
Minister Van Essen:
Ik denk dat de NVWA daar flinke conclusies over trekt. Dat is precies de reden waarom we de extra inzet hebben gepleegd. We willen dat niet.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Tweede Kamer.
Vragen Van Brenk
Vragen van het lid Van Brenk aan de staatssecretaris van Financiën over het beleidsbesluit fiscale behandeling van DRV-uitkeringen.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Van Brenk voor haar mondelinge vragen aan de staatssecretaris van Financiën, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Mevrouw Van Brenk stelt haar mondelinge vragen namens de fractie van 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Er is eindelijk een uitspraak over de fiscale behandeling van werknemers die in Duitsland werkten en dubbel belasting betaalden over hun Duitse pensioen. Ze betaalden dus zowel belasting in Duitsland als in Nederland. Dit probleem speelt al heel lang. Martin van Rooijen van 50PLUS heeft hier toentertijd al met minister Kaag over gesproken. Die gaf aan: er is niets aan te doen. Niemand wilde zijn handen hieraan branden.
De afgelopen jaren is BBB hier aandacht voor blijven vragen. Dat is mooi, maar alle credits over dit onderwerp moeten naar Joop Beuting gaan, die inmiddels op ongekend hoge leeftijd, na tien jaar procederen bij de Hoge Raad eindelijk gelijk heeft gekregen in deze slepende zaak over dubbele belastingheffing op Duitse pensioenen.
Het heeft hem zowel qua energie als qua geld veel gekost om zijn gelijk te halen, maar er ligt een uitspraak. Je denkt dan dat dit met terugwerkende kracht netjes opgelost gaat worden, maar zo schijnt het niet te werken bij onze belastingen. Je kan pas gecompenseerd worden over het teveel dat je betaald hebt als je ieder jaar opnieuw bezwaar hebt gemaakt. Als je termijnen hebt laten verlopen, dan kan het allemaal niet meer. Hoe eerlijk is dit? Dat vraag ik ook aan de staatssecretaris. Wat betekent de betrouwbaarheid van de overheid nou als je als burger geen fouten mag maken, maar de Belastingdienst blijkbaar wel?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank. Dank voor deze vragen. Het is uiteraard fijn om het weer over dit onderwerp te kunnen hebben, omdat ook ik weet dat een heel aantal mensen zich hier zorgen over maakt. Het is misschien goed om te beginnen met benoemen waar we precies naar kijken.
De Hoge Raad heeft inderdaad in juni van dit jaar geoordeeld dat Duitse pensioenuitkeringen van de Deutsche Rentenversicherung niet altijd volledig in box 1 mogen worden belast. Een gedeelte dat bijvoorbeeld fiscaal aftrekbaar in Duitsland opgebouwd is, mag in box 1, maar het overige deel moet naar box 3 verplaatst worden. Dat betekent overigens — laten we daar maar eens mee beginnen — dat het voor heel veel mensen een stuk ingewikkelder is geworden om hun belastingaangifte te doen op basis van die Duitse rente, om het zo even te noemen in het Nederlands.
Voor belastingplichtigen betekent dat dat het complexer is geworden. Dat moeten we gewoon onderkennen. In de praktijk zal de grootste groep mensen in de toekomst minder belasting hoeven te betalen, omdat het van box 1 naar box 3 gaat. Er zijn ook gevallen bekend waarbij mensen daardoor juist net een beetje meer belasting moeten betalen.
Het punt van 50PLUS gaat natuurlijk over de terugwerkende kracht. Ik moet helaas de lijn van mijn voorgangers, die we ook in andere dossiers kiezen, bestendigen. Iets is pas jurisprudentie op het moment dat de Hoge Raad een uitspraak doet. Vanaf dat moment gaat het gelden. Dit geldt natuurlijk ook voor andere dossiers, bijvoorbeeld het herstel in box 3. Als u als Kamer vindt dat je met terugwerkende kracht al dit soort nieuwe jurisprudentie zou moeten verwerken, dan zouden we eigenlijk het debat moeten voeren om dat over de hele linie te doen. In het kader van de betrouwbare overheid besef ik dat ik iets zeg wat voor mensen thuis misschien niet heel behulpzaam zal klinken, maar iets in laten gaan du moment dat de Hoge Raad een uitspraak heeft gedaan, is in onze rechtspraak juist een manier om betrouwbaar te handelen.
Voorzitter. Ik wil toch iets zeggen richting de toekomst, want ik snap de zorgen van de mensen. Daar hebben we in het beleidsbesluit ook rekening mee gehouden. Mensen die een uitkering krijgen van het Duitse pensioen, zullen dat ook naar de toekomst toe krijgen. We hebben echt gekeken of we naar de toekomst toe een ruimhartige en eenvoudige regeling kunnen ontwikkelen, zodat daar ook iets van ruimhartigheid in zit. Dat betekent dat — dit is het laatste wat ik wil zeggen, voorzitter — mensen die misschien hun toeslag dreigen te verliezen omdat er opeens een stukje in box 3 bij komt — dat heb ik ook begrepen van 50PLUS — er gewoon voor mogen kiezen om het geheel toch in box 1 te houden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Er ligt een motie van BBB en 50PLUS om de Duitse werkers ruimhartig te compenseren. Die is aangehouden, maar die kan volgende week natuurlijk in stemming gebracht geworden. Dat hoeft niet als de staatssecretaris de verantwoordelijkheid neemt om dit onrecht te herstellen. Ik denk gewoon aan de heer Beuting, die hier tien jaar van zijn leven en heel veel geld aan heeft gewijd. De Belastingdienst had ook veel eerder kunnen zeggen: dubbele belasting is niet handig; dat gaan wij niet doen. Wat kan de staatssecretaris hierover toezeggen, ook richting de heer Beuting?
Staatssecretaris Eerenberg:
Onze lijn van pas handelen op het moment dat de rechter een uitspraak heeft gedaan, hou ik hier wel vast, ook vanwege al die andere dossiers waar dat op speelt. Ik vind dat die ruimhartigheid — die herken ik wel — vooral moet zitten in de regeling die nu voorligt. Er zit veel ruimte in voor individuele belastingplichtigen om een keuze te maken: ze mogen zelf bijvoorbeeld de verdeling kiezen aan de hand van een tabel. Dan hoeven ze ook niet dat ingewikkelde rekensommetje over box 3 en box 1 te maken. Ze mogen ervoor kiezen om de oude situatie te handhaven en dus alles in box 1 te laten zitten. Ze mogen de voor hen meest gunstige variant kiezen. We hebben er zelfs een tegenbewijsregeling aan toegevoegd; die kent u uit andere dossiers. Daarmee mogen mensen ervoor kiezen dat een andere route voor hen gaat gelden op het moment dat ze kunnen bewijzen dat ze daarmee beter af zijn. Op deze manier heb ik geprobeerd tegemoet te komen aan de mensen die zich hier zorgen om maken. Wat we los daarvan ook doen: heel veel informatie delen via het grensinformatiepunt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Vorige week is er een gesprek geweest van gedupeerden rondom pensioenen met de heer Vijlbrief. Dat kon niet met de heer Beuting, want — ik zei het al — die is kwetsbaar en op leeftijd. Maar er hebben zich nog meer mensen gemeld bij de ombudsman van Omroep MAX, die zich hiermee bezighoudt. Mijn vraag is of de staatssecretaris bereid zou zijn om net als de heer Vijlbrief met gedupeerden in gesprek te gaan om te kijken hoe dit nou leeft en welke mogelijkheden er voor hen zijn om tegemoet te komen aan hun problemen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar ben ik altijd toe bereid.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij met die toezegging. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid in de Tweede Kamer.
Vragen El Boujdaini
Vragen van het lid El Boujdaini aan de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit over het bericht "Anthropic waarschuwt richting beursgang dat AI veiligheidsprobleem voor wereld kan worden".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw El Boujdaini voor haar mondelinge vragen namens D66 aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, die wij nog niet in vak K zien zitten. Ik hoop dat zij wel onderweg is.
Bedankt voor het aanbod, excellentie. Maar nee, we wachten even een enkel ogenblik op de staatssecretaris. Ik schors voor een heel kort ogenblik. Ik hoop dat zij inmiddels al wel in de Kamer is.
De vergadering wordt van 14.28 uur tot 14.36 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Zojuist is aangekomen de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. We hebben even moeten schorsen totdat zij aanwezig was. Voordat ik mevrouw El Boujdaini het woord geef, kan zij misschien even in de richting van de Kamer verklaren waarom we hebben moeten schorsen voordat we mevrouw El Boujdaini in de gelegenheid konden stellen om haar vragen te stellen. Deze week is niet de eerste week waarin het vragenuur vanaf 14.00 uur is. Ik verlang eigenlijk van alle bewindspersonen dat ze op tijd aanwezig zijn in het parlement, dus op het moment dat het vragenuur plaatsvindt. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter, mijn excuses. Ik was er te laat door de regen. Ik had er al eerder willen zijn. Excuses.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw El Boujdaini voor haar vragen namens de fractie van D66.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vorige week de PHP-cybercrisis gehad, een kwetsbaarheid in de programmeertaal waar zo'n 70% van alle websites op draait. Die kwetsbaarheid werd gevonden met behulp van AI. Tegelijkertijd maakt AI het risico dat dit soort kwetsbaarheden misbruikt worden voor hacks en voor datalekken veel groter. Daarom wil ik het vandaag ook hebben over Anthropic en zijn waarschuwing over de gevaren van AI. Het was Anthropic zelf dat eerder dit jaar zijn krachtigste model niet aan het publiek gaf, omdat dat kwetsbaarheden kan vinden die misbruikt kunnen worden door cybercriminelen. Nu waarschuwt dit bedrijf, dat zelf naar de beurs gaat om miljarden op te halen, dat AI een veiligheidsprobleem is voor de hele wereld. Dit soort waarschuwingen horen we de laatste tijd vaker, van AI-bedrijven zelf, maar ook van wetenschappers.
Ik denk dat we dit met z'n allen dus ook heel erg serieus moeten nemen en dat we ons daarom volop moeten gaan inzetten voor de veiligheid van AI en het veilig gebruiken ervan. Daarom wil ik de staatssecretaris vragen hoe zij het risico voor onze soevereiniteit en nationale veiligheid ziet van machtsconcentratie bij een handvol buitenlandse AI-bedrijven.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter, dank u wel. We onderschrijven als kabinet het belang van de veiligheid of het veilig kunnen gebruiken van AI. Zoals wij daarnaar kijken, is dit een systeemverandering die aan de ene kant heel veel kansen biedt, maar waarbij we ons ook heel bewust moeten zijn van de risico's. Zoals u weet, werkt dit kabinet aan een Kamerbrief met een brede visie op AI, waarin deze thematiek uitgebreid aan de orde komt. Qua nationale veiligheidsrisico's op het gebied van AI kunnen we, zoals u zelf al aangaf, onderscheid maken tussen misbruik door AI, bijvoorbeeld het gebruik door kwaadwillenden van AI die echt specifiek wordt gebruikt voor het uitvoeren van cyberaanvallen, en misalignment van AI, waarbij het handelen van AI onvoldoende aansluit bij menselijke intenties en daarmee schade kan berokkenen. Die toenemende machtsconcentratie door AI leidt ook tot mogelijk risicovolle strategische afhankelijkheden en een verschuiving van de mondiale machtsbalans. Met name dat laatste brengt risico's met zich mee op het punt van de digitale autonomie. Nederland en de EU lopen achter in de ontwikkeling van AI, hoewel we een aantal sterke bedrijven in die AI-stack hebben. Dit maakt ons, bijvoorbeeld ook door geopolitieke schokken, kwetsbaar voor het wegvallen van AI-technologie en dienstverlening, waarvan we hier in de Kamer ook al wat voorbeelden hebben besproken. Om onze digitale autonomie te versterken zet het kabinet in op het mitigeren van risicovolle strategische afhankelijkheden en het vergroten van de Europese strategische onmisbaarheid in die AI-stack. Het doel is niet om als Nederland volledig zelfvoorzienend te zijn — ik denk dat we moeten erkennen dat we dat niet kunnen en ook niet willen — maar om voldoende eigen capaciteiten, toegang tot technologie en internationale onderhandelingsmacht te hebben.
Ik kan hier nog langer op doorgaan, maar ik kan me voorstellen dat mevrouw El Boujdaini een vervolgvraag heeft.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel. Ik ben blij om te horen dat de staatssecretaris digitale soevereiniteit echt hoog in het vaandel heeft staan, ook met betrekking tot AI, en dat we dit als Nederland zeker niet alleen kunnen. Daarom wil ik ook doorpakken op dit punt, want ik denk echt dat dit een signaal is dat we onze eigen AI in Europa zouden moeten gaan versterken, juist om niet afhankelijk te zijn van China en de VS. Mijn vraag daarbij is: hoe werkt de staatssecretaris daaraan? Hoe ziet zij daarin kansen om meer grip te houden op de ontwikkelingen van AI? Hoe zorgt zij ervoor dat onze Europese waarden daar ook echt in verankerd zijn?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik ben het er met mevrouw El Boujdaini over eens dat we de eigen AI-capaciteiten moeten versterken. We zetten dan ook in op een sterk AI-ecosysteem, zowel met toponderzoek als met start-ups en scale-ups die toegang hebben tot talent, kapitaal, de infrastructuur, kennis en de internationale markten. De oprichting van het NADI en de nationale investeringsinstelling, en de Nederlandse deelname aan het IPCEI AI dragen ook bij aan deze ambitie.
Mevrouw El Boujdaini had het ook over het houden van grip. Zij vroeg hoe wij daarnaar kijken. Ik denk dat het belangrijk is om hier ook te constateren dat techniek niet neutraal is. Dat hebben we al een aantal keer in de Kamer geconstateerd. Het is dus ook ontzettend belangrijk om juist vanuit de Europese waarden naar dit soort ontwikkelingen te kijken. De AI-verordening reguleert AI-systemen in Europa en stelt eisen op basis van een risicocategorisatie. Zo worden bepaalde AI-producten die wij met z'n allen onwenselijk vinden verboden en worden er extra producteisen gesteld aan de AI-systemen met een hoog risico. Daarin worden de Europese waarden beklonken.
Nederland prefereert op het gebied van AI de internationale samenwerking via al bestaande mandaten en structuren in plaats van alleen maar het opbouwen van nieuwe afspraken. Hiermee worden ook de Nederlandse en Europese waarden beschermd. Naast de AI-verordening zijn er verschillende internationale kaders waarin de normen zijn vastgelegd over de ontwikkeling en het gebruik van AI. Nederland draagt daar heel actief aan bij. Denk aan de AI-principes van de OESO, de "Recommendation on the Ethics of AI" door alle UNESCO-lidstaten en het Hiroshima AI Process Reporting Framework, een vrijwillig internationaal instrument dat organisaties helpt bij het rapporteren over hun risicobeheer en bij het inzetten en ontwikkelen van hun frontier AI-modellen. Nederland moedigt landen ook actief aan om zich aan te sluiten bij de Framework Convention van de Raad van Europa, een van de bindende verdragen over artificiële intelligentie, mensenrechten, democratie en de rechtsstaat. Onze minister-president organiseerde zelf ook tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een sessie om hierover door te praten in het internationale kader.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Goed om te horen dat Nederland ook internationaal zo betrokken is op dit onderwerp. Ik wil heel even terugkijken naar twee weken geleden. Toen stond ik hier voor het cyberincident dat bij de Albert Heijn plaatsvond. Ik had het daarover met de collega van deze staatssecretaris. Daaruit werd eigenlijk heel duidelijk dat digitale veiligheid en weerbaarheid echt ons allemaal aangaat. Daarom heb ik ook nog de volgende vraag aan de staatssecretaris. Hoe wordt er binnen het kabinet samengewerkt om de veiligheidsrisico's van AI te mitigeren?
Staatssecretaris Aerdts:
Mevrouw El Boujdaini noemt twee incidenten die we in de afgelopen weken hebben gezien. We hebben daar, denk ik, ook gezien dat we als kabinet heel nauw samenwerken op dit terrein. We hebben daarin allemaal onze eigen verantwoordelijkheid. De minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor cybersecurity. We hebben met elkaar ook afgesproken dat we op bepaalde domeinen allemaal onze eigen systeem- of onderwerpverantwoordelijkheid hebben. Mijn collega staatssecretaris van Landbouw is verantwoordelijk voor de voedselzekerheid en dat heeft ook een digitale component, net zoals eigenlijk alle onderdelen waar we binnen het kabinet met elkaar over spreken. Elk beleidsdomein heeft zijn eigen digitale component. Mijn collega’s hebben daarin ook allemaal hun eigen verantwoordelijkheid.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik ben blij om te horen dat er binnen het kabinet een gedeelde verantwoordelijkheid wordt gevoeld op dit onderwerp. Ik denk namelijk dat daarmee valt of staat hoe succesvol we hierin gaan zijn.
Ik wil toch even terugpakken op het internationale aspect waar de staatssecretaris net al eerder over begon. We hebben in Europa inderdaad de AI Act. We doen ook veel mee aan allerlei internationale afspraken en verdragen. We tekenden in september bijvoorbeeld mee voor de Call for Control of Frontier AI Models. Ik ben nog wel benieuwd en opzoek naar wat de volgende stap is naar de echte internationale afspraken die we met elkaar op dit onderwerp kunnen maken.
Staatssecretaris Aerdts:
De Call for Control of Frontier AI Models roept op dat AI aan menselijke sturing en controle onderhevig moet blijven en dat AI in overeenstemming met het internationale recht moet worden ontwikkeld en gebruikt. Er wordt gepleit voor strengere veiligheidsprotocollen, een onafhankelijke evaluatie, en het versterken van internationale verificatie- en normenstelsels. Het kabinet zet in het licht van die ontwikkelingen onder andere in op het verhogen van de digitale weerbaarheid van Nederland als geheel, op een consequente en effectieve handhaving van toepasselijke regels in de Europese Unie en op het versterken van het internationale normatieve kader. Ik noemde net een aantal voorbeelden. Nederland is natuurlijk ontzettend actief op het VN-platform in Genève als het gaat om de ontwikkeling van die internationale normen voor AI. Conform de internationale AI-strategie zet Nederland onder andere in op samenwerking op het gebied van AI-veiligheid door de toetsing en controle van de systemen als ze worden ontwikkeld en ingezet. Daarnaast vindt het kabinet het van belang dat Nederland en ook de Europese Unie hun eigen AI-capaciteiten, onder andere op het gebied van AI-infrastructuur, en talent versterken, juist om die keuzemogelijkheden van toepassingen van verantwoorde AI te behouden.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Tot slot, voorzitter. Dank u wel voor de beantwoording. Ik wil het graag nog wel even hebben over onze eigen overheid, want binnen de overheid gebruiken we ook steeds meer AI. Daarom is het ook extra belangrijk dat dat dus ook veilig gebeurt. Ik wil dus graag nog de vraag stellen hoe we ervoor zorgen dat dat veilig is en dat we ook daadwerkelijk regie daarop houden als overheid.
Staatssecretaris Aerdts:
De overheid is inderdaad via verschillende wegen bezig om veilig gebruik van AI binnen de overheid te organiseren, zowel bij de Rijksoverheid als bij de medeoverheden. Begin 2027 wordt de Kamerbrief over de slagvaardige overheid uitgebracht. Het kabinet wil AI steeds breder toe gaan passen binnen de randvoorwaarden veiligheid, kwaliteit en soevereiniteit en natuurlijk ook de waarden die we daarin meenemen. Het sluit ook aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Daar maakt het veilig gebruik van AI integraal een deel van uit. Juist vanuit die NDS zetten we als overheid niet alleen maar in op het verzilveren van de kansen, maar delen we ook hoe we om moeten gaan met die zorgen over verantwoorde inzet van AI en algoritmes, transparantie, veiligheid en democratische controle. In de visiebrief Digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid uit december 2025 wordt hier ook al een aanzet toe gegeven, maar dit zal specifieker terugkomen in de brief van volgend jaar.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dan kijk ik uit naar de brief van volgend jaar. Dank u wel.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het begint inmiddels een beetje op een klassieke catch 22 te lijken. Als Anthropic doorgaat, hebben we meer risico's; als zij op de rem trappen en de concurrenten het overnemen, hebben we ook meer risico's. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom: hoe gaan we die catch 22 doorbreken? Hoe gaan we voorkomen dat maatschappelijke risico's ondersneeuwen vanwege die concurrentiestrijd, die hartstikke commercieel is? Hoe gaan we er ook nog eens voor zorgen dat de marktpositie van deze hele grote AI-bedrijven niet alleen maar steviger wordt, als we strengere veiligheidsregels gaan invoeren?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik ben er ontzettend blij mee dat we die vangrail hebben. We hebben dit gesprek in de Kamer, denk ik, al een aantal keer gevoerd. Aan de ene kant schatten bedrijven zelf mogelijke risico's en gevaren in en roepen ze ook: maak nou regels. Daarom ben ik blij dat we in Europa met de AI-verordening ook een aantal afspraken hebben gemaakt over wat we absoluut niet willen, wat verboden is en wat we daaraan gaan doen. Aan de andere kant denk ik dat het ook belangrijk is om juist in Europa te gaan investeren in eigen infrastructuur, in eigen bedrijven en in ervoor zorgen dat je daarin niet alleen de afhankelijkheid van een aantal grote bedrijven hebt.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Amerikaanse techmiljardairs hebben op dit moment de wereld gewoon bij de ballen. Letterlijk: van Anthropic dat opgeblazen naar de beurs wordt gebracht tot Europese techbedrijven die op terrorismelijsten worden gezet. Het is allemaal onderdeel van dezelfde strategie. Het is echt hoog tijd dat wij als Tweede Kamer weten wie in het kabinet opstaat en verantwoordelijk is om te gaan beschermen wat wij in Nederland en in Europa belangrijk vinden. Op dit moment was er zelfs een vraag van de Amerikanen om een Nederlandse serverkast leeg te trekken. Dat werd ook gehonoreerd. De vraag is nu eigenlijk: wie staat er in dit kabinet op om ervoor te zorgen dat beschermd wordt wat wij in Nederland en in Europa belangrijk vinden? Is dit kabinet bereid om een minister van Digitale Zaken aan te wijzen om dat te gaan doen?
Staatssecretaris Aerdts:
De coalitieonderhandelingen zijn wat dat betreft afgerond. We zijn in februari begonnen en dit is het pakket wat we met elkaar hebben afgesproken. Waar ik heel blij mee ben en wat je de afgelopen weken gezien hebt, is dat wij dit zien als een taak van het hele kabinet. Het is niet iets wat je af kan schuiven of neer kan leggen bij één persoon. Iedereen heeft hierin zijn eigen verantwoordelijkheid. Ik ben de coördinerend bewindspersoon en hierbij gaat het om de minister van Justitie en Veiligheid omdat het gaat om cybersecurity.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nederland is hét digitale knooppunt van Europa. Als we de AI-boot dreigen te missen, glipt dat knooppunt door onze vingers heen, en dus ook al het verdienvermogen dat we voor Nederland en onze welvaart kunnen regelen. Als het ons niet lukt om AI-bedrijven hier groot te maken, waarom halen we dan niet een keertje een Anthropic naar Nederland? Waarom nodigen we hen niet uit om hier naar de beurs te gaan? Dan hebben we namelijk die controle over de veiligheidseisen en over wat we wel en niet toe willen staan met AI. Dus wat gaat deze staatssecretaris doen om dit soort bedrijven niet alleen uit te nodigen om naar Nederland te komen, maar er ook voor te zorgen dat zij daadwerkelijk op die uitnodiging in willen gaan?
Staatssecretaris Aerdts:
Wat betreft het toekomstig verdienvermogen van Nederland: gisteren hadden we een heel mooie conferentie, georganiseerd door de minister van Economische Zaken, waar we heel uitgebreid over die toekomstige welvaart en het verdienvermogen hebben gesproken, juist ook heel uitgebreid over de randvoorwaarden. We zien dat er heel veel bedrijven in Nederland kunnen starten en dat er heel veel talent aanwezig is. Maar wat is er nou nodig om op te schalen? Want opschalen kan best ingewikkeld zijn. Dat is een onderwerp dat ik ook met mijn collega's bespreek, want dat gaat ook over de financiële kaders en soms over het arbeidsrecht in Nederland. Dat zijn dus discussies die we met elkaar voeren en waarover we ook een aantal dingen zullen zeggen in de AI-visie die u binnenkort kan verwachten. Daarom denk ik dat dit een hele belangrijke is waar we ook op in gaan zetten.
Wat een mooi inzicht geeft is het volgende. Natuurlijk is die toegang tot frontiermodellen voor bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als het gaat om die veiligheidsdynamiek, ontzettend belangrijk. Maar het gaat ook om AI-adoptie. Het gaat erom hoe wij allemaal, maar ook het mkb in Nederland, waar een groot deel van de economie op draait, AI kunnen gebruiken. Het gaat erom dat we het kunnen gebruiken en dat we weten hoe we dat kunnen laten inzetten door je medewerkers, waardoor je weet dat je sneller kan, misschien meer handen aan het bed kan houden en ook taken over gaat houden. Het inzetten op een versnelde AI-adoptie is een heel belangrijk speerpunt, ook voor Nederland.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vroeg mij eigenlijk af of het niet een beetje symbolisch is dat de staatssecretaris veel te laat komt bij dit vragenuur. Is dat niet symbolisch voor dit hele dossier? We zien dat het kabinet eigenlijk achter de feiten aanloopt.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik ben heel blij dat we als kabinet juist deze versnelling in aan het zetten zijn, dat we met elkaar hebben nagedacht over hoe we die visie op AI vorm gaan geven en dat we bezig zijn, ook in het internationale domein, om overal te kijken waar we het meeste kunnen toevoegen. Dat is, denk ik, een belangrijke stap, zodat we de tijd ook hebben om daar met elkaar naar gekeken te hebben en dit ook als kabinet als geheel uit te dragen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag. Tegelijkertijd zien we namelijk dat die ontwikkelingen heel snel gaan. We zien ook dat het niet gaat om ooit, ergens in de toekomst, een verschuiving van de machtsbalans, maar nu al. Dit gebeurt nu, in Nederland, maar we lopen erachteraan. Sterker nog, je ziet dat we gebruikmaken van dit soort modellen, die we helemaal niet in Nederland zouden moeten willen. Ik zie dat het kabinet Woo-verzoeken, opsporingen, woordvoeringen van de premier op deze manier vormgeeft. Dan is de vraag: is het niet veel logischer om op dat soort punten nu de pauzeknop in te drukken?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik gaf net ook al aan dat wij als kabinet heel erg geloven in de kansen die AI ons kan bieden, juist ook om efficiënter te kunnen werken, om ervoor te kunnen zorgen dat je sneller stappen maakt en om gebruik te kunnen maken van de mooie kanten. Bijvoorbeeld bij bodembeheer kan je met AI veel sneller en veel efficiënter optreden. Om dat dus te laten liggen omdat we ook risico's zien ... Dat zie ik helemaal niet. Nadrukkelijk zal daarbij onze lijn zijn dat we AI willen inzetten voor de welvaart maar ook het welzijn van alle Nederlanders.
De heer Van den Berg (JA21):
Het is eigenlijk tekenend dat we de staatssecretaris hierbij te laat zien komen, want dit is niet het enige punt waarbij dat plaatsvindt. Ik hoor de staatssecretaris namelijk zeggen dat er gisteren een conferentie is geweest waarbij de staatssecretaris aanwezig is geweest, maar ik kan dat niet zien in de agenda van de staatssecretaris, want die wordt ook al weken te laat gepubliceerd op de website. Als we dan kijken naar de veiligheidsincidenten van vorige week, met het PHP-lek, zien we dat er geen concrete maatregelen van het kabinet zijn gekomen om dit lek sneller op te lossen, hoeveel bedrijven en overheidswebsites er ook nog kwetsbaar zijn. Kortom, er gebeurt gewoon niks, maar er wordt wel heel veel gesproken. Mijn vraag is daarom: wat gaat de staatssecretaris nu concreet doen om al deze zaken aan te pakken en ons wel weerbaar te maken, in plaats van al die mooie conferenties?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik moet misschien eerst even iets recht zetten. Ik ben ontzettend trots op wat het NCSC vorige week heeft gedaan. Dat heeft namelijk alle bedrijven die daarvan op de hoogte moesten zijn op alle mogelijke manieren geïnformeerd, zodat ze zelf hun eigen maatregelen konden treffen om hun websites veilig te houden. In een aantal gevallen heeft dat ervoor gezorgd dat ze die websites offline hebben gehaald. Dat werkte heel erg goed. Op dat moment moet er ook gewacht worden totdat er een patch is die de kwetsbaarheid op kan lossen. Daar wordt dan met man en macht aan gewerkt. Op het moment dat die er is, wordt die getest en dan wordt dat ook bekendgemaakt, zodat mensen daarmee aan de slag kunnen gaan. Dat is het systeem dat we met elkaar hebben ingericht en waarvan ik heel blij ben dat dat zo goed heeft gewerkt. Ik denk ook dat u de medewerkers van het NCSC tekortdoet als u zegt: er zijn geen maatregelen getroffen. Die zijn namelijk nadrukkelijk getroffen. Dat hebben zij volgens mij fantastisch gedaan. De minister van Justitie en Veiligheid heeft hier mede namens mij ook een brief over gestuurd, waarin staat dat het op dit moment niet bekend is dat er veiligheidsincidenten zijn geweest of dat die kwetsbaarheid is uitgebuit. Maar daar wordt natuurlijk nog nadrukkelijk onderzoek naar gedaan.
Verder laat dit, denk ik, ook heel nadrukkelijk zien dat bedrijven zich moeten voorbereiden. We zijn namelijk afhankelijk. Als zoveel procent van de websites deze programmeertaal gebruikt en in het geval van zo'n kwetsbaarheid geen alternatief beschikbaar heeft, is het ook ontzettend goed om je bedrijf daarop voor te bereiden. Wat ga je daarin doen? Welke systemen heb je altijd nodig? Heb je je data als back-up? Die campagne over "je weerbare zaak" loopt ook, dus daar zijn we nadrukkelijk mee bezig. Volgens mij komt daar volgende week ook weer een nieuwe flyer van uit.
De heer Van den Berg (JA21):
Maar dat is geen antwoord op de vraag. Ik zei ook helemaal niks over het NCSC, ik had het over het handelen van de staatssecretaris. Ik zag het ook in de bijdrage van mevrouw El Boujdaini; er wordt heel veel opgedreund van wat er al bekend is, maar wat zijn nou de echt nieuwe stappen die de staatssecretaris neemt? We kunnen het namelijk hebben over de dreiging van AI en over wat Anthropic doet — dat is allemaal terecht; daar moeten we ons zorgen over maken — maar als wij onszelf dus niet vanuit de leiding van de staatssecretaris echt weerbaarder maken tegen die aanvallen, wat verandert er dan door deze discussie elke week met elkaar te voeren?
Staatssecretaris Aerdts:
Volgende week, in november, zal het actieplan cyber en AI, dat door mijn collega's van JenV en BZK en door mijzelf is opgesteld, naar uw Kamer worden gestuurd. Daarin gaan we daar heel specifiek op in. Maar dat weerbaar maken van bedrijven zie ik als een ontzettend belangrijke taak. U kunt dat nu afdoen als niet nieuwe, niet voldoende maatregelen, maar onze weerbaarheid zit er nadrukkelijk ook in dat bedrijven echt gaan nadenken over: "Wat betekent dit voor mij? Wat is m'n back-upplan? Waar staat mijn data? Hoe heb ik toegang? Hoe kan ik met een workaround zo snel mogelijk doorwerken?" Wat we zien als het gaat om AI, is dat er in software bijna altijd kwetsbaarheden zitten. Die zien we, die moeten ontdekt worden en die moeten gepatcht worden. Dat zal door AI alleen maar veel sneller gaan. Het enige wat je daar als bedrijf zelf aan kan doen, is jezelf weerbaarder maken, bekend zijn met je eigen kwetsbaarheden en afhankelijkheden en daaraan werken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik wil het graag hebben over het bedrijfsleven, dat geld zou kunnen verdienen met AI. Lang geleden zei een collega een keer tegen mij: je hebt principes en je hebt vaste lasten. Dat is echt heel lang geleden, maar ik heb het altijd onthouden. Ik hoor deze staatssecretaris spreken over heel veel mooie principes, over wat we allemaal zouden moeten hebben aan regels voor AI, maar als je niet bereid bent een hek om Europa heen te zetten en ervoor te zorgen dat het bedrijfsleven in Nederland, zonder last te hebben van Chinese en Amerikaanse bedrijven, onze digitale toekomst mede vorm kan geven, heb je uiteindelijk helemaal niets. Zijn de staatssecretaris en dit kabinet daartoe bereid? Zo niet, is de conclusie dan niet dat het heel veel mooie woorden zijn, maar geen daden?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik deel de zorg van mevrouw Keijzer als het gaat om het bedrijfsleven en hoe je je er goed tegen kunt wapenen. Ten aanzien van een hek om Europa zetten, zeg ik het volgende. De internationale handel maar ook de onlinewereld kennen niet dit soort grenzen. Je kan niet in één keer afschakelen zonder dat je op een land zoals China zou gaan willen lijken. Wat ook werd aangestipt, wat denk ik heel interessant is, is dat je ook kunt gaan nadenken over hoe je de cybersecurity zo goed kunt inregelen dat het een soort trademark van Nederland wordt en wij juist de meest degelijke cybersecuritybedrijven hebben, die ook kunnen helpen om ervoor te zorgen dat je hierin minder kwetsbaar bent.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat heel deze discussie draait om de machtsconcentratie. De staatssecretaris noemde dat net ook. Tegelijkertijd is het antwoord op de machtsconcentratie bij die paar hele rijke biljardairs er niet. Daar maak ik me zorgen over. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe gaan we de machtsconcentratie verkleinen en hoe gaan we zorgen dat er op Europese waarden gestoelde alternatieven voor in de plaats komen? Vanuit dit kabinet is er namelijk nul euro extra beschikbaar gesteld om dat te gaan doen. In mijn ogen is dat onmogelijk als je niet bereid bent daarin te investeren.
Staatssecretaris Aerdts:
Het punt van machtsconcentratie dat de heer Dassen aanstipt, delen wij. We gingen daar net ook op in. Voor ons is het antwoord ook ervoor te zorgen dat Europa de randvoorwaarden creëert dat bedrijven hier niet alleen kunnen opstarten, maar ook kunnen opschalen en vervolgens in Europa kunnen blijven. Je moet wat mij betreft niet alleen in Europa, maar ook met andere gelijkgestemde landen — ook wel andere "middle powers" genoemd — een blok vormen en aangeven hoe wij AI willen ontwikkelen en inzetten, juist met de waarden waar we eerder over spraken.
De heer Dassen (Volt):
Maar dat kan niet als er geen geld beschikbaar is. Dit kabinet heeft geen extra geld beschikbaar gesteld voor de randvoorwaarden en de investeringen daarin, dus hoe gaan we die alternatieven dan verkrijgen? Dat is ook waarom wij pleiten voor een minister en een ministerie van Digitale Zaken, met budget, doorzettingsmacht en een mandaat om dat voor elkaar te gaan krijgen. Is de staatssecretaris het ermee eens dat als we dit echt willen, we daar dan ook naartoe moeten, dat er geld voor beschikbaar moet zijn en dat er doorzettingsmacht moet komen om dat te realiseren?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik ben heel blij dat we daar als kabinet wel in investeren. Met de investering van 120 miljoen in IPCEI AI zijn we aan het kijken hoe je dit onderzoek kan doen en hoe je ervoor kan zorgen dat ook dit Europese ecosysteem daarin kan groeien. Ik weet dat meneer Dassen daar graag veel meer voor beschikbaar had gezien, maar dit zijn wel nadrukkelijk de investeringen die wij doen om het Europese ecosysteem te laten groeien.
De heer Ergin (DENK):
We zien dat autonome AI-modellen computers binnendringen en mensen chanteren, bijvoorbeeld als een medewerker van een bedrijf het AI-model wil uitschakelen. We zien dat het een wapen is in handen van criminelen. De vraag is wat er nou nodig is om ervoor te zorgen dat aan het einde van deze technologische ontwikkeling de mens nog in controle is en niet machines, robots, taalmodellen en AI-modellen de mens domineren, zoals in sciencefictionfilms. Wat is er nodig om dat te voorkomen?
Staatssecretaris Aerdts:
Daarvoor is nodig dat we de ontwikkeling niet alleen nadrukkelijk volgen, maar ook zelf vormgeven en die waarden meenemen in de ontwikkeling. We hebben ook heel nadrukkelijk in Europa gezegd wat we niet willen. Er zijn een aantal voorbeelden waarvan we hebben gezegd dat we niet willen dat AI daarin wordt gebruikt of die we zo kwetsbaar vinden dat het alleen binnen een heel smalle bandbreedte zou kunnen. Ik ben het namelijk met u eens dat bepaalde beslissingen uiteindelijk gewoon door mensen … AI zien wij als een hulpmiddel dat ons heel goed kan helpen, maar voor bepaalde afspraken hebben wij gezegd dat er mensen aan te pas moeten blijven komen.
De heer Ergin (DENK):
Maar is dat niet precies het probleem? Anthropic wees er bij de beursgang op dat het risico is dat zij het als bedrijf, als ontwikkelaars zelf niet eens onder controle kunnen houden. Ik maak me dan wel zorgen als ik de staatssecretaris hier hoor zeggen "ja, we moeten het controleren en we doen dat zelf niet" en ik haar eigenlijk geen antwoord hoor geven op de vraag hoe, terwijl de bedrijven zelf zeggen dat ze bang zijn dat zij straks geen controle meer hebben over deze autonome AI-modellen. Wat gaat de staatssecretaris daar precies mee doen?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik denk dat u hier een heel interessant punt aanstipt. De bedrijven hebben daar natuurlijk zelf ook een verantwoordelijkheid in. Het is heel makkelijk om iets te maken en vervolgens te zeggen: hoe zit het met onze eigen verantwoordelijkheid? Daar spreken wij hen nadrukkelijk op aan. Daarnaast zeggen we in Europa: "Dit zijn de vangrails. Als u hier wilt opereren, gebeurt dat op deze manier."
De voorzitter:
Voordat ik naar de heer Vermeer ga, vraag ik om een beetje orde in de zaal, want het is niet te verstaan. De mensen op de publieke tribune kunnen het niet verstaan. De heer Vermeer heeft nog een vraag aan de staatssecretaris.
De heer Vermeer (BBB):
AI wordt steeds krachtiger. Dan hebben we nog de kansen van quantum computing, die de bedreigingen nog groter maken. Anthropic geeft deze waarschuwing, maar er zal ook wel een beetje het idee achter zitten van: bescherm ons, want wij zijn de good guys. Maar het maakt natuurlijk niets uit of je nu door de hond of door de kat wordt gebeten. Mijn vraag is naar aanleiding van het incident van vorige week. Het crisiscentrum heeft goed gereageerd. Daar ben ik blij mee, maar hoe reflecteert de staatssecretaris erop dat dit in andere landen een kwestie van bijvoorbeeld de minister-president was, die bedrijven en mensen toesprak? Moeten wij het niet op die manier meer lading geven?
Staatssecretaris Aerdts:
Wij hebben hiervoor als kabinet een heel nadrukkelijke taakverdeling gemaakt, waarin de minister van Justitie en Veiligheid in eerste instantie verantwoordelijk is voor cybersecurity en ik de coördinerend bewindspersoon ben. Ik gaf net aan dat het er ook van afhangt waar het incident plaatsvindt. We weten dat er in de toekomst incidenten gaan komen. Daarbij heeft iedereen een eigen verantwoordelijkheid. Als het om de zorg gaat, is dat de minister van zorg, et cetera. Dit is dus nadrukkelijk een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij vorige week de minister van Justitie en Veiligheid in the lead was.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors een heel kort ogenblik en dan gaan we stemmen. De vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik verzoek u uw plaatsen in te nemen.
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden moties-Kostić/Teunissen (21501-33, nrs. 1244 en 1245).
Voordat we gaan stemmen, is er een voorstel van mevrouw Van der Plas. Daarvoor geef ik haar het woord. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil graag vragen … Ik heb even niet voor de geest welk nummer het is.
De voorzitter:
Het is agendapunt 8.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het gaat over de milieucriminaliteit. Ik wil graag vragen om uitstel van de stemmingen over de implementatiewet en ook over de amendementen. We hebben namelijk in het debat gevraagd of duidelijk gemaakt kan worden welke gevolgen dit eventueel zou hebben voor PAS-melders. Daar heeft de minister antwoord op gegeven, maar niet naar onze tevredenheid, in de zin dat de onduidelijkheid er voor ons nog steeds is. Wij hebben vervolgvragen gesteld. Wij hebben gevraagd aan de minister om die uiterlijk volgende week beantwoord te hebben. Dan kunnen wij een betere afweging maken over dit wetsvoorstel en over de voorliggende amendementen.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas stelt voor om de stemmingen onder punt 8, over de Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit, van de stemmingslijst uit te stellen. Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het zou niet zo moeten zijn dat de PAS-melders dit er nog eens overheen krijgen, dus steun voor dit verzoek.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat ons betreft moet ecocide zo snel mogelijk strafbaar worden gesteld, dus geen steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Sneller (D66):
Het is een beetje een onduidelijk verzoek, want er ligt ook een motie over de PAS-melders, waarover we gaan stemmen, onder agendapunt 9. Maar als collega Van der Plas alleen die antwoorden wil afwachten en we volgende week stemmen, dan akkoord.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Steun.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Geen steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Goed om volgende week te stemmen.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Sneller.
Mevrouw Straatman (CDA):
Prima om volgende week te stemmen; steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Als een collega nog wacht op informatie, lijkt het me niet meer dan logisch om daarin te voorzien en later te stemmen.
De heer Dassen (Volt):
Daar sluit ik me bij aan; steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
De heer Dekker (FVD):
Steun.
De voorzitter:
Er is een meerderheid. Er zal later worden gestemd over agendapunt 8 op de stemmingslijst.
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen Alcoholmeterwet
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de Alcoholmeter als controlemiddel om toezicht te houden op de naleving van een alcoholverbod (Alcoholmeter) (36585).
(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)
In stemming komt het amendement-Bikkers (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Alcoholmeter
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de Alcoholmeter als controlemiddel om toezicht te houden op de naleving van een alcoholverbod,
te weten:
- de motie-Van der Plas over toxicologisch onderzoek naar alcohol en drugs als onderdeel van het overlijdensonderzoek in het geval van dodelijke verkeersongevallen (36585, nr. 8);
- de motie-Mutluer c.s. over bij de implementatie van de Alcoholmeter expliciet aandacht besteden aan plegers van huiselijk geweld bij wie alcohol een aantoonbare risicofactor is (36585, nr. 9);
- de motie-Mutluer over het alcoholslot voortvarend een wettelijk verankerde plek geven in het beleid (36585, nr. 10);
- de motie-Mutluer/Mathlouti over het aantal controles op alcohol en drugs in het verkeer opvoeren en zo de pakkans vergroten (36585, nr. 11);
- de motie-Mathlouti over in kaart brengen welke aanvullende maatregelen effectief kunnen worden ingezet bij zware alcoholovertreders (36585, nr. 12);
- de motie-Mathlouti/Van der Plas over de registratie van alcohol- en drugsgebruik bij ernstige en dodelijke verkeersongevallen structureel verbeteren (36585, nr. 13);
- de motie-Bikkers over bevorderen dat in de regel ongeldigverklaring wordt gevorderd bij zaken tegen herhaalde drank- en drugsrijders (36585, nr. 14).
(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)
In stemming komt de motie-Van der Plas (36585, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (36585, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer (36585, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer/Mathlouti (36585, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mathlouti (36585, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mathlouti/Van der Plas (36585, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikkers (36585, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen Wet verbetering aanpak rijden onder invloed
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) (36586).
(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)
De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Dekker. Gaat uw gang.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. Mijn stemverklaring geldt het amendement-Faber op stuk nr. 24, I. Dit amendement houdt in dat het maximaal toegestane alcoholpromillage in het verkeer wordt teruggebracht naar nul. Rijvaardigheid wordt door ontelbare factoren beïnvloed. Ernstig drankmisbruik is hier ongetwijfeld een van. Hieraan zijn in de huidige wetgeving dan ook terecht strenge eisen gesteld. Maar voor één enkel glaasje bier of wijn geldt dit niet. Iedere bewegingsvrijheid, ja, alles wat het leven leuk kan maken, moet blijkbaar wijken voor theoretische veiligheid. Risicomijding voor alles! Hier hebben wij principieel bezwaar tegen. Risico's horen bij het leven, genot en vrijheid gelukkig ook. Daarom stemt FVD tegen dit amendement.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het amendement-Faber (stuk nr. 24, I) tot het invoegen van een onderdeel 0A.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 24 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 12) tot het invoegen van een onderdeel Ja.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Schilder (stuk nr. 14) tot het invoegen van een onderdeel Ka.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het tweede nader gewijzigde amendement-Schilder (stuk nr. 23, I) tot het invoegen van een onderdeel La.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit tweede nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit tweede nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 23 voorkomende tweede nader gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Schilder (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Faber (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Faber (stuk nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Mutluer (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Straatman (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van der Plas (stuk nr. 12), de tweede nader gewijzigde amendementen-Schilder (stuk nrs. 23, I en II), het gewijzigde amendement-Schilder (stuk nr. 18), het amendement-Faber (stuk nr. 9), het amendement-Mutluer (stuk nr. 20), het gewijzigde amendement-Straatman (stuk nr. 21) en het amendement-Van der Plas (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming brief Dechargeverlening minister van OCW inzake het gevoerde financieel beheer in 2025
Aan de orde is de stemming over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gevoerde financieel beheer in het jaar 2025 (36945, nr. 30).
De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de commissie voor de Rijksuitgaven te besluiten en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.
Daartoe wordt besloten.
Stemming motie De wolf in Nederland
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de wolf in Nederland,
te weten:
- de motie-Beckerman over onderzoek naar de invloed van preventieve maatregelen op de ontwikkeling van het aantal wolven en roedels in Nederland (33576, nr. 531).
(Zie vergadering van 1 september 2026.)
In stemming komt de motie-Beckerman (33576, nr. 531).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit),
te weten:
- de motie-Straatman/Bikkers over alleen in uitzonderlijke gevallen strafrechtelijk handhaven als iemand een vergunning heeft (36876, nr. 14);
- de motie-Van Oosterhout/Mutluer over rapporteren hoe maatschappelijke schade, pakkans en afschrikwekkende werking worden gewogen in de handhavings- en opsporingsprioriteit (36876, nr. 15);
- de motie-Van Oosterhout/Mutluer over vervuilers strafrechtelijk vervolgen en de wederrechtelijk verkregen voordelen ontnemen (36876, nr. 16);
- de motie-Teunissen over onderzoeken of de relevante bepalingen uit de EU-richtlijn kunnen worden geïmplementeerd in het Wetboek van Strafrecht BES (36876, nr. 17);
- de motie-Teunissen over een integrale herziening van het milieustrafrecht (36876, nr. 19);
- de motie-Van der Plas over PAS-melders niet vervolgen vanwege het ontbreken van de beloofde natuurvergunning (36876, nr. 20);
- de motie-Van der Plas over een regeling om redelijke kosten van rechtsbijstand te vergoeden als strafrechtelijk onderzoek voortkomt uit een vergunningsfout van de overheid (36876, nr. 21);
- de motie-Van der Plas over afspreken dat vergunningverlenende overheden fouten in vergunningen herstellen wanneer de ondernemer eerlijk alle informatie heeft verstrekt (36876, nr. 22);
- de motie-Van der Plas over in kaart brengen of en waar sterk verouderde vergunningen met strafrechtelijke risico's bestaan (36876, nr. 23).
(Zie wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026.)
De voorzitter:
De motie-Van der Plas (36876, nr. 20) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat PAS-melders de regels van de overheid hebben gevolgd en nog steeds wachten op de beloofde legalisatie;
overwegende dat zij niet strafrechtelijk de rekening moeten krijgen voor het uitblijven van die legalisatie;
verzoekt de regering met het Openbaar Ministerie in gesprek te gaan om te bezien hoe PAS-melders die binnen hun oorspronkelijke melding blijven, nooit strafrechtelijk zullen worden vervolgd alleen omdat de beloofde natuurvergunning nog ontbreekt, en de Kamer over de uitkomsten van dit gesprek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 20 (36876).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Straatman/Bikkers (36876, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout/Mutluer (36876, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout/Mutluer (36876, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36876, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36876, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas (36876, nr. ??, was nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36876, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36876, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36876, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Staat van de rechtsstaat
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de staat van de rechtsstaat,
te weten:
- de motie-Sneller over een nationaal actieplan ter versterking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld (29279, nr. 1046).
(Zie vergadering van 24 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Sneller (29279, nr. 1046).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp,
te weten:
- de motie-Maeijer over artsen en andere acutezorgprofessionals het voortouw geven bij de regionale plannen voor acute zorg (29247, nr. 494);
- de motie-Dobbe over een health impact analysis laten uitvoeren naar de gevolgen van de plannen betreffende het Zuyderlandziekenhuis voor de gezondheid van de bewoners van de Parkstadregio (29247, nr. 495);
- de motie-Dobbe over zich expliciet inzetten tegen verdere afname van het aantal ziekenhuizen dat acute zorg aanbiedt (29247, nr. 496);
- de motie-Wiersma over bij de verdere uitwerking van de budgetbekostiging eerst vaststellen welke functies verschillende locaties voor spoedeisende hulp in de regio vervullen (29247, nr. 497);
- de motie-Bushoff over bij de vervolgstap in de budgetbekostiging de bereikbaarheidsfunctie van regionale ziekenhuizen expliciet borgen (29247, nr. 498);
- de motie-Claassen over een validatie- en implementatiestudie naar prehospitale GFAP-sneltesten (29247, nr. 499);
- de motie-Claassen over een openbaar en uitlegbaar voorspelmodel over de verwachte drukte en benodigde bezetting per uur per SEH (29247, nr. 500).
(Zie vergadering van 14 oktober 2026.)
In stemming komt de motie-Maeijer (29247, nr. 494).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (29247, nr. 495).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (29247, nr. 496).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wiersma (29247, nr. 497).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (29247, nr. 498).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (29247, nr. 499).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (29247, nr. 500).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies,
te weten:
- de motie-Poortman c.s. over onderzoek naar een wettelijke grens aan massadonatie door een spermadonor in de privésfeer (30486, nr. 45);
- de motie-Bikker over het gebruik van sperma uit het buitenland via fertiliteitsklinieken verbieden (30486, nr. 46);
- de motie-Vliegenthart over een wetsvoorstel om spermadonatie buiten de kliniek te begrenzen (30486, nr. 47);
- de motie-Vliegenthart over het organiseren van een landelijke ondersteuningsroute voor donorkinderen en ouders (30486, nr. 48).
(Zie vergadering van 14 oktober 2026.)
In stemming komt de motie-Poortman c.s. (30486, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker (30486, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (30486, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (30486, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Ziekenhuiszorg
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ziekenhuiszorg,
te weten:
- de motie-Vervuurt over verbetering van de beschikbaarheid van veilige voeding voor patiënten met medische dieetvoorschriften tijdens ziekenhuisopnames (31765, nr. 1010);
- de motie-Claassen over een pilot waarin een regionaal tele-SEH-centrum dag en nacht meekijkt op ten minste twee gevoelige SEH's (31765, nr. 1011);
- de motie-Claassen/Keijzer over een project van regionale lumpsumfinanciering meenemen in de brief over een toekomstig ziekenhuislandschap (31765, nr. 1012);
- de motie-Wiersma over inzetten op het behoud van voldoende expertise en diagnostische mogelijkheden op elke spoedeisendehulpafdeling (31765, nr. 1013);
- de motie-Vliegenthart over in overleg treden over verder onderzoek naar vroege prenatale screening (31765, nr. 1014);
- de motie-Coenradie over het Zorginstituut geen bevoegdheden geven om de inhoud van professionele richtlijnen te bepalen (31765, nr. 1015);
- de motie-Coenradie over de kwaliteit van zorg leidend laten zijn in het beleid voor concentratie en spreiding van ziekenhuiszorg (31765, nr. 1016);
- de motie-Coenradie over de NZa-monitor over de spreiding van reguliere zorg vanuit umc's naar regionale ziekenhuizen integraal en op jaarlijkse basis hervatten (31765, nr. 1017);
- de motie-Maeijer over onderzoek naar de maatschappelijke impact van superziekenhuizen (31765, nr. 1018);
- de motie-Maeijer over ervoor zorgen dat het Zuyderlandziekenhuis volwaardig openblijft (31765, nr. 1019).
(Zie vergadering van 14 oktober 2026.)
De voorzitter:
De motie-Coenradie (31765, nr. 1016) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Integraal Zorgakkoord afspraken zijn gemaakt over concentratie van laag volume, hoog complexe interventies in het ziekenhuis en dat daarbij onder meer volumenormen worden gehanteerd, terwijl ondertussen de beoogde spreiding achterloopt en van de eerste tranche slechts een procesevaluatie beschikbaar is;
overwegende dat concentratie van ziekenhuiszorg geen doel op zich is en dat naast eventuele kwaliteitswinst ook de gevolgen voor bereikbaarheid, regionale zorgcontinuïteit, personele capaciteit en de samenhang van het zorgaanbod moeten worden meegewogen;
overwegende dat kwaliteitsverbetering ook mogelijk is door versterking van kwaliteitsbeleid, samenwerking, kennisdeling en zorgevaluatie, zonder dat verdere concentratie noodzakelijk is;
verzoekt de regering om bij de Ronde Tafel Concentratie & Spreiding te benadrukken dat kwaliteit van zorg als leidend uitgangspunt dient te worden gehanteerd en volumenormen moeten worden beschouwd als integraal onderdeel van een breder kwaliteitsbeleid, waarbij regionale bereikbaarheid en samenhang van het zorgaanbod door de oncologische regio's expliciet moet worden meegewogen, en per oncologische aandoening aannemelijk te maken welke kwaliteitswinst wordt beoogd en gerealiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1016 (31765).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Vervuurt (31765, nr. 1010).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (31765, nr. 1011).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Claassen/Keijzer (31765, nr. 1012).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wiersma (31765, nr. 1013).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (31765, nr. 1014).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (31765, nr. 1015).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Coenradie (31765, nr. ??, was nr. 1016).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (31765, nr. 1017).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (31765, nr. 1018).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Maeijer (31765, nr. 1019).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Goed bestuur en toezicht in de zorg (plus IGJ en Zorgfraude)
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht in de zorg (plus IGJ en Zorgfraude),
te weten:
- de motie-Wendel c.s. over pgb-bemiddelingsbureaus verbieden (28828, nr. 169);
- de motie-Wendel/Coenradie over zorginstellingen een gezamenlijke zwarte lijst laten onderhouden om agressieve bezoekers te kunnen weren (28828, nr. 170);
- de motie-Bushoff over een Wtza-vergunning als voorwaarde om zorg te kunnen declareren (28828, nr. 171);
- de motie-Bushoff over borgen dat per 1 januari 2027 de AGB-code wordt geblokkeerd zodra een Wtza-vergunning wordt ingetrokken (28828, nr. 172);
- de motie-Dobbe over het winstverbod in de zorg niet afschaffen (28828, nr. 173);
- de motie-Dobbe over laten onderzoeken in hoeverre marktwerking bijdraagt aan de mogelijkheden voor zorgfraude (28828, nr. 174);
- de motie-Dobbe over een volledig winstverbod in de zorg (28828, nr. 175);
- de motie-Dobbe over in kaart brengen in hoeverre de 40 kinderen die hulp kregen van ExpertCare en nu niet in Project Herberg zitten nu echt een volwaardige alternatieve plek hebben (28828, nr. 176);
- de motie-Dobbe over garanties en/of aanvullende financiering om op korte termijn meer zorgplekken te creëren (28828, nr. 177);
- de motie-Synhaeve c.s. over ook bij bestaande jeugdzorgaanbieders toetsen of zij voldoen aan alle eisen (28828, nr. 178);
- de motie-Van Meetelen over met de financiële sector onderzoeken hoe banken hun poortwachtersrol bij zorgfraude kunnen versterken (28828, nr. 179);
- de motie-Van Meetelen over de inzet van de Wet Bibob bij zorgaanbieders versnellen (28828, nr. 180);
- de motie-Van Meetelen over onderzoek naar de wettelijke bevoegdheden voor doorzettingsmacht voor de IGJ wanneer bij ernstig wanbestuur een raad van toezicht onvoldoende ingrijpt (28828, nr. 181);
- de motie-Claassen over de apparaattaakstelling niet ten laste laten komen van de toezichtscapaciteit van de IGJ (28828, nr. 182);
- de motie-Claassen/Moinat over een pilot met digitale bezoekverificatie in de wijkverpleging (28828, nr. 183);
- de motie-Van Brenk/Claassen over in de gewijzigde Wibz de hoogte van het maximale rendement duidelijk concretiseren (28828, nr. 184);
- de motie-Van Brenk over op de kortst mogelijke termijn mogelijk maken dat relevante gegevens tussen betrokken organisaties mogen worden gedeeld (28828, nr. 185);
- de motie-Van Houwelingen over zorg dragen dat de IGJ pleeggezinnen en gezinshuizen naar eigen inzicht en bij voorkeur onaangekondigd gaat bezoeken en inspecteren (28828, nr. 186);
- de motie-Van Houwelingen over wet- en regelgeving zo wijzigen dat Kamerleden, uitsluitend op verzoek van ouders, aanwezig mogen zijn bij gesprekken tussen de jeugdbescherming en ouders (28828, nr. 187);
- de motie-Van Houwelingen over kinderen die tegen de wil van hun ouders onder toezicht staan of uit huis zijn geplaatst nooit zonder toestemming van hun ouders in het buitenland plaatsen (28828, nr. 188);
- de motie-Coenradie over een uitgewerkt voorstel voor landelijke regie voor de aanpak van zorgfraude (28828, nr. 189);
- de motie-Coenradie over een landelijk toepasbare werkwijze voor inzicht in gedeclareerde zorg en daarmee gepaard gaande kosten (28828, nr. 190);
- de motie-Coenradie over een concrete interventieaanpak voor zorgfraude (28828, nr. 191).
(Zie vergadering van 14 oktober 2026.)
De voorzitter:
De motie-Van Brenk (28828, nr. 185) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Brenk en Wendel.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 185 (28828).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Wendel c.s. (28828, nr. 169).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wendel/Coenradie (28828, nr. 170).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (28828, nr. 171).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (28828, nr. 172).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (28828, nr. 173).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (28828, nr. 174).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (28828, nr. 175).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (28828, nr. 176).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (28828, nr. 177).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (28828, nr. 178).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (28828, nr. 179).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (28828, nr. 180).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (28828, nr. 181).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (28828, nr. 182).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen/Moinat (28828, nr. 183).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk/Claassen (28828, nr. 184).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk/Wendel (28828, nr. ??, was nr. 185).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (28828, nr. 186).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (28828, nr. 187).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (28828, nr. 188).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (28828, nr. 189).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (28828, nr. 190).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (28828, nr. 191).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, de fractie van het CDA wil geacht worden voor de motie op stuk nr. 169 te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben het bij dezen genoteerd.
Stemmingen moties Energieraad (formeel) d.d. 29 oktober 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad (formeel) d.d. 29 oktober 2026,
te weten:
- de motie-Van Oosterhout over een bindend Europees uitfaseerpad met einddatum voor fossielebrandstofsubsidies als onderdeel van het post-2030-kader (21501-33, nr. 1252);
- de motie-Van den Berg over niet akkoord gaan met een Europees bindend elektrificatiedoel (21501-33, nr. 1253);
- de motie-Van den Berg over ETS2 betrekken bij de lopende herziening van het Europese emissiehandelssysteem (21501-33, nr. 1254);
- de motie-Klos over inzicht geven in de verwachte ontwikkeling van de nettarieven en het aandeel daarvan in de energierekening van huishoudens en bedrijven (21501-33, nr. 1255).
(Zie vergadering van 15 oktober 2026.)
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1252).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (21501-33, nr. 1253).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (21501-33, nr. 1254).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Klos (21501-33, nr. 1255).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen moties Energieraad (informeel) d.d. 28-29 september 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad (informeel) d.d. 28-29 september 2026,
te weten:
- de motie-Kostić/Teunissen over zich inzetten voor een Europees verbod op het gebruik van hoogwaardig drinkwater voor proceskoeling van datacenters (21501-33, nr. 1244);
- de motie-Kostić/Teunissen over zich inzetten voor verplichte, gestandaardiseerde en publiek toegankelijke rapportage door datacenters en andere digitale infrastructuur (21501-33, nr. 1245);
- de motie-Kostić/Teunissen over zich inzetten voor bindende normen voor de energie- en milieuprestaties van datacenters (21501-33, nr. 1246).
(Zie vergadering van 24 september 2026.)
De voorzitter:
De motie-Kostić/Teunissen (21501-33, nr. 1245) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onvoldoende inzicht bestaat in het huidige en verwachte energie- en waterverbruik van datacenters en de bredere techsector in Nederland en de Europese Unie;
constaterende dat transparantie noodzakelijk is om de gevolgen voor netcapaciteit, waterbeschikbaarheid, klimaat en leefomgeving te kunnen beoordelen;
verzoekt de regering om zich in Europees verband actief in te zetten voor verplichte, gestandaardiseerde en zo veel mogelijk publiek toegankelijke rapportage door datacenters over ten minste:
• het energie- en waterverbruik;
• het piekvermogen en de belasting van het elektriciteitsnet;
• de verwachte ontwikkeling van dit verbruik,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1245 (21501-33).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (21501-33, nr. 1244).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kostić/Teunissen (21501-33, nr. ??, was nr. 1245).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (21501-33, nr. 1246).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Goedkeuring Verdragen Republiek Ivoorkust en lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 23 mei 2024 te Abidjan tot stand gekomen Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust, met Bijlage (Trb. 2024, 68), en het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 17 oktober 2022 te Bali tot stand gekomen Uitgebreide Luchtvervoersovereenkomst tussen de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2022, 132),
te weten:
- de motie-Kostić c.s. over pleiten voor heronderhandelingen van delen van het EU-ASEAN-verdrag om zo bindende normen vast te leggen voor milieu, arbeidsomstandigheden en vliegveiligheid (, nr. 12);
- de motie-Kostić over bindende normen voor veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden opnemen in toekomstige luchtvaartverdragen (, nr. 13);
- de motie-Kostić over impactassessments uitvoeren voordat luchtvaartovereenkomsten ter ratificatie aan de Kamer worden gestuurd (, nr. 14);
- de motie-Kröger over het uitvoeren van een impactassessment op de te verwachten gevolgen van het EU-ASEAN-luchtvaartverdrag (, nr. 15);
- de motie-Van der Plas c.s. over binnen de EU eerst noodzakelijke aanpassingen bespreken voordat tot ratificatie wordt overgegaan (, nr. 16).
(Zie vergadering van 28 mei 2026.)
In stemming komt de motie-Kostić c.s. (, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić (, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kröger (, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2027,
te weten:
- de motie-Bushoff c.s. over voldoende middelen voor een langjarig onderzoeksprogramma naar PAIS (37020-XVI, nr. 37);
- de motie-Westerveld c.s. over het uitwerken van alternatieve voorstellen voor de VWS-begroting (37020-XVI, nr. 38);
- de motie-Westerveld over een landelijk dekkend aanbod van acute ggz (37020-XVI, nr. 39);
- de motie-Westerveld c.s. over het aanbod van logeerzorg stimuleren voor zowel Wlz als sociaal domein (37020-XVI, nr. 40);
- de motie-Vliegenthart/Poortman over een breed toegankelijke, wijkgerichte aanpak kraamzorg binnen Kansrijke Start in gemeenten met een NPLV-gebied (37020-XVI, nr. 41);
- de motie-Vliegenthart c.s. over pal voor het recht op en de toegang tot abortus staan (37020-XVI, nr. 42);
- de motie-Vervuurt over onderzoek naar bindende afspraken voor het aanhouden van voorraden van medische hulpmiddelen (37020-XVI, nr. 44);
- de motie-Maeijer over een overgangsregeling die het huidige bekostigingsprobleem ondervangt totdat er een toekomstbestendig bekostigingsmodel is (37020-XVI, nr. 45);
- de motie-Maeijer over geen eigen bijdrage in de wijkverpleging (37020-XVI, nr. 46);
- de motie-Maeijer over geen financiële drempels opwerpen die het onmogelijk maken om thuis of in een hospice te sterven (37020-XVI, nr. 47);
- de motie-Maeijer over niet bezuinigen op de Luisterlijn (37020-XVI, nr. 48);
- de motie-Maeijer over een campagne tegen het beeld dat ouderen een last zouden zijn (37020-XVI, nr. 49);
- de motie-Van Meetelen over waarborgen dat patiënten noodzakelijke zorg kunnen krijgen zonder extra kosten wanneer passend gecontracteerd aanbod ontbreekt (37020-XVI, nr. 50);
- de motie-Van Meetelen over een actieplan met meetbare doelen om frauduleuze zorgbetalingen te stoppen en onterecht betaald zorggeld terug te vorderen (37020-XVI, nr. 51);
- de motie-Van Meetelen over geen eigen bijdrage in de jeugdzorg (37020-XVI, nr. 52);
- de motie-Wendel over middelen voor vrouwengezondheid waarborgen bij medische onderzoeksaanvragen (37020-XVI, nr. 53);
- de motie-Verkuijlen/Poortman over zorgkosten als gevolg van drugsgebruik in kaart brengen (37020-XVI, nr. 54);
- de motie-Poortman c.s. over een meerjarig onderzoeks- en implementatieprogramma traumageriatrie (37020-XVI, nr. 55);
- de motie-Tijmstra c.s. over onderzoeken of het mogelijk is om structureel 100 miljoen vanuit de groeiruimte voor het Wlz-kader ouderenzorg te verschuiven naar de Wet DOS (37020-XVI, nr. 56);
- de motie-Tijmstra c.s. over de Wet DOS zonder afbouwsystematiek en met minder regeldruk uitvoeren (37020-XVI, nr. 57);
- de motie-Van Meijeren over de capaciteits- en financieringsproblemen bij levensreddende zorg voor kinderen van 23 weken oplossen (37020-XVI, nr. 58);
- de motie-Van Meijeren over het vergoeden van levensreddende zorg voor kinderen tot 24 weken in het buitenland (37020-XVI, nr. 59);
- de motie-Diederik van Dijk over afkeuring uitspreken over het beleid van de regering inzake de pilot die abortussen vanaf 22 weken zwangerschap bij gezonde kindjes toegankelijker maakt (37020-XVI, nr. 60);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over een investering waardoor de behandelgrens bij extreme vroeggeboorte kan worden verlaagd (37020-XVI, nr. 61);
- de motie-Kostić/Vliegenthart over met een medisch collectief een plan maken over pfas (37020-XVI, nr. 62);
- de motie-Kostić c.s. over een pilot voor vergoede mobiele zorg die naar bedgebonden PAIS-patiënten toe gaat (37020-XVI, nr. 63);
- de motie-Kostić/Vliegenthart over bij de beoordeling van EU-voorstellen zo veel mogelijk de gevolgen voor de gezondheid van Nederlanders in kaart brengen (37020-XVI, nr. 64);
- de motie-Kostić/Dobbe over met herstelmaatregelen komen die recht doen aan het leed van mensen met Q-koorts en QVS (37020-XVI, nr. 65);
- de motie-Bikker over stoppen met de verruiming rondom het zonder medische indicatie abortus uitvoeren bij 22 of 23 weken zwangerschap (37020-XVI, nr. 66);
- de motie-Bikker over meer onderzoek naar en zorg en ondersteuning voor vrouwen die in het tweede trimester de zwangerschap afbreken (37020-XVI, nr. 67);
- de motie-Dobbe over het niet meer uit laten maken bij welke zorgverzekeraar je zit voor hoe snel je wordt geholpen in de ggz (37020-XVI, nr. 69);
- de motie-Dobbe over de huishoudelijke zorg behouden (37020-XVI, nr. 70);
- de motie-Dobbe over afzien van de verhoging van het eigen risico met €60 (37020-XVI, nr. 71);
- de motie-Dobbe over het aantal uren kraamzorg voor gezinnen niet verminderen (37020-XVI, nr. 72);
- de motie-Dobbe over voldoende dekkende tarieven voor arbeidsvoorwaardenverbeteringen in de kraamzorg (37020-XVI, nr. 73);
- de motie-Dobbe over het geld uit onderbestedingen op de wijkverpleging besteden aan de wijkverpleging (37020-XVI, nr. 74);
- de motie-Dobbe over een ondersteuningsteam voor zorgbuurthuizen en vergelijkbare initiatieven (37020-XVI, nr. 75);
- de motie-Van Brenk over de wettelijke bepalingen uit de Wmo en de Jeugdwet uniformeren met die in de Zvw en de Wlz (37020-XVI, nr. 76);
- de motie-Van Brenk over een regeringscommissaris zorgfraude (37020-XVI, nr. 77);
- de motie-Van Brenk over met IGJ spreken over hoeveel tijd en kansen om tot verbetering te komen acceptabel zijn als het gaat om slecht functionerende organisaties (37020-XVI, nr. 78);
- de motie-Van Brenk/Keijzer over maaltijdverstrekking gewoon onder het volledig pakket thuis laten vallen (37020-XVI, nr. 79);
- de motie-Van Brenk over het initiatief Maak Rimpels onder de aandacht brengen (37020-XVI, nr. 80);
- de motie-Wiersma/Diederik van Dijk over voorstellen voor het terugdringen van de regionale tandartsentekorten (37020-XVI, nr. 81);
- de motie-Wiersma over de verkorting van wachttijden als doelstelling opnemen in het toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen (37020-XVI, nr. 82);
- de motie-Wiersma/Coenradie over structurele borging van de Filomena-aanpak (37020-XVI, nr. 83);
- de motie-Wiersma over niet onderhandelen over scenario's rondom concentratie en spreiding totdat het onderzoek van de motie-Coenradie is uitgevoerd (37020-XVI, nr. 84);
- de motie-Keijzer over de instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen alsnog invoeren (37020-XVI, nr. 85).
(Zie vergadering van 15 oktober 2026.)
De voorzitter:
De heer Bushoff wenst zijn aangehouden motie op stuk nr. 37 te wijzigen en verzoekt deze vervolgens in stemming te brengen.
De motie-Bushoff c.s. (37020-XVI, nr. 37) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het amendement op stuk nr. 31 (36800-XVI) het mogelijk heeft gemaakt om in kaart te brengen welke belangrijke vragen over PAIS nog niet zijn beantwoord en waar aanvullend onderzoek nodig is;
verzoekt de regering voor voldoende financiële middelen te zorgen voor een langjarig onderzoeksprogramma naar PAIS dat zich richt op de belangrijkste onbeantwoorde onderzoeksvragen die naar aanleiding van het amendement op stuk nr. 31 (36800-XVI) in kaart worden gebracht;
verzoekt de regering te garanderen dat zorg, onderzoek en opgebouwde kennis inzake PAIS niet afgeschaald worden en de expertisecentra onverminderd hun werk kunnen voortzetten, alsook wetenschappers hun werk aan PAIS-onderzoek kunnen voortzetten;
verzoekt de regering regie te nemen om samen met zorgverleners, zorgverzekeraars en andere betrokken partijen ruimte te bieden voor nieuwe behandelmethoden en verbeteringen in de zorg, zodat goede en toegankelijke PAIS-zorg uiteindelijk een vast onderdeel wordt van de reguliere gezondheidszorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 37 (37020-XVI).
De motie-Westerveld c.s. (37020-XVI, nr. 38) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Westerveld, Bushoff, Bikker, Van Brenk, Kostić en Dassen.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 38 (37020-XVI).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
Op verzoek van mevrouw Keijzer stel ik voor haar motie (37020-XVI, nr. 85) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De fractie van JA21 verzoekt om een hoofdelijke stemming over de moties op de stukken nrs. 42, 60 en 66.
Er zijn twee stemverklaringen. De eerste stemverklaring is van de heer Poortman. Ik nodig hem uit voor zijn stemverklaring namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Poortman (CDA):
Voorzitter. Ik heb een stemverklaring die de motie-Vliegenthart op stuk nr. 42 en de motie-Bikker op stuk nr. 66 betreft. Het CDA tornt niet aan het recht op abortus voor vrouwen. Dat recht is na lange politieke discussie zorgvuldig in de wet vastgelegd. Abortus moet veilig, legaal en zeldzaam zijn. Het eerste deel van de motie-Vliegenthart steunt het CDA dus. Tegelijkertijd heeft het CDA grote moeite met zeer late abortussen om sociale redenen. Wij vinden dat dit niet past bij de manier waarop de abortuswetgeving destijds tot stand is gekomen. Deze mogelijke verruiming van de praktijk vraagt allereerst een politiek en maatschappelijk gesprek. Daarbij wegen we de keuzevrijheid van de vrouw en de beschermwaardigheid van het leven tegen elkaar af. De beschermwaardigheid van het leven en ontwikkelingen rondom de levensvatbaarheidsgrens kunnen aanleiding vormen om de abortuspraktijk anders vorm te geven. Het tweede deel van de motie-Vliegenthart laat geen ruimte voor dit politieke gesprek en daarom stemmen wij tegen.
We zijn ook terughoudend in het steunen van moties die nu al verregaande conclusies trekken. De motie-Bikker, hoewel we meevoelen met het signaal dat daarin gegeven wordt, is binnen de huidige wet niet uitvoerbaar en daarom zullen we ook tegen deze motie stemmen.
De tegenstem op deze beide moties doen we niet lichtvaardig en pas na lang debat in onze fractie. Binnen de fractie leven gevoelens voor en tegen deze moties en dat laat zien dat medisch-ethische afwegingen gelaagd en nooit zwart-wit zijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is ook nog een stemverklaring van mevrouw Bikker namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik leg namens mijn fractie een stemverklaring af over de moties die zien op de nieuwe pilot rondom late abortussen in ziekenhuizen. Late zwangerschapsafbreking op medische indicatie is diepingrijpend voor ouders en ik weet dat ziekenhuispersoneel alles in het werk stelt om goede zorg aan ouders te geven. Deze pilot ziet echter op abortus bij 22 of 23 weken zwangerschap op sociale indicatie. De ongeboren baby is gezond. De ChristenUnie vindt dat verschrikkelijk en niet passen bij de abortuswetgeving, waarin niet alleen het belang van de moeder maar ook het belang van het ongeboren leven gewogen moet worden. Wij spreken daarom onze afkeuring uit in onze eigen motie en zullen om die reden de motie op stuk nr. 60 van de SGP steunen. Het is voor ons een afkeuring van het beleid en is niet gericht op een bewindspersoon.
In het debat kwam ook aan de orde dat het beleid voor kinderen die rond de levensvatbare grens geboren worden, mede bepaald wordt door de keuzes in de abortuswetgeving. Dat vind ik diep zorgelijk en vraagt om een vervolgdebat in de commissie. Wij zullen nu wel de moties op de stukken nrs. 58, 59 en 61 steunen, die zien op verbetering van neonatale zorg en voldoende financiering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan over tot de stemmingen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Bushoff c.s. (37020-XVI, nr. ??, was nr. 37).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld c.s. (37020-XVI, nr. ??, was nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Westerveld (37020-XVI, nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (37020-XVI, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart/Poortman (37020-XVI, nr. 41).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Er volgt nu een hoofdelijke stemming. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek de leden om stilte, zodat we het in één keer kunnen doen. Het woord is aan de griffier.
In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (37020-XVI, nr. 42).
Vóór stemmen de leden: Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Abdi, Van Asten, Bamenga, Beckerman, De Beer, Biekman, Bikkers, Bolhuis, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Van Campen, Clemminck, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Van der Lee, Van Leijen, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Struijs, Stultiens, Synhaeve en Teunissen.
Tegen stemmen de leden: Tijmstra, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Zwinkels, El Abassi, Van Ark, Armut, Van Baarle, Van den Berg, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Tijs van den Brink, Bühler, Ceder, Ceulemans, Claassen, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Hamstra, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Koorevaar, Kops, Krul, Van Lanschot, Lohman, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Poortman, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Steen, Stoffer, Stöteler en Straatman.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 78 stemmen voor en 68 stemmen tegen is aangenomen.
(Geroffel op bankjes)
In stemming komt de motie-Vervuurt (37020-XVI, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Daarmee wordt de motie … Mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik wil graag een hoofdelijke stemming.
De voorzitter:
Dan gaan we hoofdelijk stemmen over de motie op stuk nr. 47. Wederom is het woord aan de griffier. Ik verzoek hem de namenlijst op te lezen en ik verzoek de leden andermaal om stilte, zodat het in één keer kan. Het woord is aan de griffier.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 47).
Vóór stemmen de leden: Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe en Van Duijvenvoorde.
Tegen stemmen de leden: Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk en Inge van Dijk.
De voorzitter:
Ik constateer dat 73 leden voor deze motie hebben gestemd en 73 ertegen, zodat de stemmen staken.
In een volgende vergadering zal opnieuw over deze motie worden gestemd.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (37020-XVI, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (37020-XVI, nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (37020-XVI, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wendel (37020-XVI, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Verkuijlen/Poortman (37020-XVI, nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Bij de motie op stuk nr. 52, over geen eigen bijdrage in de jeugdzorg, willen we geacht worden voor te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd.
In stemming komt de motie-Poortman c.s. (37020-XVI, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijmstra c.s. (37020-XVI, nr. 56).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijmstra c.s. (37020-XVI, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meijeren (37020-XVI, nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meijeren (37020-XVI, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Dan nu een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 60. Ik verzoek de griffier de ledenlijst op te lezen. Ik verzoek om stilte in de zaal. Het woord is aan de griffier.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (37020-XVI, nr. 60).
Vóór stemmen de leden: Ceder, Ceulemans, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Van Houwelingen, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Maeijer, Van Meetelen, Van Meijeren, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Bikker, Boomsma, Boon en Martin Bosma.
Tegen stemmen de leden: Bühler, Bushoff, Van Campen, Claassen, Clemminck, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, De Beer, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink en Bromet.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 40 stemmen voor en 106 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (37020-XVI, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić/Vliegenthart (37020-XVI, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Het kan zijn dat ik me heb vergist; bij de motie op stuk nr. 61 hadden wij graag voorgestemd.
De voorzitter:
Ik heb het genoteerd.
In stemming komt de motie-Kostić c.s. (37020-XVI, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić/Vliegenthart (37020-XVI, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić/Dobbe (37020-XVI, nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Er is een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 66. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen.
In stemming komt de motie-Bikker (37020-XVI, nr. 66).
Vóór stemmen de leden: Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, El Abassi, Van Baarle, Van den Berg, Bikker, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Ceder, Ceulemans, Claassen, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Maeijer en Markuszower.
Tegen stemmen de leden: Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, Beckerman, De Beer, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Clemminck, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes en Martens-America.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 50 stemmen voor en 96 stemmen tegen is verworpen.
Mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Mijn zachte stemmetje zei zacht "tegen", maar ik wil wel even checken of dat mee is genomen.
De voorzitter:
We hebben dat genoteerd, ja.
In stemming komt de motie-Bikker (37020-XVI, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 69).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Daarmee wordt de motie … Nee, mevrouw Dobbe! U mag 'm ook aanhouden!
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat weet ik, voorzitter, maar ik wil graag een hoofdelijke stemming.
De voorzitter:
Dan gaan we dat doen. We gaan hoofdelijk stemmen over de motie op stuk nr. 69. Ik verzoek de griffier opnieuw de namenlijst op te lezen. Het gaat om de motie op stuk nr. 69. Is iedereen zover? Mag ik u dan om stilte verzoeken? Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 69).
Vóór stemmen de leden: De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling …
Tegen stemmen de leden: Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel …
Het moet opnieuw. Iedereen spreekt toch wat te geserreerd. Het mag wel even met een ferme stem. U kunt dat als volksvertegenwoordigers; dat weet ik. U kunt dat! We horen u graag luid en duidelijk. Mag ik stilte in de zaal? Ik verzoek de griffier opnieuw de namenlijst op te lezen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 69).
Vóór stemmen de leden: De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz en Raijer.
Tegen stemmen de leden: Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman en Rajkowski.
De voorzitter:
Ik constateer dat 73 leden voor deze motie hebben gestemd en 73 ertegen, zodat de stemmen staken.
De volgende vergadering zal er opnieuw over deze motie worden gestemd.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 70).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Daarmee wordt de motie op stuk nr. 73 … Mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ga 'm toch hoofdelijk doen.
U wilt over de motie op stuk nr. 73 hoofdelijk …
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, als ik nou …
De voorzitter:
Hohoho! Mevrouw Keijzer. Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
O, dank u wel. Ik dacht dat u zei: mevrouw Keijzer heeft het woord.
De voorzitter:
Nee hoor, ik had nog helemaal niks gezegd. U heeft nu het woord.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter, dat u mij het woord wil geven. Helpt het als ik nu tegenstem? Hoeft de motie dan niet opnieuw in stemming gebracht te worden? Ben ik net de doorslaggevende stem geweest?
De voorzitter:
Dat had zomaar gekund, maar we doen het tegenwoordig op deze manier.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Oké, voorzitter. Ik weet dat dit een recht is op grond van de Grondwet, maar het loopt natuurlijk gillend uit de hand hoe we elkaar hier elke dinsdag bezighouden. Ik denk dat ik maar eens samen met de heer Bontenbal ga nadenken over een voorstel.
De voorzitter:
Ik nodig u uit in de commissie voor de Werkwijze, voor wat constructieve ideeën!
We gaan nu stemmen over de motie op stuk nr. 73. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek om stilte in de zaal.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 73).
Vóór stemmen de leden: Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs en Stultiens.
Tegen stemmen de leden: Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen en Straatman.
De voorzitter:
Ik constateer dat 73 leden voor deze motie hebben gestemd en 73 ertegen, zodat de stemmen staken.
We zullen bij de volgende stemmingen opnieuw over deze motie stemmen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-XVI, nr. 76).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-XVI, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-XVI, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk/Keijzer (37020-XVI, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-XVI, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wiersma/Diederik van Dijk (37020-XVI, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wiersma (37020-XVI, nr. 82).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wiersma/Coenradie (37020-XVI, nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wiersma (37020-XVI, nr. 84).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Dat waren de stemmingen. Mij is verzocht om u uit te nodigen voor het nemen van een beschuit met muisjes van de heer Jimmy Dijk en de heer Don Ceder. Zij hebben wat te vieren.
(Applaus)
De voorzitter:
Dat geldt natuurlijk vooral voor de leden die niet bij de regeling van werkzaamheden hoeven te zijn, want daar gaan we zo mee verder. Ik schors een kort ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van Volt bij de stemming op dinsdag 6 oktober jongstleden over de motie-Müller/Podt (30420, nr. 461) geacht wenst te worden voor deze motie te hebben gestemd.
Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de SP bij de stemmingen op dinsdag 13 oktober jongstleden over de motie-Vermeer/Van der Plas (35165, nr. 112) geacht wenst te worden voor deze motie te hebben gestemd.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Slavernijverleden (CD d.d. 15/10), met als eerste spreker het lid Tseggai van PRO;
- het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit (CD d.d. 15/10), met als eerste spreker het lid Mutluer van PRO;
- het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid (CD d.d. 14/10), met als eerste spreker het lid Hamstra van het CDA.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Vondeling voor haar verzoek namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Jonge meisjes worden in de bus en bij de bushaltes in de regio Lochem en Berkelland stelselmatig lastiggevallen en geïntimideerd door asielzoekers. In plaats van dat dit asieltuig wordt vastgezet en daarna ons land wordt uitgeknikkerd, krijgen ze een foeigesprek met het COA. Dit incident staat niet op zichzelf, want in heel Nederland worden jonge vrouwen en meisjes lastiggevallen, aangerand en verkracht door asielzoekers. Nederlandse meisjes en vrouwen kunnen 's avonds niet meer veilig over straat of met de bus omdat het kabinet iedereen maar binnenlaat en het tuig ons land niet uitzet. Daarom wil ik een debat met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. De begrotingsbehandeling van Asiel en Migratie komt eraan, dus geen steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dit is een serieus punt, maar aanstaande donderdag is er een commissiedebat, een asieldebat. Dat geldt ook voor het volgende verzoek, meld ik alvast.
De heer Neijenhuis (D66):
Ja, dezelfde reden als de heer Van Dijk.
De heer Ceulemans (JA21):
Er stond een groot plenair debat op de agenda, maar dat is van de agenda afgevoerd. Ik denk dat het goed is dat er zo'n debat voor terugkomt, dus in ieder geval steun voor dit verzoek.
De heer Ellian (VVD):
We hebben donderdag gewoon een commissiedebat.
De heer Van Baarle (DENK):
Donderdag kan mevrouw Vondeling haar bijdrage in de commissie houden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Aankomende donderdag zal de heer Struijs zijn inbreng brengen.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, maar nog wel een tweede verzoek.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja. 3 miljoen Marokkaanse jongeren willen naar Europa, en dan niet naar Spanje, maar naar Noord-Europa, naar Nederland. Daar waarschuwt de vicepresident van Ceuta voor in De Telegraaf. En wat doet Nederland met deze waarschuwing? De minister van Asiel en Migratie sluit niet onze grenzen, maar regelt alleen nog maar meer bedden voor asielzoekers. Dit wanbeleid moet stoppen. Daarom wil ik een debat met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft. Meneer Heutink?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Ja, steun.
De heer Ellian (VVD):
Kijk, dat die 3 miljoen Marokkanen daar moeten blijven, is duidelijk, maar dat kunnen we donderdag vragen aan de bewindspersoon.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind een uitspraak van iemand in een Telegraafartikel niet echt een aanleiding voor een debat en mevrouw Vondeling kan het hier donderdag over hebben.
De heer Neijenhuis (D66):
Zoals te doen gebruikelijk komen we hier om in de asieldebatten, waaronder donderdag alweer, dus geen steun.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ja, wat de anderen zeggen. We hebben donderdag een asieldebat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Faber voor een aanvraag namens de PVV. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Met het 10.000 aangiftesdebacle nog vers in het geheugen zette de minister van Justitie de Kamer wéér op het verkeerde been inzake de door de politie georganiseerde iftars. In een commissiedebat van 25 maart jongstleden vroeg ik de minister wat de kosten waren van deze islamitische feestjes. Er kwam geen reactie van de minister; hij is zich kennelijk bewust van de gevoeligheid van dit onderwerp. Later schreef de minister dat er geen aparte bedragen geoormerkt zijn voor het organiseren van politie-iftars. Het zou allemaal niet inzichtelijk zijn. Uit interne documenten blijkt het tegendeel. Alleen al in Utrecht werden er duizenden euro's besteed.
De voorzitter:
Uw verzoek?
Mevrouw Faber (PVV):
En wat heeft het afhuren van de Beurs van Berlage in Amsterdam wel niet gekost?
Voorzitter. De Kamer verkeerd voorlichten is een politieke doodzonde. Daar wil ik een debat over voeren, want in hoeverre is deze minister nog te vertrouwen?
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun voor dit debat.
Mevrouw Martens-America (VVD):
We hebben maandag al een WGO over de politie. Dat is volgens mij het snelste moment. Geen steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Geen steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Over op het verkeerde been zetten gesproken: volgens mij staat in het artikel waar mevrouw Faber zelf naar verwijst dat er €2.000 door de stad zelf is betaald en €430 door de politie. €430 door de politie, terwijl er voor €2.400 gegeten is. Dan zet je dus de rest hier op het verkeerde been.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dit gaat niet over €2.000, dit gaat om een principe. Steun voor het verzoek.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Graag zou ik een brief willen hebben hierover voor het WGO Politie. Geen steun voor dit verzoek.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Nee, dit kan bij het WGO Politie.
De heer Ceulemans (JA21):
Een heel belangrijk punt, maar het WGO van maandag is echt het snelst. Ik sluit me wel aan bij het informatieverzoek van de heer Grinwis.
De voorzitter:
Mede namens u geleiden we dat door. U heeft geen meerderheid, mevrouw Faber.
Het woord is aan de heer Bikkers namens de VVD.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Omdat de vergunningen van verzorgingsplaatsen begin 2028 verlopen, is een tijdige behandeling van de Wet voorzieningen verzorgingsplaatsen nodig om te komen tot een nieuwe verdeling. Vandaar het verzoek om de behandeling daarvan voor het kerstreces in te plannen.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Heel belangrijk om te doen. Van harte steun.
Mevrouw Podt (D66):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft al een meerderheid.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Die maken we iets groter met de steun van de SGP en de ChristenUnie.
De heer Ceulemans (JA21):
En ook van ons.
De voorzitter:
Nou, u heeft een meerderheid, meneer Bikkers.
Het woord is aan mevrouw Teunissen voor een verzoek namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Loopt de Amsterdamse politie aan de leiband van president Trump? De politie heeft op verzoek van de Amerikanen een server van een linkse Italiaanse internetdienstverlener in beslag genomen. De politie wil zelfs een kopie van de server naar Amerika sturen. Dat is onacceptabel. De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen, want is het Europese internet nog veilig voor de lange arm van Donald Trump? Wij willen hierover een debat met de minister van Justitie en Veiligheid. Daarnaast willen we deze week graag een brief met duidelijkheid over of de politie een kopie van de server met de VS heeft gedeeld of van plan is om dit te doen.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Kathmann (PRO):
De Nederlandse internetsector, en de Europese trouwens ook, moet zo snel mogelijk weten dat die zich beschermd voelt, dus dit debat is heel hard nodig.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dit is heel erg belangrijk. We hebben alleen eind november al een commissiedebat over digitale autonomie. Ik heb ook samen met mevrouw Kathmann vragen gesteld. Ik zou daar toch graag op willen wachten en het debat dan eind november voeren.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij mevrouw El Boujdaini. Ook is er maandag het WGO Politie. Geen steun dus.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wel steun. Er wordt verwezen naar andere commissiedebatten en het WGO van maandag, maar volgens mij is dit iets wat we apart horen te bespreken. Het is bizar dat dit is gebeurd en het is bizar dat dit kan. Ik snap er ook helemaal niks van, dus graag een debat.
Mevrouw Straatman (CDA):
Geen steun, want dit kan bij andere debatten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit kan bij het commissiedebat Digitale autonomie en het WGO Politie.
De heer Schenk (FVD):
Geen steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wel steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Nee, ook niet.
Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar verzoek namens 50PLUS. O, mevrouw Teunissen heeft nog een verzoek. Mijn diepe verontschuldigingen. U heeft het woord voor uw tweede verzoek. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel. Afgelopen zomer zijn in Europa ruim 50.000 mensen overleden door extreme hitte. Vooral ouderen, mensen met een laag inkomen, bewoners van versteende wijken met weinig groen en mensen in slecht geïsoleerde woningen zijn extra kwetsbaar. Het geheugen in Den Haag is echter kort, zo blijkt, want bij de onderhandelingen over het Belastingplan dreigt het klimaat volledig vergeten te worden. Het is van levensbelang dat we mensen beschermen tegen de klimaatcrisis door de oorzaak aan te pakken en door meer groen en betere isolatie. Daarom wil de Partij voor de Dieren nog voor het einde van het jaar een debat met de minister van Klimaat en de minister van Volkshuisvesting. Voorafgaand aan het debat willen we graag een brief met een kabinetsreactie.
De voorzitter:
Ook dit informatieverzoek geleid ik door naar het kabinet. Ik ga kijken of u steun heeft voor het debat.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Bromet (PRO):
Steun namens PRO.
De heer Kops (PVV):
Geen steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We moeten echt af van het idee dat we hier het klimaat zouden kunnen veranderen, dus geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het lijkt erop dat als de verwarming aangaat, we de zomer al zijn vergeten. Wel steun, want volgens mij moeten we dit debat echt voeren.
De heer Nobel (VVD):
Donderdag hebben we het vervolg van het debat Klimaatbeleid gebouwde omgeving. Het kan prima daar, dus geen steun.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Geen steun. De Klimaatbegroting komt eraan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit me aan bij de heer Nobel.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Nu wel 30 leden, denk ik.
De voorzitter:
Nu wel, ja. We zetten 'm op de lijst.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is nu echt het woord aan mevrouw Van Brenk voor haar verzoek namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Dat doe ik een beetje met het schaamrood op de kaken, want wij wisten niet dat je plenaire debatten moet verlengen. Het debat over mantelzorg, dat wij mede namens de SGP hebben aangevraagd, is nu verlopen. Wij hopen op coulance van de collega's en dat zij ons dat toch nog een keer gunnen.
De voorzitter:
Ik denk dat uw fractie het principe dat je nooit te oud bent om te leren volledig zal omarmen. Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Hartgrondig steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ook steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Steun namens VVD.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Steun.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik dank de leden.
De voorzitter:
Steek 'm in uw zak, mevrouw Van Brenk!
Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De jaarwisseling is aanstaande, die komt eraan. Normaal gesproken wordt er ver nadat de jaarwisseling is geweest een debat ingepland over de jaarwisseling. Ik wil dat nu eens omdraaien. Ik zou graag voor het kerstreces een debat willen hebben over de jaarwisseling en alles wat daarbij hoort. Denk aan al het geweld dat we elk jaar zien en de eventuele gevolgen van het vuurwerkverbod. Ik wil dat debat graag voeren met de minister van Justitie en Veiligheid, de minister van Volksgezondheid en de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dan hebben we alle verantwoordelijke ministers die met de jaarwisseling te maken hebben bij elkaar. Het verzoek is om nu eens vooraf te handelen in plaats van achteraf.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ondanks het vuurwerkverbod durf ik er wel een flesje wijn op in te zetten dat de overlast niet minder zal zijn tijdens de jaarwisseling, dus van harte steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun, voorzitter. Ik wil dan ook graag een brief van het kabinet waarin het ingaat op wat het gaat doen met de geweldsinstructie aan de politie, want die mag gewoon heel weinig.
De voorzitter:
Het informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. Steun voor het informatieverzoek van mevrouw Keijzer en ook voor het idee om vooraf een debat te voeren. Alleen komen alle begrotingen eraan, dus volgens mij is de plenaire agenda vol. We kunnen de begrotingsbehandelingen van JenV en van IenW gebruiken om het hierover te hebben. Ik ga dat in ieder geval wel doen, dus geen steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Geen steun voor het debat, wel voor het informatieverzoek.
De voorzitter:
U heeft geen steun voor een debat, mevrouw Van der Plas. Maar u hebt nog wel een tweede verzoek.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
En ik heb 30 leden.
De voorzitter:
Ja. We zetten 'm op de lijst.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Mijn tweede verzoek gaat over een debat dat ik graag wil met de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het aanstaande rapport — het moet nog uitkomen — van de Nationale ombudsman, die onderzoek heeft gedaan naar de betrouwbaarheid van de overheid richting boeren. Er is al aangekondigd dat het rapport waarschijnlijk in november komt. Ik zou daar graag nu al een debat over aanvragen, na ommekomst van het rapport en na de kabinetsreactie, binnen twee weken nadien in te plannen.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Mevrouw Van der Plas zegt het zelf al: het rapport moet nog uitkomen. Ik ga het met veel interesse lezen, maar dan ga ik besluiten of ik er een debat over wil.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik sluit me aan bij mevrouw Podt: geen steun.
Mevrouw Bromet (PRO):
Geen idee waar dit over gaat, dus nog geen steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Wij weten wel waar het over gaat. Mede namens de ChristenUnie: steun voor het verzoek.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Eerst even het rapport afwachten en daarna wellicht.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Van der Plas, maar wel 30 leden. We zetten 'm erbij.
Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. De misdaden die worden gepleegd op de Westelijke Jordaanoever tegen Palestijnen en ook westerse diplomaten gaan maar door. De misdaden die worden gepleegd tegen de Palestijnen in Gaza gaan maar door. Nog steeds hebben we een Nederlandse regering die niet doet wat ze moet doen om die misdaden te stoppen en wapens blijft kopen van Israël. Nog steeds hebben we een Europese Unie die hiervan wegkijkt. Hierover zou ik zo spoedig mogelijk een debat voeren met de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer De Roon (PVV):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Piri (PRO):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter. Het is een belangrijk onderwerp, maar volgende week is de Raad Buitenlandse Zaken, dus geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Een terecht verzoek. Steun.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun. Raad Buitenlandse Zaken.
De heer Ceulemans (JA21):
Precies dat. Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik dacht dat dit verzoek zou gaan over de tientallen vermoorde christenen in Ethiopië, maar dat is niet zo, geloof ik. Geen steun.
De heer Poortman (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De heer Van Baarle gebruikt zowat elk debat om Israël aan de orde te stellen. Het is zijn goed recht om dat te doen, maar er zijn zo veel debatten waarin dat kan, zoals de Raad Buitenlandse Zaken en de begroting Buitenlandse Zaken. Geen steun dus voor een apart debat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Keijzer. Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter. De moord op de 29-jarige Hajar is de acute reden dat ik hier sta, maar zonet zag ik ook een bericht op RTV Rijnmond over een groepsverkrachting in twee sessies, waarin een 18-jarig meisje is rondgereden. Ik ben het een beetje zat dat bij geweld tegen vrouwen steeds wordt gedaan alsof we een mannenprobleem hebben. Ja, het is zo dat de helft van de gevallen van femicide wordt gepleegd door mensen met een migratieachtergrond en de helft dus niet, maar als je dat afzet tegen de twee op de tien mannen die een migratieachtergrond hebben, hebben we een probleem. Er staat hierover een commissiedebat gepland op 9 december. Mevrouw Mutluer heeft hierover 1 september een debat aangevraagd. Mijn verzoek is om dat debat voor de kerst plenair hier te voeren, daarbij ook de minister van Asiel en Migratie en de minister van VWS uit te nodigen, en een brief aan het kabinet te vragen waarin nou eindelijk eens een keertje wordt ingegaan op de culturele component van het geweld tegen vrouwen.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik ga kijken of u een meerderheid hebt.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik ga ervan uit dat de brief er moet zijn voor het debat, dus steun voor het verzoek.
Mevrouw Wiersma (BBB):
We zijn afgelopen reces naar Spanje geweest, waar ze een hele goede aanpak hebben van onder andere femicide. Dus van harte steun voor het verzoek.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Van harte steun voor dit verzoek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Er staat al een debat over dit onderwerp gepland. Het is sneller om het op dat moment te bespreken.
Mevrouw Mutluer (PRO):
Voorzitter, geen steun voor dit verzoek, maar wel het verzoek om zo snel mogelijk het debat dat ik inderdaad zelf heel lang terug heb aangevraagd, over vrouwen en veiligheid in de breedste zin van het woord, met de minister van Justitie en Veiligheid te voeren. Als mijn collega's dit debat naar asiel willen trekken, dan mogen zij dat lekker bij het asieldebat doen. Wat mij betreft geen steun voor dat verzoek. Wat betreft de brief: als er een brief komt vanuit het kabinet, lijkt het mijn handig om mee te nemen wat de Regeringscommissaris tot op heden hieromtrent heeft gedaan.
De voorzitter:
Ook dat geleiden we door naar het kabinet.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, wat mij betreft voeren we een debat over de afschuwelijke daden, ook in dit geval als het gaat om Hajar, maar niet over de afkomst van de dader. Daarom ga ik straks een apart debat aanvragen waarin het wel gaat om de daden en niet om de afkomst van de dader.
Mevrouw Dobbe (SP):
Geen steun voor dit verzoek, wel steun voor het verzoek van mevrouw Mutluer. Dat debat hebben wij gesteund, in die vorm. Dank u wel.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Er staat volgens mij een debat over femicide. We het kunnen het daar dan over hebben.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun voor het verzoek om de brief, maar niet voor het verzoek om een debat. Dat kan bij het debat dat al is aangevraagd is door collega Mutluer. Wat mij betreft doen we dat snel. Alle andere zaken kunnen bij de begroting JenV. Daar heb ik ook al wel wat plannen voor.
De heer Poortman (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ook geen 30 leden?
De voorzitter:
Ja. We zetten het op de lijst.
Het woord is aan mevrouw El Boujdaini namens D66.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. De afgelopen tijd hebben we veel cyberincidenten gezien. De ransomwareaanval op ChipSoft, waarbij data gestolen konden worden van ziekenhuizen. Het Odido-datalek waarbij gegevens van 6,2 miljoen mensen buit werden gemaakt. De onderwijshack bij Canvas, die wereldwijd leidde tot datalek, wat ruim 275 miljoen studenten, docenten en medewerkers heeft geraakt. Het cyberincident bij Albert Heijn, waardoor schappen leeg bleven. En dan de meest recente, namelijk die van afgelopen week: de beveiligingscrisis bij PHP, het programmeermodel waar 70% van het internet gebruik van maakt. Er is inmiddels een update. De organisaties die deze nog niet hebben doorgevoerd of die niet eens weten dat PHP ergens in hun systeem voorkomt, blijven kwetsbaar.
De voorzitter:
Uw verzoek.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
De kans is dus groot dat we nog meer datalekken gaan zien, en daarmee phishing en identiteitsfraude. Daarom wil ik graag een debat over de digitale weerbaarheid, met de staatssecretaris van Digitale Economie, de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie en Veiligheid. Ik hoop op uw steun.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Mevrouw El Boujdaini valt met de neus in de boter, want op 9 november is het wetgevingsoverleg over de begrotingen die digitalisering raken. Een perfect moment denk ik om dit te bespreken.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun, maar wel een zeer belangrijk onderwerp. Daarom graag de komende weken bespreken in de verschillende debatten van Digitale Zaken.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA heeft hierover mondelinge vragen ingediend. Het is denk ik een belangrijk onderwerp om te bespreken. Wat ons betreft doen we dat nu in het commissiedebat Online veiligheid.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Heel belangrijk om te bespreken en daarom ook geen "maar"; gewoon doen, dus steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Er is nogal wat gebeurd, dus ik vind dat we het daarover moeten hebben. Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Terecht verzoek. Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Het woord is aan de heer El Abassi voor zijn verzoek namens DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Dank u, voorzitter. Zorgverzekeraar DSW kondigt de grootste premiestijging ooit aan. Er komt €173 per jaar bij, een stijging van ruim 9%. Alsof dat niet genoeg is, stijgt ook het eigen risico van €385 naar €400. Waarom moeten Nederlanders in 2027 de stijgende kosten van twee jaar tegelijk betalen en waarom moeten verzekerden opdraaien voor tegenvallende overheidsvergoedingen? Graag wil ik hierover in debat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Wendel (VVD):
De collega heeft gelijk. Het is echt tijd voor hervormingen om die premies naar beneden te krijgen, maar daar hebben we juist de week voor het reces een heel uitgebreid debat over gehad. Ik reken dus op steun voor die maatregelen. Maar geen steun voor nog een debat hierover.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Wel steun.
De heer Poortman (CDA):
De hervorming in de zorg is een urgente kwestie, maar dat zal de komende tijd vaker onderwerp van debat moeten zijn, dus geen steun voor dit specifieke verzoek.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik sluit me aan bij mevrouw Wendel. Geen steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Kosten na kosten na kosten; alles wordt op mensen die zorg nodig hebben, gestapeld. De zorg wordt gewoon leeggegraaid. Dit nieuws over de zorgpremie kan niet. We zijn blij dat de extra verhoging van €60 net door de Kamer is weggestemd. Zeker ook steun voor dit debat.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. De kosten in de zorg lopen inderdaad uit de hand, maar er is een verschil tussen in en aan de zorg. Maar ik wil dit debat in ieder geval wel steunen.
De voorzitter:
Maar dat leidt niet tot een meerderheid.
De heer El Abassi (DENK):
30 leden?
De voorzitter:
30 leden? Dat wel. We zetten 'm op de lijst.
Uw volgende verzoek.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. "Help me. Now. He is killing me." De 29-jarige Hajar smeekte om hulp, maar deze signalen werden door de politie als niet urgent aangemerkt. Twaalf dagen later werd haar lichaam gevonden in een koffer in Amsterdam. Hoe kan het zijn dat bij zo'n noodkreet niet alle alarmbellen afgaan? Welke signalen had Hajar nog meer moeten geven dan "Help me. Nu. Hij vermoordt me"? Dit roept ernstige vragen op over de bescherming van vrouwen en hoe we dit soort afschuwelijke moorden kunnen voorkomen. Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid daarvoor heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Een afschuwelijke zaak, waar iedereen in Nederland tot vandaag, in ieder geval in mijn omgeving, het nog steeds over heeft. Er is al een debat aangevraagd over femicide. Ik zou via de voorzitter met klem willen vragen om dat debat, aangevraagd door mevrouw Mutluer, nu echt zo snel mogelijk in te plannen. Daar kunnen we ook deze zaak bij betrekken. Dus geen steun nu voor een apart debat, maar laten we het debat van mevrouw Mutluer heel snel inplannen. Dan kan dit daar ook bij.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik doe het niet heel vaak, maar ik sluit me graag aan bij mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Een heel terecht verzoek. Het gaat door merg en been. Maar ik moet ook zeggen: ik zou het er heel graag snel over willen hebben. Er staat al een debat van mevrouw Mutluer op de planning. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit daar ook bij bespreken.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik sluit me aan bij mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Mutluer (PRO):
Het is verschrikkelijk wat Hajar is overkomen. Wat mij betreft moet dat onderzoek zo snel mogelijk afgerond worden, maar inderdaad: laten we dat debat over vrouwen en veiligheid zo snel mogelijk inplannen om dit ook daarin mee te nemen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik steun de opmerking van BBB.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er gebeurd is, maar ik denk echt dat het staande debat een snellere manier is om het hierover te hebben. Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, maar wel 30 leden. We zetten 'm ook op de lijst.
Het woord is aan mevrouw Podt voor haar verzoek namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik stond hier voor het reces ook, met ditzelfde verzoek, maar toen bleken na afloop toch nog meer mensen voor dit voorstel, dus ik doe nog een poging. Yvon Jaspers maakte een belangrijke en heel mooie, genuanceerde documentaire over parkinson en over de verdeeldheid en onzekerheid bij boeren en omwonenden over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Daarom wil ik heel graag een breed debat over parkinson, over het voorkomen daarvan en over de zorg voor mensen die het wel krijgen, met zowel de minister van VWS als de staatssecretaris van LVVN. Dat verzoek doe ik mede namens de collega van Volt.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Bromet (PRO):
Steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
De heer Lohman (CDA):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We hebben echt nét een debat gehad over gewasbeschermingsmiddelen. Dit onderwerp, de ziekte van Parkinson, zou in ik weet niet hoeveel debatten bij VWS besproken kunnen worden. Laten we nou niet weer een debat gaan voeren over iets waar we het echt elke dag al over hebben, op elk moment, en recent ook nog tijdens dat gewasbeschermingsmiddelendebat.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik kan me niet een heel recent debat hierover bij VWS herinneren, dus zeker steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Deze maand is de begroting VWS behandeld en is er een commissiedebat specifiek over gewasbeschermingsmiddelen geweest, dus geen steun voor nog een extra debat.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Het is ongelofelijk belangrijk dat hier een debat over komt. We hebben het veel te weinig over de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen, dus van harte steun van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Wij zouden graag eerst een brief willen over dit specifieke onderwerp. Daarna overwegen wij of we daar een debat over willen voeren.
De voorzitter:
We geleiden uw verzoek door naar het kabinet.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Podt.
Het woord is aan de heer Neijenhuis, die spreekt namens D66.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter. Over iedere asielzoeker op een fatbike in de krant wordt hier stante pede een spoeddebat aangevraagd, maar ondertussen hebben we het amper over de grote doorbraken die nodig zijn om stilstand in Nederland, bijvoorbeeld die in de woningbouw, op te lossen. Iedere week spreek ik wel met een jongere die er gewoon niet tussenkomt op de woningmarkt. Laten we eens even wat verder vooruitkijken en het hebben over de problemen die we al van verre aan kunnen zien komen. Denk aan het enorme personeelstekort in de bouw dat op ons afkomt, terwijl we de komende jaren juist ontzettend veel meer moeten gaan bouwen.
D66 heeft daar goede ideeën over, en andere partijen volgens mij ook. Laten we daar dus snel een debat over voeren zodat we knopen kunnen doorhakken.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Waarschijnlijk worden dat nog meer asielzoekers op fatbikes. Dit kan lekker bij de begroting.
De heer Nobel (VVD):
Dit kan bij de begroting van VRO betrokken worden.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Wij zien natuurlijk ook de arbeidskrapte in verschillende sectoren, waaronder de bouw. Wij zien dit echter als een breder probleem. Dit speelt bijvoorbeeld ook in de zorg en het onderwijs. Wat ons betreft zouden we dit eerst kunnen agenderen voor een commissiedebat. Dan kunnen we richting de begroting bekijken hoe we dat wat breder kunnen trekken.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Belangrijk onderwerp, maar we hebben over het algemeen geen tekort aan SZW-debatten. Dit kan ook nog betrokken worden bij het commissiedebat Staat van de volkshuisvesting, dus voor nu geen steun.
Mevrouw Patijn (PRO):
Helaas geen steun. Ik zou dit wel graag ergens anders willen bespreken, bijvoorbeeld in een commissiedebat. Ik zou het wel fijn vinden om van de minister iets te horen hierover.
De voorzitter:
Dat beschouw ik als een informatieverzoek. Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet.
U heeft geen meerderheid, meneer Neijenhuis, maar we zetten 'm wel op de lijst van dertigledendebatten.
Het woord is aan mevrouw Paulusma voor haar verzoek namens D66.
Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een grote achterstand in te lopen als het gaat om vrouwengezondheid. Dat doet de minister van VWS al voortvarend, aan de hand van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid, maar een van de lessen van de afgelopen jaren is dat we vooral ook kennis moeten delen. We weten dat er in het arbeidsproces veel vrouwen uitvallen. Daarover delen we eigenlijk veel te weinig kennis. Ik wil graag zowel met de minister van VWS als de minister van SZW in debat over de vraag hoe wij ervoor kunnen zorgen dat meer vrouwen langer aan het werk blijven, maar vooral ook beter geholpen worden.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik denk dat dit een onderwerp is dat echt aandacht verdient, dus van harte steun voor dit debat.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dit is zeker een belangrijk onderwerp, maar dit kan echt in heel veel andere commissiedebatten aan de orde komen; dan kunnen we het er echt goed en ook tijdig over hebben. Anders gaat het namelijk toch te lang duren.
De heer Poortman (CDA):
Ik ben het eens met mevrouw Paulusma. Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
De aanleiding van het verzoek was het artikel Het lijkt alsof de baarmoeder van de vrouw in wetenschappelijk onderzoek wordt vergeten. Maar het hele vrouwenlichaam wordt in onderzoek vergeten. Van harte steun om hier een debat over te voeren; dat moeten we echt doen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dit is echt een heel belangrijk onderwerp, maar we hebben hier nou juist bij de begrotingsbehandeling van VWS uitgebreid over gesproken. Ik heb het grootste gedeelte van mijn spreektijd ook hieraan besteed. Nu direct weer een debat voeren, hoeft voor ons dus niet.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. We hebben het er uitgebreid over gehad, maar er is nog steeds geen daadwerkelijke investering in die vrouwengezondheidsstrategie, dus laten we hier een debat over hebben. Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Mevrouw Maeijer, wenst u zich nog uit te spreken?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Geen steun, voorzitter.
De voorzitter:
Toch heeft u een meerderheid, mevrouw Paulusma.
Het woord is aan de heer Schenk, als laatste spreker in deze regeling van werkzaamheden. Gaat uw gang. U spreekt namens Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Voorzitter. Drie weken geleden stond ik hier om aandacht te vragen voor de Franse rellen en het risico dat deze over zouden slaan naar Nederland. Inmiddels zijn die rellen nog veel heviger en veel zwaarder geworden. Er zijn plunderingen, brandstichtingen, aanvallen op hulpverleners, winkels die worden leeggeroofd en stadhuizen die worden binnengedrongen. Er is zelfs een historisch stadhuis dat in vlammen opging en waarvan de toren instortte. Breed wordt erkend dat deze rellen zijn aangewakkerd door het extreemlinkse La France Insoumise, een verbond van communisten, socialisten en emigranten uit Afrikaanse en Arabische landen. Daar is een hele mooie term voor, namelijk "islamogauchisme". Inmiddels zien we ook dat deze rellen overslaan naar Spanje, België en Italië. Ik denk dus dat het hoog tijd is om een debat te hebben over het risico dat deze rellen naar Nederland overslaan. We moeten dit verbond van mensen die spugen op de Europese cultuur stoppen.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Dit is een heel belangrijk punt, maar als we het heel snel willen bespreken, kunnen we dat het beste doen bij de begroting van Justitie. Anders gaat het een ellenlange tijd duren, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Mee eens. Als de heer Schenk de urgentie hiervan ziet, kan dit inderdaad bij de begroting. Er is op 26 november nog een commissiedebat Terrorisme/extremisme. Vandaag is er een debat over de Grondwet en de democratische rechtsstaat. Daar kan de heer Schenk zo meteen naartoe. Dat is een half uurtje geleden begonnen in de Suze Groenewegzaal. Het kan dus vandaag nog.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Wendel (VVD):
De snelste weg om hierover te spreken is aanstaande maandag bij het WGO Politie.
De heer Poortman (CDA):
Ook geen steun.
De heer Neijenhuis (D66):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Schenk.
Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik dank u voor uw medewerking. Ik schors kort. Daarna gaat de Kamer verder met de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dat betreft de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2027
Voorzitter: Paulusma
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2027
Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2027 (37020-VIII).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Wij doen vandaag de eerste termijn vanuit de zijde van de Kamer. Ik vraag alle leden om plaats te nemen en heet hen van harte welkom. Dat geldt ook voor de zwaaiende bewindspersonen in vak K: van harte welkom.
Ik stel voor dat wij bondig doch enthousiast met elkaar het debat gaan voeren. Dat betekent maximaal 30 seconden per interruptie. Ik heb geen luik, maar ik vraag de leden toch wel erg dringend om zich ook aan die 30 seconden te houden; dan kunnen we dat in trapjes van drie doen. Ik kijk ook expliciet naar de heer Ceder. Ik ga het aantal interrupties niet begrenzen, maar als het gierend uit de hand gaat lopen, roep ik u allemaal naar voren en maken we een andere afspraak met elkaar. Ik ga u een heel erg fijn debat wensen en de eerste spreker van vanavond, of eigenlijk van vanmiddag, aankondigen. Dat is mevrouw Moorman, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, ik wens u ook een heel fijn debat, maar dat gaat vast lukken.
Voorzitter. Bij het beoordelen van de begroting heb ik mij vooral gericht op — het zal u niet verbazen — of we met deze begroting ook gelijke kansen bieden voor alle kinderen in Nederland die onderwijs volgen. Dat is namelijk misschien nog wel extra belangrijk, nu we zien dat de kwaliteit van onderwijs achteruit holt. Nederland is weer verder gezakt als het gaat om de internationaal vergelijkende PISA-scores. Maar wat eigenlijk nog dramatischer is, en wat eronder zit, is dat Nederland wereldwijd bijna de grootste verschillen kent tussen scholen volgens de OESO. Dat betekent ook een zeer grote kansenongelijkheid. Naar welke school je gaat, maakt in Nederland uit voor je toekomstkansen. We denken dat dit een heel egalitair land is, maar dat is dus verre van het geval.
De staatssecretaris erkent dat gelukkig; zij ziet dat ook. Maar ik zie dat daar in de begroting eigenlijk nog niks aan wordt gedaan. Dat kan zijn omdat de begroting is uitgekomen voordat die PISA-scores kwamen, maar dit is natuurlijk niet alleen maar van gisteren; dit speelt al veel langer. Er wordt wel gesproken over kansengelijkheid, thuiszitters en het lerarentekort — en dat is natuurlijk allemaal mooi — maar er wordt niet gesproken over de grote verschillen tussen scholen met betrekking tot kansengelijkheid en het lerarentekort.
Voorzitter. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed onderwijs krijgen, moeten we de verschillen tussen scholen verkleinen door ervoor te zorgen dat de minder presterende scholen net zo goed gaan presteren als de goede scholen. Daarvoor moeten we een aantal dingen doen. Ten eerste hebben we natuurlijk voldoende goede leraren en schoolleiders nodig. Hier wordt volgend jaar een beetje in geïnvesteerd, maar nog niet zo heel veel. Daarom heb ik de volgende vragen. Hoe gaan we de grote verschillen in het lerarentekort bestrijden? Hoe kan het dat zijinstromers vaak geen plek kunnen vinden, ondanks grote tekorten in het onderwijs?
We zien dat afspraken in de regio's vaak nog te wensen overlaten. Sommige scholen bieden geen enkele opleidingsplek omdat ze zelf geen tekort hebben. Daar is echt meer solidariteit nodig, want juist als je geen tekort hebt, kun je beter opleiden en beter begeleiden. Hoe kijkt de staatssecretaris naar mijn voorstel om een plan te maken voor het aantal op te leiden leraren per regio, zodat scholen zonder tekorten ook opleiden voor scholen met tekorten in de regio? Wat gaat de minister doen om de kwaliteit van de opleidingen te verbeteren? We hebben gezien dat er nieuwe bekwaamheidseisen komen, maar er zijn nog steeds ongelofelijk veel routes naar het leraarschap en daar maken we ons zorgen over. Is het geen tijd voor een rijksacademie, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de politie of het leger?
Voorzitter. Goede scholen vereisen goede schoolbestuurders. Waarom moeten zij aan minder eisen voldoen dan bijvoorbeeld bestuurders van corporaties? Zijn onze kinderen minder belangrijk dan huizen? Hoe staat de staatssecretaris tegenover een voorstel van PRO om ook voor schoolbestuurders een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets in te voeren?
Voorzitter. Ook is het belangrijk dat kinderen de tijd krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Brede brugklassen en het uitstellen van het selectiemoment kunnen die tijd bieden. Gelukkig wordt een bezuiniging op de bredebrugklassubsidie teruggedraaid. Dat wordt echter niet op die manier verwoord in de begroting. Daar wordt geschreven over een hervorming, terwijl het bijvoorbeeld bij School en Omgeving gewoon gaat om het terugdraaien. Wat behelst die hervorming nou precies? Wat wil de staatssecretaris ermee bereiken?
Voorzitter. Om gelijke kansen te bieden moeten we ongelijkheid bestrijden. Daarom hebben we bijvoorbeeld een motie ingediend om laptops onder te brengen in de Wet gratis schoolboeken, om alle kinderen gelijke kansen te bieden op goede digitale hardware en software. We willen graag weten hoe het daarmee staat.
Voorzitter. Oneerlijke behandelingen van leerlingen zijn ons een doorn in het oog. Mijn collega Tseggai komt daar straks op terug wat betreft mbo-leerlingen. We zien echter ook grote verschillen tussen pro en mbo qua reiskostenvergoedingen. De Kamer heeft een motie aangenomen van onze collega's Beckerman en Westerveld om de reiskostenvergoeding beschikbaar te stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het pro, dus ook voor leerlingen die geen entreeopleiding volgen. "Pro" staat hier voor "praktijkonderwijs"; dat is misschien verstandig om te zeggen. Het is dus niet de opleiding van de fractie van PRO! Kan de minister aangeven hoe het zit met de uitvoering van deze motie?
Voorzitter. Als het onderwijs niet overal goed is, leidt dat tot grote kansenongelijkheid. Sommige ouders weten de beste scholen te vinden en kunnen compenseren voor afnemende kwaliteit van het onderwijs. We zien dan ook dat de bijlesindustrie ontploft is tegelijk met de neerwaartse trend in de onderwijskwaliteit. Zou het niet eerlijk zijn als een deel van die inkomsten ook terecht zou komen bij kinderen die dat het hardste nodig hebben, maar van wie de ouders dat extra onderwijs niet kunnen betalen? Daarom stellen we voor om btw te heffen op de betaalde bijles. Commerciële bijlesbureaus zijn nu namelijk nog uitgezonderd van btw onder de algemene uitzondering voor het onderwijs, terwijl er een half miljard per jaar in omgaat. De opbrengsten van de btw kunnen we investeren in gelijke kansen via de onderwijsachterstandsmiddelen, brugfunctionarissen en schoolmaaltijden. We komen aanstaande donderdag met een voorstel. We horen graag alvast van de staatssecretaris hoe zij daarnaar kijkt.
Voorzitter. Dan de onderwijsachterstandsmiddelen. Door een nieuwe verdeelsleutel van geld voor scholen krijgen sommige scholen in armere wijken opeens tonnen minder geld om kinderen die dat nodig hebben te helpen. Ze werden daar pas in mei, vlak voor de zomervakantie, over geïnformeerd. De staatssecretaris weet dat dit is gebeurd. Ze heeft tijdens een commissiedebat ook aangegeven dat ze met een verzachting zou komen. We kregen eigenlijk pas vandaag een brief, waar nog steeds geen financiële compensatie in staat. Hoe staat het er nou precies mee? Er is ook een amendement. Ik ben heel benieuwd of dat een oplossing biedt.
Voorzitter. Er zijn daarnaast tienduizenden kinderen die thuiszitten zonder passend onderwijs. Zij krijgen helemaal geen onderwijs. Daar lijkt maar geen verbetering in te komen. Wat gaat de staatssecretaris doen om inclusief onderwijs in 2035 te halen?
Iedereen maakt zich heel veel zorgen over de leesvaardigheid. Ons voorstel voor een schoolbibliotheek op iedere school is aangenomen. We zien nu dat bibliotheken wettelijk de taak krijgen om het lezen bij onderwijsinstellingen te bevorderen, maar aan de kant van het onderwijs en de kinderopvang is deze samenwerking nog niet geborgd. Hoe kunnen we daar meer balans in brengen? Kan de staatssecretaris aangeven hoe ze wil vastleggen wat er van de onderwijsinstellingen en kinderopvang wordt verwacht in samenwerking met de bibliotheken?
Tot slot, voorzitter. De ambitie moet echt omhoog. Daarvoor hebben we wel heldere doelen nodig. De Rekenkamer geeft aan dat die doelen eigenlijk niet in de begroting staan, evenmin als de indicatoren. Wat kunnen we daaraan doen? Het is extra belangrijk omdat er nieuwe bezuinigingen zijn aangekondigd op het ambtenarenapparaat. Het gaat om maar liefst 30%. Hoe kunnen we dan doelen bereiken — we weten niet eens wat we precies willen bereiken — zonder dat we de ambtenaren hebben om dat te doen? Dat terwijl de ambitie omhoog moet.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het geeft aanleiding tot een aantal vragen.
Mevrouw Raijer (PVV):
Ik hoor PRO zeggen de btw eraf te willen halen voor bijlessen voor de kinderen van wie de ouders aan de ondergrens zitten. Nou bent u voor kansengelijkheid, mevrouw Moorman. Dat siert u ook. Mijn vraag aan u is als volgt. We weten allemaal dat de middenklasse het momenteel ook heel zwaar heeft. Geldt dit dan ook voor die groep?
Mevrouw Moorman (PRO):
Wij stellen inderdaad voor om btw te gaan heffen op commerciële bijles. De commerciële bijles is geëxplodeerd. Waar er vijf jaar geleden nog zo'n 100 miljoen geïnvesteerd werd in commerciële bijles, is dat inmiddels een half miljard. Dat is dus enorm. We weten ook dat heel veel ouders bijles helemaal niet kunnen betalen. Eigenlijk zou bijles niet nodig moeten zijn. Laten we het daar met elkaar over eens zijn. Het onderwijs zou gewoon goed genoeg moeten zijn, zodat er helemaal geen bijles nodig is. Het is zeer oneerlijk dat een deel van de ouders schaduwonderwijs kan inkopen en heel veel andere ouders en kinderen dat dus helemaal niet krijgen. Wij willen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Wij willen btw heffen op commerciële bijles, zodat we dat geld in het onderwijs kunnen brengen — we moeten alles natuurlijk wel sluitend doen — om het onderwijs te verbeteren. Daarmee kunnen we bijvoorbeeld brugfunctionarissen, schoolontbijten en extra taallessen financieren, juist om te zorgen dat er een eerlijkere verdeling is van goed onderwijs. Laten we er met z'n allen vooral naar streven dat bijles op de wat langere termijn helemaal niet meer nodig is, omdat de kwaliteit van onderwijs dan zo goed is dat je je daar niet op hoeft te verlaten.
Mevrouw Raijer (PVV):
Ik deel uw mening dat bijles eigenlijk helemaal niet nodig zou moeten zijn en dat het onderwijs kwalitatief op orde moet zijn. Ik wil toch van u weten waar u de grens legt. U zegt: de zwaarste schouders dragen de lasten. Waar ligt die grens?
Mevrouw Moorman (PRO):
Er is niet zozeer sprake van een grens. Op dit moment is er gewoon geen btw op commerciële bijles. Ze zijn gewoon niet btw-plichtig. Het staat niet in de wet. Er is een apart artikel over. Wij zouden zeggen: haal dat eraf; maak het wel btw-plichtig. Dat betekent dat het wat duurder wordt; dat realiseren wij ons zeer. Dat geld kunnen we juist heel goed gebruiken om in het onderwijs te steken, om voor al die kinderen wiens ouders geen bijles kunnen betalen, het onderwijs te verbeteren, om meer taalonderwijs te geven, om te zorgen dat er brugfunctionarissen zijn, om armoede weg te werken in gezinnen, zodat kinderen gewoon beter onderwijs krijgen. Dat is het idee.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dan concludeer ik dat PRO de hele middenklasse pakt met deze maatregel.
Mevrouw Moorman (PRO):
Nee, juist niet. Door te zorgen dat het onderwijs beter wordt, bereik je álle kinderen, en zeker ook de kinderen van de middenklasse. We zorgen er juist voor dat de middenklasse niet de weg hoeft te zoeken naar dure bijles. Die betalen ze nu namelijk ook. Er wordt al heel veel geld, namelijk honderden euro's per maand, uitgegeven aan bijles. Wij willen juist dat dat geld in onderwijs wordt gestoken, zodat je helemaal geen bijles meer nodig hebt. Dat is precies het idee. Ook voor de middenklasse is dit heel goed.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik hoorde mevrouw Moorman ook wat zeggen en vragen stellen over de onderwijsachterstandsmiddelen. We zullen daar een voorstel voor indienen met veel partijen. Ik hoop ook op de steun van PRO daarbij. We zijn het erover eens dat we willen dat bijlessen zo veel mogelijk op school worden gegeven en dat ze gratis zijn voor kinderen via sociale organisaties. Ik begrijp niet waarom je ouders zou willen belasten in plaats van dat af te dwingen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Nee, we willen geen ouders belasten. Misschien zou D66 met ons mee willen doen om sowieso veel meer geld naar het onderwijs te brengen. We zien op dit moment dat er nog steeds een megabezuiniging boven het onderwijs hangt, omdat er op de loon- en prijsbijstelling een post is neergezet die heel erg zwaar gaat neerkomen op het onderwijs. Die moet nog steeds geschrapt worden. Ik begrijp dat er achter de schermen wordt gezegd: nee, er is een deal, dus dat gaat echt niet gebeuren. Maar we zien het nog steeds in de boeken staan. Dat gaat dramatisch uitpakken voor het onderwijs. Ik had het best leuk gevonden als D66 had gezegd dat er gewoon meer geld moet naar het onderwijs, net zoals de VVD roept dat er gewoon meer geld naar box 3 moet. Dat wordt gewoon geaccepteerd door alle coalitiepartners. Ik had het best leuk gevonden als D66 had gezegd dat er meer geld naar het onderwijs zou moeten. Dat hadden wij zeker gesteund. Daar waren we achter gaan staan. Nu zoeken wij een dekking voor onderwijsachterstandsmiddelen die heel noodzakelijk zijn. In mijn betoog heb ik laten zien dat er hele grote verschillen zijn tussen scholen. Bijles zal wat duurder worden. Dat vinden we ook niet leuk. Het is niet iets wat we graag doen, maar we zien wel dat het daarmee eerlijker wordt. De ouders die bijles kunnen betalen, de sterkere schouders in onze samenleving, betalen iets extra's voor al die kinderen wier ouders die bijles helemaal niet kunnen betalen. Het lijkt mij goed dat wij hier in de Kamer juist opkomen voor die kinderen, die slecht onderwijs krijgen, geen leraar voor de klas hebben omdat er vooral op die scholen hele grote lerarentekorten zijn en ons echt heel erg hard nodig hebben.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Er werden nogal veel punten aangehaald. D66 investeert zeker in onderwijs: we gaan 1,5 miljard investeren in het onderwijs. Noem eens een andere partij die dat gaat doen. Ik zou zeggen: laten we daar samen in optrekken. Dat lijkt me namelijk heel belangrijk. Van die technische placeholder weten we dat er een sociaal akkoord gemaakt moet worden met sociale partners. Ik hoop dat PRO daar ook staat voor het onderwijs en dat we dit geld dus gewoon behouden. Maar dan ten aanzien van die bijlessen: ik denk dat het heel goed is dat de staatssecretaris nu de richtlijn aan scholen heeft uitgevaardigd om samen te werken met niet-commerciële partijen en te zorgen dat die bijles gratis op scholen kan worden aangeboden. Deelt mevrouw Moorman niet ook die lijn in plaats van de lijn van het belasten van de ouders en het onderwijs, die in kwaliteit tekortkomen, wat wij gewoon moeten verbeteren?
De voorzitter:
Ik ga ingrijpen. De interrupties zijn echt veel, veel te lang.
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, ik realiseer me dat ik ook heel lang antwoord gaf. Ik zal dat ook proberen te beperken.
De voorzitter:
Graag. Dat klopt.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik wil eerst reageren op dat punt over de onderwijsachterstandsmiddelen, waar ook een amendement over voorligt. Daar gaan we zeker goed naar kijken, want ik vind het inderdaad belangrijk dat de scholen die nu geraakt worden, worden gecompenseerd. Overigens weet ik niet of die 7 miljoen dan ook daadwerkelijk voldoende is. We zullen moeten horen of dat wel goed is. Het bedrag dat u daarvoor beschikbaar stelt, gaat uit de bredebrugklassubsidie. Daar heb ik nou juist over gevraagd of die niet moet worden uitgekeerd op dit moment. Ik hoor dus graag het antwoord van de staatssecretaris daarop. Als het dan gaat over de vraag of ik niet vind dat al die kinderen heel goede ondersteuning moeten krijgen op school, zeg ik: absoluut; dat is precies de hele gedachte achter het voorstel dat ik hier doe. We zien namelijk dat er nog steeds hele grote verschillen zijn tussen scholen en dat er nog te weinig aan gebeurt als het gaat om bijvoorbeeld de verdeling van onderwijsachterstandsmiddelen of de brugfunctionarissen. Het spijt me dat ik inderdaad even naar u uithaalde toen het ging over de bezuinigingen van 30% op het ambtelijk apparaat. Dan zal je minder taken moeten doen. Dat gaat ook van de onderwijsinspectie af. Ik ben dus toch heel benieuwd hoe we nou meer ambitie gaan hebben met minder mensen. Dat lijkt mij heel ingewikkeld. Het staat toch echt gewoon in uw plannen. Als het gaat om die 1,5 miljard: ik ben er blij mee. Het is fijn dat D66 het voor elkaar heeft gekregen om het terug te draaien. Maar laten we wel eerlijk zijn: het is het terugdraaien van een bezuiniging uit het kabinet-Schoof. Het is geen extra investering. Het is het terugdraaien van een bezuiniging die vreselijk was. Laten we hier dus ook wel bij de feiten blijven; dat lijkt me verstandig. Er worden goede dingen teruggedraaid, zoals de bezuiniging op School en Omgeving. De bredebrugklassubsidie wordt hervormd. Ik weet niet wat het betekent, maar op zich is het goed dat daar weer geld voor beschikbaar is. Voor de onderwijsachterstandsmiddelen kijk ik ook heel graag naar uw amendement. Daar ben ik dus allemaal blij mee. Maar het is terugdraaien, en helaas niet extra investeren.
De voorzitter:
Laten we naast "bij de feiten blijven" ook bij de vraag blijven. Dat scheelt, denk ik, in de tijd. Mevrouw Rooderkerk, afrondend.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ja, afrondend. Ten aanzien van de feiten: we gaan ook nog eens 30 miljoen in de onderwijsinspectie investeren, dus daar gaat het niet vanaf. De uitwerking van die taakstelling komt van de minister. Ten tweede gaan we wel meer investeren dan Schoof. We draaien namelijk terug, maar we maken ook heel duidelijke keuzes om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dan ten aanzien van de bijles: wat D66 betreft moeten we niet ouders meer gaan belasten voor het feit dat zij het gevoel hebben dat hun kinderen bijles nodig hebben, maar moeten we er gewoon heel goed voor zorgen dat het onderwijs beter wordt en dat elk kind goed leert lezen en schrijven.
De voorzitter:
Uw vraag? De heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Hoeveel zou die btw opleveren?
Mevrouw Moorman (PRO):
Er wordt een half miljard aan bijles uitgegeven; dat is de berekening die nu is gemaakt. Als je over een half miljard een btw-percentage van 21% doet, hou je 100 miljoen over. Dat is dus een fors bedrag dat je extra in het onderwijs kan steken. Dat is niet zozeer het belasten van ouders; het is het eerlijk verdelen van de lasten. Nogmaals, ik had het liever niet gedaan. Ik had liever gehad dat er veel meer was geïnvesteerd in het onderwijs, dat er veel meer was gedaan om te zorgen dat die verschillen tussen scholen minder groot zijn. Maar toch nog even in reactie op wat er net werd gezegd: wij kiezen er wel voor om meer te investeren in die kinderen van wie de ouders dat helemaal niet kunnen betalen en die vaak in wijken wonen met hele hoge lerarentekorten, die oplopen tot 30%, en daardoor dus helemaal niet de kansen krijgen die ze verdienen. Als u met de coalitie een beter idee heeft, graag. Dan hoef ik u niet aan te spreken, meneer Boomsma, want u bent net als ik van de oppositie. Maar als u met de coalitie een beter idee heeft, bent u welkom. Ik wil het graag weten, maar laten we die investering in ieder geval wel doen.
De heer Boomsma (JA21):
Daar gaan we naar kijken. Wij zijn er vooralsnog geen voorstander van om een nieuwe belasting in te voeren op bijlessen voor mensen die misschien ook moeite hebben om dat geld bij elkaar te brengen en die die bijlessen ook gewoon nodig hebben. Maar ik had een andere vraag, want mevrouw Moorman verwees naar een constatering van de Rekenkamer over de beperkte doelmatigheid van de begroting doordat doelen niet goed nagevolgd kunnen worden omdat dat ingewikkeld is. Toen vroeg zij aan het kabinet wat het kabinet daaraan gaat doen. Mevrouw Moorman is jarenlang wethouder geweest in Amsterdam en heeft daar ook veel ervaring opgedaan met onderwijsbegrotingen. Misschien heeft zij hier dus zelf nog suggesties voor.
Mevrouw Moorman (PRO):
Dank voor die vraag. Het gaat overigens om btw; dat betaalt u ook over uw biertje of over uw boodschappen. Misschien denkt u daar dan wat minder over na. Het verbaasde mij dat er eigenlijk gewoon helemaal geen doelen en ook geen indicatoren in de begroting staan. Er wordt een fors bedrag uitgegeven aan onderwijs, namelijk 60 miljard. Dat is zo'n 10% van het bbp. We weten dat we met het onderwijs hele grote problemen hebben in ons land en dat we het internationaal slecht doen, onder het gemiddelde van Europa en onder het gemiddelde van de OESO. Dan zou je, met alle ambities die er zijn, toch verwachten dat we daar hele duidelijke doelen en indicatoren bij hebben. Ik ben niet de enige die dat zegt: ook de Rekenkamer zegt dat, in vrij forse bewoordingen en niet voor het eerst; dat zegt de Rekenkamer al een hele tijd. Ik zou dus verwachten … Dit is best ingewikkeld. We hebben hier volgend jaar weer met een debat met elkaar over wat er met dat geld is gebeurd. Waar kunnen we dat nou aan afmeten en waar kunnen we dat op afrekenen? Ik weet dat nu "OCW in cijfers" is gemaakt, maar het is toch heel gek dat de doelen en indicatoren niet gewoon in de begroting staan? Dat zou je toch verwachten bij elke uitgavepost die er is? Zo ken ik dat inderdaad nog uit de tijd dat ik wethouder was. Dan vroeg de raad, waar ook ene meneer Boomsma in zat, mij gewoon: wethouder, wat wilt u hiermee bereiken, hoe doeltreffend en doelmatig is het nou precies wat u hier aan het doen bent, welke indicator hoort daarbij en wat gaan we daar dan mee doen? Als ik nu allemaal mooie nieuwe plannen zie, zoals de NAPL, wil ik dus ook weten wat er precies gebeurt in die opleidingen van die leraren. Wat moeten ze dan bereiken en wat komt daar dan uiteindelijk uit? Ik weet dat ook de heer Boomsma dit heel belangrijk vindt bij die opleidingen en dat hij ook bezig is met de Rijksacademie; ik denk dat we daar ook samen in kunnen optrekken. We willen weten wat er daadwerkelijk gaat gebeuren.
De voorzitter:
Afrondend de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Daar ben ik het helemaal mee eens. U verwijst naar "OCW in cijfers". Dat is een hele interessante website, die zeker de moeite waard is, maar dat is natuurlijk geen vervanging voor een begroting die goed navolgbaar is. Ik hoop dan ook dat we als commissie, als Kamerleden, kunnen komen met een aantal voorstellen om dat beter navolgbaar te maken.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik denk dat het belangrijk is dat wij dat doen. Het is wel jammer dat wij dat als Kamer moeten afdwingen. Als de Rekenkamer dit al zo vaak heeft gezegd, is het jammer dat het er niet gewoon in zit. Ik ben dus ook benieuwd naar de reactie hierop van de bewindspersonen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Moorman is zich er natuurlijk van bewust dat als je btw gaat heffen, het Rijk daarvan de inkomsten krijgt, maar de bijles gewoon duurder wordt. Elke prijsverhoging wordt namelijk gewoon doorberekend aan de klant. Een bijles van €35 per uur gaat met 21% btw misschien €42 kosten. Misschien doen ze er nog een paar euro bovenop en dan komt er per saldo een tientje bij voor bijles. Hoezo is dat goed voor mensen met een kleine portemonnee of, zoals de PVV aangeeft, mensen uit de middenklasse?
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik denk dat het sowieso heel verkeerd is dat de bijlesindustrie zo ontploft is. Moet je nagaan: in vijf jaar is er een bijna vervijfvoudiging van de bijlesindustrie geweest. Dat kost mensen hartstikke veel geld en het is eigenlijk bizar, want het onderwijs in ons land hoort gewoon gratis te zijn. Goed onderwijs hoort gewoon gratis te zijn, maar dit is er het bewijs van dat mensen zien dat goed onderwijs niet gegeven wordt en dat ze zich daarom maar naar bijles spoeden, áls ze het kunnen betalen. Mijn eerste pleidooi is dus vooral: laten we nou het onderwijs op orde maken. Uit het feit dat de bijlesindustrie zo is ontploft, zouden we eigenlijk moeten concluderen dat er iets gigantisch misgaat in ons onderwijs. De tweede conclusie die we daaruit moeten trekken, is dat sommige mensen het wel kunnen betalen en andere mensen helemaal niet, en dat dat de ongelijkheid nog meer vergroot. Je schooladvies is dan namelijk niet meer afhankelijk van het onderwijs dat je hebt gevolgd, maar van de hoeveelheid bijles die je hebt gekregen. Ik wil dat we meer investeren in het tegengaan van die ongelijkheid. Ik heb gezocht naar een manier om dat te doen. Ik snap best de kritische vragen die worden gesteld. Die snap ik best wel, want ik vind het ook niet leuk om mensen daar meer voor te belasten. Laten we dan met elkaar een andere manier zoeken; dat vind ik ook allemaal prima. Tot nu toe heb ik dat niet gezien, noch in de begroting, noch bij de coalitiepartijen. Dit is een manier om toch te kijken hoe we in ons land kennis, macht en inkomen eerlijker kunnen spreiden. Ik hoop ook uw blik daarop te veranderen, mevrouw Van der Plas. Het is een manier om toch een eerlijke spreiding te hebben, waarbij alle kinderen gelijke kansen hebben, want die hebben ze nu verre ván. Nogmaals, Nederland is het land met de grootste verschillen van de wereld tussen scholen. Het maakt heel erg uit naar welke school je gaat. Dat zouden we ons allemaal enorm moeten aantrekken. Ik hoop ook dat wij hier in de Kamer veel voorstellen gaan doen om dat echt te veranderen met elkaar.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De antwoorden mogen echt korter. Ik vraag: hoezo is dat goed voor mensen met een laag inkomen en mensen uit de middenklasse? Als je de btw gaat verhogen, wordt dat doorgerekend in de prijs van het product. Het uurtarief gaat dus gewoon omhoog, soms misschien wel met een tientje. Dat is de enige vraag. Kan mevrouw Moorman, zonder te vertellen welke plannen ze allemaal heeft, vertellen waarom dat goed is voor de lagere klasse, of de mensen met een laag inkomen, en mensen met een middeninkomen? Ik zie het namelijk niet.
De voorzitter:
Mevrouw Moorman, ik ga u het woord geven.
Mevrouw Moorman (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik deel de observatie van mevrouw Van der Plas. Ik ga u verzoeken om het iets bondiger te doen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik zal mijn best doen, voorzitter, en via u.
Ik zou het liefst willen dat mensen helemaal geen bijles hoeven. Het is niet iets wat er zomaar bij hoort in het leven. Ik hoor weleens dat iemand zegt: ik heb mijn kinderen maar op bijles gedaan voor de zekerheid. Het is toch bizar dat je je kinderen maar op bijles doet voor de zekerheid? Het is niet iets wat we zomaar zouden moeten geven. Ik vind dat we veel meer moeten investeren in extra taalonderwijs voor kinderen, brugfunctionarissen en schoolmaaltijden. Dat kan je dus betalen met dit geld. Dan voelen juist mensen met een kleinere portemonnee met minder geld zich helemaal niet gedwongen om dure bijlessen te betalen, omdat het gewoon op school allemaal geregeld is. Dát is precies het plan. Daarmee worden de kosten voor mensen dus juist lager in plaats van hoger. Dat geldt niet voor iedereen; mensen die nog wel kiezen voor bijles, betalen inderdaad een iets hogere rekening.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Je maakt bijles gewoon niet toegankelijk voor mensen met een lager inkomen en met een middeninkomen. Dat is de directe werking van het toevoegen van 21% btw. Die bijlesindustrie, zoals mevrouw Moorman het noemt — ik houd niet zo van dat soort woorden, alsof het allemaal van die zakkenvullende cowboys zijn — voldoet ook gewoon aan een vraag. Er is heel veel vraag naar. Je zou ook kunnen zeggen dat we eens moeten kijken of mensen hun kinderen niet alleen maar naar die bijles aan het pushen zijn, omdat ze zo hoog mogelijk opgeleid willen zijn en worden. Misschien moeten we meer aandacht besteden aan het vakonderwijs, aan het mbo, aan het praktijkonderwijs, waar kinderen die misschien iets minder goed kunnen leren prima terechtkunnen en waarmee ze een prima inkomen kunnen verdienen. Dat is toch een veel beter systeem dan zomaar even 21% heffen bij een bijlesbureau, waardoor de kosten gewoon omhooggaan?
Mevrouw Moorman (PRO):
Bijles is voor heel veel gezinnen al totaal onbetaalbaar. Voor heel veel gezinnen is bijles totaal onbetaalbaar. Wat ik wil, is dat het gewoon op school gebeurt en dat daar die extra ruimte en tijd voor kinderen wordt gemaakt, niet om iedereen maar naar het hoogste niveau te krijgen — als je het al met hoog en laag wil aanduiden — maar om kinderen de kansen te geven die ze verdienen. Dat is nu niet zo. Ik wil de grootste verschillen van de wereld tussen scholen rechttrekken. Ik wil de ouders niet op kosten jagen, maar wel zorgen dat het eerlijker is. Er zijn landen met heel goed onderwijs waar helemaal geen bijles bestaat, waar het gewoon allemaal op school wordt gegeven. Daar zouden we naartoe moeten gaan. Het zou gratis moeten zijn voor iedereen, op een heel hoog niveau. De beste school is de school om de hoek.
De heer Ergin (DENK):
Ik ben wel een beetje verbaasd dat PRO bijles duurder wil maken, want ik ken ouders die extra gaan werken — moeders gaan bijvoorbeeld extra boenen, schoonmaken en vaders staan zaterdagen extra op de markt als marktkoopman — om juist die bijles te kunnen betalen, want ouders willen nou eenmaal het beste voor hun kind. Om uitgerekend dát duurder te maken, vind ik best wel zorgwekkend. Ik zou aan mevrouw Moorman willen vragen: hoe moeten die ouders, die keihard werken, die soms een extra baan nemen om hun kinderen op bijles te sturen, kijken naar dit voorstel?
Mevrouw Moorman (PRO):
Het is precies wat meneer Ergin zegt: mensen moeten een extra baan nemen om bijles te kunnen betalen. Dat is toch bizar? Ze hebben daardoor minder tijd voor hun kinderen om hun de liefde en begeleiding te geven die ze nodig hebben. Het onderwijs is zo slecht dat ouders extra gaan werken en hun kinderen daardoor minder zien, alleen maar om die bijles te kunnen betalen. Het zou allemaal in het onderwijs moeten gebeuren. En dat is precies het voorstel. Het voorstel is ervoor zorgen dat je daar helemaal niet naartoe hoeft. Het voorstel is dat er extra geld naar het onderwijs gaat, zodat ouders dat niet hoeven doen, zeker ouders met kleinere beurzen die vaak in wijken wonen waar het onderwijs niet goed genoeg is omdat er bijvoorbeeld te weinig leraren voor de klas staan. Het voorstel is dat er meer geld en aandacht naartoe gaat, zodat die ouders er niet een extra baantje bij hoeven te nemen. Het is toch heel gek dat we dat gewoon zijn gaan vinden? Het is toch heel gek dat de heer Ergin zegt dat er ouders zijn die dat moeten doen? Alsof dat niet een indicatie is van een heel erg groot probleem in ons land! Extra moeten werken voor bijles, die ook nog eens hartstikke duur is, omdat je kinderen op school niet het goede onderwijs krijgen: dat kunnen we toch niet normaal gaan vinden?
De heer Ergin (DENK):
Het is de praktijk. Dit is hoe ouders het falend overheidsbeleid willen oplossen. Dit is hoe ouders op zoek gaan naar oplossingen als zij keer op keer zien dat het onderwijs niet beter wordt en de prestaties niet beter worden. Sterker nog, we laten duizenden kinderen in dit land lessen volgen in onderwijskrotten. Ouders gaan dan op zoek naar een oplossing. Die oplossing is zeker niet ideaal. Daar pleit ik ook niet voor. Maar het is op dit moment wel de oplossing van veel ouders om een betere toekomst, een mooiere toekomst voor hun kind mogelijk te maken. Zij offeren zichzelf op om ervoor te zorgen dat hun kind goed of beter presteert op school. Dan zou mevrouw Moorman toch moeten begrijpen dat …
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ergin?
De heer Ergin (DENK):
Ik ga naar mijn vraag, voorzitter. Dan zou mevrouw Moorman toch moeten begrijpen dat het nog eens extra belasten voor btw of bijles van die ouders, die aan het einde van de maand heel moeilijk rondkomen, het laatste is wat wij in deze Kamer zouden moeten doen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik wil de heer Ergin vragen toch nog een keer goed na te denken over wat hij hier nu zegt. Als wij ervoor kunnen zorgen dat de kinderen op school gewoon heel erg goed onderwijs krijgen, dan denk ik dat dat heel veel rust geeft bij heel veel ouders. Die hoeven dan niet krom te liggen voor allerlei extra bijlessen. Dan hoeven ze daar geen extra baantjes voor te nemen. Dat moeten we niet normaal gaan vinden. Wij moeten het niet normaal gaan vinden dat ieder kind hier maar gewoon bijles heeft en dat het inderdaad een industrie is geworden. Mevrouw Van der Plas vindt dat geen fijn woord, maar het ís een industrie, waarin heel veel geld wordt verdiend. En dat informele onderwijs waar we geen toezicht op hebben, neemt maar toe, omdat het onderwijs gewoon niet voldoet. Dus ik zeg: breng het gewoon in het onderwijs, bestrijd die verschillen in het onderwijs en bestrijd die kwaliteitsproblemen in het onderwijs. En doe dat juist ook met het geld van de mensen die de sterkste schouders hebben, om te zorgen dat we de kinderen die het het allerallerallerhardst nodig hebben zo goed mogelijk ondersteunen, zodat ze ook hun ouders gewoon nog vaak genoeg zien. Want die liefde van ouders is, ook voor kinderen die minder hebben, heel erg hard nodig.
De voorzitter:
Afrondend, de heer Ergin.
De heer Ergin (DENK):
In de ideale situatie bestaat onderadvisering niet. In de ideale situatie bestaat een bidverbod op scholen niet. In de ideale situatie zijn onze scholen gewoon spic en span, nieuw, met een goed binnenklimaat. In de ideale situatie is het veilig op scholen. Maar dat is niet de situatie in heel veel van onze scholen en dat is niet de situatie in heel veel van onze wijken, dus dan gaan ouders op zoek naar een oplossing. En ja, die oplossing vind ik niet ideaal. Ik heb ook liever dat alles op school wordt gegeven, maar dat is gewoon bij lange na niet het geval. Ik zie vanuit de regering ook geen voorstellen of plannen om het beter te maken, dus ik zou een oproep willen doen aan PRO: herzie dit plan. Dit is namelijk voor veel ouders een kortetermijnoplossing en niet ideaal. Anders hebben we hier theoretische discussies, terwijl ouders er gewoon alles aan doen om hun kinderen de beste toekomst te geven. Die moeten we niet duurder maken.
De voorzitter:
Ik ga een hele dringende oproep doen, want deze interruptie was twee keer zo lang als we afgesproken hebben. Dan komen we niet toe aan de volgende spreker, dus help mij alsjeblieft een beetje met elkaar door kort en bondig te interrumperen en ook kort en bondig te antwoorden.
Mevrouw Moorman (PRO):
Nou, ik kan het dus kort en bondig houden, want dit was precies hetzelfde als wat de heer Ergin in een eerdere interruptie zei. Ik denk dat we niet alleen op korte termijn moeten kijken, want dan draaien we ons helemaal vast. Het is nu vervijfvoudigd, dus waar staan we dan over vijf jaar? Kunnen ouders dan nog minder vertrouwen op het onderwijs en kopen ze dan nog meer bijlessen, waardoor het alleen maar nog duurder wordt voor ouders? Laten we hierin dus alsjeblieft een andere trend maken: minder bijles en beter onderwijs. Ik denk dat het heel verstandig is om die weg op te gaan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga daar toch nog even op door, want mevrouw Moorman geeft zelf aan dat bijles al heel erg duur is, maar wat gaat PRO nu doen? "Weet je wat we doen? We gaan iets wat heel duur is, nog duurder maken. En dan komt er geld binnen bij de schatkist en dat stoppen we dan terug in het onderwijs, maar dat gebeurt niet morgen. Dat gaat ooit gebeuren, als het al gebeurt en als het goed gebeurt." Ik ga met de heer Ergin mee: de mensen die bijles nu nodig vinden voor hun kinderen, hebben hier gewoon helemaal niks aan. Die gaan gewoon nog veel meer geld betalen. Het klinkt dus allemaal heel sociaal, maar ik vind het asociaal, want je gaat gewoon de prijs van bijles verhogen. Dat is de praktijk.
Mevrouw Moorman (PRO):
Kijk, mevrouw Van der Plas maakt er hier een soort karikatuur van, alsof het in de schatkist komt. Maar het kernpunt is hier dat wij het juist investeren voor die kinderen wiens ouders bijles helemaal niet kunnen betalen. Ik vind het best wel verbijsterend dat een groot deel van de Kamer hier ineens heel erg opkomt voor de mensen die wél bijles kunnen betalen maar níét voor de kinderen wiens ouders bijles niet kunnen betalen. PRO komt inderdaad op voor de kinderen wier ouders helemaal geen bijles kunnen betalen of die helemaal krom moeten liggen voor bijles. Wij willen dat het onderwijs voor die kinderen op orde is. Daarvoor willen we extra investeren, investeren in onderwijsachterstandsmiddelen. Daar is het geld voor bedoeld. Het is niet zomaar voor de schatkist. Nee, het geld is bedoeld om ervoor te zorgen dat die kinderen geeneens bijles nodig hebben omdat het onderwijs op hun scholen gewoon goed op orde is en om te zorgen dat hun ouders worden geholpen met bijvoorbeeld schulden, waardoor rust ontstaat in die huishoudens, zodat kinderen echt tot leren komen. Daar is het voor bedoeld. Ik vind het dus heel wonderlijk dat hier alleen maar wordt gekeken naar één groep, die het vaak al beter heeft, en niet naar die kinderen die op dit moment enorm te lijden hebben onder de slechte staat van het onderwijs. Twee op de vijf 15-jarigen kan onvoldoende lezen en schrijven. Denkt u nou echt dat dat de kinderen zijn van de ouders die bijles kunnen betalen? Of zijn dat al die andere kinderen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, laat ik daar geen waardeoordeel over vellen. Ik denk dat dat heel veel kinderen zijn, in brede lagen van de bevolking. Maar wij komen helemaal niet op voor de mensen die het al kunnen betalen, wij komen juist op voor de mensen die het níét kunnen betalen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Precies. Ik ook.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar dat is precies mijn punt. Als je 21% bij de bijles gaat doen, wordt dat doorgerekend in de uurprijs. Dat zie je overal. Dat is gewoon hoe de markt werkt. Dat wordt gewoon doorgerekend in de prijs van het product, in dit geval bijles. Dus wat gebeurt er effectief? De mensen met een kleine portemonnee die nu misschien met hangen en wurgen een bijles kunnen betalen, kunnen dat straks niet meer, omdat er per uur €7 tot €10 bovenop komt als je het over een uurprijs van €35 hebt. Nou, reken daar 20% bij.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan zijn het juist die mensen en de middenklasse die het niet kunnen betalen. Dat is exact mijn punt. Ik snap niet dat mevrouw Moorman dat punt niet begrijpt.
Mevrouw Moorman (PRO):
Het mooie hiervan is nu juist dat bijles dan niet nodig is, omdat er extra geld is voor lestijd en om rust en ruimte te creëren. Dat is toch wat we uiteindelijk met elkaar willen bereiken? We willen toch dat bijles helemaal niet nodig is en dat het onderwijs gewoon op orde is? Daarvoor moeten we nu nog wel heel wat herstellen. Er zullen heel veel herstelwerkzaamheden plaats moeten vinden. Wij zijn op zoek naar een manier om dat te doen. Nogmaals, ik zou graag willen dat deze Kamer besluit om veel meer geld naar het onderwijs te brengen. De staat van ons onderwijs is namelijk niet goed. Dat wordt niet alleen in het OESO-rapport gezegd, maar ook in allerlei andere rapporten. Vooral de verschillen tussen scholen zijn enorm. Nogmaals, twee op de vijf 15-jarigen kunnen onvoldoende lezen om straks mee te komen in de samenleving. Twee op de vijf! Dit OCW-debat, deze begroting, wordt door de pers misschien niet het meest interessant gevonden, maar dit is wel de toekomst van ons land. Dit is de toekomst van onze kinderen, die er uiteindelijk voor moeten zorgen dat wij een welvarend land blijven. Ik wil dat elk kind een gelijke kans heeft om mee te kunnen doen in onze samenleving. Daarvoor is dit plan bedoeld. Mevrouw Van der Plas pakt er steeds één deel uit en maakt er een soort parodie van. Het gaat er juist om dat we ervoor zorgen dat bijles voor deze kinderen helemaal niet nodig is.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar ben ik het mee eens. Natuurlijk zou de staat van het onderwijs zodanig moeten zijn dat kinderen op school de dingen leren die ze nodig hebben. De realiteit is dat er nu mensen zijn die bijles inhuren via een commercieel bureau. Dat is nu gewoon zo. Als je daar 21% op gaat gooien, dan gaan die mensen meer betalen. Dat is een feit. Hiermee raak je dus de mensen die het nu nodig hebben. Op termijn, over een paar jaar, zijn we misschien zover dat de staat van het onderwijs goed is en dan hebben ze het niet meer nodig, maar deze kinderen en deze ouders zijn daar niet mee geholpen. Ik zal nog een concrete vraag stellen. Je hebt onlineplatforms, zoals Bijles Aan Huis en Superprof. Die rekenen al geen inschrijfkosten en opstartkosten. Dat scheelt een ouder al heel veel. Dan kun je als Kamer toch beter zeggen: laten we dat soort platforms, die bewezen goed zijn en ook laag zijn qua kosten, promoten om ervoor te zorgen dat die kinderen de bijles kunnen krijgen die ze op dit moment nodig hebben.
Mevrouw Moorman (PRO):
Volgens mij draaien we hier in rondjes en komen we tegelijkertijd ook wel dichter bij elkaar. Ik hoor mevrouw Van der Plas zeggen dat zij ook niet wil dat ouders veel kosten moeten betalen voor bijles en zich eigenlijk überhaupt niet op bijles zouden moeten verlaten omdat we gewoon weten dat kinderen goed onderwijs krijgen op school. Dat is precies het doel dat ik hier voorsta. Laten we niet alles naar het informele circuit brengen. Laten we zorgen dat het op school goed gaat. Daarvoor moet wat rechtgetrokken worden, omdat we grote ongelijkheid zien. Ik realiseer me ook dat ik mezelf herhaal, dus ik denk dat ik daarmee het antwoord heb gegeven. Laten we de komende dagen kijken hoe we nader tot elkaar kunnen komen, want volgens mij is de afstand niet heel groot.
De voorzitter:
Dan geef ik de heer Kisteman het woord en daarna gaan we verder met de volgende spreker namens PRO.
De heer Kisteman (VVD):
Ik zal het kort proberen te houden. Als ouder wil je het beste voor je kind. Mevrouw Moorman en ik hebben allebei kinderen. Als ouder doe je daar veel voor. Je gaat bijvoorbeeld een extra baantje zoeken of extra werken; iedereen maakt daar keuzes in. Maar waarom wil mevrouw Moorman deze vrijheid van ouders om het beste voor hun kind te doen afpakken?
Mevrouw Moorman (PRO):
Dat wil ik helemaal niet.
De heer Kisteman (VVD):
Mevrouw Moorman wil het veel duurder maken. Ze wil het 21% duurder maken, terwijl ouders daar juist voor kiezen om het beste te doen voor hun kind. Het wordt op deze manier toch veel lastiger voor ouders om het beste te doen voor hun kind?
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik zou heel graag willen dat jij als ouder je kind gewoon naar de school op de hoek kunt brengen en dat dat het allerbeste onderwijs is. Ik denk dat wij als Kamer ervoor verantwoordelijk zijn dat we ouders daarin kunnen geruststellen. Dan denk ik inderdaad dat elke ouder het beste voor zijn kind krijgt. Dat denk ik.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Kisteman (VVD):
Maar dat is natuurlijk niet wat ik vroeg en dat is ook niet wat mevrouw Moorman voorstelde. Ze gaat nu naar iets anders toe. Mevrouw Moorman wil de vrijheid die ouders hebben om het beste te willen voor hun kind met 21% verhogen zodat het minder bereikbaar wordt voor die kinderen. Volgens mij is dat geen goed idee.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik wil geen enkele vrijheid afnemen. Het staat elke ouder nog steeds vrij, maar ik wil juist vrijheid voor de kinderen wier ouders helemaal geen bijles kunnen betalen. Dat is namelijk geen vrijheid. Die zitten daarin vast. Die gaan dan naar een school waar geen goed onderwijs is, waar een groot lerarentekort is, waar geen schoolleider is. Die kinderen wil ik juist vrijheid bieden. Daarvoor moet je kansen bieden. Die kansen bied je door meer geld te investeren in juist die scholen: ongelijk investeren voor gelijke kansen. Ik hoop dat de VVD, met haar vrijheidsideaal, niet naar een beperkte groep kijkt maar naar alle kinderen kijkt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Tseggai, die spreekt namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voorzitter, dank u wel. De lijst met ongelijkheden tussen mbo-, hbo- en wo-studenten is ellenlang. Schrijf vooral even mee, zou ik tegen mijn collega's willen zeggen. Mbo-studenten krijgen veel minder vaak een stagevergoeding. Minderjarige mbo-studenten krijgen geen studiefinanciering. Mbo-studenten krijgen een lagere basisbeurs voor thuiswonenden en een lagere aanvullende beurs dan hbo- en wo-studenten, en er geldt een andere inkomensgrens van de ouders voor de aanvullende beurs. Ook is er voor hen geen restitutie van lesgeld beschikbaar, is er voor hen geen lesgeldkrediet beschikbaar en krijgen mbo-studenten geen studenten-ov. Dan geldt er voor mbo-studenten ook nog eens een lager leenbedrag per maand en mag er nog steeds gediscrimineerd worden op basis van opleidingsniveau, wat gevolgen heeft voor huisvesting, toegang tot verzekeringen of tot een studentenkroeg.
Voorzitter. De oplettende kijker heeft het misschien wel gemerkt: zo begon ik vorig jaar het debat over de onderwijsbegroting. En u raadt het al, voorzitter. Het lijstje is vandaag precies hetzelfde als vorig jaar bij de begroting, die nog was opgesteld door het demissionaire kabinet-Schoof. Ik lees in het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten dat studeren in het mbo gelijk staat aan studeren in het hbo en wo, maar waar blijkt dat dan uit? Wat zijn nu de plannen en concrete doelstellingen van de minister die ervoor zorgen dat studeren in het mbo daadwerkelijk gelijkstaat aan studeren in het hbo en wo? Ik zou het toch jammer vinden als ik volgend jaar op precies dezelfde manier aan de onderwijsbegroting zou moeten beginnen.
De vorige minister van Onderwijs, Gouke Moes, schetste drie scenario's om de verschillen gelijk te trekken. Welk concreet gevolg heeft de brief waarin hij dat deed nu eigenlijk gehad? Ik doel op de brief van november 2025. Ik snap dat de minister nu geen 400 miljoen op de plank heeft liggen, maar het is een politieke keuze welk geld waaraan wordt besteed. Er zijn allerlei tussenstappen mogelijk die geen 400 miljoen euro hoeven te kosten. We kunnen de hoogte van de aanvullende beurs van thuis- en uitwonende mbo-studenten gelijktrekken, want dit verschil bestaat niet voor hbo- en wo-studenten. We kunnen de inkomensgrens van de ouders waarbij je recht hebt op de aanvullende beurs, gelijktrekken aan die bij hbo- en wo-studenten. We kunnen de lesgeld-top-up in de aanvullende beurs voor mbo-studenten afschaffen en hen de mogelijkheid bieden om het lesgeld te lenen, want hbo- en wo-studenten kunnen hun collegegeld lenen in de vorm van collegegeldkrediet. Dat zijn allemaal dingen die nu niet in één keer 400 miljoen kosten.
Voorzitter. Als we in Den Haag zeggen dat mbo-studenten gelijk zijn aan hbo- en wo-studenten, moet de overheid wel zelf het goede voorbeeld geven en ervoor zorgen dat mbo-studenten recht hebben op hetzelfde geldbedrag als hbo- en wo-studenten. Je krijgt immers ook geen korting in de supermarkt of op de huur of in de kroeg omdat je mbo-student bent. Dat verschil slaat dus nergens op.
Voorzitter. Dan de stagevergoeding. Het kabinetsvoornemen is om die halverwege 2028 wettelijk verplicht te maken. Wat is de laatste stand van zaken hiervan? De minister heeft in haar Kamerbrief van afgelopen juli vóór de zomer van 2027 een wetsvoorstel beloofd. Gaat ze dit halen? Gaan we daar dan ook een bedrag aan vastmaken of laten we de hoogte van een stagevergoeding over aan de arbeidsmarkt? Voorzitter. Wat PRO betreft moeten we voorkomen dat we studenten blij gaan maken met een dode mus in de vorm van een wettelijke stagevergoeding van pak 'm beet €1 per maand. Verhalen over die beschamend lage stagevergoedingen hoor ik regelmatig, recentelijk nog van iemand die een symbolische stagevergoeding kreeg van €26 van een goedlopend commercieel bedrijf. Laten we dit soort praktijken alsjeblieft niet via de wet gaan witwassen.
Mevrouw Biekman (D66):
Ik ken mevrouw Tseggai zeker als iemand die hart heeft voor het mbo, maar ik vond haar introductie eigenlijk wel een klein beetje negatief, dus ik heb echt de vraag aan mevrouw Tseggai of zij vindt dat dit kabinet niet toch echt stappen zet om het mbo weer vooruit te helpen.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Wat had ik hier graag gestaan zonder dat lijstje. Wat had ik hier graag gestaan met een positieve boodschap. Maar de realiteit is dat we het al jaren hebben over gelijkheid tussen mbo'ers, hbo'ers en wo'ers. We zeggen allemaal dat het mbo de ruggengraat is van onze samenleving, maar we voegen daar geen daden bij. En ja, sorry, dan ben ik daar helaas wat minder positief over.
Mevrouw Biekman (D66):
Dat vind ik erg jammer om te horen, want ik heb ook een lijstje, van wat dit kabinet tot nu toe heeft gedaan voor de mbo'ers. We komen van ver en we zijn er nog niet, maar we hebben 28 miljoen geïnvesteerd in het Regionaal Investeringsfonds. We hebben door de vaste voet te introduceren een stukje gelijkheid richting de mbo-instellingen bij de wet geïntroduceerd. Dus ik zie wel dat dit kabinet stappen zet. Dan vind ik het toch jammer dat mevrouw Tseggai zegt: joh, ik zie helemaal geen vooruitgang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Twee dingen. Het geld voor het Regionaal Investeringsfonds is niet door dit kabinet geïnvesteerd. Het is een bezuiniging die is teruggedraaid. Daar ben ik heel blij mee. Hartstikke goed. Bekostiging vaste voet: ook hartstikke goed. Maar waar het om gaat, is die mbo-student die niet kan rondkomen elke maand. Daar hebben we het al jaren over. Ik zit pas drie jaar in deze Kamer, maar ik hoor het al drie jaar. Al drie jaar hoor ik ministers, staatssecretarissen, politici zeggen: mbo is zó belangrijk. Maar wat heeft die mbo-student daar dan aan? Die mbo-student kan moeilijk rondkomen. Die werkt soms zeven dagen in de week om school, stage en een bijbaan met elkaar te combineren. Is dat serieus wat wij vragen van jonge mensen in deze samenleving? En ja, dan ben ik heel positief over de punten die mevrouw Biekman net noemde, maar het is niet genoeg.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Biekman (D66):
Tot slot. Ik ben het inderdaad met mevrouw Tseggai eens dat er nog meer kan gebeuren. Ik kom straks samen met mevrouw Rooderkerk met een voorstel waarmee we mbo'ers nog meer tegemoet kunnen komen, bijvoorbeeld in hun les- en cursusgeld. Ik hoop dat ik daarbij op steun van mevrouw Tseggai kan rekenen.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai. Vervolgt u daarna uw betoog.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik ga met open vizier kijken naar het voorstel van mevrouw Biekman.
Voorzitter. Dan gratis leermiddelen in het mbo. Via het nieuwe bekostigingssysteem, waar mevrouw Biekman net aan refereerde, gaat vanaf 2029 80 miljoen naar mbo-instellingen voor gratis leermiddelen voor minderjarige studenten, die dus geen studiefinanciering krijgen, maar tot 2029 wordt er nogal geschoven en overgeboekt vanuit het potje kwaliteitsafspraken investeringsbudget. Dat roept bij mij toch de vraag op of er tot 2029 niet gewoon sprake is van een spreekwoordelijke sigaar uit eigen doos. Het is goed dat dit onrechtvaardige verschil met havo- en vwo- leeftijdsgenoten wordt gelijkgetrokken, maar is bekend op welke taken dan wordt bezuinigd om tot 2029 deze leermiddelen te betalen?
De mbo-opgeleide student is een zeer goed opgeleide en veelgevraagde professional, die de oplossingen helpt realiseren voor de grote crises waarin wij ons in deze tijd bevinden: wonen, klimaat, energie. Dat vraagt bredere beroepsvaardigheden dan alleen het beheersen van een vak. Het is ronduit kortzichtig om die broodnodige professionals te reduceren tot "handjes" voor de arbeidsmarkt. Deze discussie is zeker niet nieuw, maar het standpunt van PRO is dat ook niet. Je doet het mbo en de mbo'ers tekort als je de studenten en professionals alleen ziet als handjes die een hamer moeten kunnen vasthouden, waarbij werkgevers bepalen welke hamer hoe precies wordt vastgehouden.
Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat afstemming van de mbo-opleidingen op de arbeidsmarkt in balans blijft met de versterking van de opleidingen zelf, bijvoorbeeld door het financieren van innovatieprojecten binnen het mbo? Wat PRO betreft is het goed als de opleidingen zelf aan zet zijn.
Voorzitter, ik rond af. Zien wij mbo-studenten ook echt als professionals in opleiding? Volwaardige professionals die dezelfde volwaardige behandeling door de overheid verdienen als hbo- en wo-studenten? Of zien we ze louter als handjes voor de arbeidsmarkt?
Voorzitter. Wat PRO betreft wordt het tijd voor serieuze stappen in de waardering voor het mbo en wordt het vooral tijd dat de overheid het goede voorbeeld gaat geven, want ik sta hier volgend jaar liever met een korter lijstje.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar mevrouw Abdi, die ook spreekt namens de fractie van PRO.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank, voorzitter. Ik sluit me uiteraard aan bij collega's Moorman en Tseggai als het gaat over hoe belangrijk het onderwijs is voor de enorme maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan. Ik denk dat het ook mooi is dat we vandaag eindelijk met elkaar debatteren over de begroting voor Onderwijs en Wetenschap, want of het nu gaat over klimaatverandering, nationale veiligheid, AI of onze energievoorziening, kennis helpt ons. Kennis helpt ons om oplossingen te vinden. Kennis helpt ons om onze democratie weerbaarder te maken. Kennis is van essentieel belang. Ik vind het dan ook heel bijzonder dat als je bedenkt dat het vorige kabinet erop uit was om kennis te ondermijnen, er in ieder geval een nieuwe wind waait met dit kabinet, onder anderen met deze minister, die niet alleen een wetenschapper is en die wereld van binnen en buiten heel goed kent, maar zeker bij ons in goede aarde valt. Ik verheugde me erop om ook te debatteren over academische vrijheid, over de kracht van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, over hoe goed dat is voor onze samenleving en voor onze democratie. Ik hoopte ook te debatteren over studentenwelzijn, mentaal maar ook financieel, en zorgen dat alle studenten het gevoel hebben dat een overheid naast hen staat, dat ze kunnen rekenen op een overheid.
De afgelopen dagen is dat optimistische beeld eigenlijk een stukje gekanteld, want ineens komt toch ergens weer als een soort duveltje uit een doos dat het beloofde wettelijke renteplafond niet doorgaat en dat de minister graag daarover met de Kamer in gesprek gaat. Alsof dit niet al tot genoeg zorgen leidt, kondigde het kabinet gisteren aan ook te willen bezuinigen op uitvoeringsorganisaties zoals DUO. Ik hou mijn hart vast voor de gevolgen hiervan, want als dit kabinet echt van mening is dat AI het werk van ambtenaren kan overnemen, dan herinner ik u graag aan de debatten die wij eerder ook hier met elkaar hebben gehad in de Kamer, namelijk over hoe uitwonende studenten met een migratieachtergrond disproportioneel vaak werden gecontroleerd op het recht op studiefinanciering. Er was sprake van vooringenomenheid en directe discriminatie. Ook daarvan hebben wij gezegd: dat is onrechtvaardig. Mijn eerste vraag aan minister is: in hoeverre is zij betrokken geweest bij dit plan om te bezuinigen op DUO en welke gevolgen zal dit hebben voor de uitvoeringspraktijk? Hoe voorkomen we dat we weer dezelfde fouten gaan maken?
Dan het renteplafond. De minister moet de Kamer natuurlijk heel precies meenemen, want het gaat ook over het verloop van de formatiefase. Een goede reconstructie moet dus lukken. Welke scenario's zijn doorgerekend toen dit plan op tafel kwam? Zat er ook het scenario bij dat de rente weleens zou kunnen oplopen? Het kan toch niet zijn dat de coalitie over één nacht ijs is gegaan? Is het risico op de oplopende rentestanden verwaarloosd? Het kabinet moet de beloften aan studenten wel waarmaken, omdat het gaat over een betrouwbare overheid. Je kan niet beloftes doen en vervolgens zeggen: oepsie, het lukt niet. Verder zien we ook dat er bij oud-studenten heel veel zorgen zijn dat het met hun studieschuld toch moeilijk is om een hypotheek te krijgen. Daar hebben we het eerder ook met elkaar over gehad. Wat PRO betreft mag een studielening geen belemmering zijn om een hypotheek aan te gaan. Is hier niet maatwerk mogelijk?
Tot slot. Er zijn veel onzekerheden bij het onderwijs en de studenten, juist door wat er afgelopen jaren is gebeurd, ook door toedoen van het kabinet-Schoof. Het is zo hard nodig voor die maatschappelijke uitdagingen dat we ook alle studenten en wetenschappers hebben. Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt, hoe we die onrust kunnen wegnemen en hoe we de ambitieuze voornemens van het kabinet nu eindelijk waar kunnen maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen.
De heer Boomsma (JA21):
Ik wil even terug naar het begin van het betoog van mevrouw Abdi. Ze zei: ik had hier graag gedebatteerd over academische vrijheid. Maar vervolgens kwam er geen betoog over academische vrijheid. Daar kunnen we toch over in gesprek, los van al die andere zaken? Dat lijkt me prima. Wat wil mevrouw Abdi doen om de academische vrijheid te vergroten?
Mevrouw Abdi (PRO):
De heer Boomsma heeft natuurlijk ook gezien dat de KNAW eindelijk met een advies is gekomen. Ik wacht alleen ook heel graag op het Rathenau-onderzoek over pluriformiteit. We hebben volgende week een commissiedebat over wetenschap, dus dan kruis ik heel graag de degens met de heer Boomsma. Ik vind academische vrijheid kortweg belangrijk om twee redenen. Het gaat uiteindelijk over kennis borgen. Het gaat over wetenschappers in positie brengen. Ik denk dat het heel goed is voor Nederland, als het gaat om onze samenleving en onze economie, dat we die beschermen. Maar ik ga heel graag daar verder met u over in debat.
De voorzitter:
Ik hoor ook een mooie uitnodiging om dat te doen in het commissiedebat van volgende week, maar gaat uw gang, meneer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Die uitnodiging heb ik ook gehoord. Die neem ik graag aan. Maar dit is natuurlijk ook wel relevant voor de begroting. Een van de constateringen in dat rapport van de KNAW is namelijk dat academische vrijheid ook gaat over de beschikbaarheid van ongebonden onderzoek; het gaat erom dat daar niet te veel voorwaarden aan worden verbonden of sturing op is. Die vrijheid rond ongebonden onderzoek is dus ook belangrijk. Denkt mevrouw Abdi dan dat het goed is om die ruimte te vergroten en dit ook nu alvast bij de begrotingen aan te kaarten?
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik ben er sowieso een groot voorstander van om niet te veel voorwaarden te stellen aan dat ongebonden onderzoek. Daarover zijn de heer Boomsma en ik het uiteraard met elkaar eens. Ik zal met open vizier naar alle voorstellen kijken.
De voorzitter:
Afrondend. O nee, meneer De Beer; gaat uw gang.
De heer De Beer (VVD):
Ik hoor mevrouw Abdi mooie woorden spreken over het belang van onderwijs en de bijdrage van onderwijs en wetenschap aan de maatschappelijke opgaven. Is zij ook bereid om daar wat sterker op te gaan sturen, bijvoorbeeld aan de hand van de nationale Talentstrategie?
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik heb natuurlijk gekeken naar de Talentstrategie. Het standpunt van PRO is vrij duidelijk. Daar hebben we al op gewezen in eerdere debatten. Wij vinden het belangrijk dat we staan voor het volledige wetenschappelijke klimaat. Dan iets over de risico's die ik zie. Natuurlijk vinden wij het belangrijk dat opleidingen en kennis ook aansluiten op de arbeidsmarkt. Volgens mij kunnen we daarover van gedachten wisselen. Maar ik vind het ook kortetermijndenken. Ik noem bijvoorbeeld AI. Je kunt niet alleen maar zeggen: we sturen aan op een bepaald soort bètastudies. Je moet het dan ook hebben over de ethische vraagstukken die daarbij komen kijken. Je moet het dan ook hebben over regulering. Ik vind het ingewikkeld dat er al heel veel in gang wordt gezet door universiteiten zonder dat wij daar input op hebben geleverd. Daarmee hebben wij de positie van Nederland ten aanzien van het wetenschappelijke klimaat eigenlijk onbewust ondermijnd. Daar zit mijn zorg. Daarom vind ik het heel belangrijk — dat heb ik ook eerder in debatten aangegeven richting de minister — dat we gaan kijken hoe we kunnen borgen dat we staan voor het volledige wetenschappelijke klimaat, om zo te voorkomen dat we als Nederland achteruitgaan.
De heer De Beer (VVD):
Ik hoor heel veel woorden en voorwaarden, maar ik hoor mevrouw Abdi niet zeggen dat zij bereid is om daarop te sturen. Op het moment dat je als Nederland te maken krijgt met dalende studentenaantallen en steeds grotere maatschappelijke opgaven op terreinen als de zorg en techniek, of rond de woningbouwopgave et cetera, moet je volgens mij gewoon durven kiezen. Durft mevrouw Abdi dan namens PRO te kiezen, of laten we gewoon alle duizend bloemen bloeien?
Mevrouw Abdi (PRO):
Wij durven zeker te kiezen. Wij maken alleen hele andere keuzes. Ik zie universiteiten en het hbo niet als verlengstukken van het bedrijfsleven. Zo zie ik het niet. Daar heb ik echt hele andere ideeën over. De keuzes die wij moeten maken, gaan over die randvoorwaarden, over stabiele financiering. Ik hoor de heer De Beer bijvoorbeeld niet over het feit dat de financiering per student met 25% is gedaald. Dat is ongelofelijk en ongekend. Er zijn overal brede bachelors. Wij maken daar een andere afweging in. We gaan natuurlijk nog apart debatteren over de Talentstrategie; ik ben nieuwsgierig naar de voorstellen waar de heer De Beer dan mee gaat komen. Ik ben dus terughoudend om te zeggen "we gaan sturen". Mijn angst is namelijk dat we daarmee meer kapotmaken dan ons lief is.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een mooi betoog van mijn collega van PRO. Wij maken ons zorgen over het feit dat onze studenten, onze jongeren, zo veel voor hun kiezen krijgen: de klimaatcrisis, de wooncrisis, de coronacrisis … PRO kent ze wel. Ze worden ook nog eens, heel rechtstreeks, dubbel genaaid. Ik noem eerst het asociale leenstelsel. Er werd destijds beloofd: die rente wordt nul, of blijft heel laag, dus maak je geen zorgen. Daar heeft PRO, GroenLinks-PvdA, destijds voorgestemd. Daarna kwam er de belofte dat er een renteplafond zou komen, dat de rente niet hoger zou worden dan 2,5%. Dit speelt nu.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Die beslissing wordt ook weer teruggedraaid. Zij worden dus dubbel genaaid. Is PRO het met ons eens dat hier een grote verantwoordelijkheid ligt, met name voor de partijen die destijds voor het leenstelsel hebben gestemd, om die rente richting nul te krijgen?
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik ben het met lid Kostić eens dat het onze taak is als oppositiepartij om deze drie coalitiepartijen aan hun woord te houden. Dat ben ik met u eens. Maar ik zeg ook dat u de verkeerde partij aan het interrumperen bent. De beloftes die zijn gemaakt, zijn door deze drie coalitiepartijen namelijk gewoon losgelaten, "want Trump" en vanwege andere feiten die toen voorlagen. Het is mijn taak als grootste oppositiepartij om kritisch te bevragen of deze coalitiepartijen hun beloftes wel gaan waarmaken, en of zij die rekening niet bij studenten neer gaan leggen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat klinkt heel goed. Tegelijkertijd denk ik dat mijn collega de rol van GroenLinks en PvdA in het verleden erkent. Toen is gekozen voor een schuldenstelsel, een leenstelsel, dat de studenten nu in problemen heeft gebracht. Toen is voorgehouden dat de rente rond de 0% zou zijn, of in ieder geval heel laag. Zet PRO zich er nu ook voor in dat die rente niet alleen maar bij dat plafond van 2,5% blijft, maar ook richting de 0% gaat?
Mevrouw Abdi (PRO):
Volgens mij heb ik dit al eerder gezegd. Ik vind dit heel belangrijk, juist als het om deze groep studenten gaat. Ik zie mevrouw Kostić knikken; ik weet zeker dat ze het met mij eens is dat vertrouwen iets heel kostbaars is. Wat we niet moeten doen met elkaar, is beloftes maken die we niet gaan nakomen. PRO laat haar verkiezingsprogramma doorrekenen, in tegenstelling tot niet alleen de Partij voor de Dieren, maar ook de SP. We hebben tal van voorstellen gedaan als het gaat om studenten en oud-studenten. Daar kunt u mij op afrekenen, maar op deze specifieke belofte is het mijn taak om de coalitie te vragen: hoe komt het dat jullie dit loslaten en wat gaan jullie nu concreet doen voor studenten?
De voorzitter:
Het is lid Kostić …
Mevrouw Abdi (PRO):
Sorry.
De voorzitter:
… die ik graag kort en afrondend het woord ga geven.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik neem hiermee aan dat PRO voorstellen gaat steunen die het kabinet oproepen die rente richting 0% te trekken. Dan doet PRO recht aan het herstel dat zij moet plegen, gezien de schuld die zij heeft richting de studenten. Als het gaat over waar je het geld vandaan moet halen: er worden gigacadeautjes uitgedeeld richting de vervuilers, richting de superrijken. Kijk daarheen, zou ik zeggen. Ik ga het kabinet daar zeker op aanspreken, maar ook PRO, gezien de belangrijke rol van die partij in deze geschiedenis.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik denk dat ik heel helder ben over beloftes die wij doen. Ik zeg nogmaals, ook tegen lid Kostić, dat we geen beloftes doen die we niet gaan waarmaken. Wij laten ons verkiezingsprogramma doorrekenen. Wij staan keer op keer voor onderwijs en studentenwelzijn. Mijn taak hier is om deze coalitiepartijen aan hun woord te houden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb even de drie sprekers van PRO afgewacht, omdat ik dacht dat er ook nog wel iets zou komen over de militarisering van onderwijs en wetenschap die we nu zien. Die raakt namelijk aan de academische vrijheid en aan de kwaliteit van onderwijs, want onderwijstijd wordt opgesnoept. Die raakt ook aan de achterstanden, want de stagevergoeding is niet geregeld. Tegelijkertijd zie je dat je voor een weerbaarheidstraining wel ruim €2.000 per maand krijgt. Ik ben benieuwd of mevrouw Abdi daar nog iets over kan zeggen.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik ben nieuwsgierig naar wat mevrouw Beckerman bedoelt met de militarisering van het hoger onderwijs. Begrijp me goed: ik wil goed antwoord kunnen geven op uw vraag, dus ik ben nieuwsgierig wat u daarmee bedoelt.
De voorzitter:
We gaan nu niet het onderlinge debat zo voeren, maar ik geef mevrouw Beckerman de gelegenheid …
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik ben gewoon nieuwsgierig.
De voorzitter:
Nieuwsgierigheid is heel goed als het gaat om de begroting van Onderwijs, maar ik geef mevrouw Beckerman de gelegenheid haar vraag te verduidelijken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, wat een mooie kans.
De voorzitter:
Nou, neem 'm niet te …
Mevrouw Beckerman (SP):
Bij onderwijs en onderzoek zien we een aantal dingen tegelijkertijd. Aan de ene kant zien we Trump; u noemde hem net al. Daardoor zien we de uitgaven aan defensie in Nederland stijgen, waardoor er bezuinigd wordt op onze samenleving. Aan de andere kant zien we ook nog dat binnen het onderwijs, van het mbo tot de universiteiten, steeds meer ruimte komt voor Defensie. Dan hebben we het over dubbele aanstellingen van professoren, of over onderzoeksgeld dat naar cofinanciering van onderzoek met Defensie gaat, zonder ethische commissies die daarop toetsen. We zien dat studenten wordt aangeboden om een weerbaarheidstraining te doen. Zeker studenten die weinig inkomen hebben gaan dan snel voor dat hele hoge bedrag dat daarvoor staat. Dat zijn allemaal voorbeelden van militarisering van onderwijs en onderzoek. We zijn benieuwd wat PRO daarvan vindt.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik kan daar misschien twee dingen kort over zeggen. Ten eerste. Mevrouw Beckerman is bekend met ons standpunt over Defensie-uitgaven. Daar staan we pal achter. We staan pal achter de veiligheid van Oekraïne en wat daarvoor nodig is. Dat zou ik in de eerste plaats willen zeggen. Het tweede. Ik ben heel benieuwd naar de voorbeelden die mevrouw Beckerman heeft als het gaat over financieringsstromen binnen het hoger onderwijs. Daar ben nieuwsgierig naar. Daarover kunnen we ook met elkaar van gedachten wisselen bij de commissiedebatten. Maar ik sta pal achter de Defensie-uitgaven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is bekend. Deze vragen gaan heel specifiek over de invloed op onderwijs en onderzoek. Ik had wel verwacht dat PRO daar meer over zou weten of vinden, omdat het wel echt een probleem is dat veel studenten en jongeren aangaat. Zij plannen nu jongerenstakingen. Ook de jongerenorganisaties van onze beide partijen hebben hier heel veel zorgen over. Ze zien dat het wat doet met de kwaliteit. Ze maken zich zorgen over de academische vrijheid. Ze maken zich zorgen over dat er wel een enorme financiële prikkel komt.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is eigenlijk nog steeds dezelfde vraag: herkent mevrouw Abdi dat dat zorgelijke signalen zijn en dat dat direct raakt aan onder andere die academische vrijheid, de onderwijskwaliteit die al onder druk staat, en de financiële prikkels die studenten richting Defensie kunnen duwen.
Mevrouw Abdi (PRO):
Nogmaals, zeg ik richting mevrouw Beckerman, dan ben ik heel nieuwsgierig naar de concrete signalen. Ik heb heel weinig aan de soort anekdotische beschrijvingen die nu worden gedaan. Wat ik heel belangrijk vind als het gaat om academische vrijheid — laat ik heel precies zijn — is dat kennis en onze wetenschap onafhankelijk zijn, dat we daar pal voor staan, tegen welke inmenging dan ook zijn. Daar zullen we ook voorstellen voor doen. We gaan daar uitvoering over debatteren met elkaar. Ik ben ook nieuwsgierig waar het Rathenau Instituut mee gaat komen als het gaat om het onderzoek naar pluriformiteit. Maar ik vind het een beetje ingewikkeld om te reageren op signalen van mevrouw Beckerman, die mij niet bekend zijn. Die moet u dan vooral met me delen. Dan kunnen we er verder met elkaar naar kijken.
De voorzitter:
Heel kort en afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nu wordt er bijna gedaan alsof dit anekdotes zijn, terwijl we een heel aantal voorbeelden hebben genoemd. Laten we er op één inzoomen. Het fundamenteel onderzoek in Nederland staat bijvoorbeeld onder druk. Volgens mij delen we dat. Wetenschappers staan onder druk; de werkdruk is heel hoog. Weliswaar brengt het kabinet geld terug naar universiteiten, maar een steeds groter deel wordt opgehaald met dit soort samenwerkend onderzoek. Je ziet professoren die …
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Beckerman?
Mevrouw Beckerman (SP):
… een aanstelling hebben bij zowel Defensie als de universiteit. Ze spreken alsof ze professor zijn, maar hebben ook een aanstelling bij Defensie. Dat is een eerste zorg. Een tweede zorg is dat een steeds groter deel van het onderzoeksgeld ook indirect naar dit soort onderzoek gaat.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik val in herhaling. Volgens mij heb ik hierover al het nodige gezegd.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Rooderkerk. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. Mijn schoonvader was zijn hele werkende leven, 33 jaar, geschiedenisleraar. Hij is twee weken geleden overleden. Ik denk nog vaak terug aan de gesprekken die ik met hem had over onderwijs en over de vraag hoe we zorgen dat kinderen weer goed leren lezen en schrijven. Dan vertelde hij over een opdracht over de Koude Oorlog die hij aan zijn leerlingen gaf. Ze moesten geen samenvatting van een boek maken, maar een verhaal schrijven vanuit drie generaties: de grootvader, de moeder en het kind. Hoe kijken die ernaar? Wie dat wil opschrijven, moet lezen, zich inleven en zich kennis en taal echt eigen maken. Overschrijven kon niet, want het antwoord stond nergens.
Met AI heb je tegenwoordig in een paar seconden een scriptie geschreven, maar zelf nadenken en iets echt begrijpen, leer je alleen door zelf te lezen en te schrijven. Zijn lessen neem ik mee als ik meeloop in de klas op een basisschool in Amsterdam-Zuidoost. Daar zie ik wat een fantastische leraren wij hebben en hoe zij elke dag werken aan goed leesonderwijs. Hun moeten we de ruimte geven voor het geven van hele goede lessen. Dat is hoe we het onderwijs verbeteren.
Voorzitter. Voor wie goed leert lezen, gaat de wereld open. Maar voor veel te veel kinderen in Nederland is dat niet het geval. Vier op de tien kinderen haalt niet het minimumniveau van lezen en schrijven om mee te komen in de samenleving. Het vorige kabinet maakte het erger door grof te bezuinigen op het geld van scholen om kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen, op onderwijsachterstanden, op een rijke schooldag voor kinderen die het van huis uit niet breed hebben en op de wetenschap. Ons onderwijs liep vast. Te lang hebben we de leesscores zien zakken. Alsof er niks aan te doen was! Maar er is wél iets aan te doen. Met dit kabinet gaan we weer vooruit. We hebben een heldere opdracht: elk kind goed leren lezen en schrijven.
Ik wil het vandaag over drie zaken hebben: het belang van lezen, talent voor de toekomst en wetenschap van wereldniveau.
Voorzitter. Ik ben blij dat de staatssecretaris met de Versterkingsagenda Taal tempo maakt. Lezen en schrijven krijgen een plek in alle vakken, met een kennisrijk curriculum. Veel ideeën uit mijn initiatiefnota, Lezen voor je leven, zie ik daarin terug. Zo heeft elke school binnen drie jaar een schoolbibliotheek, een rijke collectie boeken voor ieder kind. Bibliotheken krijgen daarvoor een wettelijke taak. Er komt een leescampagne, een nationaal leesoffensief, om ook ouders, organisaties en iedereen die zich hiervoor wil inzetten hierbij te betrekken. Scholen krijgen structureel geld voor les in de basisvaardigheden. Hoge verwachtingen van ieder kind worden daarbij het uitgangspunt.
Maar ik wil eigenlijk nog een stap verder. De staatssecretaris geeft aan dat onderwijsachterstanden minder gaan meetellen bij de oordelen van de inspectie van scholen. Maar is zij ook bereid om gelijke hoge verwachtingen van alle scholen te hanteren en hen daarbij voldoende te ondersteunen, zodat ze daaraan kunnen voldoen?
Die ondersteuning staat nu voor sommige scholen juist onder druk. Door de nieuwe verdeling van het geld van de onderwijsachterstanden komen sommige scholen in de problemen, bijvoorbeeld in Den Haag en Utrecht, maar ook verder in het land. Wij vinden het van belang dat zij extra geld krijgen om dit te verzachten, want kinderen mogen niet de dupe worden van een herverdeling. Daarom dienen we met vele andere partijen hier in de Kamer een amendement in. Ik hoop op brede steun daarvoor vanuit de Kamer.
Voorzitter. Verandering kost tijd. Nick Gibb, die jarenlang onderwijsminister is geweest in Engeland, beschrijft in het boek Reforming Lessons hoe hij het Engelse leesonderwijs in tien tot vijftien jaar omhoog kreeg in de internationale ranglijsten. Zijn belangrijkste les was: volhouden, ook over verkiezingen heen. Daarom komt er op mijn voorstel een staatscommissie die kijkt hoe we ons onderwijs op de lange termijn sterker maken, verder vooruit dan één kabinetsperiode.
De voorzitter:
U liet een hele mooie natuurlijke punt vallen. Meneer Ceder, gaat uw gang. U krijgt 30 seconden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit gaat over het vorige punt. Het is een goed amendement. Ik denk dat het belangrijk is om dat te herstellen. Ik wil er graag onder, als het mag. De andere kant van de medaille is natuurlijk dat er bezuinigd wordt op het gemeentelijke onderwijsachterstandsbeleid. U heeft het over kinderen die niet de dupe mogen worden van de bezuiniging. Erkent u dat er, doordat er een bezuiniging is aan de gemeentekant, nu wel degelijk een gat valt?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Om even precies te zijn: we hebben het hier over de nieuwe indicatoren van het CBS waarmee een herverdeling is gemaakt van de gelden die er zijn. Sommige scholen krijgen dus meer geld. Die zijn blij. Maar sommige krijgen minder en dat gebeurt ook op hele korte termijn, dus we willen daar wat aan doen, om dat te verzachten. Van wat ik heb begrepen, geldt dat anders voor gemeenten. Die hebben meer een doorlopende financiering. Die moeten hier voor hun uitgaven natuurlijk rekening mee houden, maar wij vonden het vooral van belang om dit nu voor scholen goed te regelen. U mag trouwens zeker onder het amendement. Ik zie ook uw amendement tegemoet. Dat moet ik bestuderen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat begrijp ik. Het is vandaag rondgegaan, vanwege een noodkreet vanuit verschillende wethouders, die aangeven dat zij lopende partnerschappen met partijen hebben om onderwijsachterstand tegen te gaan. Zij hebben per september te horen gekregen hoe de verdeling valt. U weet net zoals ik — we zijn beiden gemeenteraadslid geweest — dat de begrotingen rond die tijd vastgesteld worden. Op 1 januari hebben ze dus al een probleem, dat kinderen raakt. Ik hoop dat u naar mijn amendement wil kijken.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Zeker. Ik denk dat het ook goed is om de vraag door te pasen naar de staatssecretaris, zodat ze ons daar wat meer informatie over kan geven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Leven en dood liggen dicht bij elkaar. We eten vandaag beschuit met muisjes vanwege de geboorte van kinderen, namelijk de dochter van de heer Dijk en de zoon van de heer Ceder. Tegelijkertijd horen we hier een droevig verhaal over uw schoonvader. Ik wil daarom beginnen om u te condoleren, zeg ik via de voorzitter.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Veel dank.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan kom ik even ter zake, want daar hebben we dit debat ook voor. Ik vind het mooi om te horen dat D66 zegt: de lees- en schrijfvaardigheid is in slechte staat en dat moet beter. Maar D66 is ook een partij die vanaf 2017 in kabinetten heeft gezeten. Je ziet in de cijfers dat de leesvaardigheid van kinderen vanaf 2018 gekelderd is. Nu is het op het punt dat 40% van de kinderen niet eens meer goed kan lezen en schrijven.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is uiteraard hoe mevrouw Rooderkerk reflecteert op het beleid van D66, nota bene de onderwijspartij, en op deze cijfers. Daar ben ik wel benieuwd naar.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank voor de vraag. Ik denk dat we met elkaar het volgende moeten vaststellen. Het niveau van lezen en schrijven zegt niet alles over ons onderwijs. Het is een specifiek deel van het onderwijs, waarvan we vinden dat het beter moet. Daarbij wil ik zeggen dat het niveau de afgelopen decennia is gedaald. Een hele grote verklaring daarvoor is de manier waarop het leesonderwijs gegeven is. We hebben daar eerder ook het debat over gevoerd. Begrijpend lezen is daar een groot deel van de oorzaak: dat kinderen geen boeken en rijke teksten lezen en daarover met elkaar in gesprek gaan maar hele korte multiplechoicevragen krijgen en dan het derde voornaamwoord van de tweede zin moeten aanwijzen, bij wijze van spreken. Die manier van leesonderwijs heeft ons geen goed gedaan. Ik denk dat het te lang heeft geduurd totdat dat leidde tot verandering. Met dit coalitieakkoord breken wij daarmee. Ik heb al eerder gezegd: schaf het begrijpend lezen af. Dat gaan we nu ook doen met het nieuwe curriculum. Dat nieuwe curriculum is nu eindelijk, na twintig jaar, aangenomen. Dat is dus heel belangrijk. Alle maatregelen die in het akkoord staan — dat geldt ook voor leraren — zijn daarin, denk ik, heel belangrijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind het allemaal mooi om te horen. We willen allemaal dat de leesvaardigheid omhooggaat; ik denk dat we daar hier geen discussie over hoeven te hebben. Maar mevrouw Rooderkerk staat hier toch een soort succesverhaal te vertellen. Ze zegt dat dit kabinet dit eindelijk aan gaat pakken, terwijl in de afgelopen bijna tien jaar, en ook al in de beginjaren van deze eeuw, D66, de onderwijspartij — iedereen weet het nog; half studerend Nederland stemde op D66 — aan de knoppen heeft gezeten en het toch naar beneden is gegaan. Mijn vraag is dus: hoe kunnen we er dan op vertrouwen dat wat D66 zegt te gaan doen nu wel gaat werken? Al het andere heeft kennelijk niet gewerkt in de afgelopen kabinetsperiodes.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik zou niet zeggen dat al het andere niet heeft gewerkt. We hebben ook veel voor het onderwijs gedaan. Het verhogen van de salarissen van leraren was bijvoorbeeld een belangrijke maatregel. Basisschoolleraren kregen eindelijk meer betaald en daar zien we nu de effecten van in de daling van het lerarentekort. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk voor het verbeteren van de leesvaardigheid. Maar ik ben het helemaal eens met mevrouw Van der Plas als zij zegt dat we het nu ook wel echt met elkaar moeten gaan doen en dat we dan nu ook wel echte verbetering moeten gaan zien. Dat is ook waar wij op inzetten. Maar dat doen wij niet alleen; dat doe ik met alle partijen in de Kamer. Ik vind het juist ook zo mooi om te horen van mevrouw Van der Plas, maar dat partijen eigenlijk heel breed ook allemaal met elkaar zeggen dat die basisvaardigheden, dus lezen en schrijven, beter moeten. Ik put daar dus hoop uit. Ik hoop ook dat we het met elkaar voor elkaar gaan krijgen dat we dat ook echt gaan verbeteren.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik blijf het dan wel een beetje gek vinden dat u hier zegt: "Wij zijn er nu weer, in het kabinet. Eindelijk is D66 er weer, en nu komt het allemaal goed. Wij gaan dat allemaal doen." Ik zie dan weinig reflectie op de afgelopen tien jaar en de periode daarvoor. Ik wil specifiek horen — hier wil ik graag antwoord op — hoe mevrouw Rooderkerk daarop terugkijkt. Wij hebben gewoon scholen gesloten in de coronaperiode. Toen zijn die cijfers knetterhard naar beneden gegaan. Wij hebben gewoon kinderen onderwijs onthouden. Toen zat D66 ook in het kabinet. Iedereen zei: doe dit niet. Alle waarschuwingen zijn in de wind geslagen. Hoe kijkt mevrouw Rooderkerk daarop terug? Dat is ook een grote oorzaak geweest.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ook ik denk dat de coronaperiode en alles wat er toen is gebeurd een grote factor is in het dalen van de cijfers. Daarom willen we dat er nu ook echt structurele bekostiging komt voor dit soort zaken, en niet alleen incidenteel geld. Maar ja, toentertijd was ik fractievoorzitter van D66 in Amsterdam. Toen ben ik een grote actie gestart om de scholen open te krijgen, want het deed mij echt heel veel pijn in het hart dat ik zag dat er kinderen thuiszaten terwijl die dat juist zo hard nodig hebben.
De heer Boomsma (JA21):
In Frankrijk is ook een discussie losgebarsten naar aanleiding van de PISA-scores in Frankrijk. Ik zag dat de Franse minister van Onderwijs nu een programma heeft opgezet om alle ouders op te roepen om aan de vooravond van vakanties leeslijsten te verstrekken met geschikte literatuur voor kinderen van die leeftijd. Daar is een programma voor opgetuigd. Denkt mevrouw Rooderkerk dat dat iets is wat wij ook in Nederland zouden kunnen doen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
We zien inderdaad de grote onrust over het onderwijs in Frankrijk. Ik begrijp die ook. Het is namelijk ontzettend belangrijk voor een samenleving dat onderwijs goed is en dat daar goed in wordt geïnvesteerd. Daarom ben ik ook heel blij dat wij dat doen. Ik hoop dat de Kamer en de andere partijen daar ook blij mee zijn. Wij zijn voor alles wat helpt om het leesonderwijs te verbeteren en voor de dingen die we dankzij goede voorbeelden van andere landen kunnen leren. Ik denk dat een leeslijst een manier is om dat te doen. Dan ben je wel weer aan het voorschrijven wat voor boek iemand moet lezen. De schoonheid van wat wij doen met de schoolbibliotheken, dus dat we zeggen dat we willen dat over drie jaar elke school een schoolbibliotheek heeft, zit 'm, vind ik, in het gegeven dat kinderen de kans krijgen om echt iets te doen wat bij hen past. Een schoolbibliotheek waar ik onlangs was, wordt gerund door een vrijwilliger, een moeder, die daar zelf heel graag aanwezig wil zijn om met kinderen het gesprek aan te gaan en te vragen wat voor soort boek ze willen. Dan is er soms een kind dat wel drie boeken mee wil nemen, terwijl het er die week maar één mee mag nemen. Een ander komt niet echt tot iets en wordt dan geholpen om iets te vinden wat bij diegene past. Dat helpt ook heel erg in het bevorderen van het leesplezier. Dus nogmaals, ik sta open voor al die ideeën. Wellicht is dit ook een mooi voorstel, zeker voor de zomervakantie, om ook thuis meer te lezen, maar laten we ook vooral zorgen dat er een rijke collectie is van boeken waar kinderen uit kunnen kiezen.
De heer Boomsma (JA21):
Zeker. Ik denk overigens dat die vreselijke ellende en rellen in Frankrijk al heel snel niets meer met het onderwijs te maken hadden, want als je je zorgen maakt over de kwaliteit van het onderwijs, denk ik niet dat de reactie zou kunnen zijn dat je Gucciwinkels gaat plunderen, laat staan andere gebouwen in de fik gaat steken. Maar goed, het is natuurlijk wel duidelijk dat er wat moet gebeuren in het onderwijs, ook in Frankrijk. Ik deel ook de inzet voor die schoolbibliotheek. Ik denk dat dat een hele goede ontwikkeling is, maar het is niet zo dat een leeslijst in het Franse voorbeeld alleen maar één opdracht is en dat je geen enkele keuze meer hebt. Maar ik denk dat we het idee kunnen overnemen dat kinderen op die manier ook worden gestimuleerd en dat de ouders een verantwoordelijkheid hebben om zomers ook door te brengen met veel lezen.
De voorzitter:
Mevrouw Rooderkerk, vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Van mij mag de heer Boomsma daar heel lang over doorpraten.
De voorzitter:
Nou, daar is de voorzitter geen fan van; daar is een schorsing voor. Gaat u verder met uw betoog.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat is goed. Die plunderingen veroordelen wij natuurlijk ook, maar het begon inderdaad met studenten en met onderwijs. Ik zie in het voortgezet onderwijs dat kinderen vaak juist heel erg tegen de daar geldende verplichte leeslijst aan lopen, waar allemaal boeken op staan waarvan zij zelf niet meteen enthousiast worden. Dat zorgt er ook voor dat ze die boeken niet echt gaan lezen; met AI is een samenvatting nu helemaal snel gemaakt. Nogmaals, voor de vakantie vind ik dit een sympathiek idee. Alle ideeën helpen, maar het verbeteren van leesonderwijs is echt van groot belang. Op de scholen die dat goed aanpakken, zoals de Alan Turingschool in Amsterdam, zie je overal boeken, in de gang en op het bureau, en gedichten aan de zijkant van de klas. Ze zijn daar dus continu bezig met lezen en schrijven, niet alleen in het vak Nederlands, zoals in het voortgezet onderwijs met die leeslijst, maar juist door in alle vakken lezen en boeken naar voren te laten komen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Dank voor het mooie betoog. Gecondoleerd met uw opa. Mooi dat u …
De voorzitter:
Schoonvader. Schoonvader.
Mevrouw Moorman (PRO):
Schoonvader? Excuus. Dat was een pijnlijke fout. Excuus! Wel mooi dat u zijn inspiratie meeneemt naar deze Kamer. Het is een ambitieus verhaal. We moeten ook beter gaan lezen. Dat ondersteunt PRO helemaal. Maar bij ambitie hoort ook geld. Ik zei net al in mijn eigen bijdrage dat ik blij ben dat er in ieder geval geld is gekomen om de vorige vreselijke bezuinigingen te compenseren. Maar er is niet heel veel extra geld bij gekomen. Er zijn zelfs ook nog behoorlijke bezuinigingen: 243 miljoen op het ambtelijk apparaat. 243 miljoen. Dat is 30% van de ambtenaren.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Moorman (PRO):
Gelukkig is mevrouw Rooderkerk ook kritisch op AI, maar hoe denkt zij al die ambities waar te maken als er gewoon minder mensen zijn?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank voor de condoleance.
Ik wil even de verwarring uit de weg helpen dat we alleen maar terugdraaien. Dat doen we niet. We hebben bij het begin van dit kabinet echt heel duidelijk bekeken waar we in willen investeren en welke investeringen we kunnen doen om te zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs beter wordt. We hebben daar ook nog wat bovenop gedaan en komen daarmee op die 1,5 miljard ten opzichte van de 1,2 miljard aan bezuinigingen van kabinet-Schoof.
Dan ten aanzien van de ambtenaren. Er is inderdaad een rijksbrede taakstelling op ambtenaren die ook op het ministerie van OCW wordt uitgevoerd. Ik ben zelf ambtenaar geweest, dus alle goeds voor ambtenaren. Ik moet wel zeggen: toen ik tien jaar geleden het Rijkstraineeship volgde, was het verhaal dat je alleen op deze manier ambtenaar kon worden omdat er nooit vacatures waren. Dat heb ik in de afgelopen tien jaar wel zien veranderen. Er zijn inmiddels twee keer zoveel beleidsmedewerkers als dat er toen waren, in 2018. Ik zie ook wel dat het goed is om te sturen op een slagvaardige overheid. We moeten wel sturen op een menselijke overheid, maar ook op een overheid die echt zorgt dat gebeurt wat nodig is. Dat is de inzet ten aanzien van dat programma. Ik verwacht van de minister dat zij uitwerkt hoe dat voor Onderwijs zal uitpakken.
Mevrouw Moorman (PRO):
Maar mevrouw Rooderkerk weet ook: ambtenaren doen niet niks. Wat gaan we dan níét meer doen? Mevrouw Rooderkerk zei net ook al: we gaan extra investeren in de inspectie. Maar deze bezuinigingen komen ook gewoon keihard bij de inspectie. Het is niet zomaar wat. Het is 30% van het apparaat. 30%! Een derde gaat eraf. Welk derde deel van de taken wordt geschrapt?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik vind het heel goed dat mevrouw Moorman staat voor de ambtenaren; dat doen wij ook. Natuurlijk doen zij goed werk. We willen geld investeren in heel veel zaken, ook in Onderwijs. Ik vind dat je ook naar jezelf moet kijken als je wat van Nederlanders vraagt. Overigens is de partij waar mevrouw Moorman lid van is en wethouder van was ook in Amsterdam een taakstelling op ambtenaren van de overheid aan het doorvoeren. Dat gebeurt dus op meer plekken. Ik ga nu geen verdeling maken. Het is aan de minister om dat netjes en zorgvuldig te doen. Ik vind dat ook echt van belang. Het gaat namelijk niet alleen om efficiëntie. Het gaat er ook om dat we ervoor zorgen dat wat we doen als overheid slagvaardig is en bij mensen beland. Het gaat er ook om dat dat op een menselijke manier gebeurt, zodat mensen er wel terechtkunnen als dat nodig is.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
De jij-bak laat ik even voor wat die is. Overigens zit D66 daar ook gewoon in de coalitie.
Ik krijg geen antwoord op de vraag wat we dan niet meer gaan doen. Een derde van de ambtenaren moet weg. AI kan niet alles overnemen. Sterker nog, AI in het onderwijs bestrijden met AI lijkt mij een zeer slecht idee. Ik denk dat mevrouw Rooderkerk dat ook met mij eens is. Wat gaan we dan niet meer doen? Ik zie dat we vooral allemaal ambities erbovenop stapelen. Dat is terecht, want het gaat niet goed met ons onderwijs. Maar wat gaan we dan niet meer doen?
De voorzitter:
Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Moorman (PRO):
Welke scholen gaan we dan niet meer inspecteren? Welke …
De voorzitter:
Mevrouw Moorman, u bent ruim over de 30 seconden.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het was meer een feitelijke constatering van mijn kant. Ik denk namelijk dat er op meer plekken het gevoel is dat men de overheid beter wil maken. We willen ervoor zorgen dat de overheid doet wat we willen dat de overheid doet. Dat is, denk ik, een goede ambitie. Die wordt op meer plekken gedeeld. Wij hebben gezegd dat we extra geld voor de inspectie willen om ervoor te zorgen dat alle scholen elke vier jaar worden gecontroleerd. We waren nogal verbaasd toen we erachter kwamen dat dat niet gebeurde. Dat kan niet. Als je wil sturen op onderwijskwaliteit, begint dat in de klas bij de leraar, maar eindigt het wel bij toezicht daarop. Dus dat is heel belangrijk. Ik denk wel dat we het toezicht, maar ook alles waar wij leraren mee overstromen aan administratie, wat ook heel vaak voortkomt uit toezicht, kunnen beperken. Het boek over de situatie in Engeland, waar ik net naar verwees, is heel inspirerend op dit punt. Eerder hadden ze een inspectie die zestig pagina's naar scholen toestuurde met wat moest worden ingevuld. Dit is teruggebracht tot twee pagina's. Ze hebben gezegd: we gaan niet alle interne data opvragen, maar we kijken naar de output en de externe kant daarvan. Ik vind dat we goed moeten kijken naar dat soort zaken en dat we dingen moeten vereenvoudigen, zodat dingen niet vastlopen in het onderwijs en in het systeem eromheen.
De heer Ergin (DENK):
D66 steunt bezuinigingen op het departement van meer dan 200 miljoen euro. Dan is het toch eerlijk dat we hier aan D66 de vraag stellen: waar moet dat geld vandaan komen? Wat mogen deze minister en de staatssecretaris dus minder doen om die 200 miljoen te dekken?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Deze vraag snap ik niet helemaal, want dit staat al zo in de begroting.
De voorzitter:
De heer Ergin.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het gaat niet om 200 miljoen volgend jaar.
De voorzitter:
Mevrouw Rooderkerk, ik gaf de heer Ergin het woord.
De heer Ergin (DENK):
Het gaat niet om wat er precies wel of niet in de begroting staat. Het gaat erom dat er dus iets is ingeboekt waarvan eigenlijk niemand weet waar die bezuinigingen precies terecht gaan komen. Zelfs de minister heeft daar nog niks over gezegd. Wat gaat er bezuinigd worden op de ambtenaren die bij de afdeling Cultuur werken? Gaat er bezuinigd worden bij de Gelijke Kansen Alliantie, waar ambtenaren gemeentes ondersteunen om gelijke kansen te bevorderen? Gaat er bezuinigd worden bij de onderwijsinspectie? Ik zie D66 bezuinigingen steunen, maar mevrouw Rooderkerk hoort ook antwoord te geven over de keuzes.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nou ja, bezuinigingen steunen … Er moet nog een plan worden gemaakt. Ik vind het wat gek om dan opties te geven op de vraag: waar wilt u op bezuinigen? Zo moeten we dat niet doen. Dat gaan wij als Kamerleden hier niet even met elkaar bespreken. Hier moet een goed plan voor komen van de minister, want dit zijn wel zaken die je zorgvuldig moet doen. Wij zullen dat gewoon beoordelen. Dat plan is er nog niet. Daar gaan we dan als fractie naar kijken. Maar dat moet wel zorgvuldig gebeuren. Wat ons betreft gaan we alles op alles zetten om het onderwijs echt te verbeteren en daar moet de energie ook naartoe gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Ik zou mevrouw Rooderkerk eraan willen herinneren dat wij de regering controleren. Wij zijn dus de controlerende macht. Wij hebben ook budgetrecht. Volgens mij is het geheel logisch dat, als de minister zegt dat ze cumulatief meer dan 200 miljoen gaan bezuinigen, politieke partijen die dat steunen duidelijk uitleggen waar dat dan precies op gaat gebeuren. Ik constateer dus dat D66 akkoord is gegaan met bezuinigingen die waarschijnlijk door de VVD zijn voorgesteld, zijn opgelegd, maar hier totaal geen antwoord kan geven op de vraag: wat gaat u dan minder doen? Dat is echt merkwaardig.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
De plannen die daarvoor worden gemaakt, zijn nog in uitwerking. We hebben een coalitieakkoord, waarin we hebben gezegd: we willen die slagvaardige overheid. Vervolgens is er net een plan door een andere minister gepresenteerd. Maar uiteindelijk moet er gewoon door de minister worden gekeken op welke manier we dat kunnen doen. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Dat moet met de kwaliteit van het onderwijs voorop, maar ook met een menselijke overheid, zodat mensen daar terechtkunnen als dat nodig is. Als we die plannen in de Kamer hebben, dan zullen we die controleren en beoordelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had een vraag over de loon- en prijsbijstelling. In het primair onderwijs worden ze automatisch gecompenseerd voor de stijgende inflatie, maar dat geldt niet voor onder andere het vervolgonderwijs. Is mevrouw Rooderkerk met ons van mening dat het niet toepassen van die indexatie invloed kan hebben op de kwaliteit van onderwijs en onderzoek?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Wij vinden dat het sowieso van belang is dat we weer heel veel gaan investeren in het onderwijs. 1,5 miljard is niet niks, zeker niet in deze tijd. Het is ook heel hard nodig. We doen het ook omdat we kiezen voor kwaliteit. Als er rijksbrede taakstellingen zijn, zal ook onderwijs daar deel van moeten uitmaken. Maar ook daarvoor is het belangrijk dat de minister met een uitwerking komt. Overal waar de SP zegt dat zij meer geld wil voor onderwijs, vinden wij dat natuurlijk ook als onderwijspartij. Maar we zien ook dat dit gewoon afspraken zijn die gemaakt zijn in het kabinet en waarvan het onderwijs dus deel uitmaakt. Wij moeten eerst die uitwerking zien om erover te kunnen oordelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, dat is een mooie, maar dit komt niet van de SP, maar van ene meneer Vijlbrief. Het is een motie van vorig jaar. Op 2 oktober 2025 zei de heer Vijlbrief: verzoekt de regering te onderzoeken hoe een wettelijk kader voor prijsontwikkeling ingesteld kan worden voor vervolgonderwijs. Vorig jaar stond D66 ook op deze plek en toen zei D66: wacht eens even, als je niet indexeert, dan kan dat een probleem worden voor de kwaliteit van ons vervolgonderwijs. De heer Vijlbrief heeft daar een groot punt van gemaakt en heeft een voorstel ingediend dat is aangenomen. Omdat we nu een jaar verder zijn, vraag ik D66 opnieuw of het nog steeds achter deze motie staat en of D66 ervoor gaat zorgen dat dit daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik geloof u meteen als u zegt dat dit een motie van de heer Vijlbrief is. Dat is vast een goed voorstel geweest. Tegelijkertijd voeren we nu niet het D66-verkiezingsprogramma uit, maar het kabinetsbeleid. Daarin maken we afspraken met andere partijen. Daar kunnen wij vervolgens als Kamer wat van vinden, maar daar houden wij ons aan. Ik roep ook nogmaals in herinnering dat we anderhalf miljard gaan investeren in het onderwijs. Dat is ontzettend belangrijk en het is ook heel goed dat we dat doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar zijn we het over eens; het is heel goed dat we dat doen. Tegelijkertijd zien we dat dit ook in deze begroting zit, net als andere voorstellen; die zijn door de collega's al genoemd. Dan is het toch niet gek om daar nog eens naar te kijken? Waarom zorgen we wel voor het primair onderwijs dat die bijstelling automatisch gaat, waardoor ze dus worden gecompenseerd als er inflatie is, en waarom doen we dat niet voor andere vormen van onderwijs? Juist omdat D66 zichzelf de onderwijspartij noemt en daar vorig jaar nog een voorstel over indiende, lijkt me dat een hele logische vraag om nu te stellen. We zien namelijk dat dit gevolgen heeft en dat leraren en leerlingen onder druk staan. Dan is het toch heel logisch om hier nogmaals naar te kijken?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Zeker. Wij hebben ook vragen over de ongelijkheid. Waarom is dat wettelijk anders voor het ene deel van het onderwijs dan het andere deel? Dus ja, dat deel ik helemaal met mevrouw Beckerman. Als zij daar voorstellen voor doet, dan zie ik die natuurlijk ook tegemoet, maar ik denk dat ze vooral het punt wilde maken. Maar ik ben het ermee eens dat het in die zin gek is dat daar verschil tussen zit.
De voorzitter:
Neem het maar over, mevrouw Beckerman. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik word nu natuurlijk een beetje uitgelokt.
De voorzitter:
Dat merk ik!
Mevrouw Beckerman (SP):
Ze zei: als de SP daar een voorstel voor doet. Dat is natuurlijk hartstikke mooi, maar we hebben recent nog heel veel voorstellen gedaan over de studierente en toen, in dat debat — laat ik daar dan maar even over gaan interrumperen — werd ons voorgehouden: maar het kabinet doet al heel veel, want er komt een renteplafond. Vervolgens wordt dat weer geschrapt. U kunt natuurlijk continu tegen de SP zeggen dat we maar voorstellen moeten doen, maar als D66 zichzelf wegstemt en vervolgens woord breekt op andere voorstellen, wat zijn we dan aan het doen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Volgens mij dienen we ook samen nog een amendement in, dus in die zin zijn wij volgens mij best wel goed bezig. Maar dat waar mevrouw Beckerman het zojuist over had, vraagt gewoon om een wetswijziging. Dat is dus ook niet iets wat we van vandaag op morgen kunnen gaan regelen; dat lijkt me duidelijk. Ik zou zeggen: wij staan er heel erg voor open om samen te werken, overal waar we dat kunnen. Dat is wat ik daarmee bedoelde te zeggen.
De voorzitter:
Ik krijg meerdere appjes over de dinerpauze. Ik ga de Kamer meegeven dat u dat zelf in de hand heeft. Dat heeft te maken met de bondigheid van uw interrupties, maar ook met de bondigheid van uw antwoorden. Ik denk dat het goed is, ook voor de medewerkers, als we toekomen aan een dinerpauze. Ik ga toch alle Kamerleden vragen om het bondig te houden in de interrupties en de reacties. Eerst nog lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter, en ook gecondoleerd aan mevrouw Rooderkerk.
Ik hoor D66 niet kunnen uitleggen waarom er met een soort kettingzaag wordt bezuinigd op mensen die hier voor wetenschap en onderwijs werken. Ze wijzen dan naar afspraken met het kabinet. Maar er zijn ook afspraken gemaakt in het kabinet en bij het coalitieakkoord om vast te houden aan dat renteplafond. Ik vraag me dus af: waarom houdt D66 daar niet aan vast? Of is de oproep richting deze bewindspersonen nu: hou op z'n minst vast aan het renteplafond van 2,5% en ga eigenlijk lager, want we hebben het de afgelopen jaren gewoon verkloot voor de studenten ...
De voorzitter:
Lid Kostić, één waarschuwing wat betreft de tijd en het taalgebruik.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik begrijp die emoties wel, om het zo maar te zeggen. Ik snap ook de zorgen van studenten. Studenten hebben het zwaar. Ze hebben te maken met hoge kosten van boodschappen, zoals iedereen in Nederland op dit moment, maar ze hebben ook moeite met het vinden van een woning. Wij zien ook dat we voor studenten wat moeten doen. Dat is ook waarom we in het akkoord verschillende maatregelen voor studenten hebben opgenomen. Maar deze is wel een lastige, want niemand had kunnen vermoeden dat Trump Iran binnenviel toen de inkt van het akkoord een week droog was. Dat heeft ervoor gezorgd dat we nu met de huidige geopolitieke situatie zitten, met enorme energieprijsstijgingen vanwege de sluiting van de Golf van Hormuz en natuurlijk ook nu voor iedereen enorme stijgingen maar zeker ook voor studenten waar het gaat om een studielening. Wat wij vooral van belang vinden, is dat het geld dat wij voor studenten hebben gereserveerd, 40 miljoen structureel, ook echt naar studenten gaat. Daar moet dus een andere oplossing voor gevonden worden. Het is mijn intentie om daar straks in mijn bijdrage ook nog op terug te komen. Wij vinden namelijk dat studenten daar recht op hebben.
Kamerlid Kostić (PvdD):
D66 heeft erkend dat de keuze voor een leenstelsel gewoon een slechte keuze was en dat studenten daarmee benadeeld zijn. Maar nu de minimale belofte van een renteplafond van 2,5% wordt losgelaten, moet D66 toch erkennen dat studenten zich echt gewoon bedonderd voelen? Het gaat niet om emoties; dit treft mensen gewoon in hun bestaan. Het zorgt voor stress en onzekerheid. Ze hebben het al moeilijk door de geopolitieke ontwikkelingen, door de klimaatcrisis, door de coronacrisis.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag is: erkent D66 dat dit onacceptabel is voor de studenten en dat D66 hier een stap naar voren moet doen? Ik heb deze vraag net ook al gesteld.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik erken absoluut dat studenten het heel moeilijk hebben, niet alleen met de geopolitieke situatie, maar ook met het geld dat zij op hun rekening hebben staan en waarmee ze rond moeten komen. Dit is echter niet minimaal, zoals het lid Kostić zegt. Er werd uitgegaan van 2,5%. Als je kijkt naar de huidige rentestijgingen, zitten we nu al op 3,3%. Dat betekent dat de 40 miljoen die hiervoor in het akkoord is gezet, nu vier keer zo groot is geworden en op 160 miljoen uitkomt. De kans is groot dat de rente in de wereld nog verder gaat stijgen. Daarmee is het niet mogelijk om dit uit te voeren met het geld dat er nu voor staat. Wij willen dat het geld dat ervoor staat naar studenten gaat. Ik hoop dat we in de Kamer brede steun zullen vinden om dat op een goede manier te doen. Dat is het voorstel dat wij vandaag willen doen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Niemand begrijpt dit thuis. Ik mis de het-kan-wélmentaliteit van D66. Ik mis dat er gezegd wordt dat het wel kan dat de rente richting de 0% gaat, of op z'n minst 2,5%. Het geld is er namelijk. Onder leiding van D66, CDA en VVD worden de cadeautjes uitgedeeld aan de superrijken en aan de fossiele industrie. Zo wordt er bijvoorbeeld een nieuw vliegveld geopend. Er is voldoende geld, maar het wordt gewoon niet eerlijk besteed. Is D66 het met ons eens dat dit echt niet meer kan richting studenten en dat we echt een stap naar voren moeten doen om de rente richting de nul te brengen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik dacht: ik reken het even voor, want dit vraagt wel om een voorstel met een dekking. Dat heb ik niet binnen zien komen, van geen van de partijen. Natuurlijk is het mooi om te zeggen: wij willen dit. Wij willen dit ook. Wij willen ook dat er een einde zit aan de rente voor studenten; dat staat ook in ons verkiezingsprogramma. Wij willen studenten ook op andere manieren helpen met een tegemoetkoming. Maar dit zijn de afspraken die we hebben gemaakt binnen deze begroting. Daar zullen we ook rekening mee moeten houden.
De voorzitter:
Ik stel voor dat ik mevrouw Beckerman en mevrouw Abdi nog het woord geef en dan mevrouw Rooderkerk ga vragen om een volgende stap in haar betoog te zetten.
Mevrouw Beckerman (SP):
Sorry, maar mevrouw Rooderkerk zegt nu de hele tijd tegen de oppositie: kom dan met voorstellen. We hebben een paar weken geleden een uitgebreid debat gehad over een wet met betrekking tot de pechgeneratie. Toen was D66 hier apetrots op die 2,5%. Ik heb het citaat nog even opgezocht. Ze waren echt apetrots. Dat zouden we gaan doen. Nu doet het kabinet het niet en moet de oppositie het maar fiksen. Als ik D66 was, zou ik echt piswoest zijn op het kabinet.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik ben vooral heel erg woest op de situatie in de wereld, als ik eerlijk ben. Ik vind het heel makkelijk om dit het kabinet allemaal aan te praten. We kunnen onze ogen niet sluiten voor de oorlogen die er woeden, voor wat er gebeurd is met Trump in Iran en voor de andere oorlog die er woedt. De rente stijgt daarmee. Minister Letschert heeft in de brief aangegeven dat de rente tot zo'n hoogte stijgt dat deze maatregel niet uitvoerbaar is. Als u zegt dat er meer moet komen voor studenten, vindt u ons compleet aan uw zijde. Vandaag nog stemt de Eerste Kamer over de tegemoetkoming voor de leenstelselgeneratie van 1,4 miljard. We gaan binnenkort geld overmaken aan de huidige studenten. Voor studenten die nu nog studeren wordt de uitwonendenbeurs met €50 per maand verhoogd. Zo vinden wij ook dat het geld dat hiervoor beschikbaar is, moet worden uitgegeven aan studenten. Wij zullen daar altijd voor staan. Hebben wij alles in de hand in de wereld sinds het akkoord is gesloten? Helaas niet. Vinden wij dat ook vervelend? Zeer zeker. Maar laten we met elkaar zorgen dat we zo veel mogelijk doen voor studenten. Daar komen wij dus ook daadwerkelijk met een voorstel voor.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar wat D66 doet, is zeggen: het is de schuld van Trump en studenten moeten onze rekening betalen. Dat is wat u doet. Het kabinet zou het betalen. Die zou een renteplafond doorvoeren op 2,5%. Nu wordt dat duurder voor de overheid en zeggen we: dat gaan wij niet betalen; studenten moeten betalen. Erkent D66 dat het oud-studenten de rekening voor Trump laat betalen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Die redenering vind ik eerlijk gezegd een beetje kort door de bocht. Niet alleen studenten betalen daar de rekening voor. Daar betalen ook Nederlanders de rekening voor met hun boodschappen en de enorm gestegen energieprijzen. We betalen daar allemaal de rekening voor. Ik vind dat we met elkaar moeten zoeken naar een oplossing. Ik heb de SP een paar weken geleden een voorstel zien indienen voor een rente van 0%. Maar ja, als je dat doorrekent, kom je uit op 10 miljard. Waar gaan we dat dan van betalen?
De voorzitter:
Afrondend, kort.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat zijn politieke keuzes die we hier maken. Wie betaalt de rekening voor de ellende die Trump aanricht? Het kabinet gaat daarin mee en schroeft de NAVO-norm, de Trumpnorm, op en laat de samenleving betalen en berekent dat door. Laten we teruggaan naar die 2,5%. Het kabinet heeft studenten beloofd om het bedrag te maximeren op 2,5%. Dat is de belofte. Nu dat voor het kabinet duurder wordt — dat is het probleem — zegt het: dat doen we niet meer; we leggen de rekening neer bij de studenten. Hoezo is dat kort door de bocht? D66 legt dan toch letterlijk de rekening voor Trumps oorlogen neer bij onze studenten en oud-studenten? Ik begrijp niet hoe dit kort door de bocht is.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nee, dat doen we niet. Wij komen straks met een voorstel om het geld dat in de begroting staat ook daadwerkelijk naar studenten te laten gaan.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik ga toch op dit punt door. D66 heeft inderdaad een belofte gedaan, een belofte waarvan de risico's daarvoor al bekend waren. Dat waren al feiten. Het hele idee is dat de rente fluctueert en dat je daarom een plafond belooft. Mijn vraag is dus de volgende. Vindt D66 dat als het kabinet zelf een probleem creëert, het dat zelf ook moet oplossen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
De minister heeft een brief geschreven waarin zij aangeeft wat wel en niet mogelijk is en welke verschillende opties zijn onderzocht. Het lijkt mij heel goed dat wij als Kamer vandaag met een voorstel komen om dit geld, dat bestemd was voor studenten, ook echt naar studenten te laten gaan. Dat willen wij doen door ervoor te zorgen dat het grootste deel daarvan, de 30 miljoen, gaat naar het gelijktrekken van het les- en cursusgeld voor mbo'ers. Studenten in het hbo en wo krijgen dat namelijk al vergoed en studenten in het mbo nog niet. Daarnaast willen we de resterende 10 miljoen opplussen bij de 110 miljoen die al wordt uitgekeerd aan studenten voor het verhogen van de beurs voor uitwonenden en er daarmee voor zorgen dat we dit geld zo snel mogelijk aan studenten kunnen overmaken.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dat was niet mijn vraag aan mevrouw Rooderkerk. Mijn vraag was of zij vindt dat het kabinet dit moet oplossen. Zal ik mevrouw Rooderkerk misschien een handje helpen? Toen beleggers hier aan de bel trokken en aangaven dat er van alles mis was met box 3, werd er gekeken naar maar liefst 16 miljard om dat op te lossen, terwijl het niet in het regeerakkoord stond. Dit stond niet alleen niet in het regeerakkoord, maar ook niet in het verkiezingsprogramma van D66. Mijn vraag is dus opnieuw of mevrouw Rooderkerk niet vindt dat het kabinet dit gewoon moet oplossen en moet zeggen: we gaan deze rekening niet bij studenten neerleggen en we gaan wel onze belofte waarmaken.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Volgens mij lopen er nu op allerlei punten onderhandelingen met onder meer de partij van mevrouw Abdi en zijn er allerlei bezuinigingen op bijvoorbeeld SZW geschrapt. Het lijkt mij niet helpend om dit in dit debat, dat gaat over onderwijs, op één hoop te gooien met allerlei andere begrotingen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ja, inderdaad afrondend. Vanaf de buitenkant zie ik dat het de VVD elke keer lukt om dingen te regelen als het om haar belangen gaat, maar dat het ineens het probleem is van de Kamer nu het gaat om de belangen van D66 en de beloftes die D66 heeft gedaan aan studenten. Het is iets wat het kabinet had moeten oplossen en naar mijn mening, zeg ik tegen mevrouw Rooderkerk, nog steeds moet oplossen, om zo zijn belofte richting studenten waar te maken.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik vind dat we onszelf als Kamerleden ook niet tekort moeten doen. Ik zou zeggen: laten wij het recht aangrijpen dat wij hebben als Kamerleden om met elkaar voorstellen te doen. Ik ga graag in gesprek over hoe we dit het beste kunnen aanpakken. Laten we dat gewoon met elkaar doen.
De voorzitter:
Ik had voorgesteld om mevrouw Rooderkerk na de interruptie van mevrouw Abdi even de gelegenheid te geven om drie alinea's verder te gaan.
De heer Ergin (DENK):
Het gaat wel over hetzelfde onderwerp.
De voorzitter:
Maar het gaat over dit punt, begrijp ik. U gaat nu een inspirerend voorbeeld zijn als het gaat om een bondige interruptie.
De heer Ergin (DENK):
Zoals ik altijd ben, voorzitter.
De voorzitter:
Dat weet ik. Gaat uw gang.
De heer Ergin (DENK):
D66, CDA en VVD beloofden een aantal maanden geleden bescherming aan studenten en oud-studenten: de kosten stijgen, het levensonderhoud wordt peperduur, we gaan studenten bescherming bieden, namelijk een maximumrente van 2,5%. Dat staat kraakhelder in het coalitieakkoord. Nu komt de minister met een brief waarin ze zegt: sorry, wij hebben dit verkeerd berekend; ik ga dit niet doen. Mevrouw Rooderkerk staat dat hier te verdedigen. Gaat mevrouw Rooderkerk ook excuses maken aan al die oud-studenten omdat ze hier een belofte breekt?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik sta volgens mij helemaal niks te verdedigen. Ik heb op veel eerdere vragen aangegeven dat ik heel goed de zorgen begrijp waar studenten nu mee leven. Ik was onlangs in een studentenhuis in gesprek met studenten. En ja, het doet pijn om dan te horen waar zij mee zitten. Het is nu wel effe heel anders dan toen ik studeerde. De rekeningen zijn hoger geworden. Ze waren heel blij dat ze na heel lang zoeken uiteindelijk dit studentenhuis konden bewonen met elkaar. Maar dat is al geen gegeven meer. Heel veel studenten wonen thuis. Ik zou zeggen: het is nog veel erger dan dat. Natuurlijk vinden ook wij dat we dan van alles moeten doen om het voor hen beter te maken.
Ten eerste gaan we daarom 1,5 miljard investeren in het onderwijs, om ervoor te zorgen dat het onderwijs voor studenten beter wordt, ook in de wetenschap, in het onderzoek. We hebben onlangs ook de compensatiemaatregel in de Kamer aangenomen. Vandaag is die in de Eerste Kamer aangenomen. Het is nooit een gehele compensatie, maar een tegemoetkoming voor de leenstelselgeneratie. We gaan extra investeren in de koopkracht van de huidige studenten, met de uitwonendenbeurs. Dus dat is niet niks. Tegelijkertijd zijn wij een minderheidskabinet en hebben wij hier het debat met elkaar. We kunnen voorstellen van elkaar op hun waarde beoordelen. Wij zullen met een voorstel komen. Ik hoop dat partijen eraan meedoen om in ieder geval het geld dat er op de begroting staat voor studenten ook echt bij studenten te laten komen. Als u zegt "ik vind dat er nog meer moet voor studenten", vindt u D66 natuurlijk altijd aan uw zijde, maar we moeten de voorstellen daarvoor dan wel echt hier met elkaar bespreken. Dit is wat wij nu kunnen doen.
De heer Ergin (DENK):
Wat hier gebeurt, waar we hier naar kijken, is mooie campagnepraat. Dit is mooie pr-praat. Spelen met woorden. Mooie beloftes opnieuw hier de wereld in slingeren, terwijl je aan de andere kant een belofte breekt. Er staat heel duidelijk in het coalitieakkoord: we maximeren het op 2,5%. Voor DENK gaat dat al niet ver genoeg, maar laten we zeggen dat we hier vandaag tijdens dit debat die minimale bescherming volgens die minimale belofte moeten organiseren. Maar wat we hier zien …
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Ergin (DENK):
Wat ik hier zie, is dat mevrouw Rooderkerk geen excuses maakt en niet eens erkent dat beloftes zijn gebroken. Dus wat is hier aan de hand, zou ik aan mevrouw Rooderkerk willen vragen.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
De eerste woorden zijn echt voor rekening van de heer Ergin, want ik noemde gewoon heel concrete bedragen voor studenten. Ik vind het echt flauw als hij dat nu wegzet als campagnepraat. Het gaat gewoon over miljarden die we aan studenten overmaken. Dus dat kan je niet afdoen alsof het niet uitmaakt. Volgens mij vindt de heer Ergin dat namelijk juist heel belangrijk.
Over het tweede punt heb ik al gezegd dat ook wij natuurlijk graag hadden gehad dat wat in het akkoord is afgesproken, nog steeds had gekund. Maar ja, we zien dat de situatie in de wereld veranderd is. De minister heeft aangegeven dat de maatregel zoals die in het akkoord staat, niet is uit te voeren. Dat is wel waar we het ook mee moeten doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Het is wel uit te voeren. Er is alleen geen politieke wil. Er is geen politieke wil om de belofte die glashard in het coalitieakkoord is gedaan aan al die studenten ook na te komen. Wat hier aan de hand is, is dat D66 voor de tweede keer studenten naait. De eerste keer met de afschaffing van de basisbeurs en nu weer door de belofte van op zijn minst de minimale bescherming, namelijk 2,5% maximum rente, in te trekken. Wat D66 hier doet is aan de ene kant mooie praatjes de wereld in slingeren. Maar aan de andere kant worden oud-studenten en huidige studenten keihard genaaid door D66.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ook deze woorden laat ik echt voor de heer Ergin. Nogmaals, is heb geen enkel voorstel van hem gezien.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik kan de redenatie van mevrouw Rooderkerk en het kabinet best volgen. De prijzen zijn gestegen, dus het voorstel van een renteplafond is gewoon niet houdbaar. Dan vraag ik me wel af of dat voorstel überhaupt in het coalitieakkoord had mogen komen, als de coalitiepartijen niet bereid zijn om extra geld toe te voegen op het moment dat de wereld verandert. Want de wereld verandert nu eenmaal. Dat is een gegeven. Mijn vraag is of mevrouw Rooderkerk in ieder geval kan erkennen dat de belofte van een renteplafond achteraf gezien eigenlijk niet in het akkoord had moeten staan.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Achteraf is het natuurlijk altijd makkelijk praten. Ik weet niet of de heer Ceder de aanval van Trump op Iran had voorspeld. Ik had die niet voorspeld, maar met de huidige kennis kun je zeggen: de zin die daarover in het akkoord staat en het geld dat daarbij stond, komen niet overeen.
De voorzitter:
Mevrouw Abdi heeft in een gebaar aangegeven dat zij het heel kort gaat houden.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dat klopt, voorzitter. Ik ga graag op dit punt door. Ik zat de hele tijd te twijfelen. Ik wilde eigenlijk een punt maken over de studierente, maar het gaat mij vooral om het argument dat mevrouw Rooderkerk aangeeft over Trump. De risico's van de maatregel waren al bekend bij oud-minister Dijkgraaf. Hij stuurde daarover een brief naar de Kamer. Het was bekend bij de vorige minister. Ik vind het dus ingewikkeld dat mevrouw Rooderkerk verwijst naar Trump en de inval om te zeggen: daardoor is het onhoudbaar geworden. Kan mevrouw Rooderkerk op z'n minst aangeven, uitleggen aan iedereen, waarom deze maatregel dan opgenomen is in het regeerakkoord als mevrouw Rooderkerk eigenlijk ook al wist dat ze het risico liep dat ze het niet kon nakomen? Want dat is er nu gebeurd.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Maar dan kan ik ook de vraag stellen: waarom was het opgenomen in het verkiezingsprogramma van PRO?
De voorzitter:
Dit gaan we niet doen. Ik wil graag dat u antwoord geeft op de vraag of verdergaat met uw betoog.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nou ja, een retorische vraag dan, want ik denk dat het zo is dat onze partijen heel graag meer voor studenten willen betekenen en dat we ook vinden dat we hen willen helpen met de maandbedragen die zij betalen. Ik denk dat we daar als partijen hetzelfde over denken. We hebben ons wel tot de huidige situatie te verhouden. Nogmaals, ik vind het heel vervelend voor studenten dat dit nu gebeurt. Ik had ook heel graag gezien dat het niet zo was gegaan. Ik hoop ook dat we in ieder geval als Kamer met elkaar dit op deze manier kunnen oplossen.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik vind het belangrijk dat we dan eerlijk zijn, want je gaat verkiezingen in met een verkiezingsprogramma, met maatregelen. D66 heeft in haar eigen verkiezingsprogramma en in haar doorrekeningen een gemaximeerd renteplafond beloofd. Ze hebben in hun doorrekeningen ook allerlei maatregelen voor vermogenden meegenomen. Dan zou ik bijna willen zeggen tegen mevrouw Rooderkerk: pak uw verkiezingsprogramma erbij — want kennelijk lukt het een andere coalitiepartij wel om dingen te regelen — om zo te voorkomen dat de rekening opnieuw bij studenten wordt neergelegd. U heeft, zeg ik even via de voorzitter tegen mevrouw Rooderkerk, veel meer keuzes. Ik vind het lastig dat er dan een soort jij-bak komt over Trump en over wel of niet eerlijk. Dan denk ik: nee, er liggen opties om dit op te lossen binnen het kabinet. Waarom komt mevrouw Rooderkerk hier dan met eigenlijk een soort schijntje richting studenten?
De voorzitter:
Deze interruptie was twee keer 30 seconden. Ik geef mevrouw Rooderkerk de gelegenheid om hier antwoord op te geven en ik verzoek u met klem om daarna met uw betoog verder te gaan.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Met alle liefde, voorzitter. Volgens mij ben ik juist heel eerlijk over wat wij graag zouden hebben gewild, over wat er nu gebeurd is en over hoe wij hopen om het op deze manier in ieder geval … Ik kan niet anders dan denken dat mevrouw Abdi het ook goed vindt dat we het gros hiervan naar het mbo laten gaan, naar het gelijktrekken van het les- en cursusgeld. Ik weet namelijk dat haar partij daar ook heel graag wat aan wil doen. Het is geen uitlokking, want volgens mij zeg ik hiermee gewoon dat ik het met u eens ben op het punt dat we er voor studenten willen zijn. Ik ben ook heel eerlijk over wat we wel en niet kunnen doen.
De voorzitter:
Op het moment dat u zei "het was geen uitlokking", was het per definitie een uitlokking. Ik geef mevrouw Abdi daar heel kort de gelegenheid voor en ik wil echt heel graag dat u daarna verdergaat met uw betoog.
Mevrouw Abdi (PRO):
Mijn eerdere vraag aan de minister was: wat was al duidelijk, als het ging om deze specifieke maatregel, over de feiten die voorlagen? Ik heb er namelijk moeite mee dat Trump wordt gebruikt als argument, terwijl D66 de verkiezingen is ingegaan met een belofte waarvan de risico's al bekend waren bij uw oud-minister en bij de huidige minister. Dus als blijkt dat de scenario's toen al klopten, dan kan het toch niet anders zijn dan dat u dat al wist …
De voorzitter:
Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Abdi (PRO):
… dat mevrouw Rooderkerk dit al wist? Dan is het toch heel gek om daar niet naar te verwijzen en gewoon te zeggen: wij hebben dit niet goed gedaan; we hebben dit niet goed geregeld?
De voorzitter:
Mevrouw Abdi! Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik begin een beetje in herhaling te vallen. Er zijn afspraken gemaakt in het akkoord. Ik was daar zelf niet bij. Ik weet dat verschillende partijen dit in hun verkiezingsprogramma hadden staan. De minister heeft hiernaar gekeken en heeft aangegeven wat wel en niet kan. Wij vinden het, nogmaals, heel erg voor studenten dat het niet op deze manier kan. Wij willen wel dat het geld dat wij voor hen hebben gereserveerd, ook aan hen wordt uitgegeven. Als er partijen zijn die een beter voorstel hebben, wat ik niet heb gezien, dan zien we dat ook graag tegemoet, want uiteindelijk gaat het hier wel over de begroting, waarbij we kijken naar: welk geld hebben we met elkaar voor onderwijs? We hebben heel veel geld voor onderwijs en ook voor studenten in deze begroting staan. Als partijen zeggen dat er meer bij moet, ergens anders vandaan, dan zien we dat graag tegemoet.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Voorzitter. Ik heb inmiddels al wat uit mijn bijdrage kunnen uitspreken, gelukkig, dus dat scheelt alweer voor het vervolg. Dan mijn tweede punt: talent voor de toekomst, want wat in de klas begint, gaat verder in het hoger onderwijs. Ook daar verdient lezen aandacht. Veel studenten lezen nauwelijks nog een boek, terwijl ze juist nu moeten leren om lange en lastige teksten te doorgronden. Is de staatssecretaris bereid om te komen met een plan voor een doorlopende leeslijn van 0 tot 23 jaar, met OCW in de regie, samen met SZW, VWS en gemeenten? Dan de stages. Voor studenten zijn die de eerste stap op de arbeidsmarkt. Daarom kijkt D66 uit naar die verplichte stagevergoeding. Hoe wordt die verder uitgewerkt? Nog steeds worden studenten die een stage zoeken gediscrimineerd vanwege hun afkomst, hun achternaam. Dat is belachelijk. Voor het mbo is er geld voor het Stagepact, maar het viel ons op dat de middelen voor het manifest tegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs binnenkort aflopen. Zet de minister deze aanpak door? Op dit punt overwegen wij ook een motie.
Voorzitter. Dan de Talentstrategie. Om Nederland klaar te maken voor de toekomst, lanceert dit kabinet een Talentstrategie: meer studenten in de richtingen waar zij en Nederland een toekomst hebben, internationaal talent dat we hier opleiden en hier ook houden, toponderzoekers aantrekken die elders geen vrije ruimte meer hebben, en vaker van een vinding in een lab een bedrijf maken. Dat talent moeten we wel overal zoeken. Bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek in Delft stromen nog veel te weinig vrouwen in. De TU Delft wil daar iets aan doen. Dat waardeer ik. Is de minister bereid om op korte termijn met hen in gesprek te gaan over de vraag hoe er meer vrouwen kunnen instromen?
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, op een eerder punt. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Even over die stagevergoeding. PRO kijkt net als D66 uit naar de wettelijke verankering. Ik vroeg me even af welke eisen D66 aan die stagevergoeding stelt.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Wij vinden het van belang dat er goede afspraken worden gemaakt en dat studenten een vergoeding krijgen die ook echt past bij de stages die zij doen, want zij leveren vaak een hele waardevolle bijdrage aan bedrijven. Wij vinden dat zij daar ook voor beloond moeten worden, zodat ze niet nog allemaal baantjes daaromheen moeten hebben. Zij betekenen namelijk gewoon heel veel voor zo'n bedrijf.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Dus het bedrag van — ik zeg het even uit mijn hoofd — €450 dat D66 in het verkiezingsprogramma heeft staan, geldt niet meer?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik had het hierover in het debat in de commissie met uw collega. De minister gaf daarin aan het aan de sector te willen laten om in gesprek te gaan over wat een goed bedrag is. Zij zegt namelijk dat een hoog bedrag voor sommige sectoren kan werken, maar er in andere sectoren en opleidingsrichtingen voor kan zorgen dat er stages verdwijnen. Wij weten dat er al grote tekorten aan stages zijn. Dat moeten we dus niet met elkaar willen. Maar wij hopen dat er minimaal op €500 wordt uitgekomen. Zo geven we echt een richtlijn mee. Wij vinden namelijk dat er echt een vergoeding moet komen waar studenten wat aan hebben.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik hoor mevrouw Rooderkerk zeggen: €500 als een richtlijn. Dat betekent dat als ik t.z.t. een amendement indien om een minimumbedrag vast te stellen in die wet, D66 dat dus steunt.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nee. Wij zeggen het volgende. De sectoren gaan nu in gesprek om daar met elkaar afspraken over te maken. Wij geven hen mee dat daar niet nul kan uitkomen. Daar kan ook niet een bedrag uitkomen waar studenten niks aan hebben, want daarvoor maken we deze afspraken. Dat is waar wij hopen dat dit op uitkomt. Wij zullen van de minister horen wanneer die gesprekken gevoerd worden. Dan gaan wij dat op deze manier beoordelen.
De voorzitter:
Rond u uw bijdrage af.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Tot slot, voorzitter. AI is iets waar alle studenten mee te maken krijgen, ook voor hun baan in de toekomst. Kan de minister aangeven hoe we ervoor gaan zorgen dat alle studenten op een goede manier met AI leren omgaan? We hebben eerder een voorstel ingediend om met een strategie en een aanpak daarvoor te komen. Ik wil haar vragen om daarin ook mee te nemen dat men goed moet kunnen lezen en schrijven. Die basis moet dus eerst op orde zijn. Daarmee willen we voorkomen dat AI hen dommer maakt in plaats van slimmer. Je moet het dus alleen kunnen gebruiken als je eerst in de basis alles op orde hebt. Het moet op een goede manier gebruikt worden in het onderwijs.
Dan wetenschap van wereldniveau. Na de bezuinigingen zagen onderzoekers de grond onder hun voeten verdwijnen. Nu bieden we weer perspectief. Maar wetenschap van wereldniveau vraagt ook om vrijheid. De KNAW waarschuwt dat academische vrijheid kwetsbaar is en onder druk staat. Dat is iets anders dan vrijheid van meningsuiting. Het gaat om de ruimte van wetenschappers om onafhankelijk te onderzoeken, te onderwijzen en te publiceren, ook als de uitkomst ongemakkelijk is. Hoe kijkt de minister naar het voorstel van de KNAW om academische vrijheid wettelijk te verankeren? Komt zij zelf nog met andere voorstellen om die academische vrijheid te vergroten?
Voorzitter. Mijn schoonvader liet leerlingen schrijven vanuit drie generaties. Dat is ook onze opdracht: verder kijken dan vandaag, zodat niet je postcode of achtergrond bepaalt hoe ver je komt, maar iedereen zijn talent kan inzetten voor de eigen toekomst en voor die van Nederland. Dat begint in de klas, waar we elk kind goed leren lezen en schrijven.
Collega Biekman vervolgt straks voor het mbo.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat veel mensen niet weten, is dat er via dit ministerie geld gaat naar apenproeven. Nu hebben we vorig jaar samen met andere partijen, van JA21 tot Partij voor de Dieren en PRO, succesvol een voorstel ingediend om het belastinggeld dat nu naar die apenproeven gaat, over te hevelen naar proefdiervrije innovaties. Wetenschappers hebben ons ook opgeroepen dat te doen; ik heb hier een wetenschappelijke oproep. Dit zorgt voor betere wetenschap, voor meer kansen voor mens en dier en de wetenschap.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
D66 heeft geholpen dat terug te draaien. We hebben nu een middenweg gezocht. Ik heb een nieuw voorstel ingediend dat ons een beetje pijn doet, maar ik heb echt geprobeerd om naar de zorgen van D66 te luisteren. Staat D66 welwillend tegenover ons voorstel om stapsgewijs het belastinggeld dat naar achterhaalde apenproeven gaat over te hevelen naar innovaties?
De voorzitter:
Ook dit was bijna twee keer 30 seconden, dus ik denk dat ik u hierna nog één interruptie geef.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Veel dank voor deze vraag, want ook wij vinden dat we die apenproeven moeten afbouwen. Tegelijkertijd zien we dat er op plekken nog proeven plaatsvinden die worden gebruikt voor het tegengaan van hele belangrijke ziektes als hiv/aids, malaria enzovoorts. Om die reden moeten we hier zorgvuldig mee omgaan. Als wij voorstellen hierover met elkaar aannemen, denk ik dat het belangrijk is dat we echt goed in kaart hebben dat we aan de ene kant zorgen we dat we zo snel mogelijk die proeven afbouwen — ik weet dat de minister in de brief heeft aangegeven dat zij daarop wil inzetten en proefdiervrije mogelijkheden wil versterken — maar we aan de andere kant voorkomen dat heel belangrijk onderzoek naar hele ernstige ziektes niet meer zou kunnen worden gedaan. Daarom ga ik dit voorstel heel zorgvuldig bestuderen. Ik hoor ook heel graag eerst de reactie van de minister daarop. Ook waardeer ik dat de collega probeert om tot overeenstemming in de Kamer te komen, want ik deel wel dat dit de trend is die we moeten inzetten. Het gaat ook niet vanzelf, dus zouden we dit ook moeten stimuleren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is fijn. Tegelijkertijd zien we twee dingen. We zien dat de minister nu nog kiest voor die apenproeven, terwijl ze zelf onlangs heeft erkend dat ze het nut en de noodzaak daarvan nog niet kan bewijzen. We zien ook dat een deel van de wetenschap de Kamer oproept — het gaat alleen maar over waar je belastinggeld aan besteed — belastinggeld te besteden aan de toekomst in plaats van het verleden, aan kansrijke innovaties die juist meer opbrengen voor de gezondheid van mensen, in plaats van aan die achterhaalde apenproeven.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dus mijn vraag aan D66 is: ziet mevrouw Rooderkerk die kansen en is zij bereid om te kijken naar een afbouw met een concrete deadline, in welk jaar die ook mag aflopen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Wij zien zeker die kansen. Ik was onlangs nog in Utrecht in gesprek met wetenschappers die kwamen met alternatieven, met innovaties die opgeschaald zouden moeten worden om dit soort proeven te voorkomen. Ik denk dus ook dat we daar veel moeten investeren. Maar we moeten niet ontkennen dat er ook wetenschappers zijn die echt aangeven: wat er nu nog gebeurt, hebben we echt nodig voor dit belangrijke onderzoek tegen deze ziekten. Daarom moeten we dus een goede afweging maken. Ik wil dat heel graag zorgvuldig doen. Ik weet dat mijn collega dat ook wil. Ik denk dat we eerst de minister daarover moeten horen en er met elkaar over in gesprek moeten gaan.
De voorzitter:
Heel kort.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nou, oké, we gaan het zien, maar wijzen naar andere wetenschappers, conservatieve wetenschappers, gaat het natuurlijk niet worden. Die mogen er zijn, maar we hebben hier wetenschappers die zeggen: het kan wél. Ik denk dat D66 die kant zou kunnen kiezen. Dat zeg ik niet om die conservatieve wetenschappers tegen de borst te stuiten, want die mogen gewoon doorgaan met hun proeven. Maar hier gaan we over waar het belastinggeld naartoe gaat. Gaat dat naar innovaties voor de toekomst of naar achterhaalde proeven? Dat vind ik gewoon een beetje …
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik ben voor alle wetenschappers die zeggen: het kan wél. Ik ben ook voor proefdiervrij onderzoek en, zoals ik al aangaf, de innovaties die op dat gebied gebeuren. We gaan dit voorstel goed bestuderen.
De voorzitter:
Meneer Stoffer, ik heb u nog niet gezien. Welkom!
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb toch de hele tijd in de zaal gezeten.
De voorzitter:
Maar nog niet bij de interruptiemicrofoon, bedoel ik. Welkom dus.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Ik dacht: laat ik gewoon niet te veel interrumperen, want dan kunt u wat sneller door de agenda heen.
De voorzitter:
Heel goed.
De heer Stoffer (SGP):
Ik probeer het kort te doen, voorzitter. Ik hoorde mevrouw Rooderkerk zeggen dat er meer vrouwen naar ruimte- en luchtvaarttechniek zouden moeten. Dat zou ik van harte willen ondersteunen. Maar waarom wordt er niet gevraagd of er meer vrouwen naar elektrotechniek of werktuigbouwkunde kunnen, of meer mannen naar de pabo? Zou dat ook niet kunnen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Jazeker. Ik denk dat we overal moeten gaan voor, ten eerste, zo veel mogelijk studenten in de goede richtingen. De Talentstrategie richt zich bijvoorbeeld echt op de STEM-opleidingen. Dat geldt natuurlijk voor zowel mannen als vrouwen. Ook meer mannen naar de pabo juich ik toe. Vroeger waren er heel veel mannelijke leraren. Tegenwoordig zijn dat vooral vrouwen. Dus ik zou tegen alle mannen willen zeggen: ga ook voor de klas staan! Absoluut.
De heer Stoffer (SGP):
Dan zijn we het daar op zich over eens. Dan de volgende vraag. Hoe ziet mevrouw Rooderkerk dat voor zich? Hoe gaan we dat doen? Want alleen roepen helpt natuurlijk niet. Ik heb vaak de indruk dat je eigenlijk al moet beginnen op de basisschool. Als het daar niet al begint, pak je op de middelbare school een vakkenpakket waarvan je dan denkt: dat past net niet helemaal. Zou mevrouw Rooderkerk iets kunnen zeggen over hoe ze het traject voor zich ziet om dat voor elkaar te gaan krijgen?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Jazeker. Ik denk dat dit inderdaad een onderdeel daarvan is, dus dat we echt vroeg moeten beginnen om het te verspreiden. Als we het bijvoorbeeld hebben over die technische beroepen en opleidingen, helpt het wel als je kinderen daar al jong in interesseert. We zien dat er nu nog niet op alle scholen techniekles gegeven wordt. Het is eigenlijk jammer dat dat op een gegeven moment meer door mannelijke dan vrouwelijke studenten wordt gekozen. Ik was laatst in Nemo, een prachtig museum over techniek. Elk kind vindt dat fantastisch, omdat je spelenderwijs heel veel leert over allerlei zaken. Ze konden daar proefjes doen met windturbines en allerlei andere zaken waarmee interesse wordt gewekt in de techniek. Ik weet zeker dat als we ze dat al jong op school bijbrengen, ook heel veel meisjes daar heel veel interesse in hebben en ook heel veel voor die sectoren kunnen betekenen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Dank voor dit antwoord. Soms kunnen D66 en de SGP elkaar best vinden, denk ik. Ik weet niet of dat nu in de tekst zo stond — ik heb ook niet helemaal honderd procent goed geluisterd, maar als het over techniek gaat, veer ik in een keer op — maar zou het geen idee zijn om die vragen ook bij het kabinet neer te leggen, dus het kabinet te vragen of zij dit willen stimuleren, niet alleen voor ruimte- en luchtvaarttechniek maar ook voor die andere technische beroepen en de pabo? De minister knikt al, dus als we dat daar samen neerleggen, dan krijgen we wellicht deze week een mooi antwoord.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat lijkt me een heel goed idee. Bij dezen zijn ze daar ook neergelegd. We wachten natuurlijk ook gewoon op de uitwerking van de Talentstrategie. Daar hebben we veel verwachtingen van, want we vinden ook dat daar veel moet gebeuren, en niet alleen op dit specifieke onderdeel maar ook op heel veel andere manieren, om te zorgen dat we studenten stimuleren om voor die beroepen te gaan. We willen bijvoorbeeld zelf ook een motie indienen om te kijken wat we kunnen doen om de numerus fixus, die vaak toch nog op technische opleidingen geldt, eraf te halen en te kijken wat daarbij aan extra ondersteuning voor opleidingen nodig is. Zo zijn er veel meer voorstellen die we met elkaar heel graag zouden willen doen.
De heer Boomsma (JA21):
Wij wachten ook op de uitwerking van de Talentstrategie, maar zou het nou niet fijn zijn als we daar zo snel mogelijk mee kunnen beginnen?
De voorzitter:
Dat kan in een bondige reactie. Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Aan de slag!
De heer Boomsma (JA21):
Nou, fijn, dan zijn we het eens. Dan zijn we het dus ook eens over het feit dat we dat wat nu nog op een post staat bij Financiën, moeten overhevelen naar OCW, zodat we sneller aan de slag kunnen dan bij de Voorjaarsnota.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik hoorde dat ook van de Universiteiten van Nederland. Ze hadden vanochtend ook een hele mooie wetenschapsbeurs. Zij zeggen dus ook: wij willen heel graag aan de slag met die Talentstrategie. Dan moet daar natuurlijk ook geld voor zijn, dus ik denk dat het ook een goede vraag is voor de minister om op in te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouw Biekman. Ondertussen deel ik u mee dat we na mevrouw Biekman 45 minuten gaan schorsen voor de dinerpauze. Gaat uw gang.
Mevrouw Biekman (D66):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maanden trok ik door het land, van mbo naar mbo. Zoals u weet, kom ik zelf ook van het mbo. Als ik die studenten zie, zie ik dus een stukje van mezelf. Ik zag studenten die met beide handen aan de toekomst van Nederland bouwen. De verhalen van Kayleigh en Jayden blijven me bij. Dat zijn twee mbo'ers die werken aan hun toekomst en die niet opgeven, maar die toch vastlopen op praktische zaken, zoals een laptop om je opdrachten mee te maken of het vinden van een stageplek om je opleiding af te ronden. Misschien raakt me nog wel het meeste dat die jongeren zo veel te bieden hebben, maar soms het gevoel krijgen dat ze minder waard zijn en dat het mbo iets is waarvoor je je moet verantwoorden in plaats van iets waar je trots op mag zijn. Oftewel: mbo-schaamte is er. Voor iedereen die denkt dat dat gek is, heb ik een kijktip: de documentaire MBO-SCHAAMTE van Theatergroep Matrose.
Voorzitter. Gelijkwaardigheid bereik je niet met mooie woorden alleen. Die moet je laten zien in de keuzes die je maakt. Verkeerde keuzes hebben we allemaal weleens gemaakt. Zeker als je jong bent gebeurt dat wel. Je denkt: mijn toekomst ligt nog open. Je kiest voor een opleiding waarvan jij op dat moment denkt: goh, die past bij mij. Je gaat vol goede moed aan de slag. Dan gebeurt er iets in je thuissituatie. Wellicht word je ziek of kom je erachter dat een andere opleiding beter bij je past. Studenten op het hbo en op de universiteit krijgen dan een deel van het collegegeld terug, maar op het mbo is dat nog niet zo. Als student moet je gewoon de rekening betalen, ook als je allang geen lessen meer volgt. Daarom dien ik samen met collega Rooderkerk een motie in om dit verschil recht te zetten met geld uit de rentemaatregel. Gelijke waardering voor het mbo begint namelijk bij de manier waarop we mbo-studenten behandelen.
Voorzitter. Stel je bent verpleegkundige in opleiding en loopt stage in een verzorgingstehuis. Je ziet dat een bewoner sneller geholpen kan worden en wil daar wat aan doen. Op de universiteit zou je daar onderzoek naar kunnen doen, maar op het mbo is dat nog niet altijd vanzelfsprekend. Daarom worden hiervoor steeds vaker practoraten opgericht. Zo is er het practoraat Zorginnovatie. Daarin onderzoeken studenten en docenten samen hoe technologie de ouderenzorg beter maakt. Wat de studenten en docenten daar leren, nemen ze direct mee in het werkveld.
Een ander verschil met de universiteit is dat het doen van onderzoek in de wet is verankerd. In het mbo zijn de practoraten niet in de wet verankerd en hebben ze officieel geen onderzoekstaak. Hierdoor kunnen ze geen gebruik maken van onderzoeksgeld. Je bent als mbo-instelling dan ook eigenlijk echt afhankelijk van een goed idee van een docent of het enthousiasme van studenten. Dat heb ik bijvoorbeeld gezien tijdens mijn tour bij het Summa College. Daarom vraag ik de minister of ze het advies van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie overneemt. Verankert u de practoraten zo snel mogelijk in de wet, minister? Krijgen ze daarmee ook toegang tot onderzoeksgeld?
Tot slot, voorzitter. Er is nog een weg te gaan voor volledige gelijkwaardigheid voor het mbo. Maar als ik tijdens mijn tour langs het mbo in Nederland rondkijk, ben ik echt trots op onze studenten, op onze docenten en op iedereen die zich voor het mbo inzet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Is dat een enthousiast loopje naar het restaurant of naar een interruptie, mevrouw Tseggai? Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Excuses, voorzitter, zou ik bijna willen zeggen — maar eigenlijk toch net niet! Ik hoor ook bij mevrouw Biekman dat ze hart heeft voor het mbo. Ik weet ook dat ze zelf mbo'er is geweest. Echt hartstikke goed! Wel vraag ik me wat af over het plan voor het inzetten van de studierente in het mbo. Eerder was er sprake van €42 voor de uitwonendenbeurs, voor voornamelijk hbo- en wo-studenten.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Tseggai (PRO):
Waarom kiest D66 ervoor om geld voor de ene groep studenten weg te halen bij de andere groep studenten? Denkt u niet dat dat de onderlinge solidariteit tenietdoet?
Mevrouw Biekman (D66):
Mevrouw Tseggai geeft aan dat er geld wordt weggehaald bij de ene student en ten goede komt aan de andere student. Dat is niet zo. Zoals mevrouw Tseggai weet, hebben mbo'ers altijd al een achterstand gehad wat betreft gelijke waardering. De 40 miljoen van de rentemaatregel kunnen we nu inzetten om de gelijkwaardigheid weer een stapje vooruit te helpen. Het niet hoeven terugbetalen van je collegegeld is gewoon heel belangrijk, ook voor mbo-studenten. Je komt op een opleiding, je bent halverwege, maar je hebt geen zin meer in de opleiding, want de opleiding past niet bij je, of je zit met andere situaties, zoals mantelzorg, om maar iets te noemen, of je wordt ziek. Dan moet je alsnog die rekening betalen, terwijl hbo- en wo-studenten dat niet hoeven. We hebben het hier over gelijkwaardigheid. Hiermee kunnen we dat stukje structureel voor mbo-studenten regelen.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Mijn punt is dat die 40 miljoen van het studierenteplafond gewoon wordt weggehaald bij de pechgeneratie en voor mbo-studenten wordt ingezet. Sorry, maar ik vind daar wel iets van. Ik denk namelijk dat het goed is dat je alle studenten gelijkwaardig behandelt, maar doe dat dan niet ten koste van elkaar, maar bijvoorbeeld door de rijken te belasten. Hoe kijkt mevrouw Biekman naar de onderlinge solidariteit tussen studentengroepen als je steeds maar weer geld weghaalt bij de ene groep ten koste van de andere groep?
Mevrouw Biekman (D66):
Dit verbaast mij eigenlijk een beetje van mevrouw Tseggai. Mevrouw Tseggai heeft zelf in een commissiedebat een voorstel gedaan om de uitwonendenbeurs voor mbo'ers te verhogen en voor hbo-studenten te verlagen. Wij hebben nu een maatregel waarmee we het terugvorderen van het collegegeld gelijk kunnen trekken, structureel, over alle jaren. Dat is gewoon een stap dichter bij gelijkwaardigheid.
De voorzitter:
Heel kort en afrondend.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik herken me niet helemaal in het voorstel. Ik heb kritiek geleverd op het feit dat enkel de uitwonendenbeurs is verhoogd en dat mbo-studenten daar weinig gebruik van kunnen maken, omdat ze vaak thuis wonen. Dat is één. Twee. Het lijkt me fantastisch. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Biekman. Ik zie dat probleem ook. Ik begrijp haar probleemstelling. Ik begrijp alleen niet waarom zij ervoor kiest om het geld weg te halen bij de pechgeneratie.
Mevrouw Biekman (D66):
Zoals mijn collega Rooderkerk zojuist ook heeft aangegeven, hebben we een compensatie voor de pechgeneratie. Is dat volledig? Nee. Daar kunnen we het over eens zijn. Maar we doen wel een stap.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik onderschrijf het betoog van mevrouw Biekman helemaal wat het mbo betreft. Die lijn hebben we ook bij BBB. Het mbo is hartstikke mooi, maar je moet er wel komen. Het moet wel bereikbaar zijn. Mevrouw Tseggai en ik hebben een tijdje geleden een motie ingediend. Die ging over de vraag of we kunnen onderzoeken of het studentenreisproduct, de vroegere ov-jaarkaart, een brede mobiliteitskaart kan worden. Ze kunnen dan bijvoorbeeld met die kaart ook een deelscooter, een ov-fiets of een andere vorm van gedeelde mobiliteit gebruiken.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
D66 heeft tegengestemd. Ik was eigenlijk wel even benieuwd waarom.
Mevrouw Biekman (D66):
Zoals mevrouw Van der Plas weet, is de minister bezig met de herbekostiging van de financiering in het mbo-stelsel. Dat betekent dat mbo-instellingen in de regio en de krimpregio's bereikbaar moeten zijn voor alle studenten. D66 is namelijk echt van mening dat iedereen toegang moet hebben tot de mbo-instelling bij hem of haar in de regio.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Biekman herhaalt nu wat wij ook vinden. De motie vroeg aan het kabinet te onderzoeken hoe het studentenreisproduct, de ov-jaarkaart, breder ingezet kan worden, bijvoorbeeld voor deelfietsen of ov-fietsen. De motie zei niet: voer het morgen in. De vraag was of we kunnen kijken of het breder kan. Daar heeft D66, met mevrouw Biekman als onderwijswoordvoerder, tegengestemd. Ik vraag mij af: als we dit allemaal vinden, waarom stemt D66 dan tegen zo'n motie om te kijken of dat mogelijk zou zijn?
Mevrouw Biekman (D66):
Als ik het me goed herinner was er ook geen dekking voor deze motie waar u het nu over heeft. Ik kom daar straks in de tweede termijn graag nog een keer op terug. En zoals ik zojuist aangaf: met in het achterhoofd het gegeven dat de minister nu al bezig is met de herbekostiging van de mbo-instellingen, door de introductie van de vaste voet en de toegankelijkheidstoeslag, vind ik het op dit moment het beste om naar die wet te kijken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een motie vraagt het kabinet om iets te doen. Je kunt in een motie zetten: voer het morgen in en hoe je het betaalt, I don't care. Dat kan. Dat hebben wij niet gedaan; wij hebben gevraagd of de minister of het kabinet eens wil kijken of je dat studentenreisproduct breder kan maken, dus of je het ook voor ov-fietsen, deelscooters en wat dan ook kan laten gelden. Dan is het aan het kabinet om dat te onderzoeken. Dat komt dan ook gelijk met: ja, het kan wel, maar het gaat zo veel en zo veel kosten. Dan gaan wij als Kamer weer kijken waar het dan vandaan gehaald moet worden. Dan gaan we erover debatteren. Dat was dus de motie. Maar ik begrijp dat mevrouw Biekman misschien in tweede termijn even terugkomt op waarom die tegenstem precies was. Dat is dus prima. Ik snap ook dat je niet alle moties meteen allemaal paraat hebt, maar dat zou ik nog wel graag horen.
De voorzitter:
Dan komen we daar in de tweede termijn op terug. Dat is donderdag, voor de kijkers.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Graag. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Ik ga schorsen voor 45 minuten voor de dinerpauze. Ik schors voor 45 minuten.
De vergadering wordt van 19.34 uur tot 20.22 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Wij zijn toegekomen aan de bijdrage van mevrouw Raijer. Zij spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
Mevrouw Raijer (PVV):
Voorzitter. De meeste van ons met kinderen kunnen zich misschien nog herinneren dat zij hun kinderen voor de eerste keer naar school brachten. Als ouder hoop je dat je kind een fijne tijd gaat krijgen, dat het vriendjes maakt, dat het zich veilig voelt en dat het een juf of meester krijgt die ziet wat het nodig heeft. Elke ouder wil voor zijn of haar kind dat het goed leert lezen, schrijven en rekenen. Daar moet je als ouder ook op kunnen vertrouwen. Elk jaar komt de overheid met nieuwe plannen en beloftes. Miljarden vliegen over de toonbank alsof het niks is. Leraren moeten maatschappelijke problemen oplossen in plaats van lesgeven over basisvaardigheden, en zijn steeds meer bezig met bureaucratie. Te veel bijzaken en ideologie zijn het onderwijs in geduwd, en dat in tijden dat we steeds een lerarentekort hebben, met name in de grote steden.
In 2010 benadrukte de PVV al het belang om leraren meer ruimte te geven om les te geven, zodat kinderen de basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen leren beheersen. We zijn nu zestien jaar verder. De kinderen van toen zijn nu volwassenen en sommigen brengen zelf hun kind naar school. Wat zegt het kabinet tegen die ouders? Dat ze nog even geduld moeten hebben voordat de kwaliteit op orde is. De recente PISA-resultaten van dit jaar laten nog steeds een dalende lijn zien van hoe het met onze jongeren is gesteld. Vier op de tien jongeren halen het basisniveau voor leesvaardigheid niet. Een op de vier halen het basisniveau voor wiskunde niet. Wordt het niet eens tijd dat het kabinet naar het lesgeven gaat kijken?
Voorzitter. We willen allemaal dat alle kinderen in Nederland onze taal goed beheersen. Waarom wordt er in de klas ruimte gemaakt voor talen die kinderen thuis spreken? Als je in Nederland naar school gaat, spreek je Nederlands en volg je onderwijs in het Nederlands en spreek je ook de Nederlandse taal op het schoolplein, tenzij je natuurlijk les hebt in een andere taal zoals Engels, Duits of Frans. Er zijn zelfs scholen waar Arabisch en Turks wordt gegeven. De Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen heeft ervoor gezorgd dat islamitische scholen als paddenstoelen uit de grond schieten. De teller staat inmiddels bijna op 100 islamitische scholen. Kinderen kunnen in Nederland naar scholen gaan waar de Koran en de soenna leidend zijn, waar ze homohaat leren en leren dat vrouwen minderwaardig zijn. Ik hoor vervolgens hier in de Kamer verontwaardiging over hoe het toch mogelijk is dat de acceptatie van de lhbtqi-gemeenschap onder jongeren is gedaald. Maar als kinderen op islamitische scholen aangeleerd krijgen dat homoseksualiteit een ernstige ziekte is, is het niet zo raar dat zij niet zo positief zijn ten aanzien van homoseksuelen. De PVV wil dan ook dat alle lopende aanvragen van islamitische scholen niet meer worden behandeld en dat bestaande scholen direct worden gesloten. Wat ons betreft liever gister dan morgen.
Dan de zorgelijke ontwikkeling van agressie, discriminatie en pesten. Dat is binnen het onderwijs een groot probleem. Tegenwoordig nemen jongeren al wapens mee naar school. Zo erg is het in Nederland al gesteld. In de begroting lees ik niets over harde maatregelen om dit aan te pakken, maar dat er een tweejaarlijkse veiligheidsmonitor en een subsidie voor Stichting School & Veiligheid komt. Het lijkt alsof deze bewindspersonen abnormale gedragingen aan het normaliseren zijn omdat er geen harde sancties tegenover staan. De PVV is hier altijd duidelijk in geweest: schorsen, verwijderen en aangifte doen.
Voorzitter. In de beleidsbrief van 26 april jongstleden schrijft de minister onder het kopje Veilig en vrij leren: tegelijkertijd mag de vrijheid van onderwijs geen reden zijn om de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, te ondermijnen. Wat doet deze minister? Ze haalt een groep slecht gescreende studenten uit Gaza, een gebied waar het stikt van de Hamasterroristen, naar onze universiteiten. In plaats van op te treden verkent de minister hoe de sociale veiligheid op hogescholen en universiteiten kan worden verhoogd. En daarna helemaal niets. Wat hebben Joodse studenten nou aan zo'n verkenning? Zij willen actie zien en niet in angst naar school gaan. Wat gaat de minister doen zodat Joodse studenten, docenten en medewerkers veilig zijn binnen de universiteiten? Wanneer gaat deze minister ingrijpen? En waarom kan een Palestijnse student die meerdere video's van Hamasgruwelijkheden heeft geliket en gedeeld, wel in bescherming worden genomen, terwijl u al die Joodse studenten in de kou laat staan?
Voorzitter. De minister zegt dat ze geen enkele groep studenten boven anderen stelt, maar de ongelijkheid en haar voorkeur steekt ze niet onder stoelen of banken. Dat hebben we kunnen zien toen de minister op de foto ging met de moslimstudenten die zijn aangesloten bij FEMYSO en die volgens inlichtingendiensten en meerdere onderzoeken worden gekoppeld aan de Moslimbroederschap, een terroristische organisatie. De minister ging met die club in gesprek over het thuisgevoel, natuurlijk erg belangrijk voor terroristen, maar Joodse studenten worden ondertussen niet gehoord en worden van de campus gepest. Dit laat duidelijk zien waar de prioriteiten van deze minister liggen. Juist onze geschiedenis verplicht ons om Joodse studenten te beschermen als zij worden bedreigd of geïntimideerd. Wie dan wegkijkt of onvoldoende ingrijpt, staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Kan de minister op z'n minst aangeven welke maatregelen en keiharde acties op korte termijn genomen worden om antisemitisme op de universiteiten aan te pakken en kan zij die met de Kamer delen? En kan de minister dan ook gelijk meenemen welke mogelijkheden zij heeft om studenten die terroristische organisaties verheerlijken, van onze universiteiten te verwijderen en eventueel terug te sturen naar hun land van herkomst?
Voorzitter. Ik heb niet alleen een negatief verhaal. Ik ben positief ingesteld. Laat ik dan ook maar over iets positiefs beginnen. Wij zijn natuurlijk blij dat het mbo serieus wordt genomen en dat er ook gekeken wordt naar het overeind houden van het mbo binnen de krimpregio's. De PVV zet daar wel een kanttekening bij: er moet goed gekeken worden naar vraag en aanbod binnen die regio's. Ook moet het mbo niet het onderwijs worden waar alle maatschappelijke problemen opgelost dienen te worden. Het is tenslotte onderwijs en geen educatieve herstelwerkplaats. Wij zijn blij dat het kabinet dit ook ziet en we zijn blij dat er ingezet gaat worden op technische opleidingen om vakmensen voor de toekomst op te leiden. Maar we willen ook aandacht vragen voor beroepen in de zorg, waar ook een tekort dreigt. De PVV wil graag dat er binnen de zorgopleidingen meer aandacht komt voor de palliatieve zorg en dementie.
De voorzitter:
Bent u bijna aan het einde van uw bijdrage? Ik kijk ook naar de tijd.
Mevrouw Raijer (PVV):
Het gelijkwaardig behandelen van mbo, hbo en wo vinden wij een mooi streven. Voor de PVV hoort daar wel bij dat de Nederlandse student op de eerste plaats hoort te staan. Dat geldt ook voor op de universiteit. Omdat de minister toptalenten uit het buitenland wil halen, is er dus minder plek voor de Nederlandse studenten. Wij willen dan ook dat er geen buitenlandse studenten naar Nederland worden gehaald. Ik ben er echt van overtuigd dat wij voldoende toptalenten hebben.
Tot slot. Ik hoop dat ik het red in die twintig seconden. Een belofte die niet waargemaakt kan worden: het renteplafond op studieleningen. In het coalitieakkoord was afgesproken dat er een renteplafond van 2,5% zou komen. Nu komt de minister met een brief dat dat niet haalbaar is. Wij vragen ons toch af of dat bij het coalitieakkoord goed is doorgerekend, want nu heeft de minister veel studenten blij gemaakt met een dode mus.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Ergin, gaat uw gang. Ik zal het geluid aandoen; dat gaat helpen.
De heer Ergin (DENK):
Aangezien mevrouw Raijer grote woorden heeft over islamitische scholen, zou ik aan haar willen vragen of zij weet hoeveel kinderen er op islamitische basis- en middelbare scholen in Nederland zitten.
Mevrouw Raijer (PVV):
Ik weet dat er genoeg op school zitten, omdat er bijna 100 islamitische scholen zijn. Precieze aantallen weet ik niet.
De heer Ergin (DENK):
Mevrouw Raijer heeft grote woorden, maar precieze aantallen weet ze niet. Kan mevrouw Raijer dan drie namen van scholen noemen, waar haat zou worden onderwezen? Dat is namelijk wat mevrouw Raijer beweert. Dus noem eens even drie islamitische scholen die haat zouden onderwijzen.
Mevrouw Raijer (PVV):
We hebben recent het Haga Lyceum gehad. Dan hebben we het Aida College. Het Al Amana hebben we gezien. Daar wordt op dezelfde wijze onderwijs gegeven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Wat we hier zien, is dat mevrouw Raijer totaal geen idee heeft waar ze het over heeft. Ze noemt hier even drie namen, maar dat is fake news. De PVV is hier dus fake news aan het verspreiden over dat er haat zou worden onderwezen op de scholen waar mevrouw Raijer aan refereert. Mevrouw Raijer weet niet eens hoeveel leerlingen er op islamitische basisscholen zitten. Ik zal het tegen haar zeggen: dat zijn er 22.000. Mevrouw Raijer is hier fake news aan het verspreiden en heeft echt totaal geen idee waar ze het over heeft. Dat wilde ik hier even gemarkeerd hebben.
Mevrouw Raijer (PVV):
22.000 islamitische kinderen kunnen dus ook gewoon naar het reguliere onderwijs. Ik snap dus niet waarom daar per se een islamitische school voor opgericht moet blijven. Ik kan u vertellen, meneer Ergin, dat zelfs in Turkije de kinderen allemaal op seculiere scholen zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Kisteman heeft een vraag. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Twee, drie weken geleden hadden wij een commissiedebat Stichting, sturing en toezicht in het funderend onderwijs. Daar was mevrouw Raijer niet bij aanwezig. De staatssecretaris heeft daar een oproep gedaan om bij het tweeminutendebat met een aantal voorstellen te komen over de manier van kijken naar de stichting van nieuwe scholen. Wat vindt mevrouw Raijer van het marktonderzoek dat nieuw te stichten scholen nu moeten doen?
Mevrouw Raijer (PVV):
Wij vinden dat er vooraf naar de kwaliteit gekeken moet worden en niet achteraf. Ook de aanvragen gaan allemaal veel te simpel. Je kunt gewoon via een huisadres een aanvraag doen. Dat moet vooraf allemaal beter bekeken worden, zodat er echt op kwaliteit gestuurd kan worden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Kisteman, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Onderwijs is de springplank naar een leven waarin je zelf je keuzes kan maken en waarin je jouw talenten maximaal leert benutten. Het maakt je een zelfstandig denker en het vergroot je sociale leven. Bovendien kun je met een opleiding die goed bij je past uiteindelijk werk vinden dat je leuk vindt en waarmee je bijdraagt. Werken en meedoen in de maatschappij leiden tot een hogere kwaliteit van leven. Voor werkenden of werkzoekenden liggen de kansen momenteel voor het oprapen. De uitdagingen zijn namelijk groot. Denk aan de zorg, waar met steeds minder mensen meer werk moet worden verzet, de technische sectoren, die onze problemen van nu en later moeten oplossen, de IT'ers, die we niet kunnen missen, en de leraren, die de basis leggen bij de kinderen en leerlingen. We hebben de best opgeleide mensen nodig omdat dat goed is voor onze economie, maar bovenal voor de mens zelf.
Voorzitter. In mijn inbreng zal ik stilstaan bij het p.o. en vo en mijn collega De Beer zal spreken over het mbo, hbo en wo.
Voorzitter. Onze kinderen worden momenteel niet goed opgeleid. Inmiddels bungelt Nederland als het om lezen gaat ergens onderaan de PISA-scores, terwijl er al jarenlang meer geld naar het onderwijs gaat. Meer geld naar het onderwijs is wat de VVD betreft dus ook niet automatisch de oplossing, maar beter aan de start staan wel. Zo kunnen kinderen recht hebben op voor- en vroegschoolse educatie, maar lang niet alle kinderen maken gebruik van dit recht. Eind 2024 werd mijn motie aangenomen om een plan te maken om de negatieve tendens van steeds minder kinderen die vve volgden te doorbreken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook: wat is daar sinds die tijd mee gedaan? Hoeveel meer kinderen mogen er nu gebruikmaken van vve? En zouden we niet nog een stap verder moeten gaan? Zou het niet gewoon een verplichting moeten worden? Want elk kind heeft toch gewoon recht op een goede start? Deelt de staatssecretaris deze mening ook? Is het mogelijk om vve verplicht te maken? En hoe zou dit dan moeten worden ingericht?
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik hoor dit heel vaak van de VVD: er is meer geld naar het onderwijs gegaan, maar het is slechter geworden. Op zich ben ik het ermee eens dat het niet goed genoeg is, maar wat dat nou te maken heeft met dat "meer geld"? Weet de VVD of er een stijging is geweest in het percentage van het bruto nationaal product in de afgelopen jaren?
De heer Kisteman (VVD):
Je kunt er op verschillende manieren naar kijken, waaronder de manier waarop mevrouw Moorman daarnaar kijkt. Er is recent een onderzoek gedaan, waaruit blijkt dat er sinds 1994, met aftrek van inflatie, 17 miljard meer naar het onderwijs is gegaan terwijl het aantal leerlingen gelijk is gebleven. Daar baseer ik mijn inbreng op. 17 miljard meer naar het onderwijs, maar de onderwijsresultaten lopen terug.
Mevrouw Moorman (PRO):
Jazeker. De heer Kisteman verwijst waarschijnlijk naar dat artikel van de heer Van Denderen in de ESB. Dat is overigens de bestuurder van een scholenkoepel die van de onderwijsinspectie niet meer door mocht, omdat er wanbestuur was, omdat de gelden niet goed werden besteed …
De voorzitter:
Mevrouw Moorman, we hebben de goede gewoonte om hier niet over mensen te praten die hier niet aanwezig zijn. Daar ga ik u ook aan houden.
Mevrouw Moorman (PRO):
Dat mag u doen, maar deze meneer heeft gewoon zelf een openbaar artikel geschreven en daar verwees de heer Kisteman ook naar. Maar mijn punt is: er gaat heel veel meer geld naar heel veel meer dingen. Dat heet namelijk "inflatie". Op het moment dat we de inflatie niet zouden compenseren … De leraren hebben dat heel lang gehad, want die stonden op een nullijn. Daardoor konden ze eigenlijk steeds minder met hun salaris betalen. Is dat dan wat de heer Kisteman voorstelt? Als we namelijk kijken naar het percentage van het bruto nationaal product, dan zijn de uitgaven aan het onderwijs gedaald in plaats van gestegen.
De heer Kisteman (VVD):
Ik doe helemaal geen voorstel; ik deed een constatering. Ik stel niks voor. Wij constateren dat dat er sinds 1994 17 miljard, met aftrek van inflatie, zeg ik tegen mevrouw Moorman via de voorzitter, extra naar het onderwijs is gegaan, terwijl de onderwijsresultaten achteruit zijn gegaan. Ik doe geen enkel voorstel, helemaal niks.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Moorman (PRO):
Laten we dan in ieder geval constateren dat er nog veel moet gebeuren in het onderwijs.
Maar mijn punt is: als de VVD de hele tijd maar blijft zeggen dat er meer geld naar het onderwijs is gegaan, veronderstellen ze daarbij ook een beetje dat het misschien wat te veel geld is. Ik zou eerder zeggen: misschien moeten we het geld beter besteden en wat meer geld besteden. Ik kom tot mijn vraag, voorzitter. Is de VVD het dan wel met me eens dat we helderder doelen zouden moeten hebben in de begroting, dat het nu eigenlijk een beetje zoeken is in de begroting en dat ook de Rekenkamer dat heeft geconstateerd?
De heer Kisteman (VVD):
Ik zal het kort houden. Toen oudere begrotingen voorlagen, hebben we hierover volgens mij ook een motie van mevrouw Moorman en de heer Boomsma gesteund. Daar zijn wij dus zeker voorstander van. En of er nou meer of minder geld naar het onderwijs moet … De ene roept elke keer, bij elk debat, dat het meer moet worden. En wij zeggen: nou, het mag best wel iets minder of iets beter besteed worden.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Is de heer Kisteman ook bekend met de bijdrage van een econoom in hetzelfde ESB, waarin hij schetst dat allerlei onderzoeken laten zien dat investeren in onderwijs de allerbeste manier is om te zorgen voor economische groei?
De heer Kisteman (VVD):
Ja, daar zijn we het zeker mee eens. Maar de vraag die wij nu stellen of eigenlijk de constatering die wij nu doen, is dat al het extra geld dat naar het onderwijs is gegaan niet heeft bijgedragen aan beter onderwijs.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Nou, al dat extra geld? Dan moet je natuurlijk wel naar het bbp kijken. Als percentage van het bbp is het de afgelopen jaren eigenlijk heel stabiel gebleven, rond de 5%. Maar waarin we elkaar dan kunnen vinden, is dat we beiden zeggen: we moeten dat geld beter besteden. Klopt dat?
De heer Kisteman (VVD):
De VVD is altijd groot voorstander van het goed besteden van belastinggeld.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het is wel belangrijk om met elkaar te constateren dat het van belang is dat we investeren in het onderwijs. Ook Schleicher, de PISA-directeur van de OECD, zegt dat de beste investering om te zorgen voor economische groei het verhogen van de PISA-scores is. Dat is de enige manier, want productiviteitsgroei is al jaren niet gelukt. Bent u het met mij eens dat het van belang is dat we ons daarop richten en dat de maatregelen die we met dit kabinet nemen ervoor moeten zorgen dat kinderen beter leren lezen en schrijven?
De heer Kisteman (VVD):
Wij zijn er groot voorstander van dat kinderen beter leren lezen, rekenen en schrijven. Ook zijn wij er groot voorstander van dat de middelen die wij naar het onderwijs laten gaan, goed besteed en goed ingezet gaan worden en niet als een vrijbrief bij het onderwijs over de schutting worden gegooid.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Wat ook kan bijdragen aan een goede start, is al op 4-jarige leeftijd naar school gaan. Ruim 97% van de kinderen gaat dan ook naar school, maar de kinderen die het misschien wel het hardst nodig hebben, gaan pas een jaar later. Ik zou graag van de staatssecretaris willen weten hoe zij kijkt naar het verlagen van de leerplicht naar 4 jaar. Wat is ervoor nodig om deze stap te maken? De VVD is groot voorstander van het verlagen van de leerplicht naar 4 jaar. Wat ons betreft maken we die stap zo snel mogelijk.
Voorzitter. Dan over techniekonderwijs. Deze Kamer heeft al een voorstel van mij aangenomen om techniekonderwijs in de boven- en onderbouw van het mbo aan te bieden. Dat is een mooie stap, maar daarmee zijn we er nog lang niet. Met name de dames kiezen nog altijd niet snel voor techniek, terwijl uit onderzoek blijkt dat als ze er vaker mee in aanraking komen, de kans groter is dat ze voor techniek kiezen. Zo is er ook het Sterk Techniekonderwijs, het STO, maar er is erg veel onduidelijkheid over de toekomst hiervan. Ik was recent bij Techlab Zwolle. Daar maken duizenden kinderen tussen de 8 en 18 jaar jaarlijks contact met techniek. Dat doen ze door solderen, lasersnijden, technisch tekenen en dronevliegen. Ook het Kinderboekenweekthema "Spot aan!" was omgezet naar een techniekprogramma.
Voorzitter. Zij gaan een onzekere tijd tegemoet. Zij weten namelijk niet of die scholen straks nog wel met hen willen samenwerken. Dat betekent dat ze contracten van werknemers misschien niet gaan verlengen, activiteiten afbouwen en een afwachtende houding aannemen. Ik heb een aantal vragen hierover. Klopt het dat dit geld nu rechtstreeks naar de scholen gaat en scholen zelf mogen bepalen waar ze dit aan uitgeven? Kan het dus ook zo zijn dat scholen dit geld uitgeven aan dingen die totaal niet bijdragen aan het kennis laten maken met techniek? Wat mijn fractie betreft is dit onwenselijk en zou dit geld gewoon naar techniekonderwijs moeten gaan. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat de STO-middelen ingezet gaan worden voor het techniekonderwijs? Hoe zorgt zij ervoor dat dit soort faciliteiten, die ontzettend goed werk doen, nu niet ineens verdwijnen en we over een paar jaar niet zeggen dat we het toch anders hadden moeten doen?
Voorzitter. Dan heb ik ook nog een paar vragen voor de minister. Ik wil het namelijk hebben over regeldruk. Recent hebben de staatssecretaris van BZK en de minister van EZ hun doelstellingen bekendgemaakt. Het ministerie van OCW moet 9 regels hebben afgeschaft voor het einde van 2026 en 50 voor het einde van 2027. Ondanks dat er al heel lang door leraren wordt geklaagd over de werkdruk, worden hier nog niet echt stappen in gezet. Mijn vraag aan de minister is dan ook welke negen regels in beeld zijn om de komende twee maanden nog te schrappen. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat er eind volgend jaar nog eens 50 bij komen?
Wil meneer Ceder mijn stukje over de ambtenaren eerst nog horen of wil hij het over regeldruk hebben?
De voorzitter:
Zal ik even pauze nemen?
De heer Kisteman (VVD):
Nee, sorry.
De voorzitter:
Meneer Ceder, gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Kisteman vindt het vast niet verrassend dat ik hier sta. Ik heb hem in een eerder debat namelijk "kampioen regels verzinnen" ten aanzien van het ministerie van OCW genoemd. Wet op wet kwam er. Het aantal regels voor onderwijsbesturen werd steeds meer en meer en meer. Ik ben blij om te horen dat de heer Kisteman zich volgens mij heeft bekeerd. Mijn vraag is dus: bent u het met mij eens dat wij de komende tijd minder nieuwe wetten, vooral regels, moeten gaan toevoegen en indienen en dat we vooral moeten zorgen dat de regels die we nu hebben gewoon werken?
De heer Kisteman (VVD):
Als er nieuwe wetten komen of als er wetten worden aangepast of verbeterd, moeten wij er heel scherp op zijn of dat leidt tot extra regeldruk. Naar mijn idee moeten we voorkomen dat dat gebeurt. Het liefst komen er geen nieuwe regels bij, maar gaan er juist heel veel regels af.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat u zich op dat punt aan de kant van de ChristenUnie bevindt. Daar ga ik u aan houden. Ik heb ook een motie hierover. Ik zal dat ook in mijn betoog benoemen. Wat OCW betreft is het belangrijk dat we de onderwijskwaliteit verhogen. Ik denk dat we de afgelopen jaren wel doorgeslagen zijn als het gaat om het willen opleggen of afdwingen door middel van extra regels. Ik hoop dat we de capaciteit die we hebben op de juiste wijze en op een doelmatige wijze kunnen benutten. Ik hoop u dan ook aan mijn zijde te hebben.
De heer Kisteman (VVD):
Ik kijk uit naar de motie van de heer Ceder over het verminderen van regeldruk. Ik zal ook zijn collega's wat vaker eraan herinneren dat deze hardwerkende inzet voor minder regels ook voor hen geldt. We hebben het er vanmiddag bij de stemmingen nog over gehad, volgens mij.
Tot slot, voorzitter. Ook als het gaat om het verminderen van het aantal ambtenaren ligt er een behoorlijke uitdaging bij het ministerie van OCW. Van de 3,4 miljard die moet worden bezuinigd op het aantal ambtenaren, ligt daar een enorm grote opgave. Mijn vraag aan de minister is dan ook welke plannen zij heeft om deze doelstelling te behalen. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat aan het eind van volgend jaar de eerste stappen hiertoe zijn gezet? Hoe zorgt zij ervoor dat dit daadwerkelijk tot minder ambtenaren gaat leiden en niet tot bezuinigingen op andere uitgaven? Overweegt zij ook een vacaturestop conform de aangenomen motie-Breukelmans/Bontenbal?
Daar wilde ik het bij laten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaat meneer Ergin nog één vraag stellen.
De heer Ergin (DENK):
Ik heb de heer Kisteman eigenlijk helemaal niet gehoord over onderwijshuisvesting. Ik zou graag van de VVD willen horen of zij vindt dat we in Nederland een huisvestingsprobleem hebben en hoe de VVD dat wil oplossen.
De heer Kisteman (VVD):
Wat wij inbrengen, staat ons natuurlijk vrij, maar ik vertel de heer Ergin graag wat wij vinden van onderwijshuisvesting. Ik zal het uiteraard heel kort houden, voorzitter. Gemeentes krijgen middelen om iets te doen aan de onderwijshuisvesting. Zij kunnen die inzetten — want daar doelt de heer Ergin op — om het klimaat aantrekkelijker te maken, dus meer ventilatie en een betere isolatie. Dat is geregeld via de wijze waarop gemeentes hun geld krijgen. Daarom heb ik dit verder ook niet meegenomen in mijn inbreng.
De heer Ergin (DENK):
De heer Kisteman begon zijn betoog met de achteruitgang van de kwaliteit van onderwijs. Ik denk dat dit voor een groot deel te maken heeft met onderwijshuisvesting, want 4.500 van de 9.000 scholen voldoen niet aan de normen. 800 scholen staan nu al op de lijst om vernieuwd of vervangen te worden, maar het gebeurt niet. Ik ben benieuwd hoe de VVD dat wil oplossen.
De heer Kisteman (VVD):
Ik heb in eerdere debatten al aan de staatssecretaris gevraagd om gemeentes te helpen om dit geld beter in te zetten. Ze krijgen daarvoor per leerling een bedrag. Dat kunnen gemeentes reserveren voor onderwijshuisvesting. Sommige doen dat niet, sommige doen dat wel. Ik weet niet of de staatssecretaris dat gesprek inmiddels al heeft gevoerd met de VNG, maar ik heb dit al eerder aangegeven, want bij sommige gemeentes gaat het gewoon wel heel goed.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Dit is precies waarom het achteruitgaat met de onderwijshuisvesting: telkens naar elkaar wijzen, telkens naar ofwel de gemeenten ofwel de staatssecretaris wijzen, terwijl de kosten oplopen terwijl we wachten. Vijf jaar terug kostte het 800 miljoen om het op te lossen. We zitten nu al op 1,2 miljard euro, als we die 800 scholen zouden willen aanpakken. Als we telkens naar elkaar blijven wijzen, kan ik de heer Kisteman verzekeren dat onderwijs- en schoolgebouwen de tunnels en bruggen van morgen zijn. Ik zou toch iets meer pit willen van de heer Kisteman om ervoor te zorgen dat onze kinderen in fatsoenlijke gebouwen les krijgen.
De heer Kisteman (VVD):
Daar ben ik het volledig mee eens. Daarom krijgen gemeentes ook geld om hier iets aan te doen. Als gemeentes vervolgens besluiten om dat aan rotondes of lantaarnpalen uit te geven, is het natuurlijk wel vrij lastig voor ons om daar iets aan te doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer De Beer, die ook spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer De Beer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Onderwijs gaat over onze toekomst, onze kinderen, hun talenten, maar eigenlijk over ons allemaal, over een leven lang ontwikkelen. Het gaat over ons verdienvermogen als Nederland, over onze welvaart dus, onze voorzieningen, onze veiligheid en ook onze vrijheid, de vrijheid om je talenten te mogen ontdekken, ontwikkelen en verzilveren op de arbeidsmarkt.
Maar dat verdienvermogen van Nederland staat onder druk. Het is niet meer vanzelfsprekend dat onze kinderen het beter krijgen dan wij. Dat geldt voor welvaart, voorzieningen en veiligheid. De toekomst is onzeker in een geopolitieke wereld waar we keihard onder druk worden gezet, economisch, militair en politiek. Dat vraagt om scherpe keuzes, juist ook in het onderwijs, want onze toekomstige talenten dragen bij aan de weerbaarheid en onafhankelijkheid van Nederland en Europa, door bij te dragen op al die vakgebieden waar nood is aan vakkrachten en kenniswerkers. Als we ons voorzieningenniveau in stand willen houden, als we van onze welvaart willen blijven genieten en als onze veiligheid en vrijheid ons alles waard zijn, moeten we niet doen alsof sturen in het onderwijs een vies ding is. Dan moeten we durven uitspreken welke opleidingen meer bijdragen aan de behoeften van Nederland, aan het oplossen van de woningnood en de tekorten in de zorg en het onderwijs, aan de productiviteit in de techniek en aan het onderhoud van onze infrastructuur.
Daarom wil de VVD veel sterker gaan sturen, te beginnen in het mbo. De vakmensen van het mbo zijn cruciaal voor onze opgaven. We willen duidelijker communiceren naar ouders en studenten dat ze een goede opleiding krijgen en mooie baankansen. Het nieuwe bekostigingsmodel voor het mbo biedt daarvoor goede aanknopingspunten. Onze oproep zou zijn: maak minimaal 10% van die bekostiging afhankelijk van sectorale en regionale afspraken met betrekking tot de tekortberoepen. Dus geen 200 miljoen zoals in het voorstel, maar bijvoorbeeld 600 miljoen voor afspraken over tekortberoepen. Maak ook richting studenten duidelijker welke opleidingen maatschappelijk echt bijdragen, in voorlichting maar ook in differentiatie van collegegelden. Betrek werkgevers nog meer bij het onderwijs, bijvoorbeeld door het uitrollen van de aan-de-bakgaranties: werkgevers die samen een baan garanderen als jongeren kiezen voor een bepaalde opleiding. Kortom: bijdragen aan de noden van Nederland mag extra beloond worden. Hoe kijkt de minister daarnaar?
Ook in het hoger beroepsonderwijs zien wij uitdagingen, maar ook kansen om het onderwijs meer te laten aansluiten op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door naast voltijd en deeltijd ook het duale onderwijsmodel een veel prominentere plek te geven in het hbo, juist voor de tekortsectoren. Op dit moment volgt ongeveer 3% van de hbo-studenten een duale opleiding. Dat mag wat ons betreft fors omhoog. Studenten combineren dan een hoogwaardige opleiding met betaald werk in de beroepspraktijk. Het mes snijdt aan twee kanten.
De voorzitter:
En daar hoor ik een punt. De heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik snap heel goed de gedachte en de intentie van de VVD om studenten meer naar tekortsectoren te sturen. Wat betreft de voorbeelden die hij noemt, ben ik niet overtuigd van de effectiviteit, bijvoorbeeld als het gaat om het differentiëren van collegegelden. Hoe komt hij erbij dat dit werkelijk het verschil gaat maken?
De heer De Beer (VVD):
Ik denk dat het gaat om het totaalpakket. Aan de ene kant werkgevers meer betrekken bij het onderwijs en meer laten uitspreken wat het betekent als je voor een bepaalde opleiding kiest. Daar mag wat ons betreft ook een differentiatie van het collegegeld inzitten, in die zin dat daar waar je de grootste bijdrage levert het collegegeld wat naar beneden mag en daar waar dit minder het geval is het collegegeld wat omhoog mag. Dat raakt ook aan het bekostigingsmodel. Het raakt ook aan voorlichting. Wat ons betreft is het een compleet pakket, waarmee we duidelijker maken dat sturing op de noden van Nederland echt noodzakelijk is in het onderwijs.
De heer Boomsma (JA21):
Het is natuurlijk sowieso goed dat er zo veel mogelijk informatie en duidelijkheid is over welke tekortsectoren er zijn en welke opleidingen de grootste kans op banen bieden en dergelijke, maar dat is toch wel wat anders dan de collegegelden differentiëren, wat mogelijk juist ook een averechts effect gaat hebben, waarbij mensen denken: nou ja, als het zo moet, dan maak ik wel een eigen keuze.
De heer De Beer (VVD):
Iedereen maakt zijn eigen keuze, maar ik denk dat het wel belangrijk is dat wij er als overheid duidelijk over zijn waar Nederland behoefte aan heeft en met welk type opleidingen je de grootste bijdrage kunt leveren aan de behoefte van Nederland. Dat kun je doen door voorlichting. Dat kun je doen via het bekostigingsmodel. Dat kun je doen door werkgevers breder te betrekken bij het onderwijsmodel. Maar dat kun je ook doen door collegegeld te differentiëren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Boomsma (JA21):
Aan dat laatste twijfelen wij, maar goed. De VVD richt zich nu op het mbo. In hoeverre raken deze voorstellen ook aan de hbo- en wo-opleidingen?
De heer De Beer (VVD):
Het bekostigingsmodel voor het hoger onderwijs komt nog naar de Kamer, dus daar gaan we het dan uitgebreid over hebben. Het nieuwe bekostigingsmodel van het mbo is nog niet helemaal klaar. Er ligt een voorstel voor, dat nog in de vorm van een wet naar de Kamer moet worden gestuurd. Ik denk dat we de komende tijd ook kunnen gebruiken om na te denken over de vraag hoe we in het hoger onderwijs, in het bekostigingsmodel maar ook op andere terreinen, kunnen zoeken naar die versterking.
Mevrouw Biekman (D66):
Ik sluit mij aan bij de heer Boomsma. Ik heb ook wat vragen over die differentiatie van de collegegelden. Is de heer De Beer het met mij eens dat dit ongelijkheid in de hand werkt?
De heer De Beer (VVD):
Dat ligt eraan hoe je het gaat uitwerken. Wat ons betreft is het vooral een manier om te communiceren welke opleidingen wij kansrijk vinden voor de arbeidsmarkt en welke wij minder kansrijk vinden voor de arbeidsmarkt. We hebben nog geen voorstel voor de differentiatie in hoogte, maar dat je het collegegeld an sich inzet om duidelijk te maken waar Nederland behoefte aan heeft en waar je de grootste bijdrage kunt leveren, zien we wel als een belangrijk instrument in het totaalpakket van voorlichting, bekostiging en het betrekken van werkgevers.
Mevrouw Biekman (D66):
De heer De Beer geeft geen antwoord op mijn vraag, want mijn vraag is of u het met mij eens bent dat dit ongelijkheid in de hand werkt.
De heer De Beer (VVD):
Nee, dat ben ik niet met mevrouw Biekman eens. Dat hangt ervan af in welke mate je dat gaat doen. Wij vinden het vooral belangrijk dat we erover gaan communiceren en dat we gaan kijken hoe je dan zou kunnen differentiëren. Dat je het onderwijs toegankelijk moet laten zijn en dat er tot op zekere hoogte ook gelijkheid moet zijn, is volgens mij evident. Dat neemt niet weg dat als het gaat over die echte tekortberoepen, je daarin ook gewoon mag differentiëren wat ons betreft.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Biekman (D66):
Ja, afrondend. Ik ben een beetje teleurgesteld in de heer De Beer, want ik trek samen met de heer De Beer op voor gelijkwaardigheid in het mbo. U komt hier nu met een voorstel voor differentiatie in de collegegelden, wat gewoon betekent dat de ene mbo-student meer moeten betalen dan de andere mbo-student. Wat mij betreft werkt dat ongelijkheid in de hand. Daarnaast weet de heer De Beer hoe we vanuit D66 tegen het mbo aankijken. Een mbo en opleidingen zijn er gewoon om jezelf als student te kunnen ontwikkelen en te ontplooien.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
De heer De Beer had het over de mbo-scholen en het nutsdenken daarin. Ze moeten gereedgemaakt worden voor de samenleving. Een kleine opmerking ook over het hoger onderwijs. De bekostiging is gedetailleerd, maar mijn vraag is eigenlijk: ziet de heer De Beer dat we het hoger onderwijs ook zo moeten benaderen, dat we puur moeten gaan kijken wat het nut is voor de bedrijven in Nederland?
De heer De Beer (VVD):
Het gaat niet alleen maar over het nut voor de bedrijven. Het gaat over de bijdrage aan de welvaart en het verdienvermogen van Nederland en ook aan het voorzieningenniveau, dus dat is wel iets breder. Ik kom dadelijk nog op de nationale Talentstrategie, die een aantal prioritaire sectoren heeft benoemd en die ook vertaalt naar specifieke opleidingsdomeinen. Daar zijn onderwijs en zorg ook aan toegevoegd. Ja, het gaat over het bedrijfsleven en over het verdienvermogen, maar het gaat ook over het voorzieningenniveau in Nederland.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Is de heer De Beer het ook met mij eens dat onderwijs veel breder is en dat wij nu niet weten wat er over twintig jaar nuttig kan zijn? Het is allemaal zo aan het veranderen, ook met AI. Onderwijs of cultuur omwille van de cultuur kosten ons misschien geld, maar we vinden het wel belangrijk dat die beschermd moeten worden.
De heer De Beer (VVD):
Ja, dat vinden wij ook. Maar wij vinden aan de andere kant ook dat als we al die opgaven in Nederland willen realiseren op het gebied van de zorg en de infrastructuur — er zijn veel mensen nodig vanuit het mbo maar ook vanuit het hoger onderwijs en we hebben een dalend studentenaantal — je dan ook moet durven kiezen. Dan moet je ook durven zeggen waar we echt behoefte aan hebben de komende jaren in Nederland en dat ook helder communiceren richting studenten en het onderwijsveld.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
We hebben hier al eerder een debatje over gevoerd in een commissiezaal, dus ik denk dat wij hier nog heel veel debatten over gaan voeren. Er zijn fundamenteel andere ideeën over wat onderwijs zou moeten zijn.
Mevrouw Abdi (PRO):
Misschien kan ik op dit punt doorgaan, want mijn eerste vraag aan de heer De Beer is eigenlijk: vindt u dat de overheid alwetend is?
De heer De Beer (VVD):
Nou, dat vinden wij als liberalen natuurlijk sowieso niet, maar we vinden wel dat we de voorwaarden moeten creëren om Nederland vooruit te helpen. We weten donders goed welke opgaven Nederland heeft. We zijn ook bereid om heel veel extra geld daarvoor uit te trekken. Maar alleen extra geld helpt niet als je mensen tekortkomt, vakkrachten en kenniswerkers. Als de instroom bij opleidingen daalt, dan moet je ook durven kiezen. Dat debat wil ik ook graag hier voeren.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dat is helaas geen antwoord op mijn vraag, want mijn vraag was: vindt u dat de overheid alwetend is? Ik denk dat meerdere Kamerleden hier kritische kanttekeningen hebben bij het voorstel van de VVD om te differentiëren in het collegegeld. Als ik de redenatie van de heer De Beer volg, dan impliceert de heer De Beer dat wij door te sturen op bepaalde opleidingen weten dat het dit en dit gaat opleveren. Maar dat weten we helemaal niet. Mijn vraag is dus nogmaals: waarom legt de heer De Beer nu een voorstel op tafel om collegegeld te differentiëren? Dat is een vrij ingrijpende maatregel. Waar is dat idee concreet op gebaseerd?
De heer De Beer (VVD):
Dat is gebaseerd op de behoefte van Nederland. We weten dat er meer mensen nodig zijn in de zorg. We weten dat er meer mensen nodig zijn in het onderwijs. We weten dat we een enorme opgave hebben om onze infrastructuur weer op orde te brengen. We weten dat we moeten investeren in de veiligheid van Nederland. Al die verschillende opgaven kunnen we met elkaar bediscussiëren in deze Kamer. Dat doen we ook heel uitgebreid, zo'n beetje elke week. Er zijn heel veel mensen nodig om die opgaven te kunnen uitvoeren. Een van de belangrijkste manieren om die mensen op te leiden, is via het onderwijs. Het is dus heel raar dat we dan niet de discussie durven aangaan of we prioriteiten moeten leggen bij bepaalde opleidingsdomeinen of bepaalde opleidingen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Abdi (PRO):
Afrondend, want we gaan hier inderdaad nog uitgebreid met elkaar over debatteren. Ik constateer alleen dat de VVD vindt dat de overheid zich op allerlei terreinen vooral moet terugtrekken, maar dat niet vindt als het gaat om het grote bedrijfsleven en als het gaat om rapporten die worden aangeleverd die, naar mijn visie, heel erg op de zaken vooruitlopen en het wetenschappelijk klimaat in Nederland, waar we zo trots op zijn, eerder ondermijnen dan bevorderen.
De heer De Beer (VVD):
Ik wil daar wel op reageren. Ik zei het in de inleiding al: die noodzaak om deze discussie te voeren, is er ook vanwege internationale druk. Onze welvaart staat onder druk. Onze veiligheid staat ook onder druk. Met andere woorden: als we in Nederland en in Europa vooruit willen, zullen we moeten werken aan ons verdienvermogen. We moeten ervoor zorgen dat het bbp de komende jaren verder blijft groeien om uitgaven te kunnen blijven doen aan de zorg en aan ons onderwijs, om te kunnen blijven innoveren en om te kunnen investeren in de veiligheid. De koek moet groter, om het maar even simpel uit te drukken. Dat krijgen we niet alleen maar voor elkaar door te blijven discussiëren over de verdeling van de koek. We zullen uiteindelijk samen de schouders eronder moeten zetten en dus ook de discussie moeten voeren over waar we dat het beste met elkaar kunnen doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil nog even doorgaan op wat collega Abdi zei, want ik vond dat zij het eigenlijk heel mooi verwoordde: denkt de VVD dat zij op deze manier in de toekomst kan kijken? Het klinkt misschien heel logisch: je hebt ergens een tekort, dus dan heb je daarvoor vakmensen nodig. Dat is heel logisch. Maar hier zijn in het verleden door de overheid ook best wel grote fouten mee gemaakt, bijvoorbeeld door mensen op te leiden voor de ICT. Toen die mensen klaar waren met hun opleiding, barstte de ICT-bubbel. Mensen hadden niet gekozen voor wat ze echt wilden worden, maar gingen iets doen omdat de overheid dat adviseerde. Die mensen zaten vervolgens zonder werk. Herkent de VVD dat dit een groot risico is van de plannen die zij hier presenteert?
De heer De Beer (VVD):
Daarom moet je ook goed luisteren naar wat zich in de samenleving en in het bedrijfsleven aan het ontwikkelen is ten aanzien van de vraag waar we als Nederland naartoe willen en wat daarvoor nodig is. We weten allemaal dat er heel veel noden zijn in de zorg; daar hoor ik de SP ook altijd over. Er is ook heel veel te doen in het onderwijs. Er zullen heel veel mensen bij moeten komen om ons voorzieningenniveau overeind te houden en onze economie verder te laten groeien. Dan is het toch ook logisch dat je met elkaar nadenkt over hoe je mensen gaat opleiden voor die sectoren?
Mevrouw Beckerman (SP):
Misschien moeten we iets minder luisteren naar het bedrijfsleven en iets meer naar de werknemers. Laten we de zorg als voorbeeld nemen. Daar hebben we heel veel mensen nodig; tot uw dienst. Maar wat gebeurt er? Heel veel mensen haken na een paar jaar af in de zorg, omdat het werk te zwaar is, omdat ze onder druk staan. We zien hetzelfde in het onderwijs. We hebben in principe genoeg bevoegde leraren in Nederland. Ze willen alleen niet voor de klas staan, omdat het veel te zwaar is. Dan is de oplossing niet om mensen naar die opleidingen te duwen en vervolgens andere opleidingen veel duurder te maken. De oplossing is om te luisteren naar deze vakmensen en ervoor te zorgen dat werk beter passend is. Is dat niet een veel logischere route voor de VVD dan studenten niet te laten worden wat ze willen zijn door hun opleiding te duur te maken?
De heer De Beer (VVD):
Maar volgens mij is de grotere beweging dat de vakmensen die bijvoorbeeld in de zorg werken, hun beroep en hun vakkennis weer kunnen overdragen aan een nieuwe generatie. Je hebt daar ook gewoon weer nieuwe instroom voor nodig. Natuurlijk moeten we met elkaar de discussie voeren over hoe we de sector aantrekkelijker maken en hoe we ervoor zorgen dat er minder uitval is in het werk en mensen dus minder snel arbeidsongeschikt raken. Die hele brede discussie over de sociale zekerheid gaan we natuurlijk ook nog met elkaar voeren. Maar dat allemaal bij elkaar neemt uiteindelijk niet weg dat er een behoorlijke vervangingsvraag, bijvoorbeeld in de zorg, aan de orde is en dat er dus ook gewoon nieuwe instroom moet komen vanuit opleidingen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Afrondend, toch op een heel fundamenteel punt. Ik denk dat als we naar de geschiedenis van de wetenschap kijken — daar gingen de opmerkingen van de heer De Beer namelijk ook over — we zien dat hele grote ontdekkingen en doorbraken niet vooraf door de overheid bedacht hadden kunnen worden. Die komen vaak voort uit langdurig fundamenteel onderzoek en heel vaak ook uit een beetje geluk. Dat raak je kwijt als je als overheid zo gaat sturen, puur op waar je denkt dat er op korte termijn winst zit en waar je snel geld mee kan verdienen. Erkent de heer De Beer dat juist de grote ontdekkingen uit het verleden ons leren dat je dus niet op deze manier moet ingrijpen?
De heer De Beer (VVD):
Ik heb het helemaal niet over grote ontdekkingen. Waar ik het over heb is dat je meer zou moeten investeren in techniek, in het aantrekkelijker maken van techniek en van die opleidingen. We kunnen inderdaad niet allemaal aan de voorkant met elkaar uittekenen welke specifieke oplossingen, ontdekkingen of technologieën daaruit voortkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer De Beer had het over mensen die een duale opleiding volgen. Vaak is dat hbo- of wo-onderwijs.
De heer De Beer (VVD):
Of bbl.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, niet helemaal. Daar kom ik dus ook op. Bbl is de beroepsbegeleidende leerweg en wordt niet gezien als een voltijdsstudie. Een duale opleiding wordt wél gezien als een voltijdsstudie. Een bbl-opleiding wordt gezien als een deeltijds leer-werktraject, met als gevolg dat iemand die een bbl-opleiding doet geen studentenreisproduct krijgt, omdat diegene niet als student wordt gezien. Iemand die een duale opleiding doet, is een voltijds student en krijgt wel een studentenreisproduct.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, voorzitter, u zult best snappen waar ik naartoe wil. Vindt de heer De Beer het niet oneerlijk dat een student die een duale opleiding volgt wel een studentenreisproduct krijgt, maar dat een student die een beroepsbegeleidende leerweg-opleiding volgt, een bbl'er, zoals we die noemen, geen studentenreisproduct krijgt?
De heer De Beer (VVD):
Mevrouw Van der Plas legt het zelf volgens mij heel goed uit. Doordat die duale student vaak toch meer wordt gezien als "de student" en die bbl'er veel meer als medewerker, kan die bbl'er via zijn werkgever aanspraak maken op reiskostenvergoeding. Daar hebben we het volgens mij in de verschillende commissievergaderingen al vaker met elkaar over gehad.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In een ideale wereld is dat zo, maar feit is dat niet alle werkgevers een reiskostenvergoeding geven. Er is dus een groep bbl'ers die daarbuiten valt. Bovendien gaat een bbl'er één dag in de week naar school. Dat zijn gewoon kosten die een student dan maakt. Daar krijgt die student geen vergoeding voor. Dat leidt ertoe dat toch een aanzienlijk deel van de mensen die een bbl-opleiding doen gewoon moeite heeft om het sowieso al dure openbaar vervoer te betalen. Die ongelijkheid zien we heel veel, tussen mbo-opleidingen en hbo- en wo-opleidingen. Ik vraag me dus af of de heer De Beer van de VVD niet in de "ja, maar de werkgever betaalt"-discussie is blijven zitten. Moeten we toch niet eens kijken hoe we die bbl'ers — dat zijn de mensen die we nodig hebben in onze maatschappij — ook kunnen voorzien van een studentenreisproduct?
De heer De Beer (VVD):
Volgens mij heeft de minister in de commissievergadering toegezegd om daarnaar te kijken. Wat ons betreft betekent dat in eerste instantie dat de werkgevers daarop worden aangesproken. Het kan eventueel ook in overleggen die de minister of anderen hebben met sociale partners om te kijken hoe je, als daar voor die doelgroep een probleem zit, dat met elkaar kunt oplossen. Mijn oproep zou ook zijn om bbl, maar ook hbo, prominenter te bespreken aan de tafel van de nationale Talentstrategie, en te bekijken wat er nodig is aan randvoorwaarden om dat verder te faciliteren en uit te breiden.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik noem het ook … Dit is één ding dat een beetje ongelijk is. Een ander deel van de ongelijkheid zit 'm er bijvoorbeeld in dat de thuiswonende basisbeurs lager is voor mbo-studenten en dat ze geen studentenpas krijgen. De uitwonende beurs is weliswaar wat omhooggegaan, maar de meeste mbo-studenten zijn niet uitwonend, maar wonen thuis. Zij hebben daar dus niks aan. Mijn pleidooi is eigenlijk gericht op het volgende. We roepen hier allemaal: "Mbo'ers, mbo'ers, mbo'ers! Hartstikke goed! We zijn trots op jullie. Ga vooral mbo doen." Maar er zit gewoon heel veel ongelijkheid in. Ik vind dat we daar …
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag … De voorzitter snapt ook waar ik naartoe wil.
De voorzitter:
De voorzitter snapt een hele hoop, maar u bent steeds twee keer 30 seconden voor één interruptie aan het gebruiken en dat is niet fair naar de collega's. Dat snapt u ook, denk ik. Ik wil dus graag dat u tot uw vraag komt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik snap dat zeker, maar ik vind het belangrijk om het goed te kunnen uitleggen voor de mensen thuis die dit debat volgen, maar niet goed in het onderwijsjargon zitten. Dat is waarom ik dat doe. Maar u heeft een punt.
Mijn vraag aan de heer De Beer is: kunnen we met de hele Kamer, inclusief de coalitiepartijen, niet alleen roepen dat mbo top top top is, maar ook echt zorgen dat die gelijkheid er komt?
De heer De Beer (VVD):
Volgens mij staan die onderwerpen ons allemaal wel redelijk goed op het netvlies. We spreken namelijk ook veel met mbo-studentenorganisaties en de MBO Raad. De lijstjes die daarstraks werden opgenoemd, kennen we allemaal. Volgens mij zijn we ook allemaal wel een beetje op zoek naar: wat is het moment en wanneer zijn er middelen beschikbaar om stapsgewijs dat verschil op te trekken? Ik heb collega Rooderkerk — nee, dat was mevrouw Biekman, trouwens — daarstraks al een pleidooi horen houden over het terugvragen van de lesgelden voor mbo'ers. Dat zou een stap kunnen zijn. Ik denk dat we met elkaar moeten zoeken naar manieren om stap voor stap die ongelijkheid wat rechter te trekken.
De voorzitter:
U rondt uw betoog af. O, mevrouw Van der Plas, u bent wat verloren. Ja, u heeft het weer gevonden. Mevrouw Tseggai.
De heer De Beer (VVD):
Het mes snijdt aan twee kanten, daar was ik gebleven.
De voorzitter:
Excuus, meneer De Beer. Mevrouw Tseggai kwam ook nog interrumperen. Gaat uw gang, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik vind dit wel opvallend, want mevrouw Van der Plas stelt heel terecht de ongelijkheden tussen mbo- hbo- en wo-studenten aan de kaak, en dan zegt de heer De Beer: ja, stap voor stap, rustig aan. Eerder in zijn betoog hoorde ik meneer De Beer echter pleiten voor 600 miljoen structureel voor het beter aan de wensen van het bedrijfsleven aanpassen van het mbo-onderwijs.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voor 600 miljoen per jaar kun je ook ruimschoots die verschillen tussen mbo-, hbo- en wo-studenten oplossen. Kiest de VVD voor het bedrijfsleven of voor de mbo-studenten?
De heer De Beer (VVD):
Ik vind dit zo'n flauwe tegenstelling. Het gaat erom dat we jonge mensen een goede opleiding en een geweldig perspectief op de arbeidsmarkt bieden, dus dat we zorgen dat ze een goede loopbaan kunnen ontwikkelen. Daar is het ons om te doen. Dus ja, het is van belang dat studenten hun opleiding goed kunnen doorlopen en kunnen afronden. Daarvoor is het ook van belang dat het werkveld zo goed mogelijk op het onderwijs aansluit. Die 600 miljoen waar ik het over had, zit gewoon in het bekostigingsmodel van het mbo, nu al. De minister doet het voorstel om daarvan 200 miljoen te reserveren voor regionale afspraken, eigenlijk ook afgeleid vanuit de nationale Talentstrategie en de sectorafspraken die daar dan weer aan ten grondslag liggen. Ons pleidooi is om dat niet 200 miljoen, maar 600 miljoen te maken, maar dat komt gewoon vanuit het bestaande mbo-budget, het bekostigingsmodelbudget.
Mevrouw Tseggai (PRO):
40% van de mbo-studenten die stoppen zonder diploma, doet dat vanwege financiële redenen. Wat hebben ze aan een fantastische opleiding als ze tijdens die opleiding niet rond kunnen komen en die daarom niet afmaken? Zou de VVD daar eens op kunnen reflecteren?
De heer De Beer (VVD):
Dan zou ik zeggen: laten we ook met elkaar kijken hoe studenten makkelijker kunnen overstappen van een bol-opleiding naar een bbl-opleiding. Als er behoefte en nood is bij studenten die zeggen "ik zou eigenlijk liever willen gaan werken", kunnen we ze zo toch helpen om hun opleiding af te ronden.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik heb langzamerhand het gevoel dat de VVD beter naar het bedrijfsleven heeft geluisterd dan naar de mbo-studentenorganisaties, want een bbl-opleiding is bepaald geen vetpot. Daar kun je ook niet echt van rondkomen. Ik wacht dus met smart op de voorstellen van de VVD — de heer De Beer is nog niet klaar met zijn inbreng — op het gebied van de betaalbaarheid van het leven voor mbo-studenten. Zij hebben namelijk niks aan woorden, maar meer aan daden.
De heer De Beer (VVD):
Zij hebben heel veel aan een goed perspectief op een goede baan. Daar ging mijn pleidooi hoofdzakelijk over. Dat mes snijdt dan ook weer aan twee kanten, want studenten combineren hun studie toch al steeds meer met bijbaantjes. Laten we daarom ook proberen het onderwijs wat flexibeler en relevant voor de beroepspraktijk te maken. We vragen de minister dus om naast het bbl-offensief in het mbo ook een duaal hbo-offensief te starten, en om daarover afspraken te maken aan de tafels van de nationale Talentstrategie, om zo samen met hogescholen en werkgevers voldoende hoogwaardige arbeidsplaatsen en begeleiding te organiseren. Is hij daartoe bereid? Ook pleiten we ervoor dat het aantal driejarige hbo-bacheloropleidingen voor vwo'ers wordt uitgebreid ten behoeve van de tekortsectoren. Zo kunnen vwo'ers die praktisch en beroepsgericht willen studeren sneller worden opgeleid voor tekortsectoren. Een wo-bachelor duurt immers ook drie jaar.
Voorzitter. Als we op wereldschaal tegen grootmachten en techreuzen concurreren, moeten ook excelleren in een aantal vakgebieden of domeinen. Wennink geeft een aantal richtingen: welke gebieden dat zouden kunnen zijn. We verwachten dat we met de nationale Talentstrategie echt concrete stappen gaan zetten en echte keuzes durven te maken. Geef prioriteit aan STEM-opleidingen op mbo-, hbo- en wo-niveau, omwille van onze welvaart, weerbaarheid en veiligheid. Onderschrijft de minister dat?
Voorzitter. De VVD vindt fundamenteel onderzoek van groot belang, maar vindt ook dat kennis beter haar weg moet kunnen vinden richting bedrijven en de samenleving. Interessant is in dat kader het initiatief PhD of the Future, waarin PNN, De Jonge Akademie en NEWS ervoor pleiten om maatschappelijke partners te betrekken bij de onderzoeksvragen van promotietrajecten. Zou de minister willen bezien hoe ze de samenwerking met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties een structureel onderdeel zou kunnen maken van promotietrajecten, uiteraard met respect voor de wetenschappelijke onafhankelijkheid?
Tot slot, voorzitter. In deze geopolitieke wereld wordt kennis gebruikt of misbruikt. In dat kader hebben we ook vaak verwezen naar de screeningswet. Ik zou de minister willen vragen hoe zij daar inmiddels mee bezig is. We moeten kaders durven te stellen als het gaat om die screeningswet. Daarnaast moeten we keuzes maken om Nederland welvarend, veilig en weerbaar te houden, zodat ieders talent een bijdrage levert aan ons mooie Nederland, nu en in de toekomst.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar de heer Boomsma, die spreekt namens de fractie van JA21. De heer Boomsma is de negende spreker. Daarmee zijn we op de helft. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Volgens Hannah Arendt is het belangrijkste wat scholen kinderen kunnen bijbrengen de amor mundi, de liefde voor de wereld. Dat geldt ook voor onze cultuur. Onderwijs is cultuuronderhoud en -overdracht. Onderwijs is hoe een beschaving zichzelf in stand houdt.
Het Nederlandse onderwijs kampt echter met ernstig achterstallig onderhoud. De gevolgen zijn nog veel ernstiger dan bij slecht onderhouden wegen en andere infrastructuur. Dit gaat namelijk om de geestelijke infrastructuur: het fundament van onze vrijheid, onze welvaart en onze toekomst. Bij de begroting van 2026 schreeuwde iedereen al moord en brand over de PISA-scores dat een derde van de 15-jarigen onvoldoende kan lezen en schrijven. Die vrije val heeft zich doorgezet, want nu zitten we bijna op de 40%. Nederlandse jongeren presteren steeds slechter, vergeleken met zowel vorige generaties als met jongeren uit andere landen. Die trend moeten wij nu gaan keren. Maar gaat dat met dit beleid lukken? Ik sluit me aan bij de punten van de Rekenkamer — dat zei mevrouw Moorman eerder — dat we ook moeten werken aan de begroting, zodat die duidelijker navolgbaar en controleerbaar is. Ik hoor graag hoe het kabinet daarnaar kijkt.
We weten inmiddels genoeg over wat werkt, volgens mij. Denk aan rust in de klas, duidelijke regels, expliciete en directe instructies, nadruk op feitenkennis, hoge eisen en hoge verwachtingen, veel oefenen en veel lezen. Dát is de weg naar herstel. Dat moet ook nadrukkelijker terugkomen in de lerarenopleidingen. We horen steeds: de overheid gaat over het "wat" maar niet over het "hoe", dus niet over de lesmethodes en leermiddelen. Wij blijven echter zeggen: als we geen verbetering zien, kunnen we niet geheel wegblijven van die discussie. De overheid gaat in ieder geval wel over de bekwaamheidseisen voor leraren; zie ook artikel 23, lid 2 van onze Grondwet. Er moet meer duidelijkheid komen over wat leraren moeten kunnen en weten. Wanneer komt dus de landelijke eenduidige eindtoets voor lerarenopleidingen?
Voorzitter. Maar er is meer nodig. Daarom pleiten wij voor de oprichting van een rijksacademie voor leraren, een opleiding met de hoogste kwaliteitseisen aan vakkennisdidactiek, met ook daar die expliciete directe instructie en met klassenmanagement met een selectief toelatingsbeleid. Maar net als bij de Politieacademie is het de bedoeling dat je direct in dienst bent, een salaris krijgt en de beroepsvorming dan ook meteen in de praktijk kan plaatsvinden. Dat maakt het ook aantrekkelijk voor zijinstromers die de stap overwegen vanuit andere beroepen. Dat is dan direct onder verantwoordelijkheid van de overheid, zodat wij daar ook echt direct over gaan. Wij hopen dus op steun.
Voorzitter. Dan een ander voorstel dat wij hier willen doen. Dat gaat ook over de leraren, namelijk over de lerarenpromotiebeurs. Die was er de afgelopen tien jaar. Daarbij konden leraren tijdens het lesgeven gaan promoveren. Dat is een groot succes. Daar hebben heel veel leraren gebruik van gemaakt. Ik heb ook veel leraren gesproken die daar ontzettend veel aan hebben gehad. Het versterkt de banden tussen de scholen en de universiteiten. Het biedt ook die academische vorming. Het biedt cruciale kansen voor professionele ontwikkeling. Juist die bezuiniging van Schoof is niet gerepareerd. Wij stellen dus voor om dat alsnog te doen, zodat we daarmee door kunnen gaan.
Voorzitter. Nederland heeft wat ons betreft nog steeds veel te veel internationale studenten, namelijk 130.000. Dat is omdat te veel studies onnodig in het Engels zijn en die numeri fixi te hoog zijn. We lezen recent in een rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw ook wat een enorme impact dat heeft op de woningmarkt voor studenten. Talloze Nederlandse studenten moeten daarom thuis wonen of zich kapot betalen aan huren. Dat heeft een enorm effect; het is waarschijnlijk meer dan de rente van die leningen. Waarom is het nou bijvoorbeeld nodig dat acht van de tien psychologiestudies een Engelstalige route hebben? Het is maar een voorbeeld, maar waarom moet dat, acht van de tien? Waarom niet gewoon een paar?
JA21 wil echt meer ambitie om dat aantal internationale studenten te verminderen, natuurlijk buiten de tekortsectoren, want daarbij zien we wel duidelijk de noodzaak. We weten dat we over de hele brede linie van het onderwijs te weinig mensen opleiden in bèta en techniek. Ook op dit punt zitten we in de achterhoede van Europa. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs is het aantal lesuren voor de techniek sinds 2007 met 58% gedaald. Ook dat roer moet dus om. We kunnen voor de komende jaren in ieder geval die hele succesvolle pabo-techniekpilots doorzetten en uitbreiden. Dat werkt gewoon heel goed om die techniek en de liefde voor die techniek en die praktijk al vroeg bij de docenten onder de aandacht te brengen.
Daarnaast denken wij dat het goed is om snel te gaan besluiten over de talentgelden, die Talentstrategie. Daarom hebben we ook een amendement ingezet om dat nu al over te hevelen naar de begroting van OCW, zodat we gewoon voor de Voorjaarsnota al die besluiten kunnen nemen. Dan kunnen we die dingen veel eerder in gang gaan zetten. Ik ben het eens met de VVD: wij willen ook dat echt een groot deel van deze middelen naar bèta en techniek gaat. Dat is wat Nederland nu ook echt nodig heeft. We zijn afhankelijk van investering in onderzoek en innovatie. We willen wel ook dat die academische vrijheid wordt gewaarborgd. Daarom vinden we het heel belangrijk dat een groter deel van het onderzoeksbudget direct naar de hoogleraren en de andere onderzoekers, naar de universiteiten, gaat. Hoe ziet de minister dat?
We laten op dit moment ook echt kansen liggen, vrees ik. Nederland is op dit moment bijvoorbeeld koploper op het gebied van de bouw van synthetische cellen. Dat is een hele cruciale nieuwe technologie. Eerder hebben we veel geïnvesteerd in kwantum. Dat heeft enorm veel succes gehad. We moeten ervoor zorgen dat die patenten nu in Nederland komen te liggen en daarvoor moeten we nu echt extra gaan investeren, dus daar hebben we ook een amendement voor. We moet die koppositie nu vasthouden. Dat kan ook heel veel welvaart gaan genereren voor de toekomst, dus daarbij moeten we nu echt doorzetten.
Ik wacht even.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt. Dan kunt u ook een slokje water nemen.
Mevrouw Abdi (PRO):
En dan kan collega Boomsma misschien ook even op adem komen, want ik was natuurlijk ook even getriggerd, als ik het zo mag zeggen, door de opmerking over academische vrijheid. Ik heb eerder al de Poolse filosofe Barbara Skarga geciteerd: zelf denken was al genoeg om als een vijandig element beschouwd te worden. Ze beschreef dat, naast geweld, niet alleen het conformisme in het denken de democratie ondermijnde, maar juist ook het feit dat iedereen deed alsof kritisch denken slecht was. Ik was even nieuwsgierig of de heer Boomsma kan toelichten hoe hij academische vrijheid en het belang van kritisch denken ziet en wat hij denkt dat daarvoor nodig is.
De heer Boomsma (JA21):
Wat een fantastische vraag! Dat doen we natuurlijk graag. Ik denk dat Czeslaw Milosz in dit kader ook heel inspirerend is, met zijn briljante boek The Captive Mind, dat gaat over de vraag hoe belangrijk het is om die vrije geest te behouden, ook al in die positie van communistische onderdrukking, de positie waarin hij dat boek heeft geschreven. Er is in de menselijke samenleving altijd de neiging tot een soort van conformisme. Dat zie je dus ook bij universiteiten. Dat is één factor van academische vrijheid, die vaak wat minder wordt belicht maar die volgens mij ook heel belangrijk is. Ik heb nu natuurlijk ook allebei de rapporten van de KNAW die net zijn verschenen gelezen. Academische vrijheid is een concept dat veel aspecten kent. Het gaat er enerzijds denk ik ook om dat de onderzoekers echt de vrijheid hebben om hun eigen onderwerpen te kiezen waar ze zich in willen specialiseren en waar ze dat onderzoek in willen doen, en dat ze niet te veel afhankelijk zijn van anderen die dat gaan bepalen, dus ook niet te veel tijd kwijt zijn met administratie voor beurzen. Daarom denk ik dat het goed is dat meer direct geld daarnaartoe gaat. Ik heb ook gelezen dat men waarschuwt voor druk vanuit de politiek. Ik denk dat dat risico in Nederland een stuk minder is. Dat speelt wellicht enigszins in Amerika, maar niet zozeer hier in Nederland. Desalniettemin is het goed om het daar ook over te hebben als wij die rapporten daadwerkelijk gaan bespreken. Ik neem ook aan dat er nog een goede reactie komt vanuit het kabinet. Ik stop maar weer even, want ...
De voorzitter:
Dat vermoeden had ik al. U gaf ook zelf in uw bijdrage aan dat er volgende week een debat is over dit onderwerp, dus ik vraag mevrouw Abdi het heel kort en bondig te houden.
Mevrouw Abdi (PRO):
Kort, voorzitter. Het doet me deugd om te horen dat de heer Boomsma het belangrijk vindt dat we terughoudend moeten zijn om ons te bemoeien met wat wetenschappers wel of niet moeten doen, en dat hij ook de dreiging vanuit de politiek ziet. Ik heb daar andere opvattingen over. Ik heb een aantal debatten hier meegemaakt, waarbij ik best ben geschrokken van sommige teksten die werden gebezigd, over wetenschappers, over universiteiten, over hun intenties, als ik het zo mag verwoorden. Ik kijk uit naar het debat van volgende week, maar deze woorden doen me deugd.
De heer Boomsma (JA21):
Het rapport van de KNAW heeft het over de "moed van terughoudendheid" en roept de politiek daartoe op. Ik vind dat wel een mooie term. Wel vind ik dat we hierin niet moeten doorschieten. Je mag in dit huis ook best een discussie aangaan over wat er gebeurt op de universiteiten. Maar goed, dat gesprek zetten we met veel plezier volgende week voort.
Over de synthetische cellen hebben we het gehad.
Dan wil ik het nog hebben over de visitaties. Een tijd geleden had ik opgeroepen om die visitatiefrequentie wat te verlagen. In de recente brief van de minister wordt nu erkend dat het vaak een soort papieren exercitie is. In die zin voegt het weinig toe, behalve heel veel administratieve en bureaucratische last voor de universiteiten. Er wordt dan onderzocht om dat meer risicogestuurd te maken. Dat steun ik wel, maar ik denk dat we nu wel eerder stappen kunnen zetten, althans alvast het traject in gang kunnen zetten om de frequentie te verlagen, dus dat je gaat naar elke acht of tien jaar.
Tot slot maken wij ons nog steeds hele grote zorgen over antisemitisme op de universiteiten. Wij horen nu ook van verschillende Joodse organisaties dat steeds meer Joodse studenten zich gedwongen voelen om in het buitenland te gaan studeren. Dat mogen wij niet accepteren. We mogen niet toestaan dat zo'n minderheid zich hier niet meer thuis voelt en naar het buitenland vertrekt. Ik hoop dus echt dat het kabinet hier vol op inzet en dat het topprioriteit is om het ongedaan te maken.
Ik vind ook het volgende. Er is een soort trend gekomen dat Israëlische instellingen nu per definitie worden geboycot. Dat vinden wij heel onjuist en niet consequent. Het geldt alleen voor Israëlische instellingen, niet voor al die andere landen waar ook allerlei dingen gaande zijn. Ik hoor dus ook graag hoe het kabinet dat ziet.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dit geeft aanleiding tot een vraag van de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
De heer Boomsma had het aan het begin van zijn inbreng over de rijksacademies die JA21 zou willen oprichten. Ik snap het niet helemaal. Ik zie de toelichting in het amendement. Is het idee van zo'n rijksacademie dat we dan eventueel artikel 23 kunnen omzeilen om wél te zorgen voor goede onderwijskwaliteit? Of lees ik de toelichting van zijn amendement dan verkeerd?
De heer Boomsma (JA21):
Nou, dat is er zeker een onderdeel van. Ik vind het goed samengevat. Er wordt natuurlijk al jaren in allerlei onderzoeken geconstateerd dat er dingen niet goed gaan in al die lerarenopleidingen. Er is heel veel versplintering. Er is heel weinig eenduidigheid in wat toekomstige leraren daar meekrijgen. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met de voortdurende boodschap dat wij niet over de curricula en de lesmethodes gaan. Dingen gaan wat ons betreft gewoon te langzaam. Een van de voordelen van een rijksacademie is dat die direct onder de verantwoordelijkheid van de overheid valt. Daarmee kun je er zelf op sturen en kun je de standaard zetten. Hopelijk heeft dat dan ook effect in het hele, bredere veld.
De heer Kisteman (VVD):
Maar zou je dan niet, zonder meteen aan de vrijheid van onderwijs te komen en bepaalde groepen hier te raken, iets moeten doen aan artikel 23, in plaats van weer een nieuwe opleiding op te richten? Zouden we daar met z'n allen niet eens goed naar moeten kijken? Hoe zouden we hierover eens een discussie kunnen voeren? Wat kunnen we doen aan artikel 23 om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren zonder dat het meteen ten koste gaat van de vrijheid van onderwijs?
De heer Boomsma (JA21):
Ik denk dat het en-en is. Ik denk dat je ook moet kijken naar de implicaties van artikel 23. Ik denk dat er op allerlei plekken soms een te grote schroom of terughoudendheid lijkt te bestaan om in te grijpen en je uit te spreken over methodes en over het hoe. Zoals ik net al zei: als de resultaten niet goed zijn, dan moet je vanuit je zorgplicht als overheid wel degelijk meer ingrijpen en meer sturen. We weten inderdaad wat werkt. Er wordt nu natuurlijk ook steeds meer verwezen naar het begrip "evidencebased". Dingen moeten evidencebased zijn. Dat steunen wij. Je moet natuurlijk wel in gesprek gaan over wat dat dan precies betekent — in dat aspect ben ik het helemaal met de heer Kisteman eens — maar daarnaast moeten we daar niet op wachten. We moeten nu echt alle zeilen bijzetten. We moeten die trend nu gaan keren. Ik denk dat een rijksacademie daar echt een rol in kan spelen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Kisteman (VVD):
Maar zouden we die trend niet veel sneller kunnen keren als we nu iets doen aan het huidige opleidingssysteem in plaats van een nieuwe opleiding op te tuigen?
De heer Boomsma (JA21):
Het is en-en.
Mevrouw Moorman (PRO):
De heer Boomsma begon met het citeren van Hannah Arendt. Zij zet amor mundi tegenover amor sui, zelfliefde. In die zin vind ik dat idee van die rijksacademie wel heel interessant. Zij verzet zich eigenlijk tegen al die verschillende bubbeltjes, al die verschillende, aparte opleidingen voor allemaal verschillende scholen. We zouden toch willen dat kinderen, volgens de normen en waarden die we hier in Nederland stellen, binnen de scholen goed worden opgeleid. Mijn vraag aan de heer Boomsma is dus niet zozeer of we nou die rijksacademie moeten opzetten. Daar ben ik het namelijk mee eens. Het staat ook in ons verkiezingsprogramma en ik benoemde het ook al in onze bijdrage. Ik heb echter een vraag over de dekking. De heer Boomsma dekt het nu uit het geld voor de zijinstroom. Dat lijkt me nou juist weer leiden tot amor sui. Dan hebben we te weinig leraren. Daardoor moet iedereen het misschien via bijles allemaal maar weer zelf uitzoeken. Zouden we geen andere dekking moeten zoeken?
De heer Boomsma (JA21):
De overdreven varianten van de amor sui moeten we vermijden. Dat is volgens Thomas van Aquino ook de essentie van de zonde: het in jezelf keren. Hannah Arendt noemt dat de "amor sui". Zij bepleit juist het belang van onderwijs als tussenruimte, dus een sfeer die niet gedomineerd wordt door economie of politieke discussies, maar een aparte plek, waar ruimte is voor het ontwikkelen van het kritisch denkvermogen voor de amor mundi. Wat betreft de dekking begrijp ik het bezwaar. Ik denk wel dat het kan. Ik denk dat zo'n rijksacademie juist een plek is voor zijinstromers. Uiteindelijk zal het dus leiden tot meer zijinstroom, omdat mensen daartoe worden aangetrokken. Je kunt je afvragen of dat nu niet te veel ten koste gaat van de huidige middelen die daarvoor zijn gereserveerd. Ik heb enige vragen over de effectiviteit. De zijinstroommiddelen zijn best duur voor het aantal zijinstromers dat ze opleveren. Tegelijkertijd denk ik dat we het eens zijn dat het vooral belangrijk is dat we nu vol gas vooruitgaan, dat de rijksacademie er komt en dat we die verder gaan ontwikkelen. Als er andere opties zijn om dat te financieren, staan we daar natuurlijk voor open. Ik hoop dat we het gesprek op die manier kunnen voortzetten.
Mevrouw Moorman (PRO):
Laten de heer Boomsma en ik daar inderdaad over in gesprek gaan. Het lijkt me goed om dit inderdaad met elkaar verder te brengen. Ik denk inderdaad dat de begeleiding van zijinstroom geld kost, maar ook dat dat juist belangrijk is. Dat moet op de scholen gebeuren. Het wordt volgens mij uit het budget betaald. Ik kijk ook met een schuin oog richting de bewindspersoon. Ik denk dat het goed is als er straks een reactie op komt. De richting van een rijksacademie, zoals we het ook doen voor onze militairen en politieagenten, vind ik een hele goede richting.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Armut. Zij spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. In Kleine Jongen zingt André Hazes over de harde wereld waarin zijn zoon zich binnenkort zal bevinden. Hij zingt: op school al zul je merken dat alles draait om cijfers en om macht. Dat is best een sombere levensles. In een samenleving waarin steeds meer nadruk komt te liggen op prestaties en economisch rendement, is school juist een van de plekken die daar nog niet al te veel mee is besmet. Erik Borgman beschrijft in De school als bouwplaats hoe de eenzijdige fixatie op economische doelen een risico met zich meebrengt. Hij legt daarmee een directe link met onze manier van samenleven. Als kinderen simpelweg leren dat hun waarde afhangt van wat ze presteren, bestaat het risico dat ze hun kennis en talenten vooral inzetten om zelf vooruit te komen, in plaats van voor iets wat voor anderen van betekenis kan zijn. Hij beschrijft hoe zij de samenleving niet zullen beschouwen als ruimte waarin er zorg voor hen is en hoe zij op hun beurt verantwoordelijkheid voor een ander kunnen dragen.
Voorzitter. De maatschappelijke diensttijd is een perfect voorbeeld van hoe je die maatschappelijke verantwoordelijkheid wel vorm kan geven. Via de maatschappelijke diensttijd kunnen jongeren zich inzetten voor een ander en tegelijkertijd achter hun eigen talenten komen. Daarom is het CDA blij dat deze diensttijd een structurele plek heeft in de begroting. Het CDA ziet school niet alleen als plek waar kennis wordt overgedragen, maar ook als een plek waar samenleven begint. Vanuit deze overtuiging kijkt het CDA naar het onderwijs en naar deze Onderwijsbegroting.
Voorzitter. Er is werk aan de winkel. De Onderwijsraad concludeerde begin september dat het consumentisme het onderwijs in is geslopen. De oude betrokkenheid daalt, de relatie tussen ouders en scholen raakt steeds verder verhard en conflicten tussen ouders en scholen zijn steeds vaker aan de orde van de dag. Een bekende oorzaak van die spanning is het schooladvies. Ik hoor van leraren dat de sfeer omslaat naarmate de doorstroomtoets dichterbij komt. We kunnen nog wel honderd keer zeggen dat iemands waarde niet wordt afgemeten aan een bepaald niveau, maar als de prikkels in onze systemen blijven bestaan en de druk van buitenaf rondom één toets zo groot is, zal de cultuur niet veranderen.
Juist daarom pleit het CDA voor het zwaarder wegen van het oordeel van de leraar. Het is toch niet meer dan logisch dat docenten die leerlingen jarenlang volgen een beter en completer beeld kunnen geven dan de resultaten van een momentopname? Ik ben benieuwd of de staatssecretaris wil kijken hoe we zorgen dat we vooroordelen bij adviseren tegen kunnen gaan en daarbij niet afhankelijk hoeven te zijn van de doorstroomtoets. Wat het CDA betreft wegen de voordelen van het kansrijk adviseren inmiddels niet meer op tegen de nadelen. Heeft de staatssecretaris zicht op in hoeverre op scholen al de ruimte wordt genomen om flexibel om te gaan met schoolwerk op verschillende niveaus?
Voorzitter. Ouders mogen hun zorgen uiten, maar intimidatie en bedreiging zijn onacceptabel. Leraren moeten weten dat ze er niet alleen voor staan. Ze krijgen steeds vaker klachten op hun bordje en de procedures eromheen kunnen slepend zijn. Is het kabinet van mening dat er in de lerarenopleidingen voldoende aandacht is voor de omgang met ouders? Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat dit vaak een onderschat aspect van het docentschap kan zijn. Ik hoor ook graag van de staatssecretaris of ze bereid is om samen met de onderwijssector te onderzoeken hoe leraren en schoolbestuurders beter beschermd kunnen worden tegen onnodig slepende klachtenprocedures en grensoverschrijdend gedrag van ouders.
Voorzitter. Op werkbezoeken bij basisscholen hoor je hoe lastig het is voor leraren als leerlingen met een gigantische achterstand binnenkomen. Het is voor leraren een gigantische opgave om daar nog tegen op te boksen. Juist voorschoolse educatie helpt peuters van 2,5 jaar tot 4 jaar zich voor te bereiden op school. Die helpt onder meer op het gebied van taal en motoriek, maar ook sociaal-emotionele vaardigheden komen daar aan bod. Ik heb al eerder gevraagd om het tijdig vinden van kinderen die bij deze ondersteuning gebaat zijn. Ik heb daar ook een motie over ingediend. Kansrijke Start en de voorschoolse educatie zie ik echt als een keten die we veel sluitender zouden kunnen organiseren. Door beide programma's aan elkaar te verbinden, kunnen we kinderen eerder vinden en beter bereiken. Ik vraag me af hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt en hoe het zit met de uitwerking van mijn motie hierover. Ik zal in mijn tweede termijn ook een motie indienen om die keten te versterken.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit is een belangrijk punt, want die voorschoolse educatie vloeit ook voort uit dat gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid waar nu juist op bezuinigd wordt. Ik heb dit in een interruptiedebat met een aantal collega's al besproken, maar ik verwacht natuurlijk steun van het CDA, juist op dit punt, om dit mogelijk terug te draaien. Ik heb een amendement. Ik heb ook geld gevonden dat nog niet gebruikt wordt, juist om ervoor te zorgen dat gemeenten tot een oplossing kunnen komen. Mijn vraag is of het CDA dit probleem erkent en of het misschien ook wel erkent dat dit een oplossing kan zijn.
Mevrouw Armut (CDA):
Het CDA staat onder het amendement waar de heer Ceder volgens mij ook net aan is toegevoegd. Ik zie dat probleem net zo goed. Ik kan een herijking op zich wel begrijpen, maar de verdeling moet wel zo goed mogelijk aansluiten op de kinderen die je daadwerkelijk wil bereiken. Ik vind het daarom ook logisch dat je een indicator zo nu en dan actualiseert, maar ik zie ook waar het nu pijn doet voor schoolbesturen. Ik ga dus ook naar het amendement van de heer Ceder kijken, maar we staan in ieder geval al samen onder dat van mevrouw Rooderkerk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat klopt. Het amendement gaat natuurlijk wel over scholen. Ik sta eronder, dus daar sta ik ook achter. Maar er is ook een andere kant van de munt van de bezuiniging, namelijk ten aanzien van de gemeenten, die juist onderwerpen als voorschoolse educatie vanuit die potjes financieren. Ik hoop dus dat we het ene kunnen repareren, maar dan blijft er wel een ander gat over. Wethouders hebben mij benaderd — ik weet niet of ze het CDA benaderd hebben — en zeggen: dit maakt wel dat wij lopende partnerschappen om dit soort dingen te financieren, gewoon niet meer kunnen hebben per 1 januari. Ik hoop dus dat u ernaar kunt kijken, en misschien ook nog eronder wilt.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik heb de oproep van de heer Ceder gehoord. Ik ga er uiteraard naar kijken.
De heer Kisteman (VVD):
Mevrouw Armut heeft een mooie inzet op de voor- en vroegschoolse educatie. Ik ben een tijd geleden op werkbezoek geweest in Rotterdam. Daar hoorde ik dat veel ouders van kinderen die recht hebben op vve daar geen gebruik van maken omdat ze zich ervoor schamen dat die kinderen dan een soort labeltje krijgen. Daarom heb ik in mijn inbreng gevraagd of het misschien mogelijk zou zijn om het verplicht te maken, zodat kinderen gewoon recht krijgen op een eerlijke en gelijke start, want ouders durven het niet. Hoe kijkt mevrouw Armut daarnaar?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik zie voor- en vroegschoolse educatie niet als een maatregel die voor elk kind per se zou werken. Ik vind ook dat er bij de vve aan de ene kant een verantwoordelijkheid is voor ouders en aan de andere kant voor bijvoorbeeld de overheid. Ik zie wel echt drempels. Dat zijn administratieve drempels, drempels van "goh, is dat wel goed?", drempels omdat mensen de taal niet spreken. Ik zou dus heel graag willen kijken waar die drempels nou zitten en waar we die zo goed mogelijk weg kunnen nemen. Ik ben niet meteen enthousiast over het verplicht maken voor alle kinderen, nee.
De heer Kisteman (VVD):
Ik bedoel dan vooral het verplicht maken voor kinderen die er recht op hebben, omdat we weten dat zij dan als zij naar school gaan op 4- of 5-jarige leeftijd niet bezig zijn met het wegwerken van een achterstand, maar dat ze juist, voor zover dat kan, gelijk een goed begin hebben met een goed voortraject ervoor. Het gaat dus om het verplicht maken voor kinderen die recht zouden hebben op vve, niet voor alle kinderen.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik weet niet of de heer Kisteman daar een voorstel voor gaat doen. Dan zou ik daarnaar moeten kijken, maar nogmaals, ik vind niet dat per definitie elk kind vve zou moeten krijgen. Ik ben het er wel helemaal mee eens dat we alles op alles moeten zetten om alle kinderen die zo'n indicatie hebben te bereiken, omdat ze er zo bij gebaat zijn. Ik weet niet of een verplichting dan meteen de beste manier is, maar ik ben best bereid om daarnaar te kijken.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Armut (CDA):
Voorzitter. Ik was gebleven bij leermiddelen in het speciaal onderwijs. Het recht op onderwijs voor iedereen met een beperking is een belangrijk onderdeel van het VN-verdrag Handicap, maar het is echt heel treurig gesteld met toegankelijke leermiddelen. De realiteit is namelijk dat er in het gespecialiseerd onderwijs 16-jarige kinderen zijn die met boekjes van groep 3 moeten werken, terwijl dat dus helemaal niet aansluit bij hun leeftijd, maar ook niet bij hun ontwikkeling. Ruim 100.000 kinderen volgen gespecialiseerd onderwijs, maar hun behoeften lopen logischerwijs sterk uiteen. Daardoor zijn de doelgroepen voor uitgevers vaak te klein om rendabel materiaal te ontwikkelen. Dat is een pijnlijke conclusie, die in de praktijk betekent dat kinderen in het speciaal onderwijs geen lesmateriaal krijgen waar ze echt mee vooruit kunnen, tenzij bijvoorbeeld leraren dat voor hen organiseren en ontwikkelen. Leraren zijn er ongelofelijk veel tijd aan kwijt om dat lesmateriaal voor die leerlingen te ontwikkelen.
Sectorraad GO, scholen voor speciaal basisonderwijs en de clusters 3 en 4 willen samen met scholen en leraren materiaal verzamelen en ontwikkelen. Die combinatie van open en methodisch materiaal levert kwalitatief goed lesmateriaal op. Dat wordt ook al gemaakt. Dat maakt ook maatwerk voor deze leerlingen mogelijk. Er is vanaf 2026 jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar om dit materiaal in het gespecialiseerd onderwijs te ontwikkelen. Voor 1 miljoen kun je iets doen, maar het probleem is groter en urgenter, zeker omdat er al jarenlang achter de feiten aan wordt gelopen. Het CDA vindt dat er vanaf 2027 voldoende budget beschikbaar moet komen om de scholen in het speciaal onderwijs een inhaalslag te laten maken. Daarom dienen we vandaag samen met de SP, D66, de VVD, de ChristenUnie, 50PLUS en BBB een amendement in. Ik vind het heel mooi dat we als Kamer breed laten zien dat we dit zo'n urgent probleem vinden dat we 6 miljoen euro in 2027 beschikbaar stellen voor het ontwikkelen en verspreiden van leermateriaal voor leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.
Voorzitter. Als we het hebben over de school als gemeenschap kunnen we niet om de olifant in de kamer heen; dat is het schermgebruik. Het CDA is blij dat het mobieltjesverbod inmiddels steeds meer de standaard is geworden. Tussen de eerste keer dat het CDA-Kamerlid Peters dit opperde en de stand van zaken nu zit best wel veel tijd. De manier waarop laptops en iPads nog steeds breed worden gebruikt in het onderwijs laat nog wel een probleem zien. Terwijl mobieltjes worden verbannen, wordt er nog te veel gedaan alsof laptops en tablets niet voor soortgelijke schade zorgen. Alle afleiding van een telefoon zit immers ook in laptops. Tuurlijk, je kunt laptops gebruiken om te werken aan digitale geletterdheid, maar dat moet wel gericht gebeuren. Daarom ben ik blij dat onze motie om dit tegen te gaan en weer te leren uit boeken, zodat dat weer de standaard wordt, is aangenomen. Wanneer kunnen scholen concrete richtlijnen verwachten, vraag ik de staatssecretaris.
Voorzitter. Digitalisering raakt meer dan alleen leerprestaties. Eenzaamheid onder jongeren neemt toe en de algoritmes jagen het op volle toeren aan. Juist in deze tijd zijn mbo's, hogescholen en universiteiten plekken waar gelukkig nog wel ontmoeting plaatsvindt. Ik vond het initiatief van de UvA om laptops, tablets en telefoons uit de collegezalen te weren dan ook heel mooi. Maar we moeten ook verder kijken. We kunnen er ook niet omheen dat AI in het hoger onderwijs volop aanwezig is. Het is een beetje een publiek geheim dat iedereen het gebruikt, maar niemand het echt durft toe te geven. Dat is een probleem, want dat zorgt ervoor dat je er geen open gesprek over kan hebben. Hoe moeten we het dan gebruiken? Dat zijn de gesprekken die je zou moeten hebben. Wat betekent het voor het vermogen van studenten om zelf iets te produceren en vaardigheden te ontwikkelen? Hoe voorkomen we dat richtlijnen op elke universiteit, hogeschool en mbo totaal van elkaar verschillen? Nu de staatssecretaris al druk bezig is met een regieplan digitalisering voor het funderend onderwijs, kijk ik ook graag de minister aan: is het misschien een idee om ook in het hoger onderwijs en het mbo met zo'n richtlijn te gaan werken? Is zij van mening dat er gezamenlijke keuzes nodig zijn? Er gebeurt al heel veel bij SURF en Npuls. Is de minister bereid om samen met hen en andere relevante partners tot een regieplan te komen?
Voorzitter. Om ook in de toekomst een veerkrachtige economie en sterke samenleving te hebben, is het van belang dat het talent in onze samenleving zo goed mogelijk wordt benut. Daar waar een tekort is aan talent moeten we Nederlands en zo nodig buitenlands talent stimuleren om opleidingen in de tekortsectoren te volgen. Het CDA kan de visie van het kabinet in de Talentstrategie goed volgen, maar ziet ook ruimte voor verbetering. Zo verschilt de behoefte aan talent per regio. In sommige regio's is internationaal talent nodig om gemeenschappen in stand te houden of een ecosysteem te laten groeien, terwijl in andere regio's het Nederlandse talent, bijvoorbeeld via het mbo, al voldoende aanwezig is. Hoewel ik zie dat de regio goed bij de uitvoering van de Talentstrategie betrokken wordt, zou het wat het CDA betreft goed zijn om voorafgaand aan het moment van de uitvoering, namelijk als de strategische keuzes al gemaakt zijn, de regionale context van bedrijfsleven, lokale overheden en onderwijsinstellingen mee te nemen. Daarom is mijn vraag aan de minister hoe zij in de Talentstrategie deze regionale partners betrekt. Wat het CDA betreft moet de strategie zowel landelijk als regionaal in balans zijn.
Voorzitter. Tot slot de regionale ecosystemen. Dit zijn plekken waar wetenschappelijke kennis omgezet wordt in innovaties die leiden tot bedrijven en werkgelegenheid. Toch valt op dat Nederland, dat tot de wereldtop in het wetenschappelijk onderzoek behoort, relatief weinig academische spin-offs oplevert. Mijn vraag aan de minister is dan ook: wat gaat zij vanuit haar ministerie doen om ervoor te zorgen dat Nederlandse kennis ook daadwerkelijk uitgroeit tot bedrijvigheid en banen?
Voorzitter. Het onderwijs is niet alleen van groot belang voor gemeenschappen en voor onze samenleving, het zijn ook gemeenschappen op zich. Laten we hier de goede randvoorwaarden creëren, zodat deze gemeenschappen tot hun recht kunnen komen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot een vraag van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mooie afsluiting. Dat sluit toch ook nog een beetje aan bij wat ik wil proeven bij het CDA. Groene schoolpleinen dragen namelijk bij aan goede leerprestaties van kinderen. Ze dragen er ook aan bij dat kinderen meer bewegen en meer sociale contacten hebben. Maar het is dan ook gewoon een rijkere wijk met meer gemeenschapszin, een plek voor iedereen. Op dit moment is 60% van de schoolpleinen versteend. Het Rijk heeft een aantal initiatieven lopen om dat verder te helpen, maar die lopen af. Staat het CDA ervoor open om te kijken naar het voorstel van onder andere Partij voor de Dieren en 50PLUS om daar toch een impuls aan te geven, in samenwerking met onder andere IVN en Jantje Beton?
Mevrouw Armut (CDA):
Als de vraag is of ik ervoor opensta om ernaar te kijken, is het antwoord natuurlijk ja. Ik ben altijd bereid om daarnaar te kijken, zeker ook omdat ik het echt belangrijk vind dat er groene schoolpleinen zijn. Dan is de vervolgvraag natuurlijk — die hoef ik hier nu niet te stellen, want we gaan ernaar kijken — hoe we dat dan precies gaan inregelen, maar dat zal vast in het amendement van lid Kostić staan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Heel fijn. Dankjewel. Dan gaan we daar samen naar kijken.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Duijvenvoorde. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Voorzitter. Onderwijs. Grosso modo bestaan er twee visies op wat dat zou moeten zijn. De eerste daarvan, die heel lang maatgevend was, is dat onderwijs de intellectuele voorhoede van een beschaving zou moeten vormen. Daarin gaat het er primair om het genie te kneden, het te voeden met kennis over de poëzie van Vergilius en de muziek van Bach, het te prikkelen met ideeën over politiek en wetenschap, en het onder begeleiding van een zorgvuldig gekozen thuisleraar voor te bereiden op een vooraanstaande taak in de maatschappij als bestuurder of gewoon als een beschaafd mens.
Tegenover die elitaire, klassieke benadering staat het onderwijsidee dat kennis over een zo breed mogelijke groep verspreid moet worden: het sociaaldemocratische ideaal, om het maar even zo te noemen. Onderwijs moet de massa verheffen, iedereen een kans geven, emanciperen, lostrekken uit het veen en de modder. Logisch, want in die tijd moesten kinderen gered worden van een leven dat hard en zwaar was, in de mijnen of in de fabrieken. Ideeën kwamen in zwang dat dubbeltjes kwartjes konden worden, dat afkomst niet bepalend was voor wie je kon worden in het leven en dat iedereen een kans verdiende om hogerop te komen, en dat iedereen daar eigenlijk ook wel toe in staat zou zijn. Generaties konden opnieuw beginnen. De ouders konden dan misschien niet lezen, maar dankzij de staatsschool zouden hun kinderen dat wel leren. Zo kon er talent gevonden en benut worden dat anders niet tot uiting was gekomen. Dat werkte, omdat het ging om verheffing. Er was een hoop, een verwachting, een doel: een beschaafd burger worden.
Maar ergens onderweg is dat ideaal ongemerkt veranderd. Het ging niet langer uitsluitend om het verheffen van zo veel mogelijk mensen, maar steeds meer om het uitwissen van de verschillen tussen hen. Waar onderwijs ooit de ambitie had om leerlingen naar een hoger niveau te brengen, werd het verschil in niveau zelfs steeds vaker als een probleem beschouwd. Verheffing maakte zo al dan niet bewust plaats voor nivellering.
Voorzitter. De eerste manier waarop dit tot uiting komt in deze begroting, is de steeds maar terugkerende neiging om leerlingen langer gezamenlijk onderwijs te laten volgen. De achterliggende gedachte is om leerlingen niet te snel in een hokje te duwen en om ze aan elkaar op te laten trekken. Dat is natuurlijk een heel mooi idee. Tijdens de jaren zeventig ontstond dit idee ook al: de middenschool. Dit was een experiment van kabinet-Den Uyl. Voor leerlingen tussen 12 en 15 jaar zou dit een gezamenlijke vorm worden tussen het basis en voortgezet onderwijs in, waarin iedereen, ongeacht niveau, gezamenlijk onderwijs zou kunnen krijgen.
Gelukkig werd de middenschool nooit landelijk ingevoerd, maar wij herkennen vandaag in de brede brugklas een beetje dezelfde tendens om leerlingen met uiteenlopende niveaus langer samen te scholen, zoals nu gebeurt in de zogenoemde dakpanbrugklassen: havo/vwo- en vmbo-t/havo-brugklassen. Uit onderzoek naar deze brugklassen blijkt dat leerlingen aan de bovenkant onvoldoende kunnen floreren. De docent past het niveau, wederom onbedoeld, toch algauw aan, zodat ook de havo- of de vmbo-leerling kan meekomen. Ik heb het meegemaakt: ik was een vmbo-t-leerling in een vmbo-t/havo-klas en ik kreeg te veel aandacht — tevergeefs helaas. Maar dat gaat dan gewoon zo, want ze vinden je een aardige jongen en ze willen dat je meekomt. Iedereen wil in principe het goede voor elkaar, maar dat is natuurlijk wel gevaarlijk.
Het Centraal Planbureau onderzocht leerlingen die rechtstreeks begonnen in een vwo-brugklas en leerlingen met een vergelijkbaar aanvangsniveau die instroomden in een gemengde brugklas. De rechtstreeks geplaatste leerlingen scoorden na drie jaar hoger op taal- en rekentoetsen en behaalden uiteindelijk vaker een universitair diploma. Vindt de minister het aanvaardbaar dat het streven naar kansengelijkheid ertoe leidt dat leerlingen met de hoogste capaciteiten minder goed presteerden dan zij anders zouden hebben gedaan? Waar ligt voor de minister de grens tussen het bevorderen van kansengelijkheid en het afremmen van talent?
Op scholen in Amsterdam wordt al lesgegeven in brede brugklassen. Ook hier zien we problemen bij leerlingen met een vwo-advies. Uit de evaluatie van de periode 2019-2023 bleek dat docenten moeite hadden om de leerlingen uit te dagen. Tegelijkertijd merkten ze ook dat leerlingen met een vmbo-advies juist moeite hadden om mee te komen. Zo hebben we geen nivellering meer, maar een neerwaartse spiraal. De docent komt daarmee voor een moeilijk dilemma te staan. Richt hij zich op de leerling die moeite heeft om mee te komen of juist op de leerling die onvoldoende wordt uitgedaagd? Daarom wil ik toch graag een reflectie van de minister over hoe de schaarse tijd van een docent over een brede brugklas verdeeld zou moeten worden. Zo makkelijk is dat immers nog niet.
Het valt op dat er structureel meer aandacht gaat naar leerlingen aan de onderkant. Forum voor Democratie wil juist een lans breken voor de meerkunners, die eigenlijk al sinds het sociaaldemocratische nivelleringsdenken dominant werd, ondergesneeuwd zijn geraakt. Er wordt vaak gedacht: ach, die komen toch wel bovendrijven. Deze excellente leerlingen verdienen ook aandacht. Het CPB laat zien dat juist leerlingen met een vwo-advies aantoonbaar minder vaak een universitair diploma halen als ze in een gemengde brugklas beginnen. Is de minister bereid te borgen dat ouders van een kind met een vwo-advies in elke regio binnen redelijke reisafstand kunnen kiezen voor een categoriale vwo-brugklas? Welke concrete ambities heeft de minister voor de meestbegaafde leerlingen van ons land? Waar in deze begroting zien we de ambitie terug om niet alleen achterstanden weg te werken, maar ook excellentie te bevorderen?
Voorzitter. Een tweede tendens. Zo-even sprak ik bij de inleiding over een beschaafd mens. Beschaving is schaven. Dat wil zeggen dat het, naast allerlei andere dingen, ook een vorm van disciplinering is. De school werd ingezet om de mens te socialiseren, bij te schaven, onschadelijk te maken. De school werd ingezet voor het spreken van de juiste taal — dialecten moesten weg — en het bijbrengen van de juiste mores om zo een goed burger te zijn voor de natiestaat. Uiteindelijk is dit dus ook een levensbeschouwelijke nivellering. Alle leerlingen worden min of meer in een mal geduwd die past bij wat de staat verlangt van zijn burgers. Wat dat is, verschilt per tijd. In de negentiende eeuw moesten mannen bereid zijn om te sterven voor hun land met de dienstplicht en vrouwen moesten bereid zijn om te baren voor hun land. Dat werd het negentiende-eeuwse familie-ideaal. In de twintigste eeuw verandert dit, gelukkig. Van belang is dat je de staat en de staatsschool nooit helemaal los van elkaar kunt zien. Openbare scholen zijn daarom ook niet neutraal. We begrepen gelukkig dat er ook ruimte moest zijn voor andere perspectieven, dat mensen zelf scholen op mochten richten die bij hen pasten. Neutraal onderwijs bestaat immers niet. Iedere vorm gaat uit van aannames en waarden. Niet één wereldbeeld is de nulhypothese. Juist daarom is deze vrijheid van stichting zo belangrijk voor het behoud van onze pluriforme samenleving. Ouders kunnen de keuze maken welke waarden hun kinderen meekrijgen vanuit het onderwijs, en dat is een groot goed.
Belangrijk hierin is de kleinescholentoeslag. We hebben het er met de staatssecretaris al over gehad in een commissiedebat. In eerste instantie lijkt het een semantische verandering. Liggen de meeste kleine scholen ook niet gewoon in dunbevolkte gebieden? Daarmee missen we echter een wezenlijk punt. Ook in dichtbevolkte gebieden kunnen kleine scholen bestaan waarvoor ouders bewust kiezen vanwege hun levensbeschouwelijke karakter. Bevolkingsdichtheid zegt weinig over het aantal gezinnen dat een bepaalde overtuiging deelt. Verliezen deze scholen hun toeslag, dan dreigt sluiting of een gedwongen fusie. Volgens de staatssecretaris zouden ongeveer 200 scholen hun toeslag kunnen verliezen. Is de minister of de staatssecretaris bereid om bij de vormgeving van een nieuwe toeslag niet alleen rekening te houden met de bevolkingsdichtheid, maar ook met de levensbeschouwelijke betekenis van de school?
Voorzitter. De derde en laatste manier waarop de dominante sociaaldemocratische onderwijsvisie terugkomt in de begroting is de school die steeds meer de rol van het gezin overneemt, en met de school de staat. De intenties waren juist. Mijn vader is een product van de sociaaldemocratie. Ik ben begonnen als slager. Er zitten natuurlijk prachtige elementen aan. Ik geloof ook echt dat de intenties juist waren: kinderen beschermen tegen een leven in de mijnen en fabrieken, vertrouwen in hen stellen en hun de kans geven om een leven van vooruitgang op te bouwen. Maar dat was in 1901. Inmiddels is er veel veranderd. Ouders kunnen lezen en schrijven, en kinderen hoeven niet meer naar de fabrieken en de mijnen. De leerplicht zou misschien ook in te vullen kunnen zijn — het is een beetje een revolutionair idee — als een leerrecht, waarin de ouders kunnen kiezen hoe ze hun kinderen opvoeden en onderwijzen, niet de staat, niet de centralisering, niet de disciplinering. De geëmancipeerde ouders, die inmiddels allemaal kunnen lezen en schrijven, zelf de kinderen laten onderwijzen. Dit vraagt echter een vertrouwen van de staat in zijn burgers en dat is moeilijk.
Niet voor niets … Ik zie meneer Boomsma en mevrouw Rooderkerk bij de interruptiemicrofoon staan. Het was een punt, dus ze mogen ook … Sorry, ik wil de baan van de voorzitter niet afnemen. Niet voor niets staat voor 2027 bijna 400 miljoen euro begroot voor School en Omgeving, 153 miljoen voor schoolmaaltijden en 26 miljoen voor brugfunctionarissen tussen school, kind en gezin. Samen is dat bijna 580 miljoen euro.
De voorzitter:
Ik was wat afgeleid door de snelheid waarmee sommige leden naar de microfoon kwamen. De heer Boomsma gaat ondertussen gewoon weer zitten. Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Allereerst zijn er wel degelijk veel excellente scholen, plus heel veel plekken waar leerlingen terecht kunnen. Eerder hebben we er al vragen over gesteld: de Forumschool, groot aangekondigd door uw partijleider, de heer Baudet. Daar is dan gezegd dat er gescheiden leertrajecten zouden zijn voor jongens en meisjes. Nu is de inspectie erop afgegaan, onder meer op basis van dit signaal. Aangezien jullie ook trots zijn op deze school, zou u toch ook open kunnen staan, zeg ik via de voorzitter, voor hoe dat gesprek ging. Zijn jullie teruggekomen van deze schending van de Grondwet?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dit is nu al een paar keer gevraagd in eerdere debatten. Op 18 juni — later is dat nog een keer gepost — heeft het schoolbestuur een eigen retractie gepost over de gescheiden leertrajecten. Ze hebben gezegd: we willen verschillende vormen van leren aanbieden. Het kan zo zijn dat de een meer coöperatief leert en de ander meer via fysieke bewegelijkheid. Mocht het zo zijn dat een van de vrouwelijke scholieren, dus een van de meisjes, liever bewegelijk leert, dan kan dat natuurlijk. Het zijn geen afgesloten trajecten. Dat is toen gewoon niet goed verwoord. Daarom hebben we het ook teruggenomen. Dat hebben we ook overlegd met de inspectie. Het vindt dus niet plaats. Er zijn geen gescheiden trajecten.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Er is tegen de inspectie gezegd dat het niet klopt wat eerder door de partijleider naar buiten is gebracht. Nu las ik een nieuw bericht online, dat Forum van plan is om een nieuwe particuliere school te starten in Amsterdam-Zuid, met acht leerlingen. Toen vroeg ik mij toch af of er volgens Forum geen goede scholen zijn in Amsterdam-Zuid.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik snap de verwarring. Alleen is de school in Amsterdam-Zuid, voor zover ik weet, een particulier initiatief, waarin de partijleider, die in Zuid woont, heeft gezegd: wie wil er met ons een particuliere school oprichten? Voor zover ik weet is dat niet van FVD. Dus of er niet genoeg goede scholen zijn in Amsterdam-Zuid? Ik woon daar niet. Ik heb ook geen kinderen. Daar kan ik niks over zeggen. Ik denk dat daar heel goede scholen zijn, maar ik heb daar geen zicht op. Dat zou eigenlijk met Thierry Baudet zelf besproken moeten worden, want dit is zijn voorkeur voor zijn zoontje.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dan gaan we toch weer hetzelfde rabbit hole in. Het lijkt een school van Forum, het ruikt als een school van Forum, het kwaakt als een school van Forum, maar het is geen school van Forum. Het is wel de partijleider die de school wil oprichten. Het gaat hier gewoon om indoctrinatie van kinderen van 4. Ik kan het niet anders zeggen. Onze scholen zijn bedoeld om kinderen zelf kritisch te leren nadenken, niet om ze te indoctrineren met de partijlijn van één partij. Ik vind dat buitengewoon onverstandig, of het nu gaat om een particuliere school of een gesubsidieerde school. Doe het niet.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik debatteer graag tot diep in de nacht met mevrouw Rooderkerk over de Renaissanceschool. De particuliere school in Amsterdam-Zuid is een eigen initiatief, dus daar kan ik niet heel veel over zeggen. Dat is geen trucje om het te ontwijken. Ik kwam daar, denk ik, op hetzelfde moment achter als mevrouw Rooderkerk, via de post op Instagram. Ik kan er dus niet heel veel meer over zeggen. Maar ik hoop dat we over de Renaissanceschool nog veel debatten met elkaar gaan voeren.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog over de begroting.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja. Ik was bij de samen bijna 580 miljoen euro. Bovendien verwacht het kabinet deze subsidieregeling vanaf 2029 om te zetten in bekostiging. Deze uitbreiding van de maatschappelijke opdracht van scholen krijgt daarmee een vastere financiële plaats. Of denk eens aan het Vlaamse systeem, waarin de leerplicht geen schoolplicht is. Ouders kunnen hun kinderen ook thuis of op een particuliere school laten onderwijzen. Daarbij hebben ze veel vrijheid om zelf te bepalen hoe ze het onderwijs inrichten, zonder voorgeschreven lesmethoden of lesuren. De overheid controleert de onderwijskwaliteit via inspecties en verplichte examens op bepaalde leeftijden waarmee kinderen moeten aantonen dat ze voldoende kennis hebben opgedaan. Het is meer prestatiegericht dan procesgericht. Vlaanderen scoort volgens de PISA-resultaten ook aanzienlijk beter. Is de minister bereid onderzoek te doen naar de verschillen met Vlaanderen en de mogelijke voordelen die zij hebben die wij misschien missen, omdat wij zo op het proces gericht zijn en minder op de toetsing?
Voorzitter, tot slot. We zien dus dat de scholen steeds meer overvraagd worden. Logisch, want ze komen, zoals zo veel van onze instituties, uit een eeuw die inmiddels steeds verder terug komt te liggen. Onderwijs is enorm van belang, maar misschien is het wel zo dat we ons industriële, natiestaatvormende, emanciperende denken over onderwijs dienen aan te passen, dat we allemaal het belang van goed onderwijs erkennen en stimuleren, maar op een nieuwe manier: leerrecht in plaats van leerplicht.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft toch aanleiding tot een vraag.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb een vraag over iets wat de heer Van Duijvenvoorde eerder zei, over de kleine scholen in grote steden. Daar heb ik in de commissie ook een aantal vragen over gesteld. Ik ben ook wel bezorgd, als het gevolg van de verandering van de regels is dat er tot 200 scholen zouden worden opgericht. Ik denk dat het zeker zo is dat er kleine scholen kunnen zijn in grote steden die van belang zijn om open te houden. Maar hij had het nou juist over één aspect ervan, dat volgens mij al wel in de regels is ondervangen, namelijk als het gaat om een school die een specifieke denominatie heeft die elders niet beschikbaar is. In de regels die nu voorliggen, is daar juist al een uitzondering voor gemaakt. Ik zou zeggen: ja, we delen de zorg, maar laten we dan kijken naar een ander criterium om scholen, ook als ze klein zijn, open te houden, bijvoorbeeld dat ze goede kwaliteit leveren. Alleen als er zorgen zijn over slechte kwaliteit, moeten we eventueel die regels van toepassing verklaren.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Daar ben ik helemaal toe bereid. Ik denk dat inderdaad levensbeschouwelijkheid van belang is naast kwaliteit. Om een of andere reden is het idee ontstaan dat levensbeschouwing belangrijker is dan kwaliteit, maar ik ben het helemaal eens met de heer Boomsma. Even voor de duidelijkheid: de heer Boomsma versprak zich. Hij had het over scholen openen. Maar het ging over 200 scholen sluiten. Dat is niet erg, maar ik ben het ermee eens: de kwaliteit moet sowieso altijd centraal staan. Ik denk dat we elkaar hierin kunnen vinden.
De heer Boomsma (JA21):
Fijn.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja.
De voorzitter:
Zo kan het ook! Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Ergin, die spreekt namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Terwijl wij hier in de Tweede Kamer de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bespreken, krijgen duizenden leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs dagelijks les in slechte schoolgebouwen. Leerlingen krijgen les in gebouwen vol met schimmel, rioolstank, slechte verwarming en slechte ventilatie. In feite krijgen deze leerlingen dus les in onderwijskrotten. Het zijn bijna Franse toestanden, in 800 schoolgebouwen in Nederland. Bij deze 800 schoolgebouwen is er dringend behoefte aan ingrijpende renovatie of zelfs vervanging van het gebouw.
Bij de helft van de 9.000 schoolgebouwen werkt tijd als een tikkende tijdbom. Als de regering blijft toekijken en blijft wijzen naar gemeenten, zijn deze schoolgebouwen de volgende op de lijst van onderwijskrotten. Terwijl de regering wacht, wordt het probleem groter en duurder. Vijf jaar terug was het tekort 800 miljoen euro. We zijn een paar jaar verder en nu gaat het om een bedrag van 1,3 miljard euro.
Als dit zo doorgaat, zijn de schoolgebouwen van vandaag de afgesloten bruggen en tunnels van morgen. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: hoe gaat zij ervoor zorgen dat we deze achterstanden gaan inhalen? Hoeveel schoolgebouwen zijn er überhaupt gebouwd en grondig gerenoveerd in dit jaar? Hoe gaat de staatssecretaris straks bijvoorbeeld voorkomen dat er miljoenen worden uitgegeven om slechte schoolgebouwen energiezuiniger te maken, terwijl schimmel, slechte ventilatie en andere problemen blijven bestaan? Daarbij wijs ik heel specifiek naar de EPBD-norm, waarbij er heel specifiek wordt gekeken naar het energiezuiniger maken van gebouwen, terwijl andere problemen niet worden aangepakt en je binnen een tijdsbestek van tien jaar eigenlijk twee keer dubbele kosten moet maken voor hetzelfde schoolgebouw.
Dan over de gebroken belofte. D66, CDA en VVD deden een paar maanden geleden een belofte aan studenten en oud-studenten, waarbij de oud-studenten bescherming kregen tegen hoge rente en bescherming tegen de gestegen kosten. We zijn een paar maanden verder en krijgen een brief van de minister, waarin de minister zegt: "Sorry, we hebben verkeerd gerekend. Het kost meer dan 40 miljoen euro, dus weet u wat, beste Kamer, u zoekt het maar lekker uit! Wij gaan deze maximumrente niet invoeren." En dat terwijl de minister van Onderwijs eigenlijk iets anders had moeten doen. De minister van Onderwijs had dit in de ministerraad moeten regelen, want het staat gewoon zwart-op-wit in het coalitieakkoord. Volgens mij had de minister, als ze ziet hoe haar besluit valt in de Kamer, heel duidelijk moeten kiezen voor de bescherming van studenten en niet voor het breken van een belofte. Die studenten en oud-studenten kunnen namelijk ook niet tegen een verhuurder zeggen: sorry, ik heb een verkeerde berekening gemaakt; vergeet de huur maar aan het einde van de maand. Die studenten kunnen ook niet DUO opbellen en zeggen: ik heb een verkeerde berekening gemaakt, dus zet maar een streep door mijn studielening. De vraag aan de minister is waarom ze dat niet heeft gedaan. Waarom is ze daar niet gaan knokken voor studenten?
Voorzitter. De vraag is ook wanneer de minister wist dat het meer dan 40 miljoen euro ging kosten. In het fiche dat in december 2023 is gepubliceerd, staat het totaalbedrag al. Daarin stond dus al dat het meer zou kosten dan 40 miljoen euro. Ik vraag me af waarom de minister daar maandenlang mee heeft gewacht. Wat zijn de woorden van deze minister waard als ze haar belofte niet nakomt?
Voorzitter. Hetzelfde geldt voor het volgende. Dat is het een-na-laatste punt dat ik vandaag wil maken. Onderwijs en de Onderwijsbegroting worden eigenlijk gezien als de pinbank om politieke problemen binnen de coalitie en dit kabinet op te lossen. Dat zagen we bij het kabinet-Schoof: hoppa, 1,2 miljard bezuinigingen. We hebben een paar weken terug tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen gezien dat er opeens indicatieve bezuinigingen werden ingeboekt. We moesten dat aan de minister van Financiën vragen en kregen die een paar uur later in de vorm van een geheimzinnig Excelsheet toegestuurd. Ook deze regering en deze coalitie blijven het onderwijs en de Onderwijsbegroting zien als een pinbank om hun coalitieproblemen en kabinetsfitties op te lossen. Dat zien we ook bij de taakstelling van meer dan 200 miljoen euro, terwijl we maanden verder zijn. Het coalitieakkoord is al maanden geleden gepresenteerd, dus de regering had in ieder geval al voor een deel aan de Kamer kunnen toelichten: zo gaan we het invullen. Nee. De minister wacht maandenlang met die taakstellingen. Dan zien we een week geleden opeens dat daar onder het mom van een slagvaardige overheid nog een taakstelling bovenop komt.
Voorzitter. Ik zou graag van deze minister een toezegging willen dat ze zo snel mogelijk duidelijkheid gaat geven aan de Kamer. Aangezien deze minister die bezuiniging toch niet gaat schrappen — die verwachting heb ik al niet meer — vraag ik de toezegging dat ze binnen een maand duidelijkheid biedt en een brief aan de Kamer stuurt met "zo gaan we die honderden miljoenen euro's bezuinigen", zodat we daar weer een debat over kunnen voeren.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over betonrot in ons onderwijssysteem, want daar ging het vandaag al een paar keer over. Steeds minder kinderen kunnen goed lezen, rekenen en schrijven. We zien ook dat de emancipatiemotor hapert. We zien bijvoorbeeld dat leerlingen met een migratieachtergrond nog steeds te maken hebben met onderadvisering, dat ze relatief vaker worden gepest en gediscrimineerd op school, dat hun thuistaal als probleem wordt gezien, als een gebrek, als een achterstand, terwijl het juist een kracht is. We zien dat jongeren moeilijk aan een stageplek komen. En als ze een stageplek vinden, krijgen ze er helemaal niets voor. Op 180 middelbare scholen is er een gebedsverbod specifiek gericht op islamitische studenten en leerlingen, en mogen die leerlingen op school niet zichzelf zijn. Ik zou graag aan beide bewindspersonen, maar specifiek aan de staatssecretaris, willen vragen wat de staatssecretaris gaat doen om deze vorm van kansenongelijkheid aan te pakken.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Stoffer, die spreekt namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Wie de Kamer binnenkomt, kan niet om Groen van Prinsterer heen. Hij staat ons op te wachten in de hal. Bovendien vergadert de Kamer ook elke week in de Groen van Prinstererzaal. Het is een eerbetoon aan deze antirevolutionaire christelijk-historische politicus uit de negentiende eeuw. Dat hij 150 jaar geleden overleed, is juist bij deze begroting van het onderwijs het vermelden waard. Groen van Prinsterer zette zich namelijk onvermoeibaar in voor het openbaar en bijzonder onderwijs. Hij was ook de drijvende kracht achter de oprichting van nieuwe scholen, met name met de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Veel van die zogeheten CNS-scholen zijn er nog steeds. Of het nu is in Wouterswoude, in het noorden van Nederland, in Tholen, in het zuiden, of ergens daartussenin, in Gouda en Ede: overal kun je deze scholen nog vinden. Hun identiteit is nog steeds van grote waarde. Artikel 23 is geen zwaktebod, maar een krachtpunt van ons land. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat bijvoorbeeld de Groenscholen door de operatie kleinescholentoeslag moeten sluiten, enkel op basis van efficiëntie en lerarentekort.
Voorzitter. Via de Groenscholen kom ik op het groene onderwijs. Dan bedoel ik natuurlijk het onderwijs en onderzoek dat zich richt op de natuur, landbouw en voedsel. Deze sector raakt voluit aan de vier domeinen van de Talentstrategie van deze zomer, en aan de internationale uitdagingen waar Nederland voor staat, zoals voedselzekerheid en innovatie. Mijn vraag is of het groene onderwijs uitdrukkelijk aandacht krijgt in de uitwerking van de vier domeinen van de Talentstrategie. Is het Groenpact daarbij het uitgangspunt?
Voorzitter. Het herijken van de bekostiging van onderwijsachterstanden per 1 januari roept terecht kritiek op. De problemen verdubbelen doordat scholen en gemeenten tegelijkertijd geraakt worden. De Haagse basisscholen verliezen bijvoorbeeld miljoenen. Scholen gaan er soms honderdduizenden euro's op achteruit. De gemeente Staphorst verliest bijvoorbeeld in één klap 79% van de middelen. Dat zijn enkele tonnen. De SGP vindt het vreemd dat deze periodieke herijking door het CBS op dezelfde manier is verlopen als de jaarlijkse actualisatie. Een tijdig moment van politieke besluitvorming zou voor de hand liggen. Juridisch is het ook opmerkelijk dat de formule voor de berekening wel uitgebreid in de regelgeving is beschreven, maar dat juist de cruciale indicatoren van het CBS niet duidelijk worden vastgesteld, waardoor die volautomatisch doorwerken per 1 januari. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij ook vindt dat dit anders moet. Wat zijn de gevolgen voor het toezicht?
Voorzitter. Er zijn twee amendementen, van D66 en van de ChristenUnie, die wij ook beide zullen ondertekenen.
Voorzitter. Dan het lerarentekort. Elke zijinstromer telt in het onderwijs. Het is dus zaak om voor hen de rode loper uit te rollen. We zien daarentegen helaas nog steeds dat het soms een onnodige hindernisbaan is. Ik noem het vereiste om minimaal een afgeronde hbo-opleiding te hebben om voor de subsidie van het zijinstroomtraject in aanmerking te komen. Mijn vraag is of dat recht doet aan iemand met mbo-niveau 4 die twintig jaar op hbo-niveau werkzaam is geweest. Hoe is dit strikte vereiste te rijmen met de uitzondering dat zijinstromers in de beroepsgerichte profielen wél met een mbo-diploma mogen starten? De SGP zou graag zien dat dit maatwerk breder mogelijk is.
Zou bovendien de inkomensgrens van de tegemoetkoming voor leraren niet wat ruimer moeten zijn? Want een plafond van €50.000 gaat voor veel gezinnen met kinderen niet echt helpen. Een ander probleem is de moeite die een leraar uit het voortgezet onderwijs moet doen om in de basisschool te kunnen werken, terwijl een pabodiploma bijvoorbeeld wel recht geeft om in het leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo les te geven. Wil de staatssecretaris verkennen of er bijvoorbeeld voor de bovenbouw een snellere, ruimhartigere regeling mogelijk is? Ik zeg daar wel bij dat dit dan op basis van bewezen vaardigheden moet zijn.
Voorzitter. De SGP vraagt aandacht voor twee knelpunten in het beroepsonderwijs. Allereerst het praktijkonderwijs. Deze leerlingen hebben vanuit hun opleiding een heel goede voorbereiding op de beroepspraktijk. De arbeidsmarkt heeft hen ook hard nodig. Maar ik hoor uit de praktijk helaas dat ze vaak geen baan krijgen in de zorg of in het onderwijs omdat het praktijkonderwijs nog geen duidelijke positie heeft in de cao. Dat is eigenlijk voor alle betrokkenen een gemiste kans. Mijn vraag is of de staatssecretaris met de sociale partners in gesprek zou willen gaan om dit probleem uit de weg te ruimen.
Het voorstel om een fatsoenlijke stagevergoeding te regelen, leidt in de praktijk tot nieuwe problemen. De SGP hoort dat scholen inmiddels minder stageplekken beschikbaar stellen vanwege de hoge kosten op basis van de cao. Hiermee schieten we onszelf eigenlijk in de voet. Mijn vraag is hoe de minister reageert op deze ontwikkelingen. Kunnen de instellingen tegemoet worden gekomen ten aanzien van de stijgende kosten, is mijn vraag.
Voorzitter. Dan nog iets over het hoger onderwijs. Daar zitten we met een kiespijndossier: het grote en oplopende tekort aan tandartsen. Al jaren zijn er ruim 100 plaatsen te weinig beschikbaar om Nederlandse tandartsen op te leiden. We weten nu al jaren dat er vanaf volgend jaar in plaats van 290 plekken eigenlijk 390 plekken nodig zijn. Buitenlandse tandartsen vullen steeds vaker de gaten op. Inmiddels gaat dat om een kwart … Ja, ik hoop overigens dat die de gaten ook dichten!
(Hilariteit)
De heer Stoffer (SGP):
Mijn tijd loopt gewoon door, hè! Goed.
Het gaat inmiddels ongeveer om een kwart van de tandartsen, maar in Zeeland gaat het zelfs om de helft. Voor de kwaliteit en continuïteit is dat vaak geen goede oplossing. De SGP vindt het onbegrijpelijk dat de minister opnieuw besloten heeft om het aantal opleidingsplaatsen niet te verhogen.
We voeren veel discussies over macrodoelmatigheid en het aanpakken van pretstudies, maar als we dan buiten de discussie een belangrijke opleiding hebben waarvoor de overheid een basale verantwoordelijkheid draagt, is juist daarvoor te weinig geld. Mijn vraag aan de minister is of ze zich wil inspannen voor een geleidelijke, substantiële verhoging. Als eerste aanzet heb ik hiervoor een amendement ingediend, dat gaat overigens "samen met mevrouw Van der Plas" worden. Ik hoor daar uiteraard heel graag een reactie op. Daarnaast wil ik vragen of de minister in overleg wil gaan met de sector over de vraag hoe de opleidingscapaciteit beter gespreid kan worden.
Voorzitter, dan nog één ding, namelijk het Nationaal Onderwijsmuseum. Het zou niet nodig moeten zijn, want de Kamer besloot vorig jaar al tot een structurele subsidie. We vinden het bedenkelijk dat het departement van OCW met gezochte redeneringen tot driemaal toe weigert om een duidelijke uitspraak van een democratische meerderheid uit te voeren: eerst twee moties en vervolgens zelfs een wijziging van de begrotingswet. Daardoor lijkt er opnieuw een amendement nodig te zijn. Ik heb ook een vraag over de toekomst. Kan het onderwijsveld na 2027 rekenen op een specifieke tegemoetkoming voor het in stand houden van het museum? Het ligt immers niet voor de hand om deze kosten volledig ten laste te brengen van de onderwijsbekostiging.
Tot zover, voorzitter. Mijn tijd is ook op.
De voorzitter:
Dank u wel, maar nog niet voordat er een vraag gesteld is door de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Ik ken de heer Stoffer als een man die zich altijd hard maakt voor de scholen in krimpregio's en de kwaliteit van het onderwijs. Ik vroeg me af hoe de heer Stoffer aankijkt tegen de samenwerkingsscholen, dus scholen waar meerdere identiteiten onder één dak gevestigd zijn en onderwijs kunnen geven aan leerlingen. Dat komt natuurlijk het aanbod van onderwijs in de krimpregio's ten goede, want kinderen hoeven minder ver te reizen voor dit onderwijs, en de identiteit van de scholen blijft bestaan. Hoe kijkt de heer Stoffer hiernaar?
De heer Stoffer (SGP):
Als dat past en op vrijwillige basis is, lijkt ons dat prima. Wat ons betreft moet je dat vooral ook bij die scholen laten. Dwingen wil ik ze niet, maar als ze dat in vrijwilligheid doen, is het vaak een mooie oplossing als je dat qua gebouw kan doen. Soms zijn het ook gewoon twee scholen die in hetzelfde gebouw verblijven, op dezelfde locatie, maar wel hun eigen identiteit houden. Je kunt er allerlei dingen op verzinnen, als het maar in vrijwilligheid is. Dat moet je vooral daar laten, is mijn indruk.
De heer Kisteman (VVD):
Zeker eens om dat vrijwillig te doen. Maar is het een idee dat wij hierin samen kunnen optrekken om te laten zien dat we dit vanuit de politiek een goed idee zouden vinden, zonder dit te dwingen? We kunnen hier namelijk best wel voor open staan, als partijen die soms toch iets anders kijken naar de richting in het onderwijs.
De heer Stoffer (SGP):
Nogmaals, ik zeg altijd wel: vanuit vrijwilligheid. Als je dingen gedwongen doet, krijg je soms dingen in dorpen of wijken die heel naar zijn. Maar als dat in vrijwilligheid kan: graag. Misschien is het beste idee dat de heer Kisteman en ik daar eens een kop koffie over drinken en we dan kijken waar we elkaar precies raken. Ik vind dat je altijd open moet staan voor mogelijkheden. Ik zie hem knikken. Dank voor deze vraag.
De voorzitter:
Ik zie veel enthousiast geknik op deze koffie-uitnodiging. Dank u wel, meneer Stoffer. We gaan nu luisteren naar het lid Kostić van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. We zien in steeds meer landen studenten en scholieren de straat op gaan omdat ze zich terecht boos voelen. Ook in Nederland voelen jongeren zich in de steek gelaten. Deze generatie heeft de ene crisis na de andere moeten doorstaan. Ze hebben hoge schulden en geen uitzicht op een huis. Nu worden ze dubbel gepakt. Eerst werden ze door het asociale leenstelsel met schulden opgezadeld. De Partij voor de Dieren stemde tegen het stelsel. Voorstanders van het stelsel beloofden studenten dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Het asociale leenstelsel bleek — verrassing, verassing! — een schuldenstelsel. Nu worden de jongeren nog een keer gepakt door gigantische stijgingen van de rente op studieschuld, terwijl bij de invoering beloofd was dat dit niet zou gebeuren. In het coalitieakkoord staat zelfs dat de rente niet hoger mag zijn dan 2,5%. Dit is geen pechgeneratie. Pech is als je trein niet rijdt door een blikseminslag. De schulden en stress waar jongeren in zijn gestort, zijn politieke keuzes. Het is een bedonderde generatie.
Voorzitter. Er is blijkbaar wel geld voor fossiele subsidies, voor miljarden euro's voor het kankerverwekkende Indiase bedrijf Tata Steel en voor fiscale cadeautjes voor vermogenden. Dat is een politieke keuze. Dit kabinet kiest ervoor om jongeren de rekening te laten betalen. Waarom zou een generatie die al zo zwaar is getroffen opnieuw de rekening moeten betalen, vraag ik de minister. Is zij bereid om met haar collega's van Financiën de belofte aan studenten alsnog na te komen en wat minder cadeautjes te geven aan vervuilers en vermogenden?
Voorzitter. Belastinggeld kun je maar één keer uitgeven. Juist daarom moeten we het slim investeren in de toekomst. Dat brengt mij bij ons voorstel over apenproeven. Ik was onlangs bij Stichting AAP. Daar heb ik chimpansees ontmoet die vroeger voor dierproeven zijn ziekgemaakt in het apenproevencentrum BPRC. Die dieren kunnen gelukkig weer een beetje chimpansee zijn. In 2003 werd het gebruik van dit soort mensapen als proefdier verboden. De jaren ervoor waren er nog protesten van sommige wetenschappers. Maar de politiek toonde lef en omarmde het verbod. In het BPRC zitten nog altijd 1.000 andere apen voor dierproeven, betaald met ongeveer 11 miljoen euro belastinggeld per jaar.
Voorzitter. Dit gaat niet om het verbieden van die apenproeven, maar wel om wat we doen met belastinggeld van Nederlanders. Belastinggeld van Nederlanders gaat nu naar achterhaalde apenproeven, terwijl de minister zelf ook erkent dat nut en noodzaak daarvan niet is bewezen. Dat is een politieke keuze. We kunnen er ook voor kiezen om het belastinggeld te besteden aan baanbrekende proefdiervrije innovaties, die beter werken voor mens én dier. We kunnen ervoor kiezen om te investeren in de toekomst in plaats van in het verleden. Een groep wetenschappers heeft de politiek gevraagd om precies dat te doen, ook omdat het blijven investeren in apenproeven doorbraken voor menselijke gezondheid kan vertragen. Ik wil de oproep delen met de minister en ook onderdeel maken van de Handelingen.
Voorzitter. De Kamer besloot vorig jaar om deze wetenschappers te volgen, door te kiezen voor een amendement om het belastinggeld dat naar apenproeven gaat stapsgewijs en verantwoord over te hevelen naar proefdiervrije innovaties. Dit voorstel werd destijds door veel partijen in deze Kamer omarmd, van Partij voor de Dieren tot JA21. Maar na de verkiezingen is dat teruggedraaid. D66 had daarin de beslissende stem. Ik heb goed geluisterd naar de zorgen van toen. Daarom heb ik een nieuw amendement ingediend waarmee ik naar een middenweg heb gezocht. Wij vragen niet om een verbod op apenproeven; we vragen om belastinggeld slimmer te investeren in baanbrekende proefdiervrije innovaties in plaats van in achterhaalde apenproeven. Dat is geen bedreiging voor de wetenschap, maar een kans. Ik doe een beroep op de het-kan-wélmentaliteit van de minister. Omarm de kansen in plaats van de angst voor vernieuwing.
Voorzitter. De Kamer wil ook al heel lang bredere afbouw van dierproeven. Deze minister wijst steeds naar de eenmalige investering van Ombion, maar dat hebben vorige kabinetten al geregeld. Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid zegt in zijn advies juist dat er veel meer vanuit de politiek nodig is, omdat het aantal dierproeven anders stijgt. Mijn vraag aan de minister is of zij dat erkent. De Partij voor de Dieren heeft daar ook voorstellen voor.
Voorzitter. Dan de groene schoolpleinen. Er ligt een aangehouden motie van onder andere Partij voor de Dieren, 50PLUS, BBB en SGP die het kabinet vraagt om een impuls te geven aan groene schoolpleinen. Die motie is aangehouden omdat premier Jetten een brief had toegezegd. Die brief is gekomen en wat bleek? Het beleid is versnipperd over verschillende ministeries en een deel van de regelingen die scholen en gemeentes stimuleren om hun schoolpleinen te vergroenen, loopt de komende jaren af. Dat is heel zorgelijk, want meer dan 60% van de schoolpleinen is nog versteend, vaak in kwetsbare wijken. Zulke scholen zijn extra kwetsbaar voor hitte. De afgelopen zomer moesten scholen al sluiten vanwege hitte. Een groen schoolplein draagt niet alleen bij aan verkoeling, maar ook aan gezondheid, leerprestaties en sociale vaardigheden. Na schooltijd is zo'n plein een fijne plek voor alle kinderen uit de buurt, een fijne plek voor hun ouders en grootouders. Een groener schoolplein is een verrijking voor de hele wijk en draagt bij aan kansengelijkheid. Waarom zouden we die kansen niet pakken? Wij stellen daarom samen met 50PLUS voor om groene schoolpleinen een impuls te geven, voortbouwend op wat gemeenten en het Rijk al doen, en gebruikmakend van de kennis en ervaringen van organisaties, zoals IVN en Jantje Beton.
Voorzitter. We vragen de Kamer en de bewindspersonen om de kansen die hier liggen te pakken voor een gezonde generatie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga in het algemeen iets zeggen. Ik sta toch al bekend als strenge voorzitter, maar het is niet de bedoeling om dit soort materiaal mee te nemen en op deze manier aan het kabinet te overhandigen. Alleen het gesproken woord op die plek geldt voor de Handelingen. Ik zou daar een beetje op letten. Dat is een oproep aan eenieder.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, voorzitter. Ik respecteer u, dat weet u ...
De voorzitter:
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mag ik hierop reageren? We mogen iets overhandigen, zeker brieven en stukken, aan de minister, de bewindspersonen, om daarop te reageren, ook om iets onderdeel van de Handelingen te maken. Ik weet dat beelden tonen niet mag. Dat heb ik volgens mij ook bijna niet gedaan, maar ik vond het wel belangrijk om ...
De voorzitter:
Maar "bijna" is nog steeds ...
Kamerlid Kostić (PvdD):
En het mág wel! We kunnen deze discussie ...
De voorzitter:
"Bijna" is nog steeds "wel", en u weet hoe het Reglement van Orde eruitziet. Ik dank u voor uw bijdrage en we gaan luisteren naar de heer Ceder, die spreekt namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. "Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering." Zo begint artikel 23 van de Grondwet. En dat is meer dan terecht, want elk kind moet zich kunnen ontplooien en moet erop worden voorbereid een plek in te nemen in onze samenleving. Terecht dat de overheid daarom haar verantwoordelijkheid pakt voor onderwijsbeleid, -toezicht en -bekostiging. Tegelijkertijd moeten we niet blind zijn voor de realiteit dat de vorming van ieder kind niet op school begint. Die begint namelijk thuis, in het gezin. Daarmee zijn ouders allereerst verantwoordelijk voor de groei, de bloei en het benutten van de potentie van kinderen.
Voorzitter. Een ontkenning van deze primaire werkelijkheid, enerzijds door politieke retoriek of filosofieën, anderzijds door stilzwijgend juist te weinig te investeren in het versterken van gezinnen, leidt onvermijdelijk tot ineffectief onderwijsbeleid. Mijn vraag is of het kabinet zich dit realiseert. Laat ik het concreet maken. Het is meer dan terecht dat de staatssecretaris komt met een Versterkingsagenda Taal, maar misschien zijn de oorzaken van de daling meer te zoeken buiten het onderwijs dan erbinnen. Ik las de analyse in de Taalagenda: beleid moet toch veel verder gaan dan ouders betrekken als "educatief partner"? Ouders meer bij taal betrekken is één ding, maar het begint bij een stabiele thuissituatie, waarin jonge mensen kunnen leren en daartoe worden aangemoedigd. Dat is primair een verantwoordelijkheid voor ouders, maar als we dat met elkaar erkennen, dan kunnen we daar ook effectief beleid op loslaten en dat met elkaar vaststellen. Graag een reactie op deze ordening.
Is de staatssecretaris bereid om haar analyse en aanbevelingen in dit kader te verdiepen en eens met haar collega's, bijvoorbeeld op SZW en VWS, te overleggen hoe we tot een versterkingsagenda voor gezinnen kunnen komen, juist in het belang van het onderwijs? Een plotselinge daling van het budget voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid helpt daarbij in ieder geval niet. Daarom heb ik ook een amendement ingediend voor een overgangsregeling. Ik heb daarover eerder een aantal interrupties uitgewisseld met collega's.
Voorzitter. Aan de andere kant vind ik ook dat de overheid de afgelopen tijd te hard van stapel loopt met wetsvoorstellen. Denk aan het verworpen wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs, waarvan de Raad van State al zei: werkt dit wetsvoorstel niet averechts? Denk daarbij ook aan het wetsvoorstel Gerichte bekostiging. Het is niet duidelijk of dit wetsvoorstel zorgt voor verbetering van de basisvaardigheden, maar wel dat het gaat zorgen voor regeldruk. Ik vind dat de verwachte regeldruk vaak te laag wordt ingeschat en dat onvoldoende wordt gekeken naar de stapeling van regelgeving. Dat gebeurt niet alleen door het kabinet, maar ook door de collega's, zeg ik er heel eerlijk bij. Kan de minister toezeggen voortaan in elk wetsvoorstel expliciet te reflecteren op de inschatting die scholen geven voor de regeldruk en ook te kijken naar de stapeling van regels? De kabinet heeft juist de aankondiging gedaan dat we scherpere keuzes moeten maken met minder mensen. Graag een reactie.
Voorzitter. Daarna zijn er een aantal korte punten waarbij ik de overheid vraag om een rol te pakken. Allereerst het punt dat ik eerder gemaakt heb, namelijk mijn pleidooi voor een goudenhandenakkoord voor het goed opleiden van praktisch talent. Mijn vraag is of de minister hiermee aan de slag wil. Wil ze deze gouden handschoen oppakken?
Specifiek over doorlopende leerroutes. Die kunnen goed werken. Ze zijn mogelijk. Het is nu echter vaak te vrijblijvend en te complex. Zo hebben grotere roc's vaak geen prikkel om met kleinere vmbo's samen te werken. Is de minister bereid om te verkennen hoe we ervoor kunnen zorgen dat we deze samenwerking kunnen vergemakkelijken en stimuleren? Welke ambitie heeft de minister op dit punt?
Voorzitter. Dan de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Die is al door een aantal collega's benoemd. Kan de minister reflecteren op de brief die het Nationaal Joods Studenten Overleg heeft gestuurd? Dat ziet steeds meer Joodse studenten naar het buitenland vertrekken. Is de minister daarnaast bereid om de door de NJSO aangedragen punten te betrekken in de gesprekken met universiteiten en de Kamer hierover een terugkoppeling te geven?
Voorzitter. Tot slot suïcidepreventie. Ook daar moet de overheid haar rol pakken. Het gaat immers letterlijk over leven en dood. Ik heb een amendement ingediend om effectieve interventies voor depressie- en suïcidepreventiebeleid door het ministerie te laten bekostigen. Nu gaat er vanuit de OCW-begroting geen enkele euro naar de bekostiging van interventies in het voortgezet onderwijs. Is de staatssecretaris bereid om deze interventies te ondersteunen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een korte vraag van mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik zag een speech van de partijleider van de heer Ceder. Zij zei daarin dat sommige scholen geen Holocausteducatie gaven. Ik schrok me rot. Dat lijkt me verschrikkelijk. Volgens mij moet het ook. Het staat gewoon in het curriculum. Ik ken die scholen niet. Zou meneer Ceder wat kunnen vertellen over welke scholen dat precies zijn?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij verwijst mevrouw Moorman naar een lezing die mevrouw Bikker gister gaf. Volgens mij ging het vooral over het ongemak dat bij een aantal leraren bestaat, over de context van het klaslokaal en het ongemak om het onderwerp te bespreken. Mevrouw Moorman stelt: die scholen ken ik niet. Het is niet zo dat het niet besproken wordt. Het gaat om het ongemak dat leraren ervaren in de context van het klaslokaal. Dat constateren we al jaren. Volgens mij zijn we het ook met elkaar eens dat het niet goed is. Dat is, denk ik, de nuancering.
Mevrouw Moorman (PRO):
Gelukkig. Dan heb ik gewoon te snel de kop gescand, denk ik. Het is heel goed dat we iets aan dat ongemak doen, maar gelukkig zijn er geen scholen — of ik ken ze niet — waar geen les wordt gegeven over de Holocaust. Het lijkt me inderdaad heel belangrijk dat dat wél gebeurt. Over het ongemak moeten we het hebben.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Fijn. Als ik daar een motie over weet in te dienen, weet ik mevrouw Moorman te vinden.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman staat al klaar. Zij gaat spreken namens de fractie van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goeienavond. Dank u wel, voorzitter. Van alle begrotingen had deze misschien wel de minst spannende moeten worden. Het werd immers groots aangekondigd: we herstellen lelijke bezuinigingen op onderwijs en onderzoek die direct raken aan de kansengelijkheid. Inmiddels hangen er toch weer donkere wolken boven onderwijs, cultuur en wetenschap. Het mbo, hbo en wo krijgen in de komende jaren tientallen miljoenen minder door het niet compenseren van de inflatie. Het ministerie moet 30% besparen op personeel. Met de deal over de begroting van Sociale Zaken hangen bezuinigingen van 1,2 miljard als dreiging boven deze begroting. Overigens is dat evenveel als de PVV bezuinigde.
Dat terwijl investeringen in het onderwijs, van de basisschool tot het mbo, van de voorschool tot de universiteit en alles ertussenin, zo hard nodig zijn. Van de helft van de investeringsmaatregelen in deze begroting is voor de Kamer niet te controleren waaraan het geld precies wordt uitgegeven. Waarom zijn niet alle investeringen onderbouwd? Wil het kabinet dit alsnog doen? Hoe zorgt het kabinet dat onderwijsgeld ook echt wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld? Vanmiddag — collega's hadden het er al over — spraken we scholen met veel achterstandsleerlingen, die een groot deel van hun budget kwijt dreigen te raken aan onderwijsachterstanden. Wil het kabinet dit herstellen? Daarnaast zitten in deze begroting ook bezuinigingen. Het indicatieve OCW-effect van de loon- en prijsbijstelling op de coalitieakkoordmiddelen bedraagt 26,8 miljoen in 2027 en loopt op naar 100 miljoen in 2030. Het ministerie moet jaarlijks 243 miljoen gaan besparen op zijn eigen personeel. Hoe denkt het kabinet dit te gaan doen? Is er al een indicatieve verdeling? Welke impact gaat dit hebben op de kwaliteit?
Toen dit kabinet aantrad, was er enige opluchting bij al die mensen in het onderwijs en de wetenschap die actie hebben gevoerd. Inmiddels blijkt dat velen helemaal niet terugkrijgen wat ze hadden. Geesteswetenschappen komen bijvoorbeeld steeds verder onder druk te staan. Steeds meer geld gaat naar kortlopend en toegepast onderzoek. Universiteiten voeren nu heftige bezuinigingen door en de 3%-norm van het bbp naar onderzoek en ontwikkeling raakt verder uit beeld.
De SP maakt zich grote zorgen over de militarisering van het onderwijs en de wetenschap. Om de sterk oplopende uitgaven aan defensie te betalen, wil dit kabinet keihard bezuinigen op de samenleving, bijvoorbeeld 10 miljard op de zorg. Als er geen deal komt over de SZW-begroting, gebeurt dat ook in het onderwijs en de wetenschap. Vervolgens krijgt Defensie steeds meer ruimte in het onderwijs en de wetenschap. We hebben daar grote zorgen over. Het tast de onafhankelijkheid aan. Het zet met name armere leerlingen en studenten onder druk om voor Defensie te kiezen, omdat dat wél goed gefinancierd wordt. Het kan ook de kwaliteit onder druk zetten. We zien nu dat Defensie steeds meer onderwijs verzorgt: van keuzedelen in het mbo tot militaire minors in het hoger onderwijs. Programma's die eigenlijk bedoeld zijn om te werven voor het leger gebruiken onderwijstijd voor militaire doeleinden. Studenten kunnen zich om financiële redenen gepusht voelen. De vergoeding van soms wel €2.200 per maand voor de Nationale Weerbaarheidstraining is een sterke prikkel.
Voor onderzoek werkt defensie in toenemende mate samen met universiteiten en het mbo. Bij onderzoek wordt gezegd dat de academische vrijheid vooropstaat, maar de vraag is wat daarvan overblijft als onderzoeksinstellingen geconfronteerd worden met een financiële prikkel, zeker wanneer die gecombineerd wordt met financiële onzekerheid vanuit OCW. In gevallen van cofinanciering haalt dit bovendien geld weg bij ander onderzoek. Toezicht op dual-use-onderzoek ontbreekt.
Het publiek heeft meer vertrouwen in de wetenschap dan in de politiek. Dat vertrouwen daalt als Defensie invloed krijgt op ons onderzoek. Er zijn zorgen over het gebrek aan ruimte voor een andere visie op defensie en weerbaarheid. Erkent het kabinet dat dit problematisch is? Erkent het kabinet dat jongeren door een financiële prikkel naar Defensie gepusht worden? Erkent het kabinet dat wetenschappelijke vrijheid in het gedrang komt en, zo ja, wat wil zij daaraan doen?
Voorzitter. Ik wil hier de woorden van een voorganger van deze minister in herinnering roepen: minister Bussemaker. Zij zei tegen de Kamer: "Pas op met het aanwakkeren van leenangst bij studenten." En: "Als we steeds zeggen dat lenen heel erg is, zonder daarbij een nuancering te geven, dan gaan we studenten echt bang maken om te gaan studeren." Tegen studenten zei ze: "Laat je niet gek maken." Aflossen zou heel sociaal zijn. En nu? Nu krijgen studenten te horen dat de rente op de lening die ze van de minister aan moesten gaan, weer hard stijgt. En het huis dat ze gewoon konden kopen met die studielening? Dat kan vaak helemaal niet. En nu? Nu is er weer een kabinet dat zijn beloftes aan studenten breekt. Dit kabinet beloofde de rente op studieleningen te maximeren op 2,5% en nu schrapt het deze maatregel ineens. Dit is weer een gebroken belofte. Kunt u zich voorstellen dat oud-studenten woest zijn? Wil het kabinet alsnog zorgen dat die 2,5%-maximering van de studielening er komt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Fijn dat u er allemaal nog bent, aandachtig naar deze mooie bijdrage luisterend.
Voorzitter. Waar je in Nederland ook woont, elke leerling die van school komt, moet kunnen rekenen, schrijven en lezen. Het is dan ook schokkend dat kinderen in een ontwikkeld land als Nederland als halve analfabeten van school afkomen. In 2025 stond Nederland zelfs bijna onderaan. Alleen Griekenland scoorde lager. Hoe kun je als kind ooit functioneren in onze maatschappij als je niet goed kunt lezen, schrijven of rekenen? En wat is onderwijs waard als je dit niet goed leert op de basisschool of op de middelbare school?
Voorzitter. Bibliotheken spelen ook een belangrijke rol bij het goed kunnen lezen, maar samenwerking tussen scholen en bibliotheken moet wel van twee kanten komen. Wat verwacht het kabinet concreet van scholen en kinderopvang in die samenwerking? Kan dit ook wettelijk verankerd worden voor scholen en kinderopvang, zoals dat voor de bibliotheken is gebeurd? En hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat de financiering voor het versterken van de leescultuur ook na 2027 doorgaat?
Voorzitter. Natuurlijk leert niet ieder kind het beste uit een boek. Sommige kinderen leren juist door met hun handen te werken. Neem bijvoorbeeld de schooltuin; daar leer je dat een wortel niet in een bakje in de supermarkt wordt gemaakt maar in de grond, dat voedsel niet vanzelfsprekend is en dat je iets moet zaaien en verzorgen en geduld moet hebben voordat je kunt oogsten. Hoe kunnen we de schooltuinen nog beter ondersteunen zonder scholen met nieuwe verplichtingen op te zadelen, vraag ik aan de staatssecretaris.
Voorzitter. Toch lijkt het in Den Haag soms alsof iedereen maar theoretisch opgeleid moet worden. BBB wil daarom ook weten hoe het staat met de wettelijke regeling voor rechtstreekse en ongedeelde bekostiging van het praktijkonderwijs. Wanneer kunnen deze scholen daar nu eindelijk op rekenen?
En dan de Talentstrategie. Daarin gaat het over AI, digitalisering en nieuwe technologieën. Dat is allemaal ontzettend belangrijk, maar zonder de mensen die die technieken daadwerkelijk kunnen toepassen, komen we nergens. Waarom krijgt het groene onderwijs, bijvoorbeeld via het Groenpact, geen duidelijke plek in deze strategie? En hoe zorgt de minister ervoor dat ook mbo'ers en praktisch geschoolde vakmensen hierin wél worden meegenomen?
Voorzitter. Dan naar de kappers; niemand kan zonder. Dit is een mooi voorbeeld van een sector waarin jonge mensen het vak vooral in de praktijk leren, gewoon bij de kapper om de hoek. Maar vanaf 1 januari 2027 stijgt het minimumjeugdloon en moeten de bbl'ers, de beroepsbegeleidende leerweggers, hetzelfde gaan verdienen als een kapper met een diploma. Dat betekent hogere loonkosten voor ondernemers die jonge mensen juist het vak willen leren. Laten we eerlijk zijn: een leerling is nog geen volleerd kapper. Die moet namelijk begeleid worden. Dat kost tijd en geld. Voor een kleine kapsalon kan het daardoor steeds minder aantrekkelijk worden om leerlingen aan te nemen. Dat moeten we niet willen. Ziet de minister het risico dat kleine leerbedrijven straks afhaken en is zij bereid om te onderzoeken of de subsidie praktijkleren vanaf 2027 omhoog moet, zodat ook kleine ondernemers leerlingen kunnen blijven opleiden?
Voorzitter. Van de kapper naar de tandarts, iets minder leuk maar wel nodig. In steeds meer regio's wordt het moeilijk om een tandarts te vinden. En wat doen we? We houden het aantal opleidingsplaatsen beperkt, omdat uitbreiding te duur zou zijn, maar een tekort aan tandartsen kost de samenleving uiteindelijk ook geld. Belangrijker nog: mensen moeten gewoon naar de tandarts kunnen; dat is een basiszorg. Het Capaciteitsorgaan heeft geadviseerd om meer tandartsen op te leiden. Toch zijn er bijvoorbeeld in Groningen voor het studiejaar 2027-2028 maar 69 eerstejaarsplekken. Waarom neemt het kabinet dit advies niet over? Is de minister bereid om opnieuw te kijken naar uitbreiding van de opleiding, juist ook buiten de Randstad? Ik wijs op het amendement dat ik meegetekend heb met de heer Stoffer.
Dan de studieschulden. Studenten werd een renteplafond van 2,5% beloofd. Daarvoor was 40 miljoen euro per jaar gereserveerd, maar nu blijkt dat dit minimaal 160 miljoen euro kost, vier keer zoveel dus. Nu kan de belofte ineens niet meer worden waargemaakt. Ik vind dat bizar. Je kunt studenten niet eerst iets beloven en vervolgens zeggen: sorry, we hebben verkeerd gerekend. Wat gaat de minister nu concreet doen om studenten met een studieschuld tegemoet te komen? En kan de minister garanderen dat een eventuele oplossing niet wordt betaald door ergens anders in het onderwijs te bezuinigen? Studenten mogen immers niet de rekening krijgen van verkeerde berekeningen in Den Haag.
Voorzitter, tot slot. Wij maken ons ook grote zorgen over de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op hogescholen en universiteiten. Bij demonstraties en incidenten lijken instellingen zich soms te verschuilen achter de vraag of iets strafbaar is. Een veilige universiteit begint niet pas bij de vraag of iets strafbaar is. Instellingen hebben namelijk ook hun eigen huisregels en gedragsregels voor een sociaal-veilige leer- en werkomgeving. Tegelijkertijd zien we dat bestuurders wel hun beleidsruimte benutten als het gaat om Israël, academische samenwerking of boycots. Dan worden er ineens keuzes gemaakt die verder gaan dan de juridische plicht is. Waarom lijkt die bestuurlijke ruimte veel kleiner wanneer het gaat om de bescherming van Joodse studenten en medewerkers? Kan de minister bevestigen dat instellingen ruimte hebben om op te treden tegen antisemitisme, intimidatie, uitsluiting en ander ongewenst gedrag, ook wanneer de grens van het strafrecht níét wordt overschreden? Wil de minister de instellingen vragen om jaarlijks te rapporteren over de invoering van de aanbevelingen van de Taskforce Antisemitismebestrijding?
Dank u wel.
De voorzitter:
U was aan het einde gekomen van uw bijdrage?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik hoor mevrouw Van der Plas mooie woorden spreken over het onderwijs. Dat hoorde ik ook in de eerdere vragen die zij eerder in het debat stelde. Ik ben dan toch benieuwd hoe zij terugkijkt op de grove bezuinigingen die in het kabinet onder Wilders zijn doorgevoerd, waar ook een BBB-minister op Onderwijs zat. Hoe reflecteert zij daar terugkijkend op?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister van Onderwijs was pas later van BBB, nadat twee partijen waren weggelopen uit het kabinet. Maar ik loop zeker niet weg voor deze vraag. In een kabinet en in een coalitie maak je afspraken met elkaar waarbij je als partij soms wat dingen moet inleveren die je liever niet inlevert, dat weet mevrouw Rooderkerk ook. Maar zo werkt het in coalitieonderhandelingen. We hebben vervolgens goede gesprekken gehad met de oppositie waardoor een groot deel van de onderwijsbezuinigingen weer is hersteld. Zo gaat het in een coalitie. Daarom ben ik blij dat ik niet meer in een coalitie zit. Dat zal ik u eerlijk vertellen.
De voorzitter:
Oké.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zo werkt dat. Mevrouw Rooderkerk weet heel goed hoe dat werkt. Er staan nu ook dingen in het coalitieakkoord waarvan ik overtuigd ben dat D66 die liever niet had gehad. Zo werkt het als je met elkaar samenwerkt.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik vind het wel verfrissend dat er nu wordt gezegd — ik zeg het even in mijn woorden — dat we dat misschien niet hadden moeten doen. Dat denk ik ook. We hebben er toen vanuit de oppositie heel hard aan gewerkt om ervoor te zorgen dat we een deel van die bezuinigingen konden terugdraaien. Ik ben heel blij dat we nu al die bezuinigingen terugdraaien. Ik hoop ook dat we mevrouw Van der Plas dan verder aan onze zijde vinden als het gaat om de investeringen in het onderwijs.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het is duidelijk dat dat nu heel hard nodig is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goede plannen steunen we; slechte plannen steunen we niet. Zo staan we er altijd in. Als D66 met goede plannen komt op het gebied van onderwijs, dan vindt u ons zeker aan uw zijde.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Dassen die spreekt namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Het onderwijs is de plek waar je jezelf ontwikkelt en waar je groeit. Groeien is zoveel meer dan alleen het opdoen van kennis. Het onderwijs is ook de plek waar je bureautje naast dat van een ander staat, van iemand die anders denkt, anders spreekt of een andere achtergrond heeft. Het is de plek waar je ontdekt, waar je van elkaar kunt leren en waarin je samen deelt. Als mensen samen groeien, zorgt dat voor een samenleving waarin je uiteindelijk een mooie plek hebt op de arbeidsmarkt. Het zorgt voor baanbrekend onderzoek, vernieuwing en het delen van kennis. Het onderzoek van vandaag is de oplossing voor morgen. Dat geldt voor vraagstukken rond klimaat, veiligheid en AI.
Voorzitter. Met deze kennis is het onbegrijpelijk dat boven dit debat toch een bezuiniging van 1,2 miljard euro hangt. Dat is iets waarvan de minister aanvankelijk niet op de hoogte leek. Deze bezuiniging lijkt mij onwenselijk. Ik hoor dan ook graag wat inmiddels de reactie van de minister daarop is. Onze uitgaven aan kennis en innovatie lopen al mijlenver achter als het gaat om het Europees gemiddelde, Azië en de Verenigde Staten. En dat is zonde, want juist daarin zien we dat toekomstig verdienvermogen ontwikkeld kan worden, dat mensen zichzelf kunnen ontwikkelen en dat we baanbrekend onderzoek kunnen doen.
Maar er gebeuren ook heel goede dingen. Er zijn financieringen die direct impact maken, zoals het Tulp Fonds. Daarmee werden tot nu toe al meer dan 30 internationale topwetenschappers naar onze universiteiten gehaald, voornamelijk vanuit de VS. Ik denk dat dit ook aantoont dat heel veel wetenschappers ook graag naar Nederland willen komen vanwege het onderwijs dat we hier geven en hebben. Daarom ben ik benieuwd waarom dit fonds niet verder gefinancierd wordt. Ik zou juist zeggen: als we iets succesvols hebben, dan moeten we dat ook voortzetten met elkaar.
Voorzitter. Een lege maag of financiële zorgen thuis beïnvloeden de leerprestaties. Daarom is het goed dat dit kabinet de reguliere schoolmaaltijden doorzet, iets waarvoor Volt samen met D66 eerder gestreden heeft. Maar in de zomer- en wintervakantie worden deze schoolmaaltijden stopgezet. Daarmee wordt gekort op de meest kwetsbare kinderen die het dan nog steeds nodig hebben en functioneren met een lege maag. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris bereid is om te zoeken naar mogelijkheden om de succesvolle zomer- en winterpakketten ook de komende jaren door te zetten.
Voorzitter. Beloofd is beloofd. Het regeerakkoord was duidelijk over het renteplafond. Maar het kabinet breekt hier wederom haar eigen beloften. Van de 0% en de veiligste lening gaan we nu naar een all-time high. De politiek jojoot hier met percentages, wat voor veel studenten bepaalt of ze wel of niet doorstuderen en of ze wel of niet kunnen groeien. Is de minister het met mij eens dat de politiek met dit soort besluiten keer op keer het vertrouwen van studenten schaadt? Kan zij reflecteren op het feit dat door het verbreken van deze belofte de kansenongelijkheid in studiemogelijkheden alleen maar zal toenemen? Ik ben, gezien een gedeelte van dit debat, ook nog wel benieuwd naar wat de achterliggende gedachte was in het coalitieakkoord. Het renteplafond stond op 2%. Als het dan hoger wordt, zou je ervan uitgaan dat je juist waarborgt dat iedereen kan blijven studeren.
Voorzitter. Onderwijs laat groeien, maar waar groei je naartoe? AI heeft een enorme impact op onze samenleving en dus ook op het onderwijs. 90% van de scholieren gebruikt AI. Studenten schrijven er hun scriptie mee. Daarmee hollen basisvaardigheden achteruit, mede doordat scholieren hun lees-, schrijf- en denkwerk uitbesteden aan chatbots. Terwijl deze AI-trein doordendert loopt het beleid van het kabinet nog achter. Scholen, universiteiten, leerlingen en studenten vragen om sturing. Die moet er zo snel mogelijk komen. De vraag is niet hoe we AI nu volledig uit het onderwijs weren. In plaats daarvan gaat het erom hoe we het systeem veranderen zodat onze leerlingen kritisch blijven, maar dat het hen ook klaarstoomt voor de toekomst. Dus hoe maken we het curriculum AI-proof? Hoe voorkomen we dat door AI de kansenongelijkheid groeit? Wat zouden leerlingen moeten leren over AI om dat op een goede manier te kunnen gebruiken?
Het huidige systeem schiet tekort als scholieren en studenten hun kritische denkwerk uitbesteden aan AI en daarnaast onvoldoende over de kansen en risico's van het gebruik ervan leren. In dat licht heb ik nog drie vragen. Hoe kijkt de staatssecretaris naar een verbod op AI in het basisonderwijs, zoals in Noorwegen het geval is? Welk landelijk kader gaat de staatssecretaris stellen voor het voortgezet onderwijs? Dit is de fase waarin je juist kan leren over de kansen van AI, maar ook AI-geletterdheid krijgt. Welke transitie moet het vervolgonderwijs ondergaan om aan te blijven sluiten op de veranderende arbeidsmarkt? Het is immers een belangrijke vraag waartoe we onze studenten en leerlingen uiteindelijk opleiden. Hoe zorgen we ervoor dat ze ook daadwerkelijk aan de bak kunnen?
Tot slot, voorzitter. Onderwijs en onderzoek vormen de motor van onze welvaart. Ze zijn het fundament van onze democratie en de sleutel tot gelijke kansen. Maar als we nu bezuinigingen doorvoeren, de ongelijkheid laten groeien en de grip op technologische ontwikkelingen verliezen, dan zetten we onze toekomst op het spel. Het is aan de politiek om in deze veranderende wereld te komen met een visie, een visie waarin het onderwijs talenten benut en daadwerkelijk laat groeien.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Van der Plas. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vermoed dat de heer Dassen de hele avond ziek is geweest ...
De heer Dassen (Volt):
Ziek hard onderhandeld heeft, ja!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor aan de stem van de heer Dassen dat hij niet in orde is.
De voorzitter:
U maakt zich zorgen!
De heer Dassen (Volt):
Attent.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, ik vind het heel goed dat hij hier staat, want als ik hem zo hoor, denk ik: hij had ook in z'n bed kunnen liggen om gewoon effe lekker beter te worden.
De voorzitter:
Dit zouden aannames kunnen zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, maar hoor ik wel aan z'n stem dat hij verkouden is. Of hij heeft heel hard geschreeuwd op een feestje; dat kan ook.
De heer Dassen (Volt):
Dat kan allebei.
De voorzitter:
Ik zou het in het midden laten. Mevrouw Van der Plas, u heeft een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hoe dan ook, ik wil het even hebben over de schoolmaaltijden. Toen wij nog in het kabinet zaten, hebben wij ons namelijk ook achter de financiering van schoolmaaltijden geschaard. Ik vind het ook belangrijk dat kinderen die thuis niet voldoende hebben of geen ontbijt of lunch krijgen, gewoon gezonde voeding krijgen. Maar ik zit dan altijd met de vraag: hoever gaat dat? Hoe kijkt de heer Dassen daarbij aan tegen de verantwoordelijkheid van ouders? Het minste wat je toch moet kunnen doen, is kinderen een boterham meegeven naar school? Hoe kijkt hij daarnaar? Nemen we niet te veel verantwoordelijkheid weg bij ouders? Dat is eigenlijk mijn vraag.
De heer Dassen (Volt):
Dat is een vraag die vaak opspeelt in deze discussie. Laat ik dan beginnen bij de meest kwetsbare kinderen, die ouders hebben met totale financiële stress. We weten gewoon, vanuit scholen maar ook vanuit onderzoek, dat op het moment dat jij zo veel financiële stress hebt, het soms zelfs te veel gevraagd is om te zorgen dat je kinderen een boterham meekrijgen naar school. We weten dat sommige kinderen gewoon zonder gevulde broodtrommel naar school gaan. Dat is dus de ene kant van het verhaal. Daarvan zeg ik: dat is al een goede reden om dit met elkaar te doen.
Daarnaast heb je de voordelen van schoolmaaltijden die verder reiken dan alleen maar een gevulde maag. Het gaat namelijk ook over sociale cohesie op scholen, over de band met de buurt. Al dat soort wezenlijke aspecten die de school eigenlijk veel beter maken, komen terug bij deze schoolmaaltijden. Ik denk dat dat ook wezenlijk is. Aan het begin dacht ik dat we tegen een probleem zouden aanlopen als we dit maar aan een kleine groep kinderen gingen geven, want wat gebeurt er dan? Dan heb je namelijk een kleine groep waarvan mensen en dus ook andere kinderen weten: o, die krijgen dat. Dan heb je dus niet die sociale cohesie, terwijl we juist op scholen zien dat als ze gezamenlijk ontbijten of lunchen, dat onwijs goed is voor de dynamiek in de klas en voor de saamhorigheid. Dat is volgens mij een van de positieve aspecten van deze maatregel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat de heer Dassen daar een goed punt heeft. Je ziet in Engeland, Ierland, Amerika en in heel veel andere landen, ook in Europa, zoals in België en Frankrijk, ook al dat er gewoon standaard op school gegeten wordt. Maar dan heb je het volgens mij over iets anders dan over een schoolmaaltijd omdat sommige kinderen anders met honger naar school gaan. Ik begrijp dan uit de woorden van de heer Dassen dat hij eigenlijk het liefste een systeem ziet waarbij er op scholen gewoon altijd gezamenlijk wordt gegeten, met een schoolkantine waar het eten wordt bereid. Daar zitten dan de kinderen van die school gewoon samen ontbijt of lunch te eten. Dat is dus wat anders dan schoolmaaltijden an sich voor kinderen die met honger naar school gaan.
De heer Dassen (Volt):
Nou, het positieve is natuurlijk dat je daarmee ook zorgt dat je uiteindelijk voorkomt dat er leerlingen met honger naar school gaan, omdat je dus met elkaar op school eet. Maar het is voor mij breder. Ik ben inderdaad zelf ook op verschillende scholen geweest waar de boterhammen gezamenlijk gesmeerd werden of waar er lunches verzorgd werden. Dat geeft uiteindelijk een dynamiek in de klas die zorgt dat leerlingen dichter bij elkaar komen en waardoor andere gesprekken op gang komen, wat ook goed is voor de leerkrachten. In dat opzicht ben ik het eens met mevrouw Van der Plas dat dat breder zou moeten.
De heer Kisteman (VVD):
Hoorde ik de heer Dassen nou vragen om een verbod op AI in het primair onderwijs naar Noors model, of had ik dat verkeerd begrepen?
De heer Dassen (Volt):
Dat heeft u helemaal correct begrepen; dat klopt.
De heer Kisteman (VVD):
Dat is mooi kort.
De voorzitter:
Ja.
De heer Kisteman (VVD):
Dat is ook hoe ik het graag wil houden.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij dat dat duidelijk is overgekomen.
De heer Kisteman (VVD):
Er zijn namelijk kerndoelen voor digitale geletterdheid vastgelegd, ook voor het primair onderwijs. Voor kinderen in het primair onderwijs gaat dat onder andere over het beschrijven, het erkennen en het verantwoord ermee omgaan. Wil de heer Dassen de kerndoelen dan gaan herzien en dat stukje eruit halen?
De heer Dassen (Volt):
We zien dat AI in het schoolwerk er voornamelijk toe leidt dat de basis- en cognitieve vaardigheden van kinderen achteruithollen, zeker op basisscholen. Dat zien we nu in onderzoek. We zien dat AI in het basisonderwijs wel gebruikt kan worden in het voorbereiden van de les, maar niet door leerlingen zelf gebruikt moet worden. Dat is precies waarom wij zeggen: in dat stukje moet er een verbod zitten. Na het primair onderwijs moet je gaan kijken naar AI-geletterdheid en daarop gaan sturen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Kisteman (VVD):
Tot slot. Kinderen zitten thuis op jonge leeftijd al met allerlei AI-programma's te werken en dingen te doen. De heer Dassen zegt dan: prima dat het thuis wel gebeurt, maar in het onderwijs gaan we dat verbieden; we gaan hen niet met AI leren omgaan en dat op een veilige manier leren in te zetten.
De heer Dassen (Volt):
Ik zeg helemaal niet dat het prima is dat kinderen dat thuis allemaal gebruiken. Ik maak me grote zorgen over de snelle ontwikkeling en de cognitieve afbraak die we allemaal zien, op verschillende niveaus, op het moment dat AI gebruikt wordt. We hebben de afgelopen jaren veel discussies gehad over de telefoon in de klas en social media. Ik denk dat AI daar nog een veel groter aspect in is. Als we nu niet zorgen dat we daar aan het begin van deze enorme revolutie hard op gaan sturen en zorgen dat we niet foute keuzes maken, denk ik dat we dadelijk te laat zijn. Een van de dingen die je nu ziet, bijvoorbeeld in New York en Noorwegen, is het volgende. De OECD heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Zorg nou dat je bij het p.o. de basisvaardigheden, waar we ons allemaal zorgen over maken, op orde hebt. In het PISA-rapport hebben we gezien dat leerlingen die AI gebruiken twintig punten lager scoren dan anderen. Dat staat gelijk aan één jaar leren. Ik schrik daar echt van. Laten we nou zeggen dat we niet willen dat AI gebruikt wordt door leerlingen in het p.o. Dat heeft namelijk geen toegevoegde waarde. Daarna moeten ze AI-geletterdheid krijgen en moeten ze goed geholpen worden om te leren hoe ze dat op een juiste manier toepassen in het leven.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Wij gaan donderdag weer verder. Ik wil alle leden van de Kamer bedanken voor hun bijdragen en de leden van het kabinet voor hun aanwezigheid. Ik wil vooral alle mensen bedanken die er ook vandaag weer voor gezorgd hebben dat wij ons werk kunnen doen. Ik wens iedereen veilig thuis, een hele goede nacht en morgen gezond weer op. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 22.59 uur.