Plenair verslag Tweede Kamer, 13e vergadering
Dinsdag 13 oktober 2026

  • Begin
    14:00 uur
  • Sluiting
    22:40 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 148 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van 13 oktober 2026.

Vragenuur

Vragenuur


Vragen El Boujdaini

Vragen van het lid El Boujdaini aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht "Geen bezorging en verkeerde winkelprijzen na 'veiligheidsincident' bij Albert Heijn".

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw El Boujdaini voor haar vragen aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Als u zover bent, heeft u het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel, voorzitter. Wie vanochtend boodschappen deed bij Albert Heijn stond voor lege schappen. Er was weinig groente en fruit in de schappen en er was geen bezorging aan huis, ook niet voor mensen die daarvan afhankelijk zijn. Sinds zondag heeft Ahold last van een cyberincident. Ook in België merken mensen dat. In Frankrijk sloegen in honderden supermarkten de koelingen op hol door een cyberaanval op hetzelfde moment.

Ik wil beginnen met de medewerkers van Ahold die overuren draaien om dit op te lossen en om de schappen weer te vullen, heel veel succes te wensen. Wie hierachter zit of wat er precies is gebeurd, weten we nog niet. Dat is onduidelijk, maar dit laat wel zien hoe afhankelijk we zijn geworden van digitale systemen voor iets alledaags als ons eten. Dit raakt het dagelijks leven van iedereen in Nederland en het kan iedere supermarkt overkomen, maar hopelijk niet tegelijkertijd.

Voorzitter. Vorige maand waarschuwden onderzoekers er nog voor dat de schappen in supermarkten na een cyberaanval al binnen twee à drie dagen leeg kunnen zijn. Dat zien we nu dus gebeuren. Daarom mijn vraag: hoe zorgen we ervoor dat mensen eten kunnen blijven kopen ook als de systemen uitvallen, juist ook wanneer dit bij meerdere supermarktketens tegelijkertijd zou gebeuren?

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter, dank. Ik zal nog even toelichten waarom ik hier sta en niet de collega van Digitale Zaken. Dat heeft er met name mee te maken dat er veel vragen zijn over de voedselzekerheid. Moeten mensen zich daarover zorgen maken of niet? Het heeft er ook mee te maken dat dit gaat over een specifiek incident in de voedselketen. Dan ben ik inhoudelijk aan zet om het gesprek daarover met uw Kamer aan te gaan.

Er is op dit moment geen probleem rondom de voedselzekerheid. We zien dat het probleem alleen plaatsvindt bij Albert Heijn. Het gaat specifiek over de onlineverkoop en over de levering van bepaalde productcategorieën aan de supermarkten. Dat betekent dat mensen nog gewoon naar Albert Heijn kunnen gaan. Sommige schappen zullen inderdaad soms wat leger zijn dan u gewend bent. Andere supermarktketens in Nederland hebben nog geen problemen en daar gaan we op dit moment ook niet van uit. Die zorg kunnen we dus wegnemen.

Tegelijkertijd werken we als kabinet in den brede aan het verbeteren van de weerbaarheid van de voedselketen en de voedselzekerheid. We nemen precies dit soort scenario's mee in de uitwerking, zoals het Kamerlid van D66 ook heeft gevraagd. Dat doen we onder andere met het landelijk crisisplan voedselzekerheid. Dat stellen we in het eerste kwartaal van volgend jaar vast. De scenario's daarbinnen worden op dit moment nog verder uitgewerkt. Daar zijn we al heel ver mee, samen met de keten. We zullen ervoor zorgen dat de lessen uit dit incident daar nog verder bij betrokken worden.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Het is goed om te horen dat de voedselzekerheid in ieder geval niet in gevaar is. Ik wil extra aandacht vragen voor de digitale kant van dit incident, want digitale incidenten richten zich inderdaad niet op één sector. Ze kunnen overal voorkomen. Het is iets wat integraal over de domeinen heen gaat. Daarom wil ik de staatssecretaris vragen of er in ieder geval in de voedselketen momenteel een soort draaiboek is voor cyberincidenten of cyberdreigingen.

Staatssecretaris Erkens:
Daar wordt de laatste hand aan gelegd vanuit het landelijk crisisplan voedselzekerheid. Dat gaat over de meest ontwrichtende noodscenario's die u kunt bedenken en dus ook over cyberontwrichting. Daar wordt nu de laatste hand aan gelegd. Dat gaat trouwens wel over ingrijpendere scenario's dan wat op dit moment plaatsvindt. U moet dan denken aan scenario's waarin alle supermarkten getroffen worden of waarin de leveringen voor langere termijn onderbroken worden. Die worden exact uitgewerkt, zoals D66 vraagt.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dat is heel goed. Dat hebben we echt nodig om onszelf weerbaar te maken in de toekomst. Ik vind het fijn om dat te horen van de staatssecretaris. Ik denk dat het juist heel belangrijk is om dit breder te trekken. Het betreft nu deze sector, maar ik vraag het kabinet om dit ook mee te nemen richting de andere sectoren. We hebben namelijk gezien dat het bijvoorbeeld ook in de telecom gebeurt, zoals bij het datalek bij Odido. Ik wil de staatssecretaris dus vragen of deze gesprekken al plaatsvinden binnen het kabinet. Is dat al gaande?

Staatssecretaris Erkens:
Ja. We praten er in de breedte over, onder anderen met staatssecretaris Aerdts in dezen. We zullen de lessen uit dit incident ook onderling delen, zodat we continu blijven leren en voorkomen dat we dit per departement afzonderlijk doen. Je moet ervoor zorgen dat je hier juist lering uit trekt en dat die cyberweerbaarheid een stuk beter wordt.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil nog even verdergaan op wat er is gebeurd. Zoals ik eigenlijk al eerder zei, is het nu de supermarktketen, maar kan het de volgende keer het ziekenhuis of de drinkwatervoorziening zijn. Weet de staatssecretaris of het incident ook is gemeld bij het NCSC en de Autoriteit Persoonsgegevens?

Staatssecretaris Erkens:
Ik kan geen uitspraak doen over of het gemeld is, maar ik kan u wel vertellen dat er sinds de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet in augustus een meldplicht bestaat.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dan wil ik u wel heel graag op het hart drukken dat ik hoop dat dit ook echt gebeurt. Juist die autoriteiten zouden er ook mee aan de slag moeten gaan, vooral nu we zien dat het waarschijnlijk iets internationaals is en dat het wellicht verband houdt met elkaar, ook al weten we natuurlijk niet precies wat er aan de hand is.

Voorzitter. Ik wil even doorgaan met mijn allerlaatste vragen, want ik zie dat de tijd bijna om is. Het zal u wellicht niet verbazen dat ik er weer over begin, maar de vragen gaan over AI en kwantumtechnologie. Die zijn zich ook alleen maar verder aan het ontwikkelen. Zou de staatssecretaris in de gesprekken die hij met de supermarkten heeft ook de dreiging van AI en kwantum mee kunnen nemen, ook als het gaat over achterstallig onderhoud van de systemen die zich bijvoorbeeld binnen de voedsel- en supermarktketen bevinden? We moeten die verouderde systemen echt up-to-date houden, zodat we in de toekomst minder cyberdreigingen hebben.

Staatssecretaris Erkens:
Heel kort: daar ben ik toe bereid. We hebben de ambitie gesteld om voor de zomer van volgend jaar de nationale strategie voedselzekerheid verder ingevuld te hebben. Daarbij praten we onder andere met supermarkten over verdere acties om de weerbaarheid te vergroten. Ik kan toezeggen dat we deze onderwerpen daarbij zullen betrekken.

Mevrouw Beckerman (SP):
Eén groep die makkelijk vergeten wordt, zijn de werknemers. We hebben gehoord dat duizenden uitzendkrachten van Albert Heijn, Etos en Gall & Gall de afgelopen dagen naar huis zijn gestuurd, zeker in de logistiek, en dat zij zich zorgen maken of ze straks wel uitbetaald worden. De staatssecretaris had het erover dat hij met een crisisplan komt en dat er gesprekken gevoerd worden. Wordt daarin ook meegenomen dat deze werknemers beschermd worden en dat zij wel degelijk uitbetaald krijgen?

Staatssecretaris Erkens:
Ik heb op dit moment nog geen aanwijzingen gekregen van Albert Heijn dat daar een probleem mee zou ontstaan. Ik kan nu niet speculeren of daar problemen verwacht worden. Ik spreek later vandaag nogmaals met Albert Heijn, dus ik kan mevrouw Beckerman toezeggen dat ik die vraag aan hen zal stellen en het bespreekbaar zal maken.

Mevrouw Kathmann (PRO):
Ten eerste steek ik alle cyberexperts die bezig zijn om dit op te lossen en alles te herstellen een heel groot hart onder de riem en wens ik ze heel veel succes. Cyberexperts zeggen ook dat we de rust moeten bewaren, omdat we nog heel veel niet weten. Maar als je de rust moet bewaren, is er vaak ook onrust. Die is er op twee punten. Mensen maken zich zorgen over gegevens, terwijl we helemaal nog niet weten of dat terecht is. Mensen maken zich ook zorgen omdat er hen al is gevraagd om bijvoorbeeld voor drie dagen voedsel in huis te halen. Zij denken nu: dit komt wel heel erg dichtbij.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Kathmann (PRO):
Burgers goed informeren is het allerallerbelangrijkste. Daar is Albert Heijn op dit moment keihard mee bezig. We hebben hier al eerder gestaan om het kabinet te vragen …

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Kathmann (PRO):
... of de overheid daar mede een verantwoordelijkheid in pakt bij grote cyberincidenten. Kunt u ervoor zorgen, vraag ik via de voorzitter, dat er zo snel mogelijk een soort escalatieladder komt voor bij grote cyberincidenten? Gaat de overheid die bedrijven meehelpen om burgers zo goed mogelijk te informeren?

Staatssecretaris Erkens:
In eerste instantie ligt die verantwoordelijkheid op dit moment bij Albert Heijn. Afhankelijk van de zwaarte van het incident neemt ook de rol van de overheid daarin toe. Ik kan u toezeggen dat ik dit aspect begin volgend jaar ook zal betrekken in het landelijk crisisplan voedselzekerheid, waarin dit soort scenario's uitgewerkt worden.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Honderd procent veiligheid bestaat niet, ook niet online, hoe goed een bedrijf zijn beveiliging of systemen ook op orde heeft. Ik zou willen vragen om in dat nieuwe plan, dat volgend jaar naar de Kamer wordt gestuurd, ook de analoge terugvalopties mee te nemen. Systemen kunnen namelijk uitvallen. Of het nou een hack is, een storing of iemand die ergens een kabel heeft kapotgemaakt: het kan allemaal. We moeten daarop voorbereid zijn, zodat Nederland door kan draaien. Kan de staatssecretaris die toezegging doen?

Staatssecretaris Erkens:
Ik kan toezeggen dat ik dat meeneem. Laat ik één voorbeeld noemen. De gesprekken die we gaan voeren, gaan onder andere over cyberaanvallen en stroomuitval. Je moet nadenken over heel basale vragen. Hoe gaan bijvoorbeeld de deuren open die nu automatisch opengaan? Als je geen analoge terugvaloptie hebt, kan de supermarkt bevoorraad worden, maar komen mensen nog steeds niet naar binnen of naar buiten. Die opties nemen we dus mee. Ik denk wel dat het goed is om te melden dat er bij elke beleidsoptie die we daarvoor in kaart brengen, natuurlijk ook een kostenplaatje zal zijn. Het zou kostenverhogend kunnen werken in de voedselketen. Het kabinet probeert het heel gericht op de grootste risico's te doen, om te voorkomen dat mensen het merken aan de prijs van de boodschappen. Weerbaarheid komt namelijk met een prijskaartje. Volgens mij heeft niet alleen uw Kamer, maar ook het kabinet besloten dat we bereid zijn de weerbaarheid te vergroten. Dat willen we om die reden wel doordacht en gericht doen.

De heer Lohman (CDA):
Voedsel is een absolute basisvoorziening. Dat we blijkbaar bij mogelijke cyberaanvallen niet in staat zijn om systemen door te laten lopen vind ik echt zeer zorgwekkend. De staatssecretaris gaat in gesprek. Wat kan hij toezeggen om te zorgen dat bedrijven proactief investeren in terugvalopties en noodvoorzieningen in het geval van cyberaanvallen? Misschien kan het door daar een gezamenlijke verantwoordelijkheid te organiseren. Als tweede: hoe kijkt hij naar de rol van de agrarische sector en bijvoorbeeld kortere ketens in de noodvoorziening, als dit echt vaker een probleem gaat worden?

Staatssecretaris Erkens:
Om de tweede vraag eerst te beantwoorden: we nemen de agrarische sector mee in het uitwerken van de strategische agenda voedselzekerheid. We kijken specifiek naar de gehele keten bij het verbeteren van de weerbaarheid. De agrarische sector zal dus worden meegenomen in die gesprekken. Dan de eerste vraag. Hoe zorgen we ervoor dat die maatregelen genomen worden? Het kabinet heeft niet stilgezeten. Mijn voorgangers hebben dat op dit vlak trouwens ook niet. In augustus is de Cyberbeveiligingswet in werking getreden. Daarbij zit een zorgplicht voor de belangrijkste entiteiten om de cyberveiligheid te verbeteren binnen hun concern. We hebben de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, waarvoor de belangrijkste spelers in de voedselketen aangewezen zullen worden om aanvullende maatregelen van weerbaarheid te treffen. Ook vanuit de overheid zullen wij daar toezicht op houden en zullen we ook druk kunnen uitoefenen mocht dat niet het geval zijn. Die wettelijke bevoegdheden worden inderdaad as we speak vastgesteld.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording.


Vragen Van der Plas

Vragen van het lid Van der Plas aan de minister van Justitie en Veiligheid over de Hamas-verering op diverse plekken in Nederland op 7 oktober.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar mondelinge vragen namens de BBB aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Waar te beginnen, zou ik zeggen. Terwijl Joden op 7 oktober in een zwaarbeveiligde omgeving in een synagoge, op een geheimgehouden locatie, zwaarbeveiligd door politie en marechaussee hun vrienden en familie moesten herdenken naar aanleiding van 7 oktober, stonden een paar honderd meter verderop in Amsterdam op de Dam mensen te zwaaien met Hamasvlaggen. "Wij steunen Hamas", "Lang leve Hamas" en "We support Hamas", door mensen die geweld verheerlijken voor ons nationaal monument, de plek waar wij onze oorlogsslachtoffers herdenken en ook de Joden die werden vervolgd, weggevoerd en vermoord. Afgelopen zondag zagen we het opnieuw, weer in Amsterdam, maar ook op andere plekken in Nederland. Slachtoffers zitten zwaar beveiligd achter gesloten deuren en de terreuraanbidders staan midden op de Dam.

Iemand schreef ons: eerst negeren we het kwaad, dan staan we het kwaad toe, dan legaliseren we het kwaad, dan promoten we het kwaad, dan vieren we het kwaad en dan vervolgen we degenen die het nog steeds kwaad noemen. Ik ben het politieke wegkijken en de slappe excuses en het eindeloos tolereren hiervan spuugzat. Mijn eerste vraag aan de minister is: waar ligt uw grens? Wat moet er nog gebeuren voordat deze openlijke steun aan Hamas consequenties krijgt?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Weel:
Voorzitter. Dit was vér over mijn grens. Een klein jaar geleden was ik in Israël en heb ik daar de kibboets Nir Oz bezocht. Nir Oz was een kibboets waar onder anderen de familie Bibas woonde. Wat ik daar heb gezien, wat daar is gebeurd op 7 oktober, de puinzooi die daar is achtergelaten door moordende, ontvoerende en brandstichtende bendes, staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. Mensen zijn levend verbrand in hun huizen. Het waren sadistische acties. Er is een familie ontvoerd die later voor driekwart dood is teruggekomen in Israël. Als je dan bedenkt dat er mensen zijn die drie jaar later dat geweld, dat sadistische kwaad dat er die dag heeft plaatsgevonden, onder andere in die kibboets, toejuichen, hier in Nederland op de Dam, dan vind ik dat verschrikkelijk. Verschrikkelijk! Dan ben je ofwel ontzettend naïef ofwel kwaadwillend, ofwel gestoord of een combinatie van die drie. Maar dit kan niet en dit mag niet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dit kan niet en dit mag niet? Ik vraag wat de minister gaat dóén. Wat gaan we hier nu aan doen? Concrete antwoorden graag.

Minister Van Weel:
Dank voor de aanmoediging van mevrouw Van der Plas. Er zijn een aantal dingen die ik wil doen. Eén: er licht een wetsvoorstel over verheerlijking van terrorisme in uw Kamer. Ik wil dat zo snel mogelijk behandelen. Het doel van het wetsvoorstel is juist om dit te verbieden, dus het verbieden van steun in het openbaar aan terroristische organisaties en het verbieden van het verheerlijken van terroristische acties waarbij doden zijn gevallen. Alle uitingen die we hebben gezien, van "Hup Hamas" tot vlaggen en "long live the 7th of October" — hoe krijg je het op een bord geschreven? — worden verboden onder deze wet. Help mij, zeg ik via u, voorzitter, tot de hele Kamer, om dit wetsvoorstel zo snel mogelijk aangenomen te krijgen, zodat klip-en-klaar is wat wel en niet kan.

Op dit moment is het uiteindelijk aan het OM om te beoordelen of iets strafbaar is of niet. Het OM betrekt daarbij altijd de context en moet altijd kijken of hier sprake is van opruiing, of hier sprake is van het aanzetten tot haat, of hier sprake is van het oproepen tot geweld. Deze mensen, deze "kwaadwillenden", noem ik ze maar even, weten precies hoe ze over die lijntjes moeten wandelen om te zorgen dat ze niet klip-en-klaar strafbaar zijn, maar hier wel mee wegkomen. Daar wil ik dus van af. Dat is één.

Het tweede. We hebben hier al vaker met uw Kamer gesproken over wat we nou betamelijk vinden bij demonstraties en wat niet. Daarbij ging het ook vaak over gezichtsbedekkende kleding. Ook hierbij zagen we weer dat mensen zich volledig verschuilen om anoniem hun gif te kunnen spuien op zo'n dag, tijdens zo'n demonstratie. Daar kan al tegen worden opgetreden op dit moment. Dat kunnen burgemeesters verbieden. Dat is onder andere gebeurd bij de demonstratie op het Malieveld in Den Haag. Het feit dat ze daar niet aan voldeden, was daar aanleiding voor de burgemeester om die demonstratie te ontbinden. Ik wil dus met de burgemeesters zo snel mogelijk in gesprek om te vragen: kunnen we hier een landelijke lijn in vinden, waarin jullie allemaal eenduidig omgaan met dit soort demonstraties? Ze kunnen namelijk in elke stad plaatsvinden.

Het derde is dat we het makkelijker maken voor burgemeesters — dat maken we mogelijk in de Wet openbare manifestaties — om uit demonstraties mensen die dit opruien doen, die dit verheerlijken doen, meteen weg te plukken en weg te halen, zodat mensen die wél van goede wil zijn en demonstreren ... Overigens zou ik het nog steeds smakeloos vinden om dat op 7 oktober te doen, op een dag die in het teken van herdenking zou moeten staan, net zoals dat je op 9/11 niet met een "Hup, Al Qaida!"-bord gaat staan, maar dat terzijde. Maar we zorgen dat je sneller die wanordelijkheden uit zo'n demonstratie kunt halen. Dat zijn een aantal concrete zaken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is allemaal slap, slap, slap, slap, slap, slap, slap en nog eens slap. Het Wetboek van Strafrecht geeft al mogelijkheden om direct actie te ondernemen. Artikel 140 kun je bijvoorbeeld gebruiken, omdat het tonen van een Hamas-spandoek deelname of steun aan een terroristische organisatie is. Je kunt het ook onder opruiing scharen of onder artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht, over het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, of onder groepsbelediging, opruiingen tot haat of discriminatie. Waarom is dat niet gebeurd? Waarom verschuilen we ... Die wet — hou echt op over die wet — komt inderdaad, maar de wet geeft al mogelijkheden. Waarom gebeurt dat niet?

Minister Van Weel:
Omdat het OM in dit geval vindt dat deze demonstranten elke keer onder de drempel blijven van hoe het OM die wet op dit moment interpreteert. Daarom wil ik die nieuwe wet ook. U kunt het er niet mee eens zijn en ik zou willen dat ze morgen opgepakt en vervolgd werden voor deelname aan een terroristische organisatie, maar het OM moet dat uiteindelijk doen. Daarom wil ik het OM ook helpen, door hen een wet te geven waarmee ze dit wél gewoon kunnen veroordelen. Nu is dat in een aantal gevallen wel gebeurd. Er zijn ook verboden uitingen gezien. Maar in een heleboel gevallen wordt er gezegd: ja, daar kunnen we nu niks tegen. Die mensen weten dat; die lachen ons uit.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die mensen lachen ons inderdaad uit. Zo'n spandoek kun je gewoon afpakken. Er is ook een ander spandoek afgepakt, waarop mevrouw Yeşilgöz werd vergeleken met Hitler. Waarom kan dit niet worden afgepakt? Het Wetboek van Strafrecht geeft daar al mogelijkheden toe.

En dan over de burgemeester van Amsterdam. Minister, u bent de minister. U moet regie hierover pakken. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid van alle mensen in Nederland, inclusief onze Joodse mensen. De minister geeft aan: ik ga spreken met Halsema. Wij willen daar een terugkoppeling over. Maar ik wil ook dat er onderzocht wordt of burgemeester Halsema vervangen kan worden als hoofd van de veiligheidsregio. Het zijn van het hoofd van de veiligheidsregio is niet gekoppeld aan het zijn van de burgemeester van de grootste stad; er zijn heel veel burgemeesters die dat kunnen doen. Is de minister bereid om Halsema te schorsen? Dat kan gewoon op basis van de bepaling die geldt als je ernstig plichtsverzuim hebt. Ik denk dat daar sprake van is.

Minister Van Weel:
Nou, met dat laatste ben ik het niet eens. Ik vind niet dat hier sprake is van ernstig plichtsverzuim. Bovendien, als zij niet het hoofd van de veiligheidsregio zou zijn, was zij nog steeds de burgemeester van Amsterdam. Dat betekent dat zij nog steeds gaat over de veiligheid van demonstraties in Amsterdam, dus dat zou geen nut hebben. Ik ga wel in gesprek. Ik zie nu ook een escalatie ontstaan in deze demonstraties, waarbij het openlijk steunen van Hamas of het tonen van die haarbanden steeds vaker voorkomt. In de afgelopen jaarrapportage van de AIVD zagen we dat zij een link hebben gezien tussen Hamasnetwerken en demonstraties die in Nederland worden georganiseerd. Ook daar zullen we harder op inzetten om te kijken of we die link scherper kunnen krijgen en daar dan tegen op kunnen treden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, wat mij betreft moet Halsema opstappen, minister. Alsof het niet schaamteloos genoeg was, reed er een afschuwelijke motorstoet met Hamasaanhangers door Amsterdam, begeleid door de politie. Wat vindt de minister van die stoet? Wat vond mevrouw Halsema van die stoet? Was de komst van deze groep vooraf bekend? Was die tocht aangemeld? Welke voorwaarden zijn er gesteld? Leg eens uit aan de mensen in Nederland dat dit allemaal zomaar kan.

Minister Van Weel:
Een hoop van die vragen zal mevrouw Van der Plas ook aan mevrouw Halsema moeten stellen, want uiteindelijk heeft zij het besluit genomen om deze demonstratie toe te staan. Ik weet niet onder welke voorwaarden ze dat heeft gedaan. Als u het mij vraagt, vond ik het intimiderend om te zien dat motorrijders, ook gemaskerd of niet herkenbaar, met een hoop lawaai en een hoop vlaggen door de straten van Amsterdam gingen. Ik denk dat een hoop Joodse Amsterdammers zich ook zo hebben gevoeld. Ik betrek dit dus ook bij het gesprek dat ik met de burgemeester zal hebben.

De voorzitter:
Afrondend, heel kort, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Afrondend, heel kort. Ik wil nog weten welke strafbare feiten er zijn vastgesteld. Wie zijn de verdachten? Is bekend hoeveel van hen Nederlanders zijn en hoeveel niet? Kunnen bij buitenlandse daders verblijfsvergunningen worden ingetrokken en kan uitzetting volgen? Nogmaals, wat gaat de minister concreet doen?

Minister Van Weel:
Ik ben bereid u schriftelijk te informeren over de afhandeling van deze incidenten. Dat zullen we doen op het moment dat het hele beeld daarvan helder is. Het intrekken van het Nederlanderschap kan op dit moment als mensen hebben deelgenomen aan een terroristische organisatie, dan wel als ze onherroepelijk veroordeeld zijn voor een terroristisch misdrijf. Daar waar dat het geval is, trekken wij altijd het Nederlanderschap in. Dat is wat de wet ons nu toelaat.

De heer Wilders (PVV):
We leven in een Nederland waarin ik niet meer wil wonen. We leven in een Nederland waar we een kabinet hebben dat toestaat dat Israëlische producten worden geboycot. We leven in een Nederland waar het kabinet toestaat dat Hamas met vlaggen zwaait, dat er in Amsterdam, Groningen, Nieuw-Lekkerland, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht, in heel veel steden antisemitische teksten worden uitgekraamd als "maak het karwei van 7 oktober af". Dit zijn mensen die haat hebben naar Israël en die het liefst alle Joden willen doden. Dat is niet mijn Nederland! Ik kan niet accepteren dat deze minister met praatjes komt — want dat zijn het: goedkope praatjes — en zegt: het kan niet. Het kan wel, maar u doet niks. Zorgt u ervoor dat u al dat tuig in heel Nederland dat met antisemitische teksten en Hamasvlaggen komt vandaag nog oppakt en voor de rechter daagt.

Minister Van Weel:
Ik deel de afschuw van de heer Wilders. Ook mijn maag draait om ik de teksten die gebezigd worden op de Dam zie en als ik mensen verkleed als Hamasstrijders door de Amsterdamse straten zie lopen. Het kan niet waar zijn en toch is het waar. Dat is wat mij motiveert om daar wat tegen te doen. Ik beloof u: de wet verheerlijking terrorisme is bedoeld voor dit soort acties, om die klip-en-klaar strafbaar te stellen en om iemand die met een vlag aankomt meteen op te pakken. Dat is nu moeilijker en dat is het frustrerende, niet alleen voor de heer Wilders, maar ook voor mij.

De heer Wilders (PVV):
Dit is een enorm flutantwoord, want het ís strafbaar. Het zwaaien met een Hamasvlag, een vlag van Hezbollah of van de Islamitische Jihad is pure opruiing. Er zijn ook hoogleraren die zeggen: daag ze voor de rechter. Deze minister heeft een aanwijzingsbevoegdheid. Geef het OM een aanwijzing om ze te vervolgen. Stop met het antisemitisme. Een burgemeester van Amsterdam of een minister van Justitie van Nederland die toestaat dat in het hele land Hamasvlaggen en antisemitische teksten worden gebezigd, verdient het niet op zijn stoel te zitten en moet opstappen. Dat geldt voor u en ook voor de burgemeester van Amsterdam, als u toelaat dat wij iedere week opnieuw in bijna iedere stad in Nederland de haat van de islam en radicale moslims zien. Dat moet verdwijnen. Als u dat niet doet, moet u het iemand anders laten doen.

Minister Van Weel:
Ik ben tot op het bot gemotiveerd om te zorgen dat wij geen Hamasmeutes door onze straten gaan hebben. Daar werk ik aan. Dat doe ik nu op basis van de wet zoals die is. In overleg met de burgemeesters gaan we kijken wat er nog meer kan. Tegelijkertijd zeg ik ook hier weer: geef me die wet. Geef me die wet, want dan is dit gewoon afgelopen.

Mevrouw Nanninga (JA21):
We zien de schande van Amsterdam. We zien een burgemeester die niet wil. We moeten ons inderdaad afvragen of dat nog te handhaven is. We zien een minister die zegt dat hij wel wil, maar niet kan. Laat ik een pragmatische vraag stellen aan de minister over iets wat hij nu kan doen. De minister zegt net zelf: we weten dat er Hamasnetwerken achter die demonstraties zitten. Dat was al zo bij de Rode Lijndemonstratie. Ik heb toen ook gezegd dat het allemaal aan Hamas gelieerde netwerken zijn die daarachter zitten. Het zijn allemaal nuttige idioten die meelopen. Nu komt er weer zo'n demonstratie op 8 november. Kan de minister in ieder geval toezeggen dat er uit vak K — het kabinet spreekt met één mond — niemand aanwezig zal bij die walgelijke Rode Lijnvertoning die er weer aan zit te komen? Laat dat in ieder geval een ruggensteuntje zijn voor Joods Nederland.

Minister Van Weel:
Wij zullen het hier in het kabinet over hebben. Ik weet dat deze demonstratie eraan komt. Ik wil wel zeggen dat het niet verboden is om je uit te spreken voor de Palestijnse bevolking. Laten we dat onderscheid wel maken. U had het net over nuttige idioten. De mensen die wij afgelopen weekend zagen, die verdedigden dat de Hamasstrijders van 7 oktober verzetsstrijders zijn, zijn wat mij betreft die naïevelingen, die nuttige idioten waar u het over heeft. Ik zou dat niet willen betrekken op de hele Rode Lijndemonstratie en iedereen die meeliep. Dat was denk ik echt niet het geval. We hebben niet 150.000 nuttige idioten. Als we die twee dingen uit elkaar kunnen halen, als we kunnen zorgen dat we alles wat lijkt op Hamas weg kunnen halen uit dit soort demonstraties, is wat mij betreft het probleem al een stuk kleiner.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Nu breekt mijn klomp! De minister van Justitie zegt op gezag van de diensten dat dit soort demonstraties worden georganiseerd door organisaties die gelieerd zijn aan Hamas, die steun geven aan Hamas. Dat geldt ook voor de Rode Lijn. Dat wisten we de vorige keer al. Dat is achteraf bewezen. Er staat één prinsenvlag op het Malieveld en alle talkshows en de hele politiek zijn, terecht, in rep en roer, en zo'n Rode Lijn moet dan maar kunnen. De minister kan mij niet eens toezeggen dat uit vak K, zijn ambtsgenoten en hijzelf, niet zal worden deelgenomen aan een demonstratie waarvan we weten dat er Hamaselementen bij betrokken zijn en gaan meelopen. Ik geef het u op een briefje dat dat gebeurt. Ik wil echt van deze minister horen dat er niemand uit vak K op 8 november aanwezig zal zijn bij de Rode Lijn. Anders is het niet serieus te nemen wat het kabinet doet om Nederland te beschermen.

Minister Van Weel:
U noemt de Rode Lijndemonstratie. De AIVD is daar niet zo specifiek over geweest. Ik heb u verteld wat de AIVD heeft gezegd over demonstraties die zijn georganiseerd. We zullen dat toch echt moeten kunnen linken, concreet, aan een organisatie en aan een demonstratie om er actie op te kunnen ondernemen. Ik ben daarvoor gemotiveerd, maar op dit moment is dat nog informatie die zich voornamelijk bevindt in het inlichtingenbeeld. Daar kun je in de opsporing dan verder niets mee. De vraag over 8 november neem ik terug.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
In de straten van onze Nederlandse hoofdstad wordt terreur verheerlijkt en wordt Hamas aangeprezen. Israëlische dadels zitten in de verdachtenbank en terroristenverheerlijkers lopen gewoon vrijuit rond in ons land. Het is totaal beschamend. De Joodse gemeenschap voelt zich allang niet meer veilig. Wat gaat de minister er nú aan doen om de Joodse gemeenschap te behouden in ons land en die terroristenverheerlijkers zo snel mogelijk en het liefst ook zo ver mogelijk over onze grenzen te zetten?

Minister Van Weel:
Daar ben ik enorm toe gemotiveerd. Ik vind het verschrikkelijk om te zien. Ik spreek veel mensen uit de Joodse gemeenschap, ook vanuit mijn rol als verantwoordelijke voor antisemitismebestrijding. Ik weet hoe die angst leeft. Daarom zei ik ook dat ik me kan voorstellen hoe intimiderend het moet zijn dat je zo'n motorstoet door Amsterdam ziet trekken, als Joodse Amsterdammer in je eigen stad. Verschrikkelijk. Ik ben tot op het bot gemotiveerd om daar wat aan te doen. Echt, voor mij gaat het verheerlijken van organisaties als Hamas en IS een grens over. Ik weet dat wetgeving lang duurt, maar hier zijn we er bijna. Hier zijn we er bijna. Deze wet ligt in uw Kamer en kunnen wij met voorrang behandelen. Daarna gaat hij naar de Eerste Kamer en dan is het een feit. Dat helpt enorm, ook voor het OM en de politie, want denk niet dat die mensen af en toe niet met pijn in het hart moeten zien wat er gebeurt in een demonstratie zonder dat ze er acuut wat aan kunnen doen. Voor de kortere termijn, voor nu, ga ik in gesprek met de burgemeester om te kijken hoe we deze uitwassen — ik kan me niet voorstellen dat zij het anders ziet dan dat — kunnen voorkomen en tegengaan.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Op het laatste gedeelte doorgaand: als er een aanvraag wordt gedaan voor zo'n demonstratie, kan de gemeente Amsterdam natuurlijk bij voorbaat aanvoelen dat het ellende wordt. Als je dat weet … Ik weet dat je het vanwege de inhoud niet zomaar kunt verbieden. Maar waarom duurt het nog zo lang voordat er wordt ingegrepen als er dan wordt gewapperd met zulke vlaggen en er andere uitingen worden gedaan? Wat kunnen wij die gemeenten geven zodat ze direct kunnen ingrijpen?

Minister Van Weel:
Ik ga met de gemeente en de burgemeester in overleg om te kijken waar zij voor zichzelf de grenzen hadden bepaald in dit geval. Ik denk dat andere gemeenten daar ook wat aan hebben, om te kijken wat er nou op dit moment miste om hier wat tegen te kunnen doen. Nogmaals, één: het wetsvoorstel gaat helpen. Dat is klip-en-klaar. Daar kan geen misverstand over bestaan, maar de wens om dit nu de kop in te drukken, deel ik met u.

De heer Tijs van den Brink (CDA):
De CDA-fractie heeft met afschuw kennisgenomen van de steunbetuigingen aan Hamas in de straten van Amsterdam, tot op 7 oktober toe, en ook in andere steden op andere momenten. Het is niet alleen buitengewoon onwenselijk, maar ook buitengewoon kwetsend voor de Joodse gemeenschap. Het OM heeft vrij snel besloten dat dat mocht. Mijn vraag aan de minister is: zou u in gesprek willen gaan met het OM en ook de opinie van andere deskundigen willen voorleggen? Hoogleraar Jan Brouwer zegt bijvoorbeeld dat je wel degelijk kunt proberen om dit te vervolgen, al was het maar om de Joodse gemeenschap de zekerheid te geven dat zij gesteund wordt op dit soort momenten.

Minister Van Weel:
Ik ga dat gesprek zeker aan. Ik zal daar ook de uitspraak van andere hoogleraren bij betrekken. Mijn wens is om dit tegen te gaan; dat zal u inmiddels niet zijn ontgaan. Als dit een route is, dan ga ik daar heel graag het gesprek over aan met het OM.

Mevrouw Mutluer (PRO):
Gevoelloos en onsmakelijk: eigenlijk kan ik niet meer maken van wat ik op die dag, op 7 oktober, zag gebeuren. Ik heb soms het gevoel dat we als samenleving die menselijkheid kwijt zijn, overigens in heel veel opzichten. Ik hoorde ook wat kwalificaties richting de burgemeester, maar in mijn beleving handelt die altijd binnen diens bevoegdheid. Daarom kijk ik ook naar deze minister, want die is verantwoordelijk.

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Mutluer (PRO):
Dat roept bij mij gelijk de vraag op: wat doet deze minister om die burgemeesters nu goed te ondersteunen met handelingskaders, maar ook als klankbord op het moment dat ze acuut met dit soort situaties te maken krijgen? Dit laat namelijk ook een fiat zien.

Minister Van Weel:
Nou, dat klankbord is er altijd. De burgemeester van Amsterdam weet mij te vinden op het moment dat zij worstelt met een situatie of mij daar graag deelgenoot van maakt. Die lijnen zijn dus altijd open. Ik denk wel dat er na wat we nu hebben gezien — dat is echt het verheerlijken van terreur — acuut behoefte bestaat om te kijken wat er binnen de huidige bevoegdheden kan worden gedaan om dit tegen te gaan. Ik denk namelijk dat geen enkele burgemeester erop zit te wachten om dit volgende week in zijn eigen stad te zien. Daar ga ik het gesprek over aan. Dat doen we in alle openheid. Wat mij betreft zijn er geen taboes.

Mevrouw Martens-America (VVD):
We hebben afgelopen zondag een absoluut dieptepunt gezien: mensen die er bewust voor kiezen om vlaggen van terroristische organisaties mee te nemen en daarmee staan te zwaaien op ons monument, een plek van herdenking. Ik ben dan ook blij dat we deze week beginnen met de behandeling van de wet die het verheerlijken van dit soort geweld, intimidatie en terrorisme strafbaar moet gaan stellen. Ik heb dan ook een vraag aan de minister. We hebben het over de snelheid. De minister gaf zelf ook aan dat het mogelijk is om dit nu versneld te behandelen. We zijn nu begonnen met de schriftelijke inbreng.

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Martens-America (VVD):
Kan de minister iets meegeven over de snelheid waarmee hij van zijn kant hiernaar kan kijken om ervoor te zorgen dat we hier voor het einde van het jaar nog over zouden kunnen stemmen?

Minister Van Weel:
We gaan de vragen beantwoorden op het moment dat die op mijn deurmat landen. Dan komen ze per ommegaande retour.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het is schandalig. Het is onbegrijpelijk dat het ook maar voorkomt dat iemand met zulke groene terroristische plakkaten rondloopt en teksten rondspuit die werkelijk waar niets te maken hebben met het land dat wij willen zijn, ook gezien de geschiedenis van ons land en van de Joodse gemeenschap hier. En ja, die wet moet er snel komen, maar ik zou de minister toch ook willen vragen hoe het kan zijn dat juist bij ons Nationaal Monument, dat staat voor een belangrijk deel van onze identiteit en onze vrijheid, die duur gekocht is en waarvoor de prijs betaald is, deze leuzen kunnen worden geuit. Kan de minister daarbij ook ingaan op het volgende? Eerder is gezegd dat voor het Nationaal Monument en de herdenking zelf geen extra wetgeving nodig is. Ik zou denken: dit laat toch zien dat die wel nodig is, zodat we onze nationale geschiedenis eren en waarderen en optreden waar het misgaat?

Minister Van Weel:
Ik zal het betrekken in mijn gesprek met de burgemeester van Amsterdam. Het gaat dan over de locatie van demonstraties. Nogmaals, wat mij betreft vinden dit soort demonstraties überhaupt niet in deze vorm plaats, maar dat is wat anders.

De heer El Abassi (DENK):
Als het gaat om de strafbaarstelling van verheerlijking van terrorisme hoor ik de minister aangeven: geef mij die wet, want dan kan ik verheerlijking van terrorisme tegengaan. Je hoort genocideverheerlijking door heel het land. Er wordt in dit huis zelfs ontkend dat er sprake is van hongersnood. Er wordt ontkend dat er sprake is van genocide als het gaat om wat er gebeurt in Israël. Er wordt zelfs gezegd dat het aantal doden aan de Palestijnse kant nevenschade is.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer El Abassi (DENK):
Wat ik de minister zou willen vragen, is: komt de minister met een wet die genocideverheerlijking strafbaar gaat stellen?

Minister Van Weel:
Nou, die wet is er al. U mag bijvoorbeeld de Holocaust niet ontkennen, want dan bent u gewoon strafbaar. In die zin bestaat die mogelijkheid dus al.

De heer El Abassi (DENK):
Ik ben zelf jurist. Die wet is er niet. U noemt een voorbeeld. Ik heb het over een wet, waarover we hier in de Kamer met elkaar gaan bediscussiëren wat er wel of niet gezegd mag worden, net zoals de minister wil doen als het gaat om het verheerlijken van terrorisme. Dat initiatief zie ik niet vanuit de minister. Snapt de minister dan niet dat mensen in het land woedend zijn? Zij demonstreren allemaal tegen de genocide die op dit moment plaatsvindt. We gaan dan vervolgens op zoek naar één willekeurige vlag en vestigen daar de aandacht op, terwijl er op dit moment nog steeds een genocide plaatsvindt en deze minister nog steeds niks doet om die genocide te stoppen.

Minister Van Weel:
Zoals ik ook in mijn inbreng heb gezegd, mogen mensen van mij woedend zijn, hun mening uiten en opkomen voor het Palestijnse volk. Dat mag allemaal van mij. Als je een organisatie die op 7 oktober als een bende wilden het meest sadistische, kwaadaardige geweld heeft uitgevoerd, gaat toejuichen, dan geldt voor mij wel: niet in dit land.

De heer Struijs (50PLUS):
Als de minister die verdiepingsslag maakt met de burgemeester van Amsterdam, zou hij dan bereid zijn om in te brengen dat politiemensen zo graag wilden ingrijpen? Zij waren tot op het bot gemotiveerd, maar kregen geen groen licht om de verheerlijking van terrorisme tegen te gaan, de spandoeken af te pakken en gewoon tot aanhoudingen over te gaan. Daar was wel degelijk een grond voor. Mijn verzoek aan de minister is dus of hij dat in die gesprekken wil meenemen, want er leeft nogal wat frustratie onder politiemensen dat ze hun werk niet hebben kunnen doen.

Minister Van Weel:
Ik benoemde net ook zelf al dat politieagenten daar met pijn in hun buik bij hebben gestaan. Ik herken dat. Dat neem ik dus mee.

De voorzitter:
Ik dank … O, mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik had inderdaad nog wel wat vragen. Op social media zijn er talloze mensen die allemaal Hamasvereringen doen, bijvoorbeeld in filmpjes, en die laten zien hoe gek ze zijn op Hamas, op die moordenaars, martelaars en verkrachters. Mijn vraag aan de minister is: zou de IND niet gewoon al die accounts door moeten lopen, moeten kijken wie dat allemaal zijn — in De Telegraaf worden die mensen ook gewoon genoemd — die mensen moeten opsporen, moeten aanhouden en laten ophoepelen uit Nederland door hun verblijfsvergunning in te trekken?

Minister Van Weel:
Ik vind dat er actie moet worden ondernomen tegen strafbare feiten. De wet voor de strafbaarstelling van verheerlijking van terrorisme gaat overigens ook over onlinesteunbetuigingen. De mensen die filmpjes van 7 oktober plaatsen en daar dan "thumbs up", "wat mooi" of "laten we het afmaken" bij zeggen, worden daarmee dus ook strafbaar. Op dit moment is het al strafbaar om online op te roepen tot geweld. Als je dus aanmoedigt om dit vaker te doen, ben je al strafbaar. Wat offline strafbaar is, is dat wat mij betreft online ook. Daar moeten mensen net zo hard op worden aangepakt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister vindt van alles, maar hij doet niks; dat is het hele probleem. Zoals ik al zei, moet deze minister hier gewoon de regie op pakken. Het hangt niet op die nieuwe wet, echt niet. Binnen het Wetboek van Strafrecht kan het al.

Tot slot, voorzitter. Nederlanders, specifiek Joden in Nederland, voelen zich gewoon niet meer veilig door dit soort gasten die vrij rondstruinen door onze straten. Mijn vraag is de volgende. Ik wil graag aangifte doen. Heel veel Joodse mensen willen ook aangifte doen. Waar kunnen wij aangifte doen van dit soort uitingen? Waar kunnen Joden aangifte doen? Waar kunnen wij allemaal aangifte doen?

Minister Van Weel:
Iedereen die dat wil, kan in ons land aangifte doen. Die zal altijd worden beoordeeld. Aangifte doen kan op politie.nl, het grootste politiebureau van ons land — dat kan dus heel gemakkelijk vanaf thuis of het werk — of het kan bij het lokale politiebureau.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Tweede Kamer.


Vragen Steen

Vragen van het lid Steen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht "Bouw van nieuwe woningen vertraagt door haperende verkoop".

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Steen voor haar vragen namens de fractie van het CDA aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die ik eveneens van harte welkom heet in de Tweede Kamer.

Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Nederland heeft een enorm woningtekort, maar midden in die woningnood worden heel veel woningen niet gebouwd. Als we niks doen, lopen straks meer bouwprojecten vast nog voordat de eerste schop in de grond gaat. Dat is onaanvaardbaar; we moeten nu in actie komen. Gerecyclede plannen, nieuwe glimmende steden: het is slechts papier. Daarmee redden we het niet.

Voorzitter. Veel nieuwbouwprojecten vertragen omdat de verkoop hapert. Ontwikkelaars van huizen moeten vaak eerst 70% van de woningen verkopen voordat de bouw kan beginnen. Maar kopers haken af, en waarom? Omdat we nog te vaak de verkeerde huizen bouwen. We moeten veel meer woningen voor studenten bouwen, voor kleinere gezinnen en voor ouderen. We moeten vol inzetten op doorstroming, want voor elke oudere die verhuist naar een passende woning komen tot wel zeven verhuisbewegingen op gang. We moeten iets doen zodat ontwikkelaars kunnen doorbouwen. We weten dat eerdere pogingen, bijvoorbeeld een landelijke doorbouwgarantie en de doorbouwfaciliteit, zijn gestrand omdat ze te complex zijn, te veel regels meebrengen en te duur voor bouwers zijn.

Voorzitter. Ten eerste moeten we de juiste huizen bouwen, passende woningen. Maak tempo met de huizen waar mensen in willen wonen, bijvoorbeeld in hun eigen dorp of stad, zodat jongeren kunnen blijven wonen op de plek waar ze zich thuis voelen. Wanneer gaat de minister meer prioriteit geven aan die wijken en die straatjes erbij bouwen dan aan glimmende steden die voorlopig alleen nog maar papieren plannen zijn?

Voorzitter. Ten tweede moeten we de doorstroom op gang krijgen. Daarom heeft het CDA de doorstroomhypotheek bedacht. De minister gaat op basis van een aangenomen motie daarmee aan de gang, zodat ouderen die dat willen ook daadwerkelijk kunnen verhuizen en er huizen beschikbaar komen voor gezinnen. Mijn vraag aan de minister: wanneer gaan we die invoeren en waarom is die geen deel van uw 50 puntenplan? U heeft immers die motie.

Voorzitter. Ten derde specifiek over dat ontwikkelaars blijven doorbouwen. Zoals ik net al zei is de doorbouwfaciliteit gestrand. Het is daarom de hoogste tijd voor een ambitieuze gemeentelijke doorstartaanpak: bouwstartbrigades die wijken ingaan, elke dag in gesprek zijn met ontwikkelaars met de vraag "wat hebben jullie nodig om door te kunnen blijven bouwen?", bouwstartbrigades die met vliegende teams gemeentes helpen om vastgelopen bouwprojecten weer op gang te brengen. Zou de minister die 156 miljoen die we hebben afgesproken om gemeentes te helpen met de woningbouw daarvoor willen inzetten?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik ben het helemaal eens met de oproep dat we moeten bouwen voor mensen die ook daadwerkelijk op zoek zijn naar een woning. Daar zetten we ook echt alles op in. Daar is dat hele actieplan ook op gebaseerd. Ik heb dat artikel van Het Financieele Dagblad natuurlijk ook gelezen en deel dezelfde zorg. Ik voer die gesprekken ook met de gemeentes en met de provincies. Daarbij zeg ik ze: 1 juli volgend jaar moeten jullie je volkshuisvestingsprogramma's inzichtelijk maken. Daarin schrijven ze op voor wie, waar en wanneer ze bouwen. Als het goed is, hebben al die gemeentes zelf een opgave, weten ze welke urgentiecategorieën ze kwijt moeten en moeten ze daar vooral op inzetten. Daar gaan de Wet regie, de acties en het versnellen van de procedures bij helpen. Ook het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen moet ervoor zorgen dat we de onrendabele top weer wat kleiner maken, zodat starters daadwerkelijk kunnen kopen. We hebben te maken met de uitpondgolf. We hebben de eerste aanzet gegeven tot het aanpassen van de Wet betaalbare huur. We zetten dus alles op alles om ervoor te zorgen dat we niet alleen meer, sneller en beter bouwen, maar dat we dat ook doen voor mensen die daadwerkelijk een woning zoeken en dat huis nodig hebben.

Mevrouw Steen stelde de vraag over de gemeentes en hoeveel ruimte we hun kunnen geven om te helpen met het forceren van doorbraken. We hebben natuurlijk de doorbraaktafels. Die zijn er gelukkig al een hele tijd en die functioneren ook goed. We hebben gister een kenniscentrum geopend. Daar verzamelen we kennis, zodat niet elke gemeente eigen expertise hoeft op te bouwen, maar er één plek is waar ze die expertise kunnen ophalen en kunnen gebruiken.

Dan ga ik naar de aangenomen motie over de doorstroomhypotheek. Daar zijn we mee bezig. We zijn het aan het onderzoeken. Dat vereist echt samenwerking met de financiële partners. Zoals eerder toegezegd kom ik daar bij u op terug.

Mevrouw Steen (CDA):
Ik ga toch nog even naar de doorstroomhypotheek. De Kamer heeft gezegd de doorstroomhypotheek graag onderzocht te hebben. U komt met een 50 puntenplan. Er staan 50 punten in, maar de aangenomen motie van het CDA staat er niet tussen. Ik ben toch wel benieuwd hoe dat kan. Verder moet zo'n gemeentelijke doorbraakaanpak de garantie bieden dat er kan worden doorgebouwd. Dit gebeurt al op kleine schaal. Er zijn gemeentes die dit al doen, die al garant staan. Hoe gaat de minister dit vervolgens vormgeven en opschalen? Dat kan volgens mij gewoon prima.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik beantwoord eerst de vraag van mevrouw Steen over waarom de motie niet in het 50 puntenplan staat. In het 50 puntenplan staat vooral: meer, sneller, beter. Daar kan die motie prima onder vallen. Die keuze hebben we niet gemaakt, maar dat wil niet zeggen dat we er niks mee doen. Ik heb de toezegging gedaan dat ik in Q1 van 2027 terugkom op hoe het moet gaan werken. Daar heb ik ook de financiële instellingen voor nodig. Ik zal mijn belofte gestand doen in Q1 '27.

Dan uw tweede vraag over de gemeenten. We gaan de gemeenten heel gericht helpen, maar wel op basis van een vraag die ze zelf stellen. Daarover voer ik momenteel bestuurlijke overleggen met de gemeentes en de provincies. Daarin vraag ik: welke expertise heb je nodig? Ik voorzie hen in de expertise waarvan ze zelf zeggen dat ze die nodig hebben. Wij ondersteunen hen op verzoek met capaciteit, ondersteuning, kennis en met wat ze nodig hebben.

Mevrouw Steen (CDA):
Die doorstroomhypotheek valt natuurlijk onder het kopje "beter". Ik hoor de minister zeggen: we hebben er nu niet voor gekozen om het in het 50 puntenplan op te nemen. Maar de Kamer heeft er wel voor gekozen om er prioriteit aan te geven. Ik verzoek de minister om het op een of andere manier terug te laten komen in haar 50 punten, want als we 50 punten plus 1 moeten doen, wat komt er dan uiteindelijk nog van? De Kamer heeft gezegd dat het prioriteit heeft. Mijn verzoek aan de minister is dus: geef dit prioriteit.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het actieplan gaat over beter bouwen en niet over beter financieren. Daar zitten echt andere elementen in. Daarin zit een andere oproep van het CDA, namelijk de vraag om gemeenschappen en buurten te bouwen en na te denken over hoe we dat doen. Ik heb gezegd dat ik het een belangrijk onderdeel vind. Ik neem het mee. De toezegging is Q1 '27 en daar houd ik me aan.

De heer Russcher (FVD):
Uit het rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw blijkt dat we binnen tien jaar 340.000 huizen moeten bijbouwen voor migranten. 340.000! Dat is een stad zo groot als Utrecht. Op dit moment zijn er 400.000 Nederlandse woningzoekenden. Wat wil de minister zeggen tegen al die mensen en tegen mensen die al tien tot vijftien jaar wachten op een sociale huurwoning, maar zien dat mensen die nu naar Nederland komen, statushouders en asielzoekers, voorrang krijgen op een woning?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ken de cijfers waar de heer Russcher over spreekt. Er zijn het afgelopen jaar meerdere onderzoeken geweest. Vlak voor de zomer heb ik de Kamer daarover geïnformeerd. Er is ook nog een rapport van de staatscommissie over demografie. Het kabinet heeft de uitkomsten daarvan omarmd en gezegd: we nemen de aanbevelingen aan en gaan ermee aan de slag. We zien ook nog andere trends in Nederland, zoals vergrijzing. Het migratievraagstuk is natuurlijk veel groter. We hebben kennismigranten, die we ook heel hard nodig hebben voor onze economie. We hebben arbeidsmigranten, die we heel hard nodig hebben voor onze economie. We hebben de groep statushouders. Dat zijn mensen die in Nederland mogen wonen en ook in Nederland willen wonen. Daar begint mijn opgave als minister van Volkshuisvesting, om ervoor te zorgen dat die mensen, net als al die andere mensen, een dak boven hun hoofd krijgen. Dat aanbod is nu niet groot genoeg. Daar moet enorm op worden ingezet. We zetten alles op alles om dat te doen. Voor de zomer heb ik u een brief gestuurd over de convenanten die ik u in maart had toegezegd. In die brief over bouwstenen heb ik uitgelegd wat ik ga doen om aan aanvullende huisvesting te werken. Ik heb u toegezegd dat ik daar na de zomer op terugkom. Dat is bijna. Dan kom ik bij u daarop terug. Ik doe dus wat ik u heb toegezegd. In al die keren dat u dit onderwerp opbrengt, heb ik u uitgelegd wat ik aan het doen ben, hoe ik dat aan het doen ben en wanneer daar ik terugkom. Tot op heden heb ik dat allemaal gestand gedaan.

De voorzitter:
Spreekt u via de voorzitter, alstublieft, minister.

De heer Russcher (FVD):
Een heleboel woorden, maar geen antwoord op mijn vraag. Mijn concrete vraag ging over de 340.000 woningen die gebouwd gaan worden voor migranten, waarvan 60% voor asielmigranten is. Ik vroeg namelijk wat de minister zegt tegen die 400.000 woningzoekenden die Nederlander zijn. Er gaan dus wel huizen gebouwd worden voor migranten, maar tegelijkertijd lezen we nu dat het niet lukt om nieuwbouwlocaties vorm te geven. Ik vroeg gewoon heel concreet: wat zegt de minister tegen al die Nederlanders die tien, vijftien jaar lang op een wachtlijst staan en zien dat er wel huizen worden gebouwd voor migranten, maar niet voor Nederlanders?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Tegen alle Nederlanders — dat zijn ook de ouderen, ook de studenten, ook de gezinnen en ook de statushouders die hier gewoon mogen wonen en ook willen wonen — zeg ik: we doen ons uiterste best om iets voor elkaar te krijgen. Dit is iets wat zich al jarenlang zo heeft opgebouwd. We zijn bezig. Er ligt een actieplan. Vorige kabinetten hebben ook al een aantal dingen in gang gezet om oplossingen bij te dragen, zoals het programma STOER. Er zijn allerlei initiatieven. We zetten daar vol op in. Ik zeg dus tegen alle mensen: we doen ons best om dit voor elkaar te krijgen. Daarbovenop zetten we nog in op aanvullende huisvesting.

De heer Van Asten (D66):
Dit debat zou natuurlijk eigenlijk moeten gaan over het zorgwekkende feit dat ontwikkelaars dreigen niet te gaan bouwen, simpelweg omdat ze niet tot 70% verkoop komen. Een van de redenen daarvoor is dat het te lang duurt voordat we bouwen en totdat we kunnen opleveren. Mensen kunnen dat op dit moment steeds slechter financieren, met hogere kosten. We hebben nu het 50 puntenplan gekregen. Dat gaan we ongetwijfeld binnenkort bespreken. Maar dat zijn wel plannen die nog uitgewerkt moeten worden in de toekomst. Wat kunnen we deze komende maanden nog verwachten? Wat gaat er echt gebeuren met die versnelling?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het feit dat huizen langer te koop staan, heeft natuurlijk te maken met een heleboel dingen. Eén is de vertraging. Het duurt allemaal te lang. Vandaar dat we in het actieplan ook nadrukkelijk inzetten op digitalisering, parallel plannen en daar ook AI voor te gebruiken. Er wordt heel hard gewerkt om die systemen allemaal aan elkaar gekoppeld te krijgen. Daarnaast is er een rentestijging. Daar kan ik als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening niet zo heel veel aan doen. We zien dat de bouwkosten een beetje stijgen en een beetje dalen, maar nog steeds enorm hoog zijn. Wat we dus te doen hebben, is met elkaar, met de gemeenten en de provincies, kijken waar je wel kunt bouwen en waar het nu ook past qua netcongestie, stikstof, mobiliteit en infrastructuur. Waar is het nu mogelijk om te bouwen, waarbij je niet bouwt voor de leegstand, maar voor de mensen die daadwerkelijk een huis zoeken? Daar zetten we als kabinet, vanuit de taskforce, op in.

De heer Van Asten (D66):
Dank voor dit antwoord. Ik had nog een vraag over die Digitaliseringsstrategie. Dat is een van de punten die in dat 50 puntenplan naar voren komen. Ik denk dat de grootste winst zal zitten bij het flink versnellen van die planfase bij gemeentes en ontwikkelaars. In de plannen staat dat er ergens in de zomer een routekaart komt. Nu weet ik niet helemaal wat de parlementaire bewoording is voor wat een routekaart uiteindelijk oplevert, maar ik mag er toch vanuit gaan dat we vanaf dat moment iets in handen hebben wat daadwerkelijk snelheid kan geven en ervoor kan zorgen dat al die systemen bij elkaar komen, zodat we van acht naar vier jaar kunnen gaan? Ik ga ervan uit dat we daarna niet nog een uitwerking van de routekaart met commissies et cetera gaan krijgen.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De routekaart is hoe we het gaan doen. Vervolgens moet je de systemen wel nog aan elkaar verbinden. Dat is geen eenvoudige opgave, met name als het gaat over de gegevens uit het kadaster. Daar is tijd voor nodig. We zullen ook aangeven wat wel al kan, wat later kan en hoe we dat gaan opbouwen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik sta te luisteren naar de minister. Die zegt dingen als: ik deel uw zorgen, maar we zijn zo lekker bezig; puntje hier, puntje daar. Maar dit artikel gaat erover dat complete bouwprojecten niet doorgaan omdat er te dure koopwoningen worden geprogrammeerd. Die worden gewoon niet verkocht, want mensen kunnen die niet betalen. Dat komt omdat het rendement nog steeds boven het recht op wonen gaat. Is de les hier niet dat we moeten zorgen dat we echt gaan bouwen naar behoefte? Dan heb ik het dus niet over die te dure koopwoningen die mensen niet kunnen betalen, maar over betaalbare woningen. Wat wil de minister daaraan gaan doen?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de vraag van mevrouw Beckerman hartstikke goed. Volgens mij hebben we hier een debat over gevoerd. Het debat ging over de Wet regie. Daarin zeggen we dat twee derde betaalbaar moet zijn en dat 30% sociale huur moet zijn. 1 juli volgend jaar moeten alle gemeentes inzichtelijk hebben gemaakt hoe ze voor welke doelgroep in hun gemeentes gaan bouwen. 1 januari aanstaande moeten de gemeentes via de provincies hebben laten zien hoe ze die twee derde hebben bedeeld. Op basis van die data kunnen we zien of iedereen bouwt voor de behoefte die er daadwerkelijk is.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is melodieus gesproken, maar het is vooral procespraat. We weten allemaal dat je in woorden niet kan wonen. Heel veel woningen gaan, als ze al gebouwd worden, naar migranten. Dit kabinet neemt daarover precies de onjuiste besluiten. Het weigert de voorrang voor statushouders af te schaffen. Het weigert het gebruik van Engels aanzienlijk terug te dringen om zo te regelen dat er minder buitenlandse studenten komen. Dat betekent dat studenten, als ze al een opleiding kunnen volgen, geen studentenkamer kunnen vinden. Wanneer gaat dit kabinet nou gewoon eens praktisch bekijken wat er aan de hand is en de problemen oplossen?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik kan enkel antwoord geven op vragen over zaken waar ik zelf over ga, dus over volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Het punt over studenten lijkt me uitermate geschikt voor een debat met de minister van OCW. Het lijkt me uitstekend om de vragen over migratie aan de minister van Asiel en Migratie te stellen. Als het gaat over de huisvesting van statushouders bent u, zoals u zelf weet, bij mij wel aan het goede adres. Bij het intrekken van de wet van mijn voorganger heb ik daar het volgende over gezegd: ik geloof niet dat deze gaat werken, maar ik geloof dat we het op een andere manier wel kunnen doen. Voor de zomer heb ik de Kamer daarover geïnformeerd. Heel binnenkort zal ik daar stap twee over naar buiten rijden. Ik doe daarop precies wat ik heb toegezegd te zullen doen.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Tweede Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken. Daarna gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek u uw plaatsen in te nemen.

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Jimmy Dijk, voor vandaag.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:

  • de aangehouden motie-Van der Plas (36899, nr. 10);
  • de aangehouden motie-Boomsma/Ceulemans (32317, nr. 1029);
  • de aangehouden motie-Kröger c.s. (29237, nr. 267);
  • de aangehouden motie-Kröger c.s. (36180, nr. 234).

Mag ik een beetje orde in de zaal? Er is namelijk een verzoek van mevrouw Dobbe, waarvoor ik graag uw aandacht vraag. Het woord is aan mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Dat gaat over de stemmingen onder punt 9, de Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen. Wij willen graag een weekje uitstel van die stemmingen, omdat er gisteren nog drie amendementen zijn binnengekomen. Wij willen die zorgvuldig bekijken. Op deze manier lukt dat gewoon niet. Vandaar dit verzoek.

De voorzitter:
Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. We hebben deze wet uitgebreid besproken. Dat iemand ervoor kiest om die amendementen nog na te sturen … De minister is ook nog zo vriendelijk geweest om daar nog een briefje over te sturen met daarin de appreciatie. De wet heeft daarnaast een deadline. Volgens mij moeten we dus vandaag gaan stemmen.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Wat mevrouw Martens-America zegt.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik sluit me ook aan bij de VVD-collega.

Mevrouw Mutluer (PRO):
Ik vind het sowieso niet gepast dat we zo last minute dat soort amendementen krijgen. Ik heb behoefte aan een wat zorgvuldigere beoordeling daarvan, dus steun voor het voorstel om het uit te stellen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Het mag. Je mag amendementen op een later moment indienen. Maar het geeft de Kamer wel te weinig tijd om die amendementen goed te kunnen beoordelen. Aan de andere kant heeft deze wet inderdaad een deadline. We moeten er dus snel ook over kunnen stemmen. Het moet gewoon doorgaan, gezien het vragenuur van vandaag. Ik steun het verzoek dus.

Mevrouw Straatman (CDA):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Martens-America.

Mevrouw Coenradie (JA21):
Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
We hebben hier met elkaar afgesproken dat we wetten voortaan zorgvuldig zullen behandelen. Het College voor de Rechten van de Mens en de Raad van State hebben gezegd: hier zijn grote bezwaren tegen op mensenrechtengebied; dit moet je niet zomaar permanent maken. We moeten hier dus écht even goed naar kijken, ook gezien de amendementen die zijn ingediend. Steun dus voor het verzoek van de SP.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik sluit me aan bij de collega van de VVD: geen steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid, dus we gaan stemmen over agendapunt 9. Maar we gaan eerst stemmen over de moties onder agendapunt 3.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen moties Aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen,

te weten:

  • de motie-Van der Plas/Tseggai over de gevolgen van de bezuiniging op de capaciteit van bedrijfsartsen binnen de politie voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de arbozorg (36662, nr. 6);
  • de motie-Van der Plas over samen met werkgevers en werknemers komen tot erkenning van PTSS als beroepsziekte in de zorg (36662, nr. 7);
  • de motie-Tseggai c.s. over onderzoeken welke beroepsgroepen binnen het zorg- en veiligheidsdomein een vergelijkbaar hoog risico op PTSS hebben als de in de nota genoemde beroepsgroepen (36662, nr. 8);
  • de motie-Van Lanschot c.s. over één landelijk PTSS-loket voor alle geüniformeerde beroepen (36662, nr. 9);
  • de motie-Sneller c.s. over MDMA-therapie bij PTSS mogelijk maken voor een kleine groep met hoge urgentie (36662, nr. 10);
  • de motie-Sneller c.s. over elementen van de aanpak van Duitsland of andere Europese landen op het gebied van preventie, nazorg en opleidingsstandaarden toepassen in Nederland (36662, nr. 11).

(Zie notaoverleg van 5 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Van der Plas (36662, nr. 7) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de initiatiefnota oproept te onderzoeken welke andere beroepsgroepen in aanmerking moeten komen voor het landelijke PTSS-loket;

overwegende dat ook andere zorgmedewerkers dan alleen ambulancepersoneel door ingrijpende gebeurtenissen tijdens hun werk PTSS kunnen ontwikkelen;

overwegende dat de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor een toegankelijk en goed functionerend zorgstelsel en dat bescherming en behoud van zorgmedewerkers daarvoor essentieel zijn;

verzoekt de regering samen met werkgevers en werknemers in gesprek te gaan met als doel te komen tot sectorbrede erkenning van werkgerelateerde PTSS als beroepsziekte in de zorg, en de Kamer over de uitkomsten van dit gesprek te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 7 (36662).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Tseggai (36662, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas (36662, nr. ??, was nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tseggai c.s. (36662, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot c.s. (36662, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sneller c.s. (36662, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sneller c.s. (36662, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Ontwerp-Natuurplan

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan,

te weten:

  • de motie-Diederik van Dijk/Flach over in het definitieve Natuurplan opnemen dat er geen sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen in het Westerscheldegebied (33576, nr. 551).

(Zie vergadering van 9 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Diederik van Dijk/Flach (33576, nr. 551) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan aangeeft dat de toestand van honderden vierkante kilometers wetlands aan de kust in 2030 en daarna hersteld moet worden;

overwegende dat deze opgave met name betrekking heeft op de estuariene natuur in de Westerschelde, waar eerder al ingrijpende ontpolderingen ten koste van vruchtbare landbouwgrond hebben plaatsgevonden;

verzoekt de regering bij het definitieve Natuurplan als uitgangspunt te nemen dat na eerdere ontpolderingen in het Westerscheldegebied geen sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen en dat herstel zo veel mogelijk buitendijks gerealiseerd moet worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 551 (33576).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Diederik van Dijk/Flach (33576, nr. ??, was nr. 551).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Handel

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Handel,

te weten:

  • de motie-Kröger/Bromet over de ambitie om de internationale ecologische voetafdruk van de Nederlandse consumptie uiterlijk in 2050 te halveren uitwerken in een meetbaar reductiepad (37020-XVII, nr. 9);
  • de motie-Bamenga c.s. over het initiatief nemen voor gezamenlijke Europese handelsmissies gericht op strategische sectoren en gekoppeld aan concrete projecten binnen Global Gateway (37020-XVII, nr. 10);
  • de motie-Bamenga c.s. over de evaluatie van de Europese Dualuseverordening benutten om binnen de EU aan te sturen op harmonisatie van exportcontrole (37020-XVII, nr. 11);
  • de motie-Hoogeveen over in de Wivo geen verplichtingen opnemen die verder gaan dan de CSDDD vereist (37020-XVII, nr. 12);
  • de motie-Hoogeveen over de integratie van Invest International in de nationale investeringsinstelling expliciet benutten om regeldruk voor ondernemers te schrappen (37020-XVII, nr. 13);
  • de motie-Maes/Bamenga over barrières voor defensie-export wegnemen (37020-XVII, nr. 14);
  • de motie-Maes/Lohman over maatregelen om de strategische afhankelijkheden van Europa op het gebied van kritieke grondstoffen aantoonbaar te verminderen (37020-XVII, nr. 15);
  • de motie-Lohman/Zwinkels over de digitale agenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking actualiseren in het licht van AI (37020-XVII, nr. 16).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 oktober 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (37020-XVII, nr. 9) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (37020-XVII, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (37020-XVII, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen (37020-XVII, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen (37020-XVII, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maes/Bamenga (37020-XVII, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maes/Lohman (37020-XVII, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lohman/Zwinkels (37020-XVII, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Ja, voorzitter. Wij hadden punt 3, de stemmingen over de initiatiefnota over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen, graag voor de motie op stuk nr. 7 willen stemmen.

De voorzitter:
We hebben het genoteerd.


Stemming Wijziging van de Mededingingswet

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid (35985).

(Zie vergadering van 22 september 2026.)

De voorzitter:
Op dinsdag 6 oktober jongstleden heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en de artikelen gestemd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Bühler c.s. (stuk nrs. 19, I en II), het amendement-Van der Lee/Bühler (stuk nr. 14) en de gewijzigde amendementen-Bühler c.s. (stuk nrs. 17, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Mensenrechtenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over mensenrechtenbeleid,

te weten:

  • de motie-Van der Werf c.s. over de gevolgen van de Chinese wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang voor Nederland en in Nederland wonende Chinezen en andere gemeenschappen in kaart brengen (32735, nr. 432);
  • de motie-Boomsma over inbreng bij het Internationaal Gerechtshof over de interpretatie van het Genocideverdrag eerst voorleggen aan de Kamer (32735, nr. 433);
  • de motie-Boomsma/Ceder over een herkenbaar programma inrichten voor concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen (32735, nr. 434);
  • de motie-Piri over pleiten voor de schorsing van Turkije als lid van de Raad van Europa als het blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren (32735, nr. 435);
  • de motie-Piri over pleiten voor het niet overmaken van de laatste tranche van de macrofinanciële bijstand aan Egypte zolang Egypte beloftes niet nakomt (32735, nr. 436);
  • de motie-Piri c.s. over de zaak van Omar Elshal op het hoogste diplomatieke en politieke niveau aankaarten bij de Egyptische regering (32735, nr. 437);
  • de motie-Rajkowski c.s. over er in Europees verband voor pleiten dat de 87 geïdentificeerde personen uit het rapport Architects of Atrocities op de EU-sanctielijst worden geplaatst (32735, nr. 438);
  • de motie-Rajkowski c.s. over in Europees verband pleiten voor de ontwikkeling van een specifiek EU-sanctiepakket gericht op het bestraffen en tegengaan van conflictgerelateerd seksueel geweld (32735, nr. 439).

(Zie notaoverleg van 5 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Boomsma (32735, nr. 433) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Boomsma en Stoffer.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 433 (32735).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (32735, nr. 432).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma/Stoffer (32735, nr. ??, was nr. 433).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Ceder (32735, nr. 434).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri (32735, nr. 435).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri (32735, nr. 436).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (32735, nr. 437).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rajkowski c.s. (32735, nr. 438).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik heb me vergist bij de motie op stuk nr. 436. Daar had ik tegen moeten stemmen.

De voorzitter:
We hebben het genoteerd.

In stemming komt de motie-Rajkowski c.s. (32735, nr. 439).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Veiligheid en integriteit Defensie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Veiligheid en integriteit Defensie,

te weten:

  • de motie-Bolhuis over onderzoek naar een regeling voor burnpitveteranen (37020-X, nr. 49);
  • de motie-Nanninga over stoppen met workshops en trainingen gericht op diversiteit en inclusie (37020-X, nr. 50);
  • de motie-Ten Hove over het Meldpunt Integriteit Defensie volledig onafhankelijk laten adviseren, functioneren en rapporteren (37020-X, nr. 51);
  • de motie-Boon over personeelsdoelstellingen niet ten koste laten gaan van de veiligheid van de militaire opleidingen (37020-X, nr. 52).

(Zie vergadering van 6 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Bolhuis (37020-X, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (37020-X, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (37020-X, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen (36918).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 oktober 2026.)

In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 17, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Lammers c.s. (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 11 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Lammers c.s. (stuk nrs. 11, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding,

te weten:

  • de motie-Lammers over onderzoeken of aan Hamas gelieerde personen of organisaties Nederlandse subsidies of andere overheidsvoorzieningen ontvangen en die beëindigen (36918, nr. 12);
  • de motie-Lammers over het uitzetten van alle terroristen, terrorismesympathisanten en terrorismeverheerlijkers (36918, nr. 13);
  • de motie-Lammers over het maximaal benutten van juridische mogelijkheden om terrorismeverheerlijking aan te pakken (36918, nr. 14).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Lammers (36918, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lammers (36918, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lammers (36918, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Straatman/Martens-America (36918, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming brief Adviesaanvraag Wetenschappelijke Klimaatraad

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Wetenschappelijke Klimaatraad (29826, nr. 328).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten en advies te vragen aan de Wetenschappelijke Klimaatraad over hoe Nederland nieuwe groene industriële ketens kan opschalen, onder de aantekening dat de fracties van de BBB, PVV, JA21, FVD en het lid Keijzer geacht wensen te worden tegen het voorstel te hebben gestemd. Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat geldt ook voor ons.

De voorzitter:
En de Groep Markuszower.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Demonstratierecht

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Demonstratierecht,

te weten:

  • de motie-Van der Plas over bij vernielingen tijdens demonstraties de schade op de veroorzakers verhalen (34324, nr. 43);
  • de motie-Van der Plas over waarborgen dat de bevoegdheid tot bestuurlijke verplaatsing geen vervanging wordt voor strafrechtelijk optreden tegen gepleegde strafbare feiten (34324, nr. 44);
  • de motie-Abdi over onderzoeken hoe de veiligheid van journalisten op demonstraties beter beschermd kan worden (34324, nr. 45);
  • de motie-Martens-America over de wijziging van de Wet openbare manifestaties versneld naar de Kamer sturen (34324, nr. 46);
  • de motie-Martens-America over gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in de regel niet toestaan (34324, nr. 47);
  • de motie-Sneller over zorgen voor een verbeterde incidentregistratie (34324, nr. 48);
  • de motie-Clemminck over een uitvoeringsplan voor het ondersteunen van benadeelden bij het verhalen van schade door geweld en vernielingen rond demonstraties en rellen (34324, nr. 49);
  • de motie-Clemminck over het identificeren en strafrechtelijk aanpakken van alle deelnemers aan snelwegblokkades die aantoonbaar strafbare feiten plegen (34324, nr. 50);
  • de motie-Clemminck over een protocol voor het identificeren van personen die worden verdacht van strafbare feiten en het veiligstellen van bewijs (34324, nr. 51);
  • de motie-Van Baarle over pro-Palestinademonstraties niet beknotten (34324, nr. 52);
  • de motie-Van Baarle over het verbranden van de koran en andere heilige boeken strafbaar stellen (34324, nr. 53).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Martens-America (34324, nr. 47) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) is afgesproken zo veel mogelijk één lijn te trekken als het gaat om demonstraties waarbij de snelweg of het spoor gebruikt wordt en daarbij strafrechtelijk op te treden;

overwegende dat de Kamer heeft verzocht om een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie te brengen;

verzoekt de regering totdat dit wetsvoorstel er is om, naar analogie van de bovenstaande afspraken met het LOVP, eveneens afspraken te maken met in ieder geval burgemeesters om gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties vaker niet toe te staan, zodat relschoppers kunnen worden geïdentificeerd en zij niet onder het mom van het demonstratierecht strafbare feiten kunnen plegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 47 (34324).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (34324, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (34324, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Abdi (34324, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martens-America (34324, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Martens-America (34324, nr. ??, was nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sneller (34324, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (34324, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (34324, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (34324, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (34324, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (34324, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Verkiezingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Verkiezingen,

te weten:

  • de motie-Clemminck over het gebruik van gebedshuizen als stemlokaal uitfaseren (35165, nr. 109);
  • de motie-Abdi/Mohandis over het verkiezingsproces voor Nederlanders in het buitenland eenvoudiger en laagdrempeliger maken (35165, nr. 110);
  • de motie-Vermeer/Van der Plas over waarborgen dat bij gemeenteraadsverkiezingen de namen van de kandidaten op het stembiljet blijven staan (35165, nr. 111);
  • de motie-Vermeer/Van der Plas over verplichte openbaarmaking van donaties en geldschieters achter organisaties die betaalde campagnes voeren om verkiezingen te beïnvloeden (35165, nr. 112).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Clemminck (35165, nr. 109).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Abdi/Mohandis (35165, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (35165, nr. 111).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (35165, nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Versterking decentraal bestuur

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Versterking decentraal bestuur,

te weten:

  • de motie-Vermeer over de subsidieregeling voor beroeps- en belangenverenigingen van decentrale politieke ambtsdragers ook openstellen voor verenigingen van waterschapsbestuurders (33047, nr. 48);
  • de motie-Clemminck over bezien hoe het budgetrecht van gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen kan worden versterkt (33047, nr. 49).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Vermeer (33047, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (33047, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Gezond en veilig werken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gezond en veilig werken,

te weten:

  • de motie-Hamstra c.s. over bij de uitwerking van het begrip "bedrijfsmatig" de bescherming van kinderen niet alleen afhankelijk maken van een minimumaantal volgers (25883, nr. 554);
  • de motie-Patijn over een routekaart ontwikkelen om KME Europees te classificeren als stof die wordt verondersteld kankerverwekkend te zijn (25883, nr. 555);
  • de motie-Patijn over met de NLA in gesprek gaan over het belang van Europese handhaving op het gebied van kankerverwekkende stoffen (25883, nr. 556);
  • de motie-Flach/Kisteman over een quickscan naar de meest voorkomende arboregeldrukklachten bij mkb-bedrijven en bedrijven met beperkte risico’s (25883, nr. 557);
  • de motie-Flach/Kisteman over de erkenningsprocedure zo aanpassen dat ook voor sectoren of werkomgevingen zonder cao-partijen op brancheniveau een eenvoudige RI&E kan worden erkend (25883, nr. 558);
  • de motie-Flach/Kisteman over de ambitie ten aanzien van vereenvoudiging van de RI&E verhogen en komen met concrete maatregelen (25883, nr. 559);
  • de motie-Kisteman/Flach over zorgen dat bij vergelijkbare vestigingen kan worden volstaan met één representatieve RI&E (25883, nr. 560);
  • de motie-Kisteman/Flach over komen tot maximaal één arbokerndeskundige en de jaarlijkse bijscholing weer verplichten (25883, nr. 561);
  • de motie-Kisteman c.s. over organisaties laten stoppen met het afnemen van kindermarketingdiensten bij influencers (25883, nr. 562);
  • de motie-Neijenhuis over onderzoeken of experimenteerruimte kan worden gemaakt voor pilots met taakherschikking in de arbozorg (25883, nr. 563);
  • de motie-Schenk over bij de uitwerking van de Arbovisie 2024 het uitgangspunt hanteren dat de administratieve lasten voor werkgevers niet toenemen (25883, nr. 564);
  • de motie-Wiersma over het opstellen van een aparte arbocategorie voor gespecialiseerde vrijwillige duikers (25883, nr. 565);
  • de motie-Wiersma over het opstellen van een aparte arbocategorie voor studenten maritieme archeologie (25883, nr. 566);
  • de motie-Van Brenk over de mogelijkheid van actieve handhaving van de verplichte gedragscodes onderzoeken (25883, nr. 567);
  • de motie-Van Brenk/Patijn over een jaarlijks moment vinden om stil te staan bij Workers' Memorial Day (25883, nr. 568);
  • de motie-Van Brenk/Patijn over bij werkgevers en werknemers advies inwinnen ten behoeve van het kabinetsstandpunt over de Public Procurement Act (25883, nr. 569).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kisteman stel ik voor zijn motie (25883, nr. 561) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Brenk (25883, nr. 567) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (25883, nr. 554).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (25883, nr. 555).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (25883, nr. 556).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach/Kisteman (25883, nr. 557).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach/Kisteman (25883, nr. 558).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach/Kisteman (25883, nr. 559).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kisteman/Flach (25883, nr. 560).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kisteman c.s. (25883, nr. 562).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Neijenhuis (25883, nr. 563).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schenk (25883, nr. 564).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (25883, nr. 565).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (25883, nr. 566).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Patijn (25883, nr. 568).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Patijn (25883, nr. 569).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Kinderopvang

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Kinderopvang,

te weten:

  • de motie-Moorman over artikel 1.13 van de Wet kinderopvang schrappen voor 2028 (31322, nr. 594);
  • de motie-Moorman/Dobbe over zorgen dat de armste gezinnen er niet op achteruitgaan wanneer de kinderopvang bijna gratis wordt (31322, nr. 595);
  • de motie-Flach over op korte termijn stappen zetten voor een integrale kindregeling (31322, nr. 596);
  • de motie-Edgar Mulder over een impactanalyse uitvoeren van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang met en zonder DAEB (31322, nr. 597);
  • de motie-Biekman/Van Ark over de verruiming van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang uiterlijk per 2028 toepassen (31322, nr. 598);
  • de motie-Biekman over betere borging van innovatie en kennisontwikkeling in de kinderopvang (31322, nr. 599);
  • de motie-Ceulemans over voldoende ruime kaders hanteren voor het begrip "redelijke winst" om de sector aantrekkelijk te houden voor investeerders (31322, nr. 600);
  • de motie-Ceulemans over de mogelijkheden in kaart brengen voor een arbeidseis die beter aansluit bij het aantal gewerkte uren (31322, nr. 601);
  • de motie-Van Houwelingen over relevante correspondentie met de Europese Commissie over staatssteun en de DAEB-constructie voor kinderopvang met de Kamer delen (31322, nr. 602).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Ceulemans.

De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dit is een stemverklaring over de motie op stuk nr. 595 van de leden Moorman en Dobbe. JA21 is geen voorstander van het nieuwe kinderopvangstelsel dat het kabinet wil doorvoeren. Het is een amper uitvoerbare operatie die door de gekozen DAEB-constructie voor zware administratieve lasten voor aanbieders zorgt en die vooral tot extra vraag zal leiden, terwijl het dubieus is of mensen ook daadwerkelijk meer gaan werken. Kortom, dit is niet het stelsel van JA21. Maar als je dan voor miljarden euro's extra een nieuw stelsel doorvoert, zoals het kabinet wil, dan kan de uitkomst natuurlijk niet zijn dat werkende gezinnen met de laagste inkomens erop achteruitgaan. Om die reden stemmen wij voor de motie, niet omdat we het vergoedingspercentage willen ophogen, want het nieuwe stelsel is al veel te duur, maar als signaal over deze onlogische stelselwijziging als zodanig.

De voorzitter:
Dank u wel.

In stemming komt de motie-Moorman (31322, nr. 594).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorman/Dobbe (31322, nr. 595).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach (31322, nr. 596).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder (31322, nr. 597).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Biekman/Van Ark (31322, nr. 598).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Biekman (31322, nr. 599).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans (31322, nr. 600).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans (31322, nr. 601).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (31322, nr. 602).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

  • de motie-Westerveld/Bushoff over voorkomen dat kinderen en kwetsbare mensen buiten moeten slapen (19637, nr. 3635);
  • de motie-Ceulemans/Boomsma over per direct aanvullende instroombeperkende maatregelen nemen (19637, nr. 3636);
  • de motie-Ceulemans/Boomsma over maximale versnelde invoering van het nieuwe landenbeleid voor Syrië (19637, nr. 3637);
  • de motie-Ceulemans c.s. over opties onderzoeken om door amv's hier aangevraagde gezinshereniging te laten plaatsvinden in het land waar de rest van het gezin zich bevindt (19637, nr. 3638);
  • de motie-Ellian over meer mogelijkheden voor boa's van Arriva om de identiteit van verdachten vast te stellen (19637, nr. 3639);
  • de motie-Diederik van Dijk over het in kaart brengen van de wettelijke belemmeringen voor de inzet van AI bij de IND (19637, nr. 3640);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over een herziening van de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers (19637, nr. 3641);
  • de motie-Vermeer/Van der Plas over rekening houden met schaal, draagkracht en voorzieningen van kleine en landelijke gemeenten (19637, nr. 3642);
  • de motie-Van Asten over de groep personen met een lopende asielaanvraag van voor het Migratiepact vóór 12 december 2026 informeren (19637, nr. 3643);
  • de motie-Straatman over criminele vreemdelingen en statushouders die zware strafbare feiten hebben gepleegd middels de regeling voor strafonderbreking Nederland uitzetten (19637, nr. 3644);
  • de motie-Russcher over direct starten met de herbeoordeling van Syrische statushouders met het oog op intrekking van hun verblijfsvergunning (19637, nr. 3645);
  • de motie-Russcher over gedwongen terugkeer naar Syrië van Syrische asielzoekers die de openbare orde verstoren of strafbare feiten plegen (19637, nr. 3646);
  • de motie-Vondeling over een totale asielstop invoeren (19637, nr. 3647);
  • de motie-Vondeling over alle Syriërs in Nederland uitzetten naar Syrië (19637, nr. 3648).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Westerveld/Bushoff (19637, nr. 3635) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het COA waarschuwt dat het steeds moeilijker wordt om kwetsbare mensen direct onderdak te bieden in Ter Apel;

verzoekt de minister verantwoordelijkheid te nemen en te voorkomen dat kinderen en kwetsbare mensen buiten moeten slapen;

verzoekt de regering de Kamer voor de begrotingsbehandeling van Asiel en Migratie te informeren over de huidige situatie in Ter Apel met de aantallen die in de noodopvang hebben moeten overnachten, de mensen die in plaats daarvan buiten sliepen en de mensen die overdag al dan niet in de dagopvang terecht konden, en tevens de Kamer periodiek op de hoogte te stellen van de actuele situatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3635 (19637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Er is een stemverklaring van mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank, voorzitter. Het CDA onderschrijft de boodschap van de motie op stuk nr. 3646, van de heer Russcher. Syrische asielzoekers die geen recht meer hebben op verblijf in Nederland en de openbare orde verstoren of strafbare feiten plegen, moeten zo snel mogelijk terugkeren naar Syrië. Als vrijwillige terugkeer niet lukt, moet gedwongen terugkeer mogelijk zijn. Juist daarom is het belangrijk dat de diplomatieke onderhandelingen die hierover plaatsvinden, niet worden doorkruist. Het nu openbaar maken van de belemmeringen, de stappen die worden gezet en het verwachte tijdspad, waar deze motie naar vraagt, kan die onderhandelingen bemoeilijken. Vanwege het grote belang dat gedwongen terugkeer mogelijk wordt, kunnen wij de motie niet steunen. Wij zullen tegenstemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld/Bushoff (19637, nr. ??, was nr. 3635).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Boomsma (19637, nr. 3636).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Boomsma (19637, nr. 3637).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans c.s. (19637, nr. 3638).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellian (19637, nr. 3639).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3640).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (19637, nr. 3641).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (19637, nr. 3642).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Asten (19637, nr. 3643).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Straatman (19637, nr. 3644).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3645).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3646).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3647).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3648).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

  • de motie-Vermeer/Van der Plas over inzicht per opvanglocatie in aantal en aard van meldingen, incidenten en strafbare feiten (19637, nr. 3649);
  • de motie-Vermeer/Van der Plas over geen onomkeerbare kosten door het COA totdat de gemeenteraad heeft ingestemd met een opvanglocatie en een redelijke mogelijkheid tot beëindiging opnemen in nieuwe overeenkomsten (19637, nr. 3650);
  • de motie-Westerveld over aanvullend onderzoek naar de veiligheid van jezidi's en zo nodig het landenbeleid hierop aanpassen (19637, nr. 3651);
  • de motie-Vondeling/Wilders over totale steun aan alle gemeenten die de opvang van asielzoekers weigeren (19637, nr. 3653);
  • de motie-Diederik van Dijk over onherroepelijk opgelegde geldboetes opnemen in de glijdende schaal (19637, nr. 3654);
  • de motie-Diederik van Dijk over intrekking van de verblijfsvergunning bij een eerste veroordeling voor een zeer ernstig misdrijf (19637, nr. 3655);
  • de motie-Ellian over binnen het verruimde kader Mobiel Toezicht Veiligheid grenscontroles intensiveren in de grensstreek Westerwolde (19637, nr. 3656);
  • de motie-Russcher over inzicht in hoeveel asielzoekers en statushouders er zijn verdacht van of veroordeeld voor een misdrijf (19637, nr. 3657);
  • de motie-Russcher over passende maatregelen van Nidos voor amv's die herhaaldelijk met politie en justitie in aanraking komen (19637, nr. 3658);
  • de motie-Ceulemans/Goudzwaard over de treinverbinding Zwolle-Emmen binnen een maand aansluiten op het RTIC-systeem (19637, nr. 3659);
  • de motie-Ceulemans/Boomsma over toegang tot CBS-microdata voor onderzoekers zonder universitaire aanstelling (19637, nr. 3660);
  • de motie-Struijs over onderzoeken hoe snelrecht tegen asielzoekers vaker kan worden toegepast (19637, nr. 3661).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Ceulemans/Goudzwaard (19637, nr. 3659) is in die zin gewijzigd (19637, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de treinverbinding Zwolle-Emmen al lange tijd geteisterd wordt door voornamelijk overlastgevende asielzoekers uit Ter Apel;

constaterende dat eerder dit jaar een groot aantal boetes ongeldig is verklaard omdat deze werden uitgeschreven op grond van COA-passen en dat Arriva inmiddels de werkinstructie hanteert dat agressieve zwartrijders niet beboet moeten worden;

overwegende dat het onaanvaardbaar is dat asielzoekers wegkomen met dergelijk wangedrag in het ov;

overwegende dat handhavers op deze lijn op zijn minst in de gelegenheid gesteld moeten worden om hun taken effectief te kunnen uitvoeren en dat dit tevens wordt onderkend in het regeerakkoord;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de treinverbinding Zwolle-Emmen binnen een maand wordt aangesloten op het RTIC-systeem,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (19637).

Er is een stemverklaring van mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Vorige week heb ik Kamervragen gesteld over de voorzitter van een universiteit, die blijkbaar geprobeerd heeft een stikstofsymposium te annuleren omdat zij vraagtekens plaatste bij sprekers op dit symposium omdat de benadering van deze wetenschappers haar niet beviel. Vandaag gaan we stemmen over de motie-Ceulemans/Boomsma, over toegang tot CBS-microdata. Ik snap natuurlijk heel goed dat je die niet aan iedereen kan geven in verband met privacy, maar wanneer universiteiten en andere organisaties die wel toegang hebben tot die data onderzoekers bewust de mogelijkheid ontnemen om daarmee onderzoek te doen omdat ze bang zijn voor onwelgevallige uitkomsten, dan gaat er iets goed mis met objectiviteit en waarheidsvinding op onze universiteiten. Natuurlijk bedoel ik hiermee onder anderen de heer Jan van de Beek. Ik stem daarom tegen deze motie.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (19637, nr. 3649).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (19637, nr. 3650).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (19637, nr. 3651).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vondeling/Wilders (19637, nr. 3653).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3654).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3655).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellian (19637, nr. 3656).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3657).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3658).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Ceulemans/Goudzwaard (19637, nr. ??, was nr. 3659).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Boomsma (19637, nr. 3660).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs (19637, nr. 3661).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Opvang Oekraïne

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Opvang Oekraïne,

te weten:

  • de motie-Vondeling over alle in Nederland verblijvende Oekraïense ontheemden terugsturen (19637, nr. 3662);
  • de motie-Vondeling/Wilders over voorkomen dat de bewoners van de Stroomflat plaats moeten maken voor Oekraïense ontheemden (19637, nr. 3663);
  • de motie-Vondeling over de opvang van derdelanders uit Oekraïne stopzetten en ze Nederland uitzetten (19637, nr. 3664);
  • de motie-Ellian over geen asielaanvragen van Oekraïense ontheemden behandelen totdat alle IND-achterstanden zijn weggewerkt (19637, nr. 3665);
  • de motie-Vermeer/Van der Plas over de bestaande opvang van Oekraïense ontheemden nadrukkelijk meewegen bij de verdeling van asielopvang onder de Spreidingswet (19637, nr. 3666);
  • de motie-Van Asten over een verkenning uitvoeren naar taalondersteuning voor Oekraïense ontheemden in relatie tot werk (19637, nr. 3667);
  • de motie-Ceulemans/Boomsma over oekraïense ontheemden die onder de RTB vallen niet in aanmerking laten komen voor rechterlijke dwangsommen voor niet tijdig beslissen op een asielaanvraag (19637, nr. 3668);
  • de motie-Ceulemans c.s. over automatisch opgeschorte asielverzoeken van Oekraïners die onder de RTB vallen niet in aanmerking laten komen voor overgangsrecht (19637, nr. 3669);
  • de motie-Ceulemans/Boomsma over een eigen bijdrage in de zorgkosten voor werkende ontheemden mogelijk maken (19637, nr. 3670);
  • de motie-Westerveld over zorgen voor langjarige duidelijkheid voor gemeenten en een kwaliteitskader voor de opvang van Oekraïners opstellen (19637, nr. 3671).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Ceulemans c.s. (19637, nr. 3669) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Hof van Justitie op 1 oktober 2026 heeft geoordeeld dat Nederland automatisch opgeschorte asielaanvragen van Oekraïners die onder de RTB vallen in behandeling moet nemen;

constaterende dat de Eerste Kamer op korte termijn stemt over de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, waaraan bij amendement de afschaffing van rechterlijke dwangsommen voor asielzoekers is toegevoegd, waarin zoals gebruikelijk een overgangstermijn is opgenomen;

spreekt uit dat automatisch opgeschorte asielverzoeken van Oekraïners die onder de RTB vallen niet in aanmerking kunnen komen voor dit overgangsrecht;

verzoekt de regering alle nodige stappen te zetten om dit te bewerkstelligen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3669 (19637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3662).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling/Wilders (19637, nr. 3663).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3664).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellian (19637, nr. 3665).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer/Van der Plas (19637, nr. 3666).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Asten (19637, nr. 3667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Boomsma (19637, nr. 3668).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceulemans c.s. (19637, nr. ??, was nr. 3669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Boomsma (19637, nr. 3670).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (19637, nr. 3671).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Begroting Defensie 2027

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2027,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Piri c.s. over onderuitputting bij Defensie bij voorrang reserveren in het Mobiliteitsfonds voor investeringen in infrastructuur die essentieel is voor militaire mobiliteit (37020-X, nr. 105, was nr. 60);
  • de motie-Piri c.s. over de Europese Unie een centrale rol geven in afstemming met de NAVO om de Europese defensiecapaciteit te versnellen en financieren (37020-X, nr. 61);
  • de motie-Bolhuis c.s. over met de Kamer afspraken maken over navolgbare en duidelijke procedures voor het vertrouwelijk delen van informatie (37020-X, nr. 62);
  • de motie-Jagtenberg c.s. over een concrete tijdlijn voor het uiterlijk binnen twee jaar ontwikkelen en beschikbaar maken van een alternatief voor het gebruik van Palantirproducten bij Defensie (37020-X, nr. 63);
  • de motie-Jagtenberg c.s. over bij de verwerving, vervanging en uitbreiding van defensiecapaciteiten waar mogelijk kiezen voor Europese aanvullingen (37020-X, nr. 64);
  • de motie-Jagtenberg c.s. over capaciteiten beschikbaar stellen voor de verdediging tegen straalmotoraangedreven Shaheddrones (37020-X, nr. 65);
  • de motie-Belhirch c.s. over blijven doen wat nodig is om Oekraïne komende winter te helpen (37020-X, nr. 66);
  • de motie-Belhirch c.s. over één integraal en uitvoerbaar weerbaarheidsplan waarin bestaand beleid en de uitkomsten en afspraken van de weerbaarheidstop worden meegenomen (37020-X, nr. 67);
  • de motie-Boon over het totale aantal generaals- en admiraalsfuncties en burgerfuncties bij Defensie in schaal 16 en hoger met 20% verminderen (37020-X, nr. 68);
  • de motie-Boon over de functies binnen Defensie die specifiek zijn gericht op diversiteit en inclusie beëindigen (37020-X, nr. 69);
  • de motie-Boon over geen Defensiepersoneel tijdens diensttijd en geen financiële of materiële middelen inzetten voor deelname van Defensie aan de Canal Parade (37020-X, nr. 70);
  • de motie-Boon over geen financiële middelen van Defensie beschikbaar stellen voor het organiseren of faciliteren van iftarvieringen (37020-X, nr. 71);
  • de motie-Boon over binnen zes maanden met een nieuwe Defensienota komen waarin harde keuzes worden gemaakt over welke krijgsmacht Nederland nodig heeft (37020-X, nr. 72);
  • de motie-Peter de Groot c.s. over de BSB en de DSI voorzien van passende ondersteuning (37020-X, nr. 73);
  • de motie-Peter de Groot c.s. over binnen NAVO- en EU-verband in gesprek gaan over een geharmoniseerd reactiekader om hybride dreigingen en sabotage snel toe te schrijven en te bestraffen (37020-X, nr. 74);
  • de motie-Nanninga c.s. over de nationale identiteit en het besef van burgerplichten te bevorderen als onderdeel van weerbaarheid (37020-X, nr. 75);
  • de motie-Nanninga c.s. over naar Scandinavisch voorbeeld een whole-of-societystrategie voor maatschappelijke weerbaarheid en crisisvoorbereiding uitwerken (37020-X, nr. 76);
  • de motie-Van Lanschot c.s. over de provincie Noord-Holland verzoeken de IPB-status voor de Shipdockscheepswerf te handhaven (37020-X, nr. 77);
  • de motie-Van Lanschot c.s. over in 2027 een volwaardige opleiding tot cyberofficier oprichten aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda (37020-X, nr. 78);
  • de motie-Van Baarle over bij Defensie best practices van andere overheidsdiensten implementeren voor een meer diverse instroom (37020-X, nr. 79);
  • de motie-Van Baarle over uitsluiten dat jongeren te maken krijgen met sancties indien zij de Defensie-enquête niet invullen (37020-X, nr. 80);
  • de motie-Van Baarle over uitsluiten dat jongeren een justitiële aantekening krijgen indien zij de Defensie-enquête niet invullen (37020-X, nr. 81);
  • de motie-Van Baarle over de miljarden voor defensie niet steunen zolang deze aan Israëlische wapens worden uitgegeven (37020-X, nr. 82);
  • de motie-Van Baarle over zich terugtrekken uit het memorandum of understanding over militaire samenwerking met Israël (37020-X, nr. 83);
  • de motie-Diederik van Dijk/Bikker over ambities opstellen inzake de Nationale Weerbaarheidstraining, de Verdiepingsmodule Defensie en het programma maatschappelijke weerbaarheid (37020-X, nr. 84);
  • de motie-Diederik van Dijk/Nanninga over een regeling die voorziet in compensatie bij aantoonbare inkomensderving door langdurige militaire inzet (37020-X, nr. 85);
  • de motie-Diederik van Dijk/Belhirch over een geannoteerde agenda naar de Kamer sturen als de JEF op ministerieel niveau bijeenkomt (37020-X, nr. 86);
  • de motie-Grinwis c.s. over niet tornen aan de vormingsconferentie en voldoende middelen beschikbaar stellen voor de Diensten voor Geestelijke Verzorging (37020-X, nr. 87);
  • de motie-Grinwis c.s. over onderzoeken of de bestaande bestedingsvrijheid voor commandanten uitgebreid kan worden (37020-X, nr. 88);
  • de motie-Dobbe c.s. over zo snel mogelijk voor Defensie een lobbyregister instellen (37020-X, nr. 90);
  • de motie-Dobbe c.s. over inzichtelijk maken hoeveel Nederlands publiek geld gaat naar winsten van wapenbedrijven (37020-X, nr. 91);
  • de motie-Dobbe c.s. over de Kamer ruim voorafgaand aan de daadwerkelijke nucleaire samenwerking met Frankrijk informeren (37020-X, nr. 92);
  • de motie-Dobbe/Van Baarle over in Europees verband het initiatief nemen voor onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne (37020-X, nr. 93);
  • de motie-Struijs c.s. over kwetsbare personen in beeld brengen en inventariseren hoe deze bij grootschalige calamiteiten ondersteund of verplaatst kunnen worden naar geschikte opvanglocaties (37020-X, nr. 94);
  • de motie-Struijs c.s. over de samenwerking tussen het ministerie van Defensie en de veiligheidsregio's verder versterken (37020-X, nr. 95);
  • de motie-Dassen c.s. over pleiten voor zo veel mogelijk transparantie in de Europese behoefte aan defensiematerieel (37020-X, nr. 96);
  • de motie-Dassen/Dobbe over in EU-verband pleiten voor het innemen van ten minste een deel van de Russische tegoeden om deze aan Oekraïne te schenken (37020-X, nr. 97);
  • de motie-Dassen/Struijs over als uitgangspunt nemen dat Europa volledig zelfstandig moet kunnen opereren als pijler binnen de NAVO (37020-X, nr. 98);
  • de motie-Dassen/Piri over toewerken naar een geïntegreerde Europese defensie (37020-X, nr. 99);
  • de motie-Ten Hove/Van Lanschot over werken aan balans tussen het openbaar en vertrouwelijk informeren van de Kamer (37020-X, nr. 100);
  • de motie-Ten Hove/Keijzer over de rekenkundige ondergrens verhogen naar 1 mol per hectare (37020-X, nr. 101);
  • de motie-Keijzer/Nanninga over een nulmeting en streefcijfer opstellen voor het deel van de defensie-investeringen dat in Nederland wordt geproduceerd (37020-X, nr. 102);
  • de motie-Keijzer over meerjarige raamcontracten de standaard maken (37020-X, nr. 103);
  • de motie-Keijzer over de helft van de militaire steun aan Oekraïne besteden bij in Nederland producerende bedrijven en Nederlands-Oekraïense joint ventures (37020-X, nr. 104).

(Zie vergadering van 8 oktober 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Struijs stel ik voor zijn motie (37020-X, nr. 94) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De gewijzigde motie-Piri c.s. (37020-X, nr. 105, was nr. 60) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Piri, Bolhuis, Diederik van Dijk, Struijs, Dassen en Grinwis.

Zij krijgt nr. 105, was nr. 60 (37020-X).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Piri c.s. (37020-X, nr. 105, was nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (37020-X, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bolhuis c.s. (37020-X, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jagtenberg c.s. (37020-X, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jagtenberg c.s. (37020-X, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jagtenberg c.s. (37020-X, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch c.s. (37020-X, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch c.s. (37020-X, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (37020-X, nr. 72).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (37020-X, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (37020-X, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga c.s. (37020-X, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga c.s. (37020-X, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot c.s. (37020-X, nr. 77).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot c.s. (37020-X, nr. 78).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (37020-X, nr. 79).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (37020-X, nr. 80).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (37020-X, nr. 81).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (37020-X, nr. 82).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (37020-X, nr. 83).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Bikker (37020-X, nr. 84).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Nanninga (37020-X, nr. 85).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Belhirch (37020-X, nr. 86).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (37020-X, nr. 87).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (37020-X, nr. 88).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (37020-X, nr. 90).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (37020-X, nr. 91).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

BBB wil geacht worden tegen de motie op stuk nr. 90 te hebben gestemd. Dat is bij dezen gecorrigeerd.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (37020-X, nr. 92).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Van Baarle (37020-X, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs c.s. (37020-X, nr. 95).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen c.s. (37020-X, nr. 96).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Dobbe (37020-X, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Struijs (37020-X, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen/Piri (37020-X, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, D66, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove/Van Lanschot (37020-X, nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van PRO ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove/Keijzer (37020-X, nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Keijzer/Nanninga (37020-X, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Keijzer (37020-X, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Keijzer (37020-X, nr. 104).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, bij de motie op stuk nr. 83 hadden wij voor moeten stemmen en bij de motie op stuk nr. 77 tegen.

De voorzitter:
Genoteerd. Mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Bij de motie op stuk nr. 70 hadden wij voor willen stemmen.

De voorzitter:
Eveneens genoteerd.


Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2027

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2027,

te weten:

  • de motie-Tseggai/Dassen over in kaart brengen welke publieke voorzieningen in Caribisch Nederland verbetering behoeven en hoe dit te financieren (37020-IV, nr. 21);
  • de motie-Vlottes over het bestuurscollege en de eilandsraad van Bonaire onder curatele stellen en de Rijksvertegenwoordiger verantwoordelijk maken voor het bestuur op het eiland (37020-IV, nr. 22).

(Zie vergadering van 7 oktober 2026.)

De voorzitter:
De motie-Tseggai/Dassen (37020-IV, nr. 21) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet 30 miljoen euro extra reserveert voor bestaanszekerheid in Caribisch Nederland;

constaterende dat er nog steeds grote verschillen zijn tussen belangrijke publieke voorzieningen in Europees en Caribisch Nederland;

overwegende dat om de gelijkwaardigheid tussen Europees en Caribisch Nederland te vergroten het van belang is dat er geïnvesteerd wordt in belangrijke publieke voorzieningen;

verzoekt de regering om in kaart te brengen welke publieke voorzieningen de komende jaren in Caribisch Nederland structureel verbetering behoeven en hierbij inzichtelijk te maken hoe dit te financieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 21 (37020-IV).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tseggai/Dassen (37020-IV, nr. ??, was nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vlottes (37020-IV, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Duurzaam vervoer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Duurzaam vervoer,

te weten:

  • de motie-Van Leijen over het voorkomen van dubbele energiebelasting op deelauto's (32813, nr. 1579);
  • de motie-Van Leijen over deelmobiliteit meenemen bij een eventuele toekomstige regeling rond social lease (32813, nr. 1580);
  • de motie-Van Leijen over een Europees derogatieverzoek voorbereiden voor een verlaagd energiebelastingtarief op publieke laadpalen (32813, nr. 1581);
  • de motie-Bikkers over zorgen dat de invoering van nieuwe zero-emissiezones soepel verloopt (32813, nr. 1582);
  • de motie-Zwinkels over bij de inruilregeling erop sturen dat ten minste 50% van het beschikbare budget bij de laagste inkomensgroep terechtkomt (32813, nr. 1583);
  • de motie-Goudzwaard over de noodzakelijke randvoorwaarden toetsen met gemeentes die een zero-emissiezone willen invoeren (32813, nr. 1584).

(Zie vergadering van 8 oktober 2026.)

De voorzitter:
Er is een stemverklaring van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik struikelde zostraks bij het vragenuur twee keer — een enorme schokgolf ging door deze zaal — maar alles is oké. Ik weet nu ook waarom het gebeurde: ik zat op een VVD-stoeltje.

De voorzitter:
Dat is altijd gevaarlijk, kan ik u vertellen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er ging ook een schokgolf door onze fractie, maar dat terzijde.

Voorzitter, de stemverklaring. Die gaat over de motie op stuk nr. 1582 van de heer Bikkers en de motie op stuk 1584 van de heer Goudzwaard. Die gaan over randvoorwaarden voor zero-emissiezones toetsen en dat zero-emissiezones soepel worden ingevoerd. BBB is gewoon helemaal tegen zero-emissiezones. Wij vinden dit een belachelijk beleid. Als wij voor deze motie zouden stemmen, dan zou dat betekenen dat wij dit belachelijke beleid ondersteunen. BBB wil dus zero zero-emissiezones en daarom stemmen wij tegen deze moties. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van Leijen (32813, nr. 1579).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (32813, nr. 1580).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (32813, nr. 1581).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikkers (32813, nr. 1582).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Zwinkels (32813, nr. 1583).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (32813, nr. 1584).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Water

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Water,

te weten:

  • de motie-Kostić over voorkomen dat Chemours een nieuwe vergunning krijgt voor het lozen van pfas op de Merwede (27625, nr. 748);
  • de motie-Kostić over de introductie van progressieve tarieven onderzoeken waarbij bovenmatig verbruik hoger wordt beprijsd (27625, nr. 749);
  • de motie-Bromet/Boelsma-Hoekstra over een nationale drinkwaterstrategie opstellen (27625, nr. 750);
  • de motie-Vellinga-Beemsterboer/Schutz over uiterlijk in de toekomstagenda drinkwater vastleggen welke doorzettingsmacht het Rijk inzet wanneer drinkwaterprojecten vastlopen (27625, nr. 751);
  • de motie-Grinwis c.s. over inzetten op spoedige besluitvorming over en maximale medewerking verlenen aan het robuuster maken van het inlaatwerk Bernisse (27625, nr. 752);
  • de motie-Wiersma over bestaande meetgegevens beter benutten om per gebied de bronnen van waterbelasting gericht aan te pakken (27625, nr. 753);
  • de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. over aanvullend infiltratiebeleid opstellen ten behoeve van niet-drinkwater in functies (27625, nr. 755);
  • de motie-Schutz c.s. over oplossingen in kaart brengen voor waterbesparing, waterhergebruik, waterberging, waterinfiltratie en effluentgebruik (27625, nr. 756);
  • de motie-Goudzwaard over concrete maatregelen uitwerken om productiebeperkingen door koelwaterregels tijdens warme periodes zo veel mogelijk te voorkomen (27625, nr. 757);
  • de motie-Goudzwaard over aangeven of en, zo ja, hoe de leverings- en zorgplicht voor bedrijven wordt geborgd (27625, nr. 758);
  • de motie-Goudzwaard over in verdere besluitvorming de optie meenemen van lozing- en onttrekkingsvergunningen voor onbepaalde tijd (27625, nr. 759).

(Zie vergadering van 8 oktober 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de motie (27625, nr. 748) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Kostić (27625, nr. 749).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet/Boelsma-Hoekstra (27625, nr. 750).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer/Schutz (27625, nr. 751).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (27625, nr. 752).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (27625, nr. 753).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (27625, nr. 755).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schutz c.s. (27625, nr. 756).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (27625, nr. 757).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (27625, nr. 758).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (27625, nr. 759).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Maritiem

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Maritiem,

te weten:

  • de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. over het kwalificatiecertificaat open rondvaart evalueren (31409, nr. 511);
  • de motie-Goudzwaard c.s. over onderzoeken of en hoe aanvullende middelen beschikbaar gesteld kunnen worden voor een nieuwe ronde van het Maritiem Innovatie Programma (31409, nr. 514);
  • de motie-Diederik van Dijk/Stoffer over de beperking van de brandstoftransitieverplichting tot leveringen aan de binnenvaart heroverwegen (31409, nr. 515);
  • de motie-Wiersma/Schutz over onderzoeken waar wettelijke bemanningseisen aangepast kunnen worden met behoud van de veiligheid (31409, nr. 516);
  • de motie-Wiersma/Schutz over onderzoeken hoe kleine brandstofpunten met alternatieve maatregelen aan de milieu- en veiligheidseisen kunnen voldoen (31409, nr. 517).

(Zie vergadering van 8 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (31409, nr. 511).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard c.s. (31409, nr. 514).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Stoffer (31409, nr. 515).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Schutz (31409, nr. 516).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Schutz (31409, nr. 517).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Sancties tegen het Internationaal Strafhof

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Sancties tegen het Internationaal Strafhof,

te weten:

  • de motie-Van der Werf c.s. over onderzoeken hoe de toegang tot het internationale betalingsverkeer kan worden gegarandeerd voor het Internationaal Strafhof en andere rechtspersonen (28498, nr. 62);
  • de motie-Van Baarle over de ondermijning en intimidatie van het Internationaal Strafhof door de VS veroordelen en de Amerikaanse ambassadeur ontbieden (28498, nr. 63);
  • de motie-Van Baarle over de ondermijning van het Internationaal Strafhof door Israël veroordelen en de Israëlische ambassadeur ontbieden (28498, nr. 64);
  • de motie-Van Baarle over niet meegaan in het verschaffen van immuniteit voor staatsburgers van de VS of het deprioritiseren van onderzoek naar handelen van de VS (28498, nr. 65);
  • de motie-De Roon/Wilders over de Nederlandse deelname aan het Strafhof beëindigen (28498, nr. 66).

(Zie vergadering van 8 oktober 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn motie (28498, nr. 65) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (28498, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28498, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28498, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Nu komt toch wel de meest belangrijke en goede motie van de hele stemmingen, dus ik wil graag een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 66.

De voorzitter:
Dan gaan we hoofdelijk stemmen over de motie op stuk nr. 66. Mag ik orde in de zaal? Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Mag ik stilte in de zaal, zodat we uw stem goed kunnen noteren? Het woord is aan de griffier.

In stemming komt de motie-De Roon/Wilders (28498, nr. 66).

Vóór stemmen de leden: Stöteler, Vlottes, Vondeling, Wilders, Al Biyati, Boon, Martin Bosma, Claassen, Dekker, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Faber, Graus, Heutink, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk en Schilder.

Tegen stemmen de leden: Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Dassen, Heera Dijk, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk en Schoonis.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 34 stemmen voor en 112 stemmen tegen is verworpen.


Stemming motie Wijziging van de Visserijwet 1963

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Visserijwet 1963,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Van der Plas over onderzoeken hoe de schelpenwinning binnen de wettelijke, ecologische en maritieme veiligheidskaders kan worden voortgezet (36899, nr. 10).

(Zie vergadering van 9 september 2026.)

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas (36899, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Situatie Sudan

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Situatie Sudan,

te weten:

  • de motie-Kröger c.s. over zich inzetten voor sancties tegen bij de goudhandel betrokken individuen en entiteiten (29237, nr. 267).

(Zie vergadering van 1 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (29237, nr. 267).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Beleidsbrief Buitenlandse Zaken

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Beleidsbrief Buitenlandse Zaken,

te weten:

  • de motie-Kröger c.s. over in individuele gevallen kinderen uit Gaza de mogelijkheid bieden voor behandeling in Nederlandse ziekenhuizen (36180, nr. 234).

(Zie vergadering van 1 oktober 2026.)

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (36180, nr. 234).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie JBZ-Raad (Vreemdelingen- en asielbeleid)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat JBZ-Raad (Vreemdelingen- en asielbeleid),

te weten:

  • de motie-Boomsma/Ceulemans over geen nieuwe machtigingen tot voorlopig verblijf verstrekken aan personen uit Gaza (32317, nr. 1029).

(Zie vergadering van 30 september 2026.)

De voorzitter:
De motie-Boomsma/Ceulemans (32317, nr. 1029) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederlandse universiteiten zoals Maastricht zich inspannen om Palestijnse volwassenen uit onder andere Gaza naar Nederland te halen voor studie en zij daarvoor een machtiging tot
voorlopig verblijf moeten krijgen;

overwegende dat mensen daar zijn verwikkeld in een gruwelijke oorlog en al decennialang worden blootgesteld aan antisemitische en jihadistische propaganda, en ook veiligheidsrisico's zijn verbonden aan verblijf;

verzoekt de regering:

  • personen uit Gaza die sinds 7 oktober 2023 met een mvv naar Nederland zijn gekomen aan een verscherpte openbare-ordecheck te onderwerpen waarbij ook hun sociale media worden onderzocht op mogelijke steun voor terreur, en bij gebleken risico hun verblijf te beëindigen;
  • voorlopig geen nieuwe machtigingen tot voorlopig verblijf te verstrekken aan personen uit Gaza en/of de Palestijnse gebieden en andere gebieden met hoge mate van blootstelling aan jihadistische en antisemitische propaganda,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1029 (32317).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma/Ceulemans (32317, nr. ??, was nr. 1029).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Dat waren de stemmingen. Ik dank u voor de medewerking. Ik schors een heel kort ogenblik en dan gaan we verder met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Op verzoek van de Groep Markuszower benoem ik in de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven het lid Lammers tot lid.

Op verzoek van de fractie van D66 benoem ik in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Belhirch tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het tweeminutendebat Jeugdcriminaliteit (CD d.d. 08/10), met als eerste spreker het lid Synhaeve van D66;
  • het tweeminutendebat Hoger onderwijs, studiefinanciering en DUO (CD d.d. 08/10), met als eerste spreker het lid Beckerman van de Socialistische Partij;
  • het tweeminutendebat Gewasbeschermingsmiddelen (CD d.d. 08/10), met als eerste spreker het lid Podt van D66;
  • het tweeminutendebat Wadden (CD d.d. 08/10), met als eerste spreker het lid Vellinga-Beemsterboer van D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Vondeling voor een verzoek.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik doe mijn eerste verzoek. Nederland bezwijkt onder de asielinstroom. De grens is allang bereikt, maar de stroom dendert onverminderd voort. Vorige week kwamen er weer 910 asielzoekers bij. Boven op deze volstrekt onhoudbare situatie komen er nu ook nog eens 140.000 asielaanvragen van Oekraïners bij dankzij een absurde uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Daarom wil ik een debat met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft. Meneer Heutink. O, mevrouw Straatman was eerder. Meneer Heutink mag toch eerst.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Mevrouw Straatman zit dichterbij, dus dat is valsspelen!

De voorzitter:
Ja, dat is waar. U gaat als eerste.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben binnenkort twee dagen een asieldebat, tijdens de begrotingsbehandeling. Hoe belangrijk dit onderwerp ook is, dat is de allersnelste manier om dit te bespreken, dus geen steun.

Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Daar sluit ik me bij aan. Bovendien heeft de minister aangegeven nog met een brief te komen over hoe hij kijkt naar de uitspraak van het Hof van Justitie, dus die wachten wij graag af.

De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter. Dit is een uitspraak die hele verstrekkende gevolgen kan hebben. Gelukkig is er net een motie aangenomen zodat ze in ieder geval niet voor dwangsommen in aanmerking kunnen komen, maar de problematiek is breder. Dus steun voor het verzoek. Het lijkt me logisch om dat te doen nadat de brief van de minister er is, maar steun voor het verzoek.

Mevrouw Westerveld (PRO):
We hebben het hier vorige week in een debat over gehad en we hebben binnenkort het debat over de Asielbegroting. Bovendien zijn het geen stromen, maar gaat het over mensen.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Geen steun, voorzitter.

De heer Van Baarle (DENK):
Er is geen gebrek aan asieldebatten, dus geen steun.

De heer Ellian (VVD):
Bij de begroting is het snelst.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit me aan bij de heer Ellian.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun, voorzitter.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Onbegrijpelijk.

Dan mijn volgende verzoek. Onze steden worden geterroriseerd door groepen Syrische jongeren. Ze vechten, steken en stelen erop los. Ze reizen van stad naar stad om onze straten onveilig te maken en om ruzies tussen groepen uit te vechten. Het is een complete bendeoorlog. Dit tuig moet worden opgepakt en vastgezet, en moet op het eerste het beste vliegtuig ons land worden uitgezet. Daarom wil ik ook hierover een debat met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.

De heer Ellian (VVD):
Ook hiervoor geldt: dat kan het snelst bij de begroting.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wilde mevrouw Straatman voorlaten, voorzitter. Hiervoor geldt hetzelfde als wat ik net heb gezegd: dit kan bij de begroting, dus geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Ook van mijn kant geldt hetzelfde als wat ik net heb gezegd. Ook dit is een heel groot maatschappelijk probleem, dat verder groeit. Dus steun voor dit verzoek.

Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Het moet niet gekker worden, maar ik ben het weer eens met de heer Heutink!

De heer Van Baarle (DENK):
Ik prijs mij gelukkig dat ik veel getalenteerde en fijne Syrische Nederlanders ken. Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ook geen steun, voorzitter.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, hier wil ik wel steun voor geven.

De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Heb ik wel de steun van 30 leden?

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan wil ik hem graag op de lijst zetten.

De voorzitter:
We zetten 'm erop.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan mijn laatste verzoek. In het vragenuur ging het net al over pro-Hamasdemonstraties. Dat tuig wordt gewoon niet aangepakt door de minister. De minister komt met allemaal smoesjes. Daarom willen wij hierover graag een debat met de minister-president.

De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun voor het verzoek. Graag ook de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van JenV erbij.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat ziet meneer Wilders er in één keer anders uit, voorzitter. Maar steun voor het debat.

De heer Van Leijen (D66):
Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):
We hebben het er net over gehad in het vragenuur, de wet over terrorismeverheerlijking komt naar de Kamer en het kan bij de begroting, dus nu geen steun.

De heer Flach (SGP):
Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Die demonstratie is ongekend en scheurt onze samenleving. Dit is bij uitstek een onderwerp waar wij met elkaar over moeten praten, dus steun voor dit verzoek.

De heer Van Baarle (DENK):
Geen steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Heb ik wel de steun van 30 leden?

De voorzitter:
Hebben we de steun van 30 leden?

Mevrouw Martens-America (VVD):
Steun.

De voorzitter:
Geen meerderheid, wel 30 leden.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan wil ik 'm graag op de lijst zetten.

De voorzitter:
We zetten 'm op de lijst.

Mevrouw Van der Plas, u heeft het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We hebben het hier inderdaad in het vragenuur over gehad. We kregen toen totaal onbevredigende antwoorden van de minister van Justitie. We zien dat het antisemitisme echt walgelijke en groteske vormen aanneemt, ook in de demonstraties die we in de afgelopen dagen hebben gezien. Daarin werd openlijk steun gegeven aan een terroristische organisatie. Ik zou graag een debat willen voeren over antisemitisme. Ik denk dat dat hoog tijd is. Dat wil ik voeren met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van OCW, van Onderwijs. Ik wil daar graag de minister van Binnenlandse Zaken aan toevoegen. Ik doe het verzoek om dit voor het kerstreces in te plannen. We gaan richting Chanoeka. Het lijkt mij een goed moment om dit voor het kerstreces in te plannen. Ik ga er dus van uit dat ik daar brede steun voor krijg, gezien alles wat er in Nederland gebeurt.

De voorzitter:
Ik ga horen hoe daarover wordt gedacht.

De heer Boon (PVV):
Voorzitter. Als ik soms kijk naar wat er allemaal gebeurt in Nederland, dan schaam ik me echt. Het antisemitisme klotst tegen de plinten op. We moeten hier zeker een debat over gaan voeren, dus ik steun het verzoek van mevrouw Van der Plas.

De heer Flach (SGP):
Goed dat dit voortwoekerende kwaad op onze straten wordt aangepakt, dus steun voor dit debat.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb geprobeerd het bij een commissiedebat OCW met de minister te bespreken. Daar werd het weggebabbeld, dus het is goed dat we hier een debat over gaan voeren.

De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter. Steun, ook in lijn met de eerder aangenomen motie-Eerdmans om jaarlijks een debat over antisemitisme in te plannen. Het is goed om dat op korte termijn te doen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Afgelopen weekend deed gewoon denken aan de binnenkomst van de nazi's op de motors in de vorige eeuw. Dat zijn grote woorden, maar je snapt nu hoe dat allemaal gegaan is vanaf 1933. Steun dus voor dit verzoek.

De heer Tijs van den Brink (CDA):
We delen de afschuw over alles wat er gebeurt rond antisemitisme. We hebben daar in dit voorjaar een debat over gehad. Dat kan binnenkort weer.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Terecht initiatief; steun.

De heer Van Leijen (D66):
Eens met de heer Van den Brink: geen steun.

De heer Ellian (VVD):
Wel steun, voorzitter.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wel 30 leden.

De voorzitter:
Wel 30 leden. U wenst 'm op de lijst? Ja. We doen geen toegiften meer. Het komt op de lijst van dertigledendebatten, mevrouw Van der Plas.

Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar verzoek namens de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. In het rapport "Bestaansonzekerheid vanuit de beleving van mensen" laat het Sociaal en Cultureel Planbureau zien wat bestaansonzekerheid doet met mensen. In het rapport lezen we waar mensen tegenaan lopen en hoe we bestaanszekerheid van mensen kunnen verbeteren. Nu het kabinet-Jetten de armoede nauwelijks laat dalen en er wel veel prijsstijgingen op mensen afkomen, voeren we graag een apart debat met de minister van SZW over dit rapport.

De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik stel voor dat we het morgen betrekken bij het commissiedebat Armoedebeleid.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Steun.

De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter. Morgen hebben we een commissiedebat Armoede- en Schuldenbeleid en er komt nog een begroting SZW aan. Volgens mij is dat veel sneller, dus geen steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Commissiedebat, begroting: volgens mij is er plek genoeg om dit belangrijke onderwerp te bespreken, dus geen steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Volgens mij is dit een van de belangrijkste punten die er maar zijn kunnen: bestaanszekerheid. Dus zeker steun hiervoor.

De heer De Beer (VVD):
Volgens mij is er genoeg gelegenheid om het te bespreken. Voor nu geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek.

De heer Oosterhuis (D66):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe. Wel 30 leden. Hij gaat erbij.

Het woord is aan meneer Van Baarle voor zijn verzoek namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank. Het is u allen bekend dat de Verenigde Staten sancties hebben getroffen, zij het voorwaardelijk rondom een bepaalde periode tot april, die diepe impact zullen hebben op het functioneren van het Internationaal Strafhof, en daarmee ook op ons als gastland. Het lijkt mij goed om in ieder geval voor april, als die periode afloopt, met elkaar een debat te voeren over a die sancties en b ook de impact op het hof en op ons als gastland.

De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter, met die toevoeging ben ik het van harte eens, dus voor april. Dan loopt de periode af. We hebben namelijk net vorige week een debat hierover gehad. Er ligt ook een hele duidelijke uitspraak van wat de Kamer wil, namelijk het inzetten van het blocking statute. Maar in de periode na afloop van die zes maanden lijkt het me heel goed om hier een debat over te voeren, dus steun.

De heer Oosterhuis (D66):
Een heel belangrijk onderwerp, maar wat ons betreft kan dit vanmiddag direct al worden besproken in het debat over de Europese Raad. Nu dus geen steun voor een apart debat.

Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.

De heer De Roon (PVV):
Geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Van harte steun.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun, voorzitter. We hebben vorige week een debat hierover gehad en net erover gestemd. Nu is het eerst tijd voor de diplomatieke route. Eventueel later een debat, maar nu geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun. De heer Van Baarle kan het er ook vanavond bij het debat over de Europese top over hebben als hij wil.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.

De heer Vermeer (BBB):
Geen steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid, meneer Van Baarle.

Het woord is aan mevrouw Abdi namens PRO.

Mevrouw Abdi (PRO):
Voorzitter. Ik heb recent aanwezig mogen zijn bij een aantal besloten zittingen voor mensen die in bewindvoering zitten. Ik ben daar enorm van geschrokken. Denk aan mensen die diep in de schulden zitten of verslavingsproblematiek hebben en angstvallig weg willen houden van hun familie en omgeving dat ze hun financiën niet meer op orde hebben. Denk ook aan jonge vrouwen die een soort katvangerconstructie ingeduwd zijn en aan wie vervolgens hulp geweigerd wordt. Vandaar mijn verbazing, maar ook enorme schok: banken weigeren kennelijk niet alleen hulp aan deze doelgroep, maar bewindvoering is ook een soort verdienmodel geworden. Ik wil daarom heel graag een debat hierover met de staatssecretaris van Justitie en de minister van Financiën. Ik wil ook een brief hierover ontvangen, om te horen waar de maatschappelijke verantwoordelijkheid van banken zit en hoe we ervoor gaan zorgen dat de meest kwetsbare mensen de hulp krijgen die ze verdienen.

De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik ga kijken of u steun heeft voor een debat.

De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Voor 4 november staat het commissiedebat Juridische beroepen gepland bij de commissie J&V, dus ik zou zeggen: betrek het daarbij. Ik wil wel ook graag een brief vóór dat commissiedebat, waarin de staatssecretaris in ieder geval ingaat op de vraag of het vermogen van onderbewindgestelden altijd veilig is geweest of niet. In het NRC-artikel wordt namelijk nogal wat uiteengezet over een betaalservice.

De voorzitter:
Ook dat verzoek geleiden we door naar het kabinet.

Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Ik wijs ook op het commissiedebat Juridische beroepen. Er komt eind dit jaar ook nog een brief over de hervormingen in het insolventierecht. Wellicht dat we dan samen kunnen optrekken om een apart commissiedebat aan het insolventierecht te wijden. Daar kan dit onderwerp ook een plaats hebben.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Er zijn blijkbaar commissiedebatten genoeg. Geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik denk dat het goed is om hier een apart debat over te voeren, dus steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
We hebben aanstaande donderdag ook het debat over armoede en schulden, dus nu geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
En dat na zo'n doorvoelde oproep! Van harte steun vanuit de SP.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar verzoek namens 50PLUS. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Wij verzoeken de behandeling van de Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 (36713) in te plannen vóór 15 november, wil het nog lukken om die in te voeren in 2028.

De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Tijmstra (CDA):
Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik denk dat het een hele uitdaging wordt, maar wel steun.

De heer Van Leijen (D66):
Dat steunen we van harte.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

Mevrouw Wendel (VVD):
Hij staat al gepland in november. Dat is voor ons prima, dus geen steun.

Mevrouw Westerveld (PRO):
Steun. Ook heel veel succes aan de Griffie, want dit lijkt me een hele uitdaging.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun. Ik sluit me aan bij wat mevrouw Westerveld zegt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, steun. Het is inmiddels niet meer te doorgronden wat uiteindelijk de bedoeling is van dit debat voor de ouderenzorg. Duidelijkheid hierover gaat helpen.

De heer Vermeer (BBB):
Steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.

De voorzitter:
Er is een meerderheid, mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wens de Griffie inderdaad sterkte om het ertussen te proppen.

De voorzitter:
Ja, ik ook.

U heeft nog een verzoek.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij willen heel graag een debat over mantelzorg met de minister van Langdurige Zorg. Er is inmiddels een mantelzorgagenda gekomen, er ligt een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en de SER heeft een rapport gemaakt over mantelzorg. Mantelzorgers hebben hulp van de overheid nodig. Een plenair debat over mantelzorg is dus echt hoognodig.

De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Tijmstra (CDA):
Er is al een debat aangevraagd over mantelzorg. Dat moet nog ingepland worden. Het specifieke NOS-artikel waar u met dit verzoek naar verwijst, kunnen we daar gewoon bij betrekken.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het is een belangrijk onderwerp; zeker weten. Misschien kan het het snelste bij de begroting of anders bij het debat dat net werd genoemd.

De heer Stöteler (PVV):
Ik sluit me daarbij aan. Het debat over mantelzorg stond al op de lijst.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Ik sluit me aan bij mevrouw Tijmstra. Volgens mij stond er al een debat, maar het is heel erg belangrijk. Het is dus een extra aanmoediging: laten we het alsjeblieft inplannen. Steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Er staan blijkbaar al debatten gepland, dus nu geen steun.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind het echt goed dat mevrouw Van Brenk hier aandacht voor vraagt, dus daarvoor dank ik haar, maar ik sluit me wel aan bij de eerdere sprekers. Sorry, mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is belangrijk om hier extra aandacht voor te vragen, ook in verband met de planning. Dus steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek, maar ik geef de collega's mee dat de debatten gebundeld kunnen worden. Dan is het verzoek om dat debat snel in te plannen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun, maar ik ben het ook wel eens met wat collega Van Baarle zegt.

De heer Flach (SGP):
Wij zouden dit willen betrekken bij het mantelzorgdebat dat mevrouw Van Brenk mede namens de SGP al heeft aangevraagd.

Mevrouw Beckerman (SP):
Het wordt een beetje saai: we steunen het uiteraard. Het staat er al. Laten we gewoon zorgen dat het ingepland kan worden.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor een apart debat.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Nee, voorzitter. Ik begrijp dat het probleem rond het inplannen nog steeds bij de Griffie ligt, maar we hopen dat het gebeurt.

De voorzitter:
We deden geen toegiften meer, mevrouw Van Brenk, maar u komt er toch mee weg. Mevrouw Podt, gauw krijgt u het woord voor uw verzoek namens D66.

Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Er was deze week een prachtige documentaire van Yvon Jaspers. Voor iedereen die het nog niet gezien heeft: hij is het nakijken waard. Het ging deze week over de gevolgen van parkinson voor zowel mensen die het krijgen als hun naasten en over de verdeeldheid en onzekerheid bij boeren en omwonenden. Wij zouden graag een debat willen in de volle breedte, dus met de minister van VWS en de staatssecretaris van LVVN, over wat we kunnen doen om te voorkomen dat meer mensen deze vreselijke ziekte krijgen en om mensen te ondersteunen die ermee te maken krijgen.

De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Inderdaad, steeds meer mensen maken zich zorgen over de impact van landbouwgif op hun gezondheid. In Europa worden de regels die ons beschermen afgebroken. In Nederland komt er geen vooruitgang. Dus van harte steun voor dit debat.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Steun.

De heer Lohman (CDA):
Ik heb de documentaire nog niet gezien, maar dat ga ik wel doen. Ik zag er wel een klein clipje van, waarin Bas Bloem een heel genuanceerd beeld gaf van de mogelijke risico's en van de bronnen. Het lijkt me goed om dit debat te voeren, dus steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik ga een afgeleide hiervan doen in mijn begrotingsdebat van VWS. Ik adviseer mijn collega's hetzelfde te doen bij de portefeuilles waar zij over gaan.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, als ik daar meteen op mag reageren: dat is nou juist vaak het probleem, namelijk dat we VWS los doen van LVVN, terwijl het beide aspecten raakt. Juist daarom van harte steun voor een breder debat.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun.

De heer Van den Berg (JA21):
Geen steun, voorzitter. We debatteren al genoeg over gewasbeschermingsmiddelen.

Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Geen steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Podt.

Het woord is aan de heer Mooiman voor zijn verzoek namens de PVV.

De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het Economisch Instituut voor de Bouw presenteerde gisteren de resultaten van een onderzoek naar de effecten van migratie op de Nederlandse woningmarkt. Daaruit blijkt dat de komende tien jaar maar liefst 340.000 woningen nodig zijn voor de opvang van migratie. Ook blijkt dat 20% van de beschikbare woningen voor starters in 2023 naar statushouders ging. Dat is meer dan er in dat jaar werd gebouwd door corporaties. Dit zijn schokkende cijfers, maar ze bevestigen wel het beeld waar wij al langere tijd voor waarschuwen, namelijk dat de Nederlandse woningmarkt piept en kraakt en dreigt te bezwijken onder de druk van statushouders en asielzoekers, terwijl Nederlanders geen woning kunnen vinden. Voor de PVV is dat onaanvaardbaar en daarom willen we snel een goed debat op de inhoud met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het rapport en de impact van asielmigratie op de woningmarkt.

De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

De heer Flach (SGP):
"Zie je wel", was het eerste wat ik dacht. Net als de PVV zeggen wij dit ook al jaren. Het is heel goed om hier een debat over te voeren.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Die cijfers en wat ons tot nu toe voorgehouden wordt, waren heel andere cijfers en heel andere percentages. Ik zou dus ook heel graag een brief daarover hebben met een verklaring van het kabinet over hoe de verschillen in cijfers geïnterpreteerd worden. Maar zeker steun voor dit debat.

De voorzitter:
Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet. De heer Van Leijen.

De heer Van Leijen (D66):
Dank u wel, voorzitter. Migratie doet wat met de vraag naar woningen, of het nou studiemigratie, kennismigratie, arbeidsmigratie of asielmigratie is. Volgens mij is het prima om het daar met elkaar over te hebben en dat kan, denk ik, het snelst bij de begrotingsbehandeling van VRO, dus geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
De olifant in de kamer wordt steeds zichtbaarder. Dat is goed. Ik kan het debat zeker steunen, maar het is natuurlijk het allersnelste als we het bij de begroting doen, zeg ik tegen de heer Mooiman.

De heer Van den Berg (JA21):
Steun.

De heer Nobel (VVD):
Voorzitter. Ik zou dit graag steunen, maar de snelste manier om dit met elkaar te bespreken is bij de begroting, dus laten we het daar doen.

De heer Van Baarle (DENK):
Als er niet gekeken wordt naar hoeveel woningen er gebouwd worden dankzij de bijdrage van heel veel Nederlanders met een migratieachtergrond, dan is het een eenzijdig debat, dus geen steun.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Straatman (CDA):
Belangrijk onderwerp, maar het kan het snelst bij de begroting, dus nu geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Dit zeggen wij ook al jaren. Het wrange is dat je een complotdenker wordt genoemd als je dit aan de orde stelt. Van harte steun voor dit debat; dat moeten we zeker voeren.

De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid, meneer Mooiman.

Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor haar verzoek namens PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Voorzitter. De VS kopen Russische diesel, Europa koopt Russisch lng en Poetin lacht zich rot. Dit jaar kwam er een recordhoeveelheid van ruim 12 miljoen ton Russisch lng in Europese havens aan. Dat is goed voor naar schatting bijna 8 miljard euro. Elke anderhalve dag legt er een Russische tanker aan in Europa, ook in Nederland, terwijl Oekraïne nog elke dag wordt aangevallen. Als we stoppen met Russisch gas, worden we afhankelijk van Trump, die zijn sancties net zo makkelijk aan- als uitzet. Zo lang we fossiel blijven gebruiken, ligt onze energiezekerheid in handen van autocraten en van grillige presidenten. Ik wil weten wat de minister doet om onze lng-import af te bouwen en onze energieonafhankelijkheid te vergroten. Daarom wil ik graag een debat aanvragen met de minister van Klimaat en Groene Groei.

De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Müller (VVD):
We hebben morgen een commissiedebat Energieraad. Daar kan dit worden geagendeerd.

De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Eens met mevrouw Müller. We hebben ook al een plenair debat over strategisch gasbeleid. Ik zou willen vragen om het daarbij te voegen, desnoods trekken we dat nog naar voren en kunnen we elkaar daarin vinden, maar voor nu geen steun.

De heer Oosterhuis (D66):
En er is binnenkort ook nog het debat over de begroting van KGG, dus allerhande debatten waarbij dit besproken kan worden.

Kamerlid Kostić (PvdD):
We moeten ook voor onze eigen veiligheid af van fossiel, dus van harte steun voor dit debat.

De heer Vermeer (BBB):
Debatten genoeg hierover. Nogmaals de oproep: stop toch met kunstmest bevorderen in plaats van dierlijke mest.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nee, voorzitter. Geen steun. Voordat je het weet, komen er weer allerlei moties die ons verder op achterstand zetten.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Een debat over onze strategische autonomie is heel belangrijk, maar ik denk dat er snellere manieren zijn dan nu een debat op de lijst te zetten, dus geen steun hiervoor.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ja, inderdaad. Er zijn een miljoenmiljard andere debatten waar dit kan. Ik zie geen nut of noodzaak voor een apart debat hierover.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

Maar nog wel een vooraankondiging.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Ja, een vooraankondiging voor een tweeminutendebat over de Energieraad, nog deze week in te plannen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Daar gaan we rekening mee houden.

Tot slot is het woord aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag vragen of de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, verantwoordelijk voor gaswinning en mijnbouw, ook aansluit bij het debat dat ik net benoemde, over strategisch gasbeleid. In de gasbrief wordt namelijk voorgesteld om in ieder geval Norg en Grijpskerk niet open te houden. De vraag of die worden gesloten, blijft boven de markt hangen. Dat lijkt mij dus van belang. Ik vraag daar steun voor.

De voorzitter:
Ik ga kijken hoe daarover wordt gedacht.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Van harte steun voor dat debat. Ik zou sowieso graag een brief willen, expliciet over de opslagen in Norg en Grijpskerk en de positie die het kabinet inneemt, en over de vraag of het kabinet bereid is deze opslagen te kopen.

De heer Flach (SGP):
Steun voor het voorstel van de heer Van den Berg.

Mevrouw Müller (VVD):
Mede namens het CDA: steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Steun, voorzitter.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Steun voor het verzoek en steun voor het nationaliseren van de gasopslagen.

Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Steun.

De heer Vermeer (BBB):
Steun.

De voorzitter:
Er is een meerderheid. We gaan zowel hetgeen hiervoor gewisseld is als het informatieverzoek doorgeleiden naar het kabinet.

Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik schors een enkel ogenblik. Dan gaan we beginnen met het debat over de Europese top van 15 en 16 oktober. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.

De vergadering wordt van 16.36 uur tot 16.42 uur geschorst.

Europese top d.d. 15-16 oktober 2026

Europese top d.d. 15-16 oktober 2026

Aan de orde is het debat over de Europese top d.d. 15-16 oktober 2026.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Europese top van 15 en 16 oktober 2026. Het was u ongetwijfeld al opgevallen dat de minister-president in ons midden is, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Er zijn vanavond maar liefst dertien sprekers aan de zijde van de Kamer, dus laten we meteen beginnen. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens Volt in eerste termijn.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. De wereld waarin we leven, wordt steeds buigzamer. In die nieuwe wereld bepalen onze daden nu wie we zijn, waar we voor staan en wat we straks hebben. Verdeeldheid brengt ons ten val; eenheid maakt ons sterk. Dat is waar deze top over gaat. Bondgenoten zetten ons namelijk onder druk, omdat we staan voor het internationaal recht, omdat we staan voor de soevereiniteit voor Oekraïne. De Amerikaans-Russische dieseldeal is een verkiezingsstunt over de rug van de Oekraïners. Trumps miljarden worden gebruikt om Oekraïners aan te vallen. De winter komt eraan. Het wordt steeds nijpender en de Russische aanvallen worden steeds heviger. Inmiddels gaat het luchtalarm in Kiev continu. Kan de premier reflecteren op de dieseldeal? Wat betekent dit voor Oekraïne? Wanneer is het kabinet bereid om tegemoet te komen aan de vraag van Oekraïne om 2 miljard aan cruciale steun naar voren te halen?

Voorzitter. Samen kan Europa pal staan voor het internationaal recht, los van de grillen van Trump. Na schoffering op schoffering volgde vorige week een sanctiepakket van het Witte Huis voor het Internationaal Strafhof. Een rechter staat nu op dezelfde lijst als een terrorist, en nu gaan we met hen in dialoog. Kan de premier schetsen hoe de komende zes maanden eruit gaan zien? Welke afhankelijkheden van de Amerikanen worden hiermee nu eigenlijk blootgelegd? Wat kunnen we daaraan doen? Waar kunnen we ook niks aan doen? Dat vraag ik om te bekijken wat we de komende zes maanden kunnen doen om die afhankelijkheden eventueel nog te verkleinen. Wat kunnen we de komende zes maanden ook doen om de gevolgen voor het blocking statute voor Europese bedrijven te beperken op het moment dat we dat gaan inzetten?

Druk van de VS is namelijk ook een patroon. Als het gaat om desinformatie zetten de VS de EU ook onder druk om zich bijvoorbeeld terug te trekken van een conferentie over dit onderwerp. Kan de premier hier ook tegen optreden? Desinformatie heeft als doel om onze samenleving te verdelen. Steeds vaker zien we dat gebeuren. We zien ook dat desinformatie vanuit Rusland daar een steeds groter aandeel in heeft.

Voorzitter. Dan het MFK, de kans om samen op te trekken om onafhankelijker, innovatiever en welvarender te worden. Laten we die kans ook grijpen, juist nu. Het nieuwe voorstel van Ierland werd door dit kabinet direct retour gestuurd, terwijl het voorstel inmiddels al lager is dan de huidige begroting. Al het politieke kapitaal gaat naar een lagere begroting, ten koste van waarin we investeren. Kan de premier hierop reflecteren?

We zien nu al dat alle moderniseringen eruit worden gesloopt. Er wordt minder geïnvesteerd in defensie en innovatie, maar de landbouwgelden staan fier overeind. Op deze manier hebben we straks een nikszeggende begroting. Kan de minister-president ingaan op deze kritiek? Het is heel onlogisch om te snijden in Europese uitgaven die ons kosten zouden besparen, terwijl we nu nationaal veel duurder uit zijn. Waarom, vraag ik aan de minister-president.

Kunnen we stabiliteit creëren met de oplopende schuldenberg in Europa? Is de premier het met mij eens dat een Europese safe asset, oftewel eurobonds, hier daadwerkelijk bij zou kunnen helpen?

Er is een conditionaliteitsmechanisme voor landen, dat we eerder gebruikt hebben richting Hongarije. Is de premier bereid om te bekijken of we dat ook voor regio's kunnen gaan gebruiken op het moment dat zij niet bereid zijn om zich aan de rechtsstaat te houden?

Dat brengt me bij het Europa van morgen, en daarmee ook bij AI. Er wordt nu op ongekende schaal geïnvesteerd en ontwikkeld, maar in Europa gebeurt er nog veel te weinig. De voorgestelde aankomende EU-begroting heeft voor zeven jaar 50 miljard voor data, kwantum en AI. Dat is een grap in vergelijking met wat nodig is. Ik zie de minister-president er zelf ook om lachen. Graag een reactie daarop. Hoe kunnen we concurreren met China en de Verenigde Staten als we dit niet serieus nemen? En wanneer komt er nu uiteindelijk een Europese top over AI, vraag ik de minister-president.

We zien ook dat de snelle opkomst van AI de complexiteit en schaal van cyberaanvallen versterkt. Dat maakt ons extra kwetsbaar voor desinformatiecampagnes met behulp van AI-bots, bijvoorbeeld uit Rusland. Eerder vandaag bleek het resultaat van de aanvallen op Yandex-datacenters genuanceerder, maar heeft de premier zicht op de botclusters uit Rusland die actief desinformatie verspreiden, en wordt er op Europese schaal gecoördineerd om deze botactiviteiten tegen te gaan?

Voorzitter. Door eenheid kunnen we ons verweren tegen externe krachten die ons verdelen. Het is aan ons om die eenheid te creëren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. U heeft een interruptie van de heer Klos. Ik stel korte en bondige interrupties voor, maximaal in drieën, dus minder mag ook.

De heer Klos (D66):
Ik ben benieuwd hoe de heer Dassen kijkt naar dat blokkeerstatuut en naar wat Nederland in de Europese Raad kan doen om daar aandacht voor te vragen.

De heer Dassen (Volt):
Volgens mij moet Europa dit blokkeerstatuut klaarzetten en zorgen dat het daadwerkelijk wordt ingezet op het moment dat er na zes maanden geen resultaat is bij deze diplomatieke onderhandelingen. Ik heb net ook aan de minister-president gevraagd wat we in die zes maanden kunnen doen om de impact van het blokkeerstatuut op Nederlandse en Europese bedrijven zo veel mogelijk te verkleinen. Waar zitten nou ook precies de afhankelijkheden van de Verenigde Staten, waardoor het ICC eigenlijk wordt platgeslagen door die sancties, en kunnen we daar in de tussentijd ook wat aan doen? Dan zijn we namelijk ook voor de langere termijn bezig.

De heer Klos (D66):
Is de heer Dassen het dan met D66 eens dat het goed zou zijn om bijvoorbeeld onafhankelijk betalingsverkeer te gaan optuigen? Dat zou je bijvoorbeeld kunnen vragen aan DNB of de ECB, naar Frans voorbeeld. Als je ook private rekeningen daar hebt, kunnen we betalingen aan het ICC op gang houden mochten die sancties er wel komen en mocht het wel escaleren.

De heer Dassen (Volt):
Dit is precies een van de punten waarvan ik denk dat we als Europa al veel eerder zelfstandige stappen hadden moeten nemen. We hebben het in 2018 gezien bij de Irandeal, toen de VS zich daaruit terugtrokken. Toen bleek ook dat Europese bedrijven geen zaken meer met Iran konden doen. Waarom niet? Door SWIFT. De Amerikanen hebben natuurlijk met Visa, Mastercard en SWIFT-betalingen een enorm monopolie op het betalingssysteem. Als Trump op een gegeven moment zegt "dan leggen we het plat", staan we er als Europa slecht voor. Daarom is het goed dat we ook stappen zetten op de digitale euro, maar ik ben ook van mening dat we alternatieven moeten vinden voor bijvoorbeeld Visa.

De heer Hoogeveen (JA21):
Waarom steunt de heer Dassen de inzet van het kabinet ten aanzien van het MFK niet? Dat zou toch veel logischer zijn? Als je kijkt naar het programma van Volt, dan wil Volt juist inzetten op innovatie en competitiviteit en wil het dat we kritisch zijn op het verouderde gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cohesiefondsen, die op een archaïsche manier worden herverdeeld over Europa. Waar komt de kritiek en weerstand vanuit de heer Dassen nou toch vandaan?

De heer Dassen (Volt):
Omdat in mijn ogen het kabinet in een tunnelvisie zit. De begroting moet lager en lager en lager, terwijl we zien dat dat precies ten koste gaat van de noodzakelijke hervormingen. Innovatie wordt bijvoorbeeld geschrapt in het voorstel van het Iers voorzitterschap. Defensie gaat naar beneden. Neem de landbouwgelden. Ik ben het met de heer Hoogeveen eens dat die juist naar beneden zouden moeten gaan, maar het omgekeerde is op dit moment aan het gebeuren. Al het politieke kapitaal gaat dus naar die lagere begroting, in plaats van dat men zich de vraag stelt waar het geld naartoe gaat. Daar ben ik het gewoon niet mee eens. Ik vraag mezelf ook af of in deze tijd, waarin er zo veel van ons gevraagd wordt met de wereld om ons heen en de grote uitdagingen waar we voor staan, het niet verstandiger zou zijn om juist gezamenlijk te investeren. Dat betekent ook dat je wat extra geld naar die begroting moet sturen. Dat is onze inzet.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dat is een vreemde redenering, want een derde van dat MFK komt uit verouderde landbouwfondsen. Nog een derde komt uit die cohesiefondsen. Als je daar dus op wil snijden, kom je automatisch uit op een lager bedrag. Zou het niet juist logischer zijn voor de heer Dassen om steun uit te spreken — ik doe het ook niet graag — voor het kabinet en juist in te zetten op hervormingen en modernisering? Moeten we niet snijden in die verouderde landbouw- en cohesiefondsen?

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij dat JA21 hier wel steun geeft aan het kabinet. Tenminste, ik denk dat het kabinet daar blij om is. Dat ben ik niet, omdat ik van mening ben dat we in Europa veel meer gezamenlijke investeringen moeten doen. Als je kijkt naar onze defensie-uitgaven, doen we die allemaal nog nationaal, terwijl we weten dat we tientallen miljarden, zo niet honderden miljarden, zouden kunnen besparen als we dat gezamenlijk zouden doen. Ik vind dat dat veel meer in Europees verband moet gaan gebeuren. Als je het hebt over de investeringen in AI, die ik net noemde, gaat het om 50 miljard over zeven jaar. Dat is veel te weinig. Als we gezamenlijk datacenters willen bouwen en willen investeren in kwantum, moet je daar ook geld voor beschikbaar maken. Ik ben het helemaal eens met de heer Hoogeveen. Wij vinden ook dat de hoeveelheid geld die naar landbouw en cohesie gaat veel minder moet zijn. De realiteit is alleen dat er zeventien landen tegenover de zuinige zes staan en zeggen: dat willen wij niet. Ik ben bang dat we dadelijk een begroting hebben die uiteindelijk precies datgene in stand houdt en geen hervormingen heeft, terwijl het tegenovergestelde moet gebeuren. Dan moet je in mijn ogen juist zorgen dat er extra geld bij komt.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik blijf deze redenering niet kunnen volgen. Als je juist wil inzetten op lagere landbouwfondsen en cohesiefondsen, moet je daar dus ook op inzetten en niet zeggen: "Nou ja, goed. We zijn nu aan het onderhandelen en er komt een lager bedrag. Dat bedrag wordt op competitiviteit gekort. Laten we dan maar helemaal niet korten op het GLB en op de cohesiefondsen." Ik begrijp die redenering dus nog steeds niet. Ik vind het juist heel logisch wat het kabinet nu zegt. Als je in de kosten wil snijden, gebeurt dat automatisch als je dat in het GLB en in de cohesiefondsen doet. Als je dan competitiviteit wil verhogen — dat is uw goed recht, maar dat doe ik liever niet — dan zou dat een andere inzet zijn.

De heer Dassen (Volt):
Ik denk inderdaad dat je moet kijken of je die landbouwgelden en die cohesiefondsen naar beneden kunt krijgen. Tegelijkertijd zie ik ook dat dat ontzettend moeilijk is op dit moment en dat het ten koste gaat van juist de dingen die wij als Volt ontzettend belangrijk vinden voor onze toekomst. Hoe behouden we onze welvaart? Dat doen we door te investeren in innovatie, maar daar wordt nu op gekort. Hoe houden we onszelf veilig met een Russische agressor aan onze buitengrens? Dat doen we door gezamenlijk in defensie te investeren, maar dat gebeurt nu niet. Ik zie dat dus anders dan de heer Hoogeveen. Voor mij is het belangrijker dat we juist daarop gaan plussen. Ik hoop ook dat we gaan korten op de landbouwgelden, maar ik hoop niet dat het ten koste gaat van de andere gelden, zoals nu aan het gebeuren is.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik wil nog even terugkomen op de discussie over het klaarzetten van de blokkeringsmaatregel. Feit is dat het Strafhof nu ook al gesanctioneerd wordt, want er is geen enkel bedrijf dat nu nog in een nieuw contract treedt. Er is dus al een directe impact. Is het niet cruciaal voor de Tweede Kamer om zekerheid te hebben dat het op tijd klaarstaat? Moeten we daar niet een deadline aan verbinden, bijvoorbeeld een of twee maanden voordat de sancties ingaan, in plaats van wachten tot het allerlaatste moment? Is de heer Dassen dat met mij eens?

De heer Dassen (Volt):
Dat ben ik volledig met de heer Van der Lee eens. Dat had nu al klaar moeten staan. Daar heeft Nederland eerder al op aangedrongen en ook andere landen dringen daarop aan. Wat mij betreft had dat nu dus al klaar moeten staan. Dat zou ook de inzet van de premier moeten zijn. Als je dadelijk die dialoog aangaat, moet je ook duidelijk hebben wat de voorwaarden zijn op het moment dat je er niet uit komt met elkaar, namelijk dat je bereid bent om die maatregel in te zetten.

De heer Van der Lee (PRO):
Helder. Maar zoals ik het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van maandag las, is het niet helder of het nu klaarstaat. Ik hoop dat de premier daar helderheid over geeft. Anders denk ik dat we daar als Kamer een deadline aan moeten verbinden.

De heer Dassen (Volt):
Dat ben ik helemaal eens met de heer Van der Lee. Ik hoop dat de minister-president daar dadelijk helderheid over kan geven. Zo niet, dan ga ik ervan uit dat de minister-president duidelijk aan zal geven wat zijn inzet is. Mocht het dan voor ons als Kamer niet helder zijn, dan denk ik dat het goed is dat we er zelf een uitspraak over doen om te zorgen dat het op tijd klaarstaat.

De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Klos namens D66 voor zijn eerste termijn.

De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. De Europese Unie werd gebouwd op de puinhopen van de allesverwoestende oorlog. Voor de moedige mannen en vrouwen die daar een rol in speelden, was het klip-en-klaar dat een verenigd Europa een rol zou spelen in een nieuwe internationale orde van vrede door recht. Niet voor niets zijn nu ook alle lidstaten van de EU aangesloten bij het Internationaal Strafhof. De systematische pogingen om het Strafhof te ondermijnen, een hof waarvan Nederlanders er trots op zijn dat het in ons land is gevestigd, zijn niets minder dan een flagrante aanval op de waardigheid en veiligheid van ieder mens, waar dan ook. Ze zijn dus ook een aanval op de fundamentele waarden van onze Unie. De premier heeft bewogen woorden gesproken voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Hij is bereid het Strafhof steen voor steen te verdedigen, zoals het een gastheer betaamt, zou ik willen zeggen. Bij zijn ontmoeting met de president van de Europese Raad veroordeelde hij de Amerikaanse sancties, die bedoeld zijn om het Strafhof lam te leggen. Maar die duidelijkheid schept verwachtingen. Europa kijkt nu naar Nederland om de richting aan te geven. D66 wil dat de premier op dit kritieke moment steun vraagt in de Europese Raad om met hen allemaal te zeggen: handen af van het Strafhof. Als de sancties er dan daadwerkelijk komen, moeten alle instrumenten klaarstaan om met één druk op de knop te gebruiken. Een duidelijk en eensgezind antwoord stelt de kaders voor een onderhandeling vanuit kracht in plaats van angst. Kan de premier toezeggen dat hij zich zal inzetten voor deze uitkomst van de Europese Raad?

Voorzitter. Voor de premier is er bij de top meer werk aan de winkel. De Europese leiders zullen voor het eerst in lange tijd een strategische discussie voeren over de uitbreiding en hervorming van de Europese Unie. Dit is een cruciaal moment om de veiligheid van ons continent te vergroten en de Unie klaar te maken voor een nieuwe tijd. De Europese Commissie stelt heel terecht dat de overdreven vetocultuur de EU lamlegt. Dat haalt ook de vaart uit de uitbreiding van de EU, met gevaarlijke teleurstelling en frustratie aan de grenzen van Europa tot gevolg. Een werkbare, veilige en zekere toekomst voor Europa staat nu op het spel. D66 wil daarom dat de premier, als leider van een land met grote geloofwaardigheid op dit punt, de Europese Raad enthousiasmeert voor een doorbraak. Steunt de premier het idee om plichten gaandeweg te belonen met rechten, zoals een waarnemerstatus in de Europese instituties?

De grotere vraag is dan ook of Nederland bereid is om de volle energie te steken in de noodzakelijke democratische hervormingen. Ursula von der Leyen stelde in haar State of the Union voor om het Congres van Europa na 80 jaar weer bijeen te roepen. Destijds vond dat plaats in de Ridderzaal in Den Haag. Ik begrijp dat we nu in een kleine verbouwing zitten, maar is de premier bereid te onderzoeken of Nederland dan toch als gastheer kan optreden en een andere geschikte locatie te vinden in deze stad?

Voorzitter. Als wij spreken over de toekomst van Europa, zullen onze vrienden uit Oekraïne daar ook deel van zijn. In de Kamer, in het kabinet en ook in de maatschappij is er overweldigend draagvlak om Oekraïne te blijven steunen. Onze hulp sterkt het geloof en de verdediging in de dorpen en steden waarop Poetin raketten afvuurt om de wil van mensen te breken. Daar ben ik als Nederlander trots op. Aan de andere kant van de oceaan waait tot afgrijzen van iedereen die van vrijheid en zelfbeschikking houdt, de wind nu de andere kant op. Dankzij Trump mag Poetin weer zijn diesel op de markt brengen. Hoe gaat het kabinet voorkomen dat Europese lidstaten diesel kopen uit Amerika die is vermengd met Russische import? Verwacht de premier dan ook dat de Europese Raad kan besluiten tot extra steun voor Oekraïne, nog voor deze winter?

Voorzitter, tot slot. De minister-president zal de eerste van een aantal serieuze ronden onderhandelingen meemaken over de begroting. Het Ierse voorstel is een verslechtering ten opzichte van de concept-begroting, omdat het voorstelt om meer ouderwets geld rond te pompen, zelfs zonder daar economische hervormingen aan te verbinden. Nederland en Europa hebben juist baat bij meer investeringen op Europees niveau in innovatie, defensie, wetenschap, klimaat en wereldwijde invloed. Kan de premier toezeggen dat hij naar een oplossing zoekt die de investeringen in concurrentievermogen maximaal overeind houdt?

Dank u wel. Ik zie uit naar de beantwoording.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik dank de heer Klos voor zijn verhaal. Ik heb een vraag over de inzet van D66 als het gaat om het MFK, het Meerjarig Financieel Kader, en dan met name wat voor D66 de volgorde van de prioriteiten is. Ik zie dat het kabinet voortdurend hamert op drie dingen: moderniseren, volume naar beneden, bni-correctie handhaven. Kan de heer Klos die drie prioriteiten in een rangorde zetten van wat voor hem het belangrijkste is? Wat staat op één?

De heer Klos (D66):
We debatteren hier natuurlijk over de geannoteerde agenda van het kabinet voor de Europese Raad. We sturen de premier op pad. Daarin stelt hij dat het kabinet wil dat de stijging van onze afdracht beperkt blijft, maar ook dat er een modernisering van de begroting plaatsvindt. Ik denk dat dat allebei verstandig is. Dat doen we al sinds Wim Kok. Dat weet u als geen ander, want dat is uw grote voorloper. Ik denk dat het verstandig is dat het kabinet vooral inzet op die modernisering, omdat dat goed is voor heel Europa en vooral voor Nederland.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik deel die prioriteit. Volgens mij moet de modernisering op één staan. Maar legt het kabinet niet iets te veel nadruk op het reduceren van het volume, waardoor de modernisering, in ieder geval in de omvang die we willen, op het spel wordt gezet?

De heer Klos (D66):
Ik zie de volgende begrijpelijke positie van het kabinet. We zijn nu geld aan het rondpompen via het GLB, de landbouwgelden, en via cohesie. Dat is traditioneel gezien twee derde van de begroting. De Commissie stelt voor om daar ietsje van af te halen, maar in het nieuwe voorstel van de Ieren, in de nieuwe negobox, zit gewoon nog minder. Uiteindelijk beweegt het nu dus de verkeerde kant op en zeg ik tegen het kabinet: zet nou in op het behoud van die extra investering in innovatie, in klimaat, in wetenschap, in onderzoek. Daar worden Nederland en Europa namelijk sterker van.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van der Lee (PRO):
Zouden we elkaar erin kunnen vinden dat we een Kameruitspraak doen om niet te korten op pijler 2 en 3 in het huidige voorstel, zodat we de druk op pijler 1 gezamenlijk opvoeren?

De heer Klos (D66):
Om u gunstig te stemmen, voorzitter, zal ik een keer kort zijn: ja.

Mevrouw Dobbe (SP):
Eens even kijken of we D66 met nog meer dingen gunstig kunnen stemmen. Ik ben wel benieuwd hoe D66 dit duidt, want er zijn geloof ik nu wel twintig sanctiepakketten tegen Rusland vanuit de Europese Unie, en terecht. We steunen Oekraïne ook met miljarden. Tegelijkertijd zien we dat de VS een dieseldeal sluit met Poetin en dat hij het Strafhof sanctioneert. Mijn vraag aan D66 is als volgt. Dit is wel een beetje ingewikkeld, want je hebt eigenlijk een bondgenoot die de vijand financiert, om met de woorden van dit kabinet te spreken. Hoe ziet D66 dit?

De heer Klos (D66):
Ik zag dat de minister van Buitenlandse Zaken van Oekraïne zei: het is heel snel gegaan, van "jullie hebben geen kaarten" naar "jullie mogen je kaarten niet spelen". Die inschatting deel ik zeker, want dat is eigenlijk precies wat Trump nu zegt tegen Oekraïne. Dat lijkt mij extreem problematisch. Dat is ook precies waarom ik van het kabinet wil weten hoe wij er nou voor gaan zorgen dat die meer dan 13 miljoen vaten die op de wereldmarkt gebracht worden, niet eerst naar Amerika vloeien en vervolgens terugkomen naar Europa. Ik denk dat ik daar dus op dezelfde manier over nadenk.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat u toch een beetje mijn punt heeft gemist.

De heer Klos (D66):
Oké.

Mevrouw Dobbe (SP):
Op het moment dat er die dieseldeal met Poetin is, betekent dat ook dat Poetin daar heel veel geld mee verdient, toch? Met dat geld kan hij zijn oorlogseconomie in stand houden en kan hij wapens kopen die hij kan gebruiken in Oekraïne en aan de grens kan zetten. Dat doet een bondgenoot van ons. Tenminste, dat doet iemand die door D66 is benoemd als bondgenoot van ons, namelijk de Verenigde Staten. Hoe rijmt D66 die twee werkelijkheden dus met elkaar?

De heer Klos (D66):
Buiten dat het zeer kwalijk is, is het kansloos. De diesel die op de wereldmarkt gebracht gaat worden, gaat namelijk maar tot een prijsreductie in de Verenigde Staten leiden van waarschijnlijk 4,5%. Als de president van Amerika zijn kiezers gunstig wil stemmen, dan gaat dat hiermee dus mislukken.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Een heel goed ontwijkend antwoord. We zullen zien of het in de Verenigde Staten al dan niet leidt tot een daling van de dieselprijzen, maar het gaat er natuurlijk om, nog een keer, dat Poetin hier heel veel geld mee verdient. Poetin is door dit kabinet benoemd als onze vijand. Trump is onze bondgenoot. Dat is ook zo benoemd door dit kabinet. Mijn vraag is volgens mij wel simpel: hoe rijmt D66 deze werkelijkheden met elkaar en zijn de Verenigde Staten nog wel onze bondgenoot hierin?

De heer Klos (D66):
Volgens mij heb ik in de meest heldere bewoordingen veroordeeld wat hier gebeurt. Ik vind ook dat het kansloos is en dat wij de Verenigde Staten daarop moeten aanspreken. Het is natuurlijk zeer problematisch als Europa en de Verenigde Staten verdeeld zijn, want gezamenlijk moeten wij Oekraïne gaan helpen om winnend uit deze strijd te komen. Dat is de belangrijkste weg die we daarvoor hebben. Dat is precies waarom het zo problematisch is dat president Trump dit doet. Ik zie dus niet helemaal waar het licht zit tussen hoe wij daarnaar kijken.

De heer Dassen (Volt):
De Europese begroting dreigt wat mij betreft volledig de verkeerde kant op te gaan. We hebben dadelijk dus minder geld voor die modernisering en minder geld voor innovatie en defensie. Is de heer Klos het met mij eens dat we dat koste wat kost moeten voorkomen, juist omdat we voor zeven jaar een begroting neerzetten en het niet zo kan zijn dat we dadelijk eigenlijk een begroting hebben die net zo is als de afgelopen zeven jaar?

De heer Klos (D66):
Ik zie in het Ierse voorstel dat er nu ligt — de Ieren hebben nu uiteraard het voorzitterschap van de Europese Unie — dat precies gebeurt wat de heer Dassen nu zegt. De besparingen vinden dus plaats op de dingen die wij in Nederland en voor heel Europa belangrijk vinden. Die vinden niet plaats op de onderwerpen waarvan wij zeggen: nou, dat kan ook wel een tandje minder of dat zou hervormd moeten worden. Dat zie ik dus inderdaad als problematisch.

De heer Dassen (Volt):
Nederland heeft zich aangesloten bij de zuinige zes. D66, de grootste coalitiepartij, zou wat mij betreft ook wel een iets hardere lijn binnen de coalitie mogen innemen om ervoor te zorgen dat Nederland zich dus niet blindstaart op de verlaging van de begroting. De reactie van de minister van Financiën is dat die begroting nog niet laag genoeg is, terwijl de modernisering eruit wordt gesloopt. Is de heer Klos het met mij eens dat we het kabinet hierop aan moeten spreken? Is hij het met mij eens dat het kabinet een andere toon moet aanslaan om ervoor te zorgen dat die modernisering er komt en dat daar eventueel een groter budget voor komt? Zo kunnen we er namelijk voor zorgen dat we de komende zeven jaar ook daadwerkelijk in onafhankelijkheid kunnen gaan investeren.

De heer Klos (D66):
Ik wil hier klip-en-klaar zeggen dat die Europese begroting sterker moet worden. Dat betekent dat er meer geïnvesteerd moet worden in innovatie, wetenschap, klimaat en defensie. Ik zie het kabinet daarvoor strijden. Dat vind ik goed. Ik denk dat wij het kabinet moeten aanmoedigen om ervoor te zorgen dat de besparingen die gaan plaatsvinden niet ten koste gaan van de dingen die wij gezamenlijk juist zo belangrijk vinden. En ja, u kent D66 als een pro-Europese partij in dit parlement. Wij vinden sowieso dat die begroting veel steviger kan zijn. Een sterk Europa moet ook een antwoord kunnen geven op andere sterke grootmachten. Als je kijkt hoe groot onze begroting is ten opzichte van andere landen, dan valt dat reuze mee. We mogen dat, denk ik, ook een beetje bagatelliseren. Onze begroting ligt rond de 1%, terwijl die bijvoorbeeld in Duitsland rond de 12% en in Amerika rond de 24% ligt. Een grotere Europese begroting is volgens mij dus helemaal niet zo onheilspellend.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Helemaal eens. Ik vraag me daarom ook af waar ik D66 dan kan vinden binnen de coalitie met het CDA en de VVD. Wordt daarvoor gestreden? U heeft mij aan uw zijde om ervoor te zorgen dat er een betere, modernere en grotere begroting komt om de grote uitdagingen aan te kunnen. Dat is niet het probleem. Het probleem zit in mijn ogen bij het kabinet en de coalitie, waarin D66 de grootste partij is. Het voelt voor mij ergens ook een beetje eenvoudig om te zeggen dat ik vind dat het kabinet dit moet gaan doen, wetende dat er blijkbaar andere afspraken zijn gemaakt in de coalitie. Wat gaat de heer Klos doen om te zorgen dat het kabinet een andere positie in gaat nemen?

De heer Klos (D66):
Ik ben heel blij met die steun. Dat is alvast één zetel in het parlement. D66 heeft er 26. We gaan optellen tot een meerderheid. Ik vind dat wij ook in dit parlement steun moeten gaan vragen voor voorstellen die oproepen om niet te korten op innovatie, wetenschap en klimaat en die de economische hervormingen en de rechtsstaatconditionaliteit overeind willen houden. Een sterke Europese begroting, zoals de Europese Commissie die in concept heeft gepresenteerd, is in ons aller belang.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het is toch maar bijzonder dat er nu wordt nagedacht over het laten vallen van de voorwaarden voor toetreding. Ik heb een vraag aan de heer Klos. Ik zie het belang van samenwerking op het Europese continent; dat delen we volgens mij met elkaar. Ik val alleen niet in blinde aanbidding op de grond als ik blauw met gele sterren zie. Dat idee bekruipt me toch een klein beetje hier. Hoe kijkt de heer Klos naar het zomaar opgeven van het vetorecht, zonder dat daar een verzwaarde meerderheid voor is in de Nederlandse Staten-Generaal?

De heer Klos (D66):
Ik vind blauw met gele sterren inderdaad prachtig. Ik vind dat dat net zo goed past bij onze nationale driekleur als de oranje wimpel, dus daar heeft u helemaal gelijk in. U categoriseert mij precies waar ik gecategoriseerd wil worden.

Dan kom ik bij het antwoord op uw vraag. Wat doen we met dat veto? Ik denk dat de Europese Unie danig verzwakt wordt als we steeds blijven besluiten bij unanimiteit. Ik denk dat de meeste Nederlanders willen dat Europa sterker wordt. Sterker nog, peiling na peiling laat dat ook zien. Dat kan alleen maar als Europa steviger kan reageren op internationale crises. Als wij steeds moeten wachten op één land dat alle besluiten kan tegenhouden en dat mogelijk zelfs de belangen dient van een andere grootmacht, omdat er enorme economische investeringen in dat land worden gedaan, dan kan de hele Europese Unie achterblijven omdat één land niks wil doen. Denk daarbij aan China, aan Griekenland of aan Hongarije, dat onder invloed stond van Trump. Volgens mij willen wij dat niet als Tweede Kamer. Volgens mij willen wij juist dat de Unie vooruit kan. Dat betekent dat je soms ook bij meerderheid moet kunnen besluiten in plaats van bij unanimiteit.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat was mijn vraag niet. Ik vroeg aan de heer Klos of hij vindt dat deze regering zomaar dat vetorecht moet kunnen opgeven of dat je daar een verzwaarde toets voor nodig hebt in de Staten-Generaal. Ik wil daar dus graag antwoord op. In het verlengde daarvan wil ik nog iets zeggen. Je kunt natuurlijk wel heel blij worden van het beeld van de verenigde staten van Europa, maar daarvoor heb je om te beginnen een volk nodig dat dezelfde taal spreekt, dat op dezelfde manier naar de wereld kijkt en dat op dezelfde manier naar bemoeienis van de overheid met hun leven kijkt, bijvoorbeeld als het gaat om belastingen of sancties. Ziet de heer Klos dat dit in Europa niet het geval is en dat je daarmee uiteindelijk op termijn het draagvlak onder de Europese Unie kapot aan het maken bent?

De heer Klos (D66):
Hier zitten twee vragen in. Eén antwoord is: ja. Ik wil inderdaad dat onze regering naar Brussel en zegt: laten we de Unie sterker maken en minder vaak dat veto gaan gebruiken. Dat klopt dus; dat is mijn positie.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat was mijn vraag niet.

De voorzitter:
Neeneeneeneeneeneenee, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit is de tweede keer.

De voorzitter:
We zitten in het begin van dit debat. Als we nu al door elkaar heen gaan praten, dan wordt het een hele lange avond. De heer Klos was aan het uitspreken.

De heer Klos (D66):
Ik vind ook dat daar geen verzwaarde procedure voor nodig is. Ik vind het wel heel goed van de Europese Commissie dat die zegt: we gaan een aantal van die veto's opgeven, maar dan gaan we er nog wel een nationale noodrem bij hebben zodat zwaarwegende nationale belangen altijd tot een conclusie komen.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Oké, voorzitter. Dat is dus de noodremprocedure zoals we die nu ook kennen. We weten allemaal hoe effectief die is: niet. De fractie van D66 vindt het dus een geweldig idee om Nederland uiteindelijk een provincie van Brussel te maken. Dat ben je namelijk als je overruled kan worden door bijvoorbeeld de Zuid-Europese landen, die een totaal andere begrotingscultuur — laat ik het zo maar noemen — hebben dan wij hier. Genoteerd! Maakt de heer Klos zich weleens zorgen over de schulden in Frankrijk en de mate waarin wij die gaan betalen? Als dan straks het veto weg is bij sociale zekerheid, kan Brussel eindelijk de pensioenpotten plunderen.

De heer Klos (D66):
Daar maak ik mij heel veel zorgen over. Dat is precies waarom ik van het kabinet wil dat het bij de onderhandelingen over de meerjarenbegroting die economische hervormingen als voorwaarde stelt voor het uitkeren van die fondsen. Ik denk dus dat wij ons daar op dezelfde manier zorgen over maken. Dan het antwoord op de vraag van mevrouw Keijzer hoe ik in de richting van zo'n Europa wil bouwen als dat niet één land is zoals Nederland dat is. Daar heeft mevrouw Keijzer gewoon helemaal gelijk in. Dat is niet hetzelfde, maar de Europese Unie is dan ook echt iets anders. Het is een samenvoegsel van volkeren die trots en nationaal zijn, en waarbij hun soevereiniteit juist beschermd wordt door het feit dat ze niet alleen samenwerken maar integreren in een steeds hechtere unie. Daar hecht ik zeer veel waarde aan en daar bouwt dit kabinet ook aan.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng namens DENK in eerste termijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Rode Lijn-Rob: hij heeft in campagnetijd bestaan. Maar na de campagne is Rode Lijn-Rob ingewisseld voor een premier die Palestina laat vallen voor de macht. Rode Lijn-Rob zou zich schamen voor minister-president Rob Jetten. Rode Lijn-Rob zou zich ervoor schamen dat premier Jetten dit jaar voor minimaal 163 miljoen euro wapens koopt uit Israël. Rode Lijn-Rob zou zich schamen voor premier Jetten, die de woorden "genocide in Gaza" niet wil gebruiken. Rode Lijn-Rob zou minister-president Jetten keihard aanvallen, omdat premier Jetten Palestina niet erkent. Rode Lijn-Rob zou premier Jetten hard aanspreken, omdat de premier de handel met Israël blijft bevorderen. Rode Lijn-Rob zou het hekelen dat deze minister-president nog steeds een militair verdrag met Israël wil sluiten. Rode Lijn-Rob zou niet, zoals premier Jetten, lekker koffiedrinken met Booking.com, een bedrijf dat meewerkt aan het verdienen aan de illegale bezetting van Palestina.

Voorzitter. Waar is Rode Lijn-Rob? Waarom heeft premier Rob Jetten Rode Lijn-Rob ingewisseld voor een wegkijkende premier? Hoe denkt de premier dat Rode Lijn-Rob naar hem zou kijken? Rode Lijn-Rob zou niets, maar dan ook niets met deze premier te maken willen hebben. Is de premier bereid om per direct te stoppen met het kopen van defensiematerieel uit Israël? Is de premier bereid om uit te spreken dat Israël een genocide pleegt? Is de premier bereid om Palestina te erkennen? Is de premier bereid om een totaal wapenembargo tegen Israël in te stellen? Is de premier bereid om de handelsbevordering met Israël te stoppen? Is de premier bereid om zich terug te trekken uit de overeenkomsten over defensiesamenwerking met Israël? Is hij bereid om bij de top alle mogelijke EU-sancties tegen Israël in te brengen? Doet hij dat niet, dan was Rode Lijn-Rob niet meer dan een tijdelijke campagne-ingeving. Ik zal in november trots bij de Rode Lijndemonstratie zijn om te demonstreren tegen het beleid van deze premier. Rode Lijn-Rob is er niet meer, maar ik ben er nog wel.

Dan kom ik op de toenemende oorlogshitserij. Dilan Yeşilgöz noemde Rusland afgelopen week "onze vijand". Premier Jetten en de rest van het kabinet gaven haar gelijk. Heel veel Nederlanders hebben helemaal geen vijand en willen geen vijand. Heel veel Nederlanders willen ook niet dat Nederland door escalerend taalgebruik mogelijk in een conflict kan komen. Heel veel Nederlanders zijn de oorlogshitserij zat. Ze zijn de opgelegde militarisering zat. Ze zijn de verkapte dienstplicht die eraan komt zat. Ze zijn de miljarden aan de wapenwedloop zat. Ze zijn het zat dat deze regering speelt met hun veiligheid door grote woorden te gebruiken en steeds verder te gaan in militaire betrokkenheid. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook of hij bereid is om te bepleiten dat vanuit Europa voorgesteld wordt om vredesbesprekingen te voeren met Rusland en Oekraïne.

Voorzitter. Dan het MFK. In het Ierse voorstel wordt er bezuinigd op Global Europe. Kan de premier toezeggen dat Nederland nooit akkoord zou gaan met een begroting waarin bezuinigd wordt op noodhulp en ontwikkelingssamenwerking? Er zijn twee moties van DENK aangenomen om te besparen op het verhuiscircus en de beloningen. Kan de premier aangeven wat daarmee gebeurt?

Tot slot. Wat gaat de premier bij de top inbrengen over hoe Nederland wil dat het ICC beschermd wordt?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Stöteler namens de PVV in de eerste termijn.

De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Eigenlijk zou ik mijn spreektekst van afgelopen juni, in aanloop naar de vorige Europese top, hier kunnen herhalen. Intussen is dit kabinet, deze premier, met de Europese Commissie en de Raad niets opgeschoten. De onderhandelingen over het MFK zijn totaal vastgelopen. Gelukkig, zeg ik er maar bij. Het voorstel bedroeg in juni 1.950 miljard en nu zo'n 1.825 miljard. Dat werd voorzien van een dreigement van de voorzitter van de Europese Commissie. Ze zei namelijk dat ze geen energie meer zou steken in zaken die we met z'n allen belangrijk vinden als het bedrag nog verder naar beneden zou gaan. Dat is precies zoals we haar kennen.

Voorzitter. Daar komt bij dat hoe tevredener de nettobetalers, waaronder Nederland, worden, hoe ontevredener de netto-ontvangers, de Friends of Cohesion, worden. Het is nog vervelender voor hen als de premier de prioriteiten eindelijk op orde weet te krijgen, maar ook daar is hij nog niks mee opgeschoten. Nog altijd gaat er meer dan 400 miljard naar het subsidiëren van Zuid- en Oost-Europa. Dat is meer dan tien keer zo veel als wat er gaat naar grensbewaking. Ik kan dus weer aan de premier vragen: hoe vindt hij eigenlijk dat het gaat?

Voorzitter. Men wil de MFK-onderhandelingen voor het einde van het jaar hebben afgerond uit doodsangst voor verkiezingen in Spanje, Polen, wellicht Italië, maar zeker de presidentsverkiezingen in Frankrijk. U kent het spreekwoord vast wel: de wal keert het schip. Om heel veel redenen zou het een godszegen zijn als Marine Le Pen de presidentsverkiezingen in Frankrijk wint, maar zeker vanwege de reden dat zij ook het budget van de Europese begroting drastisch wil verlagen.

Voorzitter. Met Montenegro halen we er weer een netto-ontvanger bij. Montenegro is op papier het dichtst bij EU-toetreding van alle kandidaat-lidstaten, maar in de praktijk is het land er allesbehalve klaar voor. Herkent en ziet de premier dat Montenegro de facto wordt bestuurd door de Europese Commissie, dat het land weliswaar EU-gezinde wetten aanneemt maar dat het land het in de uitvoering en opvolging daarvan volledig laat afweten? Ik vraag de premier of de EU geleerd heeft van de ervaringen uit het verleden, toen er ook landen werden binnengehaald die er nog niet klaar voor waren. De toetredingsonderhandelingen met Oekraïne worden er ondertussen ook in sneltreinvaart doorgeduwd. In Brussel ziet men ook de risico's, dus in de hervormingsagenda dreigt Nederland zomaar zijn veto's te verliezen.

Over hervormingen gesproken: mevrouw Von der Leyen stak twee weken geleden nog een middelvinger op naar de Europese Ombudsman, die zei dat zij whatsappjes en andere direct messages toch zou moeten bewaren. Ze weigert gewoon. Wat vindt onze minister-president ervan dat Von der Leyen weigert om die appjes te bewaren? Moet hij Von der Leyen niet hervormen?

Voorzitter. De druk in de Europese Unie voor maatregelen tegen de enige democratie in het Midden-Oosten blijft en de massa-immigratie gaat maar door. Nederlandse rechters proberen middels prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie het Migratiepact te torpederen, voor zover dat al werkt.

Voorzitter. Om de rest kort te houden vraag ik de premier om niet in te stemmen met het openen van nieuwe clusters en de toetredingsonderhandelingen met Oekraïne, maar om die onderhandelingen en alle andere toetredingsonderhandelingen gewoon te stoppen. Ik vraag hem om niet toe te staan dat het Migratiepact wordt getorpedeerd, maar om in plaats daarvan de Nederlandse grenzen te sluiten voor nog meer asielzoekers. Ik vraag hem om niet in te stemmen met een MFK en een eigenmiddelenbesluit dat de bijdrage van Nederlanders aan de Unie verhoogt, maar om artikel 50 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te triggeren, want dat is wat we nodig hebben om weer baas te worden in eigen land: een nexit, liever vandaag dan morgen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van meneer Dekker.

De heer Dekker (FVD):
Ik moet eerlijk zeggen dat ik aangenaam verrast ben door deze speech van de heer Stöteler. Ik wilde hem net vragen wat hij eigenlijk vindt van het verliezen van je eigen soevereiniteit door het inleveren van vetorechten, maar ik begrijp uit zijn woorden en zeker uit zijn laatste zinnen dat dat antwoord duidelijk is.

De heer Stöteler (PVV):
De PVV pleit al decennia voor nationale soevereiniteit en voor het terugdringen van de Brusselse invloed. We hebben eerder gepleit voor een nexit. We hebben in de afgelopen jaren een goede poging gedaan, al zeg ik het zelf, om te kijken of we de Europese Unie van binnenuit konden hervormen en veranderen. Dat is overduidelijk niet gelukt, want met het Migratiepact kunnen we asielzoekers nog steeds niet terugsturen naar het land waar ze zijn binnengekomen of het land waar ze vandaan zijn gekomen. We moeten weer baas worden in ons eigen land en over onze eigen grenzen: een nexit.

De heer Dekker (FVD):
Ik ben blij om dat te horen.

De heer Klos (D66):
Wat is er gebeurd in de wereld waarom de PVV de nexit nu wel weer een goed idee vindt?

De heer Stöteler (PVV):
Dat heb ik net gezegd. Het gebeurt niet in de wereld, maar in Europa en vooral hier in Nederland.

De heer Klos (D66):
Dat vind ik interessant. We hebben een schoolvoorbeeld van wat er gebeurt als je de Europese Unie verlaat. Dat heet de brexit. Dat rijmt op nexit, dus dat is leuk gevonden. Het gevolg daarvan was dat de economische groei terugliep tot een gemis van wel 8%, dat de prijzen van boodschappen voor gewone mensen met 12% omhooggingen en dat de inkomende migratie van 200.000 naar 1 miljoen ging. Is dat wat de PVV wil voor Nederland?

De heer Stöteler (PVV):
Dit is leuk. De Europese Commissie heeft haar best gedaan en doet dat nog steeds om de Engelsen, het Verenigd Koninkrijk, vooral de nek om te draaien en de veren te plukken vanwege de brexit. Dat is het brexitstrafbankje. Maar je kunt Engeland niet met Nederland vergelijken, alleen al niet vanwege de geografische ligging. Een nexit zou er heel anders uit gaan zien dan een brexit. Bovendien zijn ze het inmiddels al een beetje gewend en weten wij nu ook hoe de hazen lopen, dus appels met peren vergelijken lijkt mij niet zo'n goed idee.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Klos (D66):
Ik constateer dat dit dus gewoon een vage droom is. De Britten hebben ondervonden dat je als je uit de Europese Unie gaat, geen sterke band hebt met de Amerikanen, want die zijn onvoorspelbaar, en ook geen vrije wereldhandel kan drijven, want die is niet meer in op dit moment. Voor Nederland dreigt dus precies hetzelfde scenario. De PVV drijft normale mensen daarmee naar hogere boodschappenprijzen en een vervelende situatie in ons land.

De heer Stöteler (PVV):
Nederland heeft al 250 jaar een ontzettend sterke band met Amerika. Die wordt niet beïnvloed door de Europese Unie. Dat hebben wij altijd zelf gedaan. Bilaterale contacten tussen Nederland en Amerika zijn altijd fantastisch geweest, al 250 jaar. Dat zal zo blijven.

De heer Van der Lee (PRO):
De jojopositie van de PVV op nexit is ingegeven door de vraag: doen we wel of niet mee aan de macht? Dat hebben we in het verleden gezien. Mijn vraag is: is de positie nu zo sterk dat de PVV nooit meer zal toetreden tot een kabinet waarin ze de nexit niet gedaan krijgt?

De heer Stöteler (PVV):
Ik doe heel graag mee met als-danvragen, maar daar ga ik niet aan beginnen.

De heer Van der Lee (PRO):
Daarmee constateer ik dat het dus kennelijk geen breekpunt is en dat afhankelijk van de verhoudingen de positie van de PVV over de nexit blijft jojoën.

De voorzitter:
Meneer Stöteler? Nee. Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Becker namens de VVD in eerste termijn.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We leven in een tijd waarin veiligheid niet vanzelfsprekend is, en de groei van onze economie ook niet. We hebben een EU nodig die keuzes durft te maken voor veiligheid en defensie, sterke buitengrenzen en een gunstig klimaat voor bedrijven om hier te blijven. Dat betekent een EU die het geld uitgeeft aan de zaken die er echt toe doen en ook kijkt waar het minder kan.

Voor die Europese begroting was deze week de heer Costa op bezoek bij de premier. Kan hij vertellen hoe dat ging en bevestigen dat Nederland blijft inzetten op een slanke, modernere Europese begroting? Belooft de premier niet te zwichten voor tijdsdruk, maar vast te houden aan de brief die hij met de andere verstandige lidstaten stuurde? De Europese Rekenkamer waarschuwde onlangs voor de schuldenberg in de EU. Die groeit dit jaar naar 1 biljoen euro, dus je moet uitkijken met een begroting waarbij kosten niet achteraf vergoed worden, maar landen vooraf geld krijgen voor papieren plannen. De Rekenkamer vindt dit systeem terecht te vaag en niet te controleren. Is de mp dit met ons eens? Zet Nederland dus in op een beter controleerbare en afrekenbare begroting?

Een sterkere EU betekent ook anders omgaan met migratie. Het Migratiepact en de Terugkeerverordening zijn historisch, maar de uitvoering hapert. Hoe beoordeelt de premier het niet eens kunnen terugsturen naar Italië van Dublinclaimanten? Hoe staat het met de opdracht voor het kabinet om een internationale top te organiseren om verdragen aan te passen? Is de mp bereid dit bij de Raad te bespreken? Is de premier ook bereid bij de Raad het voorstel voor een extra crisismaatregel in het European Emergency Response Framework te steunen? De VVD wil dat bij een migratiecrisis asielprocedures kunnen worden opgeschort. Graag een toezegging. Is de premier in dit kader tot slot bereid om ervoor te zorgen en te bepleiten dat terugkeerhubs ook gefinancierd kunnen worden uit de Europese begroting?

Voorzitter. Dan uitbreiding. Een sterke EU betekent dat landen als Montenegro en Albanië in Europa uit de Russische invloedssfeer blijven en moeten kunnen meedoen in ons project van veiligheid en democratie. De VVD vindt echter wel dat dit pas aan de orde kan zijn als landen daar echt klaar voor zijn. Daarom deden wij eerder voorstellen voor modernisering van het uitbreidingsproces met graduele toetreding, en een Europa van meerdere snelheden. In de recente Commissievoorstellen herkennen wij hier onderdelen uit, maar we hebben ook zorgen. De voorstellen houden onvoldoende rekening met het risico dat een steeds kleinere groep landen opdraait voor de financiële last van een grote groep netto-ontvangers en met het risico dat nieuwe lidstaten als een soort paard van Troje toch zand in de machine kunnen strooien door een veto te gaan inzetten op buitenland- en veiligheidsbeleid of de begroting. Daarom wil de VVD dat Nederland inzet op drie zaken: behoud altijd het veto over toetreding en het MFK, kandidaat-lidstaten zouden niet meteen na toetreding een veto mogen krijgen op het MFK en op veiligheids- en buitenlandbeleid, en tot slot moet uitbreiding altijd langs de Kopenhagencriteria en merit-based plaatsvinden. Is de mp bereid deze uitgangspunten in de discussie in te brengen?

Dan concurrentievermogen. De EU heeft een vestigingsklimaat nodig dat niet met allerlei regels en nieuwe heffingen bedrijven wegpest. Daarom geef ik grote complimenten aan het kabinet voor het volbrengen van de kapitaalmarktunie. Groot nieuws sneeuwt helaas altijd onder, maar dit is echt een doorbraak. Wat is de verwachting hiervan voor ons bedrijfsleven? Wat verwacht de premier van de discussie over extra handelsdefensief instrumentarium richting China? Wat is hier zijn inzet? Is de premier bereid zich in te zetten voor uitstel van de verplichtingen uit de Methaanverordening, die momenteel onuitvoerbaar zijn voor bedrijven? Is het kabinet ten slotte bereid om het initiatief van Oostenrijk en Italië te omarmen, dat stelt dat lidstaten minder zaken moeten toevoegen aan EU-regelgeving via gold-plating en dat er een pauzejaar voor nieuwe EU-regelgeving zou moeten komen?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Weet mevrouw Becker hoeveel verordeningen en richtlijnen er de afgelopen tien jaar zijn geweest? Ik hou niet van quizjes, dus ik ga het meteen vertellen: het zijn er 10.000, vier per werkdag. Ik hoor hier de VVD weer best wel stoer zeggen dat er minder geld naartoe moet en dat je wel iets moet overhouden met een veto, maar we worden toch gewoon de Verenigde Staten van Europa in gerommeld? Ziet de VVD dat ook?

Mevrouw Becker (VVD):
Met dat laatste ben ik het absoluut niet eens. Toen mevrouw Keijzer naar de microfoon liep, was ik de minister-president net aan het vragen of Nederland zich wil aansluiten bij het initiatief van Oostenrijk en Italië, om juist in Europa te gaan zorgen voor minder regels, minder verordeningen, minder richtlijnen en misschien zelfs een pauzejaar voor nieuwe regelgeving. Maar niet alle regels zijn slecht. Ik stelde namelijk ook een vraag over het effect van de kapitaalmarktunie. Dat is dat we toch gezamenlijk als Europa eindelijk regels gaan afspreken over hoe bedrijven aan kapitaal kunnen komen. Zo worden ze niet in 28 landen met verschillende regels geconfronteerd. Dat is echt een groot probleem voor bedrijven, waar ook mevrouw Keijzer voor zegt op te komen. Door het nu in Europa te doen, kunnen we juist veel meer geld verdienen en bedrijven hier houden in plaats van dat ze naar de VS gaan. We moeten dus goede regels hebben en niet alleen maar meer regels. Daar heb ik vandaag ook een pleidooi voor gedaan. Hervorm de EU, maar ga haar niet wegzetten alsof het alleen maar verschrikkelijk is. We hebben haar namelijk echt nodig om sterk te zijn als Nederland.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Daar begon ik net mijn interruptie op de heer Klos mee. Maar moeten we niet terug naar de tekentafel? We rommelen namelijk elke keer weer verder. Nu gaat het om 2.000 miljard. Dan zegt iemand, ook deze minister-president: er moet een paar honderd miljard vanaf. Maar als je niet echt teruggaat naar de oorsprong, dus naar economische samenwerking, waar innovaties en een financiële markt bij horen, blijft dat zelfrijzend bakmeel in het Berlaymontgebouw groeien. Dan hebben we straks niet 10.000 nieuwe verordeningen en richtlijnen in tien jaar, maar 20.000. Wil de VVD-fractie samen met mij voorkomen dat we meer veto's kwijtraken, behalve dan die voor buitenlands beleid? Daarvan heeft de VVD ooit een keer gezegd: ik ben er niet voor, maar oké. Maar dan beperken we het daartoe.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank voor deze vraag. Ik neem het mevrouw Keijzer niet kwalijk, want het was weer een hele drukke dag en niet iedereen hoeft altijd mijn opinieartikelen te lezen, die ook nog ergens online staan. Maar ik had vandaag toevallig een opinieartikel bij BNR dat hierover gaat. De titel daarvan was "Hervorm de EU, maar dan echt". De Commissie doet nu een aantal hervormingsvoorstellen — ze noemt het in ieder geval "hervorming" — die nodig zouden zijn om uit kunnen breiden. Ik vind het geen echte hervormingen. Sterker nog: op sommige punten, bijvoorbeeld uitbreiding, lijken veto's bij lidstaten te worden weggehaald. Nieuwe lidstaten zouden straks best veel te zeggen kunnen krijgen, terwijl dat netto-ontvangers zijn en dat ook heel veel risico's met zich meebrengt. Daarom zeg ik ook tegen de minister-president: Nederland moet echt een paar piketpalen slaan. We moeten echt hervormen. Dat betekent wat ons betreft ook minder Eurocommissarissen en minder Brusselse bureaucratie. Zo doen we dingen die echt moeten gebeuren, maar krijgen we op andere vlakken ook een stuk minder regels. Het is een lang antwoord, maar in het kort: ja, ik trek daarin graag samen met mevrouw Keijzer op, als zij dan ook haar cynisme laat varen over het hele project dat de Europese Unie is. Als we het hervormen, kan het ons als Nederland namelijk ook ontzettend veel opleveren qua veiligheid en economie.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik had geen column op BNR. Ik heb hier gewoon net gestaan, toen u nog op uw zetel zat, mevrouw Becker, en ben begonnen door te zeggen dat de economische samenwerking op het Europese continent in het belang van Nederland is.

Mevrouw Becker (VVD):
Super.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zeg het nog een keer. Inmiddels zijn we echter in een soort superstaat terecht aan het komen. Als klein land hebben wij straks gewoon niets meer in de melk te brokkelen. Dan kunnen we aannemen wat er in meerderheid in Brussel wordt besproken. Daar gaan we het vast nog met elkaar over hebben. Steunt de fractie van de VVD mij dan? Ik ga er namelijk een motie over indienen om ervoor te zorgen dat er zware democratische en constitutionele waarborgen moeten zijn voordat je die vetorechten afgeeft. Eigenlijk gaat het er dus om dat we de voorwaarden die al gelden bij de passerellebepaling van toepassing gaan verklaren op de uitbreiding van de veto's.

Mevrouw Becker (VVD):
Laten we zo meteen onze moties naast elkaar leggen. Ik heb iets wat ook in die richting gaat. Op buitenland- en veiligheidsbeleid zegt de VVD inderdaad: je moet niet één land in staat stellen om te gijzelen; je moet dan snel beslissingen kunnen nemen. Als het echter gaat over uitbreiding of over het MFK, vindt de VVD dat we zelf het veto moeten behouden. We moeten onszelf ook niet kleiner maken. Als groep die die brief gestuurd heeft en die aandringt op de hervorming van de begroting zijn we namelijk met zes landen, maar die zes landen zijn met z'n zessen wel verantwoordelijk voor 40% van het geld binnen de Europese Unie. Daarmee hebben ze wel degelijk invloed. Het zou mooi zijn als deze Kamer de minister-president daarin kon ondersteunen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Is mevrouw Becker klaar met haar betoog?

Mevrouw Becker (VVD):
Zeker.

Mevrouw Dobbe (SP):
Heel goed. Mevrouw Becker begon haar betoog met: veiligheid is niet vanzelfsprekend. Ik neem aan dat ze daarmee ook doelt op bijvoorbeeld Rusland en de Russische dreiging. Ik vraag me af hoe mevrouw Becker naar het volgende kijkt. We zien dat Trump een dieseldeal met Poetin heeft gesloten. Daardoor heeft Poetin nu veel meer geld om wapens te kopen. Tegelijkertijd worden wij gevraagd om miljarden uit te trekken om ons tegen diezelfde vijand te bewapenen.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag is: hoe kijkt de VVD daarnaar?

Mevrouw Becker (VVD):
Ten eerste. Ik denk dat wat we, niet alleen als Nederland, maar ook in de Europese Unie, doen om Oekraïne te steunen en om te zorgen dat we veilig zijn en dat Rusland niet verder kan optrekken, ontzettend belangrijk is. We hebben de naïviteit laten varen dat de VS ons daar altijd bij zullen helpen. We moeten het uiteindelijk zelfstandig kunnen doen. Betekent dat dan dat je kunt zeggen: oei, als de VS iets doen waar we het niet mee eens zijn, dan moeten we daar dezelfde houding aannemen? Nee. Ik vind dat hier twee verschillende dingen met elkaar vergeleken worden, dingen die echt verschillend zijn. De VS is een bondgenoot. Dat betekent niet dat je niet kritisch kan zijn. Dus ook op wat hier gebeurt met die dieseldeal is de VVD kritisch. Daar hebben we ook een dialoog over met de VS. Maar de VS en Rusland hier op een lijn stellen, wat een beetje uit de vraag blijkt, daar neem ik echt afstand van.

Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, maar dit antwoord kan ik niet volgen. Het zijn natuurlijk niet twee verschillende dingen.

Mevrouw Becker (VVD):
Nou, zeker wel.

De voorzitter:
Mevrouw Becker …

Mevrouw Becker (VVD):
Excuus.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ons wordt gevraagd om vanwege een Russische dreiging onze samenleving in rap tempo te militariseren en om daar miljarden voor uit te trekken ten koste van onze zorg, onze sociale zekerheid en misschien ook wel het onderwijs. Dan hebben we een bondgenoot, de VS, die vervolgens Rusland financiert via een dieseldeal zodat ze daar meer wapens kunnen kopen, terwijl wij miljarden moeten uittrekken om ons te bewapenen tegen datzelfde Rusland. Dat is de buitenlandstrategie die de VVD voorstaat. Hoe heeft dat niet met elkaar te maken? Hoe ziet mevrouw Becker dat verband niet?

Mevrouw Becker (VVD):
Het enige wat ik zeg, is dat we ook kritisch zijn op zo'n deal en dat we de Amerikanen daar ook op zullen aanspreken. Maar dat betekent niet dat we de inzet die nodig is om als Nederland onszelf te wapenen tegen de opmars van de Russen en om ervoor te zorgen dat we Oekraïne steunen — dit gaat ook over onze veiligheid en die van onze kinderen — moeten stoppen als we zien dat de VS iets doen wat ons niet bevalt. Daar moeten we de VS op aanspreken en dat moet onderwerp van gesprek zijn in die relatie. Maar dat betekent niet dat de inzet die we hebben om Nederland veilig te houden, ook in de Europese Unie, daarmee zou moeten komen te vervallen. Ik weet dat de SP daar kritisch op is, dat de SP vindt dat er niet zo veel geld naar defensie moet en dat de SP daartegen is. Daarin staan wij tegenover elkaar. Wij denken dat het niet in het belang van onze veiligheid is en dat we juist wel moeten investeren in defensie.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat klopt: de SP is voor onze zorg, voor investeringen in onze sociale zekerheid en tegen het afbreken van ons onderwijs ten behoeve van een Defensie- en NAVO-norm die door Trump is opgelegd aan Nederland. Omdat Trump het oplegt, investeren wij nu miljarden om ons te bewapenen tegen Rusland, en diezelfde Trump zorgt ervoor dat Rusland extra miljarden krijgt om wapens te kopen. Ziet mevrouw Becker in ieder geval dat het ongemakkelijk is als jouw zelfbenoemde bondgenoot, de VS, je zelfbenoemde vijand, Rusland, financiert?

Mevrouw Becker (VVD):
Dat is wel de realistische bril waardoor we moeten kijken naar de wereld waarin we leven. We investeren niet in defensie om president Trump gelukkig te maken. Dat doen we omdat we onszelf veilig moeten houden en omdat we weten dat de Amerikanen dat niet tot in lengte van dagen voor ons zullen doen. Daar kunnen we niet blij van worden en daar kunnen we zelfs kritisch op zijn, en dat zijn wij ook, maar dat betekent niet dat we zeggen: laten we dan zelf ook maar niet in defensie investeren, want dit is niet eerlijk. We zullen onszelf veilig moeten houden. Dat is terecht een topprioriteit van dit kabinet.

De heer Van der Lee (PRO):
Er zijn heel veel onderwerpen die aan de orde komen op deze top. Ik wil nu weer even terug naar het MFK. Ik ga mevrouw Becker dezelfde vraag stellen als die ik de heer Klos heb gesteld. Nederland benoemt steevast drie prioriteiten: moderniseren, het volume van de begroting omlaag krijgen en de bni-correctie overeind houden. Wat is binnen deze prioriteiten de volgorde van prioriteiten die de VVD voorstaat?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb er waardering voor dat de heer Van der Lee probeert mij een prioritering aan te laten geven, maar dat ga ik niet doen. Dit zijn heel complexe onderhandelingen. Ik denk dat het terecht is dat het kabinet op dit moment de poot stijf houdt. Wat het Ierse voorzitterschap neerlegt, is niet iets wat naar de Nederlandse positie toe beweegt; dat beweegt daar steeds verder van af. Ik zei net dat zes landen 40% van het geld opbrengen als nettobetalers. Dan mag je ook zeggen dat je je niet serieus genomen voelt en dat je vindt dat het voorstel terug moet naar de tekentafel. Dat gaat dan zowel over de hoogte als over de modernisering, wat mij betreft.

De heer Van der Lee (PRO):
Maar het zal hier niet bij blijven. Volgend jaar zijn, uit mijn hoofd, Litouwen en Griekenland voorzitter. Het gaat mij even om wat de VVD belangrijk vindt, ongeacht welk voorstel van welk voorzitterschap de komende tijd op tafel wordt gelegd. D66 geeft aan: de modernisering staat op één. Dat vind ik helder. Maar ik zou graag willen weten waar de VVD nou precies staat in die drie prioriteiten. In welke volgorde staan die?

Mevrouw Becker (VVD):
Als ik hier antwoord op zou geven, zou ik meegaan in de stelling van de heer Van der Lee dat Nederland hier zal moeten kiezen. Dat weiger ik, want ik denk dat het beide mogelijk is. Ik denk ook dat deze zes landen een hele sterke positie hebben. Het is toch niet te geloven, wil ik eigenlijk bijna zeggen, dat je het Landbouwfonds en het cohesiefonds, die aantoonbaar in heel veel regio's geen meerwaarde hebben opgeleverd, volledig in stand houdt, en op het terrein van migratie, van veiligheid en van concurrentievermogen, waarvan we met z'n allen vinden dat ze ontzettend belangrijk zijn, met droge ogen durft voor te stellen dat die wel omlaag kunnen? Dat zie ik eigenlijk als een niet serieus te nemen onderhandelingstactiek. Daar ga ik dus ook niet inhoudelijk van zeggen: nou ja, als ik tussen die twee moet kiezen … Ik ga daar namelijk niet tussen kiezen. Ik denk dat het kabinet dat op dit moment terecht ook niet doet.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van der Lee (PRO):
Maar het is wel een manier om daar sturing aan te geven, niet alleen als je modernisering belangrijk vindt, maar ook met de prioriteiten die de VVD benoemt. Die delen wij volgens mij. Volgens mij zijn we het er ook over eens dat kortingen, als die nodig zijn om tot een akkoord te komen, binnen Pijler 1 gevonden moeten worden. Kunnen we elkaar dan niet vinden op de uitspraak dat er niet bezuinigd moet worden op Pijlers 2 en 3?

Mevrouw Becker (VVD):
Nee, omdat ik bang ben dat de heer Van der Lee, de heer Dassen en ook anderen die daar vandaag in dit debat voor pleiten, dat doen vanuit hun standpunt dat er uiteindelijk meer geld naar de Europese Unie zal moeten, dat je in ieder geval bij deze twee pijlers extra geld moet doen en dat je dan misschien maar akkoord moet gaan met het feit dat de begroting dan omhoog moet. Ik laat me nu niet in zo'n constructie tot uitspraken dwingen waarbij ik zeg: nou, dat lijkt me een goed idee. Ja, ik vind het belangrijk dat er in concurrentievermogen, migratie en veiligheid wordt geïnvesteerd, maar niet ten koste van dat we dan maar een hogere afdracht gaan doen als Nederland, want we betalen al ontzettend veel. Het is precies zoals mevrouw Keijzer net zei: het moet ook efficiënter.

De heer Van Baarle (DENK):
De afgelopen week was een beschamende VVD-week, want Dilan Yeşilgöz gaaf aan dat Rusland "onze vijand" is. Zij overviel daarmee het kabinet. Dat wist niet dat zij die uitspraak zou gaan gebruiken. Maar ze overviel daarmee ook heel veel Nederlanders. Die zeggen: "Hohoho, ik heb geen vijand. Ik wil geen vijand. Ik wil niet betrokken worden bij een conflict. Ik wil geen oorlog ingezogen worden." Is het niet gepast als de VVD zegt dat die uitspraak gewoon hernomen moet worden?

Mevrouw Becker (VVD):
Nee. Sterker nog, dan zouden een hele reeks voorgangers van mevrouw Yeşilgöz en ook andere bewindspersonen uit eerdere kabinetten dat terug moeten nemen, want het is in die zin helemaal geen nieuwe uitspraak. Deze uitspraak is eerder gedaan door minister Ollongren, toen zij nog minister van Defensie was. De uitspraak is ook gedaan door de heer Brekelmans. Ik zou ook willen zeggen dat dat terecht is. De heer Van Baarle heeft het over een uitspraak, maar laten we het alsjeblieft hebben over wat er aan de hand is in de wereld. We krijgen hier in Nederland te maken met cyberaanvallen. We hebben in Europa te maken met droneaanvallen. Laten we het hebben over wat er in Leipzig is gebeurd. Laten we het hebben over wat onze kinderen in hun telefoons aantreffen, wat soms gefinancierd wordt uit die hoek. Als je dan zegt dat we moeten zorgen dat we de vijand buiten de deur houden en ook durft te benoemen dat dat om Rusland gaat … Je kunt het hebben over het woord, maar we kunnen het ook hebben over die dreiging. Ik denk dat we het aan onze kinderen verplicht zijn dat we het daarover hebben.

De heer Van Baarle (DENK):
Als we het hebben over die dreiging, zeg ik: ik wil niet dat Nederland een doelwit wordt. Ik wil niet dat Nederland gevaar loopt. Maar als je woorden gaat gebruiken als "onze vijand", als je steeds maar verdergaat in het bepleiten van militaire betrokkenheid en het geven van langeafstandswapens om Rusland vanuit Oekraïne tot doelwit te maken … Gaat de VVD dan uitleggen aan al die mensen in Nederland dat Nederland misschien nog meer een doelwit wordt vanwege die uitspraken, vanwege die escalatie? Ik wil dat helemaal niet. Heel veel mensen in Nederland willen dat niet.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik zou ook niet willen dat de geopolitieke situatie is zoals die is. Toen wij gingen studeren, kreeg ik bij een bepaald vak nog het boek The End of History te lezen. We hadden het alleen maar over globalisering. Het ging er eigenlijk over dat we steeds meer democratieën zouden hebben, die goed met elkaar zouden samenwerken. Boris Jeltsin ging vriendelijk op bezoek in de VS. Ik zou ook willen dat we weer terug waren in die tijd, maar helaas moet ik mijn dochters als zij naar het Jeugdjournaal kijken, uitleggen dat er op heel veel plekken en ook direct om ons heen sprake is van oorlog. Dan kan je zeggen: dat moet je zo niet noemen en daar moet je dan ook geen maatregelen op nemen, want voor je het weet escaleert het. Maar ik denk dat je die maatregelen juist wel moet nemen, want voor je het weet heb je heel veel spijt van het feit dat je dat niet hebt gedaan omdat je het allemaal niet wilt. Maar met niet willen houden we onszelf niet veilig.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik zeg helemaal niet dat wij geen maatregelen moeten nemen om onszelf te beschermen. Ik zeg dat Nederland en de VVD Nederland niet tot een mogelijk verder doelwit moeten maken en niet moeten escaleren door woorden zoals "onze vijand" te gebruiken. Ik zeg dat de VVD, de Nederlandse regering en heel veel politici niet verder moeten escaleren door Nederland steeds verder betrokken te laten raken bij een militair conflict. Nogmaals, ik ga het niet aan de Nederlanders uitleggen dat Nederland misschien een nog groter doelwit wordt vanwege de onverstandige uitspraken die hier in de politiek wordt gedaan. Als er een dreiging is, kun je twee paden kiezen: het pad van de-escalatie en proberen tot vrede te komen, of het pad van de escalatie. Ik zie echt tot mijn grote zorg dat in dit huis door de VVD en het kabinet de weg van de escalatie wordt gekozen. Dat moeten we niet doen.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb heel veel moeite met hoe dit nu wordt neergezet, want dat is precies wat Rusland zegt dat de EU en Nederland aan het doen zijn; die noemt dat "escalatie". Dat doen ze heel bewust. Ik vind dat wij hier in dit huis niet in mee moeten gaan, want het is heel duidelijk wie Oekraïne is binnengevallen en het is heel duidelijk wie op dit moment ook op allerlei plekken in Europa onze onveiligheid vergroot. Dan zullen wij daar in dit huis over moeten praten en ook de dreiging moeten benoemen voor wat die is, zodat we er maatregelen tegen kunnen nemen.

De heer Klos (D66):
Ik hoorde mevrouw Becker spreken over de uitbreiding van de Europese Unie en het geopolitieke realisme daarin van hoe we naar die landen kijken. Dat gaat uiteraard ook over Poetin, want die probeert zijn invloed daar te verbreden. Ik wil een dilemma met mevrouw Becker bespreken, want zij stelt ook voor om het veto juist voor de nieuwe lidstaten langdurig te beperken. Wij waren in Montenegro, namens de commissie voor Europese Zaken, en wij hoorden daar: als jullie dat doen, dan krijgen we straks via de Servische media, oftewel via Rusland, te horen dat wij toch een B-lidmaatschap aangeboden hebben gekregen …

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Klos (D66):
... en komt er een einde aan het draagvlak. Hoe kijkt mevrouw Becker daarnaar?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk dat we daar niet te bang voor moeten zijn. Ik hoor ook andere geluiden. Ik las vorige week in de Volkskrant een interview met de premier van Albanië, Edi Rama, die juist zegt: "Het gaat ons niet om het veto. Geef het ons de eerste jaren maar niet. Want wij snappen de terughoudendheid en snappen ook de angst. Dus als dat een struikelblok is bij toetreding, geef het ons niet." Ik denk dus dat dit helemaal niet per se zo ervaren hoeft te worden bij mogelijke kandidaat-lidstaten. Ik denk ook — we hadden het vandaag over rechten en plichten — dat je geleidelijk rechten zou kunnen verdienen, bijvoorbeeld als je laat zien dat je het financieel beter op orde krijgt, dat je goede reviews hebt over hoe je sociaal-economische structuur als land eruit ziet, dat je voldoende hervormt en dat je dan op een gegeven moment ook een veto kan krijgen op het MFK. Maar wat mij betreft gebeurt dat niet in de eerste jaren.

De heer Klos (D66):
Over die geleidelijke integratie ben ik het zeer met mevrouw Becker eens. We moeten kijken naar de tijdpaden. Misschien kunnen we daarbij een compromis vinden. Maar ik denk dat we toch met een probleem blijven zitten als deze landen zich alsnog afkeren van de Europese Unie op basis van het feit dat ze een ander soort lidmaatschap aangeboden krijgen dan anderen. Dat kan overigens ook niet volgens het EU-Verdrag, want er moet gelijkwaardigheid zijn tussen lidstaten. Mijn vraag is dus: zouden we niet moeten overwegen om, als we dit doen, tenminste een intentieverklaring te doen, om het veto op deze sectoren ook af te schaffen voor de andere lidstaten binnen de periode die u aangeeft?

Mevrouw Becker (VVD):
Omdat het me nu zo voorgelegd wordt, zou mijn korte antwoord nee zijn. Dan moet ik het me dus zo voorstellen dat de andere lidstaten, dus ook Nederland, geen veto meer zouden hebben op het MFK? Ik heb nou net bepleit waarom ik denk dat het cruciaal is dat we dat wel hebben. Datzelfde geldt voor uitbreiding. Ik denk ook dat we gewoon moeten erkennen dat een paar landen de steunpilaren van de Europese Unie zijn. Daar komt het geld vandaan. Zij dragen het. Nederland is er daar een van. Je mag dus, als er nieuwe lidstaten willen toetreden, best zeggen: dat gaat geleidelijk. Ik zie in de plannen van de Commissie ook dat die zelf bijvoorbeeld rondom uitbreiding overweegt nieuwe lidstaten de eerste jaren geen veto's te geven. Daar is men dus ook niet bang voor een B- en A-categorie, dus ik denk dat dat hier ook niet aan de orde hoeft te zijn. Maar laten we samen kijken waar we kunnen komen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
Laten we dat zeker doen. We moeten kijken waar het balletje van het geopolitiek realisme dan uiteindelijk naartoe rolt. D66 denkt nu dat als je dat geopolitiek realisme wil vasthouden, je die uitbreiding moet realiseren met gelijkwaardigheid van de lidstaten. Misschien komen we uiteindelijk over de brug en kunnen we ergens in het midden een compromis vinden. We gaan het zien.

De heer Hoogeveen (JA21):
Terug naar het MFK. Ik denk dat ik een heel eind mee kan in het betoog van de VVD. Mijn vraag is wel hoe de VVD, los van de enorme kosten die hiermee gepaard gaan, aankijkt tegen de manier van financiering die de Europese Commissie nu voor zich ziet.

Mevrouw Becker (VVD):
Dan doelt de heer Hoogeveen, denk ik, op eigen middelen en wat daarover in het nieuwe voorstel staat. Volgens mij is het van belang dat je uiteindelijk ziet hoe de extra eigen middelen die opgehaald worden zich verhouden tot het totaalvoorstel. Kunnen we dan nog steeds zeggen dat Nederland de facto niet toch een hogere afdracht heeft via die eigen middelen dan het geval was voordat dit hele voorstel hier lag? Ik geloof dat we daar ooit samen nog een motie over hebben ingediend. Ik zou dat dus op die manier willen bekijken. Er zitten nu bijvoorbeeld nog een paar voorstellen voor eigen middelen in die het bedrijfsleven raken. Daar zijn wij kritisch over.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor deze uitleg. Ik doelde alleen niet op de eigen middelen, maar op de manier waarop financiering wordt verstrekt binnen het MFK. Dat is dan dus vergelijkbaar met de systematiek die we hebben gezien in het coronaherstelfonds. Kan mevrouw Becker daar wat over vertellen?

Mevrouw Becker (VVD):
Zeker. Daar ging mijn vraag net ook over. De kritiek van de Europese Rekenkamer van de afgelopen week ging natuurlijk over vooraf plannen op papier en dan achteraf verantwoorden. De Rekenkamer vindt dat eigenlijk te vaag, te oncontroleerbaar en een groot risico in relatie tot de groeiende schuldenberg. Daarover heb ik zojuist aan de minister-president gevraagd of Nederland zich niet alleen wil inzetten voor een lager MFK en voor het behoud van onze korting, maar ook voor de wijze van financiering.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Hoogeveen (JA21):
Daar was ik naar op zoek. Wat vindt de VVD er dan van? Vindt mevrouw Becker dat de inzet van Nederland moet zijn om die systematiek te herzien en daar in Brussel op in te zetten, of blijft het bij een vraag aan de premier?

Mevrouw Becker (VVD):
Dank dat u nog verduidelijking vraagt. Ik heb natuurlijk niet voor niets gevraagd aan de minister-president of Nederland bereid is daarop in te zetten. Wat de VVD betreft zou dat namelijk goed zijn.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor de fractie van de VVD bij monde van mevrouw Becker zeggen dat die dus tegen het opgeven van veto's is ten aanzien van uitbreiding en het MFK. Geldt dat ook voor de onderwerpen die vorige week zijn uitgelekt, zoals sociale zekerheid? Dan heb je het automatisch over pensioenen.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb geen voorstellen van de Europese Commissie gezien om ten aanzien van deze onderwerpen veto's die er nu zijn af te schaffen. Daar zou ik dus naar moeten kijken. Wij vinden dat er in het buitenlandbeleid soms echt de gênante situatie ontstaat dat er iets acuuts gebeurt in de wereld en je eerst een heel weekend een circus van telefoontjes tussen alle landen hebt om met elkaar tot een standpunt te komen. Als vervolgens één land zegt het daar niet mee eens te zijn, of een bepaalde maatregel niet wil nemen, loop je eigenlijk achter de feiten aan. Als je het nou hebt over een krachtige EU, moet je daar sneller kunnen beslissen. Als het gaat over pensioenen, denk ik dat het heel belangrijk is dat je daar als lidstaten ook allemaal zeggenschap over hebt. Iedereen heeft weer een ander pensioenstelsel. Nederland heeft daar zeer veel vermogen in opgebouwd, door het verplichte pensioen. Ik zou daar dus terughoudend zijn. Maar ik zou het voorstel moeten zien. Dat ken ik namelijk niet.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
"Terughoudend" is rekbaar. Als je vindt dat lidstaten zelf gaan over hun sociale zekerheid en pensioenen, ben je toch tegen het opgeven van een veto op dat onderwerp?

Mevrouw Becker (VVD):
De reden dat ik daar een beetje terughoudend op reageer, is dat ik geen voorstel ken waarbij de Europese Commissie zou voorstellen dat hier veto's worden afgeschaft. Ik ga daar graag naar kijken. Mijn grondhouding is dat je de zeggenschap die je als land hebt op dit moment, moet houden.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u.

De heer Dassen (Volt):
Ik heb een vraag over het MFK en de conditionaliteit. We hebben een conditionaliteitsmechanisme voor landen, maar niet voor regio's. Met de verkiezing van bepaalde partijen in bepaalde regio's zou je ook kunnen nadenken over de vraag of we daar een conditionaliteitsmechanisme op moeten inzetten. Hoe kijkt de VVD daarnaar?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik hoorde de heer Dassen die vraag eerder stellen. Ik zat daar even op te kauwen. Dat betekent namelijk dat de Europese Commissie, die jaarlijks een rechtsstaatanalyse maakt van alle landen, dat ook op regionaal niveau zou doen en zou zeggen: in een bepaalde regio is een rechtsstaat aan het afkalven en op basis daarvan gaan we daar gevolgen aan verbinden. Ik kan me voorstellen dat dat dan gebeurt via de cohesiefondsen of via de middelen die naar zo'n regio zouden gaan. Ik zou het even voor me moeten zien of het überhaupt kan. De heer Dassen verbindt dat aan een verkiezingsuitslag. Ik moet het even voor me zien aan wat voor maatregelen ik zou moeten denken die in een regio worden doorgevoerd waardoor je zegt: nu is de rechtsstaat daar aan het terugglijden. Wij vinden het als VVD ontzettend belangrijk dat we de democratie en rechtsstaat overeind houden, dat we lidstaten daarop aanspreken en dat we verdergaande maatregelen hebben om in te kunnen grijpen. We willen niet voor niets artikel 7 graag hervormen. Ik zou het voor me moeten zien hoe je dat op regionaal niveau voor elkaar wil krijgen. Ik zeg er niet per definitie meteen nee tegen.

De heer Dassen (Volt):
Het gaat natuurlijk over het volgende. In Europa heb je landen en daarbinnen heb je deelstaatparlementen. Het verschilt per land. In Duitsland is het anders dan in Nederland. Italië heeft ook weer sterke regionale parlementen. Je zou kunnen zeggen dat ze daar ook bepaalde bevoegdheden hebben om maatregelen door te voeren, bijvoorbeeld als het gaat over asiel, onderwijs of veiligheid, die wellicht stroken met datgene wat we in Europa acceptabel vinden. Daar gaat dit voorstel over. Ik hoor geen nee bij de VVD. Dat vind ik op zich positief. Als mevrouw Becker hierover wil nadenken — ik ben ook benieuwd hoe de minister-president ernaar kijkt — kunnen we aan het einde van het debat misschien kijken of we met een voorstel kunnen komen.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, ik ben ook zeer benieuwd naar het antwoord van het kabinet, dus laten we daar samen naar kijken.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is aan meneer Van der Lee voor zijn eerste termijn namens PRO.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Een kat in nood maakt rare sprongen. In het geval van Trump zijn het idiote sprongen. Zijn vooruitzicht voor de midterms is niet gunstig. Hij dreigt de meerderheid in het Huis en de Senaat te verliezen. Dan krijgen we de idiotie van een dieseldeal waarmee hij voor eigen politiek gewin de Russische staatskas spekt. Ik denk dat we niet moeten zwichten voor dit soort idiotie. Het is een soort chantagepolitiek. Kan de premier aangeven of hij in samenspraak met Oekraïne de gereserveerde middelen voor het PURL-initiatief in Europese alternatieven kan steken? Is de premier ook bereid om vóór het aanstaande debat over de veiligheidssituatie te onderzoeken of hij gereserveerde Oekraïnemiddelen naar voren kan of beter gezegd misschien zelfs moet halen, gelet op de situatie?

Daarnaast hebben we natuurlijk een andere idiotie gezien: het ondermijnen van het Internationaal Strafhof. Daarover is al veel gezegd door collega's. Daarbij sluit ik mij aan. Concreet gaan de vragen nu natuurlijk over wat we gaan doen. Wanneer wordt het Blocking Statute geactiveerd? Wanneer hebben wij zekerheid dat het klaarstaat? Ik zou ervoor willen pleiten dat we die zekerheid eerder krijgen dan het moment waarop de sancties ingaan, niet in de laatste plaats omdat er al sprake is van sanctionering doordat bedrijven nu geen zaken meer zullen doen met het hof. Heeft het hof daar nu al schade van, vraag ik aan de premier.

Dan over het Meerjarig Financieel Kader. We staan voor gigantische uitdagingen. Ik denk dat het cruciaal is dat we de begroting moderniseren om die uitdagingen aan te gaan. Ik lees in het verslag van ons eerste schriftelijk overleg: "Het kabinet deelt niet de opvatting dat een lager MFK noodzakelijkerwijs ten koste gaat van modernisering." Het is mooi dat het kabinet die opvatting heeft, maar de geschiedenis leert dat het altijd zo is geweest dat hoe harder je duwt op het volume, hoe meer modernisering er sneuvelt. Het kabinet geeft aan in te zetten op modernisering, volumedaling en het behoud van de bni-correctie. Ik wil van de premier weten wat nu echt de prioriteit is. Zou hij het behulpzaam vinden als de Kamer uitspreekt dat de Kamer geen bezuinigingen wil op Pijlers 2 en 3? Ik hoop dat hij op dit punt een toezegging wil doen.

Op een ander terrein zien we een positieve ontwikkeling. Macron en Merz hebben zich, ook vanuit het oogpunt van hun auto-industrieën, nu eindelijk gevonden in een eendrachtige benadering van China. Waar ze vroeger ze een beetje de tegenpolen waren tussen assertief en appeasen, zitten ze nu op één lijn en bepleiten ze zelfs heel vergaande maatregelen. Steunt Nederland die voorstellen, ook volmondig? Er zitten risico's aan, die ik wel onderken, maar ik ben benieuwd of we ons volledig achter hun oproep scharen of dat we toch weer terughoudend blijven, want dat woord hoor ik ook heel vaak van de zijde van het kabinet.

Een ander punt betreft natuurlijk de EU-uitbreiding. Daar spelen veel kwesties.

De heer Dassen (Volt):
Ik heb nog een vraag over Merz en Macron. Onderdeel van die afspraak is dat de verbrandingsmotor wederom wordt uitgesteld. Ik neem aan dat de heer Van der Lee daar toch kritisch op blijft, omdat we dat juist niet willen met elkaar.

De heer Van der Lee (PRO):
Dat is precies waarom ik hierop doorduw. Het moment waarop Merz en Macron naar buiten kwamen had natuurlijk ook te maken met een Eurocommissaris die naar China ging en een akkoord dat is gesloten waardoor China minder elektrische auto's op de Europese markt kan brengen. Inderdaad, ik ken de discussies om vervolgens ook de benzineauto langer in leven te houden. Ik vind dat niet de goede benadering. We moeten heel breed kijken naar de afhankelijkheden van China. Bij veel meer industrieën zie je dat China met superveel staatssteun probeert de productiecapaciteit van heel belangrijke producten naar zich toe te trekken, ook ten koste van Europese bedrijvigheid en ons toekomstige verdienvermogen. Ik vind dat we dus een veel assertievere houding moeten innemen tegen China, met zwaardere instrumenten, en dat we niet alleen maar omwille van een tijdelijke deal even iets moeten roepen om vervolgens niet door te pakken. Dat instrumentarium waar de Commissie al aan werkt, moet steviger en breder, maar het moet ook in de praktijk gebracht worden. Ik denk ook specifiek dat het voor Nederland cruciaal is, want anders worden wij, met ASML als grootste bedrijf, dat ook strategisch een hefboom kan zijn richting China, alleen maar een speelbal van de Amerikanen, omdat Europa niet eendrachtig genoeg is als het gaat om het inzetten van handelsinstrumenten richting China.

De heer Dassen (Volt):
Dat laatste deel ik volledig met de heer Van der Lee. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Mijn zorg zit er wel in dat we ook binnen Europa de juiste discussie moeten blijven voeren over wat we hier zelf doen aan onze economie om te zorgen dat we die afhankelijkheid verkleinen. Mijn zorg zit erin dat we een soort Kodakmomentje aan het creëren zijn met onze auto-industrie, waarbij we wat langer die verbrandingsmotoren gaan produceren, terwijl we dan de strijd tegen de Chinese auto waarschijnlijk alsnog zullen verliezen, omdat die ontwikkeling veel sneller gaat. Ik hoop dus dat de heer Van der Lee dat met me eens is.

De heer Van der Lee (PRO):
Daar zijn we het volgens mij volledig over eens. Daarom is het cruciaal dat we inzetten op modernisering van het MFK en veel meer investeren in onze concurrentiekracht en met name in R&D, en dus ook in de energietransitie, met nieuwe verdienmodellen. Als we die keuze niet maken, dan worden we het haasje. Dan koop je misschien wat tijd, maar uiteindelijk raak je van de regen in de drup.

De heer Klos (D66):
Ik heb een vraag over de toespraak die Von der Leyen heeft gegeven met haar State of the Union. Daarin stelde ze voor dat Canada het eerste geassocieerd lid zou moeten worden van de Europese Unie. Nu weet ik dat PRO als combinatiepartij een complexe geschiedenis heeft met de handelsrelatie met Canada. Is PRO wel voorstander van zo'n nog verdergaande relatie met Canada die de EU dan ontwikkelt?

De heer Van der Lee (PRO):
Ja, daar zijn wij voor. Ik denk dat het concept van een geassocieerd lidmaatschap — het bestaat nog niet — om meerdere redenen interessant is om verder uit te werken. Maar als we dat met Canada zouden aangaan, dan zou het volgens mij ook mogelijk zijn om die handelsvoorwaarden op een gunstige manier te beïnvloeden en zou Canada ook in nog grotere mate moeten voldoen aan de eisen die wij aan onze interne markt stellen. Ik zie daar dus mogelijkheden in, misschien ook nog wel voor andere landen.

De heer Klos (D66):
Dat is heel mooi. Dat is ook echt een mooie ontwikkeling in de partij van PRO. Veel dank.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel. Het is altijd leuk om een compliment te krijgen, maar het gaat hier niet om een handelsverdrag; het gaat hier om een associated membership van de gezamenlijke markt. Dat zijn toch net even twee verschillende dingen.

Ik heb te weinig tijd om uitvoerig bij de uitbreiding stil te staan. Dan vraag ik vooral aan de premier: wil hij zich nou ook als een soort champion opstellen als het gaat om de toetreding van Montenegro? Ik denk dat het cruciaal is, ook met het oog op anderen en met name Oekraïne, dat er weer een land, een lid, kan toetreden. Ze zijn heel goed bezig. Het is een klein land, maar ze hebben behoefte aan landen die champions zijn voor ze. Ik hoop dat de heer Jetten, de premier moet ik zeggen, die handschoen wil oppakken.

Tot slot nog één punt over Servië. Dat liet zich echt van zijn slechtste kant zien na het overlijden van Mladić, met dat idiote militaire eerbetoon. Von der Leyen heeft er ook iets over gezegd — dat vind ik prima — maar welke consequenties verbinden we hier nou aan? Vindt Nederland dat het hele toetredingstraject van Servië nu on hold moet worden gezet? Zijn er andere maatregelen die we moeten nemen?

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Lee. Het woord is aan meneer Krul namens het CDA in zijn eerste termijn.

De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Dan zal dit wel het moment zijn om de minister-president te vragen naar zijn Montenegrijns. Dat zal ik maar niet doen, want hij heeft zijn talenknobbel inmiddels bewezen.

Voorzitter. Europa kent vele uitdagingen. Rusland voert al meer dan vierenhalf jaar oorlog op ons continent en inmiddels vat het woord "hybride" niet langer de kern van de dreiging en acties die het Russische regime uitvoert in Europa. Door regelzucht zitten onze ondernemers klem in onze eigen interne markt en de schulden van lidstaten lopen op naar recordhoogtes. Het lijkt niet te lukken om broodnodige hervormingen uit te voeren.

Voorzitter. Dat raakt Nederland. Onze welvaart en onze vrijheid vragen namelijk een sterk Europa, een verenigd Europa. Voor het CDA hoort verantwoordelijkheid thuis waar je die ook kunt waarmaken. Bij zulke grote uitdagingen hebben we elkaar als Europese landen broodnodig. Von der Leyen sprak in haar State of the Union over een onafhankelijker Europa. De top van donderdag en vrijdag moet duidelijk maken wat regeringsleiders bereid zijn om daarvoor te doen. De schulden van meerdere Europese landen zijn enorm hoog. Tegelijkertijd lopen de uitgaven alleen maar verder op en stijgen de rentes op de staatsschulden tot recordhoogtes. Dan kan niet eindeloos doorgaan. Wie vandaag noodzakelijke hervormingen uitstelt, schuift de rekening door naar een volgende generatie. Lidstaten zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor gezonde overheidsfinanciën. De afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact zijn wat het CDA betreft niet vrijblijvend. Alleen maar bezuinigingen doorvoeren, is ook geen sterke strategie. Europa moet hervormen om sterker te worden. Maak die interne markt nou echt af. Verminder onnodige regels. Maak onze kapitaalmarkt sterker. Zorg dat innovatieve bedrijven hier kunnen groeien. Voer de hervormingen door die de economie structureel sterker maken. Mijn vraag aan de minister-president is daarom of hij tijdens de Europese Raad duidelijk wil maken dat een sterk Europa ook financieel houdbaar moet zijn. Spreekt hij landen met hoge schulden aan op noodzakelijke hervormingen? Hoe kijkt hij bijvoorbeeld naar de ontwikkelingen in Frankrijk en België?

Diezelfde strenge keuzes moeten we ook maken in het volgende Europese Meerjarig Financieel Kader. De CDA-fractie is niet tevreden over het laatste Ierse voorstel voor het MFK. Ja, het verlaagt het totaalvoorstel iets, maar de manier waarop is verkeerd. Traditionele uitgaven in pijler 1 worden relatief ontzien, terwijl juist harder wordt gesneden in middelen voor concurrentievermogen en Global Europe. Dat is wat het CDA betreft de omgekeerde wereld. We willen een moderne, slanke Europese begroting die aansluit bij de wereld van vandaag en morgen, niet bij die van gisteren of die van 2001. Het gaat dan om minder wildgroei aan subsidies en meer automatisch beschermde potjes in pijler 1. Durf te stoppen met beleid dat onvoldoende Europese toegevoegde waarde heeft. Dat geld hebben we nodig voor zaken die landen op nationaal niveau onvoldoende kunnen organiseren, zoals veiligheid, defensie, technologie, innovatie, grensbewaking, concurrentievermogen en geopolitieke slagkracht. Kan de minister toezeggen dat Nederland niet instemt met een MFK waarin traditionele subsidies worden beschermd ten koste van investeringen die Europa sterker, veiliger en concurrerender maken? Ik denk bijvoorbeeld aan de generieke inkomensondersteuning in het GLB.

Ten slotte. Grenzen in Europa mogen niet onnodig vertragend werken. Dat geldt ook voor de grenzen die onze krijgsmachten tegenkomen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil eigenlijk de vraag stellen die ik net ook aan de VVD stelde. Hoe kijkt het CDA naar de manier van financiering van het MFK, los van de grootte van het MFK en waar het geld aan besteed wordt?

De heer Krul (CDA):
Toen de heer Hoogeveen deze vraag aan mevrouw Becker stelde, ben ik meteen gaan zoeken naar mijn aantekeningen over eigen middelen. Ik was blij dat na de tweede interruptie bleek dat het daar niet om ging. Ik deel die zorg. Ik denk ook dat de manier van financieren vanuit de Commissie anders moet. Ik zou graag samen met de heer Hoogeveen het signaal aan het kabinet willen afgeven om daarop in te zetten. Ik weet niet of hij dat straks zelf nog gaat verwoorden, maar bij dezen.

De heer Stöteler (PVV):
Ik zou graag van De Slimste Mens horen hoe het CDA nou naar die pijlers binnen de begroting kijkt. Pijler 1 is … Wat is het? Die is 914 miljard, zo uit mijn hoofd. Hoe groot zou die pijler, die heading, moeten zijn?

De heer Krul (CDA):
We zien dat de verdeling tussen enerzijds de cohesiefondsen en het GLB en anderzijds de posten waarop wij het liefst de hervormingen en de modernisering willen doorvoeren, nu uit balans is in het MFK. Ik ga hier geen spelletje spelen en zeggen hoeveel het zou moeten zijn, maar wat ons betreft zou je juist ook in pijler 1 moeten investeren. Dat kan dan ook ten koste gaan van de traditionele pijlers 2 en 3, omdat daar uiteindelijk de uitdagingen voor Europa zitten. Hoe houden we Europa concurrerend? Hoe zorgen we ervoor dat we een innovatieve economie hebben? Hoe vervolmaken we de interne markt? Dat zijn de vraagstukken waar het nieuwe MFK, het moderne MFK, wat ons betreft op moet zien. Daar moet in geïnvesteerd worden. Dat kan wat ons betreft door minder volume bij de "traditionele" pijlers, zoals ik ze maar even noem, namelijk de cohesiefondsen en het landbouwbeleid.

De heer Stöteler (PVV):
Ik vraag niet naar hoeveel miljard dat dan precies moet zijn, want dat moeten we allemaal nog maar zien. Misschien kan meneer Klos toch een klein tipje van de sluier oplichten …

De heer Krul (CDA):
Die staat naast u.

De heer Stöteler (PVV):
O, ja. Krul! Ik bedoel Krul.

De voorzitter:
Klos, Krul. Dit is meneer Krul.

De heer Stöteler (PVV):
Ze praten ook allebei hetzelfde en …

De heer Krul (CDA):
Het is ingewikkeld, hè?

De heer Stöteler (PVV):
Ze zeggen ook altijd bijna hetzelfde.

De heer Klos (D66):
Hij is knapper!

De heer Stöteler (PVV):
Misschien kan hij, meneer Krul, bij benadering vertellen hoe het CDA daarnaar kijkt. Nu zit 50% van het totale budget in header 1, pijler 1, waaronder het cohesiefonds. Dat maakt daar dan weer 50% van uit. Dus, bij benadering, met hoeveel zou het CDA genoegen nemen?

De heer Krul (CDA):
Ik probeer nu oprecht te kijken of ik daar een antwoord op kan geven. Ik denk dat ik dat niet ga doen. Wat ons betreft moeten we echt fors investeren in Europa om het innovatief te maken en een concurrerende economie te kunnen hebben. Dat mag wat ons betreft ook geld kosten. Als wij zelf onder het Nederlands voorzitterschap een voorstel zouden mogen schrijven, zal dat logischerwijs waarschijnlijk betekenen dat er meer geld tegenover staat, zeker ten opzichte van de 50% die nu in één keer naar het Cohesiefonds gaat. Maar een precies bedrag heb ik daar niet voor. Maar het zou binnen die pijler zeker meer kunnen zijn dan het huidige.

De heer Klos (D66):
Ik ga ook niet vragen om een precies bedrag, want dat zou me inderdaad een spelletje lijken. Er zijn wel een paar verstandige christendemocraten, waaronder Jeroen Lenaers, die tijdens het vorige grote debat dat we hier hadden, hebben gezegd: kijk nou vooral naar modernisering. Ook Christian Ehler zegt nu in het Europees Parlement: doe nou een grote intensivering van dat Horizon-programma in wetenschap en innovatie. Is de heer Krul het met mij eens dat die intensivering voor dat wetenschapsprogramma nodig is?

De heer Krul (CDA):
Ik ben het met de heer Klos eens dat je, gezien de mondiale ontwikkelingen op het gebied van wetenschap, uiteindelijk wel degelijk in Europa competentie moet versterken. Of dat dus per definitie betekent dat de inzet moet zijn dat je daar meer in moet investeren … Het lijkt mij mooi als dat past binnen een modern MFK, zeg ik er maar gelijk bij. Wij zeggen niet: je kan geen toekomstig MFK steunen zonder investeringen op het gebied van wetenschap. Dus ja, het glas is een beetje halfvol en een beetje halfleeg.

De heer Klos (D66):
Mee eens. We zien namelijk steeds dat er bij die Europese Raden dat er dan weer een nieuw voorstel komt. Dat is dan juist weer een lager percentage voor wetenschap en concurrentievermogen en een hoger percentage voor landbouw en cohesie. Is de heer Krul het dan met mij eens dat we dan tenminste wel de Nederlandse regering op pad moeten sturen om ervoor te zorgen dat we meer geld gaan uitgeven aan wetenschap en innovatie?

De heer Krul (CDA):
Ik heb net al gezegd dat het Ierse voorstel wat ons betreft gewoon verkeerd is. Daar zit een hele scheve balans in. Er wordt enerzijds meer geld gepompt in die ouderwetse — zo zeg ik het maar even — fondsen en structuren, waar we eigenlijk van zeggen dat ze niet belangrijk zijn voor een toekomstig Europa om mondiaal sterk te zijn. Tegelijkertijd zien we te weinig of zelfs een klein beetje minder op pijlers waarvan we juist zeggen dat er kansen liggen. Meneer Klos vroeg: zou dat niet omgedraaid moeten worden? Daarvan zou ik zeggen: ja, dat lijkt me een goed idee.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik denk dat de heer Klos … Nee, sorry, de heer Krul! Nu ga ik er helemaal in mee. Ik had een vraag gesteld aan de heer Klos en mevrouw Becker, die ik ook aan de heer Krul wil stellen. Zit er voor het CDA een volgorde in de drie prioriteiten moderniseren, volumereductie en de bni-correctie? Wat is het meest urgent voor het CDA?

De heer Krul (CDA):
Ik heb natuurlijk het langst de tijd gehad om over deze vraag na te denken. Ik denk toch dat ik wel antwoord ga geven. Bij mij zou het ook moderniseren zijn. Ik ben ervan overtuigd dat je kan moderniseren met minder volume. Als ik moet kiezen, zou ik me afvragen waarom ik moet kiezen. Je kan het namelijk allebei doen. Als ik een prioriteit moet aanleveren, zou ik het volgende zeggen. Europa heeft nu te maken met een hele ingewikkelde wereldorde, die continu verandert, met al die panelen. Ten aanzien van hoe we de financiën van Europa nu hebben ingeregeld, concluderen we dat het niet matcht. Wij zijn niet weerbaar en wendbaar genoeg. We moeten het MFK moderniseren. Dat zou mijn topprioriteit zijn. Maar, zeg ik tegen de heer Van der Lee, er gaat nu heel veel geld naar bijvoorbeeld het GLB en de cohesiefondsen, waar ik het over heb gehad. Dat zou ook met minder volume kunnen.

De heer Van der Lee (PRO):
Dat is helder. Dank voor de stellingname. Volgens mij deel ik die wat betreft modernisering. De heer Klos deelt die ook. Zou het niet goed zijn om als Kamer uit te spreken dat wij geen bezuinigingen of kortingen willen op pijler 2 en 3? Moeten we die consequentie niet trekken, om een helder signaal af te geven richting de andere lidstaten en andere parlementen in Europa?

De heer Krul (CDA):
De minister-president heeft al een behoorlijk ingewikkelde kluif bij de komende Europese Raad, omdat we met de zuinige zes een standpunt hebben ingenomen, waar we zeker achter staan. Enerzijds willen we een ander voorstel dan het Ierse voorstel. We willen niet bezuinigen op pijler 2 en 3, maar we willen wel iets bezuinigen op het cohesiefonds en het GLB. Ik weet niet of we het met die opdracht nog ingewikkelder maken, maar het lijkt me logisch dat dat de inzet moet zijn. Dan zeg je dus tegen de Ieren: daarop bezuinigen is onverstandig; doe dat niet. Ik weet niet of de minister-president een motie van ons nodig heeft om dat te doen, maar ik wil zeker naar het voorstel van de heer Van der Lee kijken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van der Lee (PRO):
Dat is fijn om te horen. Ik ben ook benieuwd naar wat de premier daarover gaat zeggen. Ik weet dat hij van uitdagingen houdt. Ik denk dat hij ook een vurig voorstander is van modernisering. We wachten het even af. Dank u wel.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Krul (CDA):
Ik was bijna klaar, voorzitter. Grenzen binnen Europa mogen niet onnodig vertragend werken, ook niet voor onze krijgsmachten. Als de veiligheidssituatie erom vraagt, moeten militairen en materieel snel van Rotterdam naar het oosten van Europa kunnen worden verplaatst. Europa moet daarom voortvarend werk maken van een militair Schengen. Kan de premier zich inzetten voor concrete afspraken en deadlines hierover, ook bij de aankomende Europese Raad?

De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van de heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Op de agenda van de Raad staat ook het Midden-Oosten. Ik vroeg mij af wat de Nederlandse regering volgens het CDA zou moeten inbrengen tegen de misdaden van Israël, om Israël de komende tijd verder onder druk te zetten.

De heer Krul (CDA):
Het standpunt van het CDA op dit onderwerp is altijd geweest dat het meest effectieve middel wat betreft druk op Israël via de Europese Raad moet gaan, via het samenspel van Europese regeringsleiders. De inzet van het kabinet is daar helder over. We hebben er de afgelopen weken meermaals over gedebatteerd, bijvoorbeeld wat betreft het handelsembargo, de Westelijke Jordaanoever en de koloniale gebieden. Ik ga ervan uit dat de minister-president dat standpunt gewoon weer uitdraagt, net als de boodschappen die zijn meegegeven. We gaan ervan uit dat hij dat op die manier weer inzet.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik hoor niet iets concreets of iets nieuws van de heer Krul. Sowieso kunnen we de conclusie trekken dat alles wat tot dusver geprobeerd is, weinig zoden aan de dijk zet. Is het CDA niet van mening dat als we zien dat Israël nog steeds het gedrag niet aanpast, Nederland daar een stuk verder in moet gaan? Nederland kan bijvoorbeeld zeggen: je moet gewoon kappen met al die projecten waar Israël nog steeds onderdeel van uitmaakt, van Horizon tot andere samenwerkingsprojecten in Europa. Dat kan je toch niet van Europees geld met Israël doen?

De heer Krul (CDA):
Wat ons betreft is het volgende altijd het belangrijkste. We kunnen het beste effect bereiken als de minister-president in Europa ergens gezamenlijk de handen voor op elkaar kan krijgen. Dan helpt het vaak niet om met je vuist op tafel te slaan en te zeggen: wij als Nederland nemen dit standpunt in. Dat zet geen zoden aan de dijk en maakt diplomatie en geopolitiek verrekte ingewikkeld, zeg ik tegen de heer Van Baarle. Als hij straks nieuwe voorstellen doet, zullen wij daarnaar kijken. Wij hebben in het verleden ook meermaals voorstellen van de fractie van DENK ten aanzien van de inzet van het kabinet gesteund. Wij gaan daar natuurlijk naar kijken. Maar wij hebben daar wel bij gezegd dat er projecten zijn — dan heb ik het niet per se over Horizon — rond onze eigen veiligheid en het waarborgen van onze veiligheid, die je niet zomaar moet gaan stopzetten. Wij hebben bijvoorbeeld ook een opdracht als het gaat om hoofdtaak 1 van onze krijgsmacht in de Grondwet. Wij kunnen dus niet zomaar alle projecten stopzetten.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Nogmaals, ik hoor niks nieuws. Ik hoor ook niet dat de inzet wordt verzwaard. Ondertussen zien we dat Israël nog steeds medische evacuaties niet toestaat vanuit Gaza; dat is volstrekt onvoldoende. Dat E1-project, die openbare tender om bedrijven mee te laten werken aan nog verdere illegale bezetting, loopt ook gewoon. Wat betreft diplomatie en mensenrechten steken ze gewoon de middelvinger naar ons op. Waarom hoor ik nou niet van het CDA dat het hier verder in wil gaan, dat het die druk verder op wil voeren? Die misdaden gaan namelijk maar door.

De heer Krul (CDA):
In de vraag van de heer Van Baarle zit de aanname dat wij de inzet van het kabinet niet streng zouden vinden of dat die niet streng genoeg zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens. De inzet van het kabinet is stevig op dit onderwerp. De minister-president koppelt meermaals terug. Voordat hij naar de Raad gaat, laat hij altijd weten wat zijn inzet daar zal zijn. Ik ga ervan uit dat dit ook nu weer het geval zal zijn. Het verschil tussen het CDA en DENK is dat wij zeggen: ga de meest effectieve route bewandelen, de route waarmee je het voor elkaar krijgt. Dat zal waarschijnlijk met allemaal regeringsleiders zijn. De fractie van DENK zegt — en dat is haar goed recht — "Nee, wij moeten als Nederland gewoon een lijn trekken. Dat het dan misschien niet lukt is één ding, maar wij hebben de morele plicht om die lijn te trekken." Daar zit een verschil. Ik stuur de minister-president liever op pad met een boodschap die hij ook waar kan maken, maar ik snap de positie van de heer Van Baarle ook.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krul. Het woord is aan de heer Hoogeveen, voor zijn eerste termijn namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Er broeit iets op de financiële markten. De Franse tienjaarsrente is door de oplopende staatsschuld bijna 5%. Dat is de hoogste stand in 25 jaar. Dat heeft gevolgen voor de eurozone en dus voor Nederland. Frankrijk heeft, op drie jaar na, nog nooit aan het Stabiliteits- en Groeipact voldaan. We weten sinds de eurocrisis dat begrotingsproblemen in één lidstaat de hele eurozone kunnen meesleuren. De Europese Begrotingsraad waarschuwt inmiddels voor toenemende politieke terughoudendheid als het gaat om de handhaving. Deelt de premier die zorgen? Wat gaat Nederland daaraan doen?

Los van hameren op hervormingen en bezuinigingen is het van belang dat Nederland nieuwe Europese leningen en financiëlesteunconstructies blijft uitsluiten. Kan de premier dit bevestigen? Mocht dit onverhoopt een financiëleschuldencrisis worden en mocht Frankrijk daadwerkelijk in financiële problemen komen, deelt de premier dan dat het Europees Stabiliteitsmechanisme en het IMF de aangewezen routes zijn? Daarbij staan er immers stevige hervormingsvoorwaarden tegenover financiële steun. Parijs moet namelijk aan de bak, niet Frankfurt of Den Haag.

Voorzitter. Over schulden gesproken: Nederland stuurt het Ierse voorstel voor de Europese meerjarenbegroting per ommegaande retour. Uitstekend. Heel goed. Maar wat wordt de strategie van de "zuinige zes", of beter gezegd "de zinnige zes", om de omvang van het MFK terug te brengen, vraag ik de premier. Want de Europese begroting stijgt in de laatste tussenstand nog altijd met 50%, wat voor Nederland 4,5 miljard euro per jaar aan extra afdrachten kan betekenen, bovenop de 14 miljard die we al jaarlijks overmaken.

Bovendien wil Brussel delen van het nieuwe MFK inrichten op dezelfde manier als het coronaherstelfonds. Ik hoop dat ik de voorbeelden van de gratis iPads voor Italiaanse schoolkinderen en de vernieuwde skipistes in de Aragonese Pyreneeën niet weer van stal moet halen om duidelijk te maken dat dit geen goed idee is.

Maar daar blijft het niet bij. Volgens de Europese Rekenkamer kan de totale EU-schuld volgend jaar de magische grens van 1 biljoen bereiken. Alleen al in het volgende MFK betalen we gezamenlijk bijna 100 miljard euro aan rentelasten op Europese leningen.

De heer Stöteler (PVV):
Wij hebben allebei in het Europees Parlement mogen kijken, zeg ik met een klein beetje bescheidenheid. Nederland moet bezuinigen op de Nederlandse begroting en gaat ook bezuinigen op de uitvoeringsorganisaties en de eigen ministeries. Welke mogelijke bezuinigingen ziet de heer Hoogeveen op Brussel en Straatsburg en hoeveel zouden die kunnen opleveren?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ga ervan uit dat de heer Stöteler doelt op het gehele MFK en niet slechts op het Europees Parlement, waar wij rondliepen. Als het gaat om het MFK, dan willen wij een bezuiniging zien over de gehele linie, maar met name in Pijler 1. Ik had net al een debat daarover met de heer Dassen. Een derde van de EU-gelden gaat naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Een econoom zei ooit: als je het Franse vee niet vervoert in veewagons maar in de businessclass, dan kun je ze daarvan de hele wereld laten overvliegen. Zo groot zijn de subsidies ongeveer. Dat zou je een jaar lang kunnen doen van de subsidies die wij betalen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De cohesiefondsen zijn ons al heel lang een doorn in het oog. Het is voor ons een absolute prioriteit om in ieder geval daarop te bezuinigen.

De heer Stöteler (PVV):
Leuk, maar dit is geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg of de heer Hoogeveen ook bezuinigingen voor zich ziet op de Europese instituten. Als hij daar niet op wil bezuinigen, dan is dat ook goed, maar dan zou hij dat kunnen zeggen. Ik vroeg niet naar de landbouwsubsidies.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik kan me herinneren dat ik een hele goede motie heb ingediend samen met de heer Stöteler die verzocht om van Straatsburg de enige zetel van het Europees Parlement te maken. Dat zou een hele mooie bezuiniging zijn van, zeg ik uit mijn hoofd, 250 miljoen of 125 miljoen euro per jaar. Bij iedere nieuwe wet- en regelgeving die vanuit de Europese Commissie wordt gekarnd, komen weer nieuwe ambtenaren die dat moeten gaan controleren. Wij zouden daar zeker ook een bezuiniging op willen zien. Ik weet dat daar nu grote paniek over heerst binnen de Europese Commissie. Wij zijn er voorstander van. Wij willen ook minder Eurocommissarissen. Dat kan ook volgens het EU-Verdrag. We hebben nu besloten dat ieder land zijn eigen Eurocommissaris heeft, maar wij zeggen: dat hoeft helemaal niet; ga gewoon voor duidelijke portefeuilles en richt het daarop in.

De voorzitter:
U vervolgt. O, mevrouw Keijzer nog.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik moet altijd een beetje lachen als twee heren die heel kritisch zijn op de EU memoreren wat ze daar allemaal besproken hebben, maar dat is dan maar zo. Ik hoorde de heer Hoogeveen zeggen dat hij het een goede zaak zou vinden als die veto's er straks niet zijn en je straks minder Eurocommissarissen hebt. Denkt de heer Hoogeveen er weleens aan dat we straks, vanwege D66, onze veto's kwijt zijn en we dan ook geen Eurocommissaris meer hebben? Die kan namelijk ook bij ons vallen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb het niet gehad over veto's. Dat had ik wel in mijn oorspronkelijke speech staan, maar dat heb ik eruit gehaald omdat ons standpunt vrij duidelijk is. Wij willen onze veto's niet inleveren. JA21 is tegen het inleveren van veto's, maar wij zijn zeker voorstander van een kleinere Europese Commissie. Je hebt bepaalde Eurocommissarissen, bijvoorbeeld die van Middellandse Zeevisserij of zo, die je prima kunt fuseren in één Eurocommissaris, in één commissariaat. Daar hoeven we niet per se een Maltese Eurocommissaris voor te hebben. Laten we vooral kijken hoe je dat kunt uitwisselen en hoe je daar bijvoorbeeld een soort roulerend systeem in maakt. Dan kun je flink bezuinigen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Bezuinigen is goed, zeker op de overheid en het zelfrijzend bakmeel van ambtelijke organisaties. Er is een dikke meerderheid voor het afschaffen van de veto's. JA21 steunt een ander voorstel, voor minder Eurocommissarissen. Ik noem Nederland aldoor een provincie van Brussel, maar dan worden we een soort provincie van Duitsland, want dan zou bijvoorbeeld een Duitse Eurocommissaris voor ons het woord voeren. Ziet de heer Hoogeveen dat ook?

De heer Hoogeveen (JA21):
Het zijn niet de Eurocommissarissen die bepalen dat wij geen veto's meer hebben. Daarvoor is nog altijd goedkeuring nodig van de premier, die hier naast mij zit. Dat gaat via de Europese Raad. Ik ben er voorstander van dat we onze veto's behouden. Daar pleit ik hier ook voor. Met die boodschap sturen wij premier Jetten naar Brussel. Zodanig houden we het tegen én bezuinigen we op de Europese Commissie.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Kom op, meneer Hoogeveen, zo werkt het natuurlijk niet. D66 is voor het afschaffen van meer veto's, dus dat gaat gebeuren, want dat hele Berlaymont vindt het fantastisch. Die hebben eigenlijk gewoon een beetje een hekel aan democratie, dus die willen gewoon hun eigen besluiten gaan nemen, zonder al die lastige lidstaten. Dan komt er vervolgens ook een meerderheid voor minder Eurocommissarissen. Het is toch niet zo ingewikkeld om je dan voor te stellen dat we direct de veto's kwijt zijn en dat we straks geen Eurocommissaris meer hebben? Dan kunnen we deze zaal toch net zo goed gebruiken voor filmvoorstellingen of zo? Want dan gaan we hier toch nergens meer over?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik begrijp niet zo goed wat mevrouw Keijzer nu precies van mij wil horen. Er is geen meerderheid op dit moment om die veto's af te schaffen. Ik heb net mevrouw Becker van de VVD gehoord. Die zei het ook. Ja, zij willen het wel op het gemeenschappelijk buitenlandbeleid. Daar zijn wij geen voorstander van. Er is volgens mij ook geen meerderheid voor om dat nu door te voeren. Dat is ook niet mogelijk. Bij die andere veto's is die er ook niet. Ik begrijp dus niet zo goed waar mevrouw Keijzer nu op doelt en wat ze wil dat ik zeg. Laat ik het in ieder geval duidelijk zeggen: wij zijn voor bezuinigen op de Europese Commissie en voor minder Eurocommissarissen; aan de andere kant zijn wij voor het behoud van zo veel mogelijk vetorecht.

De heer Krul (CDA):
Vooropgesteld: ik deel het warme pleidooi van mevrouw Keijzer voor de heer Hoekstra. Dat Pinksteren en Pasen nog eens op dezelfde dag konden vallen, zou ik bijna willen zeggen.

De heer Hoogeveen (JA21):
In het verleden deed u dat, mevrouw Keijzer!

De voorzitter:
Dit is uitlokking, Krul!

De heer Krul (CDA):
Mijn vraag gaat over de Industrial Accelerator Act. Ik weet niet precies of de heer Hoogeveen daar nog op terugkomt. Hij heeft al wat interrupties gehad. Het lijkt erop dat Frankrijk een nieuwe Colbert heeft in de vorm van Séjourné. Alles in Europa moet volledig in Europa gemaakt worden. Bijvoorbeeld ook wapens waar nu Zuid-Koreaans materiaal in zit, kunnen we dan gewoon niet meer importeren in Europa. Hoe kijkt de fractie van JA21 naar de IAA?

De heer Hoogeveen (JA21):
Zeer kritisch. Wij zijn zeer kritisch op die Industrial Accelerator Act, temeer omdat die inderdaad op Franse leest is. Die willen zo veel mogelijk van hun eigen industrie beschermen en zo veel mogelijk ook "made in Europe", niet "made with Europe". Ik vind het een grove schande dat wij inzetten op diversificatie van onze handelsrelaties, dat wij handelsakkoorden aangaan met Korea, met Nieuw-Zeeland en met Canada en dat we vervolgens tegen die landen zeggen: dan wordt u toch uiteindelijk via de Industrial Accelerator Act uitgesloten. Wij zijn daar dus zeer kritisch op en zouden die het liefst weg willen hebben.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Een aantal vragen aan de premier. Hoe stevig is het Nederlandse verzet tegen Catalyst Europe en het crisismechanisme, die het kabinet beide terecht niet wil? Welke lessen uit het coronaherstelfonds neemt de premier mee richting de onderhandelingen voor het MFK? Hoe kijkt de premier naar het voorstel van de netto-ontvangers om de terugbetaling van de coronaschuld uit te smeren om ruimte te maken voor nieuwe uitgaven? Kan de premier uitsluiten dat extra Europese leningen straks de uitweg uit de MFK-impasse worden?

Voorzitter. De heer Costa was onlangs in Den Haag en begon tijdens de persconferentie over extra inkomstenbronnen, namelijk belastingen en eigen middelen, voor Brussel om uit de begrotingsimpasse te komen. Nederland moet dan maar door de pomp. Om alle ruis weg te nemen: kan de premier bevestigen dat Nederland conform mijn aangenomen Kamermotie als harde eis stelt dat het totale pakket aan nieuwe eigen middelen op zichzelf niet leidt tot een verslechtering van onze nettobetalingspositie, dus los van eventuele compensatie elders in het MFK?

Afrondend, voorzitter. Ons concurrentievermogen. Vorige week spraken we uitgebreid met minister Sjoerdsma over de handelsrelatie met China. Dat was een goed debat. Voor JA21 staan wederkerigheid en diversificatie daarbij centraal. Gelukkig kwam Eurocommissaris Sefcovic na zijn bezoek aan Peking met positieve signalen over dialoog en betere markttoegang voor Europese bedrijven en grondstoffen/ Maar er zijn ook afspraken gemaakt om de Chinese export van hybride auto's naar Europa fors te beperken. Hoe duidt de premier deze afspraken? Wat worden volgens het kabinet de vervolgstappen? Deelt hij dat we onze concurrentiepositie uiteindelijk niet versterken door Chinese producten buiten de deur te houden, maar door ons eigen investeringsklimaat te verbeteren en de regeldruk en hoge energieprijzen voor bedrijven aan te pakken?

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk namens de Staatkundig Gereformeerde Partij in eerste termijn.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Never waste a good crisis. Als de gebeurtenissen bij Ceuta ons iets leren, dan is het dat Europa zijn migratiebeleid en crisisparaatheid moet aanscherpen. Laat deze Raad een keerpunt blijken, want migratie wordt steeds vaker ingezet tegen ons, als instrument van geopolitiek. Ik roep daarbij de crisis aan de Poolse buitengrens met Belarus uit 2021 in herinnering. De Nederlandse positie was altijd dat pushbacks in strijd zijn met het Europees en internationaal recht. Is dat nog steeds de lijn, of erkent het kabinet dat pushbacks in uitzonderlijke gevallen, zoals Ceuta, legitiem zijn? Schaart Nederland zich bij de lidstaten die vinden dat asielprocedures moeten kunnen worden opgeschort bij een onverwachte instroom van deze omvang?

Binnenkort verschijnt de reguliere voortgangsbrief van de Commissie over de inzet op migratie. Wat verwacht het kabinet hier minimaal van?

Als migratiewoordvoerder heb ik meermaals de vinger gelegd bij het probleem van schijnerkenningen bij Chavezverblijfsaanvragen. Het kabinet heeft voldoende binnenlands huiswerk, maar is het daarnaast bereid zich in te zetten voor een eenduidige Europese aanpak van schijnerkenningen, zodat verschillen tussen lidstaten niet leiden tot oneigenlijk verblijfsrecht of oneigenlijke nationaliteitsverlening en er ook niet aan bijdragen dat minderjarigen op straat belanden?

Voorzitter. De SGP steunt de militaire steun aan Oekraïne en het streven naar een eerlijke lastenverdeling. Dat andere landen achterblijven, ontslaat Nederland niet van zijn verantwoordelijkheid. Maar er is ook een andere kant. Achterblijvende steun van Europese bondgenoten ondermijnt het draagvlak onder onze eigen bevolking. Het is niet uit te leggen dat de VS, Canada en Japan op duizenden kilometers afstand per hoofd van de bevolking meer militaire steun hebben gegeven dan Frankrijk, Spanje en Italië. Wat gaat de mp concreet doen zodat deze landen hun verantwoordelijkheid nemen?

Voorzitter. Hulp aan Oekraïne moet hand in hand gaan met sancties tegen Rusland. De SGP doet twee concrete suggesties voor aanvullende stappen. Eén. Sanctioneer de onderdelen van het Russische staatsbedrijf Rosatom die de staatskas spekken en militaire voordelen opleveren. Zonder specifiek de divisies uit die medicijnen en medische isotopen ontwikkelen. Twee. We hebben het veel over België en Euroclear gehad, maar betrek ook Russische staatsactiva in Frankrijk bij de financiering van Oekraïne, zodat er een spreiding is van juridische en financiële risico's. Voor ons weegt hier mee dat Frankrijk bij het laatste sanctiebesluit afdwong dat twee oligarchen van de sanctielijst werden geschrapt. Is de minister-president bereid hier werk van te maken?

Over sancties gesproken: uit de geannoteerde agenda blijkt niet welke aanvullende maatregelen het kabinet bepleit tegen Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad. Ziet de premier hier echt ruimte voor of blijft het bij een plichtmatige oproep? Als het kabinet het niet concreet invult, kan de indruk ontstaan dat deze zinsnede een schaamlap is om Israël verder onder druk te zetten.

Voorzitter. Vrijdag kwam het nieuws naar buiten dat de Palestijnse Autoriteit opnieuw de verkiezingen uitstelt. 20 jaar Abbas leert dat van uitstel altijd afstel komt. De PA heeft 7 oktober nooit als terreurdaad bestempeld, volhardt in het belonen van nabestaanden van zogenaamde martelaars en gedoogt nog altijd antisemitisch lesmateriaal. Hier zou het in de Raad over moeten gaan, in plaats van de obsessie met een EU-boycot tegen nederzettingen. De SGP hoort graag welke gevolgen het kabinet verbindt aan het afblazen van de Palestijnse verkiezingen.

Tot slot. Amerikaanse sancties tegen het Strafhof houden de gemoederen bezig. Het is goed dat het kabinet onderzoekt hoe Europese banken het betalingsverkeer kunnen garanderen, maar word niet lichtzinnig met het Europees blokkeerstatuut. Europa kan zich nu echt geen olie op het vuur permitteren. Daarom moedigt de SGP het kabinet aan om de komende zes maanden te benutten om tot een diplomatieke uitweg met de VS te komen.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Eigenlijk heb ik de hoop opgegeven bij de SGP, maar ik vraag toch iets over die verkiezingen. Hoe zouden die verkiezingen georganiseerd moeten worden als Israël het vrije verkeer van Palestijnen belet door maatregelen om mensen op te splitsen? Hoe zouden er verkiezingen georganiseerd moeten worden als Israël de financiële steun aan de PA bemoeilijkt en geld achterhoudt? Hoe kunnen er verkiezingen georganiseerd worden, gelet op het kolonistengeweld? Is er bij de SGP enig besef dat het misschien Israël is die de tweestatenoplossing — u kent mijn positie — en de verkiezingen bemoeilijkt door zijn optreden?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
De PA … Er wordt nog steeds van alles gedaan om geregeld in deze gebieden … Zeker, soms is het onder moeilijke omstandigheden, maar er wordt daar geleefd, gewerkt et cetera. In die context is het wel degelijk ook mogelijk om verkiezingen te organiseren. Het is ook niet zo dat de financiële lijnen helemaal zijn doorgesneden of iets dergelijks. Er is dus gewoon ruimte voor de Palestijnse Autoriteit om eindelijk eens aan die verkiezingen te beginnen. Laten we ook niet vergeten dat het ongeveer twintig jaar geleden is dat daar verkiezingen gehouden zijn. Het was dus ook ver voor 7 oktober al zo. Er had eigenlijk al veel eerder sprake moeten zijn van verkiezingen.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik probeer bij de SGP een begin te horen van besef van het feit dat de grote vriend van de SGP, namelijk Israël, er misschien wel een van de grootste oorzaken van is dat die verkiezingen niet plaatsvinden. Dat zegt de Palestijnse Autoriteit ook. Het antwoord is alleen maar wijzen. Dat is veelzeggend. Ik kwam hiernaartoe met de conclusie: ik heb de hoop bij de SGP eigenlijk opgegeven. Het antwoord zorgt ervoor dat dat misschien terecht was.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Die hoop mag u inderdaad gerust opgeven, meneer Van Baarle. Daar ben ik trots op. Wat zal ik hier nog aan toevoegen? Dat Abbas geen verkiezingen wil, zal alles te maken hebben met waarschijnlijk zijn grote angst: dat vrije verkiezingen weleens een overwinning voor Hamasgerelateerde partijen kunnen opleveren.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil even terugkomen op de inbreng van de heer Van Dijk over Ceuta. Voor de mensen die het vergeten zijn: er was een enorme invasie van Marokkanen richting de Spaanse enclave. De Europese Commissie heeft gezegd dat er, om een grootschalige migratie richting de rest van Europa te voorkomen, een noodkader kan komen met tijdelijke, beperkte uitzonderingen op het asielrecht. Maar vervolgens is heel vaag gebleven wat die uitzonderingen dan zijn. Mijn vraag aan de heer Van Dijk is of hij die uitzonderingen concreet heeft kunnen vinden. Ik kan ze in ieder geval niet vinden. Is hij bereid om via deze interruptie aan de minister-president te vragen welke inzet hij hierop gaat plegen en wat de minister-president ziet aan opschorting van regels omtrent het asielrecht?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ja, dat is een hele goede vraag aan mij die u eigenlijk, begrijp ik, aan de premier stelt, dus ik kets 'm graag door. Volgens mij heb ik deze vraag ook gesteld, in die zin dat ik vraag of Nederland zich schaart bij de lidstaten die zeggen dat je moet kunnen opschorten. Dat is heel heldere taal. Ik hoop dat de premier zich daar sterk voor gaat maken de komende dagen.

De voorzitter:
Kort en bondig, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag mij ook af welke uitzonderingen dit kabinet ziet. Welke uitzonderingen zouden voor dit kabinet aanvaardbaar zijn? Ik vind dat we wel dat debat met elkaar moeten kunnen voeren. We weten natuurlijk niet wat er gebeurt als er inderdaad heel veel mensen deze kant op komen die toch uit dat gebied komen, wat niet de bedoeling is.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Helder. Maar even heel letterlijk: u vraagt nu eigenlijk aan mij welke uitzonderingen het kabinet maakt. Ik wil heel graag namens de premier antwoorden, maar ik weet niet of hij dat akkoord acht. Ik maak me dezelfde zorgen als mevrouw Van der Plas, denk ik. Vandaar ook mijn vragen. Dit gaat niet ver genoeg. Ik constateer dat een aantal andere lidstaten hier een stuk strakker in zitten en zeggen: in zulke uitzonderlijke omstandigheden, bij een uitzonderlijke omvang, zoals bij Ceuta, moeten we die asielprocedures kunnen opschorten. Ik hoop dat het kabinet zich hier ook in voegt.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik doe dit even via de heer Van Dijk, want we hebben vier minuten spreektijd. Ik had dit heel graag aan de orde willen stellen, maar er zijn zo veel dingen dat ik keuzes moet maken.

De voorzitter:
Nou, u heeft het gedaan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar mijn vragen zijn nu via de heer Van Dijk toch bij de premier terechtgekomen.

De voorzitter:
Heel mooi, dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank de heer Van Dijk voor zijn termijn en geef het woord aan mevrouw Dobbe namens de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Had ik dat geweten, dan had ik ook nog wel wat vragen!

De voorzitter:
Neeneenee, daar gaan we geen voorbeeld aan nemen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Heel goed, heel goed.

De voorzitter:
Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Gisteren hoorden we een NAVO-generaal uit de Verenigde Staten over de Russische dreiging, terwijl de Verenigde Staten ondertussen Russische wapens financieren via het kopen van diesel uit Rusland. Opnieuw moet Europa volgen in een ongemakkelijk scenario waar niemand blij mee is en waarbij Europa klungelig aan de kant lijkt te staan. Europese sancties en steun voor Oekraïne worden op deze manier onderuitgehaald met Trumps dieseldeal, waar vooral de wapenindustrie en de olie-industrie rijker van worden. Hoe werkt dit nu als we de, wat ons betreft onverstandige en onverantwoordelijke, woorden van dit kabinet zouden overnemen? Dan financiert onze bondgenoot dus onze vijand. Snapt de premier het buitenlandbeleid van Nederland nog wel? Wat vindt de premier ervan dat een bondgenoot, de VS, de vijand, Rusland, financiert en ons vervolgens vraagt om meer miljarden aan militarisering uit te geven om diezelfde vijand af te schrikken? En wie gaat er eigenlijk over ons buitenlandbeleid? Is dat de minister van Defensie, de minister van Buitenlandse Zaken of de premier? Het lijkt er namelijk op dat de minister van Defensie dat bepaalt en dat de rest moet volgen. Klopt dat?

De NAVO-topgeneraal vertelde ons gisteren ook dat niemand de toewijding van de VS aan dit bondgenootschap ter discussie hoeft te stellen. Vindt de premier deze stelling nog verdedigbaar? Duidelijk is dat Nederland in ieder geval moet stoppen met aan de leiband van de VS te lopen, want ondertussen worden miljarden extra uit onze zorg, sociale zekerheid en/of onderwijs gehaald omdat Trump wil dat we 5% van alles wat we samen verdienen in de NAVO stoppen. Op welke manier is dát nog verdedigbaar?

Dan de EU-begroting. Als het aan Brussel ligt zou Nederland 4,5 miljard extra per jaar moeten gaan betalen, boven op de miljarden die we nu al betalen. En dat terwijl de Europese Rekenkamer weigert een goedkeurende verklaring af te geven over de EU-uitgaven vanwege onder meer het risico op misbruik van Europees geld. Tegelijkertijd wil de Europese Commissie het vetorecht van de EU-lidstaten inperken. Hierdoor zou Nederland zeggenschap kwijtraken aan een gekwalificeerde meerderheid van EU-lidstaten. Deze twee plannen zijn voor de SP onacceptabel en onverstandig. Samenwerken: ja. Superstaat: nee. Brussel gaat niet over onze sociale zekerheid. Dat kunnen wij en de werknemers prima zelf. Brussel gaat niet over onze energie; dat kunnen wij prima zelf. Sterker nog, de btw op energie moet omlaag of moet afgeschaft worden om voor mensen thuis het leven betaalbaar te houden. Daar moet en mag Brussel niets over te zeggen hebben. Daar gaan wij zelf over.

Deze twee plannen betekenen meer overdracht van belastinggeld en meer overdracht van onze soevereiniteit aan Brussel. Ik wil van de premier de garantie dat Nederland met geen van beide gaat instemmen. Bij een onvoldoende harde toezegging komt de SP met een voorstel hiervoor.

Tot slot, voorzitter: Gaza. De Rode Lijncoalitie heeft besloten tot een nieuwe Rode Lijndemonstratie. Vorig jaar was de premier hier, toen nog Kamerlid, zelf bij die demonstratie. Palestijnen in Gaza leven inmiddels samengedrukt op een lapje grond van 109 vierkante kilometer, op het grondgebied van 30% van wat ooit Gaza was. Dat is een gemiddelde Nederlandse gemeente. Het Israëlische leger laat nauwelijks tot geen internationale hulp, geen journalisten en geen rapporteurs toe. Wat gaat de premier hierover inbrengen op de Europese top? Wat zegt premier Jetten tegen de Rode Lijncoalitie op basis van hun analyse en hun eisen, op basis waarvan zij straks weer actie gaan voeren, en wij met hen? Gaat deze premier nu weer vooroplopen in de Rode Lijndemonstratie op 8 november?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van meneer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):
Ook mevrouw Dobbe heeft het over de deal die Trump met Poetin heeft gesloten over diesel, geloof ik. Ik snap het ongemak wel, maar het is nu wel een "comfortabele" vijand, zullen we maar zeggen. Er zijn namelijk ook nog steeds Europese lidstaten die handelen met Rusland. Pijplijngas wordt bijvoorbeeld nog steeds geïmporteerd. Daar horen we mevrouw Dobbe niet over. Dat geldt overigens ook voor andere sprekers, dus ik kijk haar er niet alleen op aan, maar zeg daar dan ook wat van. We handelen zelf ook nog steeds met Rusland in pijplijngas, net als Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Griekenland.

Mevrouw Dobbe (SP):
Nou ja, ik heb er misschien nu niets over gezegd, maar we hebben deze debatten natuurlijk al een paar jaar. We hebben zeker eerder al gezegd dat wij daarmee moeten stoppen, en andere landen ook. Het heeft anders namelijk niet zo veel zin om twintig sanctiepakketten tegen Rusland af te sluiten als Europese Unie, als aan de andere kant de VS gewoon zorgen dat Poetin geld krijgt en dat volledig kan ondermijnen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Dobbe had het over de Rode Lijndemonstratie, waar zij zelf ook aan gaat deelnemen. Ik meen dat die op 8 november is. Op het Malieveld waren extreemrechtse groeperingen met allerlei ongewenste vlaggen. Toen werd er gezegd dat daar ook politici zouden zijn geweest. Daar werd hier toen nog een debat over aangevraagd, omdat dat allemaal niet kon. Het is terecht dat we daar kritisch op zijn, maar wat als er bij die Rode Lijndemonstratie nou mensen rondlopen met Hamas-vlaggen en Hamas-verering, met "support Hamas and Hezbollah"-vlaggen? Wat gaat mevrouw Dobbe dan doen?

Mevrouw Dobbe (SP):
Als mensen iets strafbaars doen, moeten ze keihard worden aangepakt. Dat is het eerste, wat voor demonstratie het ook is. Wij vinden het demonstratierecht een groot goed, maar als mensen iets strafbaars doen en oproepen tot haat, en dat mag niet, dan moeten ze keihard worden aangepakt. Wij lopen zelf niet met een pro-Hamas-vlag, want wij vinden dat verwerpelijk, net als wat er op 7 oktober is gebeurd; daar zijn we altijd duidelijk over geweest. Maar ik laat mij ook niet door één iemand die iets uitdraagt waar de mensen die daar lopen, helemaal niet voor zijn, op een demonstratie die daar niet over gaat, wegjagen van de gelegenheid om daar mijn mening te laten horen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het punt is dat het niet één iemand is die dat doet. Het zijn inmiddels heel veel mensen die dat doen, op heel veel verschillende plekken in Nederland. We hebben het afgelopen weekend ook in Amsterdam gezien. Ik zal mevrouw Dobbe eerlijk vertellen: als ik bij een protest sta en daar iemand met een nazivlag of een Hitlervlag loopt, dan ben ik weg. Daar wil ik totaal niet mee geassocieerd worden. We kunnen niet zeggen of het gebeurt op 8 november, maar de kans is wel aanwezig. Mevrouw Dobbe wil toch niet geassocieerd worden met dit soort gasten?

Mevrouw Dobbe (SP):
Nee, natuurlijk niet. Ik weet niet of mevrouw Van der Plas bij de vorige Rode Lijndemonstratie is geweest, maar daar waren, geloof ik, 200.000 mensen, misschien wel meer, die daar allemaal stonden omdat ze vinden dat dit kabinet meer moet doen tegen de genocide in Gaza. Ik vind dat zij gelijk hebben. Dat vind ik namelijk ook. Kijk naar de maatregelen die dit kabinet en ook het vorige kabinet hebben genomen. Als je zegt "wij moeten ons houden aan het Genocideverdrag en de maatregelen die wij nemen, helpen niet", dan moet je opschalen volgens dat Genocideverdrag. We zien dat dit kabinet dat niet doet en dat het vorige kabinet dat ook niet deed. Dan zeggen wij ook tegen dit kabinet, zoals wij ook zeiden tegen het vorige kabinet: erken de Palestijnse Staat, en zorg dan dat de genocide stopt, dat we een handelsembargo en een wapenembargo krijgen op de staat Israël, om onze verplichting na te komen om alles te doen wat kan om genocide te stoppen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een wapenembargo voor Israël betekent dat het Joodse volk zich gewoon niet meer kan verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. We weten dat Israël in een gebied ligt met een zeer vijandige omgeving: Iran, Libanon, Jemen. Dat ten eerste. Mijn vraag was: wil mevrouw Dobbe daarmee geassocieerd worden? Het gaat mij er niet om of er 200.000 goedwillende en misschien 100 niet-goedwillende mensen zijn. Nogmaals, als ik op het Malieveld sta met 10.000 mensen en er 2 met een Hitlervlag of een nazivlag staan, dan ben ik weg. Het gaat dus niet over de demonstratie an sich, want iedereen mag demonstreren wat ie wil. Maar dit is gewoon het steunen van een terroristische organisatie, die mensen gemarteld heeft, vermoord heeft, verkracht heeft, gegijzeld heeft. Daar wil je toch niet tussen staan?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb toch al antwoord gegeven op deze vraag? Ik vind het wel kwalijk, hoor, dat mevrouw Van der Plas nu net doet alsof deze demonstratie een soort van demonstratie is van Hamasaanhangers die allemaal foute dingen uitdragen. Dat is gewoon niet waar. Een heleboel mensen in Nederland maken zich enorme zorgen. Zij maken zich heel erg druk over wat er in Gaza en ook op de Westelijke Jordaanoever gebeurt. Ik vind dat zij daartegen moeten kunnen demonstreren en dat zij zich daarvan niet moeten laten weerhouden omdat een aantal mensen misschien dingen doen of dingen uitdragen waar ze het helemaal niet mee eens zijn, net als ik. Ik vind het dus heel belangrijk dat die vrijheid er is en dat die er blijft. Daarom ga ik er op 8 november naartoe. Ik denk dat deze premier dat ook prima begrijpt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar afgelopen weekend in Amsterdam was dat beeld toch wel even wat anders. Ziet mevrouw Dobbe dat? Mevrouw Dobbe is in alle staten als ik in Loosdrecht ben geweest en dagen daarna een aantal mensen brandstichten, waar ik niks mee te maken heb.

Mevrouw Dobbe (SP):
Nee, hoor …

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, ho, ho.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan heeft mevrouw Dobbe daar heel wat over te zeggen, en ook als er prinsenvlaggen op het Malieveld zijn, terwijl ik dat ook vreselijk vind. Daar wordt dan altijd moord en brand over geschreeuwd. Maar als je te maken hebt met een demonstratie waar Hamas en aanverwante artikelen het beeld overnemen, dan moeten we genuanceerd zijn. Is dat niet een beetje dubbel?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik neem afstand van geweld. Ik neem afstand van het oproepen tot terreur. Maar ik neem er ook afstand van dat er wordt gedaan alsof die Rode Lijndemonstratie — daar zijn een aantal keer eerder heel veel mensen naartoe gekomen, die nu weer in actie zullen komen op 8 november — een soort van samenraapsel zou zijn van terreuraanhangers, want dat is gewoon niet zo. Dat laat ik me ook niet aanpraten. Ik vind ook dat mensen het recht hebben om zich te kunnen verzetten, en dat ze zich ook massaal moeten verzetten op het moment dat het om zoiets gaat als genocide. Want daar gaat het hierover, hè? Het gaat over genocide op het Palestijnse volk in Gaza. Dus me dunkt dat daar mensen naartoe komen die zich daartegen willen verzetten.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Daar gaat het niet om. De mensen met een goed hart die naar zo'n demonstratie komen, zijn voor het lapje gehouden door mensen zoals mevrouw Dobbe. Net ging het hier ook over voedsel dat niet in Gaza komt, maar de bevolking daar groeit. Genocide is, zoals mevrouw Dobbe ook weet, niet ter beoordeling aan mevrouw Dobbe, maar ter beoordeling aan het Internationaal Gerechtshof, die dat niet heeft uitgesproken. Sterker nog, de zaak is aangespannen door Zuid-Afrika, maar dat heeft recent gevraagd om uitstel van een jaar voor het onderbouwen van de zaak. Ik denk dat ze nattigheid voelen. Ja, er is veel ellende en verdriet, en dood, in Gaza, zonder meer. Dat vind ik ook vreselijk. Maar dat is iets anders dan genocide. Wordt het niet eens tijd, al was het alleen maar in het belang van de Joodse gemeenschap in Nederland, die inmiddels de prijs betaalt, om hier duidelijker over te zijn? Of misschien is "genuanceerder" een beter woord.

Mevrouw Dobbe (SP):
Op het moment dat er genocide plaatsvindt op een volk, vind ik dat we dat moeten benoemen. Wij zijn daar niet de enige in. De VN heeft het ook benoemd als genocide. Ik zou mevrouw Keijzer echt aanraden om de rapporten te lezen van bijvoorbeeld Amnesty International, dat heel nauwkeurig heeft gedocumenteerd welke misdaden er zijn en op dit moment op de Palestijnen worden gepleegd door de Israëlische regering en het Israëlische leger. Dus ja, als het genocide is, dan noemen we dat genocide, omdat we die plicht hebben. Zelfs al zou u het niet genocide willen noemen, dan is er in ieder geval de erkenning dat er een risico op genocide is. Dat legt ons, binnen het Genocideverdrag, precies dezelfde verplichting op om alles te doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen. Daar loopt mevrouw Keijzer ook voor weg.

De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik lees al die rapporten, juist vanwege dit soort discussies. In tegenstelling tot heel veel mensen, lees ik al die rapporten, ook het rapport dat mevrouw Navi Pillay geschreven heeft. Zij heeft inmiddels de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. De Verenigde Naties hebben een preoccupatie, een obsessie, om een wat makkelijker woord te gebruiken, met Israël. Ik vind het verschrikkelijk dat dit soort instanties, waar ik tijdens mijn rechtenstudie altijd tegen opgekeken heb, inmiddels tot een politiek orgaan geworden zijn. Het is écht verschrikkelijk. Genocide is dus niet aan al deze organisaties, maar aan het Internationaal Gerechtshof. Erkent mevrouw Dobbe dat in ieder geval?

Mevrouw Dobbe (SP):
Je kan ook een politieke uitspraak doen over of er genocide plaatsvindt. Dat doen wij. Het Internationaal Gerechtshof heeft in ieder geval gezegd — dat hoor ik mevrouw Keijzer ook niet erkennen — dat er een risico is op genocide in de juridische zin. Onder dat Genocideverdrag legt dat ons precies dezelfde verplichting op. Dat is een verplichting waar mevrouw Keijzer voor wegloopt, maar ook dit kabinet en de vorige kabinetten. Dat mogen we niet zo laten voortbestaan, want het gaat nogal ergens over. Het is de allerergste misdaad die er kan zijn tegen mensen en het vindt op dit moment plaats, al heel lang.

De voorzitter:
We keren terug naar het debat over de Europese top van 15 en 16 oktober.

De heer Klos (D66):
Graag. Mijn oor bleef even hangen bij het woord "energie", waar de Europese Raad over gaat. De SP stelt dat we dat zelf kunnen. Ik vraag me even af hoe de SP dat voor zich ziet. Moeten we bijvoorbeeld losgekoppeld worden van het Europese elektriciteitsnet? Hoe regelen we energie zelf in Nederland?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb het natuurlijk over dat vetorecht. Het gaat erom dat wij in Nederland onze eigen besluiten moeten kunnen nemen, zonder dat die voor ons worden genomen in Brussel. Wij willen die bevoegdheden en die zeggenschap niet weggeven aan Brussel.

De heer Klos (D66):
Dank voor de verheldering. Het probleem daarmee is nou juist dat de SP natuurlijk opkomt voor mensen die een hoge energierekening hebben en die moeilijk kunnen betalen. Die rekening moeten we naar beneden brengen; dat vindt D66 ook. Dat kunnen we doen door meer interconnectoren te bouwen en door ervoor te zorgen dat andere lidstaten in de Europese Unie hun prijs voor elektriciteit naar beneden brengen. Door dat veto te schrappen en er in andere lidstaten voor te zorgen dat de prijs van elektriciteit lager wordt, brengen we ook goedkopere stroom naar Nederland. Ziet de SP dat niet als een voordeel van dat besluit?

Mevrouw Dobbe (SP):
Als dat betekent dat wij onze eigen bevoegdheden en de zeggenschap over onze eigen energie en besluiten weggeven, dan zeg ik nee. D66 zegt hier: wij zijn ook voor goedkopere energie. Laat dat dan zien. Want wat doet D66 om ervoor te zorgen dat de energierekening voor huishoudens in Nederland betaalbaar blijft? Dat zie ik namelijk niet.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
Precies. Het behoud van dat veto is voor de SP dus belangrijker dan het naar beneden krijgen van de stroomprijs voor mensen. Dat lijkt me zeer onverstandig.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is een conclusie waar natuurlijk helemaal niets van klopt. D66 mag hier zijn eigen onzinconclusies trekken, maar dit is niet de conclusie die ik trek en zéker niet wat ik net heb gezegd. Als D66 echt zegt dat zij op willen komen voor de energierekening van huishoudens, laat dat dan zien. Wat doet D66 dan nu om ervoor te zorgen dat Nederlandse huishoudens hun rekeningen kunnen betalen? Dan gaat het niet alleen over energie, maar bijvoorbeeld ook over boodschappen of zorg. Heeft u uw eigen koopkrachtplaatjes gezien? Huishoudens gaan erop achteruit. Ze zien alleen maar meer kosten dankzij D66-beleid, dus ga mij dat hier niet lopen aanwrijven.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan mevrouw Keijzer voor haar eerste termijn.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. De Europese Unie. Wat ooit begon als economische samenwerking is inmiddels uitgegroeid tot een grote politieke moloch, waarin gewerkt wordt aan de Verenigde Staten van Europa. Met de afschaffing van steeds meer veto's is deze missie bijna geslaagd. Ik begrijp echt niet hoe we alles wat we hier hebben opgebouwd in de afgelopen 100 jaar, nu vrijwillig uit handen geven aan Brussel. Dat vetorecht is namelijk de laatste garantie dat Nederland op cruciale onderwerpen zelf aan het roer zit. Een klein lichtpuntje is dat de minister-president zich verzet tegen voornemens om de veto's bij het fiscale en sociale stelsel af te schaffen. Maar waarom dan wel bij de rest? Soevereiniteit is toch een groot goed?

De heer Van der Lee (PRO):
Laten we het een beetje factbased houden. Er is nog geen enkel veto afgeschaft. Dat "werken aan een Verenigde Staten van Europa" is allemaal retoriek. Laten we het nou eens houden bij waar het echt over gaat, waar de Raad over gaat, wat er reëel op tafel ligt, en niet mekaar bestoken met onzin.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De Europese Unie is wat mij betreft op weg naar een supranationale staat. Het feit dat er nu een agenda ligt waar een klein onderwerpje in zit, doet daar niet aan af. Er is steeds meer geld nodig. Het apparaat groeit. De hoeveelheid verordeningen en richtlijnen groeit. Het waren er de afgelopen tien jaar vier per werkdag. Nederland is nettobetaler, maar gaat inmiddels niet meer over de eigen leefomgeving. De EU wil zelfstandig belastingen gaan heffen. De EU leunt op garanties van lidstaten, waar we het vandaag amper over hebben gehad. Dat is de grote schuld van Frankrijk, waar wij straks allemaal voor aan de lat staan. De EU wil steeds meer beslissingsbevoegdheid naar zich toe halen. Volgens mij gaat het hier vandaag dus wel over. Dat is het kader waarin wij hier vandaag spreken.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. De reden voor het afschaffen van veto's is wel goed verpakt. In plaats van dat ze zeggen dat ze meer macht naar Brussel willen, zeggen ze dat dit gaat over goed bestuur, beter bestuur. Daar komt de EU-uitbreiding dan om de hoek kijken. Ursula von der Leyen zegt dat kandidaat-lidstaten dan beter kunnen worden bestuurd. Maar dat is toch de omgekeerde wereld? Je kunt toch pas lid worden van de EU als je conform de Kopenhagencriteria goed bestuurd wordt? Volgens mij wordt hier de verkeerde weg bewandeld.

Als het weggeven van veto's al niet genoeg zou zijn, ga dan eens kijken naar de hoeveelheid regels. Ik heb het er net al over gehad: vier per werkdag de afgelopen tien jaar. En dat is niet een regel per dag, maar een verordening of een richtlijn per dag. Kan de minister-president uitleggen hoeveel ambtenaren daar nu aan hebben gewerkt in Brussel, maar ook in Nederland? Het gaat dan zowel om de implementatie als de uitvoering en de handhaving. Dat terwijl staatssecretaris Van der Burg 700 regels wil afschaffen om de regeldruk tegen te gaan. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? Met een grotere begroting heb je meer ambtenaren nodig, dus het zijn straks niet vier verordeningen of richtlijnen per dag maar misschien wel acht. Die moeten hier ook weer allemaal worden geïmplementeerd, uitgevoerd en gehandhaafd.

Voorzitter. Deze voorbeelden laten zien waarom het behoud van vetorecht belangrijk is. Juist nu Brussel steeds meer invloed krijgt, moeten we niet ook nog eens de laatste rem uit handen geven, de laatste garantie dat Nederland ook voor de eigen belangen kan opkomen. Wie dat recht opgeeft, levert niet alleen democratische legitimiteit en bevoegdheden in, maar ook het Nederland waarvoor onze voorouders zo keihard hebben gevochten. De heer Van der Lee zal het allemaal niet aangenaam vinden om te horen — het levert me misschien weer een interruptie op — maar dat betekent dat Nederland als onafhankelijke staat uiteindelijk ophoudt te bestaan en een soort provincie wordt van Brussel. Dat is niet mijn Nederland. Ik ben trots op Nederland en ik wil graag dat het een soevereine staat blijft.

Dank u wel.

De heer Krul (CDA):
Een soevereine staat binnen of buiten de Europese Unie?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mijn voorkeur is binnen de Europese Unie, omdat wij een heel klein land zijn en wij onze welvaart te danken hebben aan het feit dat we onderdeel zijn van een interne markt en via die interne markt ook handel kunnen drijven met landen om ons heen. Maar Europa is echt op een gevaarlijke weg. Ik maak mij daar zorgen over. Europa is niet alleen belangrijk vanwege de economische voorspoed, maar ook vanwege het feit dat zolang staten met elkaar praten, ze elkaar de hersens niet inslaan. Maar als Europa op deze weg voortgaat, waarbij wij steeds minder te zeggen hebben over zo'n beetje alles — want er komen inmiddels ook richtlijnen voor welzijnswerk, mind you, zeg ik dan maar even in mooi Nederlands — dan is dat echt de verkeerde weg. Als we straks via welke procedure dan ook, veto's of de passerelle, niet meer over onze sociale zekerheid gaan en daarmee de zeggenschap over onze pensioenen kwijt zijn, ben ik benieuwd wat de Nederlandse bevolking bij een volgend referendum zal stemmen, ongeacht de voordelen die verbonden zijn aan de Europese Unie. Die zie ik en daar sta ik voor.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Keijzer. Het woord is aan meneer Dekker namens Forum voor Democratie in eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Dekker (FVD):
Voorzitter, dank u wel. Wat Forum voor Democratie betreft is de Europese Unie altijd al een ramp geweest voor Nederland. We hebben altijd gepleit voor een intelligente nexit en zullen dat ook blijven doen, maar nu zijn we echt bij een nieuw dieptepunt aangekomen. De Europese Commissie is voornemens honderden miljarden meer te gaan uitgeven. De huidige meerjarenbegroting bedraagt ongeveer 1.200 miljard euro, maar voor de periode 2028-2034 stelt de Commissie nu voor om dit te verhogen naar 2.000 miljard. In de geannoteerde agenda staat dat het kabinet inzet op het beperken van de stijging van Nederlandse EU-afdrachten. Kennelijk staat dus al vast dat wij meer gaan betalen en probeert het kabinet alleen nog om die stijging ietwat te beperken.

Voorzitter. Wat krijgen we terug voor al dit geld? Meer centralisatie, meer regels en meer bemoeienis. Uit de fondsen waarin Nederland flink gestort heeft, zoals het coronaherstelfonds, krijgen we geen geld meer terug, tenzij we ons binnenlands beleid aanpassen aan EU-wensen. Recent kwam in de Kamer naar boven dat Nederland mogelijk tot 600 miljoen euro aan Europees herstelgeld kan mislopen als de belasting op aardgas wordt verlaagd. Mijn fractie heeft daarom vragen gesteld of er andere vergelijkbare koppelingen zijn tussen Europees herstelgeld en onder meer het pensioenstelsel, de vliegbelasting, CO2-heffingen, autobelastingen, het arbeidsmarktbeleid, de zelfstandigenaftrek en zelfs de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp'ers. Kan de minister-president bevestigen of ontkennen dat dergelijke koppelingen bestaan? Als het veranderen van Nederlandse belastingmaatregelen ons honderden miljoenen euro's aan Europees geld kan kosten, hoeveel beleidsvrijheid heeft deze Kamer dan nog? Laten we onszelf dan niet chanteren met ons eigen geld?

Het kabinet presenteerde het Europees Asiel- en migratiepact als de grote oplossing voor de massale immigratieproblematiek. Er kwamen zogenaamd strengere buitengrenzen, snellere procedures en eindelijk meer grip op migratie. Dit pact is nu sinds juni van kracht. Wat zien we vier maanden later? Alleen vorige week al kwamen er meer dan 900 asielzoekers Nederland binnen. In juli en augustus stormden zo'n 80.000 migranten de grens van Ceuta over. En dan hebben we het nog niet eens over de reguliere migratie. Tot zover de beloofde grip. Nederland moet niet wachten op een Europees systeem, maar zou zelf weer moeten bepalen wie ons land binnenkomt en wie er weer moet vertrekken. We moeten de macht terughalen.

Dan ontkomen we niet aan de onveranderlijke oorlogszucht waarin Nederland en het kabinet altijd vooraan lijken te willen staan. Het kabinet wil pleiten voor nog meer sancties tegen Rusland, meer financiële en militaire steun en zelfs toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie. We raken daarmee steeds meer verzeild in een oorlog die niet de onze is, terwijl we er wel voor mogen betalen. En niet te vergeten: zolang die oorlog voortduurt, wat mede komt door de EU en de NAVO, blijven Oekraïners en Russen sterven op het slagveld. We moeten dan ook zo snel mogelijk inzetten op vredesonderhandelingen.

Als wij dan voor deze top nog iets van wijsheid mogen meegeven aan de minister-president, dan komt dat neer op het volgende. Allereerst: temper de oorlogszucht. Zet in op constructieve dialoog, diplomatie en vredesonderhandelingen en niet op verdere escalatie. En verder: ga pal staan voor het belang van Nederland, ook voor de toekomstige generaties.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dekker. U heeft nog een interruptie van de heer Klos.

De heer Klos (D66):
Kan de heer Dekker misschien heel precies schetsen hoe een intelligente nexit eruitziet? Wat gebeurt er dan?

De heer Dekker (FVD):
Allereerst is het van belang dat er politieke wil bestaat om überhaupt de Europese Unie te verlaten. Er was geen wil bij de Nederlandse bevolking om de Europese Unie te betreden, maar helaas is die gedachtegang overruled. Nu zitten we erin en zullen we dus moeten kijken wat nou een slimme manier is om eruit te gaan. De artikel 50-procedure is er natuurlijk, net zoals de Britten hebben gedaan. Maar die moet dan op een andere manier dan de Britten. Mijn eerste stap is niet zozeer om de technische details uit te zoeken van hoe we dat precies moeten doen. Het gaat mij erom dat we de politieke wil met elkaar ontwikkelen om dat te doen en dan vinden we daar een weg in.

De heer Klos (D66):
Het verzamelen van politieke steun daarvoor is iets anders. Als je daar steun voor wil verzamelen, is het belangrijk om te vertellen hoe dat er dan uit zou zien. De intelligente brexit was ook een heel belangrijk standpunt van de brexiteers destijds. Die hebben ook nooit verteld hoe dat eruitzag. Ik vraag het Forum dus nog een keer. Kunnen zij schetsen hoe een intelligente nexit eruitziet en welke institutionele verhoudingen we dan hebben tot de Europese Unie en de rest van de wereld?

De heer Dekker (FVD):
Ik vind dat niet zo'n interessante vraag. De vraag is veel meer de volgende. Regelmatig wordt aangehaald dat de brexit geen succes is. Dan zeg ik: maar dat heeft niks te maken met het uittreden uit de EU; het heeft te maken met het beleid van de Britten in die tijd zelf. Je kunt je focussen op de overtuiging dat het net zo gaat als bij de Britten als je het net zo doet als de Britten. Ik zeg dan: nee, dat is helemaal niet waar. De techniek van het uittreden is één ding. De politieke wil en de politieke doorzettingsmacht om vervolgens je eigen land goed te organiseren, is een tweede. Daar gaat het mij veel meer om dan om het eerste.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
Volgens mij heeft de heer Dekker heel goed geschetst dat er dus geen plan is voor hoe een nexit eruit zou zien. Dat zou dan inderdaad de consequentie hebben dat de economische groei helemaal onderuitgaat, dat de boodschappen duurder worden en dat er meer migranten van buiten de Europese Unie zullen komen, precies zoals bij de brexit is gebeurd. Als je geen plan maakt, moet je ook geen voorstel doen.

De heer Dekker (FVD):
Dat is wat mij betreft een hele vreemde uitspraak, met name waar het gaat over de immigratie. Zodra je uit de EU getreden bent, ga je over je eigen grenzen. Als er nou één onderwerp is waarbij dat dan inderdaad hanteerbaar wordt, is het de immigratie.

Mevrouw Becker (VVD):
De heer Dekker van Forum voor Democratie zegt dat het ontzettend belangrijk is om migratie tegen te gaan, zeker als het gaat om irreguliere migratie. Dat deelt de VVD met hem, maar wat vindt hij dan van het feit dat Wit-Rusland en Rusland migratie juist inzetten als wapen aan de oostflank van de Europese Unie?

De heer Dekker (FVD):
Die vraag moet iets meer toegespitst worden, want ik kan niet helemaal plaatsen waar dit over gaat.

Mevrouw Becker (VVD):
Dat wil ik best uitleggen. Het is een geconstateerd feit dat zowel Wit-Rusland als Rusland in het kader van hybride oorlogsvoering migratie inzet om te proberen de Europese grenzen in het oosten te ontregelen. Door daar migranten naartoe te sturen, wordt geprobeerd onze samenleving te overspoelen en daarmee discussie aan te wakkeren tussen lidstaten. Erkent Forum voor Democratie dat dit gebeurt? Wat zouden we daartegen kunnen doen?

De heer Dekker (FVD):
Daar is mij niets van bekend. Ik weet niet of daar ook duidelijke bewijsvoering voor bestaat. Het zou best kunnen dat er wat gerommeld wordt bij die grenzen; ik weet dat gewoon niet. In oorlog is natuurlijk heel veel toegestaan, dus ik weet niet precies hoe ik dit moet duiden. Ik heb daar nu geen uitgesproken mening over.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Becker (VVD):
Die laatste opmerking vind ik toch wel zeer zorgelijk. "In oorlog is veel toegestaan." Dat lijkt toch een beetje op het goedpraten van het feit dat er vanuit Wit-Rusland en Rusland migranten — we hebben het dan dus over kwetsbare mensen — worden ingezet om in Europa onrust te zaaien. Tegelijkertijd zegt Forum voor Democratie juist: laten we Nederland en Europa beschermen tegen de toestroom van migranten. Ik kan dit dus echt niet duiden. Ik wil best feiten leveren dat migratie als wapen wordt ingezet, maar is de heer Dekker dan ook bereid om zich daartegen uit te spreken?

De heer Dekker (FVD):
Dat is een beetje een wat-alsvraag. Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar mevrouw Becker het precies over heeft. Als daar bewijzen voor zijn, dan zou ik me daarop moeten oriënteren. Voor mij is dit een onderdeel van de propagandastrijd aan beide kanten. Ik kan niet goed duiden wat ik hiermee moet.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dekker. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn, de laatste spreker voor de dinerpauze. Zij spreekt namens de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik vervang op deze plek Henk Vermeer, die andere verplichtingen had. Ik vond het namelijk wel heel belangrijk om hier dit debat te voeren. Er speelt natuurlijk heel veel. Ik heb mijn best gedaan om mij zo goed mogelijk voor te bereiden. Ik heb een aantal punten die ik met de minister-president wil bespreken.

Voorzitter. Ieder keer als Brussel aan een nieuwe meerjarenbegroting begint, lijkt de uitkomst hetzelfde: de rekening voor de lidstaten loopt verder op. Het kabinet schrijft dat het Ierse onderhandelingsvoorstel nog altijd kan leiden tot miljarden extra aan Nederlandse afdrachten. Het vormt daarom geen goede basis voor een akkoord. BBB vindt dat een logische conclusie. Mensen thuis moeten keuzes maken, ondernemers moeten keuzes maken en boeren moeten keuzes maken. Waarom zou dat voor rupsje-nooit-genoeg Brussel anders zijn? Waarom lukt het de Europese Unie niet om eerst binnen de bestaande middelen prioriteiten te stellen voordat opnieuw aan Nederland wordt gevraagd nog dieper in de buidel te tasten? Is de premier het met BBB eens dat de ontwikkeling naar altijd steeds hogere afdrachten moet worden omgebogen?

Daarnaast zien we dat de discussie vooral gaat over hoe het geld binnen Europa wordt verdeeld. De vraag zou moeten zijn hoeveel geld Brussel überhaupt nodig heeft, want voor BBB staat voorop dat Nederlandse belastingbetalers niet automatisch opdraaien voor een altijd groeiende Europese begroting. Welke harde rode lijnen trekt de minister-president in deze onderhandelingen? Kan de minister-president toezeggen dat Nederland niet instemt met een uitkomst waarbij onze afdracht verder stijgt? Welke concrete verlaging van het totale Meerjarig Financieel Kader, het MFK, legt Nederland de komende dagen op tafel om te voorkomen dat Brussel opnieuw groeit ten koste van de Nederlandse belastingbetaler?

Voorzitter. Kan de minister-president glashelder zeggen dat Nederland niet instemt met nieuwe gezamenlijke Europese schulden of leenfaciliteiten? Hoe groot schat hij de kans dat deze voorstellen alsnog onderdeel worden van een eindakkoord?

Voorzitter. De bescherming van landbouw- en cohesiebudgetten dreigt ten koste te gaan van de modernisering van de Europese begroting. Veel boeren, vissers en regio's zullen juist denken: "Ja, daar gaat Brussel weer. Geld verschuiven naar nieuwe Europese ambities terwijl de basis onder de regio verder wordt uitgehold." Wil de minister-president zich inzetten voor een groter GLB-budget — GLB staat voor gemeenschappelijk landbouwbeleid — zonder bezuinigingen? Wil de minister zich inzetten om het landbouwbudget terug te brengen naar de kerndoelen, namelijk voedselzekerheid, landbouwproductiviteit, eerlijk inkomen en betaalbaar voedsel? Wil de minister zich inzetten voor een sterk, zelfstandig en geoormerkt GLB? Wil hij dat verdedigen en voedselproductie weer centraal stellen in het GLB, het gemeenschappelijk landbouwbeleid?

Het kabinet stelt dat Europa concurrerender moet worden, maar schrijft tegelijkertijd dat juist de onderdelen voor innovatie, concurrentiekracht en geopolitieke slagkracht in dit voorstel relatief hard worden geraakt. Welke landen blokkeren volgens de minister-president de hervormingen die Nederland noodzakelijk vindt? Wat gaat hij tijdens deze top doen om te voorkomen dat Europa wederom veel geld uitgeeft maar structurele keuzes uit de weg gaat?

Dan tot slot het Midden-Oosten. Er zijn veel woorden gezegd over Israël en Gaza, maar geen woord over het antisemitisme dat ons land en andere lidstaten overspoelt. We hebben de afgelopen dagen Hamasverering gezien. Joodse mensen zijn in toenemende mate onveilig door Hamaspropaganda die zich als een gif verspreidt, door de pro-Palestinaprotesten in Europa. Gaat de minister-president dit ook aan de orde stellen tijdens de Europese Raad, en, zo ja, wat gaat hij zeggen? Hoe gaat er samengewerkt worden met andere lidstaten om de Jodenhaat te stoppen, de Hamas- en Hezbollahvereerders uit te zetten naar hun landen van herkomst en te voorkomen dat ze zich hier überhaupt kunnen wortelen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Ik schors drie kwartier, tot 20.00 uur, voor de beantwoording van de minister-president.

De vergadering wordt van 19.15 uur tot 20.00 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Europese top van 15 en 16 oktober. We zijn aanbeland bij de eerste termijn van de minister-president. Ik geef hem daarvoor het woord. Wellicht kan hij ons meenemen in de wijze waarop hij zijn beantwoording heeft gestructureerd.


Termijn antwoord

Minister Jetten:
Voorzitter, dat kan ik. Ik begin bij het MFK en het concurrentievermogen. Ten tweede volgt migratie, ten derde uitbreiding, ten vierde Oekraïne, ten vijfde het ICC, ten zesde het Midden-Oosten en tot slot zijn er nog een paar overige vragen.

De voorzitter:
Uitstekend. Gaat uw gang.

Minister Jetten:
Voorzitter. Een sterk Europa is cruciaal voor onze veiligheid en welvaart. Dat vraagt een EU die met moed scherpe keuzes durft te maken, zowel inhoudelijk als financieel. Het uitgangspunt voor het kabinet is dan ook een moderne en betaalbare meerjarige begroting voor de EU. Daarbij zetten we in op het versterken van onze economie en innovatie, het verstevigen van onze Europese defensie en zorgen we ervoor dat we meer grip krijgen op migratie. Het moet ook betaalbaar zijn, omdat veel Europese lidstaten worstelen met hun budgettaire ruimte. Het nieuwe MFK moet de EU klaarmaken voor de toekomst. Helaas is het Ierse voorstel van afgelopen weekend te veel een zucht naar het verleden, waarbij het mes op de verkeerde plekken in de begroting wordt gezet. U heeft daarover van de minister van Buitenlandse Zaken een uitgebreide appreciatie ontvangen, overigens ook van de minister van Financiën. Zij hebben dat gezamenlijk gedaan. De kern is dat de voorgestelde besparingen onvoldoende zijn en op de verkeerde plekken terechtkomen, namelijk bij de fondsen die juist een versterking van dat concurrentievermogen en het externe beleid van de Europese Unie zijn. Daarmee is de zogenaamde negotiation box geen basis voor een uiteindelijk akkoord. Dat zal ik donderdag duidelijk uitdragen, samen met gelijkgestemde landen.

Dat brengt me bij een aantal specifieke vragen, allereerst over de omvang van de afdrachten. Het Commissievoorstel gaat wat ons betreft te ver. Dat geldt ook voor het Cypriotische en het Ierse voorstel. Wij zetten vooral in op een minder grote stijging ten opzichte van het vorige MFK, dus minder-meer, maar we willen wel een begroting die echt antwoord geeft op de uitdagingen van deze tijd. We zetten zwaar in op een beperking van de stijging van de Nederlandse afdrachten, of, sterker nog, op het voorkomen daarvan, ook in vergelijking met de afdrachten van andere landen. Dat is in lijn met meerdere Kamermoties die in het verleden al zijn aangenomen. Dat betekent dat we ons blijven inzetten tegen eurobonds en nieuwe gemeenschappelijke leningen. Dat is ook vanwege de enorme schuldenlast die we op Europees en nationaal niveau al zien, de hogere rentes en daarmee de hogere lasten die in de toekomst door toekomstige generaties zullen moeten worden betaald. Het is van belang om de terugbetaling van NextGenerationEU ook in het nieuwe MFK goed in te passen, zeg ik richting de heer Hoogeveen. De overkoepelende inzet van het kabinet is kortom gericht op die moderne begroting die inzet op de prioriteiten, waarbij de Nederlandse netto-betalingspositie niet verslechtert. Dat is een balans, zeg ik ook meteen richting de heer Van der Lee. Hij had een paar mooie interrupties over die driehoek. Het gaat uiteindelijk om de balans tussen een moderne begroting, het volume van die begroting en de Nederlandse afdracht die daarbij hoort.

Ik ben het dus eens met de vele leden die hebben gezegd dat het Ierse voorstel een stap in de verkeerde richting is, omdat dat juist snijdt in een aantal van die moderne uitdagingen, zoals concurrentievermogen, defensie, digitalisering, innovatie, AI, en de rol van de EU in de rest van de wereld. Specifieke programma's als Horizon zijn juist onderdelen waar Nederland veel van profiteert. Van elke euro die daarin gaat, komt een heel groot deel ook in Nederland terecht. Het zijn namelijk vaak Nederlandse onderzoeks- en onderwijsinstellingen en bedrijven die daar fors van profiteren. Wij zullen de komende tijd echt pleiten voor een hele kritische herziening van pijler 1 zodat daarmee ook tegemoet kan worden gekomen aan de oproepen om de stijging van de begroting te beperken.

Ik ben het ook eens met de Kamerleden die hebben gezegd dat die EU-financiering voor noodhulp en internationale samenwerking echt van belang is. Wij zijn tegen de voorgestelde bezuinigingen hierop. Maar we voelen ons ook erg gesteund door de Kamer om zwaar in te zetten op de punten van het Europese verhuiscircus en de stijgende kosten van het Europese apparaat. Dat doen we onder andere samen met Duitsland. Het is dan ook positief dat de Ieren hebben voorgesteld om het budget voor de administratie met 10 miljard te verlagen ten opzichte van het voorstel van de Commissie.

Ik ben het ook eens met leden die hebben gewezen op de Europese Rekenkamer. Wij willen ook een Europese begroting die goed controleerbaar en afrekenbaar is. De Europese Rekenkamer heeft daartoe zeer veel nuttige aanbevelingen gedaan, die we eigenlijk allemaal kunnen ondersteunen en die ik dus ook zal inbrengen.

Ik ben het dus niet eens met partijen die aangeven juist meer geld in pijler 1 en het gemeenschappelijk landbouwbeleid te willen steken. Wij vinden dat nu niet in balans met de andere prioriteiten die er in Europa zijn. Directe betalingen aan boeren zijn reeds geoormerkt. Specifieke rode lijnen zijn er op dit moment niet, behalve dat we met een aantal gelijkgestemde landen zeggen: dit voorstel is eigenlijk geen basis voor een uiteindelijk akkoord. We zullen daarom de komende tijd echt maximaal inzetten op meer prioritering op de grote uitdagingen van deze tijd — die heb ik net genoemd — en een betere balans wat betreft de totale omvang en de Nederlandse afdracht die daarbij hoort.

Ik ga me dus ook niet onder druk laten zetten, zeg ik tegen een aantal heren die vroegen: moet het nou allemaal per se voor het eind van het jaar af zijn? Ik zie dat het volgend jaar, gelet op de vele verkiezingen in Europa, echt een lastige periode wordt voor onderhandelingen, maar de inhoud van de deal is belangrijker dan de snelheid. Dat heb ik afgelopen vrijdag ook aan António Costa kenbaar gemaakt.

Het conditionaliteitsmechanisme is inmiddels ook al van toepassing op regio's binnen lidstaten, dus als een regio binnen een lidstaat niet voldoet aan de conditionaliteit ten aanzien van het Handvest of de rechtsstaat, dan wordt het land erop aangesproken. De lidstaat is dan dus verantwoordelijk voor de problemen die eventueel in een regio plaatsvinden. Gesteund door de Kamer zet het kabinet ook vol in op het behouden van al die sterke mechanismen om de Europese rechtsstaat te beschermen.

Voorzitter. Tot slot in dit blok had ik een paar vragen over het concurrentievermogen. Ik deel de zorgen over de oplopende rente in een aantal Europese landen. Ik noem Frankrijk in het bijzonder, maar dit speelt ook bij een aantal andere landen. De noodzaak van hervormingen op nationaal niveau is groot. Er zijn ook heel veel aanbevelingen en adviezen, van het IMF, van de Europese Centrale Bank en van andere, die die landen zouden kunnen helpen om die hervormingen ook echt door te voeren. Lidstaten zijn in de eerste plaats natuurlijk zelf verantwoordelijk voor gezonde overheidsfinanciën. Het naleven van de Europese begrotingsregels is daar gewoon onderdeel van. De Commissie ziet toe op die naleving en beoordeelt elk halfjaar of lidstaten voldoende maatregelen nemen om een buitensporig tekort te corrigeren. De volgende beoordeling volgt in de herfst. We zien helaas te vaak dat er te weinig opvolging wordt gegeven aan die aanbevelingen.

Ik heb zeer goed nieuws over het concurrentievermogen. De ministers van Financiën hebben een grote stap gezet richting versterking van de kapitaalmarktunie. We hebben in een vrij korte tijd met een aantal landen de druk opgevoerd, met dit als resultaat. We willen daarom nu doorpakken, bijvoorbeeld op het gebied van het insolventierecht, het ondernemersrecht of het arbeidsrecht, waar ook nog veel barrières bestaan op de interne markt. We willen kijken of we ook daarvoor met kopgroepen voorstellen kunnen doen om die weg te nemen. Dat betekent ook dat we zullen inzetten op een beperking van de regeldruk. Ik vind een pauzejaar te ver gaan, omdat dat wel heel erg beperkend zou zijn en je dan niet zou kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. De grootste kans op de korte termijn zit in de aanpak van gold-plating. Het gaat deels om gold-plating vanuit Brussel, maar het gaat vaak ook om gold-plating op lidstaatniveau. Wij nemen onze verantwoordelijkheid, maar ik voer die discussie ook met onze buurlanden, vanwege de directe impact op ons concurrentievermogen.

Voorzitter, ik ben er bijna op dit punt. Wat betreft de gesprekken die met China hebben plaatsgevonden: Nederland is een voorstander van het voorstel van Duitsland en Frankrijk. We hopen dat de Europese Commissie snel met een concrete uitwerking van die voorstellen komt. Het is altijd nodig om een goede balans te vinden tussen defensieve maatregelen die je kunnen beschermen tegen oneerlijke concurrentie uit China en het tegelijkertijd volop inzetten op de versterking van je eigen concurrentievermogen en de Europese industrie. In Nederland zetten we, met het rapport-Wennink in de hand, in op zes groeisectoren. We richten ons dit jaar op 1,5% economische groei van Nederland, maar we willen dat in de komende jaren ook volhouden. Tegelijkertijd is het handelstekort met China 1 miljard per dag. Dat is echt onhoudbaar. Dat komt ook door oneerlijke concurrentie uit China, dus dat vraagt echt om een aantal defensieve maatregelen. Je zou ze zelfs "offensieve maatregelen" kunnen noemen, omdat we niet accepteren dat er zo veel Chinese dumping is op de Europese markt.

De heer Stöteler (PVV):
De premier zei net dat er op dit moment geen specifieke rode lijnen zijn bij de MFK-onderhandelingen. Dat is jammer, want zonder een Nederlands akkoord heb je geen MFK. Het zou mooi zijn als de premier nu een streep in het zand kan trekken en zegt: dit moeten we sowieso hebben of zo moet het sowieso gebeuren voordat wij er een handtekening onder zetten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met header of pijler 1. Met welk resultaat neemt de premier genoegen? Hoeveel moet er af van pijler 1, van die 900 miljard, voordat de premier zegt "dit vinden we acceptabel"?

Minister Jetten:
Ik wil me niet te veel in de kaarten laten kijken, omdat we te maken hebben met zeventien Europese lidstaten die vooral nog meer geld uit onze zakken willen kloppen, om het even heel oneerbiedig te zeggen. Wij zullen uiteindelijk beoordelen of er een Meerjarig Financieel Kader ligt dat voldoende prioriteit geeft aan de uitdagingen van deze tijd, met een beperkter volume, van enkele honderden miljarden, zoals we al eerder met gelijkgestemde landen hebben aangegeven, en met een redelijke Nederlandse bijdrage. In het vorige debat heb ik al heel duidelijk richting de heer Stöteler geantwoord dat ik bereid ben om nee te zeggen als het akkoord niet goed genoeg is. Dat heb ik afgelopen vrijdag ook kenbaar gemaakt aan de president van de Raad.

De heer Stöteler (PVV):
Dat is goed. Maar wat net iets minder goed is, is dat het kabinet weliswaar inzet op geen verslechtering van de Nederlandse nettobetalingspositie, volgens de minister-president, maar tegelijkertijd wel akkoord gaat met nieuwe eigen middelen in het Eigenmiddelenbesluit. Wat betekent dat voor de Nederlanders? De minister-president zei net: we laten ons geen geld uit de zakken kloppen. Maar met het Eigenmiddelenbesluit laat je wel geld uit de zakken kloppen van de Nederlanders, de consumenten en de bedrijven door de Europese Unie. Wat betekent dat voor die betalingspositie?

Minister Jetten:
We zullen uiteindelijk een akkoord over de eigen middelen wegen om te zien of het in balans is met de nationale afdracht. Tegelijkertijd zien we dat een akkoord over de eigen middelen waarschijnlijk nodig zal zijn om überhaupt tot een totaalpakket voor het Meerjarig Financieel Kader te komen. U kent onze inzet. We zijn heel kritisch. Sterker nog, we zijn tegen het CORE-voorstel dat de Europese Commissie eerder heeft gedaan. Daar heeft uw Kamer zich ook massaal tegen uitgesproken. We zijn erg benieuwd met welke nieuwe voorstellen de Commissie gaat komen om tot een gebalanceerde mand aan eigenmiddelenvoorstellen te komen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stöteler (PVV):
Ik heb nog een laatste inhoudelijke suggestie, want ik houd van een inhoudelijk debat. Het flexibiliteitspercentage. Volgens mij stond in het originele voorstel van de Europese Commissie een flexibiliteitspercentage van 25%, zeg maar het speelgeld dat de Europese Commissie vrij kan besteden. In het laatste voorstel is dat volgens mij 20%. Daar zou de minister-president ook nog wel een heleboel van af kunnen snoepen. Dat kan dan naar 0% of misschien een keer 5% van het totale budget. Wil de premier daar ook op inzetten?

Minister Jetten:
Nee, want dit vinden wij een onverstandig voorstel van de Ieren, omdat juist enige flexibiliteit in de begroting nodig is om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. Het is een kader voor meer jaren, echt een Meerjarig Financieel Kader. We kunnen nu dus niet voorspellen welke uitdagingen er over twee, drie of vier jaar op ons afkomen. Enige flexibiliteit is dus echt nodig.

De heer Van Baarle (DENK):
Een van de zaken die in het Ierse voorstel stonden, was een besparing op het apparaat. Ik denk dat het inderdaad verstandig is en dat het ook mogelijk is om te besparen zonder dat je de uitvoering raakt; denk aan aantallen Commissarissen et cetera. Een van de ergernissen van heel veel mensen is het miljoenencircus van de verhuizing, maar ook het feit dat Europese ambtsdragers gewoon een ontzettend hoog salaris verdienen. In hoeverre zit dit nou in de besparing op het apparaat? Ik lees het er namelijk niet specifiek in. Gaat de premier daarop blijven inzetten?

Minister Jetten:
Op die laatste vraag is het antwoord ja. We blijven erop inzetten, want ook de Europese Commissie, en het Europees Parlement overigens ook, moet gewoon kritisch kijken naar de kosten die in Europa worden gemaakt. De Ieren stellen nu een korting voor van een aantal miljarden. Er zit natuurlijk ook nog ruimte bij de Commissie en het Parlement om daar invulling aan te geven. We zijn, denk ik, met 150 Kamerleden en het hele kabinet tegen het verhuiscircus. Ik vrees alleen dat daar geen akkoord met Frankrijk over zal worden bereikt, dus we zullen het moeten zoeken op andere manieren. Ik heb vandaag weer veel goede suggesties gehoord: een kleinere Commissie, beperking van de salarissen, beperking van het aantal fte's en beter kiezen welk beleid er wordt ontwikkeld. Ik zie dat allemaal als steun in de rug en ik zal me daar dus ook voor blijven inzetten.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik dank de premier dat hij dat zal blijven doen. Dat lijkt me zeer verstandig, ook om een voorbeeld te geven in de richting van de mensen in het land dat mensen met hele hoge salarissen bereid zijn om in hun eigen vlees te snijden als het nodig is.

Dan de bezuiniging op Global Europa. Je kan niet zeggen dat Europa in een wereld waarin bondgenootschappen steeds onvoorspelbaarder worden meer verantwoordelijkheid moet nemen en tegelijkertijd op die geopolitieke positie moet bezuinigingen. Dat valt ook neer op noodhulp. De minister-president zegt: wij trekken geen rode lijnen. Maar het staat wel in het voorstel, ondanks dat Nederland dit kenbaar heeft gemaakt. Hoe ziet de minister-president dat in de komende tijd veranderen? Moet hij die rode lijn misschien wel gaan trekken op dit gebied?

Minister Jetten:
Ik ben het ermee eens dat dit een onverstandig voorstel is van Ierland. Juist in een tijd waarin Europa volop bezig is om een betere geopolitieke speler te worden, met investeringen in onze defensiesamenwerking en überhaupt in de defensiekracht van de EU-lidstaten, moet je ook zorgen dat je op het gebied van diplomatie en internationale samenwerking je rol in de wereld kan pakken. Het zit dus ook in mijn inzet aankomende donderdag en vrijdag, maar ook de komende maanden bij alle onderhandelingen, dat Europa juist ook op het internationale vlak niet zou moeten korten op de begroting, maar dat het onderdeel zou moeten zijn van de moderne prioriteiten.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat het in de inzet zit, waardeer ik, maar ik ben op zoek naar waar we deze minister-president inhoudelijk op kunnen afrekenen. Deze minister-president moet onderhandelen. Voor mij is het niet te verkroppen als Nederland akkoord zou gaan met een begroting in Europa die uiteindelijk onze geopolitieke positie ondergraaft, maar ook nog eens in een wereld waarin noodhulp steeds verder onder druk staat de verantwoordelijkheid op dat gebied niet neemt. Ik ben dus wel op zoek naar de manier waarop ik deze minister-president dat vertrouwen kan geven, zonder het risico te lopen dat Nederland dit in de onderhandelingen dadelijk gaat verspelen.

Minister Jetten:
Sowieso begint het bij de vraag: hoe beoordeel je straks het definitieve akkoord dat er ligt? Zet je dat af tegen het voorstel van de Europese Commissie, tegen het voorstel van Cyprus of tegen het voorstel van Ierland, of zet je het af tegen het huidige MFK? Wij zullen in ieder geval als kabinet continu kijken hoeveel meer inzet er is ten opzichte van het huidige MFK op het gebied van concurrentievermogen, internationale veiligheid en in dit geval ook internationale samenwerking. Ik voel een hele duidelijke opdracht vanuit het kabinet en eerdere Kameruitspraken, namelijk dat het uiteindelijk gaat om de balans tussen inzetten op een modernere begroting, een acceptabel totaalvolume en een acceptabele Nederlandse afdracht. Ik ga me dus niet laten vastbinden op specifieke subonderdelen. Ik denk dat het dan namelijk echt onmogelijk wordt in een dynamiek met 27 landen én een Commissie én een Parlement. Maar de driehoek van de heer Van der Lee is volgens mij zeer behulpzaam bij het beoordelen van het eindresultaat.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank aan de premier voor het bruggetje. Ik ga hem nu weer citeren. "Niet kiezen is verliezen" zei de premier tijdens de Algemene Beschouwingen. Ik denk dat dat klopt. Daarom ga ik toch nog even door. Het is namelijk niet alleen een driehoek; het is ook de vraag: wat laat je het zwaarst wegen? Ik heb van D66 en het CDA gehoord dat zij eigenlijk toch modernisering op de eerste plek zetten, en de minister-president heeft het over een balans. Dat matcht niet helemaal. Is het niet cruciaal voor Nederland dat modernisering op de eerste plek komt te staan?

Minister Jetten:
Dat is helemaal geen tegenstelling. Kijk naar de inzet van onze groep met gelijkgestemde landen. De publieke optredens van al die regeringsleiders gaan meer dan de helft van de tijd over het belang van een Europa dat zijn mannetje kan staan in een snel veranderende geopolitieke wereld. Modernisering is dus een heel zwaar onderdeel van onze inzet. Dat zal het ook tot het laatste moment blijven.

De heer Van der Lee (PRO):
Toch lijkt de coalitie waar Nederland in het onderhandelingsspel voor gekozen heeft, vooral te gaan voor de reductie van het volume. Dat wordt natuurlijk gekoppeld aan de noodzaak om te moderniseren, maar vooropstaat dat het volume omlaag moet. Hoe bereiken we, desnoods met een Kameruitspraak waarmee de minister-president in Brussel kan zwaaien, dat pijlers 2 en 3 beter beschermd worden dan nu?

Minister Jetten:
Er kunnen altijd Kameruitspraken bij komen, maar ik voel eigenlijk al veel langer de steun vanuit het parlement dat pijlers 2 en 3 zeer belangrijk worden gevonden voor Nederland en voor de toekomst van Europa. Er gaat inderdaad vaak veel aandacht naar de volumediscussie. Dat is echter ook omdat we met deze groep modernisten duidelijk maken dat we misschien in aantallen kleiner zijn dan de groep cohesielanden, maar dat we 40% van het Europese budget met elkaar betalen, ongeveer 40% van de Europese bevolking zijn en ongeveer 40% van de Europese economie vertegenwoordigen. We hebben met deze groep landen dus echt wel recht van spreken. Ik denk dat we juist met elkaar laten zien dat het een enorm vliegwieleffect kan hebben, ook voor de andere EU-lidstaten, als je durft te kiezen voor concurrentiekracht, digitalisering, AI en defensiesamenwerking.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van der Lee (PRO):
Nog één vraag over de modernisering. Het gaat namelijk niet alleen om pijlers 2 en 3. We zien dat de flexibiliteit wordt gereduceerd, maar we zien ook dat de aangebrachte koppeling tussen landspecifieke aanbevelingen en de partnerschapsprogramma's, die moeten worden ingediend onder pijler 1, ook weer wordt afgezwakt. Dat terwijl wij juist willen dat er ook op dat terrein hervormingen plaatsvinden en dat de aanbevelingen uit het Stabiliteits- en Groeipact tot implementatie komen in de lidstaten. Stellen we dat niet ook weer op het spel als we te veel focussen op volumeverlaging?

Minister Jetten:
Ik ben het in principe met de heer Van der Lee eens dat al deze elementen van groot belang zijn. Ik verwacht dat de Europese Commissie op deze punten zelf ook niet blij is met het voorstel dat de Ieren nu hebben gedaan. Ik verwacht ook dat we hier de komende maanden met een groot aantal landen zwaar op zullen inzetten.

De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag gaat over de eigen middelen. Er wordt gezegd dat nieuwe Europese eigen middelen voor Nederland onder de streep voordeliger zijn, omdat ons aandeel in die heffingsgrondslag lager is dan bij de bni-afdracht. Dan hoor ik de premier zojuist zeggen: we wachten rustig af waar de Commissie mee komt. Is het gevaar dan niet dat we ons blindstaren op het verminderen van de bni-afdracht, maar uiteindelijk via de andere kant met eigen middelen toch weer aan het kortste eind zullen trekken?

Minister Jetten:
We zullen elk voorstel voor eigen middelen echt goed inhoudelijk beoordelen. Wat is het voorstel? Wat is de grondslag? Wat betekent het voor Nederland? Is het in balans met de nationale afdracht die daarnaast zal blijven bestaan? We gaan dus niet klakkeloos akkoord. We gaan er ook niet alleen maar afwachtend in zijn. We hebben eerder al actief meegedaan aan die discussies, onder andere omdat we zo tegen het corevoorstel zijn. Soms hebben de verschillende eigen middelen die eerder zijn uitgedacht een heel ander effect in lidstaat A dan in lidstaat B. Het is dus niet de allermakkelijkste discussie. Ik waarschuw ook voor de gedachte dat het een wondermiddel gaat zijn. De eigen middelen gaan namelijk niet opeens de honderden miljarden opleveren waarnaar nu nog wordt gezocht. Het gaat echt om veel kleinere bedragen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. Dan heb ik een andere vraag. Ik heb hem ook al aan een aantal collega's gesteld, namelijk aan die van VVD en CDA. Stel dat we kijken naar het MFK en de financieringsmethodiek. Hoe worden betalingen verricht en hoe worden ze gecontroleerd? De Europese Rekenkamer is zeer kritisch op hoe dat in het nieuwe MFK wordt vormgegeven. Ik heb de premier daar ook nog een vraag over gesteld. Zou de premier daar zijn licht over kunnen laten schijnen?

Minister Jetten:
Dan heb ik dat net misschien te kort gedaan. Ik ben het eigenlijk eens met alle aanbevelingen van de Europese Rekenkamer, dus zowel terugkijkend als naar de toekomst. Laten we daar ons voordeel mee doen. Laten we proberen om op basis daarvan concrete vragen of voorstellen neer te leggen bij de Europese Commissie en de andere lidstaten.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dan de laatste vraag voor dit blokje. De premier zei: wij zijn het eens met de brief van Merz en Macron. Ik vond die brief vrij ver gaan. Kijk naar het antidwanginstrument. Daarbij wilden ze erop inzetten om de rol van de Raad te reduceren. Is de premier het met JA21 dat het ook heel gevaarlijk kan werken, zeker voor Nederland als een open economie, dat we nu zo hard en met allerlei handelswapens de onderhandelingen met China aangaan? Doen we onszelf uiteindelijk niet méér pijn? Kunnen we niet beter inzetten op meer engagement naar de Chinezen? Dat is ook wat Eurocommissaris Sefcovic heeft benadrukt: meer markttoegang en meer wederkerigheid.

Minister Jetten:
Hier is een balans tussen druk en dialoog nodig. Ik denk dat afspraken ten aanzien van auto's — die zijn we nu nog goed aan het bestuderen — laten zien dat de dialoog tussen de EU en China wel degelijk af en toe resultaat kan opleveren en dat we dat op EU-niveau en op lidstaatniveau moeten blijven doen. Maar tegelijkertijd moeten we niet naïef zijn over de enorme impact die de handelsdisbalans nu heeft. Er zijn andere Europese lidstaten waar echt duizenden banen per maand op het spel staan door de Chinese dumping. Nederland heeft een iets andere positie. Wij hebben een aantal topsectoren die veel geld verdienen in China, maar die ook in toenemende mate te maken hebben met dreigingen uit China. Dat vraagt een heel specifieke inzet. Dat is ook de reden waarom de Nederlandse regering al vanaf de start met verschillende EU-lidstaten in gesprek is over hoe je de semiconindustrie op een goede manier zou kunnen versterken en zou kunnen beschermen tegen oneerlijke concurrentie vanuit China. Dus druk en dialoog moeten wel samen opgaan. Ik verwelkom de brief van Frankrijk en Duitsland, maar ik wacht wel even de concrete uitwerking van de Europese Commissie af.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoorde de premier over het MFK zeggen dat we inzetten op een minder grote stijging en een beperking van de stijging van de bijdrage door Nederland. Hij gebruikte daarbij de woorden "minder meer". Die woorden ken ik uit de zorg. Is deze minister-president bereid om "niet meer" in plaats van "minder meer" te zeggen? We hebben die miljarden namelijk heel hard nodig in Nederland voor onze zorg, voor onze sociale zekerheid, voor de energierekening van mensen en zodat mensen hun boodschappen nog kunnen betalen.

Minister Jetten:
De vraag is ook altijd wat het je oplevert. We weten in die zin dat de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie veel meer geld oplevert, minstens €1.500 per Nederlander per jaar, omdat we fors meeprofiteren van de interne markt en ook van heel veel Europese middelen en subsidies die terugvloeien naar bijvoorbeeld onderzoeksprogramma's, innovatieve bedrijven en ga zo maar door. Wij kijken gewoon of zo'n MFK onder de streep goed is voor Nederland en voor Europa in een snel veranderende geopolitieke wereld. Daar zullen we het totaalpakket op beoordelen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar de vraag is dan wie ervoor betaalt en wie er wat voor terugziet. Er zijn nu mensen die hun rekeningen niet kunnen betalen, die zitten met een gestegen energierekening, die elke dag de boodschappenprijzen zien stijgen, die gewoon de huur niet meer kunnen betalen en die straks de zorgkosten zien oplopen. Voor die mensen is het toch beter om ervoor te zorgen dat we nu niet extra uitgeven aan de EU, maar dat we hier voor die mensen het verschil kunnen maken zodat zij hun rekeningen kunnen betalen? Om heel eerlijk te zijn, hebben zij vaak niet zo heel veel aan die subsidies die terugkomen uit Europa, want zij kunnen nog steeds de rekeningen niet betalen.

Minister Jetten:
Indirect wel, want de enorme economische groei en welvaartsstijging die we als Nederland daardoor hebben ervaren de afgelopen decennia, komen uiteindelijk ook bij elke Nederlander terecht. Direct gaat het dan om de vraag waarop we met de Europese begroting de komende jaren gaan inzetten. Gaan we door op de koers dat we volgend jaar 100 miljard extra gaan uitgeven aan fossiele brandstoffen die we moeten importeren? Of gaan we de Europese begroting zo inrichten dat de energietransitie wordt versneld en de energierekening van Nederlanders naar beneden kan? Gaan we het Social Climate Fund, dat ook voortkomt uit Europees beleid, gericht inzetten om in Nederland energiearmoede te bestrijden? Dat zijn keuzes die we met elkaar maken, voor een heel groot deel ook in dit parlement.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het is natuurlijk niet zo dat die economische groei bij elke Nederlander terechtkomt. Als je moeite hebt om de rekeningen te betalen, dan zie dat dus helemaal niet terugkomen. Je ziet dat de ongelijkheid toeneemt met de plannen van dit kabinet. Die ongelijkheid zorgt ervoor dat mensen wel mogen betalen, maar er uiteindelijk niet zo veel voor terugzien.

Ik wilde de premier ook vragen naar zijn kritiek op de Europese Rekenkamer. Hij zegt dat we de conclusies omarmen, maar de Europese Rekenkamer had het niet alleen over schulden, maar ook over het risico op misbruik van Europese gelden. Ik vroeg mij af hoe dat te rijmen is met de toegenomen begroting en die risico's. Moet dat niet eerder op orde zijn, voordat we meer geld gaan overmaken?

Minister Jetten:
Het moet gewoon gelijk oplopen. Die risico's zijn er in de afgelopen jaren ook geweest. Nederland is al meerdere MFK's op rij de grootste kampioen in het stellen van extra voorwaarden voor uitbetaling van Europese gelden. Dan gaat het bijvoorbeeld om de koppeling aan rechtsstaateisen zoals we bij Hongarije en Polen hebben gezien. Het is echt gewoon de traditie dat wij als Nederland daar zwaar op inzetten. Dat zullen we blijven doen, ook voor de komende jaren.

De heer Dassen (Volt):
Er wordt natuurlijk de hele tijd een vergelijk gemaakt met een begroting die we zeven jaar geleden met elkaar hebben opgezet. Inmiddels is er wel het een en ander gebeurd, niet alleen wereldwijd, maar ook wat betreft de inflatie en de economische groei. Mijn zorg is dat we nu afstevenen op een begroting die kleiner aan het worden is dan degene die we zeven jaar geleden hadden, los van alle modernisering; ik vind namelijk ook dat dat moet gebeuren. Is de ambitie dan eigenlijk niet nog steeds te laag voor al die moderniseringen die we willen doorvoeren wat betreft defensie, digitaal, klimaat? Is de minister-president dat met mij eens?

Minister Jetten:
Ja, in principe wel, maar dat debat zou de heer Dassen vooral moeten voeren met de zeventien Europese landen die nog minder geld aan die moderne prio's willen geven en nog meer geld aan Pijler 1. Wij zijn het daar volgens mij allemaal met elkaar over eens, op misschien een enkeling in dit debat na. Ik denk dat de meeste mensen in deze zaal toch vinden dat die zeventien andere Europese lidstaten met de verkeerde prio's bezig zijn.

De heer Dassen (Volt):
Dat vind ik ook en daar sluit ik me helemaal bij aan, maar daarom stel ik de vraag net wat anders. Zelfs als de minister-president van mening is dat we moeten moderniseren en zelfs als we dat ook voor elkaar krijgen, zijn de ambitie van de modernisering en de hoogte van het budget dat deze minister-president nu voorstelt dan niet nog steeds te laag gezien de Russische agressie, de digitale kolonies en de enorme klimaatuitdaging die we hebben? Is het niet nog steeds de ambitie dat Europa een wereldmacht moet zijn in deze geopolitiek turbulente tijd? Dat is mijn vraag aan deze minister-president.

Minister Jetten:
Als ik daar echt over mee ga filosoferen, zou je, denk ik, uitkomen op een hele andere aanpak, waarin alle EU-lidstaten hun nationale begroting aanzienlijk zouden laten dalen en veel meer Europees, gezamenlijk zouden gaan organiseren. Dat vraagt allereerst een veel beter functionerende en hervormde EU. We zitten nu midden in de begrotingsbehandelingen hier. Er is in deze Kamer volgens mij ook niet per se een roep om begrotingen massaal te verlagen omdat het geld elders beter kan worden ingezet. Ik denk dat het voor nu, voor deze MFK-onderhandelingen, het belangrijkst is om ervoor te zorgen dat het concurrentievermogen en de veiligheid, zowel fysiek als digitaal, een veel zwaarder onderdeel worden van de inzet van de EU voor de komende jaren.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Inderdaad, minister-president. Dit is precies het punt dat ik probeer te maken. We zien dat de nationale begrotingen al heel veel moeite hebben met extra uitgaven en dat daar in landen heel veel discussies over zijn. We maken nu een begroting voor de komende zeven jaar, in een tijd waarin we toch met elkaar concluderen dat we op een scharnierpunt zitten; de machtsverhoudingen zijn aan het veranderen. Zou de ambitie van als Europa een wereldmacht zijn dan niet ook in deze begroting weerspiegeld moeten worden in plaats van dat we nu naar de korte termijn kijken en denken: andere landen hebben de prioriteiten verkeerd? We moeten gezamenlijk die investering gaan doen, ten behoeve van ons allemaal. Is de ambitie van dit kabinet dan niet alsnog te laag? Is die ambitie dan niet de verkeerde?

Minister Jetten:
Nee, want het hoeft ook niet allemaal via geld in de Europese begroting te lopen. Laten we het voorbeeld van AI erbij pakken. Ik kom daar straks nog op terug, maar de heer Dassen zei daarstraks terecht: de EU wil daar 50 miljard voor uittrekken; dat is een schijntje ten opzichte van wat de Amerikanen en de Chinezen doen. Maar we moeten de bedragen ook wel bij elkaar optellen. Wat kan die 50 miljard van de Europese Commissie als vliegwiel betekenen, in combinatie met nationale bijdragen en private investeringen, om uiteindelijk op die paar honderd miljard te komen die we nodig hebben? De kracht van de EU is uiteindelijk toch het afmaken van de interne markt wat betreft de economie en het concurrentievermogen. Maar we moeten er bijvoorbeeld op het gebied van defensiesamenwerking ook voor zorgen dat onze 19 miljard extra aan Defensiebegroting niet nationaal wordt besteed, maar in samenhang met andere EU-lidstaten, omdat we gezamenlijk inkopen, omdat we legeronderdelen beter integreren, omdat we het inzetten op de plekken waar het het meeste bijdraagt aan de Oekraïense en de Europese veiligheid. Het is volgens mij dus echt de combinatie van de begroting en de inhoudelijke prioriteiten die we samen gaan stellen in de komende tijd.

De heer Klos (D66):
Ik wil nog even door op de eigen middelen, want daar kan natuurlijk een deel van de oplossing zitten. De premier zei dat ook letterlijk: dat gaat nodig zijn om een doorbraak te forceren. Begrijp ik nou goed dat het Nederlandse kabinet zegt: voor vier van de vijf voorstellen die nu op tafel liggen, staan we in principe open, maar over eentje zijn we wat negatiever?

Minister Jetten:
Ja. Ik verwacht wel dat er nog nieuwe voorstellen gaan komen. Die moeten we dan dus beoordelen.

De heer Klos (D66):
Dat klopt. In een vorig debat heeft de premier gezegd: we staan in principe open voor de opties die het Europees Parlement op tafel legt. Er zijn een aantal lidstaten die zullen zeggen: zullen we misschien toch een digitaks introduceren? De minister-president zei net ook: ik moet een beetje de verwachtingen temperen; het gaat niet het grootste verschil maken en blijft misschien in de tientallen miljarden steken. Maar heeft het kabinet al een verwachting van wat het zou kunnen opleveren als je al die dingen bij elkaar optelt, ook de nieuwe voorstellen die van andere lidstaten zouden komen, en welk effect dat heeft op de Nederlandse betalingspositie?

Minister Jetten:
Nee, op dit moment niet, omdat ik in de vorige Europese Raad merkte dat twee landen heel zenuwachtig werden als bijvoorbeeld heel veel landen dachten dat er bij tabak een kans zat. Of als het gaat om de gokindustrie, is er een eiland dat voor een heel groot deel zijn economie daarop heeft draaien. Als één land blokkeert, valt het kaartenhuis in elkaar. Ik verwacht wel dat de komende dagen gaan helpen om wat beter te begrijpen wat een eventuele landingszone kan zijn.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
Is de minister-president het dan met mij eens dat het dus goed zou zijn als Nederland met een aantal andere lidstaten de kaarten naast elkaar gaat leggen en gaat zeggen: kunnen we dan een pakket maken dat voor iedereen te dragen is en waarin iedereen zoet en niet alleen zuur heeft, maar dat ook gezamenlijk iets oplevert, juist ook voor het beperken van de afdrachten van alle lidstaten?

Minister Jetten:
Dat heb ik ook al met de Beneluxcollega's geprobeerd, maar daar waren we nog niet uit. Ik zal nog een poging wagen.

De voorzitter:
Eerst meneer Van der Lee, en dan vervolgt de minister-president met zijn beantwoording over migratie.

De heer Van der Lee (PRO):
Even een citaat. "Met een Europese begroting die twee keer zo groot is, kunnen we samen echt een veranderende wereld aan. Dit doen we met eigen Europese inkomstenbronnen." Herkent de minister-president dit citaat?

Minister Jetten:
Dat zal vast van mijzelf of een andere D66'er zijn.

De heer Van der Lee (PRO):
Nou, het is van de hele partij. Dit staat namelijk letterlijk in het verkiezingsprogramma van D66. Ik ben dus wel benieuwd naar de reflectie van de minister-president op dat citaat. Maar nog even specifiek over de eigen inkomstenbronnen. Vier van de vijf die in het Commissievoorstel zaten, worden door Nederland gesteund, maar dat zijn vier regressieve voorstellen. Dat is voor Nederland dus gunstiger dan hetzelfde bedrag als percentage van het bni moeten afdragen. Het enige voorstel waar we tegen zijn is CORE, een kleine belasting op de omzet van bedrijven. Daar zijn we tegen omdat het progressief is. Mijn vraag aan de minister-president is niet of hij dat standpunt wil herzien, want ik denk dat ik daar een antwoord op krijg dat ik ken. Mijn vraag is: is het kabinet van mening dat er bij een eigenmiddelenbesluit bestaande uit meerdere elementen wel een balans moet zitten tussen regressieve en progressieve voorstellen?

Minister Jetten:
Ja, zeker. Het gaat uiteindelijk om de balans in het pakket aan eigen middelen. Dat ben ik met de heer Van der Lee eens. Wij zijn tegen het CORE-voorstel omdat Nederland en een paar andere landen de afgelopen jaren nationaal al behoorlijke hervormingen hebben gehad van dit type ondernemersbelasting. Wij vinden dat daar eigenlijk de rek uit is. Daarom bepleiten we andere vormen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van der Lee (PRO):
Maar dan ben ik wel benieuwd op welk progressief eigen middel de Nederlandse regering kan inzetten.

Minister Jetten:
Wij zijn in afwachting van nieuwe voorstellen, die ik de komende tijd van de Europese Commissie verwacht.

De voorzitter:
U vervolgt met migratie.

Minister Jetten:
Ja, voorzitter, migratie. We blijven werken aan meer grip op migratie in Europees verband. Nederland is onderdeel van een kopgroep van landen die hierbij de aanjager zijn. Aankomende week hebben we ook weer een ontbijtsessie met die gelijkgestemde landen. Dit keer zal Nederland die voorzitten. We zetten daarbij in op een brede aanpak die voorkomt dat buitenlandse krachten migratie kunnen instrumentaliseren en onder andere met grootschalige aankomsten proberen verdeeldheid en onrust in Europa te zaaien. We zetten in op een effectief Migratiepact, inclusief Dublinoverdrachten, en het werken aan innovatieve oplossingen.

De gebeurtenissen in Ceuta, de exclave van Spanje, waren zeer zorgelijk. Dit onderstreept nogmaals de noodzaak van meer weerbaarheid tegen grootschalige aankomsten. Daar is ook echt inzet van de Europese Commissie en Frontex bij nodig. Het kabinet pleit dan ook actief voor de mogelijkheid tot grensweigering, versnelde terugkeer in het tijdelijk niet in behandeling nemen van asielverzoeken, uiteraard binnen het EU-recht. Het kabinet heeft dan ook opgeroepen tot het verkennen van crisismaatregelen, zoals het European Emergency Response Framework. We zullen dat ook bij deze Raad opnieuw doen. We zetten bij de effectieve implementatie van het Migratiepact ook echt in op de Dublinoverdrachten. Daar ligt ook een rol voor de Commissie, als hoeder van het pact, om lidstaten die dat niet doen daarop aan te spreken. Het kabinet is in hoger beroep gegaan tegen uitspraken van rechtbanken die terugkeer naar Italië op dit moment niet mogelijk maken. We zijn dus ook intensief met Italië in gesprek om tot een oplossing te komen.

Regelmatig krijgen we van de president van de Europese Commissie de voortgangsbrief met een update over de staat van het Europese migratiebeleid, de behaalde resultaten en verwachte voorstellen. Het is belangrijk om daar te zien dat er Europabreed ook echt sprake is van een dalende instroom. Een groot deel van dit jaar is dat ook in Nederland het geval. Maar dat kan ook per week weer fluctueren, dus we zijn er nog niet. We zien onder andere nieuwe voorstellen tegemoet voor het versterken van het externe grensbeheer en voor het aanpakken van die grootschalige aankomsten, zoals we die onlangs hebben gezien. Ik ben bereid om ook nu weer te pleiten voor financiering van de terugkeerhubs vanuit het MFK, maar dat geldt ook voor andere innovatieve oplossingen die buiten de EU kunnen worden georganiseerd. De minister van AenM zal u voor de begrotingsbehandeling, die in de week van 17 november is, een brief sturen met een update over de te organiseren internationale top en met de resultaten die we daar kunnen behalen. Sinds 1 oktober zijn we begonnen met het herziene en verruimde MTV-kader. Dat is het Mobiel Toezicht Veiligheid, waarmee de KMar informatie- en risicogestuurd controles kan uitvoeren op luchthavens en bij de binnengrenzen. Dat lijkt effectiever te zijn dan de statische maatregelen die we eerder hadden getroffen.

Tot slot. De heer Van Dijk vroeg nog naar schijnerkenningen. Het is ook een prio van het kabinet om die schijnerkenningen tegen te gaan. Er zijn verschillende operationele maatregelen die het kabinet daarvoor heeft ingezet. We kijken ook naar hoe een aantal andere landen daar inmiddels successen mee hebben bereikt. Mocht het nodig zijn om hier nog de wet op te wijzigen, dan zal de minister van Asiel en Migratie de Kamer daarover informeren, ook voorafgaand aan de begrotingsbehandeling.

De heer Van Baarle (DENK):
"Innovatieve samenwerkingen en partnerschappen op het gebied van migratie" is vrij ambtelijk jargon. Het komt erop neer dat Europa Nederland en andere landen verantwoordelijk wil maken voor de opvang van mensen. Op welke wijze is respect voor mensenrechten daar een keiharde voorwaarde voor en dringt Nederland daar ook op aan?

Minister Jetten:
Dat is precies de reden waarom Nederland lid is van de kopgroep van vijf EU-landen die bezig is met de uitwerking hiervan, zodat we ook aan tafel zitten bij het uitonderhandelen van de voorwaarden. Dan gaat het inderdaad ook om humane opvang en het voldoen aan de internationale afspraken die er zijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat is niet concreet. In het geval van Egypte hebben we bijvoorbeeld gezien dat vrij veel Europees geld, miljarden, naar migratiesamenwerking met dat land is gegaan, eigenlijk zonder een duidelijke eis of voorwaarde. Daardoor heb je ook niet de mogelijkheid om op een bepaald moment te zeggen: luister, u voldoet niet aan de voorwaarden, dus u kunt de financiële middelen niet tegemoetzien. Welke harde voorwaarden stelt Nederland nu voor om ervoor te zorgen dat mensenrechten wel degelijk een ontbindende voorwaarde zijn en hard op de voorgrond worden gesteld?

Minister Jetten:
Er zijn inderdaad heel veel lessen te trekken uit eerdere migratiepartnerschappen en afspraken die de EU met landen heeft gemaakt, van Turkije tot Tunesië, Libië en, het meest in het oog springend, Egypte. De discussie die nu loopt over terugkeerhubs is wel een iets andere, want die gaat echt over een andere schaal, andere typen opvang en andere voorwaarden die daarbij horen. Maar we zijn dat nu aan het verkennen met een aantal landen die hebben aangegeven dat ze eventueel bereid zijn om zo'n terugkeerhub te faciliteren. Dat zal op kleine schaal beginnen, om er ook ervaring mee op te doen en om te kijken of die randvoorwaarden goed werken. Ook gaan we ervan uit dat de parlementen in de vijf EU-landen die bij de kopgroep horen daarop willen meekijken en dat er ook getoetst zal worden of het inderdaad voldoet aan de juiste standaarden.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Met alle respect voor de minister-president, maar ik vind dit weer weinig concreet. Dit staat even los van het feit of ik daar voorstander van ben. Ik heb sowieso een heel ander idee over het migratiebeleid. Maar je hebt de terugkeerhubs en je hebt de migratiepartnerschappen. De implicatie van al die dingen is dat Europa geld betaalt aan andere landen voor de opvang van mensen of voor het tegenhouden van mensen. Is de minister-president bereid om in al die gevallen als harde eis te stellen dat op het moment dat er ook maar sprake is van het niet nakomen van een mensenrechtenafspraak of het schenden van mensenrechten, er geen geld wordt overgemaakt?

Minister Jetten:
Dat ligt aan het type afspraken dat je maakt. Waar maak je geld voor over? Wat voor financieringsafspraken maak je met elkaar? Toch nog even over die terugkeerhubs waar we nu over spreken. Dat gaat over plekken waar we mensen van wie de asielaanvraag in Europa is afgewezen en die weigeren mee te werken aan terugkeer naartoe uitzetten. Dat is dus een hele specifieke groep. Dat is een andere situatie dan de afspraken die we destijds tussen de EU en Turkije hebben gemaakt. Zodra de minister van Asiel en Migratie met de vier partnerlanden en de EU een stap verder is in de uitwerking hiervan, zullen we de Kamer daar uiteraard uitgebreid over informeren. Dan kan de heer Van Baarle, net als de rest van het parlement, beoordelen of dat aan de maatstaven voldoet.

De heer Stöteler (PVV):
Terugkeerhubs waar we mensen naartoe gaan uitzetten? Het lukt dit kabinet niet eens om iemand naar België uit te zetten. In de zaak-Gradijk heeft de Nederlandse rechter prejudiciële vragen gesteld aan het Hof. Dat gaat over de uitzetting van een Dublinner naar België. De zaak-Midsen is de zoveelste zaak voor een uitzetting naar Italië die aan het Europese Hof van Justitie is voorgelegd. Wat doet het kabinet daaraan? Treedt het kabinet daar ook in de procedure van het Europese Hof van Justitie om ervoor te zorgen dat u die mensen wel kunt uitzetten?

Minister Jetten:
Wat betreft deze specifieke casus ben ik het antwoord schuldig. In algemene zin geldt dat wij als kabinet vinden dat het van de zotte is dat met de werking van het Europees Migratiepact en de Dublinafspraken er niet in slagen om mensen uit te zetten naar andere EU-landen waar de betreffende persoon de asielprocedure moet doorlopen. Elke keer dat we zo'n zaak verliezen, zullen we dus daartegen in verweer gaan. Ondertussen proberen we dus afspraken te maken met andere EU-lidstaten om de overdracht toch goed te laten plaatsvinden.

De heer Stöteler (PVV):
De werking van het Europese Migratiepact? Het werkt dus gewoon niet. De premier zei net in zijn blokje dat de huidige grenscontroles, die mobiele dingen, effectiever zijn en dat we te maken hebben met een dalende instroom. Ik heb nog even snel de cijfers opgezocht. Week 38: een instroom van 710. Week 39: een instroom van 900. Week 40: een instroom van 860. Week 41: een instroom van 910. Herhaal nog eens dat we een dalende instroom hebben?

Minister Jetten:
Ik heb net ook gezegd dat het per week verschilt en dat het de laatste weken weer hoger ligt. Maar over heel 2026 zien we Europabreed een dalende instroom en zijn er ook in Nederland vele weken geweest met een instroom die aanzienlijk lager lag dan het jaar ervoor.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stöteler (PVV):
We hebben een paar weken een klein dipje gehad, maar je ziet de aantallen nu gewoon weer keihard oplopen. Het kabinet en de minister-president zouden gewoon naar Europa moeten gaan, naar deze Europese Raad, en zeggen: Nederland sluit de grenzen; wij nemen gewoon geen asielverzoeken meer in behandeling. We moeten dat dan ook gewoon doen. Zet die mensen maar weer terug naar Duitsland en België, waar ze vandaan kwamen, maar neem ze niet in Nederland in behandeling. Sluit gewoon die grenzen alstublieft.

Minister Jetten:
Dan zou Nederland eenzijdig de werking van het Europese Migratiepact om zeep helpen. Ik denk dat dat ook niet in ons belang is.

De voorzitter:
U vervolgt met de uitbreiding.

Minister Jetten:
Zeker, voorzitter. De uitbreiding biedt de EU kansen om onze politieke slagkracht te vergroten en onze concurrentiepositie te versterken, maar alleen als de kandidaat-EU-lidstaten daar klaar voor zijn. We beoordelen dat dus op merites langs de Kopenhagencriteria en zijn ook voorstander van geleidelijke integratie met stevige waarborgen in de toetredingsverdragen en interne hervormingen van de EU, zodat we de nieuwe landen ook kunnen absorberen. We hebben daarvoor concrete voorstellen gedaan en we zien veel aanknopingspunten in de nieuwe voorstellen van de Commissie, zoals het versterken van de artikel 7-procedures en stevige nieuwe waarborgen in toekomstige toetredingsverdragen. Maar we zijn ook terughoudend, onder andere om op veel beleidsterreinen over te stappen van unanimiteit naar gekwalificeerdemeerderheidsbesluitvorming. De Kamer ontvangt binnenkort de uitgebreide appreciatie van deze Commissiemededeling. We zijn wel voorstander van meer meerderheidsbesluitvorming op het buitenlands en veiligheidsbeleid, zodat we de slagkracht in de veranderende geopolitieke wereld kunnen versterken. Het stapsgewijs toekennen van meer rechten aan de kandidaat-lidstaten biedt reëel perspectief voor landen die toetreding dichtbij hebben, zodat ze ook voordelen van hervormingen kunnen ervaren. We zijn in die zin ook voorstander van geleidelijke integratie, maar die kan geen vervanging zijn van een volwaardig lidmaatschap. Daar hebben we eerder op ingezet en dat kan ook op steun rekenen van een aantal kandidaat-lidstaten, die zeggen: prima als het geleidelijker gaat, als dat uiteindelijk wel leidt tot volwaardig lid zijn van de EU.

Dank aan de heer Van der Lee voor zijn kritische vragen over Servië. Ik kan me daar volledig bij aansluiten. Het eerbetoon van Servië aan oorlogsmisdadiger Mladić was zeer ongepast en bijzonder kwetsend voor de slachtoffers en nabestaanden van onder andere de Srebrenicagenocide maar in bredere zin de Joegoslaviëoorlog. Daarmee heeft Servië ook laten zien dat ze eigenlijk totaal niet voldoen aan de Europese waarden, die toch ook echt onderdeel zijn van de onderhandelingen. De kabinetspositie blijft dan ook ongewijzigd. We kunnen het openen van cluster 3 in het toetredingsproces van Servië niet steunen, vanuit de bredere beoordeling van de rechtsstaat daar, maar ook de achterblijvende hervormingen, het gebrek aan voortgang in de betrekkingen met Kosovo en de achterblijvende aansluiting van Servië bij het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. We gaan dus rustig afwachten of er na de verkiezingen in Servië wel verbetering optreedt.

Richting de heer Krul zeg ik dat ik geen Montenegrijns spreek, hooguit een klein woordje Joegoslavisch omdat ik een paar klasgenoten op de middelbare school had die helaas deze kant op hadden moeten vluchten. Maar ik hoef ook geen champion te worden van Montenegro, want dat zijn ze zelf. Ze laten namelijk zien dat ze goed bezig zijn met hervormingen. Ze hebben het ook erg gewaardeerd dat de Tweede Kamer naar Montenegro is gekomen voor een factfindingmissie. Binnenkort komt Montenegro naar Nederland toe om nogmaals toe te lichten waar zij staan in de koers richting toetreding. Ik verwacht daarover de komende weken en maanden regelmatig besluitvorming in Brussel. Elke keer als Montenegro gewoon feitelijk voldoet aan de voorwaarden, zal Nederland het afronden van een hoofdstuk steunen.

Dan de vraag over een nieuw Congres van Europa. Het is een interessante gedachte om sowieso weer meer met elkaar na te denken, los van de begrotingsdiscussie, over de toekomst van de Europese samenwerking en waar de grote kansen liggen voor ons continent. We zijn in de komende jaren voorzitter van de Raad van Europa, maar zeker ook in 2029 voorzitter van de EU. Ik neem graag op me om in 2029 een aantal van dit soort events daarvoor te organiseren, omdat ik in de komende tijd de andere voorzitters niet te veel voor de voeten wil lopen.

Maar op één specifiek onderdeel wil ik dat wel, namelijk de samenwerking tussen Nederland en Frankrijk rondom de "tech creators"-coalitie, waar nu ook Duitsland, Zweden en Finland bij aanhaken. Daarvoor heb ik onlangs president Macron hier op werkbezoek gehad. Op 2 december organiseren we in Parijs een vervolg daarop met verschillende Europese lidstaten, de Europese Commissie en de vijftien meest innovatieve grote Europese bedrijven. Ik verwacht eigenlijk volgend jaar als vervolg daarop een event in Nederland, waar we heel concrete voorstellen zullen doen ten aanzien van de meest innovatieve sectoren, AI-samenwerking en verdergaande digitalisering.

Dan organiseren we dus bijeenkomsten rondom een heel specifiek onderwerp zonder een EU-voorzitter voor de voeten te lopen, maar bereiden we ons wel voor op ons eigen voorzitterschap, waar we ook in de volle breedte naar de toekomst van Europa willen kijken.

Voorzitter. Dan kom ik bij Oekraïne.

De heer Krul (CDA):
In het vorige debat keken we allemaal een beetje reikhalzend uit naar het referendum in IJsland. Nou weten we inmiddels dat het niet helemaal is gegaan zoals wij misschien hadden gehoopt. Maar we hadden het daar ook heel erg over de strategische kansen van uitbreiding. We hebben het ook over Noorwegen gehad. Ik ben benieuwd hoe de minister-president nu kijkt naar de mogelijkheden om de Europese Unie ook strategisch sterker te maken, anders dan dat we alleen maar kijken naar de oostgrens en de economische kansen.

Minister Jetten:
Voor die strategische versterking gaat het volgens mij niet alleen maar over EU-toetreding, maar zeker ook om de versterkte partnerschappen met bijvoorbeeld Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Indonesië, India, Latijns-Amerika en noem allemaal op. Dichter bij huis zou ik zeggen: IJsland heeft nu nee gezegd in een referendum, maar wil wel de samenwerking met de EU intensiveren. Dat geldt ook voor Noorwegen en voor het Verenigd Koninkrijk. Met name dat laatste is gewoon heel erg kansrijk voor Nederland, omdat er voor Nederland een enorme synergie met het VK is op het gebied van veiligheid, energie en economie. Over enkele weken mag ik de Britse premier hier in Nederland ontvangen. Dan gaan we onder andere doorpraten over die versterkte EU-VK-agenda.

De heer Stöteler (PVV):
De minister-president complimenteert Montenegro flink. Ze zijn daar hartstikke aardig, hoor. Ze willen heel graag bij de Unie en doen hard hun best. Ze jagen daar Europese wetten door het parlement als hamerstukken, zonder dat het parlement ook daadwerkelijk mag amenderen. Maar daar blijft het dan bij. We hebben dat inderdaad gezien tijdens een werkbezoek. Implementatie en uitvoering van die wetten blijven gewoon stevig achter. Corruptie wordt nog steeds niet fatsoenlijk bestreden. Wil de minister-president niet alleen kijken naar die papieren werkelijkheid, maar ook naar de werkelijkheid in het land zelf?

Minister Jetten:
Terecht punt. Het gaat niet alleen over het aannemen van wetgeving; het gaat vooral over een goede implementatie en naleving ervan. Daarom hebben wij destijds ook als een van de eerste landen gepleit: zorg nou dat die toetreding van Montenegro de eerste testcase wordt van een toetredingsverdrag nieuwe stijl, waaraan je veel meer eisen en grondvoorwaarden kan verbinden en waarop je in de jaren na die toetreding scherper kan toezien.

De heer Stöteler (PVV):
Beter is nog om gewoon zeker te weten dat zo'n land er klaar voor is. Wat mij betreft is er helemaal geen EU-toetreding voor andere landen; laat dat helder zijn. Maar zorg er in ieder geval voor dat zo'n land er klaar voor is voordat je het laat toetreden. Het is inderdaad een mooie testcase. Ik weet waar het ook een mooie testcase voor is, namelijk de Franse grondwet. Dit wordt namelijk de eerste toetreding die volgens de Franse grondwet in een referendum aan Frankrijk gaat worden voorgelegd. Hoe schat de minister-president in dat het daar gaat?

Minister Jetten:
We gaan gewoon rustig dat Franse referendum afwachten, maar in Frankrijk leeft wel duidelijk de overtuiging dat als er één land is dat nu klaar is om tot de EU toe te treden, het Montenegro is, als klein land met een kleine bevolking en een relatief sterke economie, dat zich al jaren goed voorbereidt. Ik denk dat het voor een aantal andere kandidaat-lidstaten een behoorlijk lastiger kluif gaat worden.

De heer Klos (D66):
Over dat congres van Europa in Den Haag. Ik snap heel goed dat Nederland het voorzitterschap van een ander land niet in de weg wil lopen, maar dat is ook niet helemaal het voorstel van de Europese Commissie. De Europese Commissie zegt: we hebben 80 jaar geleden de basis gelegd voor de Europese Unie. Dat hebben we toevallig in Den Haag gedaan en we willen nu weer zo'n moment meemaken, juist vanwege die uitbreiding en het belang van die democratische hervormingen. Ik zou de minister-president het volgende willen vragen. Stel nou dat Ursula von der Leyen tegen hem zegt: nee, maar daar zit je de voorzitter helemaal niet mee in de weg in 2027. Zou hij dan toch willen overwegen om te onderzoeken of het hiernaartoe zou kunnen komen?

Minister Jetten:
Dan ga ik eerst even kijken wat de twee voorzitters in 2027 daarvan vinden, want die willen dit misschien ook in hun agenda incorporeren. Wij organiseren overigens in november de Benelux-top in Maastricht. We blazen de Benelux-samenwerking daar nieuw leven in, waarbij de prioriteit bij het concurrentievermogen ligt. Dat is dus misschien een mooie eerste testcase.

De heer Klos (D66):
Het is fantastisch als we dat kunnen doen. Ik ben het helemaal met de minister-president eens dat we daar dan in 2029 een follow-up aan kunnen geven als voorzitter van de Europese Raad. Als we een beetje haast maken met de verbouwing, kan dat misschien wel in de Ridderzaal.

De voorzitter:
Dat zou mooi zijn.

Minister Jetten:
Anders doen we het in Nijmegen, voorzitter.

Dan kom ik op Oekraïne. Daar zijn uitgebreide bijdragen over geleverd, die vooral een onderstreping zijn van de posities van de fracties. Ik ga daar dus niet al te uitgebreid op in. Ik pik er een paar onderwerpen uit. Oekraïne krijgt het nu gewoon weer heel zwaar voor de kiezen. Dat komt door de voortdurende aanvallen van Rusland op de Oekraïense energie-infrastructuur. De situatie aan het front is relatief stabiel. De Oekraïners winnen af en toe wat terug, maar dat leidt niet tot een grote kentering in de oorlog. Tegelijkertijd zien we inderdaad de onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse regering, die daarmee niet alleen dwars tegen de belangen van Oekraïne ingaat, maar ook tegen die van de VS en Europa.

We moeten dus een paar dingen doen. Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat de militaire en non-militaire steun aan Oekraïne onverminderd doorgaat, zodat ze de oorlog kunnen blijven winnen, maar ze ook goed de komende winter door kunnen komen. Nederland is op dit moment onder andere aan het helpen om in de hele wereld meer luchtafweergeschut bij elkaar te schrapen om ervoor te zorgen dat Oekraïne meer Russische aanvallen uit de lucht kan schieten. We kijken op dit moment ook heel specifiek naar de levering van extra munitie voor de boordkanonnen van de Oekraïense F-16's. Er zijn een aantal F-16's door Nederland en andere landen gedoneerd. Die zouden eigenlijk veel meer kunnen worden ingezet als daarin meer boordkanonmunitie aanwezig is. Wij spelen een belangrijke rol in het versnellen daarvan. We zijn met zo'n 1 miljard aan toezeggingen ook een van de grootste donoren aan het PURL-initiatief. Er zijn op dit moment geen indicaties dat die steun via de VS wordt stopgezet. Dat staat dus ook weer zo haaks op de dieseldeal die is aangekondigd. Ik moet overigens nog zien wat daar in de praktijk van terecht gaat komen.

Tegelijkertijd zien we voor de middellangetermijn wel degelijk financieringstekorten in de Oekraïense begroting, specifiek in het militaire deel. Daarom zijn die steunpakketten vanuit de EU zo belangrijk, en ook de goede inzet daarvan. Die steunpakketten kunnen echter nooit ter vervanging zijn van de bilaterale steun. Nederland vindt dus ook dat veel andere landen die bilaterale steun flink moeten opschroeven, omdat andere landen echt achterblijven bij de top vijf donoren, waar Nederland onderdeel van is. Kortom, die burden sharing is dus extreem belangrijk.

Moeten we dan pleiten voor vredesbesprekingen? Nou, vrede kan uiteindelijk alleen via onderhandelingen tot stand komen. We zijn dus voorstander van die onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland, waarbij de VS en de EU ook aan tafel zitten. Op dit moment zien we echter geen enkele bereidheid aan de Russische zijde om serieus over vrede te onderhandelen. Sterker nog, ze intensiveren op dit moment de oorlog. Laten we daar dus niet naïef in zijn.

De dieseldeal tussen de VS en Rusland is zeer ongewenst en zeer onverstandig. Iedere dollar die de Russische oorlogskas verder spekt, is slecht nieuws voor Oekraïne, maar daarmee ook voor alle bondgenoten van Oekraïne; dat zijn ook de Europeanen en de Amerikanen zelf. We wachten nu even af hoe deze deal in de praktijk wordt ingevuld, of die daadwerkelijk gaat plaatsvinden, wat dan de gevolgen voor de markt zijn en op welke termijn dat dan zou zijn. Daar wil ik niet te veel over speculeren. De kern blijft dat wij Oekraïne in ieder geval volop blijven steunen en dat we aan de Amerikanen kenbaar maken dat deze deal echt onverstandig is en weer van tafel moet.

De SGP vroeg om sancties tegen Rosatom. Wij zijn daar al langere tijd voorstander van. Zoals u weet, vragen sancties om unanimiteit bij de besluitvorming. Op dit moment is die unanimiteit er nog niet als het gaat om Rosatrom. We blijven het proberen richting een volgend sanctiepakket.

Als het gaat om de bevroren tegoeden, kijken we inderdaad niet alleen naar Brussel of België. We kijken breder naar Russische tegoeden die zich in de EU bevinden. We hebben ons ook aangesloten bij een oproep aan de Commissie om wederom verschillende opties technisch in kaart te brengen, zodat we die op een later moment weer kunnen meenemen in eventuele nieuwe financiële steun.

De botclusters uit de Russische Federatie die veel desinformatie verspreiden, zijn inderdaad intens. De dreiging daarvan is groot omdat het echt gaat om buitenlandse inmenging in binnenlandse aangelegenheden in verschillende Europese lidstaten. Daarom werken we versneld aan de oprichting van een detectieorganisatie voor buitenlandse informatie, manipulatie en inmenging. Die organisatie gaat op basis van OSINT die manipulatie dan ook detecteren zodat we daar sneller op kunnen ingrijpen. De verwachting is inderdaad dat we daarmee nog een veel beter zicht krijgen dan we nu al hebben op die Russische botnetwerken. Daarmee kunnen we hopelijk niet alleen in Nederland maar breed in de EU die desinformatie bestrijden.

Bij het stuk over Rusland en Oekraïne ging het veel over de NAVO-samenwerking. Ik hecht eraan om te benadrukken dat de 3,5%-norm die we hebben afgesproken echt voortkomt uit ons eigen dreigingsbeeld en de noodzaak om ook als Europeanen het Europees continent beter te kunnen verdedigen binnen dat NAVO-bondgenootschap. Dat doen we dus niet voor iemand anders; dat doen we echt voor onszelf. Natuurlijk moet de inzet van die publieke middelen op een ordentelijke manier en een goed controleerbare manier gebeuren. Er wordt dus hard gewerkt aan versterkte transparantie van de Defensiebegroting, die u vorige week al in deze Kamer heeft behandeld.

Helemaal tot slot in dit blok het volgende. Voorzitter, ik heb wel met enige verbazing naar een deel van het debat zitten luisteren. Als er namelijk iemand in deze Kamer is die meent dat de Russische vijandigheden de afgelopen tijd niet zijn toegenomen, dan heeft die echt een plaat voor zijn kop. Elke dag, in alle Europese lidstaten, is er sprake van Russische inmenging, intimidatie en ondermijning, tot en met bewapende drones boven Duitse luchthavens. Dus ja, de Russische vijandigheden zijn er elke dag en die bedreigen onze veiligheid en onze welvaart. De enige manier om ons daartegen te weer te stellen is aan Rusland duidelijk maken dat we ons niet laten intimideren en dat we elke vierkante centimeter Europees grondgebied zullen verdedigen.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik sluit me van harte aan bij de laatste woorden van de premier: heel terecht. Ik wou toch nog even terugkomen op PURL omdat de Amerikaanse media, de grote televisiestations maar ook Financial Times, melden dat er wel degelijk op z'n minst gedreigd wordt met het stoppen van de Amerikaanse medewerking. Ik wil toch de minister-president het volgende vragen. Als dat het geval zal zijn — misschien gebeurt het niet, maar stel dat het gebeurt — dan zijn er heel urgent alternatieven nodig, en waarschijnlijk ook een andere positie ten opzichte van het sneller beschikbaar stellen van financiële steun. Ik snap de inzet op burden sharing. Die is terecht, maar dan wordt de realiteit wel een andere. Is de minister-president het daarin met mij eens?

Minister Jetten:
Als je in zo'n situatie komt, moet je echt met elkaar een nieuwe weging maken. Ja, er is regelmatig dreiging — er wordt althans geïnsinueerd — dat die leveringen gaan stoppen. Daarover hebben we continu contact met de Oekraïners en met andere Europese bondgenoten, om dat heel nauwgezet te volgen. Wij zijn als Nederland aan het kijken of we via alternatieve routes andere vormen van luchtafweergeschut aan Oekraïne kunnen leveren of kunnen laten leveren. Ik kan er alleen op dit moment niet in detail op ingaan.

Mevrouw Dobbe (SP):
In mijn inbreng heb ik mijn verwarring uitgesproken over wat hier nu eigenlijk in de wereld gebeurt. Daarbij heb ik de woorden van het kabinet gebruikt, in ieder geval de woorden die een deel van het kabinet gebruikt als het gaat over vijanden en bondgenoten. Ik heb gevraagd: wat vindt de premier ervan dat een bondgenoot, de Verenigde Staten, de vijand Rusland financiert en vervolgens van ons eist dat we 5% van alles dat we samen verdienen, uitgeven aan de NAVO, om ons tegen diezelfde vijand te verdedigen? Wat vindt de premier daarvan?

Minister Jetten:
Nogmaals, we doen de NAVO-norm niet voor een president in het Witte Huis, maar omdat we er zelf van overtuigd zijn dat dat nodig is om ons land en ons continent beter te verdedigen. Met het eerste deel van de vraag van mevrouw Dobbe ben ik het eens. Het is niet uit te leggen dat je in plaats van aanvullende sancties voor meer druk op Rusland dingen gaat versoepelen, meer gaat kopen en daarmee de Russische schatkist spekt. We hebben meteen kenbaar gemaakt: doe dit niet. Daarom ben ik benieuwd of het in de praktijk überhaupt gaat plaatsvinden. Volgens mij zei de heer Stöteler terecht dat er ook in Europa nog sprake is van een aantal aankopen die in de Russische Federatie worden gedaan. We moeten de Amerikanen erop aanspreken, maar er tegelijkertijd ook in Europa voor zorgen dat we die laatste inkopen en aankopen vanuit Rusland afknijpen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat het verschil met de meeste Europese landen is dat zij wilden afbouwen, maar nog niet hebben afgebouwd. De Verenigde Staten sluiten nu een nieuwe deal. Dat is een heel grote en een heel invloedrijke deal, waar Poetin straks heel veel wapens van kan kopen. Ik denk dat daarin het grote verschil zit. Mijn vraag is daarom belangrijk, denk ik. Hoe kan je wat betreft de NAVO en de Verenigde Staten praten over "bondgenoten" als je zoiets doet, als je als bondgenoot zegt: wij financieren de vijand? Wij moeten ons vervolgens van dezelfde bondgenoot tegen die vijand bewapenen.

Minister Jetten:
Klopt. Het ene gaat over afbouwen en een afbouw die sneller moet. De Amerikanen zijn nu potentieel bezig met iets op te bouwen. Dat moeten ze echt niet doen. Dat hebben we ook aan hen overgebracht, ook omdat de redenering erachter niet klopt. De gedachte is dat meer diesel inkopen in Rusland leidt tot een kalmering van de internationale markt en lagere prijzen voor de Amerikaanse consument. Dat gaat zich gewoon niet voordoen, en al helemaal niet voor de midterms. De schepen gaan namelijk nooit op tijd het Amerikaanse vasteland bereiken, als ze überhaupt al Rusland kunnen verlaten. Dit is echt een idee-fixe, die ook gevaarlijk is voor Oekraïne. We zullen in elk contact dat we hebben de Amerikanen ervan proberen te overtuigen om deze dieseldeal weer in de prullenbak te gooien.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is denk ik heel terecht, maar wat betekent dat voor ons bondgenootschap met de Verenigde Staten? Dat zit natuurlijk achter mijn vraag. Wij geven wel degelijk 5% van alles wat wij samen verdienen uit omdat Trump dat heeft gevraagd. We trekken het uit de zorg, de sociale zekerheid en misschien ons onderwijs. Hiervóór hadden we het niet over 5% naar de NAVO. We hadden het pas over 5% van alles wat wij samen verdienen op het moment dat Trump dat van ons eiste tijdens de NAVO-top vorig jaar. Diezelfde Trump financiert nu de vijand. We weten niet wat er gebeurt met die prijzen. We weten wel dat Poetin er heel veel aan gaat verdienen. Diezelfde Trump financiert de vijand waartegen wij ons moeten bewapenen! Dan moet er toch meer zijn dan: we spreken de VS erop aan?

Minister Jetten:
Nederland committeert zich aan 3,5% defensiebestedingen in 2035. Daar hebben we een goed ingroeipad naartoe. Ik heb in eerdere debatten ook al aangegeven dat de Amerikanen onze belangrijkste bondgenoot blijven, ook binnen NAVO-verband. Het is economisch gezien een van onze belangrijkste handelspartners. We hebben al 250 jaar nauwe vriendschapsbanden. Die relatie is wel in hoog tempo aan het veranderen. Dat gebeurt door de keuzes die de Amerikanen maken en de onvoorspelbaarheid vanuit de Amerikanen. Dat leidt eigenlijk tot de kern van dit debat: hoe gaan we als Europa beter voor onszelf zorgen op alle terreinen? Daar heb je een moderne begroting en meer zelfverzekerdheid voor nodig. Je hebt dus ook nodig dat je af en toe tegen de Amerikanen zegt: sorry, maar wat jullie nu hebben bedacht, slaat werkelijk waar helemaal nergens op.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat Rusland een illegale annexatie van Oekraïne heeft gedaan, is duidelijk. Dat er sprake is van agressie, is duidelijk. Tegelijkertijd wil ik niet dat deze regering Nederland en Nederlanders een oorlog intrekt door een land "onze vijand" te noemen, door steeds verder ergens bij betrokken te raken en er mogelijk voor te zorgen dat Nederland nog meer een doelwit gaat worden van spionage en sabotage dan nu.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):
Ik vraag de minister-president of hij snapt dat als je woorden gebruikt zoals "onze vijand", je bijdraagt aan een situatie waarin Nederland toenemend een doelwit zou kunnen worden. Ik wil dat niet!

Minister Jetten:
Ik weet niet hoe ik Rusland dan moet noemen. Het is in ieder geval niet onze vriend. Als je 19 miljard extra besteedt aan defensie, wat we doen met het toegroeien naar 3,5%, vind ik dat je als kabinet ook moet uitleggen waarom je dat doet. De reden waarom we dat doen, is omdat de Russische vijandigheden richting Europa en Nederland zo sterk toenemen dat we niet meer kunnen spreken over hybride dreigingen als een soort lieflijk iets. Het gaat gewoon om dagelijkse acties die plaatsvinden om onze samenleving en onze manier van leven te ondermijnen. Dat rechtvaardigt dus extra defensie-investeringen. Vandaar dat die term volgens mij heel toepasselijk was.

De heer Van Baarle (DENK):
We staan echt op een punt dat we daarin een keuze moeten maken. Ik heb het idee dat deze minister-president heel erg makkelijk woorden als "onze vijand" gebruikt. Ik heb het idee dat deze minister-president Oekraïne steunt no matter what, en dat ook heel erg makkelijk uit, zonder na te denken over de consequenties die dat voor Nederland kan hebben. Snapt de minister-president dat een woord als "vijand" en het betrokken raken bij die oorlog ertoe kunnen leiden dat Nederland in toenemende mate bedreigd kan worden? Snapt hij dat ik en heel veel mensen dat niet willen?

Minister Jetten:
Nee. Ik vind dit echt een bizarre inbreng. Alsof je de keuze hebt om hiervan weg te kijken of hiervan weg te lopen. Ga een keer naar Estland, naar Polen, naar Slowakije of Bulgarije; kijk wat daar de afgelopen dagen is gebeurd. Ga in Oekraïne kijken. Ga in Nederland het gesprek aan met bedrijven die elke dag te maken hebben met die Russische ondermijning. Ga in Duitsland de rapporten van de veiligheidsdiensten lezen en in Leipzig kijken wat die Russische drone daar had kunnen veroorzaken. Die Russische vijandigheden vinden elke dag plaats, en als je niet bereid bent om dat te erkennen, ben je niet in staat om Nederland veilig te houden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik ben dit debat begonnen met zeggen dat er wel degelijk agressie plaatsvindt. Ik ben dit debat begonnen met zeggen dat de invasie illegaal is. Wat ik oprecht niet snap, wat ík bizar vind, is dat deze regering doorgaat met het gebruiken van termen als "vijand", dat het steeds verder betrokken raakt bij een oorlog, zonder het fundamentele debat te voeren over de vraag wat dat wellicht in de toekomst met Nederland doet. Betekent dit dat er in toenemende mate dreiging voor ons is? Betekent dit dat wij dadelijk misschien betrokken zijn bij een oorlog? Moeten we misschien, in plaats van zelf mee te doen met escalatie, niet escaleren maar inzetten op dat pad van vrede? Ik vraag de minister-president om dat laatste te doen en niet in te zetten op onbezonnen escalatie. Ik heb geen goed woord over voor Poetin; dat weet de minister-president.

Minister Jetten:
Die ligt er dus ook niet wakker van als we die term hier gebruiken. Die denkt: hèhè, ze hebben het eindelijk door. Het pad naar vrede kan maar op één manier: gewoon kappen met die bizarre, zinloze oorlog waarbij elke dag honderden Russen om het leven komen, die gewoon als voer die frontlinie in worden gejaagd; er wordt geen bereidheid getoond om aan de onderhandelingstafel te komen om over vrede te onderhandelen. Zodra Poetin zegt "ik stop met de aanval op Oekraïne en wil onderhandelen over vrede" is hij welkom aan tafel en zullen we ook iemand aanwijzen die namens de EU meedoet aan die onderhandelingen. Zolang hij dat niet doet en doorgaat met zijn vijandigheden tegen Europa en zijn zinloze oorlog in Oekraïne, zullen we laten zien dat we ons niet door hem laten intimideren. Sterker nog, we zullen ons zodanig voorbereiden dat we altijd van hem zullen winnen.

De voorzitter:
Eerst de heer Dassen en dan vervolgt u met het ICC.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij dat de minister-president zich zo uitspreekt. We zien die vijandigheden ook steeds meer online. Denk aan desinformatie. De premier van het Verenigd Koninkrijk gaf aan dat dit ook brexit beïnvloed heeft. We zien het door heel Europa. Volgend jaar hebben we een paar belangrijke verkiezingen; dan zullen we het ook weer zien. Ik ben blij dat dat instituut er komt, maar dat duurt wel nog een jaar, mogelijk langer. Wat gaan we in de tussentijd doen om ervoor te zorgen dat die desinformatie wordt tegengegaan? Die leidt namelijk tot polarisatie en tot angst in de samenleving. Rusland doet dat bewust. We zien ook dat het grootste gedeelte van het internet door bots bewerkt wordt. Wat kunnen we als Europa nog meer doen om die desinformatie actiever tegen te gaan?

Minister Jetten:
Ik moet nu een beetje hoog over antwoord geven, maar ik zal de staatssecretaris vragen om daar bij het WGO Digitalisering nader op in te gaan. Ik heb al vaker met de Europese Commissie besproken dat de Digital Services Act en andere Europese richtlijnen veel meer mogelijkheden bieden om in te grijpen. Denk aan socialmediabedrijven die de content op hun platforms minder in plaats van meer modereren, of haatdragende content of content die overduidelijk van bots komt om desinformatie te verspreiden niet verwijderen. In plaats van dat het wordt aangepakt, wordt het af en toe zelfs beloond omdat het tot meer clicks leidt. Het zou eigenlijk moeten beginnen met het benutten van de bestaande instrumenten en in de tussentijd moeten we er nieuwe instrumenten aan toevoegen.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij om dat te horen. Ik hoop dat de minister-president inzet op handhaving. Daar schort het nu echt aan, terwijl we daar nu inderdaad de mogelijkheden toe hebben onder de DSA. Ik hoop dat de minister-president daarbij nog een ander punt wil adresseren. We zien dat de Verenigde Staten en Trump de Europese Unie hebben gedwongen om haar steun in te trekken voor een conferentie over desinformatie. De VS willen dat wij onze regels niet opleggen aan de grote techbedrijven die hier daadwerkelijk wat aan kunnen doen. Hoe gaan we daarmee om?

Minister Jetten:
Ik ga hier in de tweede termijn op terugkomen, want ik ken het voorbeeld van die conferentie niet.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Dat snap ik. Ik had het in mijn inbreng benoemd, maar misschien niet specifiek genoeg, dus dat begrijp ik helemaal. We hebben de mogelijkheden om te handhaven. Tegelijkertijd zien we dat er de hele tijd geopolitieke druk is. Ik ben inmiddels van mening dat die geopolitieke druk tegengegaan moet worden, want als we desinformatie niet actiever gaan bestrijden, dan gaan we daar uiteindelijk een hele hoge prijs voor betalen. Dat doen we nu al. Ik vind dat we daar als Europese Unie en als landen op dit moment te weinig tegen optreden. Ik hoop dat de minister-president daar nog op wil terugkomen. Het gaat mij om de vraag: wat gaan we hier meer aan doen om ervoor te zorgen dat we ook die strijd gaan voeren?

Minister Jetten:
Ik kom daar straks op terug, maar ik ben het eens met de analyse van de heer Dassen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoorde de heer Van Baarle de minister-president net interrumperen over hoe wij ons positioneren ten opzichte van Rusland. Realiseert de minister-president zich dat als we straks de veto's op die onderwerpen kwijt zijn, we daar niet meer over gaan en we achter de toevallige meerderheid van dat moment aan moeten, juist als het gaat om zaken als oorlog en vrede?

Minister Jetten:
We zijn altijd onderdeel van de Europese debatten en de Europese besluitvorming. Of het nu gebeurt op basis van unanimiteit of meerderheidsbesluitvorming: Nederland zit aan tafel op het moment dat het wordt besproken en besloten. We gaan op die manier ook niet besluiten over deelname aan oorlogen of wat dan ook, want dan geldt gewoon het mandaat van het nationale parlement en de artikel 100-procedure. Mevrouw Becker zei het heel terecht: als er in de geopolitiek heel acute dingen gebeuren en Europa dan drie weken gaat vergaderen en daarna met een uitgewrongen compromis komt, dan is de impact op het wereldtoneel natuurlijk minimaal. Je wilt net als de Amerikanen, de Chinezen en anderen veel sterker staan om ook onze belangen te kunnen verdedigen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Als je het veto op het buitenlandbeleid en defensie kwijtraakt, dan geldt dat niet alleen voor acute crisissituaties, maar ook in een conflict zoals we nu hebben, dat al ruim vier jaar duurt. Als je het veto kwijt bent, dan heb je je in zaken van oorlog en vrede te conformeren aan de toevallige meerderheid van dat moment. Realiseert de minister-president zich dat?

Minister Jetten:
Laten we dan toch even kijken naar wat voor soort besluitvorming daar in de afgelopen jaren over heeft plaatsgevonden. Het ging om militaire en non-militaire steun aan Oekraïne en om het inzetten van sancties tegen de Russische Federatie. Het is gênant geweest dat we vaak zo lang over de besluitvorming hebben gedaan. Ik denk dat dat een hele beperkte vorm van buitenland- en veiligheidsbeleid is. Het ging niet om zo'n grote soevereiniteitsoverdracht dat Nederland niet meer zou gaan over zijn eigen afwegingen, in de zin van: met welk land ben je wel of niet in oorlog of in welke conflicten zet je wel of geen Nederlandse militairen in?

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar daar zal het straks juist wel over gaan. Je ziet hoe het zich nu ontwikkelt. Ik vond het trouwens barre woorden om ineens over te stappen op "vijand", maar goed, dat is aan het kabinet in dit geval. Ik begrijp dat de minister-president de sancties ten opzichte van Rusland noemt, maar het opgeven van een veto doe je voor de lange termijn. Regeren is vooruitzien. Er kan ooit een conflict komen waarvan Nederland zegt: dat is niet ons conflict. Dan word je in zaken van oorlog en vrede ergens in gerommeld omdat toevallig een meerderheid dat wil. Nogmaals: weet de minister-president nou zo zeker dat dat de weg is die wij als Nederland, als soevereine staat, op moeten?

Minister Jetten:
Binnen de bevoegdheden die de Europese Unie nu heeft in het buitenland- en veiligheidsbeleid vind ik dat zeer te rechtvaardigen, maar we zijn als kabinet wel heel kritisch op een aantal van de andere terreinen waarop men van de unanimiteit af wil, zoals op de fiscaliteit en de sociale zekerheid. Daarvoor ben ik het voor een deel eens met de inbreng van mevrouw Keijzer in de eerste termijn.

Dan het ICC. Voorop staat dat Nederland het Internationaal Strafhof zal blijven verdedigen, want de pogingen om het hof te ondermijnen, ondermijnen de gehele internationale rechtsorde. Dat raakt ons allemaal. Het hof is immers opgericht om de wereldbevolking te beschermen tegen straffeloosheid bij de ergste misdaden tegen de mens. Meer dan 120 landen zijn aangesloten bij het hof. Het is ook aan al deze landen gezamenlijk om ons in de context van de vergadering van verdragspartijen te beraden op de situatie die nu is ontstaan.

De sancties die nu door de Amerikanen zijn aangekondigd, gaan nog niet in. Er is een zesmaandenperiode. Die periode biedt ruimte voor dialoog met de VS en die 120 landen om te bezien hoe we ervoor kunnen zorgen dat het Internationaal Strafhof goed kan blijven functioneren. Wij zijn het gastland, maar er zijn een paar andere landen die echt het voortouw hebben in het onderzoeken van eventuele verbetervoorstellen. We gaan aan de hand daarvan dat gesprek over de inhoud gewoon aan, maar omdat we gastland zijn, voelen we in de tussentijd echt de verantwoordelijkheid om het hof overeind te houden. Dat doen we met zo veel mogelijk medestanders, ook in hele concrete maatregelen die we nemen om medewerkers van het hof gewoon hun dagelijkse leven te laten leiden en hun werkzaamheden voort te kunnen laten zetten.

Tegelijkertijd hebben we binnen de EU nodig dat we met elkaar alle instrumenten voorbereiden, dus ook inclusief het blocking statute, voor een eventuele situatie waarin het echt fout gaat en je die tegenmaatregelen moet inzetten. Daarbij heeft de Europese Commissie een coördinerende rol, ook in het beschermen van het hof en het mitigeren van sancties tegen Europese bedrijven, waaronder dus ook voor de continuering van de dienstverlening aan het hof. Dat is dus de inzet voor de komende tijd. We zullen u als Kamer daar ook regelmatig over op de hoogte houden. We zullen in de tussentijd beter in kaart brengen wat de gevolgen kunnen zijn van de Amerikaanse sancties voor Europese bedrijven en voor Nederlandse bedrijven, maar ook wat de gevolgen zouden kunnen zijn als de EU overgaat tot het inzetten van het blokkeerstatuut, zodat we daar met z'n allen gewoon een weloverwogen afweging in kunnen maken. Maar uiteindelijk staat voorop: hoe beschermen we de internationale rechtsorde en de werking van het hof?

De heer Van der Lee (PRO):
Ik kan de minister-president goed volgen, maar ik had ook nog gevraagd of we niet een deadline moeten hebben, zodat er zekerheid is dat het blockinginstrument klaarstaat, en dat we niet wachten tot de allerlaatste dag, want dan overval je iedereen. Hoe kijkt de minister-president daarnaar?

Minister Jetten:
Dat moet dus ruim voor die deadline van die zes maanden allemaal klaarstaan.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank voor deze opstelling. Ik vond het heel goed dat deze premier zo stelling nam en ook zei: handen af van het Internationaal Strafhof. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar wat bedoelt de premier in deze context met "verbetervoorstellen"? Hij zei in zijn beantwoording "verbetervoorstellen", maar hebben die dan te maken met het Strafhof zelf? Waar heeft dat mee te maken?

Minister Jetten:
Ja, maar wat die voorstellen zijn, moet ik ook even afwachten, omdat een aantal andere landen daar het initiatief toe hebben genomen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vraag het eigenlijk omdat ik dan denk: heeft dat te maken met dat we dan toch op de een of andere manier tegemoet gaan komen aan de eisen van de Verenigde Staten, en op welke manier dan? De Verenigde Staten vragen nogal wat. Ze zeggen dat het van hun inwoners moet afblijven et cetera. Waar moeten we dan aan denken?

Minister Jetten:
Dit is een hele terechte vraag, want we hebben vanaf de oprichting van het hof heel duidelijk gemaakt waar het hof voor moet staan. Het zal dus niet makkelijk zijn om hier overeenstemming over te bereiken. Dat is ook de realiteit.

Mevrouw Dobbe (SP):
Kunnen wij er wel op rekenen dat deze minister-president de houding blijft houden dat ons Internationaal Strafhof zijn werk moet blijven doen in alle vrijheid, ongeacht of het nou eventuele mogelijke daders vanuit de Verenigde Staten wil vervolgen et cetera, dus dat we daar geen concessies op doen omdat de Verenigde Staten nu hiermee dreigen?

Minister Jetten:
De onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof is vastgelegd in dat statuut. Dat geldt dus voor de werking van het hof, de onafhankelijkheid van de rechters en de onafhankelijkheid van de aanklagers. Dat is een heel fundamenteel beginsel. Nogmaals, we zullen kijken met welke verbetervoorstellen een aantal landen komen. We zullen moeten bezien of die kunnen voldoen aan de zorgen die leven bij de Amerikanen, die overigens geen verdragspartij zijn.

De heer Klos (D66):
Ik wil dat laatste punt toch nog wat scherper stellen. De Amerikanen zeggen: wij willen immuniteit; dat is waar we over willen onderhandelen. Het Nederlandse kabinet zegt dus eigenlijk: dat is niet conform hoe we het hof hebben ingesteld, dus daar valt niet over te onderhandelen.

Minister Jetten:
Het zal heel moeilijk worden om daar in de komende zes maanden met elkaar een oplossing voor te vinden. Maar het feit dat die zes maanden er nu zijn, komt echt door de diplomatieke druk die Nederland en een paar andere landen de afgelopen tijd op Washington hebben gezet. We zijn dus ook blij dat we deze … Ik noem het maar even "een adempauze"; dat klinkt eigenlijk vrolijker dan het is, want het zijn wel gewoon zes hele spannende maanden en het is nog ongewis wat de uitkomst zal zijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik wil het even helder krijgen. Ik heb zowel in de media als in de Kamerstukken geen honderd procent duidelijkheid gezien. Veroordeelt de minister-president de Amerikaanse sancties namens de Nederlandse regering?

Minister Jetten:
Ja.

De heer Van Baarle (DENK):
Helder. Dat vind ik mooi. Dat gebeurde in eerste instantie niet. Gaat de Nederlandse regering ook de Amerikaanse ambassadeur ontbieden?

Minister Jetten:
We zijn hier de afgelopen maanden letterlijk bijna dagelijks over in gesprek geweest met de Amerikanen. Ons standpunt en onze inzet zijn dus echt heel helder.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot. Geldt het woord "veroordelen" ook voor de activiteiten van Israël richting het ICC, onder andere voor de antisemitismebeschuldiging die herhaaldelijk wordt gedaan in de richting van dit belangrijke instituut? Dat heb ik de Nederlandse regering namelijk tot dusver nog niet horen doen. Veroordeelt de Nederlandse regering die ook?

Minister Jetten:
Ik heb deze woorden vorige week al gebruikt. Wat ik hier zeg, is dus niet nieuw. Het gaat inderdaad veel over de aangekondigde Amerikaanse sancties, die over zes maanden ingaan, maar er zijn al andere maatregelen getroffen tegen individuele leden die bij het hof werken. De ondermijning van het ICC is veel breder dan dat. Dat heb ik ook duidelijk gemaakt tijdens de AVVN-week in New York. Het gaat om de VS en de inzet van Israël, maar ook om de gesprekken die de VS met China en Rusland hebben gevoerd. Daarin wordt gezocht naar een "nieuwe coalitie", zeg ik tussen aanhalingstekens, die dan gezamenlijk het hof zou moeten ondermijnen. We moeten het dus echt in de volle breedte blijven bekijken. Het is daarom ook zo belangrijk om met die 120 lidstaten samen op te trekken.

De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.

Minister Jetten:
Voorzitter. Voordat ik bij de paar overige vragen kom: er was begrijpelijk ook aandacht voor het Midden-Oosten. Dat staat bij deze Europese Raad natuurlijk op de agenda, en ook informeel zal het veel aan bod komen, vanwege de grote zorgen die er zijn. Het uitblijven van een tweestatenoplossing wordt vaak als overkoepelende titel gebruikt, maar de realiteit op de grond is natuurlijk nog veel intenser. Er zijn grote problemen rondom het naleven van het staakt-het-vuren in Gaza, er is veel te weinig humanitaire toegang en de situatie op de grond is erbarmelijk. Maar er is ook grote druk op de Westbank met de uitbreiding van illegale nederzettingen, toenemend kolonistengeweld en onvoldoende maatregelen die daartegen worden getroffen.

Dat gebeurt allemaal in aanloop naar de Israëlische verkiezingen van later dit najaar. Daarbij vinden we het belangrijk om als EU, maar ook als internationale gemeenschap, echt gezamenlijk op te treden. Dan is de boodschap naar een nieuwe Israëlische regering helder: ongehinderde humanitaire hulp, harder optreden tegen kolonistengeweld, uitbreidingen van illegale nederzettingen stoppen, een duurzame verlenging van de banking waiver en vrijgave van Palestijnse belastinggelden, zodat de Palestijnse Autoriteit ook weer beter kan functioneren.

Tegelijkertijd blijven we in EU-verband pleiten voor de ontwapening van Hamas en voor aanvullende sancties tegen Hamas en de Palestinian Islamic Jihad. Een van de Kamerleden vroeg waarom die uitblijven. Dat is omdat er tot nu toe geen unanimiteit voor is gevonden. Nederland blijft er echter op hameren. Ook voor de Israëlische bevolking geldt namelijk dat daar een voortdurende onveilige situatie is vanuit verschillende terreurorganisaties en proxygroepen. Daarom moeten we ons daar ook tegen teweerstellen. Dat zagen we ook nadat er onlangs die verijdelde poging tot een aanslag was op de flydubaivlucht richting Israël. Daarbij zag je dat de vijandigheden, de toenemende haat en het antisemitisme op allerlei plekken weer kunnen oppoppen. Dat vraagt gewoon blijvende alertheid. De combinatie van druk en dialoog is daarom ook de komende tijd nodig. We zullen dat nationaal doen, maar voor een groot deel ook in Europees verband. Uiteindelijk zal het namelijk effectiever zijn als we het met gelijkgestemde landen in Europa gezamenlijk doen. U kent verder onze inzet als het gaat om de aankoop van wapens.

Een paar specifieke vragen waren nieuw in dit debat. Een betrof de consequenties van het afblazen van de Palestijnse verkiezingen. Het is zeer te betreuren dat de Palestijnse Autoriteit ervoor heeft gekozen om de verkiezingen uit te stellen tot september 2027. Het is namelijk echt van belang voor de diplomatieke oplossingen dat de Palestijnse Autoriteit legitimiteit heeft op basis van verkiezingen. Dat geldt ook voor een aantal noodzakelijke hervormingen die daar moeten plaatsvinden. Natuurlijk is de situatie op de grond heel complex en is het moeilijk om verkiezingen te organiseren, maar er staan ook veel partijen klaar om te helpen om de verkiezingen in goede banen te leiden.

Voorzitter. In ditzelfde blok heeft mevrouw Van der Plas aandacht gevraagd voor toenemend antisemitisme. Ik onderschrijf de zorgen daarover. We zien het ook in eigen land. Dat is ook de reden dat het kabinet 4,5 miljoen euro extra heeft vrijgemaakt voor de landelijke aanpak antisemitisme. Daarin kijken we samen met organisaties uit de Joodse gemeenschap hoe dat geld goed kan worden besteed voor het treffen van extra veiligheidsmaatregelen. Het is echter ook belangrijk om naast die harde veiligheidskant ook met elkaar in te zetten op de vrije manier van het Joodse leven in de Nederlandse samenleving, die al eeuwenlang bij ons land hoort. Ook vanuit de Joodse gemeenschap wordt meer en meer gezegd: laten we vooral daarmee bezig zijn en niet alleen met de negatieve kant.

De heer Van Baarle (DENK):
Mensen in dit land zijn de twee gezichten van deze premier zo zat. Het is echt zo'n demasqué om de Rode Lijn-Rob Jetten gezien te hebben en deze minister-president. Deze Rob Jetten houdt hier een leeg ambtelijk verhaal. Hij zegt niks over extra druk en extra sancties richting Israël en gaat gewoon met lege handen naar die Europese vergadering.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):
Hoe kan dit? Hoe kán dit?

Minister Jetten:
Het klopt gewoon niet. We hebben met dit kabinet onlangs een sanctie laten ingaan op de import van goederen uit illegale Israëlische nederzettingen. Die Nederlandse inzet heeft ertoe geleid dat meerdere landen binnen en buiten Europa diezelfde sanctiemaatregel nu hebben getroffen om daarmee de druk op de Israëlische regering op te voeren om meer humanitaire hulp tot Gaza toe te laten, om kolonistengeweld harder aan te pakken en om de uitbreidingen van illegale nederzettingen te stoppen. We hebben samen met Frankrijk, het VK en verschillende andere landen de laatste tijd de druk op de Israëlische regering opgevoerd. We blijven ons inzetten voor aanvullende sancties tegen onder andere gewelddadige kolonisten en organisaties die daar een heel kwalijke rol spelen, net als voor het in EU-verband uitbreiden van de sancties tegen een aantal ministers van de Israëlische regering. Dat moet wel met unanimiteit. We hebben daar net de discussie over gevoerd. Er zijn een paar Europese landen die daar nog geen voorstander van zijn. Wij blijven daarmee doorgaan, net als met de inzet van de minister van Buitenlandse Zaken om de naleving van artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord ook veel harder na te leven. Tegelijkertijd heeft het Nederlandse kabinet zich vanaf dag één ingezet voor meer humanitaire hulp voor Palestijnen in Gaza, onder andere met de herstelde financiering aan de hulporganisatie daar. Recentelijk is de aankondiging gedaan om in Jordanië echt op zeer grote schaal medische hulp te gaan bieden aan gewonde kinderen uit de Gazastrook. Ik laat me hier niet aanpraten dat het kabinet niets doet.

De heer Van Baarle (DENK):
Gelooft de minister-president dit zelf eigenlijk nog? Voor de verkiezingen zei hij nog: Israël pleegt een genocide. Hij zegt dat nu niet meer. Voor de verkiezingen zei hij: we moeten per direct stoppen met wapens kopen van Israël. Hij koopt dit jaar voor minimaal 163 miljoen aan wapens uit Israël; de pinautomaat van Netanyahu. Voor de verkiezingen zei hij: per direct de Palestijnse Staat erkennen. Dat doet hij niet als premier. Gelooft deze minister-president zichzelf nog? Ik kan hem vertellen dat bijna niemand in Nederland hem nog gelooft op dit onderwerp.

Minister Jetten:
Ik kan dit debat elke week met de heer Van Baarle voeren. Ik verwijs naar alle voorgaande keren waarbij ik heel duidelijk heb aangegeven dat we binnen dit coalitieakkoord echt een heel stevige balans hebben gevonden tussen druk en dialoog met het oog op de situatie voor miljoenen Palestijnen en miljoenen Israëliërs, die allemaal lijden onder terreur van terreurorganisaties en een roekeloze Israëlische regering. Daar willen we tegen optreden op een effectieve manier om ervoor te zorgen dat er uiteindelijk vrede en veiligheid komt voor zowel Israëliërs als Palestijnen. Daarin heeft de Nederlandse regering op een aantal vlakken het voortouw genomen. Het lukt ons steeds meer om andere Europese landen daarvoor aan boord te krijgen. Dat zullen we blijven doen. Zoals ik net al aangaf, doen we dat ook rondom de Israëlische verkiezingen om duidelijk te maken aan een volgend Israëlisch kabinet dat er echt een andere houding wordt verwacht en dat we als internationale gemeenschap anders bereid zijn om de druk op te voeren.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Dit is gewoon wat mensen in toenemende mate haten aan de politiek: iemand die beloftes niet nakomt, iemand die principes inwisselt voor de macht, iemand die het weggeeft aan Yeşilgöz van de VVD en het hier staat te verdedigen alsof het geweldig is. Wat deze minister-president levert, is een nul. Het is gewoon een nul als je het vergelijkt met wat hij hiervoor zei, namelijk genocide erkennen, Palestina erkennen en stoppen met wapens kopen. Hij doet het allemaal niet. Het is een nul. Ik vind dat de minister-president dat hier niet met droge ogen kan verdedigen. Ik vind dat hij zich ervoor moet schamen.

Minister Jetten:
Dan kan de heer Van Baarle ook even te rade gaan bij de Palestijnse ambassadeur in Nederland, die wel degelijk heeft aangegeven dat de koers van dit kabinet helpt om via druk en dialoog zowel voor Palestijnen als voor Israëliërs tot een betere toekomst te komen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister-president had het over het Joodse vrije leven zoals we dat al eeuwen kennen. Nou had dat natuurlijk een aantal zeer grote dieptepunten. Een nieuw dieptepunt is nu bereikt. Je ziet op steeds meer plekken mensen met spandoeken met "we support Hamas", met Hezbollah-verering, met verering van terroristische organisaties. Het leven van Joodse mensen is dus niet meer zo vrij. Sterker nog, ze zitten achter hoge hekken. Kinderen zitten op zwaarbewaakte scholen. De herdenking van vorige week, 7 oktober, in een synagoge was zwaarbewaakt en op een locatie die geheimgehouden moest worden. Dat leven is dus helemaal niet meer zo vrij.

De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is de volgende. Ik heb in het debat zojuist een aantal concrete dingen genoemd. Zo heb ik de minister-president gevraagd of hij de volgende vragen wil aankaarten. "Hoe kunnen we als Europese lidstaten gezamenlijk het antisemitisme, de Jodenhaat, dat zich als een gif verspreidt, aanpakken?" En: "Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit soort mensen niet meer Europa binnen kan komen en zich niet meer in de samenleving kan mengen om dit soort dingen te doen?" Is de minister-president daartoe bereid?

De voorzitter:
U krijgt hierna nog één vervolgvraag, want dit waren er echt twee.

Minister Jetten:
Excuus dat ik daar net niet zo expliciet op was ingegaan. Ik heb al een aantal keren met verschillende Europese regeringsleiders gesproken over onze nationale aanpak tegen antisemitisme, wat andere landen doen en wat we daarvan kunnen leren. Ik heb daarover met onder anderen de Duitse bondskanselier al regelmatig van gedachten gewisseld. Maar ik ben zeer bereid om te kijken of we dat nog verder kunnen intensiveren, zeker ten aanzien van het verder voorkomen dat mensen die hier niks te zoeken hebben, hier op een hele verwerpelijke manier haat komen zaaien en verspreiden. Ik neem dit dus gewoon mee. Ik denk niet dat dat bij deze Europese Raad heel snel aan de orde zal komen, maar ik zal dat in een aantal bilaterale contacten doen. Dat zal ik dan op een later moment aan de Kamer terugkoppelen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, afrondend. Wij horen ook geluiden uit het buitenland, van mensen die ons benaderen en zeggen: wat is er bij jullie in Nederland aan de hand? Zij hebben eigenlijk nooit zo meegemaakt dat ze uit een tolerant land als Nederland die beelden zien met al die spandoeken en demonstraties. Ik zou dus graag willen dat die inzet erop gericht is om echt met andere lidstaten te spreken over niet alleen de vraag wat je van andere lidstaten kunt leren, maar ook de vraag hoe we dit gezamenlijk aan kunnen pakken. We zijn niet voor niets een EU: die moet hier gezamenlijk een vuist tegen maken.

Minister Jetten:
Ja, je moet leren van andere landen hoe je effectiever antisemitisme kunt bestrijden en het vrije Joodse leven kan promoten. Ik denk ook dat een deel van de discussie gaat over de vraag: wat zien we in het Nederlandse straatbeeld? Dat vraagt ook gewoon harder optreden op de momenten dat het moet en kijken hoe je burgemeesters, politie en OM op lokaal niveau beter in staat kan stellen om in te grijpen bij demonstraties of uitingen die we niet door de beugel vinden kunnen. Wat dat betreft is het kabinet natuurlijk breder bezig om het demonstratierecht te herzien.

Mevrouw Dobbe (SP):
Wij voeren nu al een aantal jaren bijna hetzelfde debat over Gaza. Daarom zegt deze premier ook terecht: ik hoor geen nieuwe dingen. Dat is eigenlijk intens verdrietig. Kijk naar wat er nu aan de hand is in Gaza en wat er aan de hand was in Gaza. Sinds de vorige Rode Lijndemonstratie zitten de Palestijnen op 30% van het gebied dat nog over is van Gaza, met niks. 6.000 kinderen missen een of twee benen en krijgen geen protheses, omdat die van Israël niet naar binnen mogen. Dat is de situatie nu.

De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Wat zo triest is van het feit dat wij al die jaren ditzelfde debat voeren, is dat we eigenlijk weten dat Nederland volgens het Genocideverdrag moet opschalen. Als iets niet werkt, moeten we meer doen. Waarom voeren wij nu dus al jaren hetzelfde debat en waarom schaalt Nederland niet genoeg op?

Minister Jetten:
We hebben dit jaar de humanitaire hulp die we bieden alweer fors opgeschaald. Die komt overigens wel te weinig de Gazastrook binnen, dus daar spreken we de Israëlische regering regelmatig op aan. Ook werken we in de Europese Raad zowel op ministersniveau als op mijn niveau aan het uitbouwen van de coalities om aanvullende sanctiemaatregelen te treffen, dan wel de druk zo op te voeren dat de Israëlische regering het beleid ten aanzien van de Gazastrook aanpast. Tegelijkertijd wordt Hamas ook aangesproken op zijn deel van de naleving van het staakt-het-vuren, ontwapening en het opgeven van enige rol in het bestuur van de Gazastrook, zodat de Palestijnen daar in staat worden gesteld om weer een fatsoenlijke toekomst op te bouwen.

Mevrouw Dobbe (SP):
In alle eerlijkheid, ook dit gaat al een aantal jaren hetzelfde. Een minister of een premier somt dan op wat we allemaal al doen. Ondertussen zien we in Gaza geen resultaat, want we zien dus geen verandering van houding en actie van de Israëlische regering. We zien die genocide gewoon doorgaan. Daarom vraag ik de premier nu ook — ik spreek hem echt aan vanuit het hart — om op te schalen, ook volgens het Genocideverdrag. Als iets niet werkt — we zien nu dat het niet werkt — moeten we meer maatregelen nemen. Mijn vraag is dus: welke extra maatregelen gaat deze premier dan nemen?

Minister Jetten:
Daarbij is de inzet echt gericht op het uitbouwen van de internationale coalitie, zodat er in Europa geen blokkades meer zitten op het treffen van aanvullende maatregelen. Maar ook buiten de EU wordt er echt samen opgetrokken, zoals tijdens de AVVN-week, met verschillende landen uit Europa, zoals het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, Canada, Australië en landen uit de Golfregio. We bekijken hoe we richting de Israëlische verkiezingen de druk in de dialoog kunnen opvoeren en ook duidelijk kunnen maken dat zonder beleidswijziging na de verkiezingen de internationale coalitie bereid is om aanvullende maatregelen te treffen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar zoveel tijd hebben we toch niet meer? Nu wonen de Palestijnen op 30% van Gaza. Zo meteen is dat 20% en daarna is het niks, want dan is de genocide gewoon voltooid. Zoveel tijd hebben we toch niet meer? We moeten toch ook als Nederland dan doen wat we kunnen? Dat vragen we ook al jaren. Waarom doen we niet als Nederland wat we kunnen? Als er binnen de Europese Unie geen meerderheid te vinden is, waarom doen we dan niet met een coalition of the willing in ieder geval wat we kunnen? Je kunt komen met een handelsembargo of wapenembargo, of je kunt de Palestijnse Staat erkennen; wat dan ook. Daar vraagt de Rode Lijncoalitie ook om. Wat zegt de premier tegen hen en hun eisen?

Minister Jetten:
Dat we dat horen en dat we onder andere daarom recentelijk sancties tegen de import van goederen uit illegale nederzettingen hebben laten ingaan, die ook effectief blijken te zijn en ertoe leiden dat andere landen dat voorbeeld volgen.

De heer Stöteler (PVV):
Ziet de premier toch wel het verband tussen kritiek op Israël en het toenemende antisemitisme, onder meer in Nederland?

Minister Jetten:
Op de eerste plaats vind ik het vrij bizar dat Joodse Nederlanders zich zouden moeten verantwoorden voor een regering van een ander land. Ik denk dat het daar al heel vaak erg misgaat. Wel denk ik dat we allemaal enorme emoties voelen bij de oorlog in het Midden-Oosten, of je nou meer van de pro-Israëlische dan wel de meer pro-Palestijnse kant bent. Iedereen die de beelden daar ziet, gaat dat niet in de koude kleren zitten. Dat heeft de afgelopen jaren ook echt tot een verharding van het debat in Nederland geleid. Joodse Nederlanders komen dan veel te vaak in de verdrukking. We moeten er dus ook allemaal voor opstaan dat we de veiligheid van Joodse Nederlanders samen verdedigen. Dat is geen verantwoordelijkheid van een Joodse student die daarmee wordt geconfronteerd of van een Joodse winkelier van wie de ruiten opnieuw worden ingegooid. Dat is echt een verantwoordelijkheid die we collectief dragen met elkaar.

De heer Stöteler (PVV):
Dat is fijn: de minister-president ziet ook het verband tussen kritiek op Israël en antisemitisme. Misschien zou het dan helpen als ook dit kabinet iets minder die belachelijke focus op Israël heeft. Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten. Het land is een existentiële strijd aan het voeren, een strijd om zijn eigen bestaan. Het kabinet zou ook wat meer focus moeten hebben op wat de vijanden om die staat heen allemaal aan het doen zijn, of het nou Hamas of Palestinian Islamic Jihad is, Hezbollah of de Houthi's. Daar zou ook eens wat meer aandacht aan gegeven moeten worden.

Minister Jetten:
Nederland is de afgelopen jaren bijvoorbeeld een van de grootste pleitbezorgers geweest om de Iraanse Revolutionaire Garde op de sanctielijsten te plaatsen. Dat geldt ook voor Hamas en voor de Palestijnse Islamitische Jihad. Waarom lukt het dan vaak niet om de sancties uit te breiden? Dat is omdat dat in de discussies in de Europese Raad altijd wordt gekoppeld aan meer sancties tegen gewelddadige kolonisten. De enige mogelijkheid voor extra stappen is een gebalanceerd pakket aan sancties tegen beide genoemde groepen. Daar is op dit moment nog geen overeenstemming over.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stöteler (PVV):
Ik wil ook niet dat kritiek op Israël leidt tot antisemitisme in Nederland. Het gebeurt nou eenmaal. Om het antisemitisme hier iets terug te dringen, zou het misschien helpen om eens wat minder kritiek te hebben op Israël, wat meer begrip te tonen voor de strijd die dat land aan het voeren is en daar wat milder over te praten. Is de premier bereid om in deze Europese Raad nou eens te pleiten voor geen Europese sancties tegen Israël?

Minister Jetten:
Nee. Dan verwijs ik gewoon naar de inzet die we hebben.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De minister-president doet alsof het klimaat in Nederland, dat nu leidt tot een compleet onveilige situatie voor elke Israëli, zomaar ontstaan is. Ziet de minister-president dan op geen enkele manier een verband met zijn eigen opereren in de tijd dat hij nog Kamerlid was en hij te pas en te onpas overal maar rondgestrooid heeft dat er sprake is van genocide? Dat is overigens in strijd met onze rechtsstaat, waarin je onschuldig bent totdat het tegendeel bewezen is.

Minister Jetten:
Nee. Ik begrijp de vraag eigenlijk niet. Ik sta hier nu ook als minister-president vragen van de Kamer te beantwoorden, niet als voormalig Kamerlid.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat snap, zie en weet ik. Maar heeft het feit wat er de afgelopen jaren gebeurd is in Nederland … Begrijp me niet verkeerd: die oorlog in Gaza is afgrijselijk; het is ook afschuwelijk dat al die kinderen daar zijn overleden. Maar heeft het feit dat heel veel politici te pas en te onpas zeggen dat er sprake is van genocide — dat is trouwens in strijd met de uitspraak van het gerechtshof dat over deze zaak gaat — en vervolgens zelfs overgegaan zijn tot allerlei maatregelen die niet genomen worden voor andere staten, waar vaak veel extremere situaties aan de hand zijn, geen enkele invloed gehad op het klimaat zoals dat nu in Nederland bestaat?

Minister Jetten:
Ik heb volgens mij net in mijn antwoord richting de heer Stöteler gesproken over alle emoties die we voelen bij dit conflict, dat al decennialang gaande is en waar bijna iedereen wel een mening over heeft. De ontzettende gewelddadigheden die we de afgelopen jaren hebben gezien en de verschrikkelijke beelden van de aanslag op 7 oktober en van de oorlog in Gaza leiden tot veel emoties, woede, frustraties en ook tot een verharding van het debat. Het is dus belangrijk dat we allemaal onze woorden zo zorgvuldig mogelijk kiezen. Mensen die zich op een onacceptabele manier uiten, in een debat of bij demonstraties, moeten we daarop aanspreken, of waar nodig aanpakken. Maar ik denk wel dat het belangrijk is dat je ook de ruimte hebt om je uit te spreken tegen gruwelheden of gewelddadigheden, of dat nou in dit conflict of een ander conflict is. Maar we zijn er met elkaar bij hoe we dat debat voeren.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De minister-president valt weer terug op de voorbereide tekst. Laat ik het anders proberen, met D66-woorden: woorden doen ertoe. Ik denk dat de minister-president deze kent. Wil de minister-president hier dan bevestigen dat er pas sprake is van genocide als het Internationaal Gerechtshof dat vaststelt?

Minister Jetten:
Op een gegeven moment zal het Internationaal Gerechtshof daar een uitspraak over doen. Tegelijkertijd hebben we onder de internationale verdragen ook de verantwoordelijkheid om gruwelheden en dreiging daarvan te voorkomen. Daarom hebben Nederland en de internationale gemeenschap soms ook al eerder maatregelen te treffen.

Voorzitter. Dan nog een paar overige vragen. Dat kan heel kort. Op 2 december organiseren we weer die AI-top met Frankrijk. Dit keer zijn ook Duitsland, Zweden en Finland uitgenodigd om samen te kijken hoe we een aanjaagrol kunnen spelen in het verder verstevigen van de Europese AI-aanpak. Ik zal uw Kamer na afloop van die top informeren over de uitkomsten en het vervolg.

Als het gaat om de Methaanverordening heeft de Commissie aangegeven op zeer korte termijn met voorstellen te komen rondom de importvereisten. Die voorstellen wachten we af. Die kunnen denk ik ook helpen bij een ordentelijke implementatie van de Methaanverordening, zonder dat dat onwenselijke consequenties heeft voor de leveringszekerheid in Europa.

Dan de vraag van de heer Krul over een militair Schengen. Er komt een voorstel om voor eind 2027 een EU-breed militair mobiliteitsgebied op te zetten. Dat is een belangrijke stap richting een militair Schengen, bijvoorbeeld met kortere termijnen voor vergunningen voor militair transport en een EU-breed digitaal systeem dat dat überhaupt gaat versimpelen. Nederland zet daarbij maximaal in op harmonisatie van wetgeving in alle EU-lidstaten.

De Nederlandse Wet openbare … De Woo, bedoel ik. Sorry, ik was de afkorting even vergeten door het tijdstip.

De voorzitter:
De Wet open overheid.

Minister Jetten:
De Wet open overheid, ja. Dank. Daar vallen tekstberichten onder, dus wellicht kan dat als inspiratie dienen voor de Europese Commissie, zeker na de uitspraak die door het Gerecht is gedaan richting de voorzitter van de Europese Commissie.

Zijn we bereid om artikel 50 te benutten? Nee.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aanbeland bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef als eerste het woord aan de heer Dassen. U heeft allen in tweede termijn een derde van de spreektijd die u had in eerste termijn. Het woord is aan de heer Dassen.


Termijn inbreng

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de beantwoording. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het ICC alle nodige bescherming verdient vanuit Nederland en Europa;

verzoekt de regering:

  • pal achter het ICC te gaan staan, en daarbij geen middel te schuwen om het hof, het personeel en de toeleveranciers te beschermen;
  • te waarborgen dat Europese landen hierin gezamenlijk optrekken;
  • de 124 andere landen die aangesloten zijn bij het hof te betrekken in de bescherming van het hof,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Van der Lee, Klos, Krul, Van Baarle, Dobbe, Teunissen en Struijs.

Zij krijgt nr. 2433 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat desinformatie een steeds grotere dreiging is voor Europese lidstaten;

verzoekt de regering om bij de Europese Commissie aan te dringen op stevigere handhaving van de DSA en om desinformatiecountermogelijkheden met andere landen te coördineren en te versterken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 2434 (21501-20).

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dan nog één kort punt richting de minister-president. Ik ben blij dat op 2 december met andere landen een top wordt georganiseerd over AI. De vraag die ik bedoelde te stellen was wanneer AI een centraal onderwerp is op de Europese top. Ik heb daar natuurlijk al vaker om gevraagd. De reden is dat de dreiging zo ontzettend snel groter wordt. Gisteren gaf Anthropic weer aan dat nu ook huishoudelijke apparaten zoals ovens en tv's inmiddels makkelijk gehackt kunnen worden door AI-agents die helemaal rogue gaan, die helemaal losgeslagen zijn en zichzelf zelfstandig kunnen vermenigvuldigen. Ik denk dat we als Europese gemeenschap maar ook als wereldgemeenschap er echt wat aan moeten doen om ons hiertegen te blijven verweren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos namens D66.

De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik heb ook twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de huidige praktijk bij de opening en sluiting van toetredingsclusters en onderhandelingshoofdstukken een veto door een lidstaat mogelijk is;

overwegende dat de Europese Commissie heeft voorgesteld om dit aantal veto's terug te brengen maar in het algemeen wel vetorecht te behouden in het toetredingsproces;

verzoekt de regering om zich tijdens de Europese Raad in te zetten voor het beperken van veto's tot de belangrijke momenten in het toetredingsproces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 2435 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het nieuwe voorstel van het Ierse voorzitterschap wordt bezuinigd op wetenschap, innovatie en concurrentievermogen en dat de link tussen sociaal-economische hervormingen en uitkeringen van Europese fondsen wordt verzwakt;

overwegende dat deze voorstellen afbreuk doen aan de noodzakelijke modernisering van de Europese economie;

verzoekt de regering zich in te zetten voor meer investeringen in wetenschap, innovatie en concurrentievermogen, en voor het herstel van de koppeling tussen sociaal-economische hervormingen en de toekenning van Europese fondsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 2436 (21501-20).

De heer Klos (D66):
Tot slot nog een laatste vraag voor de premier. We hebben het gehad over de uitbreiding van de Europese Unie, maar daarbij is één land nog niet specifiek genoemd. Dat is het Verenigd Koninkrijk. Dat is wel veelvuldig in het nieuws geweest. Een aantal Europese leiders hebben gezegd: ja, als jullie erin willen, gaan we jullie met open armen verwelkomen. Ik vraag me af hoe de premier daarnaar kijkt en wat hij daar nog over wil zeggen.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de minister-president om te erkennen dat Israël een genocide pleegt in Gaza,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2437 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om bij de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader als eis en voorwaarde voor steun te stellen dat er geen Europees geld naar projecten met/in Israël mag gaan, uitgezonderd humanitaire hulp en mensenrechtenbescherming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2438 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om een totaal handelsembargo tegen Israël te bepleiten, uitgezonderd humanitaire hulp,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2439 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om bij alle vormen van betalingen bij "migratiesamenwerking" in te zetten op een harde mensenrechtenclausule, waardoor betalingen direct worden stopgezet of teruggevorderd indien de mensenrechteneisen door het land waarmee wordt samengewerkt structureel niet worden gerespecteerd, uitgezonderd humanitaire bijdragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2440 (21501-20).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het antwoord van de minister-president over wat hij gaat bepleiten tijdens de Europese top over hoe druk te zetten op Israël was leeg. Waar gaat de minister-president nu concreet voor pleiten? Voor het stopzetten van het handelsdeel van het associatieverdrag? Voor een Europees importverbod? Waar gaat hij nu voor pleiten?

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stöteler namens de PVV. O, wacht even, meneer Van Baarle. Max twee vervolgvragen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Toch even één vraag. Het is misschien een beetje plagerig: geldt die laatste motie ook voor Turkije?

De heer Van Baarle (DENK):
De laatste motie? Help mij. O, over mensenrechteneisen. Er staat in de motie niet dat welk land dan ook is uitgezonderd.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stöteler namens de PVV.

De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Is de minister-president bereid om Von der Leyen formeel aan te spreken op haar appjes? Ik heb vijf moties. Die zijn kort, dus ik zeg vast tegen de bode: dat gaat snel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet niet in te stemmen met een MFK en EMB dat de Nederlandse nettoafdracht ten opzichte van het vorige MFK/EMB verhoogt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stöteler.

Zij krijgt nr. 2441 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet niet in te stemmen met een nieuw "eigen middel" dat feitelijk een Europese belasting op Nederlandse burgers en bedrijven is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stöteler.

Zij krijgt nr. 2442 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet met geen enkele Europese sanctiemaatregel tegen Israël in te stemmen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler en Wilders.

Zij krijgt nr. 2443 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet in de Europese Raad uit te dragen dat Nederland op geen enkel beleidsterrein bereid is tot afschaffing van besluitvorming bij unanimiteit en daarmee het Nederlandse veto op al die terreinen te behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2444 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet een nexit aan te kondigen en daartoe formeel artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te activeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler en Wilders.

Zij krijgt nr. 2445 (21501-20).

De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Becker namens de VVD in tweede termijn. De moties zijn korter dan anders. Dat doet mij goed. Dat geldt voor iedereen. Ik hoop dat we dit volhouden tot de laatste spreker. Gaat uw gang, mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik was nog even aan het bijkomen van alle PVV-moties die zich met de EU willen bemoeien en vervolgens een nexit aankondigen, maar dit gaat van mijn tijd af.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerdere EU-lidstaten, waaronder Nederland, in Europees verband bezig zijn met het optuigen van terugkeerhubs;

overwegende dat, aangezien het om een Europees initiatief gaat, deze terugkeerhubs ook volledig of gedeeltelijk via het MFK gefinancierd kunnen worden;

verzoekt de minister-president zich er tijdens de onderhandelingen over het nieuwe MFK voor in te zetten dat Europese initiatieven op het gebied van migratie, waaronder terugkeerhubs, uit de Europese meerjarenbegroting kunnen worden gefinancierd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Becker en Keijzer.

Zij krijgt nr. 2446 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie via het Preparing for a Wider Union-plan meerdere maatregelen heeft voorgesteld om de Europese Unie klaar te maken voor uitbreiding met nieuwe lidstaten;

overwegende dat dit plan een aantal goede elementen bevat, maar sommige maatregelen indruisen tegen de belangen van Nederland;

verzoekt de mp om tijdens de Europese Raad en bij het vervolgproces zich in ieder geval in te zetten voor de volgende voorwaarden als onderdeel van het hervormen van het Europese besluitvormingsproces rond EU-uitbreiding:

  • de Kopenhagencriteria blijven het uitgangspunt voor volwaardige toetreding van kandidaat-lidstaten;
  • het behoud van veto's bij de stappen in het EU-toetredingsproces;
  • in de eerste periode na toetreding geen veto's voor nieuwe lidstaten op het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid en de besluitvorming rondom het MFK,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Becker, Keijzer en Krul.

Zij krijgt nr. 2447 (21501-20).

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. Ik had eigenlijk een derde motie, over goldplating, maar daarover heb ik al een toezegging gekregen. Dank daarvoor. Ik was benieuwd wanneer de Kamer geïnformeerd kan worden over de inzet van Nederland om ook zo veel mogelijk lidstaten die geen onderdeel zijn van de coalitie tegen goldplating bij het initiatief te betrekken.

De voorzitter:
Dank u wel. En waar u het had over de mp, had u het natuurlijk over de minister-president.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja.

De voorzitter:
Er is nog een interruptie van de heer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):
Mevrouw Becker heeft op zich een redelijk verhaal over de Kopenhagencriteria bij uitbreidingen, maar geldt dat nou voor de criteria op papier? Ze heeft vast het interruptiedebatje gehoord. Of geldt het ook daadwerkelijk voor de implementatie van de wetten in de praktijk?

Mevrouw Becker (VVD):
Zeker ook daadwerkelijk in de praktijk. Daar heb ik zelf eerder ook vragen over gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van Montenegro en de mate waarin het op dit moment ook in de praktijk in staat is zijn grenzen te controleren en daarvoor daadwerkelijk de juiste software heeft, in plaats van alleen op papier aan te tonen dat het bepaalde zaken op orde heeft. Het gaat dus uiteraard om de praktijk.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mij staat bij dat ik de motie die eindigde over het MFK zou medeondertekenen. Mevrouw Becker kijkt … Dan bekijken we het nog eventjes.

Mevrouw Becker (VVD):
Iedereen die nog onder deze motie wil staan, kan zich melden. Ik zie nu allemaal mensen rennen naar de interruptiemicrofoon.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit wordt gewoon een polonaise, en dat bij een Europadebat. Wie had dat gedacht?

De voorzitter:
We zullen in ieder geval mevrouw Keijzer onder de motie schrijven, als mevrouw Becker dat goedvindt. Het woord is aan meneer Van der Lee voor zijn tweede termijn namens PRO.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank, voorzitter. Ook veel dank aan de minister-president voor zijn antwoorden in de eerste termijn. Ik heb een paar moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Frankrijk en Duitsland zich hebben uitgesproken voor een slagvaardigere Unie ter bescherming tegen onrechtmatige handelspraktijken van derde landen;

verzoekt het kabinet zich bij de analyse en inzet van Frankrijk en Duitsland aan te sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Klos en Krul.

Zij krijgt nr. 2448 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Ierse voorzitterschap serieuze reducties heeft voorgesteld op de MFK-budgetten voor concurrentievermogen en innovatie (pijler 2) en wereldwijde partnerschappen (pijler 3);

overwegende dat dit juist de dossiers zijn waarop Europa ambitie moet tonen;

verzoekt het kabinet niet in te stemmen met reducties op deze budgetten ten opzichte van het voorstel van de Europese Commissie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Dassen.

Zij krijgt nr. 2449 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Servië zich met het militaire eerbetoon bij de begrafenis van oorlogscrimineel Ratko Mladić, de destabiliserende invloed in de regio, de nauwe banden met Rusland en China en de afbreuk van de rechtstaat steeds verder distantieert van Europa;

verzoekt het kabinet om bij de Europese Commissie te pleiten voor de bevriezing van de fondsen voor Servië onder het EU-Groeiplan voor de Westelijke Balkan, zolang Servië deze koers niet wijzigt;

verzoekt het kabinet om bilateraal dan wel via de EU fondsen vrij te maken voor steun aan het maatschappelijk middenveld in Servië,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Dassen en Klos.

Zij krijgt nr. 2450 (21501-20).

De heer Van der Lee (PRO):
Ik heb nog één opmerking over eigen middelen. Ik vind het te gemakkelijk dat de minister-president zegt dat hij de voorstellen afwacht, daar waar het belangrijk is om ook progressieve eigen middelen voor te stellen. Kan de minister-president aangeven op welk punt Nederland zich hard wil maken?

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Krul voor zijn tweede termijn namens het CDA. Het woord is aan De Slimste Mens.

De heer Krul (CDA):
Nou … Goed, voorzitter. Ik heb één motie, maar die is wel drie pagina's lang. Dat is dan weer …

De voorzitter:
Nou …

De heer Krul (CDA):
Nee, geintje. Dat is niet zo. Ik kan het zonder moties, voorzitter. Dank aan de minister-president. Ik heb mij laten vertellen dat ze in Montenegro "hvala" zouden zeggen. Ik daag de minister-president er zeker niet toe uit dat ook te zeggen.

Voor het CDA is het belangrijk dat de minister-president bij de aankomende Europese top zijn positie markeert als het gaat over het Meerjarig Financieel Kader. Dit Ierse voorstel is wat ons betreft gewoon onacceptabel. In een tijd waarin veel lidstaten hun nationale competenties onder druk zien staan, ook de betaalbaarheid van deze nationale competenties, moet de Europese Unie niet juist op die verouderde subsidies gaan intensiveren. Dat zijn verouderde structuren die voor het jaar 2000 zijn opgericht. Het MFK gaat richting de 2.000 miljard euro, waarvan de Nederlandse inwoner een nettobetaler is. De Europese begroting moet er vooral op toezien dat we concurrerend, innovatief en daadkrachtig zijn, niet log en verouderd.

Tot slot, voorzitter. Ik wil de minister-president danken voor zijn scherpe woorden aangaande de Russische vijandigheden. Ik vond dat hij dat heel goed heeft verwoord. Ik ga er voor de volle honderd procent van uit dat hij deze woorden bij de Europese top zal herhalen.

Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Dank aan de minister-president voor de beantwoording en voor de inzet van dit kabinet ten aanzien van het MFK. Het zal u niet verwonderen dat wij liever nog meer van de Europese meerjarenbegroting af zouden willen halen, maar het is in ieder geval goed dat het kabinet in Brussel aan de andere kant van het bootje gaat hangen. Ik wens u veel succes en wijsheid. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie voorstelt om de financieringsmethodiek van het coronaherstelfonds ook toe te passen binnen de nieuwe Europese meerjarenbegroting;

overwegende dat de Europese Rekenkamer heeft gewezen op het belang van controle op daadwerkelijk gemaakte kosten en verificatie van behaalde mijlpalen en doelstellingen voorafgaand aan uitbetaling bij resultaatgerichte financiering;

verzoekt de regering zich bij de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader ervoor in te zetten dat de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer worden overgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen, Becker, Krul en Klos.

Zij krijgt nr. 2451 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Duitse bondskanselier Merz en de Franse president Macron voorstellen om bij nieuwe Europese handelsmaatregelen gebruik te maken van omgekeerde gekwalificeerdemeerderheidsbesluitvorming;

overwegende dat hiermee de macht van de Europese Commissie wordt vergroot, terwijl dergelijke ingrijpende handelsmaatregelen, met potentieel verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse economie, voorafgaande goedkeuring door een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten behoren te vereisen;

verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat bij de nieuwe Europese handelsinstrumenten geen omgekeerde gekwalificeerdemeerderheidsbesluitvorming wordt ingevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2452 (21501-20).

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie het vetorecht van individuele lidstaten in wil perken;

verzoekt de regering niet in te stemmen met het inperken van het vetorecht van individuele lidstaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 2453 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie de meerjarige EU-begroting flink wil verhogen;

verzoekt de regering niet in te stemmen met een verhoging van de EU-begroting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 2454 (21501-20).

Mevrouw Dobbe (SP):
Samenwerken ja, superstaat nee. Dat lijkt me een duidelijke opstelling, en wat ons betreft gaat deze premier die uitdragen. Ik wil de premier ook nog tot het volgende oproepen. Aan het einde van dit hadden we het er even over, en ik weet dat wat er in Gaza gebeurt deze premier ook aan hart gaat. Ik weet dat hij het ziet en ik weet dat hij dat voelt, maar ik weet ook dat hij het Genocideverdrag kent. Het Genocideverdrag zegt: zelfs al erken je niet dat het genocide is — wij doen dat wel — dan moet je bij een risico op genocide dat is bevestigd door het Internationaal Gerechtshof, alles doen wat redelijkerwijs kan, en als dat niet effectief is, moet je opschalen. Ik wil dus deze premier echt op het hart drukken: neem extra maatregelen, want wat Nederland op dit moment doet … We kunnen ons op de borst kloppen omdat het heel veel is, maar we zien dat het niet werkt. We zien dat het in Gaza alleen maar slechter wordt. Als het niet werkt, moeten we opschalen. Ik zou dus graag van deze premier horen wat hij nog extra gaat doen zodat we echt voldoen aan het Genocideverdrag.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Keijzer voor haar tweede termijn.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat binnen de Europese Unie wordt gesproken over verdere beperking van het unanimiteitsvereiste en het nationale vetorecht;

overwegende dat het opgeven van vetorechten een ingrijpende beperking vormt van de Nederlandse zeggenschap;

overwegende dat zulke besluiten ook via bestaande verdragsmechanismen tot stand kunnen komen met zware waarborgen;

van mening dat het weggeven van het vetorecht niet zonder dergelijke democratische en constitutionele waarborgen mag plaatsvinden;

verzoekt de regering:

  • te onderzoeken op welke wettelijke wijze kan worden vastgelegd dat besluiten tot het opgeven van vetorechten binnen parlementaire goedkeuring een verzwaarde procedure vereisen;
  • de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren;
  • tot die tijd niet in te stemmen met voorstellen die leiden tot verdere beperking van het Nederlandse vetorecht op in ieder geval MFK, uitbreiding, belastingen en sociale zekerheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Keijzer.

Zij krijgt nr. 2455 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie het afschaffen van veto's koppelt aan toekomstige uitbreiding van de EU;

overwegende dat uitbreiding geen argument mag zijn om nationale vetorechten af te schaffen;

overwegende dat lidstaten gewoon volledig moeten voldoen aan de toetredingsvoorwaarden;

verzoekt de regering om bij uitbreiding van de EU de Kopenhagencriteria ten volle te toetsen en veto daarvoor in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Keijzer.

Zij krijgt nr. 2456 (21501-20).

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Een machine, voorzitter!

De voorzitter:
Absoluut, absoluut. Het woord is aan meneer Dekker namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):
Dank u wel. Ik heb een paar moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Defensie en de premier hebben uitgesproken dat Rusland de vijand is;

spreekt uit dat Rusland niet de vijand van Nederland is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 2457 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

roept de regering op bij de komende Europese top te pleiten voor vredesbesprekingen met Rusland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 2458 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

roept de regering op bij de komende Europese top te pleiten voor verlaging van het EU-budget in plaats van de geplande forse verhogingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 2459 (21501-20).

De heer Dekker (FVD):
De laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat Nederland de Europese Unie zo snel mogelijk moet verlaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 2460 (21501-20).

U heeft nog een interruptie van de heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Die gaat over de eerste motie. De heer Dekker weet dat ik het er niet mee eens ben dat de Nederlandse regering uitspreekt dat Rusland de vijand is. Erkent de heer Dekker dat Rusland zich agressief in onze richting gedraagt? Erkent de heer Dekker dat er vanuit Rusland sprake is van activiteiten die destabiliserend zijn?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb er geen vragen over gesteld in dit debat, maar ik verbaas me een beetje over de stelligheid waarmee er wordt gesproken over "hybride dreigingen", want ik heb daar nog helemaal geen bewijs van gezien. Het is allemaal circumstantial evidence, wat mij betreft. Ik ben daar dus niet van overtuigd. Dat is het eerste. Ik zie dus niet dat Nederland actief bedreigd zou worden door Rusland. Dat Rusland actief in oorlog is met Oekraïne, is duidelijk. Dat kun je "agressief" noemen, maar ook "defensief". Dat laatste vindt Rusland. Dat is een kwestie van hoe je ernaar kijkt, denk ik. De hele oorlog werkt inderdaad destabiliserend voor Europa. Dat ben ik met u eens.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik probeer gewoon even helder te krijgen waar de heer Dekker staat wat betreft deze motie. Ik vind niet dat de Nederlandse regering moet zeggen dat Rusland onze vijand is. Ik wil helemaal geen vijand. Tegelijkertijd erken ik wel dat Rusland daden onderneemt, ook in de richting van Nederland, die neerkomen op spionage, die proberen te ondermijnen en te destabiliseren. Alle diensten wijzen er ook op. Ik vraag aan de heer Dekker: liegen die diensten dan? Liegt de Nederlandse regering als ze dat zeggen? Is dat dus allemaal niet waar, of erkent hij dat dat wel het geval is?

De heer Dekker (FVD):
Dit is een mandje aan dingen … Er zal ongetwijfeld gespioneerd worden. Wij spioneren voortdurend bij elkaar. Daar zal Rusland zonder enige twijfel aan meedoen. Dat zou me dus niks verbazen. Het gaat erom of we te maken hebben met agressie en actieve hybride dreiging naar Nederland. Daar heb ik geen voorbeelden van gezien, anders dan verhalen die daaraan worden toegeschreven. Daarom vind ik dat wij Rusland niet in directe zin als vijand zouden moeten zien.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over de ingediende motie over het onderhandelen. Klopt het dat het woord "Oekraïne" daarin ontbreekt?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb geen motie ingediend over onderhandelingen, voor zover ik weet. O, u bedoelt de motie over vredesbesprekingen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Excuses, vredesbesprekingen. Ik heb het niet goed onthouden.

De heer Dekker (FVD):
Daarin wordt gesproken over het stimuleren van vredesbesprekingen met Rusland.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Heeft Oekraïne volgens Forum voor Democratie ook nog een rol in die vredesbesprekingen?

De heer Dekker (FVD):
Ongetwijfeld.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de tweede termijn. Zij spreekt namens de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat boeren voor hun inkomen en investeringen afhankelijk zijn van voorspelbaar Europees landbouwbeleid;

verzoekt de regering zich bij de Europese begrotingsonderhandelingen in te zetten voor een zelfstandig en geoormerkt landbouwbudget, zonder bezuinigingen en zonder overheveling naar andere beleidsdoelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2461 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een sterke eigen voedselproductie essentieel is voor betaalbaar voedsel en minder afhankelijkheid van derde landen;

verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat voedselzekerheid, landbouwproductiviteit en een eerlijk boereninkomen centraal staan in het toekomstige Europese landbouwbeleid, en dat nieuwe verplichtingen vooraf worden getoetst op hun gevolgen voor deze doelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2462 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering in de Europese Raad in te zetten op een gezamenlijke harde aanpak van antisemitisme en een harde aanpak van terrorismeverering op de Nederlandse en Europese straten, en de Kamer over deze inzet na de Europese Raad te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2463 (21501-20).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mag ik heel even stoppen? Ik moet heel even een slokje water drinken. Excuses.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nooit een overtuigende meerderheid voor de Natuurherstelverordening heeft bestaan, omdat de beslissende Oostenrijkse stem voor de Natuurherstelverordening werd uitgebracht tegen de wens van de eigen regering in;

constaterende dat Nederland tegen de Natuurherstelverordening heeft gestemd;

overwegende dat bij de uitwerking van de natuurherstelplannen de kosten voor de voorstanders concreter worden;

overwegende dat een inventarisatie waar in het dictum om wordt verzocht, de uitvoering van de afspraak uit het coalitieakkoord over de Natuurherstelverordening niet opschort;

verzoekt de regering tijdens de komende Europese top te inventariseren of er nog steeds een meerderheid is voor deze verordening, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2464 (21501-20).

Dank u wel. Ik schors tien minuten voor de beantwoording van de minister-president.

De vergadering wordt van 22.14 uur tot 22.24 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president voor de appreciaties van de ingediende moties en de antwoorden op de resterende vragen. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Jetten:
Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor een mooi debat. Er zijn veel moties, dus ik ga er in een razend tempo doorheen, met het oog op de klok.

De motie op stuk nr. 2433 van Dassen over het ICC: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2434 van Dassen over desinformatie: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2435 van Klos over veto's in relatie tot uitbreiding. Ik vind het belangrijk dat we hierbij echt goed kijken wat belangrijke stappen en momenten zijn waarop unanimiteit soms nodig is om er zeker van te kunnen zijn dat iedereen een bepaald besluit in de EU kan meemaken. Maar er zijn ook momenten waarop het echt met meerderheidsbesluitvorming kan. Ik ga dit zo meteen ook zeggen bij een motie van mevrouw Becker en nog bij een motie van iemand anders. De motie op stuk nr. 2435 krijgt oordeel Kamer, met deze interpretatie wat betreft de belangrijke besluitvormingsmomenten waarop het soms nodig is om het met unanimiteit te blijven doen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2436.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2436 van de heer Klos over meer investeringen binnen het huidige MFK-voorstel en de onderhandelingen die we daarover voeren: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2437 van DENK over Israël: ontraden, met verwijzing naar het debat.

Mevrouw Becker (VVD):
Toch nog even over de motie op stuk nr. 2436, zodat wij als fractie kunnen bepalen hoe wij daarover stemmen. Deze motie is natuurlijk eenzijdig. Die gaat over waarin geïnvesteerd moet worden en zegt niet waarop er ook bezuinigd zou moeten worden. Daardoor heeft deze motie zomaar het risico in zich om gelezen te worden als een pleidooi voor investeringen. Ik waardeer dat de minister-president er snel doorheen gaat, maar ik hecht er wel aan om te weten of hij dit ziet in hetzelfde licht, namelijk dat Nederland nog steeds de totale afdracht wil verlagen en dat er ook op andere pijlers fors wordt bezuinigd.

Minister Jetten:
Ja.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 2438.

Minister Jetten:
Die is van het lid Van Baarle en gaat over het MFK en Israël. Die ontraad ik omdat die te beperkend is.

De motie op stuk nr. 2439 over het handelsembargo ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2440 is ontijdig, omdat we nog volop in gesprek zijn over hoe de terugkeerhubs en de bijbehorende afspraken eruit gaan zien. De Kamer zal daar tijdig over worden geïnformeerd. U kunt er op dat moment een oordeel over vellen.

Dan de motie op stuk nr. 2441 …

De voorzitter:
Is de heer Van Baarle bereid om de motie aan te houden?

De heer Van Baarle (DENK):
Nee, voorzitter. Ik weet dat de ultieme consequentie is dat die waarschijnlijk het oordeel ontraden gaat krijgen, maar …

De voorzitter:
Nee, dan krijgt die het oordeel "ontijdig".

De heer Van Baarle (DENK):
Ontijdig. Ik doe toch een poging. In de motie staat "in te zetten op". Ik weet dat er nu binnen Europa gepoogd wordt om tot vormen van migratiesamenwerking te komen. Nogmaals, ik heb daar andere ideeën bij. Ik vraag aan de regering om hierop in te zetten. Dit is echt een minimum, waarvan ik zeg: doe dat. Ik snap dat we het later kunnen toetsen, maar dan ligt er al iets. Ik zou dit dus als inzet willen zien.

Minister Jetten:
Dan moet ik echt verwijzen naar de eerdere brieven die de minister van AenM daarover heeft verstuurd. Hier zit voor mij ook een bepaalde indruk achter, alsof er enorme betalingen worden gekoppeld aan de terugkeerhubs, zoals we eerder ook bij de migratiepartnerschappen hebben gedaan. Zo ver zijn we echt nog niet.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2440 is ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 2441.

Minister Jetten:
Die ontraad ik. We zitten nog volop in de onderhandelingen, dus ik ga me niet vastpinnen op een uitkomst.

De motie op stuk nr. 2442 ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2443 ontraad ik eveneens onder verwijzing naar het debat en de inzet die we daar breder op plegen.

De motie op stuk nr. 2444 van het lid Stöteler ontraad ik onder verwijzing naar het debat en het drietal moties dat ik oordeel Kamer geef.

De motie op stuk nr. 2445 van de heer Stöteler over een nexit ontraad ik.

De motie op stuk nr. 2446 van mevrouw Becker ten aanzien van de financiering van migratiepartnerschappen geef ik oordeel Kamer. Sorry?

De voorzitter:
Die zit verderop in de bundel, wordt tegen mij gezegd. Is dat het geval?

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2446 gaat over …

De voorzitter:
Die zit achter de motie op stuk nr. 2454. Ja, het is de logica … Ik wilde gewoon even kijken of u nog scherp was!

Minister Jetten:
O, u heeft een andere …

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2446 zit achter de motie op stuk nr. 2454.

Minister Jetten:
Dat is superlogisch! Dat klinkt als een CDA-congres.

Die motie van het lid Becker over het MFK geef ik oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 2447 van mevrouw Becker over de uitbreidingsvoorwaarden. We kijken wat belangrijke besluitvormingsmomenten zijn en hoe je die weegt. Met die interpretatie kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 2448 van de heer Van der Lee gaat over het Frans-Duitse non-paper. We delen de analyse en de inzet op een steviger instrumentarium. We moeten nog bezien hoe de voorstellen er concreet uitzien als ze door de Commissie zijn uitgewerkt. Dat wachten we af, zoals we ook in het debat hebben gewisseld. De motie die hier voorligt, geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2448 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 2449.

Minister Jetten:
Die ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2450 van het lid Van der Lee over Servië krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2451 van het lid Hoogeveen over het MFK krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2452 van de heer Hoogeveen over de Frans-Duitse inzet is ontijdig, omdat we nog even moeten wachten op de uitwerking van de Commissie. Zoals we ook in het debat hebben gewisseld, zijn we in principe positief over de inzet, maar het definitieve oordeel volgt zodra de Commissie dit heeft verwerkt in de voorstellen.

De voorzitter:
Dus eigenlijk verzoekt u om de motie aan te houden? Kunt u daar een moment bij noemen?

Minister Jetten:
Ik hoop dat de Commissie nog dit jaar met die uitgewerkte voorstellen komt.

De voorzitter:
Meneer Hoogeveen, bent u bereid om de motie aan te houden?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik begrijp het oordeel van de minister-president niet zo. De motie zegt dat Merz en Macron "reverse QMV" voorstellen, om het in goed Nederlands te zeggen. De motie vraagt om in ieder geval bij de Europese Raad uit te dragen dat we daar niet in meegaan. Ik denk dat dat standpunt vrij duidelijk is, toch?

Minister Jetten:
Ja, maar ik weet niet of de Europese Commissie het zal voorleggen op de manier die de Frans-Duitse as heeft voorgesteld. Als ze het wel voorstellen, wil ik ook weten onder welke voorwaarden en voor welke situaties. Ik wil me daar dus niet nu al helemaal op vastzetten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2453.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2453 ontraad ik met verwijzing naar het debat.

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 2454.

De motie op stuk nr. 2455 moet ik ook ontijdig verklaren, omdat de kabinetsappreciatie half november komt.

De voorzitter:
Is mevrouw Keijzer bereid om de motie op stuk nr. 2455 aan te houden tot half november? Als dat niet het geval is, dan wordt die geapprecieerd als ontijdig.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Om te beginnen staat daar per ongeluk mevrouw Becker onder. Het is een wonderlijke wereld, want onder de motie op stuk nr. 2447 van mevrouw Becker, waar ik onder zou moeten staan, sta ik nog steeds niet.

De voorzitter:
De wens is de vader van de gedachte.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar goed, dat wordt allemaal opgelost door de Griffie. Waarom zou ik deze aanhouden? Dat is mij gewoon niet helemaal duidelijk, want wat hier gebeurt, is dat de besluitvorming binnen Europees verband fundamenteel veranderd gaat worden. Daar zul je toch een goed debat over moeten voeren met de Tweede Kamer. Maar omdat dit eigenlijk echt wel gezien zou kunnen worden als een grondwetswijziging, omdat je vergaande aanpassingen doet aan de Europese verdragen, moet je er toch over nadenken hoe je een verzwaarde procedure kunt volgen om recht te doen aan de volksvertegenwoordiging?

Minister Jetten:
Het klopt dat dit een goed debat vereist, maar dan krijgt u als Kamer eerst een BNC-fiche van ons. Het voorstel is echt net gedaan door de Europese Commissie. Wij bestuderen dat nu. U krijgt dan een BNC-fiche. Over dat BNC-fiche voeren we dan het debat. Dan zou u dit soort moties logischerwijs kunnen indienen.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar dan ben ik weer te laat, want zo gaat het altijd. Zou de minister-president in dit BNC-fiche de drie punten uit deze motie willen doorlopen?

Minister Jetten:
We kunnen daar in de brief inhoudelijk op ingaan. Ik zeg dan toe dat we daarop zullen terugkomen. Maar dan blijf ik wel bij mijn oordeel "ontijdig" over de motie.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, maar dan heb ik hier een …

De voorzitter:
Nee, hoho, mevrouw Keijzer. Wacht even, het is geen gesprek.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Excuus.

De voorzitter:
Eigenlijk is dit het.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan heb ik een toezegging. Fijn, dank u.

De voorzitter:
Nou, fijn. De motie op stuk nr. 2456.

Minister Jetten:
Ook dan kan de motie eventueel worden aangehouden, voorzitter.

De motie op stuk nr. 2456.

De voorzitter:
Ho, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan denk ik erover na om de motie aan te houden. Dat laat ik ook weten aan de Griffie. Wat een weelde.

De voorzitter:
We gaan het wel zien. Anders brengen we 'm gewoon in stemming. Het kan allemaal hier.

Minister Jetten:
Voorzitter. Ook bij de motie op stuk nr. 2456 geldt, zoals ik net al bij de motie-Klos en de motie-Becker heb gezegd, dat we zullen we kijken naar belangrijke besluitvormingsmomenten en het type besluitvorming dat daarbij hoort. De genoemde Kopenhagencriteria in het dictum horen daarbij. Ook deze motie kan ik dan dus oordeel Kamer geven, hoewel ik het niet helemaal eens ben met de constateringen en de overwegingen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2457.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2457 is een spreekt-uitmotie. Ik kijk reikhalzend uit naar het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2458.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2458 ontraad ik. Het is echt aan Oekraïne om hier de lead te nemen.

De motie op stuk nr. 2459 ontraad ik. Sorry, het is staand beleid, dus overbodig; dat is het correcte oordeel.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 2460.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2460 ontraad ik met verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2461 is niet in overeenstemming met de kabinetsinzet, dus die ontraad ik.

Bij de motie op stuk nr. 2462 begrijp ik naar aanleiding van haar inbreng wel waarom mevrouw Van der Plas deze motie heeft ingediend, maar er zijn ook andere doelen die centraal staan bij het toekomstige Europese landbouwbeleid, dus deze ontraad ik.

De motie op stuk nr. 2462. Ten aanzien van antisemitisme …

De voorzitter:
Nee, dat is de motie op stuk nr. 2463.

Minister Jetten:
Sorry. De motie op stuk nr. 2463, ja?

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 2462 heeft u zojuist ontraden. De motie op stuk nr. 2463 ziet toe op antisemitisme.

Minister Jetten:
Ja. Bij de motie op stuk nr. 2463 heb ik mevrouw Van der Plas toegezegd dat ik deze inspanningen zal doen in de bilaterale contacten en dat ik zal kijken hoe ik daar ook met de Europese Commissie over van gedachten kan wisselen. Maar de Europese Raad, in ieder geval niet deze en ook niet de volgende, is geen goede plek om dit te doen. Ik ontraad deze motie dus, niet omdat ik het inhoudelijk oneens ben met de inzet, maar wel met de plek waar we dat zouden moeten doen.

De voorzitter:
Tot slot.

Minister Jetten:
Tot slot is de motie op stuk nr. 2464 geen onderwerp van gesprek op deze of een volgende Europese Raad, dus die ontraad ik.

Tot slot een vijftal vragen. Over een eventueel toekomstig EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk gaat het VK zelf. We zijn wel groot voorstander van een verbeterde relatie. We kijken dus uit naar een positieve EU-VK-top. In onze onderlinge contacten zeggen we natuurlijk dat zowel de EU als het VK sterker wordt als we weer nader tot elkaar komen.

De uitzetting naar Italië. Er was naar een hele specifieke casus gevraagd. Het Nederlandse kabinet is bij voor Nederland relevante zaken aangehaakt. Waar we een meerwaarde zien, zal Nederland vaker interveniëren bij dit soort zaken. Dublinzaken hebben daarbij onze speciale aandacht, omdat we het niet eens zijn met de werking op dit moment.

De heer Dassen had nog gevraagd naar de conferentie over desinformatie. Daar blijven we ons inzetten voor het versterken van de democratische weerbaarheid tegen desinformatie. Dat doen we onder meer via EU-initiatieven zoals het European Democracy Shield. Daarbij zetten we vooral in op de striktere toepassing van de Digital Services Act.

Mevrouw Becker had nog gevraagd naar goldplating. De minister van Economische Zaken zal de Kamer voorafgaand aan de Raad Concurrentievermogen informeren. Die is op 3 december. U zult daar dus eind november, denk ik, nadere informatie over krijgen.

De inzet van Nederland als het gaat om het Midden-Oosten blijft toezien op druk en dialoog. Daarbij bouwen we aan een bredere coalitie van gelijkgestemde landen, om die druk met een aantal effectieve sancties en de uitbreiding daarvan ook echt ergens toe te laten leiden.

De voorzitter:
Ik dank de minister-president. Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die gaat over de motie op stuk nr. 2464, over de Natuurherstelverordening. Ik vraag om gewoon te inventariseren of er nog steeds een meerderheid is voor deze verordening. Dat hoeft niet per se tijdens de Europese Raad ter sprake gebracht te worden, maar tijdens het verblijf in Brussel kan er wel gewoon worden geïnventariseerd hoe de andere lidstaten hiertegenover staan. Ik begrijp dus eigenlijk niet waarom de motie ontraden wordt. Het betreft gewoon een inventarisatie.

Minister Jetten:
Ik zie dat echt niet als mijn prioriteit op dit moment in de Europese Raad. Wellicht dat het bij het debat met de minister van LVVN kan worden gewisseld, maar ik zie hier weinig nut en noodzaak van.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De motie verzoekt de regering. Het kabinet spreekt met één mond. Ik zou ook kunnen overwegen om "tijdens de komende Europese top" uit de motie te halen en gewoon te vragen om een inventarisatie. Dan kan ie volgens mij door.

Minister Jetten:
Ook dan blijf ik bij mijn oordeel. We zien geen toegevoegde waarde in het nu maken van zo'n inventarisatie.

De heer Stöteler (PVV):
Ik had de minister-president nog gevraagd of hij bereid is om de Commissievoorzitter aan te spreken op de appjesgate met de ombudsman.

Minister Jetten:
Dat is, denk ik, echt een taak van het Europees Parlement.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stöteler (PVV):
Nou, nee. Dat is geen taak van het Europees Parlement. Als er één instelling is die de Europese Commissie niet serieus neemt, dan is dat het Europees Parlement wel. De Europese Raad wordt daarentegen wel degelijk serieus genomen door de Europese Commissie. Het lijkt me dus uitgesproken een gevalletje Europese Raad. Is de minister-president alsnog bereid om het daar in te brengen? Voordat we daar eenmaal uit zijn … Zo neemt de transparantie in de Europese Unie in ieder geval wat toe.

Minister Jetten:
Ik heb in het vorige debat de heer Van Baarle toegezegd me in brede zin in te zetten voor meer efficiëntie en transparantie bij de Europese instellingen. Het past volgens mij in dat kader.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik had een vraag gesteld over wat de minister-president nu gaat inbrengen om de druk op Israël te verhogen. Zijn antwoord was: we zetten in op druk, dialoog en effectieve sancties. Wat is dat?

Minister Jetten:
Dat is, zoals u weet, de inzet richting een evaluatie van het EU-Israël-associatieverdrag, Europese sanctionering van een aantal Israëli's die nu nationaal zijn gesanctioneerd en de uitbreiding van de handelsmaatregelen die Nederland en een paar andere landen nu hebben getroffen. De inzet is om dat ook in Europees verband te gaan doen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Gaat de minister-president daar bij de aankomende top dan ook expliciet voor pleiten?

Minister Jetten:
Ja. Dat heb ik de vorige keer gedaan en dat zal ik nu ook weer doen.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de minister-president. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van dit debat, alsook aan het einde van de plenaire vergadering van dinsdag 13 oktober 2026.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal morgen bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Ik wens u een goede reis huiswaarts en sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 22.40 uur.