Motie : Motie van het lid Piri over pleiten voor de schorsing van Turkije als lid van de Raad van Europa als het blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren
32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 435
MOTIE VAN HET LID PIRI
Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 5 oktober 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens reeds in 2019, in 2022
en in 2026 bindende uitspraken heeft gedaan in de zaak van Osman Kavala en zijn onmiddellijke
vrijlating heeft geëist;
overwegende dat Turkije tot op heden weigert gevolg te geven aan het definitieve vonnis;
verzoekt het kabinet om te pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa
als de regering in Ankara blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te
voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Piri
Indieners
Kati Piri, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.