Motie : Motie van het lid Boomsma over 2035 loslaten als streefdatum voor het realiseren van inclusief onderwijs en eerst een plan voor een dekkend netwerk van speciaal onderwijs opstellen
31 497 Passend onderwijs
Nr. 528
MOTIE VAN HET LID BOOMSMA
Voorgesteld 30 september 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige beleid als toekomstbeeld formuleert dat in 2035 alle
kinderen toegang hebben tot een «inclusieve leeromgeving», waarbij «een flink deel
van de kinderen die op dit moment gespecialiseerd onderwijs op een aparte locatie
volgen naar een school in de buurt kan»;
overwegende dat het aantal kinderen in de jeugdzorg en het speciaal basisonderwijs
de afgelopen jaren juist is toegenomen en 70.000 kinderen thuiszitten;
overwegende dat leraren en schoolleiders alarm slaan over de onhaalbaarheid van deze
ambitie, onder meer vanwege de hoge werkdruk, de grote klassen, het lerarentekort
en het gebrek aan ondersteuning;
overwegende dat voor veel kinderen rust, structuur, expertise en kleinschaligheid
van het (voortgezet) speciaal onderwijs essentieel zijn voor hun ontwikkeling en welzijn;
verzoekt de regering 2035 niet te presenteren als ambitie of doel dat moet worden
gehaald voor het realiseren van inclusief onderwijs, met een grote vermindering van
het aantal kinderen op speciaal onderwijs;
verzoekt de regering tevens eerst een gedegen plan te presenteren voor het behoud
en de versterking van een realistisch en dekkend netwerk van speciaal (basis)onderwijs
en voortgezet onderwijs, en goede randvoorwaarden voor ondersteuning op reguliere
scholen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boomsma
Indieners
Diederik Boomsma, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.