Motie : Motie van de leden Bruyning en White over een zo spoedig mogelijke sluiting van de vuilstort bij Lagun
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 9
MOTIE VAN DE LEDEN BRUYNING EN WHITE
Voorgesteld 30 september 2025
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al geruime tijd grote zorgen bij omwonenden zijn over de situatie
van de vuilstort Lagun op Bonaire en dat de Inspectie Leefomgeving en Transport vorig
jaar tot de conclusie kwam dat de situatie zorgwekkend en urgent is;
constaterende dat er regelmatig branden zijn, er giftige en schadelijke stoffen aangetroffen
worden in lucht, bodem en zee en de vuilstort daarmee de leefomgeving op Bonaire ernstig
aantast;
overwegende dat de Nationale ombudsman stelt dat de situatie inmiddels onhoudbaar
is en het niet kan en mag dat wat in Europees Nederland ondenkbaar is, in Caribisch
Nederland gangbaar is;
verzoekt de regering in overleg met het eilandsbestuur over te gaan tot zo spoedig
mogelijke sluiting van de vuilstort bij Lagun en in lijn met het advies van de Ombudsman
te komen tot een hersteloperatie, en de Kamer maandelijks over de voortgang te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Bruyning
White
Indieners
-
Indiener
F.H. Bruyning, Tweede Kamerlid -
Medeindiener
R.J. White, Tweede Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.