Motie : Motie van het lid Boomsma over inbreng bij het Internationaal Gerechtshof over de interpretatie van het Genocideverdrag eerst voorleggen aan de Kamer
32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 433
MOTIE VAN HET LID BOOMSMA
Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 5 oktober 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een verklaring tot interventie heeft ingediend bij het
Internationaal Gerechtshof in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël betreffende de toepassing
van het Genocideverdrag;
constaterende dat Nederland daarmee een specifieke rechtsopvatting over de interpretatie
van het Genocideverdrag bij het Hof naar voren brengt, waarbij duidelijke inhoudelijke
keuzes zijn gemaakt;
overwegende dat een dergelijke keuze onderwerp dient te zijn van parlementaire controle
en debat;
overwegende dat eventuele verdere Nederlandse schriftelijke of mondelinge inbreng
bij het Hof nieuwe of nadere standpunten over de interpretatie van het Genocideverdrag
kan bevatten;
verzoekt de regering voortaan als Nederland voornemens is te interveniëren bij het
Internationaal Gerechtshof met betrekking tot de interpretatie van het Genocideverdrag,
de inhoudelijke strekking en keuzes daarbinnen eerst voor te leggen aan de Kamer;
verzoekt de regering eventuele verdere Nederlandse inbreng in de procedure van Zuid-Afrika
tegen Israël, als de Nederlandse interventie wordt toegelaten, voorafgaand aan indiening
bij het Gerechtshof eerst aan de Kamer voor te leggen en de Kamer voldoende gelegenheid
te bieden hierover met de regering van gedachten te wisselen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boomsma
Ondertekenaars
Diederik Boomsma, Tweede Kamerlid