Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht 'Consumentenbond constateert nog altijd tientallen voorbeelden van krimpflatie: ‘Hardnekkig probleem''
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister Economische Zaken en Klimaat over het bericht «Consumentenbond constateert nog altijd tientallen voorbeelden van krimpflatie: «Hardnekkig probleem»» (ingezonden 26 augustus 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 23 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026–2027, nr. 35.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Consumentenbond constateert nog altijd tientallen voorbeelden
van krimpflatie: «Hardnekkig probleem»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat er nog steeds producenten zijn die hun inhoud verkleinen, met
als doel consumenten het verschil tussen prijs en inhoud niet op te laten merken?
Antwoord 2
De stijgende prijzen van eerste levensbehoeften zijn voor heel veel mensen een belangrijk
onderwerp, en terecht. Voor mensen in een kwetsbare financiële situatie kan dit zelfs
elke dag een zorg zijn. Als prijsstijgingen niet opvallen, kan dat het gevoel geven
dat mensen het gevoel geven dat ze grip op de situatie verliezen. Ik herken daarom
de zorg bij consumenten dat producenten bewust de inhoud verkleinen om daarmee ongemerkt
de prijzen te verhogen (krimpflatie). Voor de volledigheid merk ik op dat er ook andere
redenen denkbaar zijn om de inhoud van een product te verkleinen, zoals het gerichter
bedienen van de vraag van de consument.
Het is in de eerste plaats aan producenten om de eigenschappen van een product te
kiezen. Consumenten maken op basis van prijzen een afweging om iets wel of niet te
kopen. Producenten hebben daarmee een prikkel om de beste prijs-kwaliteitverhouding
te bieden. Dit mechanisme werkt alleen als de prijs per hoeveelheid voldoende transparant
is. Dat is een aandachtspunt, waar ik in de antwoorden op uw vervolgvragen op in ga.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat mensen hierdoor voor de gek worden gehouden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 3
Het moet voor consumenten duidelijk zijn welke hoeveelheid van een product zij krijgen
voor een bepaalde prijs. Momenteel vermelden supermarkten in veel gevallen de prijs
per liter of per kilo op grond van het consumentenrecht (Besluit prijsaanduiding producten).
Daarmee is de prijstransparantie op zichzelf gewaarborgd.
Het is echter voorstelbaar dat het consumenten niet direct opvalt als deze prijs per
liter/kilo wijzigt, vooral als de verpakking nagenoeg hetzelfde blijft. Dit kan voor
de consument tot een onaangename verrassing leiden.
Ik wil niet zover gaan om te zeggen dat mensen voor de gek worden gehouden, in de
zin dat het om een onjuiste voorstelling van zaken zou gaan. De feitelijke informatie
is immers aanwezig. Wel vind ik dat door het ongemerkt verkleinen van de verpakking
de onjuiste suggestie gewekt kan worden dat de prijs niet stijgt. De bovengenoemde
regels over prijsaanduidingen zijn er om consumenten betrouwbare informatie te geven
over het product dat zij kopen. Wel is het zo dat een kleinere inhoud niet iedere
consument zal opvallen, waardoor het als verkapte prijsverhoging gezien kan worden.
Vraag 4
Bent u het met de Consumentenbond en deze fractie eens dat bedrijven transparant moeten
zijn over het verkleinen van de inhoud van hun product? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ik vind dat het voor consumenten helder moet zijn wat zij krijgen voor hun geld, zoals
ik bij vraag drie schreef. In mijn beantwoording van uw vervolgvragen ga ik in op
de vraag of «transparant zijn» ook betekent dat bedrijven verplicht moeten worden
om de consument te attenderen op een verkleinde inhoud.
Vraag 5
Wat vindt u van het voorstel van de Consumentenbond om supermarkten te vragen een
label te plaatsen bij producten wanneer de inhoud verkleind wordt of om producenten
te verplichten dit duidelijk zichtbaar aan te geven op de verpakking?
Antwoord 5
De voorstellen van de Consumentenbond zouden ervoor zorgen dat consumenten meer informatie
krijgen dan nu het geval is. Voor de groep consumenten die uitgaat van gelijkblijvende
hoeveelheid en alleen naar de prijs kijkt zorgt dit voor een betere afweging, omdat
zij actief wordt geïnformeerd. Vanuit alleen dat perspectief zijn het goede voorstellen.
Verplichte maatregelen, zoals het plakken van stickers op het product of een waarschuwing
op het schap, brengen echter ook extra kosten met zich mee voor het supermarkten en/of
producenten. In beide gevallen is het voorstelbaar dat deze kosten worden doorberekend
aan de consumenten.
Vraag 6
Bent u van plan om deze maatregel in te voeren? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik ga uit van een actieve rol van consumenten. Zij worden nu feitelijk gezien goed
geïnformeerd over de prijs die zij betalen voor een bepaalde hoeveelheid. Als zij
boodschappen doen kunnen zij elke keer opnieuw de afweging maken of zij een acceptabele
prijs voor de geboden hoeveelheid betalen. Consumenten die onaangenaam verrast zijn
door een verkleinde inhoud kunnen er als reactie voor kiezen om dit product niet (meer)
te kopen. Dit kan voor bedrijven een prikkel zijn om producten niet ongemerkt te verkleinen.
Belangenorganisaties zoals de Consumentenbond zijn in dit verband nuttig omdat zij
consumenten alert maken op bepaalde praktijken.
Als ik bedrijven verplicht om maatregelen te nemen brengt dat administratieve lasten
met zich mee. Of, en in hoeverre, dergelijke maatregelen ook een besparing voor de
consument opleveren op boodschappen is onzeker. En tot slotte moet dergelijke wetgeving
ook goed handhaafbaar zijn.
Daarom ben ik vooralsnog niet van plan om dergelijke maatregelen in te voeren. Dit
neemt niet weg dat ik met de Consumentenbond in gesprek zal gaan over het thema boodschappenprijzen.
Ik sta daarbij open voor nieuwe inzichten en wat mij betreft is elke mogelijke oplossing
bespreekbaar.
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat landen als Zuid-Korea, Frankrijk, Italië en Oostenrijk wetgeving
hebben om krimpflatie tegen te gaan? Hoe kijkt u aan tegen deze wetgeving?
Antwoord 7
Ik ben daar mee bekend. Ik heb mijn afwegingen rondom dergelijke wetgeving geschetst
bij mijn antwoord op 6.
Vraag 8
Bent u het ermee eens dat Nederland ook wetgeving zou moeten hebben om krimflatie
tegen te gaan? Zo ja, hoe gaat u dit oppakken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Op dit moment zie ik daarvoor niet voldoende aanleiding. Zie bovengenoemde antwoorden
voor mijn afweging daarin.
Ik vind betaalbaarheid van boodschappen een heel belangrijk onderwerp, net als de
daaraan gelinkte prijstransparantie. Ik erken ook dat er geen absolute grens is die
bepaalt in welke gevallen consumenten voldoende geïnformeerd zijn. Daarom houd ik
het maatschappelijke debat, en zeker het debat hier in de Kamer, nauwlettend in de
gaten.
Vraag 9
Bent u bereid om de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de prijzen te laten controleren,
en bij krimpflatie te reguleren en indien nodig te blokkeren?
Antwoord 9
De Autoriteit Consument & Markt is onafhankelijk toezichthouder. Het is in dit geval
niet aan mij om hen aanwijzingen te geven, en er is geen wetgeving die krimpflatie
verbiedt.
Ik zie dat de ACM veel aandacht heeft voor het thema betaalbare boodschappen. In dat
verband denk ik bijvoorbeeld aan het marktonderzoek naar prijzen van levensmiddelen,
waarvan zij de resultaten eind dit kalenderjaar verwachten te publiceren.
Vraag 10
Welke andere maatregelen neemt u om de verwachte stijging van voedselprijzen dit najaar
aan te pakken?
Antwoord 10
In beginsel grijpt het kabinet niet direct in op de prijzen. Prijzen zijn een uitkomst
van vraag en aanbod en zijn een signaal van schaarste; hierop ingrijpen is over het
algemeen onwenselijk. Wel borgt de ACM de concurrentie op de markten. Bij gebrek aan
concurrentie is de ACM bevoegd om in te grijpen.
Het kabinet werkt aan het verminderen van lasten voor bedrijven in het algemeen. Zoals
het verminderen van regeldruk. Ervan uitgaande dat er voldoende concurrentie is, zullen
kostenbesparingen worden doorgegeven aan de consument. Ook pleit ik in Brussel voor
een ambitieuze aanpak van territoriale leveringsbeperkingen. De Commissie neemt hierover
naar verwachting eind dit jaar een beslissing.
De Europese Centrale Bank heeft als mandaat het handhaven van prijsstabiliteit in
de eurozone en heeft als hoofddoel een inflatie van 2%.
Vraag 11
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat