Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Keijzer over berichten dat een griffier van de rechtbank Utrecht actief betrokken zou zijn bij de organisatie van demonstraties namens onder meer Extinction Rebellion, Utrecht4Palestine en andere actiegroepen
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over berichten dat een griffier van de rechtbank Utrecht actief betrokken zou zijn bij de organisatie van demonstraties namens onder meer Extinction Rebellion, Utrecht4Palestine en andere actiegroepen (ingezonden 10 augustus 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 22 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2861.
Vraag 1
Bent u bekend met berichten dat een griffier van de rechtbank Utrecht actief betrokken
zou zijn bij de organisatie van demonstraties namens onder meer Extinction Rebellion,
Utrecht4Palestine en andere actiegroepen?1
Antwoord 1
Ja. Ik heb kennisgenomen van berichtgeving over een griffier van de Rechtbank Oost-Brabant.
Vraag 2
Klopt het dat medewerkers van de Rechtspraak gebonden zijn aan gedragsregels met betrekking
tot onafhankelijkheid, onpartijdigheid en het voorkomen van de schijn van partijdigheid?
Antwoord 2
Dat klopt. De Rechtspraak heeft een gedragscode die online te raadplegen is. In de
Gedragscode Rechtspraak2 staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit
en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden vormen het uitgangspunt van de gedragsregels
voor medewerkers van de Rechtspraak, zowel voor rechters als gerechtsambtenaren. In
de Gedragscode Rechtspraak is ook aandacht voor het doen van uitlatingen. Er staat
bijvoorbeeld in dat uitingen van medewerkers eerlijk, correct en respectvol dienen
te zijn en dat in de communicatie het onderscheid tussen privépersoon en het werk
bewaakt moet worden. Uitgangspunt is geen uitlatingen te doen die schadelijk zijn
voor het functioneren van de medewerker, of voor het functioneren van de Rechtspraak.
Medewerkers van de Rechtspraak die geen rechter zijn vallen ook onder de Ambtenarenwet
2017. Daarin staat in artikel 10 dat ambtenaren zich hebben te onthouden van het openbaren
van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot
vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede
vervulling van hun functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voor
zover deze in verband staat met hun functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
verzekerd. Ook is de Gedragscode Integriteit Rijk3 van toepassing op iedereen die werkt voor het Rijk, hieronder vallen ook medewerkers
van de Rechtspraak die geen rechter zijn, hierin staan vergelijke bepalingen over
uitlatingen.
Vraag 3
Klopt het dat deze organisaties, dan wel personen die lid zijn van deze organisaties
of onder de vlag van deze organisaties optreden, in verband zijn gebracht met strafbare
feiten, dan wel daarvoor als verdachte zijn aangemerkt of zijn veroordeeld?
Antwoord 3
Het is mij bekend dat er veroordelingen zijn geweest voor het begaan van strafbare
feiten tijdens demonstraties van Extinction Rebellion.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het wanneer een medewerker van de Rechtspraak naast zijn functie
een prominente rol vervult bij het organiseren van politieke of maatschappelijke demonstraties?
Antwoord 4
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De
samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen.
Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid
van meningsuiting en demonstratierecht. Deze gelden voor iedereen in Nederland, dus
ook voor medewerkers van de Rechtspraak. In het algemeen acht ik het waardevol voor
een sterke, goed functionerende Rechtspraak dat medewerkers van de Rechtspraak deelnemen
aan het maatschappelijke leven. Voor medewerkers van de Rechtspraak gelden, met het
oog op de bijzondere positie van de Rechtspraak in de samenleving, wel grenzen die
in de, hierboven genoemde, Gedragscode Rechtspraak en Ambtenarenwet 2017 tot uitdrukking
zijn gebracht. De Ambtenarenwet 2017, waar medewerkers van de Rechtspraak niet zijnde
rechters onder vallen, schrijft voor dat de uitoefening van het grondrecht vrijheid
van meningsuiting niet schadelijk mag zijn voor de eigen functievervulling van ambtenaren
of het functioneren van hun organisatie. Hoe de norm in de praktijk uitwerkt, verschilt
per situatie, en zal steeds aan de hand van omstandigheden moeten worden beoordeeld.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat medewerkers van de Rechtspraak niet alleen onafhankelijk
en onpartijdig moeten zijn, maar ook de schijn van onafhankelijkheid en onpartijdigheid
moeten bewaren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn kernwaarden die essentieel zijn voor
het vertrouwen in de Rechtspraak. De Gedragscode Rechtspraak besteedt expliciet aandacht
aan het risico van de schijn van partijdigheid.
Vraag 6 en 7
Deelt u de opvatting dat werknemers binnen de Rechtspraak zich zeer terughoudend op
dienen te stellen in verband met het neutraliteitsbeginsel?
Deelt u de opvatting dat dit wanneer dit neutraliteitsbeginsel (ook buiten werktijd)
niet in acht wordt genomen het risico met zich meebrengt dat burgers gaan twijfelen
aan de neutraliteit van de Rechtspraak? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Zoals beantwoord bij vraag 2 en 4, hebben ook medewerkers van de Rechtspraak vrijheid
van meningsuiting en demonstratievrijheid. Dit neemt niet weg dat voor Rechtspraakmedewerkers
de gedragsregels gelden die in de Gedragscode Rechtspraak staan, en dat de kernwaarde
onpartijdigheid de basis vormt van waar deze grenzen liggen. Het neutraliteitsbeginsel
is een uitvloeisel hiervan en draait om de plicht van de rechter om onafhankelijk
en onpartijdig te zijn. Voorkomen dient immers te worden dat gedragingen van rechtspraakmedewerkers
een negatieve invloed hebben op het vertrouwen dat mensen hebben in de rechtspraak.
Overigens is het vertrouwen dat mensen hebben in de Rechtspraak onverminderd hoog.
Dit blijkt uit de algemene conclusies in het rapport van de Venetië Commissie 2023
en uit het recent uitgebrachte Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie 2026 waarin
stond dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de Rechtspraak gestegen is naar
77%.
Vraag 8
Bent u bereid in overleg te treden met de Raad voor de rechtspraak over de vraag of
de huidige integriteitskaders voldoende zijn om het maatschappelijk vertrouwen in
een neutrale Rechtspraak te waarborgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De Rechtspraak heeft veel aandacht voor het bewaken van de integriteit van de medewerkers
en voert een actief integriteitsbeleid dat is vastgelegd in de Gedragscode Rechtspraak.
Ik zie dan ook geen aanleiding voor een evaluatie van de huidige integriteitskaders.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid