Antwoord schriftelijke vragen : Antwoorden op vragen van het lid Schilder over de politieke activiteiten van een griffier van de Rechtbank Midden-Nederland
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de politieke activiteiten van een griffier van de Rechtbank Midden-Nederland (ingezonden 10 augustus 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 22 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2862.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving dat een griffier van de Rechtbank Midden-Nederland
openlijk demonstraties en acties van onder meer XR, Utrecht4Palestine en andere actiegroepen
organiseert en coördineert?1
Antwoord 1
Ja. Ik heb kennisgenomen van berichtgeving over een griffier van de Rechtbank Oost-Brabant.
Vraag 2
Deelt u de mening dat medewerkers van de Rechtspraak niet alleen onafhankelijk en
onpartijdig moeten zijn, maar ook iedere schijn van politieke of activistische partijdigheid
moeten vermijden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn kernwaarden die essentieel zijn voor
het vertrouwen in de Rechtspraak. De Gedragscode Rechtspraak2 besteedt expliciet aandacht aan het risico van de schijn van partijdigheid. Bij de
beantwoording op vragen 3 en 4 wordt ingegaan op de gedragsregels.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het feit dat een griffier van de Rechtspraak zich publiekelijk profileert
als organisator van actiegroepen die regelmatig betrokken zijn bij demonstraties waarbij
de openbare orde wordt verstoord, vaak openlijk terrorisme wordt verheerlijkt en andere
strafbare feiten worden gepleegd? Wat doet dit met het vertrouwen in de Rechtspraak?
Antwoord 3
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De
samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen.
Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid
van meningsuiting en demonstratierecht. Deze gelden voor iedereen in Nederland. In
het algemeen acht ik het waardevol voor een sterke, goed functionerende Rechtspraak
dat medewerkers van de Rechtspraak deelnemen aan het maatschappelijke leven. Voor
medewerkers van de Rechtspraak gelden, met het oog op de bijzondere positie van de
Rechtspraak in de samenleving, wel eigen grenzen. De regels daarvoor zijn vastgelegd
in de Gedragscode Rechtspraak die voor alle medewerkers van de Rechtspraak geldt.
In de Gedragscode staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak onafhankelijkheid, onpartijdigheid,
integriteit en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden vormen het uitgangspunt van de
gedragsregels voor medewerkers van de Rechtspraak, zowel voor rechters als gerechtsambtenaren.
In de Gedragscode Rechtspraak is ook aandacht voor het doen van uitlatingen. Er staat
bijvoorbeeld in dat uitingen van medewerkers eerlijk, correct en respectvol dienen
te zijn en dat in de communicatie het onderscheid tussen privépersoon en het werk
bewaakt moet worden. Uitgangspunt is geen uitlatingen te doen die schadelijk zijn
voor het functioneren van de medewerker, of voor het functioneren van de Rechtspraak.
Medewerkers van de Rechtspraak niet zijnde rechters vallen ook onder de Ambtenarenwet
2017. De Ambtenarenwet schrijft voor dat de uitoefening van grondrechten niet schadelijk
mag zijn voor de eigen functievervulling van ambtenaren of het functioneren van hun
organisatie. Hoe de norm in de praktijk uitwerkt, verschilt per situatie, en zal steeds
aan de hand van omstandigheden moeten worden beoordeeld. De beoordeling van (neven)activiteiten
van medewerkers en eventuele maatregelen is de verantwoordelijkheid van het betreffende
gerechtsbestuur. Overigens is het vertrouwen dat mensen hebben in de Rechtspraak onverminderd
hoog. Dit blijkt uit de algemene conclusies in het rapport van de Venetië Commissie
2023 en uit het recent uitgebrachte Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie 2026
waarin stond dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de Rechtspraak gestegen
is naar 77%.
Vraag 4
Klopt het dat de Gedragscode Rechtspraak van medewerkers verlangt dat zij het vertrouwen
in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Rechtspraak niet schaden? Zo ja,
hoe verhoudt het openlijk organiseren van dergelijke acties zich tot die gedragscode?
Antwoord 4
Dat klopt. In de Gedragscode Rechtspraak staat dat de kernwaarden van de Rechtspraak
onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit en deskundigheid zijn. Deze kernwaarden
vormen het uitgangspunt van de gedragsregels voor medewerkers van de Rechtspraak.
De gedragscode bevat ook regels over nevenbetrekkingen zoals deelname aan organisaties/verenigingen
en ander (vrijwilligers)werk naast het werk. Voor gerechtsambtenaren geldt dat nevenwerkzaamheden
verboden zijn als die het imago als gerechtsambtenaar of het imago van de Rechtspraak
ongewenst beïnvloeden en dit niet met minder vergaande maatregelen dan een verbod
te ondervangen is. Het is aan het betreffende gerechtsbestuur als werkgever om nevenwerkzaamheden
van medewerkers te beoordelen.
Vraag 5
Is de Raad voor de rechtspraak of de leiding van de Rechtbank Midden-Nederland op
de hoogte van deze activiteiten? Zo ja, hoe zijn deze beoordeeld en welke maatregelen
zijn genomen?
Antwoord 5
Het gaat hier om een personele aangelegenheid binnen de Rechtspraak. De beoordeling
van (neven)activiteiten van medewerkers en eventuele maatregelen liggen bij het betreffende
gerechtsbestuur. Ik kan niet op een individueel geval in te gaan.
Vraag 6
Deelt u de mening dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat rechtszaken worden
voorbereid en ondersteund door medewerkers die boven iedere politieke of activistische
twijfel verheven zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Medewerkers van de Rechtspraak hebben een bijzondere positie in de samenleving. De
samenleving moet op een onafhankelijke en onpartijdige Rechtspraak kunnen vertrouwen.
Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de Rechtspraak recht hebben op vrijheid
van meningsuiting en demonstratierecht. Omdat zij bij de Rechtspraak werkzaam zijn
gelden voor hen specifieke gedragsregels die zijn vastgelegd in de hierboven genoemde
Gedragscode Rechtspraak. Zie ook voorgaande antwoorden op vragen 2, 3 en 4.
Vraag 7
Zijn er meer gevallen bekend van medewerkers van de Rechtspraak die openlijk politieke
of activistische activiteiten verrichten voor organisaties die zich herhaaldelijk
schuldig maken aan illegale acties of ordeverstoringen? Zo ja, om hoeveel gevallen
gaat het en welke maatregelen zijn daartegen genomen?
Antwoord 7
De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers zijn personele aangelegenheden
waarvoor de verantwoordelijkheid bij de gerechtsbesturen ligt.
Navraag bij de Raad voor de rechtspraak leert dat er geen gevallen bekend zijn van
medewerkers van de Rechtspraak die openlijk politieke of activistische activiteiten
verrichten voor bovengenoemde organisaties.
Vraag 8
Bent u bereid de Raad voor de rechtspraak dringend op te roepen deze medewerker uit
zijn functie te zetten en verder binnen de organisatie passende maatregelen te nemen,
zodat medewerkers die door hun eigen handelen het vertrouwen in de Rechtspraak ernstig
beschadigen, niet langer werkzaam kunnen blijven binnen de Rechtspraak? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8
Daartoe ben ik niet bereid. Het gaat hier om een personele aangelegenheid binnen de
Rechtspraak. De beoordeling van (neven)activiteiten van medewerkers en eventuele maatregelen
liggen bij het betreffende gerechtsbestuur.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid