Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het artikel ‘Stel vlucht na 14 jaar klagen uit appartement Amstelveen: "We waren gewoon proefkonijnen"
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Klimaat en Groene Groei over het artikel «Stel vlucht na 14 jaar klagen uit appartement Amstelveen: «We waren gewoon proefkonijnen»» (ingezonden 18 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
21 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2997.
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van NH Nieuws over jarenlange storingen bij warmte-koudeopslagsystemen
(WKO) in Haarlem en Amstelveen? Beschouwt u deze casussen als incidenten, of erkent
u dat zij symptomatisch zijn voor structurele fouten in de wijze waarop de warmtevoorziening
in Nederland is georganiseerd?1
Antwoord 1
Daar ben ik mee bekend. Hoewel de aard van de klachten in deze casussen natuurlijk
erg vervelend is, is er op dit moment geen aanwijzing dat er sprake is van structurele
fouten in de wijze waarop de warmtevoorziening in Nederland is georganiseerd of in
WKO-systemen in het algemeen. Dat neemt niet weg dat er lering kan worden getrokken
uit deze incidenten. De ACM heeft in 2022 een steekproef uitgevoerd onder WKO-systemen.2 Er is toen geconstateerd dat van de 230 onderzochte WKO-systemen, de meeste WKO-systemen
functioneren zonder problemen. Er waren tien systemen, waarvan de meeste vóór 2013
aangelegd, met grotere problemen waar storingen steeds terugkeren.
Vraag 2 en 3
Wat vindt u ervan dat een bewoner die sinds 2012 klachten meldt, zich na 14 jaar een
«proefkonijn» van de energietransitie noemt en uiteindelijk noodgedwongen is verhuisd?
Deelt u de mening dat dit onacceptabel is?
Hoe oordeelt u over de situatie in Haarlem, waar bewoners afgelopen januari 2,5e dag
in de kou zaten bij temperaturen tot – 10 graden, terwijl het verantwoordelijke bedrijf
BAM Energy Systems spreekt van slechts «twee korte onderbrekingen»?
Antwoord 2 en 3
Ik kan niet oordelen over wat er precies heeft plaatsgevonden, omdat ik – net als
de Autoriteit Consument & Markt (ACM) – niet kan controleren welke storing heeft plaatsgevonden
en hoe lang deze heeft geduurd. Dit is de verantwoordelijkheid van het bedrijf. In
algemene zin is onacceptabel dat een bewoner 14 jaar lang klachten moet melden zonder
oplossing en zich uiteindelijk genoodzaakt ziet te verhuizen. In de Warmteregeling
is vastgelegd dat een storing die langer duurt dan acht uur kwalificeert als ernstig.
In dat geval heeft de consument recht op een compensatie. In de Wet collectieve warmte
(Wcw), die naar verwachting in werking zal treden op 1 januari 2027, is nieuw dat
opeenvolgende storingen die gezamenlijk langer duren dan acht uur ook kwalificeren
als ernstig. Daarmee wordt meer recht gedaan aan de overlast die bewoners ervaren
wanneer zij te maken krijgen met meerdere kortere onderbrekingen achter elkaar.
Vraag 4
Hoe verklaart u dat Nederland huishoudens verplicht van het gas afkoppelt en aansluit
op collectieve warmtesystemen, terwijl er geen sluitend stelsel bestaat van verantwoordelijkheidsverdeling,
onafhankelijke storingsregistratie en effectief toezicht? Deelt u de mening dat de
energietransitie hiermee wordt afgewenteld op bewoners die nergens heen kunnen?
Antwoord 4
De Wcw brengt consumentenbescherming voor gebruikers van warmte meer in lijn met de
bescherming van gebruikers van elektriciteit en aardgas. De werking van de storingsregistratie
is wel anders dan bij elektriciteit en gas, omdat warmte geen onafhankelijke netbeheerder
heeft. De aanwezigheid van een storing kan dan ook alleen bevestigd worden door het
warmtebedrijf zelf. Er is in de Wcw voorzien in een actueel en toegankelijk storingsoverzicht.
Daarbij is inspiratie gehaald uit storingsoverzichten zoals gebruikelijk zijn bij
telecom, dus waarbij zowel storingen als meldingen worden geregistreerd en waar een
consument ook kan inzien of er al eerdere meldingen bekend zijn van storingen op het
warmtenet.
In de voorgenomen lagere regelgeving is een aantal verbeteringen voorgesteld. In het
Besluit collectieve warmte (Bcw) is opgenomen dat behalve storingen, de storingsregistratie
die het warmtebedrijf moet bijhouden ook meldingen van een storing moet bevatten.
Dit geeft de consument maar ook de toezichthouder waardevolle en actuele informatie
over het functioneren van het systeem en is ook iets waar de ACM in het onderzoek
naar storingen onder WKO’s in 2022 om heeft gevraagd. In de onlangs geconsulteerde
voorgenomen Regeling collectieve warmte (Rcw) is opgenomen dat voor de bepaling of
een storing ernstig is, de storing aanvangt op het moment dat het warmtebedrijf de
storing constateert óf op het moment dat de consument een storing meldt en het ook
een storing blijkt te zijn. Dit werkte al zo onder de huidige Warmtewet en geeft warmtebedrijven
een prikkel om meldingen te onderzoeken en storingen zo snel mogelijk op te lossen.
Vraag 5
Erkent u dat er sprake is van een fundamenteel probleem wanneer een warmteleverancier
zowel monopolist is, als zelf de storingsdata registreert, als financieel belang heeft
bij het minimaliseren van die storingen in verband met compensatieplicht? Hoe verhoudt
deze constructie zich tot de basisprincipes van behoorlijke marktordening?
Antwoord 5
Het is belangrijk dat er een prikkel is voor het warmtebedrijf om storingssignalen
snel te onderzoeken en te verhelpen. In de Wcw is hier goed naar gekeken en op een
aantal punten zijn verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van de Warmtewet:
– opeenvolgende storingen kunnen zich kwalificeren als ernstig;
– behalve leveringsonderbrekingen is ook het leveren van warmte op een lagere temperatuur
dan overeengekomen in de Wcw een storing;
– meldingen van storingen moeten geregistreerd worden en er moet een actueel en toegankelijk
storingsoverzicht inclusief die meldingen zijn;
– er wordt een jaaroverzicht van storingen en meldingen gepubliceerd.
Op onder andere deze manieren is de consumentenbescherming verbeterd waarbij lering
is getrokken uit casussen zoals deze. Het onderzoek wat ACM heeft laten uitvoeren
naar WKO systemen benoemt dat bewoners vaak klagen over te lage temperaturen voor
tapwater. Nieuw in de Wcw is dat er ook sprake is van een storing als de warmte geleverd
wordt op een lagere temperatuur dan afgesproken in de leveringsovereenkomst.
Vraag 6
Waarom is bij het ontwerp van de Warmtewet gekozen voor een model waarin het toezicht
van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) volledig afhankelijk is van gegevens die
de onder toezicht staande partij zelf aanlevert? Erkent u dat toezicht op basis van
zelfrapportage van monopolisten geen toezicht is?
Antwoord 6
In principe zijn storingen en meldingen van storingen objectieve gegevens die op basis
van zelfrapportage kunnen worden aangeleverd bij de toezichthouder. Wanneer de beleving
van het warmtebedrijf afwijkt van de beleving van de bewoners, zoals in deze casus
het geval was, kan de ACM hierover met het warmtebedrijf in gesprek. Dat doet ACM
niet voor individuele incidenten, maar wel als er meerdere meldingen over het warmtebedrijf
worden ontvangen en het lijkt te gaan om een structureel probleem. Bewoners kunnen
meldingen doen bij ACM ConsuWijzer.
Helaas kunnen er situaties blijven bestaan waarbij het warmtebedrijf en de bewoner
het met elkaar oneens blijven. Warmtebedrijven zijn onder de Wcw verplicht om bij
een onafhankelijke geschillencommissie aangesloten te zijn, waaraan deze incidenten
kunnen worden voorgelegd.
Vraag 7
Welke wetswijzigingen bereidt u voor in reactie op het adviesrapport in opdracht van
het Ministerie van Klimaat en Groene Groei uit december 2025 dat constateert dat de
Warmtewet niet duidelijk omschrijft wie verantwoordelijk is voor onderzoek naar en
oplossing van storingen?3
Antwoord 7
Dit is opgepakt in de Wcw. Daarin zijn voor zeer lage temperaturen (ZLT) de verantwoordelijkheden
duidelijker omdat strakker is gedefinieerd wat bij het warmtebedrijf hoort en wat
bij de gebouweigenaar. Daardoor is het duidelijker voor de consument tot wie hij zich
moet wenden bij problemen en wie verantwoordelijk is voor de storing en het onderzoek
daarnaar.
Vraag 8
Waar kunnen huurders volgens u op dit moment terecht wanneer zij langdurig zonder
verwarming of warm water zitten en door warmtebedrijf, verhuurder en corporatie naar
elkaar worden doorverwezen?
Antwoord 8
Zoals in het antwoord op vraag 6 genoemd, kunnen bewoners meldingen maken bij ACM
via de ConsuWijzer. Ook kunnen zij terecht bij een onafhankelijke geschillencommissie.
Hierbij geldt ook dat de ACM acteert indien het vermoeden bestaat dat er sprake is
van structurele problemen (bijvoorbeeld door gebrekkig onderhoud of onbetrouwbare
levering). Ook is het belangrijk om te vermelden dat de ACM niet altijd de bevoegdheid
heeft om te handhaven omdat in sommige gevallen het huurrecht voorrang heeft op de
Warmtewet bij huurovereenkomsten waarbij sprake is van doorlevering van warmte door
de gebouweigenaar. In die gevallen kunnen huurders dus terecht bij de Huurcommissie
of de civiele rechter.
Vraag 9
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat huurders die «meldingsmoe» zijn geworden
en storingen niet eens meer melden, daarmee ook buiten beeld raken bij toezichthouder
en verhuurder? Hoe gaat u ervoor zorgen dat er voor huurders één duidelijk, laagdrempelig
aanspreekpunt komt met een verplichting om binnen een vastgestelde termijn te handelen?
Antwoord 9
Zoals aangegeven bij vraag 4 is in de Wcw voorzien in een actueel en toegankelijk
storingsoverzicht die voor de consument ook toegankelijker en informatiever is. Behalve
meldingen, moet een warmtebedrijf ook storingen registreren die zij zelf constateren.
In het jaarlijkse storingenoverzicht komen alle storingen en het aantal getroffen
verbruikers terecht. Die informatie is belangrijk voor het toezicht door ACM en ook
voor consumenten die misschien zelf niet een storing hebben gemeld maar er wel last
van hebben gehad. Ook voor deze consumenten is een storingscompensatie verplicht als
de storing langer dan acht uur heeft geduurd.
Vraag 10
Kunnen huurders met een haperende WKO-installatie naar uw oordeel gebruikmaken van
bestaande instrumenten in het huurrecht? Zo ja, waarom werkt dit in de praktijk kennelijk
niet? Zo nee, welke lacune in de huurbescherming gaat u dichten?
Antwoord 10
Een langdurig koud huis is een zeer onwenselijke situatie, waar bewoners veel last
van hebben. Huurders met een sociaal huurcontract en met een middenhuurcontract kunnen
bij de Huurcommissie om tijdelijke huurverlaging vragen, wanneer een warmteinstallatie
onvoldoende verwarming van vertrekken levert en/of wanneer een (gemeenschappelijke)
warmwaterinstallatie onvoldoende warm water levert. Deze tekortkomingen zijn door
de Huurcommissie aangemerkt als een ernstig gebrek waarvoor een tijdelijke huurverlaging
van (maximaal) 60% gegeven kan worden (de zogenoemde C-lijst van ernstige gebreken4). De Huurcommissie kan de verhuurder niet verplichten het gebrek te verhelpen en
kan dus niet herstel afdwingen, maar de tijdelijke huurverlaging is mogelijk een prikkel
voor de verhuurder om het gebrek (blijvend) te verhelpen.
Huurders met een geliberaliseerd huurcontract kunnen aan de rechter tijdelijke evenredige
huurverlaging vragen wanneer de verhuurder gemelde ernstige onderhoudsgebreken niet
verhelpt en het woongenot daardoor is verminderd. Voor het afdwingen van het verhelpen
door de verhuurder van ernstige gebreken kan de huurder terecht bij de rechter; de
huurder kan nakoming van de onderhoudsverplichting eisen, eventueel versterkt met
een dwangsom. De verhuurder heeft een verplichting tot het verhelpen van gebreken,
tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die niet van de verhuurder gevergd kunnen
worden. Bij warmtenet-installaties is de verhuurder niet altijd in staat zelf het
gebrek te verhelpen, maar is hij daarvoor afhankelijk van de warmtenetbeheerder.
Het huurrecht biedt huurders dus al opties bij gebreken. Het kabinet ziet nu geen
aanleiding om de huurbescherming op dit punt aan te vullen. Zodra de Wcw in werking
treedt gaan consumenten en dus ook huurders van woningen meer rechten krijgen ten
aanzien van collectieve warmte- en warmwaterinstallaties, waaronder de vergoeding
warmtestoring. Dit zal naar verwachting zorgen voor een toenemende motivatie om storingen
te melden.
Vraag 11
Herinnert u zich de aangenomen motie-Beckerman waarin de regering wordt verzocht onderzoek
te doen naar de invoering van een Nederlandse variant van Awaab's Law, waarbij verhuurders
wettelijk verplicht worden om ernstige gebreken binnen vaste termijnen te onderzoeken
en te herstellen? Hoe staat het met de uitvoering van deze motie en neemt u de lessen
uit dit artikel mee hierin?5
Antwoord 11
Tijdens de behandeling van de Wet toekomstbestendige huurcommissie in de Tweede Kamer
op 9 april jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)
toegezegd de Britse Awaab’s Law te onderzoeken. Deze wet verplicht sociale verhuurders
in het Verenigd Koninkrijk om snel actie te nemen bij ernstige gezondheidsrisico’s
in woningen, voornamelijk gerelateerd aan vocht en schimmel. Het Ministerie van BZK
zal contact opnemen met de partners in het Verenigd Koninkrijk en zal de Kamer uiterlijk
eind 2026 informeren. Daarbij merkt de Minister van VRO op dat de desbetreffende wetgeving
ongeveer zes maanden geleden in werking is getreden in het Verenigd Koninkrijk, er
is dus nog beperkt de tijd geweest om ervaring op te doen met de nieuwe wetgeving.
Vraag 12
Deelt u de mening dat de casussen in Haarlem en Amstelveen, waar bewoners tot wel
veertien jaar lang klagen zonder oplossing, precies laten zien waarom zo'n wettelijke
hersteltermijn met sancties nodig is als stok achter de deur? Bent u bereid het langdurig
uitvallen van verwarming en warm water expliciet aan te merken als ernstig gebrek
dat onder een dergelijke wettelijke regeling zou vallen?
Antwoord 12
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 10 is het uitvallen van verwarming en warm
water al aangemerkt als een ernstig gebrek dat een tijdelijke huurverlaging rechtvaardigt.
Verhuurders hebben dus de verplichting om deze gebreken te (laten) verhelpen.
Vraag 13
Hoe beoordeelt u het feit dat de Rijksoverheid grootschalige uitrol van WKO stimuleert
zonder zicht te hebben op de prestaties van de bestaande 3000 installaties? Bent u
bereid een landelijke, openbare monitoring van alle collectieve warmtesystemen wettelijk
te verankeren?
Antwoord 13
Zoals in het antwoord op de eerste vraag is genoemd, gaat het hier gelukkig niet om
een structureel probleem onder WKO-installaties. Wel is het in een groeimarkt belangrijk
om vinger aan de pols te houden, om problemen voor bewoners te voorkomen. Met de komst
van de Wcw zullen diverse verbeteringen worden doorgevoerd, zoals aangegeven het antwoord
op vraag 5. Daarom treft het kabinet nu geen aanvullende wettelijke maatregelen.
Vraag 14
Deelt u de mening dat de compensatieregeling bij storingen structureel faalt zolang
bewoners de storing moeten aantonen op basis van data die alleen de leverancier bezit?
Bent u bereid de bewijslast om te keren, dan wel compensatie automatisch te laten
uitkeren op basis van onafhankelijk gemeten data?
Antwoord 14
Ik deel deze mening niet. Een storing is te herkennen aan een verlaging in temperatuur
of de stromingssnelheid van water. Die gegevens kunnen weliswaar worden gemeten, maar
geven slechts een indicatie van een leveringsonderbreking in het systeem. Het warmtebedrijf
moet vervolgens onderzoeken waar in het systeem de storing zit. De storing kan ook
zitten in leidingdelen of installaties die niet tot het warmtenet of de bron behoren.
Deze eigenschappen van een warmtesysteem maakt dat het op dit moment niet wenselijk
is om een compensatie automatisch uit te laten keren. Wel is het zo, en dat was al
het geval onder de Warmtewet, dat de teller van een storing en dus ook de berekening
van de compensatie gaat lopen vanaf het moment dat een bewoner een storing meldt.
Daarmee is het dus al zo dat het warmtebedrijf bewijslast moet leveren dat er geen
sprake is van een storing in een onderdeel waar zij invloed op heeft.
Vraag 15
Hoe reageert u op waarschuwingen van de Woonbond waarin zij aangeven dat het draagvlak
voor de energietransitie afbrokkelt door het soort systeemfalen zoals beschreven in
dit artikel?
Antwoord 15
Ik erken dat draagvlak voor de energietransitie van belang is voor het succes daarvan.
Ik herken echter niet dat er sprake is van een systeemfalen zoals beschreven in het
artikel. Ik verwijs naar mijn antwoorden op vraag 10 en vraag 12; daarin geef ik aan
waar huurders terecht kunnen in het geval van gebreken aan collectieve warmte- en
warmwaterinstallaties.
Vraag 16
Hoe staat het met de uitvoering van het voor 50 procent in publieke handen brengen
van warmtebedrijven, en waarom zijn bestaande systemen zoals die van BAM Energy Systems
daar kennelijk nog niet onder gebracht? Deelt u de mening dat deze casussen aantonen
dat warmte een nutsvoorziening is die volledig in publieke handen thuishoort, en niet
als bijproduct bij commerciële bouwbedrijven?
Antwoord 16
Omdat warmtenetten een monopolistisch karakter kennen is gekozen voor publiek meerderheidsbelang
voor alle grote warmtesystemen, oftewel warmtenetten boven de 1500 aansluitingen.
Veel WKO’s blijven onder dit aantal aansluitingen. Omdat er binnen dit deel van de
sector voldoende concurrentie is mogen deze warmtebedrijven wel privaat zijn. Het
is wel zo dat de wetsartikelen over leveringsonderbrekingen en storingscompensatie
ook van toepassing zijn verklaard op deze kleine collectieve warmtesystemen.
Vraag 17
Welke garanties kunt u geven dat de 35.000 nieuwbouwwoningen die naar verwachting
jaarlijks op een WKO worden aangesloten, niet in dezelfde situatie belanden? Bent
u bereid de verdere verplichte uitrol te koppelen aan wettelijke kwaliteits- en prestatie-eisen,
met sancties bij niet-naleving?
Antwoord 17
Het kabinet streeft ernaar om de Wcw zo snel mogelijk in werking te laten treden,
waarbij uitgegaan wordt van 1 januari 2027. Daarmee worden de verbeteringen, zoals
genoemd in het antwoord op vraag 5, van kracht.
Vraag 18
Bent u bereid de ACM de bevoegdheid en de middelen te geven om zelfstandig, op basis
van eigen metingen en een openbaar storingsregister, toezicht te houden op warmteleveranciers?
Zo nee, hoe rechtvaardigt u dan dat honderdduizenden huishoudens zonder keuzevrijheid
zijn overgeleverd aan een toezichtsysteem dat naar het oordeel van de toezichthouder
zelf lastig is?
Antwoord 18
Er is voorzien in een toegankelijk en actueel storingsoverzicht van het warmtebedrijf.
De ACM kan het jaarlijkse storingsoverzicht gebruiken voor toezicht op leveringszekerheid.
Dit is ook waar de ACM om verzocht heeft in het onderzoek naar technische problemen
in WKO systemen in 2022.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei