Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Markuszower over de noodzaak van grootschalige terugkeer naast een asielstop
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister van Asiel en Migratie over de noodzaak van grootschalige terugkeer naast een asielstop (ingezonden 13 juli 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 21 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2627.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Een asielstop alleen is niet genoeg», geschreven
door het lid Markuszower, waarin wordt gesteld dat Nederland niet alleen de asielinstroom
moet stoppen, maar ook werk moet maken van grootschalige terugkeer van mensen die
onder valse voorwendselen een verblijfsstatus hebben verkregen?1 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Heeft u tevens kennisgenomen van de uitspraak van de Raad van State dat u als Minister
een verblijfsvergunning mag intrekken zodra blijkt dat een asielzoeker zijn asielmotief
heeft verzonnen en op valse verklaringen heeft gebaseerd?2
Antwoord 2
Ja
Vraag 3
Klopt het dat naar aanleiding van de zaak rond de veroordeelde juridisch adviseur
die valse asielverhalen verkocht, ruim honderd al afgegeven verblijfsvergunningen
opnieuw zijn onderzocht en dat dit tot nu toe bij twee Iraanse gezinnen (asiel verkregen
in 2017) tot intrekking heeft geleid? Waarom zijn dit er tot dusver niet meer, gezien
de omvang van de fraude?
Antwoord 3
Het klopt dat er ruim honderd zaken van Iraanse vreemdelingen zijn onderzocht. Het
klopt echter niet dat dit slechts in twee gevallen tot intrekking heeft geleid. Het
gaat om een diverse groep, waarvan een enkeling nog in afwachting was op een definitief
besluit op de asielaanvraag, anderen in het bezit waren van een verblijfsvergunning
en sommigen reeds het Nederlanderschap bezaten. Deze cijfers zijn niet geaggregeerd
uit de systemen gehaald maar door middel van handmatig dossieronderzoek binnen deze
afgebakende groep zaken.
Als gevolg van de fraudesignalen in deze zaken is de openstaande asielaanvraag afgewezen,
zijn er ca. tien vergunningen definitief ingetrokken, loopt de intrekkingsprocedure
nog in zo’n zeventig zaken en is er in meer dan tien zaken besloten af te zien van
intrekking vanwege nieuwe feiten en omstandigheden die in de intrekkingsprocedure
naar voren zijn gekomen. Verder zijn er naar aanleiding van de intrekkingsprocedure
een aantal vreemdelingen vrijwillig vertrokken uit Nederland.
Intrekkingsprocedures zijn in het algemeen complex en dienen zorgvuldig te worden
doorlopen, wat tijd kost. Daarbij hebben de procedures vertraging opgelopen, omdat
een definitief rechterlijk oordeel in de strafzaak tegen de adviseur afgewacht werd.
Ook werd de uitspraak van de Afdeling waarnaar het lid Markuszower verwijst afgewacht,
omdat niet alleen de beslissing in de individuele zaak, maar ook de werkwijze in het
algemeen ter toetsing voorlag. Dat laat onverlet dat de intrekkingsprocedures niet
zijn gestaakt. Nu er een uitspraak van de Afdeling is over de werkwijze in deze zaken,
kunnen de procedures worden voortgezet en afgerond.
Vraag 4
Bent u van plan om, nu de Raad van State deze mogelijkheid tot intrekking heeft bevestigd,
alle overige dossiers binnen deze zaak versneld te herbeoordelen en op welke termijn
verwacht u dit onderzoek af te ronden?
Antwoord 4
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 3 is er reeds een deel van deze zaken afgerond
en is er ook daadwerkelijk tot intrekking overgegaan. In veel andere zaken zijn de
mogelijke stappen gezet. De zaken die nog in behandeling zijn zullen conform de kaders
in de uitspraak verder worden onderzocht en beoordeeld. Het is mijn inzet de lopende
procedures zo snel mogelijk af te ronden.
Vraag 5
Deelt u de conclusie dat decennialang te veel migranten zijn toegelaten en dat er
in de praktijk vrijwel geen mensen zijn uitgezet? Zo nee, welke cijfers onderbouwen
volgens u een ander beeld?
Antwoord 5
Ik herken niet dat er vrijwel geen mensen zijn uitgezet. We zien in de jaarlijkse
cijfers inzake ketenbreed vertrek over de afgelopen vijf jaar dat er in 2025 23.490,
in 2024 22.170, in 2023 23.140, in 2022 19.230 en in 2021 18.480 personen zijn vertrokken.
Deze aantallen zijn gebaseerd op de vertrekregistraties van de KMar, politie en DT&V.
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel personen de afgelopen vijf jaar hun verblijfsstatus hebben
verkregen op basis van een asielrelaas dat later onjuist of verzonnen bleek te zijn
en in hoeveel van die gevallen de verblijfsvergunning daadwerkelijk is ingetrokken?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Deze gegevens zijn niet geaggregeerd uit de systemen te halen. De wettelijke intrekkingsgrondslag
wordt gebruikt bij verschillende situaties en niet enkel in geval van een verzonnen
asielrelaas Het is enkel inzichtelijk hoeveel zaken er zijn ingetrokken, maar niet
op welke grond dat is gebeurd.
Vraag 7
In hoeveel van de gevallen waarin een verblijfsvergunning is ingetrokken wegens een
vals asielrelaas, heeft daadwerkelijk uitzetting plaatsgevonden en wat is de gemiddelde
doorlooptijd tussen intrekking en daadwerkelijk vertrek?
Antwoord 7
Ook deze gegevens zijn niet uit de systemen te halen.
Vraag 8
De Raad van State merkt op dat u bij intrekking opnieuw moet beoordelen of de betrokkene
alsnog op andere gronden voor asiel in aanmerking komt: bent u het ermee eens dat
deze herbeoordelingsplicht in de praktijk een aanzuigende werking op onterechte asielclaims
in stand houdt en bent u bereid bij het kabinet en in Brussel te pleiten voor aanscherping
van deze regel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak geoordeeld
dat de IND de verleende vergunningen in deze zaken terecht heeft ingetrokken en uiteengezet
op welke wijze een herbeoordeling van het asielmotief dient plaats te vinden bij gevallen
waarin is gebleken dat er bewust valse verklaringen zijn afgegeven over dit asielmotief.
Uit de overwegingen van de Afdeling volgt dat vreemdelingen in dergelijke gevallen
niet in grote lijnen geloofwaardig geacht hoeven te worden, dat deze vreemdelingen
in beginsel niet langer het voordeel van de twijfel wordt gegund en dat op hen ten
aanzien van het eerder naar voren gebrachte asielmotief een verzwaarde bewijslast
rust. Het is dan ook zeker geen gegeven dat vreemdelingen ingevolge deze herbeoordeling
alsnog in aanmerking zullen komen voor een asielstatus. Ik volg dan ook niet dat een
herbeoordeling langs deze lijnen een aanzuigende werking op onterechte asielclaims
in stand houdt.
Vraag 9
Bent u bereid het beleid en de uitvoeringspraktijk zo aan te passen dat een verzonnen
of frauduleus asielrelaas in de regel leidt tot intrekking van de status én uitzetting?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Uit hoofde van EU regelgeving volgt reeds dat een status enkel verleend mag worden
indien er daadwerkelijk een beschermingsbehoefte bestaat. Dit betekent dus ook dat
het staande praktijk is dat indien aannemelijk is dat een vreemdeling een asielrelaas
heeft verzonnen of heeft gefraudeerd in de aanvraag, de vergunning wordt ingetrokken.
Terugkeer is in dergelijke gevallen het logische sluitstuk van de procedure. Er kan
echter niet uitgesloten worden dat er in voorkomende gevallen een andere oprechte
grondslag kan zijn die tot bescherming leidt. Omdat het verbod op refoulement absoluut
is, zullen die aanspraken altijd moeten worden onderzocht. Daarbij geldt, zoals aangegeven
in mijn antwoord op vraag 8, wel dat de vreemdeling in beginsel niet het voordeel
van de twijfel gegund hoeft te worden en dat ten aanzien van het eerder naar voren
gebrachte asielmotief een verzwaarde bewijslast op hem rust.
Vraag 10
Welke concrete maatregelen neemt u, of bent u voornemens te nemen, om de terugkeercapaciteit
en -uitvoering (waaronder de samenwerking met landen van herkomst en de inzet van
de Dienst Terugkeer en Vertrek) op korte termijn substantieel te vergroten?
Antwoord 10
Terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteit voor het kabinet.
Het kabinet tracht terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen langs verschillende
sporen te bevorderen. Zo heeft het kabinet onder andere ingezet op een snelle herziening
van de Europese Terugkeerrichtlijn. Op 1 juni jl. is er een onderhandelingsakkoord
overeengekomen door de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie over
de nieuwe terugkeerverordening. De nieuwe Terugkeerverordening moet de terugkeerprocedure
simpeler, efficiënter en doeltreffender maken en de lidstaten meer handvatten geven
om terugkeer te effectueren.
Daarnaast worden ook nationaal maatregelen getroffen om het terugkeerinstrumentarium
te versterken. Enkele van de voorgestelde wijzigingen zijn opgenomen in de Wet terugkeer
en vreemdelingenbewaring, welke onlangs is aangenomen in de Tweede Kamer. Zo wordt
in deze wet de mogelijkheid voor ongewenstverklaring van vreemdelingen verruimd. Deze
wet regelt dat de ongewenstverklaring voortaan ook kan worden opgelegd aan vreemdelingen
die onder de Terugkeerverordening vallen; waaronder (afgewezen) asielzoekers. Dit
betekent praktisch gezien dat een grotere groep criminele en/of overlastgevende vreemdelingen
in de toekomst ongewenst kan worden verklaard. Deze vreemdelingen moeten dan Nederland
onmiddellijk verlaten en kunnen strafrechtelijk worden vervolgd als zij dit niet doen.
Ook maakt de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring het meewerken aan vertrek verplicht.
Een vreemdeling die opzettelijk het terugkeerproces frustreert, kan straks worden
gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van
maximaal 5.500 euro. Tenslotte wordt, zoals eerder aangekondigd in de brief van 24 april
jl.,3 gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van terugkeerfrustreerders.
Verder zet het kabinet doorlopend in op het versterken van de terugkeersamenwerking
met derde landen. Terugkeersamenwerking met derde landen is immers essentieel voor
het realiseren van gedwongen terugkeer. Zo wordt onder andere ingezet op een versterkte
samenwerking met belangrijke landen van herkomst en transit, onder meer via migratiepartnerschappen.
Ook sluiten Nederland en de EU terug- en overnameovereenkomsten met derde landen waarin
concrete afspraken worden vastgesteld m.b.t. de terugkeersamenwerking. Tevens zet
Nederland ook in op maatregelen in EU-verband om de terugkeersamenwerking met derde
landen te verbeteren. Denk hierbij aan de mogelijkheid om negatieve visummaatregelen
te nemen tegen derde landen onder artikel 25bis van de Visumcode.
Vraag 11
Bent u bereid om, naast een asielstop, een concreet plan met tijdpad aan de Kamer
voor te leggen voor grootschalige terugkeer van mensen zonder rechtmatig verblijf?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Een asielstop is in strijd met het internationaal recht.
Het uitgangspunt van het Nederlandse terugkeerbeleid is dat alle vertrekplichtige
vreemdelingen Nederland moeten verlaten; waaronder ook vertrekplichtige asielzoekers.
Het kabinet zet zich dan ook voortdurend in om meer terugkeer te realiseren.
Vraag 12
Op welke termijn kunt u de Kamer hierover nader informeren?
Antwoord 12
Zoals hierboven benoemd is er op dit moment geen aanleiding – om bovenop de reguliere
inzet op terugkeer – een speciaal plan te ontwikkelen en voor te leggen aan de Kamer.
Voor de uiteenzetting over de doorlopende inzet van het kabinet op terugkeer verwijs
is u naar antwoord 10.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie