Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Flach en Stoffer over zwerfstroom en aanhoudende problemen bij veehouderijen
Vragen van de leden Flach en Stoffer (beide SGP) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretarissen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Infrastructuur en Waterstaat over de beantwoording van Kamervragen over zwerfstroom en aanhoudende problemen bij veehouderijen (ingezonden 13 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Staatssecretarissen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Infrastructuur
en Waterstaat (ontvangen 21 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2026–2027, nr. 2610.
Vraag 1
Deelt u de constatering dat er tenminste signalen zijn dat meerdere veehouderijbedrijven
dierenwelzijns- en andere problemen hebben mogelijk als gevolg van zwerfstroom?1
2
Antwoord 1
Ja, er zijn signalen dat er op enkele veehouderijen dierenwelzijns- en gezondheidsproblemen
worden waargenomen, waarbij de veehouders de link leggen met zwerfstroom.
Vraag 2
Hoe waardeert u de kritiek van experts, waaronder hoogleraar elektromagnetisme Frank
Leferink, op de uitgevoerde second opinion door DNV?3
Antwoord 2
De second opinion waar het gaat om de casus Ooltgensplaat is niet door DNV uitgevoerd
maar door een ingenieursbureau. De onderzoeksopzet van de second opinion is indertijd
tevoren goedgekeurd door hoogleraar Leferink. Hoogleraar Leferink geeft in zijn reactie
op de second opinion aan dat, op basis van (de wijze van meten in) de uitgevoerde
second opinion, het volgens hem niet duidelijk is of er wel of geen zwerfstromen rondom
de boerderij(en) aanwezig zijn.
DNV is door de provincie Zuid-Holland gevraagd om het oorspronkelijke onderzoek en
de second opinion te bestuderen en van commentaar te voorzien. DNV heeft dit in een
memo gericht aan de provincie opgeschreven (Memo nr. 10536763 – 31-01-2025). De reactie
van hoogleraar Leferink lijkt niet gericht op deze DNV-memo. Volgens DNV bevat het
oorspronkelijke onderzoek geen bewijs of indicatie dat externe invloeden de veroorzaker
zouden kunnen zijn voor de gemelde klachten binnen de twee bedrijven («De metingen
zijn ongeschikt om zwerfstromen te detecteren, laat staan deze in verband te brengen
met externe oorzaken»). Wel constateerde DNV dat de elektrische installatie van het
melkveebedrijf vermoedelijk niet aan de geldende veiligheidsnormen voldeed.
In het artikel waarnaar verwezen wordt benadrukt ook hoogleraar Leferink dat veebedrijven
hightech bedrijven zijn geworden en dat als filters van de apparaten niet goed zijn
ingesteld er lekstromen kunnen ontstaan.
In recent onderzoek («Onderzoek lek- en zwerfstromen door windturbines, zonneparken
en batterijopslagsystemen», d.d. 15 juni 2026) constateert DNV dat windturbines, zonneparken
en batterijopslagsystemen op enkele meters afstand geen waarneembare zwerfstromen
voor landbouwdieren veroorzaken.
Vraag 3
Bent u op de hoogte van de brief verstuurd vanuit gedeputeerde staten Zuid-Holland
aan de provinciale staten?4
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Hoe waardeert u de breed gedeelde conclusies die getrokken zijn naar aanleiding van
uitgevoerd onderzoek, de second opinion en overleg tussen betrokkenen en experts dat
het voorkomen van de problematiek op twee losse maar in de buurt van elkaar gelegen
bedrijfslocaties doet vermoeden dat er sprake is van bedrijfsoverstijgende oorzaken,
dat de problematiek overeenkomt met andere bekende gevallen van zwerfstroom, dat elektrificatie
mogelijk nieuwe uitdagingen oplevert waardoor vraagstukken over zwerfstroom meer gaan
spelen, dat er nog geen eenduidige oorzaak van de problematiek is aan te wijzen en
dat derhalve multidisciplinair onderzoek nodig is?
Antwoord 4
De conclusie die breed gedragen wordt is dat elektrificatie mogelijk nieuwe uitdagingen
oplevert. Veehouderijbedrijven zijn als gevolg van de elektrificatie hightech bedrijven
geworden met diverse elektrische apparaten die onderling afgesteld moeten worden.
Het is daarbij goed voorstelbaar dat de veehouders zorgen hebben, gezien de klachten
die zij ervaren. Er is geen aanleiding voor multidisciplinair onderzoek omdat dat
pas zinvol is er in monodisciplines geen mogelijke oorzaak van de problemen wordt
gevonden.
Vraag 5
Is de veronderstelling juist dat er concrete veiligheidsnormering is beneden 2,5 kHz
(netcode/technische code) en boven 150 kHz (op basis van de Europese EMC-richtlijn),
maar niet in het middengebied?
Antwoord 5
Het is niet correct dat er geen normstelling is in het middengebied tussen 2,5 en
150 kHz is. Productregelgeving zoals de machinerichtlijn, radioapparatenrichtlijn
en laagspanningsrichtlijn stelt eisen aan dierenwelzijn gerelateerd aan zwerfstroom
zonder frequentie beperkingen en dekt dus ook het middengebied.
Vraag 6
Is de veronderstelling juist dat zwerfstroom voorkomen kan worden via technische oplossingen,
bijvoorbeeld door goede filtering bij elektrische installaties, ook in het frequentiegebied
tussen 2,5 en 150 kHz?
Antwoord 6
Ja, voor alle frequenties zijn technische maatregelen te treffen om zwerfstroom terug
te brengen naar een acceptabel niveau.
Vraag 7
Is het uw voornemen om meer grip te krijgen op de problematiek van zwerfstroom? Zo
ja, hoe?
Antwoord 7
Zoals ook blijkt uit bovenstaande antwoorden is grip krijgen op zwerfstroom vooral
een technisch en geen beleidsmatig vraagstuk. Zoals aangegeven in eerdere antwoorden
op vragen van de leden Flach en Stoffer5 ontstaat zwerfstroom wanneer elektrische installaties niet goed geaard zijn of bedradingen
niet goed geïsoleerd zijn. Ook kunnen zwerfstromen ontstaan als de opbouw en capaciteit
van de elektrische installatie onvoldoende is of apparatuur wordt gebruikt die niet
voldoet aan de Europese veiligheidsregels. De grootste uitdaging zit in de correcte
aanleg, onderhoud en controles van de elektrische installaties door gecertificeerde
elektrotechnische installatiedeskundigen.
Vraag 8
Is de veronderstelling juist dat de huidige normering geen uitsluitsel geeft wat betreft
de invloed van elektrische verschijnselen op biologisch gedrag of stress bij dieren?
Antwoord 8
De genoemde regelgeving en richtlijnen in het antwoord op vraag 5 veronderstellen
dat er voldoende normering is voor wat betreft de invloed van elektrische verschijnselen
op dierenwelzijn. Het recente onderzoek van DNV («Onderzoek lek- en zwerfstromen door
windturbines, zonneparken en batterijopslagsystemen», d.d. 15 juni 2026) bevat een
kort literatuuronderzoek naar technisch-wetenschappelijk onderzoek aan zwerfspanningen
in agrarische omgevingen.
Het is bekend dat elektrische verschijnselen invloed kunnen hebben op het gedrag van
dieren en stress bij dieren kan veroorzaken. Vanuit de zorgplicht voor dieren volgt
dan ook dat dierhouders verantwoordelijk zijn om de elektrische installaties op hun
bedrijf te onderhouden.
Vraag 9
Deelt u de mening dat een probleem dat zich in de praktijk voordoet, maar institutioneel
moeilijk te adresseren is, toch opgepakt en uitgezocht moet worden?6
Antwoord 9
Ik begrijp dat veehouders die problemen ervaren met de gezondheid van hun dieren zorgen
hebben over zwerfstroom. Het is dan ook van belang dat bedrijven in ieder geval goed
onderzoeken of de bedrijfsinstallatie niet onverhoopt tot zwerfstroom leidt. De verantwoordelijkheid
daarvoor ligt primair bij de ondernemer en de installateur van de bedrijfsinstallaties.
Vraag 10
Bent u bereid in overleg te gaan met betrokken experts over de noodzaak en eventuele
opzet van het gevraagde multidisciplinair onderzoek naar zwerfstroom?
Antwoord 10
Afgelopen anderhalf jaar is diverse keren gesproken met de provincie, gemeente, de
getroffen veehouder en kennispartijen zoals het Kennisplatform elektromagnetische
velden. Deze gesprekken hebben geen nieuwe inzichten opgeleverd op basis waarvan een
multidisciplinair onderzoek gerechtvaardigd zou zijn. Dit wordt ondersteund door de
second opinion en het DNV-memo en -onderzoek.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur