Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Moorman en Westerveld over het stoppen van leerlingenvervoer van kinderen met autisme
Vragen van de leden Moorman en Westerveld (beiden PRO) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het stoppen van leerlingenvervoer van kinderen met autisme (ingezonden 31 augustus 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
21 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel ««Pak de bus maar»: ouders autistische kinderen radeloos
na stopzetten leerlingenvervoer»?1
Antwoord 1
Ja, ik heb dit artikel gelezen.
Vraag 2
Herkent u het in het artikel geschetste beeld dat ouders van kinderen met autisme
die niet zelfstandig kunnen reizen één week voor het einde van de zomervakantie te
horen hebben gekregen dat hun kinderen geen recht meer hebben op leerlingenvervoer?
Antwoord 2
Het is belangrijk dat ouders en leerlingen kunnen vertrouwen op het leerlingenvervoer.
Wanneer zaken veranderen kan dit vervelend zijn. Het is daarom belangrijk dat er dan
goed met ouders en leerlingen gecommuniceerd wordt.
In contact met de gemeente Rijswijk is bij mij aangegeven dat de gemeente zich niet
herkent in de geschetste situatie. Zij geeft aan dat zij in 2025 gekeken heeft hoe
zij leerlingenvervoer kon inrichten op een manier die beter aansluit bij de lokale
verordening. Volgens de verordening worden er in eerste instantie andere mogelijke
vormen van leerlingenvervoer verkend, zoals een ov-vergoeding, reiskostenvergoeding
of fietsvergoeding. Het aangepaste leerlingenvervoer heeft niet de voorkeur.2
De gemeente geeft aan dat zij gekeken heeft welke leerlingen met een andere vorm van
leerlingenvervoer naar school zouden kunnen reizen. In de zomer van 2025 zijn de ouders
van deze leerlingen die al gebruikmaakten van het leerlingenvervoer hiervan op de
hoogte gesteld. De gemeente heeft daarbij aangegeven dat de leerlingen in plaats van
aangepast vervoer een andere vorm van leerlingenvervoer zouden krijgen, maar ze zouden
in het schooljaar 2025–2026 nog wel gebruik kunnen maken van het aangepaste leerlingenvervoer.
Sinds de zomervakantie zijn er 27 zaken ingediend omtrent leerlingenvervoer in de
gemeente Rijswijk. Volgens de gemeente zijn er inmiddels 16 zaken gegrond verklaard.
Hieronder valt ook de situatie die besproken wordt in het artikel van het AD. De overige
zaken worden met spoed behandeld. De gemeente gaat het proces evalueren om vergelijkbare
situaties in de toekomst te voorkomen.
Vraag 3
Heeft u in beeld in hoeveel gemeenten kinderen met autisme met ingang van dit jaar
geen recht meer hebben op leerlingenvervoer en hoeveel kinderen en ouders worden hierdoor
geraakt?
Antwoord 3
OCW heeft op dit moment geen signalen ontvangen dat dezelfde situatie in meerdere
gemeenten speelt. Het ministerie houdt ontwikkelingen op het gebied van leerlingenvervoer
in de gaten. In 2026, net als in 2024 en 2022, voert Oberon in opdracht van OCW de
monitor leerlingenvervoer uit.3 OCW houdt zich daarnaast ook bezig met het meer inzichtelijk maken van het leerlingenvervoer.
Dit is een van de doelen van de werkagenda leerlingenvervoer. Zie hiervoor ook het
antwoord op vraag 9.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat voor de omschreven groep kinderen met autisme leerlingenvervoer
een voorwaarde is om onderwijs te kunnen volgen?
Antwoord 4
Leerlingenvervoer is een voorziening voor leerlingen die niet zelfstandig naar school
kunnen. Het is aan de gemeente om te beslissen welke kinderen recht hebben op deze
voorziening. OCW vindt het belangrijk dat leerlingen die dit nodig hebben, gebruik
kunnen maken van kwalitatief goed leerlingenvervoer. Met de werkagenda leerlingen
vervoer werkt OCW samen met partners aan de verbetering van het leerlingenvervoer.
Zie ook het antwoord op vraag 9.
Vraag 5
Welke gevolgen kan het stoppen van leerlingenveroer volgens u hebben voor deze kinderen
en tot welke problemen kan dit leiden? Hoeveel extra kosten zouden daarmee gepaard
kunnen gaan?
Antwoord 5
Wanneer leerlingen afhankelijk zijn van het leerlingenvervoer om van en naar school
te gaan, is het problematisch wanneer dit ineens wegvalt. De onzekerheid die dit met
zich meebrengt is onwenselijk. Wat de extra kosten zijn voor het wegvallen van leerlingenvervoer
hangt af van allerlei factoren die per gemeente kunnen verschillen.
Vraag 6
In hoeverre dreigen door deze besluiten dit schooljaar kinderen thuis komen te zitten
en wat doet u om dit te voorkomen?
Antwoord 6
Oberon heeft in 2024 een flitspeiling uitgevoerd naar de ervaringen van het gespecialiseerd
onderwijs met het aangepast vervoer. Hieruit kwam naar voren dat van de vestigingen
die aangeven dat er sprake was van schooluitval, de meeste aangeven dat taxivervoer
waarschijnlijk geen rol heeft gespeeld. Tien procent van alle vestigingen geeft aan
dat taxivervoer zeker een factor is geweest in de schooluitval van een of meer leerlingen.4
Recent zijn er bij OCW, buiten het artikel van het AD, geen specifieke signalen binnengekomen
van kinderen die vanwege het wegvallen van leerlingenvervoer thuis komen te zitten.
Vraag 7
Op welke manier voert u regie op verschillen tussen gemeenten?
Antwoord 7
Zoals eerder is aangegeven, ligt de verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer
bij de gemeenten. Gemeenten hebben hierdoor de vrijheid om passende beslissingen te
nemen over hoe leerlingenvervoer geregeld wordt, waardoor het mogelijk is dat er verschillen
ontstaan.
OCW houdt zich bezig met het verbeteren van de monitoring en het opstellen van een
kwaliteitskader voor leerlingenvervoer in de werkagenda leerlingenvervoer. Zie hiervoor
ook onze antwoorden op vraag 8 en 9.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de ongelijke behandeling die voortvloeit uit de verschillen tussen
gemeenten?
Antwoord 8
Het is wettelijk geregeld dat de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van leerlingenvervoer
bij de gemeente ligt. Dit heeft het voordeel dat er sprake kan zijn van maatwerk.
De gemeente kent de lokale situatie goed en zorgt er idealiter voor dat het leerlingenvervoer
hier goed op aansluit. Dit mag niet leiden tot ongelijke behandeling van leerlingen.
Iedere leerling moet toegang hebben tot leerlingenvervoer dat goed aansluit op haar
omstandigheden, zodat het recht op onderwijs kan worden geborgd. In de werkagenda
houden OCW en haar partners zich ook bezig met het opstellen van een kwaliteitskader,
zodat er een duidelijker beeld ontstaat over wat goed leerlingenvervoer inhoudt. Zie
hiervoor ook ons antwoord op vraag 9.
Vraag 9
Hoe gaat u zorgen dat kinderen die afhankelijk zijn van leerlingenvervoer voor het
volgen van onderwijs hier toegang tot hebben, ongeacht in welke gemeente ze wonen?
Antwoord 9
Het is wettelijk geregeld dat de gemeente vaststelt welke leerlingen recht hebben
op leerlingenvervoer en dit leerlingenvervoer uitvoert. Het is hierdoor mogelijk dat
er verschillen bestaan tussen gemeenten. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Het ministerie houdt zich daarnaast in de werkagenda Leerlingenvervoer samen met LBVSO,
VNG, Ouders & Onderwijs, VDVN, KNV en Sectorraad GO bezig met het verbeteren van de
kwaliteit van het leerlingenvervoer. Onder deze werkagenda vallen onder andere de
werkgroepen kwaliteitskader, die zich bezighoudt met de mogelijkheid tot het opstellen
van een landelijk kwaliteitskader voor leerlingenvervoer, en de werkgroep monitoring.
Op deze manier werkt OCW samen met partners aan het blijven verbeteren van de kwaliteit
van het leerlingenvervoer. De werkagenda loopt tot eind 2027, maar de opbrengst, bijvoorbeeld
in de vorm van producten, zal waar mogelijk eerder worden gedeeld.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap