Schriftelijke vragen : De invloed van NGO’s en achterkamertjespolitiek bij de totstandkoming van het Sanctiebesluit Israël
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken over de invloed van NGO’s en achterkamertjespolitiek bij de totstandkoming van het Sanctiebesluit Israël (ingezonden 21 september 2026).
Vraag 1
Is het juist dat op 7 april 2025 en 19 augustus 2025 gerichte overleggen hebben plaatsgevonden
tussen vertegenwoordigers van het kabinet, onder wie de toenmalige Minister-President
Schoof en Minister Veldkamp, en een coalitie van activistische NGO’s, waaronder Oxfam
Novib, PAX en Amnesty International, over de situatie in Israël en de Palestijnse
gebieden?
Vraag 2
Is het juist dat deze NGO’s tijdens deze overleggen en in een daaropvolgende brief
van 4 juni 2025 bij het kabinet hebben aangedrongen op het trekken van een zogenoemde
rode lijn en op het instellen van eenzijdige nationale economische sancties en handelsverboden
tegen Israël?
Vraag 3
Hoe verklaart u dat de formele aankondiging van dit Sanctiebesluit op 10 september
2025 volgde op deze aanhoudende lobbygesprekken? Kunt u uitsluiten dat het kabinet
met deze aankondiging feitelijk tegemoetkwam aan de eisen van deze niet-gekozen actiegroepen?
Zo ja, op grond van welke feiten kunt u dit uitsluiten?
Vraag 4
Klopt het dat Minister-President Jetten, blijkens zijn openbare agenda, op 21 mei
2026 de directies van deze NGO’s in Den Haag heeft ontvangen? Waarom kregen juist
deze organisaties vlak voor de afronding van de wetgeving opnieuw exclusieve toegang
tot het Torentje? Welke andere maatschappelijke organisaties, ondernemersverenigingen,
importeurs en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap zijn in deze periode door
de Minister-President ontvangen?
Vraag 5
Bent u bekend met de publicatie van Amnesty International van 21 mei 2026 met de titel
«NGO’s horen geen enkele nieuwe maatregel richting Israël van kabinet-Jetten»? Klopt het dat uit deze publicatie blijkt dat de betrokken organisaties het kabinet
een ultimatum van dertig dagen hebben gesteld om in te grijpen? Hoe heeft het kabinet
op dit ultimatum gereageerd?
Vraag 6
Hoe verklaart u dat de Staat binnen dit ultimatum, namelijk op 5 juni 2026, het ontwerpSanctiebesluit
via een spoedprocedure bij de Europese Commissie heeft aangemeld door middel van een
TRIS-notificatie en tevens aan de Raad van State heeft voorgelegd? Is het kabinet
door Oxfam Novib, Amnesty International of andere NGO’s onder druk gezet om deze stappen
binnen de door hen gestelde termijn te zetten? Zo nee, waardoor is deze samenloop
in tijd dan te verklaren?
Vraag 7
Waarom heeft het kabinet de verplichte openbare internetconsultatie over dit Sanctiebesluit
overgeslagen met een beroep op «onverwijlde spoed»? Hoe valt deze gestelde spoed te
rijmen met het feit dat het kabinet vanaf april 2025 tot en met mei 2026 ruim een
jaar de tijd heeft genomen om met activistische NGO’s over hun wensen en voorstellen
te overleggen?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat het gebruik van de spoedprocedure ertoe heeft geleid dat
rechtstreeks geraakte Nederlandse ondernemers, importeurs, detailhandelaren en leden
en organisaties van de Joodse gemeenschap niet in de gelegenheid zijn gesteld hun
formele bezwaren tegen dit strafrechtelijk te handhaven handelsverbod naar voren te
brengen? Zo ja, acht u dat zorgvuldig en gerechtvaardigd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Waarom wordt in de Nota van Toelichting bij het Sanctiebesluit gesteld dat de maatregel
een urgente en noodzakelijke uitvoering vormt van de advisory opinion van het Internationaal
Gerechtshof van 19 juli 2024, terwijl het kabinet daarna veertien maanden heeft gewacht
met de aankondiging van wetgeving? Hoe verklaart u dat de wetgeving pas werd aangekondigd
nadat in 2025 de genoemde lobbygesprekken met NGO’s hadden plaatsgevonden?
Vraag 10
Kunt u exact aangeven in welke overweging van de advisory opinion van het Internationaal
Gerechtshof van 19 juli 2024 Nederland juridisch bindend wordt opgedragen een nationaal
invoer-, aankoop- en verkoopverbod in te stellen, dit verbod strafrechtelijk te handhaven
en overtredingen door detailhandelaren strafbaar te stellen? Kunt u daarbij de relevante
passage letterlijk citeren en het bijbehorende paragraaf- of paginanummer vermelden?
Indien een dergelijke juridisch bindende opdracht niet in het advies staat, waarom
wekt het kabinet in de Nota van Toelichting dan de indruk dat Nederland tot deze specifieke
maatregelen verplicht is?
Vraag 11
Waarom bevat de Nota van Toelichting geen afzonderlijke lobbyparagraaf waarin inzichtelijk
wordt gemaakt welke NGO’s bij de voorbereiding van het Sanctiebesluit zijn betrokken,
welke voorstellen zij hebben gedaan en in hoeverre deze voorstellen door het kabinet
zijn overgenomen? Bent u bereid deze informatie alsnog volledig openbaar te maken?
Vraag 12
Bent u bereid alle agenda’s, deelnemerslijsten, gespreksverslagen, ambtelijke notities,
interne beslisnota’s, correspondentie en door NGO’s overhandigde position papers met
betrekking tot de gesprekken van 7 april 2025, 19 augustus 2025 en 21 mei 2026 integraal
en ongecensureerd aan de Kamer te verstrekken? Zo nee, welke documenten of passages
wilt u niet verstrekken en op welke wettelijke of staatsrechtelijke grond baseert
u iedere afzonderlijke weigering?
Vraag 13
Erkent u dat persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren niet zonder nadere motivering
kunnen worden gelijkgesteld aan de weigeringsgrond «het belang van de staat» als bedoeld
in Artikel 68 van de Grondwet? Bent u bereid om, indien u documenten of passages niet
aan de Kamer verstrekt, per document en per weggelakte passage specifiek, controleerbaar
en dragend te motiveren waarom verstrekking volgens u in strijd is met het belang
van de staat?
Vraag 14
Bent u bereid iedere vraag afzonderlijk en gedetailleerd en zonder samenvoeging te
beantwoorden en de volledige beantwoording binnen de daarvoor geldende termijn aan
de Kamer te doen toekomen?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Indiener
Gidi Markuszower, Kamerlid