Schriftelijke vragen : Autonomiebevorderend beleid binnen de ggz
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over autonomiebevorderend beleid binnen de ggz (ingezonden 21 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Psychiatrische patiënten zelf verantwoordelijk maken
voor hun herstel: is dat wel zo’n goed idee?», en met de daarin beschreven toepassing
van autonomiebevorderend beleid binnen de geestelijke gezondheidszorg?1
Vraag 2
Kunt u uiteenzetten in hoeveel ggz-instellingen in Nederland momenteel gebruik wordt
gemaakt van autonomiebevorderend beleid, bij hoeveel patiënten dit jaarlijks wordt
toegepast en welke patiëntengroepen hiervoor in aanmerking komen?
Vraag 3
Welke landelijke professionele richtlijnen, kwaliteitsstandaarden of wetenschappelijke
inzichten liggen momenteel ten grondslag aan de toepassing van autonomiebevorderend
beleid? Hoe beoordeelt u in dat verband dat wetenschappelijk onderzoek naar deze aanpak
volgens deskundigen nog beperkt beschikbaar is?
Vraag 4
Op welke wijze wordt momenteel bijgehouden wat de uitkomsten zijn van autonomiebevorderend
beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van suïcidepogingen, suïcides, zelfbeschadiging,
ziekenhuisopnames, dwangzorg, behandeluitval en het psychisch functioneren van patiënten?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat bij een behandeling die wordt toegepast op patiënten met
ernstige suïcidaliteit duidelijk moet zijn onder welke omstandigheden de behandeling
verantwoord kan worden ingezet, wanneer daarvan moet worden afgezien en welke waarborgen
daarbij noodzakelijk zijn? Zo ja, hoe is dit momenteel geregeld?
Vraag 6
Hoe wordt gewaarborgd dat verschillen tussen ggz-instellingen in de toepassing van
autonomiebevorderend beleid niet leiden tot ongewenste verschillen in de kwaliteit
en veiligheid van de zorg?
Vraag 7
Welke eisen gelden voor de deskundigheid en ervaring van behandelaren die autonomiebevorderend
beleid toepassen? Op welke wijze wordt geborgd dat behandelteams beschikken over voldoende
expertise op het gebied van ernstige suïcidaliteit, zelfbeschadiging en persoonlijkheidsproblematiek?
Vraag 8
Hoe worden patiënten en hun naasten vooraf geïnformeerd over het doel, de werkwijze,
mogelijke voordelen en mogelijke risico’s van autonomiebevorderend beleid? Op welke
wijze worden zij betrokken bij het besluit om deze aanpak toe te passen, voort te
zetten of te beëindigen?
Vraag 9
Herkent u het in het artikel geschetste knelpunt dat intensieve en langdurige begeleiding
van patiënten met ernstige suïcidaliteit niet altijd binnen de bestaande bekostiging
kan worden aangeboden? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om te voorkomen dat financiële
of organisatorische beperkingen bepalend worden voor de gekozen behandelstrategie?
Vraag 10
Wat is de stand van zaken van het in het artikel genoemde landelijke consultatieteam
voor complexe situaties rond suïcidaliteit, welke taken en bevoegdheden krijgt dit
team en wanneer verwacht u dat ggz-instellingen hiervan gebruik kunnen maken?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid