Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kathmann over het invoeren van chatcontrole
Vragen van het lid Kathmann (PRO) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het invoeren van chatcontrole (ingezonden 14 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 18 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Europees Parlement stemt in controversiële spoedprocedure
alsnog voor het checken van berichten op beelden van kindermisbruik»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van het verlengen van «chatcontrol 1.0»2 en de manier waarop dit via een spoedprocedure, mede onder druk van de Europese Commissie
en grote techbedrijven, is geforceerd?
Antwoord 2
Met de in het artikel genoemde «chatcontrol 1.0» wordt gedoeld op de tijdelijke afwijking
(derogatie) van de ePrivacy-richtlijn ten behoeve van de bestrijding van de verspreiding
van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik en grooming (de zogenoemde interim
derogatie). Deze regeling maakt het voor bepaalde aanbieders van interpersoonlijke
communicatiediensten mogelijk om op vrijwillige basis en onder voorwaarden, technologieën
in te zetten ter detectie van online seksueel misbruik van kinderen.
De in het Europees Parlement gevolgde stemmingsprocedure betreft een uitzonderlijke
procedure die slechts in specifieke gevallen wordt toegepast. In dit verband heeft
de voorzitter van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie verzocht diens
standpunt in eerste lezing te bevestigen. De Raad heeft daartoe de gebruikelijke procedurele
stappen doorlopen, waarna het Europees Parlement de behandeling via een zelfgekozen
spoedprocedure heeft voortgezet.
Het is aan het Europees Parlement zelf om binnen zijn Reglement van Orde te bepalen
welke procedure het voor de behandeling van een voorstel volgt.
Ten aanzien van de stelling dat de verlenging onder druk van de Europese Commissie
en grote technologiebedrijven zou zijn geforceerd, merk ik op dat mij geen informatie
bekend is waaruit een dergelijke beïnvloeding blijkt.
Vraag 3
Wat is de zienswijze van dit kabinet op deze vorm van chatcontrole? Volgt u nog steeds
de beide aangenomen moties-Kathmann (Kamerstukken 32 317, nr. 891 & 32 317, nr. 981) die vragen om zich tegen chatcontrole te verzetten?
Antwoord 3
De positie van het kabinet inzake het voorstel voor de interim derogatie is eerder
met uw Kamer gedeeld per Kamerbrief van 23 januari jl. en blijft in lijn met de aangenomen
moties-Kathmann.3 De steun voor verlenging van de interim derogatie betekent niet dat het kabinet voorstander
is van iedere vorm van detectie die daarbinnen juridisch mogelijk is. Nederland heeft
daarom bij zijn steun expliciet verklaard geen voorstander te zijn van technologie
voor de detectie van onbekend materiaal van seksueel kindermisbruik of grooming.
In de brief is uw Kamer medegedeeld dat het kabinet het voorstel voor een nieuwe tijdelijke
verlenging van de interim derogatie steunt, die een voortzetting is van de huidige
praktijk. Vrijwillige detectie speelt een essentiële rol in de aanpak van online seksueel
kindermisbruik in Nederland. Het voorstel dat voorlag, had tot gevolg dat de bestaande
praktijk waarbij dienstverleners de mogelijkheid krijgen dit materiaal te detecteren,
de komende twee jaar kon worden voortgezet, nu in de onderhandelingen van de Europese
Verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen (CSAM-verordening)
– die moet voorzien in een permanent juridisch kader – nog niet afgerond zijn. Gezien
de ernst, omvang en gevolgen van deze vreselijke vorm van criminaliteit is een mogelijkheid
om dit te detecteren noodzakelijk. Daarbij heeft het kabinet aangegeven te hechten
aan een periodiek weegmoment ten aanzien van de mogelijkheid van vrijwillige detectie.
Nederland heeft bij de steun van het voorstel schriftelijk verklaard geen voorstander
te zijn van het inzetten van technologie voor het detecteren van onbekend materiaal
van seksueel kindermisbruik of voor het opsporen van grooming. Het kabinet moedigt
bedrijven wél aan om proportionele en effectieve maatregelen te nemen om de verspreiding
van dit materiaal en grooming te voorkomen. De Nederlandse inzet is en blijft daarbij
conform de kabinetsstandpunten zoals uiteengezet in de Kamerbrieven van 18 november
20254 en 13 januari 2026 en in lijn met de motie Kathmann c.s.5
Vraag 4
Wat zijn de gevolgen van deze stemming voor de privacy van Nederlandse burgers, nu
vrijwillige chatcontrol niet alleen opnieuw is ingevoerd, maar is uitgebreid ten opzichte
van de vorige vrijstelling?
Antwoord 4
De nieuwe inwerkingtreding van de interim derogatie betekent in de eerste plaats dat
een nieuwe tijdelijke juridische grondslag voor vrijwillige detectie wordt bewerkstelligd.
De aanname in de vraag dat de reikwijdte ten opzichte van de eerdere derogatie is
uitgebreid, deelt het kabinet niet. Zowel de eerdere als de huidige interim derogatie
biedt aanbieders van interpersoonlijke communicatiediensten de mogelijkheid om op
vrijwillige basis bekende en onbekende afbeeldingen van seksueel kindermisbruik (CSAM)
en grooming te detecteren.
Daarbij is relevant dat uit de rapportages (2023 en 2025) over de toepassing van de
interim derogatie blijkt dat slechts vijf aanbieders rapporteren over vrijwillige
detectie. Van deze aanbieders heeft alleen Yubo aangegeven gebruik te maken van de
mogelijkheid om vrijwillig te detecteren op grooming (het seksueel benaderen van een
kind).6 Geen van de aanbieders heeft gerapporteerd vrijwillige detectie toe te passen binnen
end-to-end versleutelde onderdelen van hun diensten. Zo heeft Meta expliciet aangegeven
dat de detectie uitsluitend plaatsvindt in niet end-to-end versleutelde chats op Messenger
en Instagram Direct.
Daarnaast zijn in tweede lezing door het Europees Parlement amendementen aangenomen
die de reikwijdte van de vrijwillige detectie juist beperken. Deze amendementen bepalen
dat de verordening «niet van toepassing is op interpersoonlijke communicatie waarop eind-tot-eindversleuteling
wordt, was of zal worden toegepast». Daarmee is de bescherming van eind-tot-eind versleutelde communicatie ten opzichte
van de eerdere regeling explicieter verankerd.
Op vrijdag 31 juli jl. is de nieuwe interim derogatie in werking getreden na publicatie
in het Publicatieblad van de Europese Unie.7
Vraag 5
Op welke manier mogen techbedrijven AI toepassen om berichtenverkeer tussen burgers
te surveilleren? Kunt u duidelijk maken wat voor techniek hiervoor wordt toegepast
door de relevante bedrijven?
Antwoord 5
De interim derogatie staat aanbieders van interpersoonlijke communicatiediensten onder
strikte voorwaarden toe technologie, waaronder AI-gestuurde technologieën, te gebruiken
voor de vrijwillige detectie van online seksueel kindermisbruik (CSAM) en grooming.
De interim derogatie schrijft niet voor dat aanbieders AI moeten gebruiken en is technologie-neutraal,
maar stelt eisen aan de technologie die zij inzetten.
Van algemene surveillance van berichtenverkeer door techbedrijven is onder de interim
derogatie geen sprake. De derogatie biedt uitsluitend onder specifieke voorwaarden
een uitzondering op bepaalde regels uit de ePrivacy-richtlijn voor vrijwillige detectie
ten behoeve van de bestrijding van online seksueel kindermisbruik. De toegepaste technologie
moet voldoen aan de «state of the art in the industry» en zo min mogelijk inbreuk
maken op de privacy, overeenkomstig het beginsel van gegevensbescherming door ontwerp
en door standaardinstellingen (data protection by design and by default). Voor technologie die tekstberichten analyseert (grooming) geldt dat deze niet de
inhoud of betekenis van communicatie mag afleiden, maar uitsluitend patronen mag herkennen
die kunnen wijzen op mogelijk online seksueel misbruik van kinderen.
Daarnaast geldt dat aanbieders vooraf een gegevensbeschermingseffect-beoordeling (Data
Protection Impact Assessment, DPIA) moeten uitvoeren en, indien vereist, een voorafgaande
raadpleging van de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit moeten doorlopen. Bij de
inzet van nieuwe detectietechnologie of technologie voor het opsporen van grooming
moeten aanbieders aantonen dat zij opvolging hebben gegeven aan eventuele schriftelijke
adviezen van de toezichthoudende autoriteit.
De verordening stelt verder eisen aan de betrouwbaarheid van de gebruikte technologie.
Deze moet het aantal foutieve meldingen zoveel mogelijk beperken en eventuele fouten
onverwijld herstellen. Voor de detectie van grooming geldt bovendien dat uitsluitend
gebruik mag worden gemaakt van relevante indicatoren en objectief vastgestelde risicofactoren,
zoals een aanzienlijk leeftijdsverschil of aanwijzingen dat een kind betrokken is
bij de communicatie. Daarbij blijft menselijke beoordeling van meldingen vereist.
Tot slot moet iedere verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk en evenredig zijn.
De verwerking mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van het detecteren en verwijderen
van materiaal van seksueel kindermisbruik en het detecteren van grooming, alsmede
het melden daarvan aan de bevoegde autoriteiten of organisaties die zich inzetten
voor de bestrijding van seksueel kindermisbruik. Daarbij mogen uitsluitend die inhoud
en die verkeersgegevens worden verwerkt die strikt noodzakelijk zijn voor deze doeleinden.
In de rapportage van de diensten over de interim derogatie wordt niet per dienst toegelicht
welke techniek voor welke inzet is gebruikt. De rapportage geeft wel een niet-uitputtende
lijst van voorbeelden met een aantal van de meest gebruikte instrumenten, zoals hashingtechnieken
bij bekend materiaal (bijvoorbeeld Microsoft PhotoDNA en Google CSAI Match), classifiers
en AI bij nieuw materiaal (bijvoorbeeld Google Content Safety API) en tekstgebaseerde
instrumenten bij grooming (bijvoorbeeld Project Artemis van Microsoft).8
Vraag 6
Hoe wordt voorkomen dat onschuldige burgers op basis van valse positieven verdacht
worden gemaakt en worden gemeld bij de politie of Europol?
Antwoord 6
De interim derogatie bevat verschillende waarborgen om het risico op foutieve meldingen
zoveel mogelijk te beperken. De gebruikte technologie moet voldoende betrouwbaar zijn,
het aantal fout-positieve resultaten zoveel mogelijk beperken en eventuele fouten
onverwijld herstellen. Daarnaast geldt dat een positieve detectie door geautomatiseerde
technologie niet zonder meer betekent dat een persoon als verdachte wordt aangemerkt.
Waar de technologie mogelijk nieuw online materiaal betreffende seksueel misbruik
van kinderen en het benaderen van kinderen detecteert, vindt verplichte menselijke
beoordeling plaats voordat wordt gemeld aan rechtshandhavingsinstanties of organisaties
die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen.
Een melding door een aanbieder is bovendien niet gelijk aan een strafrechtelijke verdenking.
Het is aan de bevoegde rechtshandhavingsinstanties om zelfstandig te beoordelen of
informatie aanleiding geeft tot nader onderzoek en of aan de daarvoor geldende wettelijke
voorwaarden is voldaan.
Vraag 7
Deelt u de zorgen van de indiener dat, zolang het scannen van online berichtenverkeer
is toegestaan, er een reëel risico is dat deze techniek ook voor andere doeleinden
zal worden gebruikt als gevolg van «mission creep»?
Antwoord 7
Het kabinet deelt niet de conclusie dat het bestaan van deze tijdelijke derogatie
er op zichzelf toe leidt dat de technologie ook voor andere doeleinden kan worden
ingezet. De derogatie is beperkt tot specifiek omschreven doeleinden en de vereisten
van noodzakelijkheid, proportionaliteit en doelbinding zijn onverkort van toepassing.
Een eventuele uitbreiding van de wettelijke doeleinden zou afzonderlijke besluitvorming
en, waar daarvoor Europese regelgeving nodig is, een regulier Europees wetgevingstraject
vereisen.
Dat neemt niet weg dat het kabinet het van belang acht voortdurend te waken voor gebruik
van dergelijke technologie voor andere doeleinden dan waarvoor deze is toegestaan.
Vraag 8
Hoe staat het met de onderhandelingen voor de CSAM-verordening, waar een vorm van
chatcontrole tot dusver altijd een onderdeel van is geweest? Wanneer verwacht u dat
hierover een stemming zal plaatsvinden?
Antwoord 8
Onder het Cypriotische voorzitterschap is verdere voortgang geboekt in de onderhandelingen
over de CSAM-verordening, met name op de onderdelen verwijder- en blokkeringsbevelen,
alsmede de bepalingen inzake risicobeoordeling, risicobeperkende maatregelen en rapportageverplichtingen.
Het Ierse voorzitterschap zet de onderhandelingen voort, waarbij de focus zal liggen
op de artikelen inzake detectiebevelen en het EU-centrum.
Het kabinet kan niet vooruitlopen op het tijdpad waarbinnen overeenstemming zal worden
bereikt. Zoals eerder is gebleken, zijn de onderhandelingen over deze verordening
complex en weerbarstig. Het kabinet blijft zich inzetten voor een spoedige totstandkoming
van een permanent juridisch kader dat de verspreiding van online seksueel kindermisbruik
effectief bestrijdt en tegelijkertijd recht doet aan de aandachtspunten die Nederland
gedurende de onderhandelingen heeft ingebracht, waaronder de waarborgen voor grondrechten
en de digitale weerbaarheid.
Vraag 9
Bent u bereid de Kamer een beslismoment voor te leggen als er een belangrijke (voor)stemming
nadert met betrekking tot chatcontrole, zodat zij tijdig en goed geïnformeerd de kabinetsinzet
kan sturen?
Antwoord 9
Ja. Het kabinet zal de Kamer conform de geldende afspraken tijdig informeren over
wezenlijke ontwikkelingen in de onderhandelingen en over wijzigingen die gevolgen
kunnen hebben voor de Nederlandse inzet.
Vraag 10
Kunt u bevestigen dat Nederland zich ten alle tijden en onomwonden zal verzetten tegen
voorstellen die het scannen van versleutelde berichten mogelijk maken, al dan niet
via een omweg?
Antwoord 10
Voor Nederland is het duidelijk dat, mede naar aanleiding van de moties van Raan c.s.
en Kathmann c.s., geen ruimte bestaat om voorstellen te ondersteunen die:9 end-to-end encryptie onmogelijk maken,10
11 verplichte detectie in de privécommunicatie van alle burgers inhouden; en12 detectie verplichten in end-to-end versleutelde omgevingen die in de praktijk uitsluitend
kunnen worden uitgevoerd door middel van client-side scanning.13
Vraag 11
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat