Schriftelijke vragen : De gevolgen van de schorsing van kwaliteitsborgers voor bouwprojecten
Vragen van het lid Flach (SGP) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de gevolgen van de schorsing van kwaliteitsborgers voor bouwprojecten (ingezonden 7 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat mogelijk tot 1300 bouwprojecten stil komen
te liggen doordat kwaliteitsborgers zijn geschorst?1
Vraag 2
Kunt u de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de precieze aanleiding en gronden
voor de schorsingen van de betreffende kwaliteitsborgers?
Vraag 3
Hoeveel bouwprojecten worden naar verwachting daadwerkelijk geraakt door de schorsingen,
en om hoeveel woningen gaat het in totaal?
Vraag 4
Kunt u uitsplitsen hoeveel van de getroffen projecten betrekking hebben op woningbouw,
en hoeveel daarvan sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en koopwoningen betreffen?
Vraag 5
Klopt het dat gemeenten een bouwproject direct moeten stilleggen wanneer de betrokken
kwaliteitsborger is geschorst en daardoor niet langer bevoegd is om kwaliteitsborging
uit te voeren? Hoe verhoudt deze verplichting zich tot de belangen van opdrachtgevers,
aannemers en woningzoekenden?
Vraag 6
Deelt u de zorg dat het niet wenselijk is dat een probleem bij één kwaliteitsborger
kan leiden tot het stilvallen van mogelijk honderden of zelfs 1.300 bouwprojecten?
Welke systeemrisico’s ziet u hierin?
Vraag 7
Was bij de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) rekening gehouden
met de mogelijkheid dat een kwaliteitsborger tijdens de uitvoering van honderden projecten
wordt geschorst? Zo ja, welke noodvoorzieningen zijn hiervoor getroffen?
Vraag 8
Beschikt de markt momenteel over voldoende capaciteit om de getroffen projecten snel
over te nemen? Zo nee, welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat projecten weken
of maanden vertraging oplopen?
Vraag 9
Kan een andere bevoegde kwaliteitsborger een lopend project zonder onnodige dubbeling
van werkzaamheden overnemen? Bent u bereid hiervoor, waar dat verantwoord is, een
versnelde overgangsprocedure mogelijk te maken?
Vraag 10
Wie draagt de financiële gevolgen van de ontstane vertraging en de kosten van het
inschakelen van een nieuwe kwaliteitsborger? Vindt u het redelijk dat opdrachtgevers
of aannemers worden geconfronteerd met kosten die zij niet zelf hebben veroorzaakt?
Vraag 11
Bent u bereid te onderzoeken of een tijdelijke voorziening nodig is voor bouwbedrijven
en opdrachtgevers die door een schorsing buiten hun schuld worden geconfronteerd met
aanzienlijke financiële schade?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat het doel van kwaliteitsborging moet zijn dat bouwkwaliteit
daadwerkelijk wordt verbeterd, maar dat het stelsel tegelijkertijd werkbaar, proportioneel
en voorspelbaar moet zijn voor bouwers en opdrachtgevers?
Vraag 13
Uit berichtgeving blijkt dat gemeenten mogelijk verschillend omgaan met de gevolgen
van een schorsing van een kwaliteitsborger; bent u bereid hierover op korte termijn
eenduidige instructies aan gemeenten en omgevingsdiensten te geven?
Vraag 14
Welke lessen trekt u uit de huidige situatie voor de inrichting van de markt voor
kwaliteitsborging? Is er volgens u voldoende sprake van concurrentie en voldoende
beschikbaarheid van kwaliteitsborgers om de continuïteit van de bouw te waarborgen?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer per ommegaande te informeren over een concreet pakket maatregelen
om te voorkomen dat de schorsing van een kwaliteitsborger in de toekomst opnieuw leidt
tot grootschalige bouwstagnatie, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar continuïteit,
proportionaliteit, rechtszekerheid en het beperken van regeldruk?
Vraag 16
Kunt u inventariseren welke andere problemen zich voordoen bij de uitvoering van de
Wkb?
Vraag 17
Wat zijn de extra kosten voor de bouw van woningen als gevolg van de uitvoering van
de Wkb?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Asten
(D66), ingezonden 2 september 2026 (vraagnummer 2026Z17718) en van het lid Steen (CDA), ingezonden 3 september 2026 (vraagnummer 2026Z17834)
Indieners
-
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
André Flach, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.