Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Synhaeve over het bericht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen
Vragen van het lid Synhaeve (D66) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen (ingezonden 21 juli 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 4 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «IGJ moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen»1 en «Zwaarbelaste toezichthouder op de zorg moet ook nog eens inkrimpen»2?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wanneer en op welke wijze is de Kamer specifiek geïnformeerd over deze ingrijpende
krimpopgave bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?
Antwoord 2
De Tweede Kamer is eerder geïnformeerd over de financiële taakstellingen waarmee de
Rijksoverheid en daarmee ook de IGJ te maken hebben3. Bij de IGJ gaat het onder meer om kortingen en taakstellingen vanaf 2022 en om het
aflopen van incidenteel toegekende budgetten, zoals de WAU-middelen. In het Jaarbeeld
IGJ 2025 is aangegeven dat de IGJ als gevolg hiervan haar formatie heeft moeten verlagen.
Ook is aangegeven dat deze bezuinigingen de komende jaren effect zullen hebben en
dat de IGJ hiervoor een meerjarig plan opstelt.
De omvang van de reductie en de wijze waarop de IGJ deze de komende jaren wil realiseren,
zijn onderdeel van de verdere uitwerking door de IGJ. De IGJ is verantwoordelijk voor
de inrichting van haar organisatie binnen de geldende financiële en wettelijke kaders.
Vraag 3
Klopt het, zoals in het artikel van Zorgvisie wordt bericht, dat het Ministerie van
VWS vanaf het begin bij deze opgave is betrokken? Kunt u toelichten op welke momenten
en op welk niveau dit is gebeurd, en wat de inzet van u daarbij is geweest?
Antwoord 3
Het Ministerie van VWS is vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de IGJ betrokken bij
de financiële en organisatorische kaders waarbinnen de IGJ haar taken uitvoert. Daarbij
geldt dat de IGJ als toezichthouder onafhankelijk is in de uitvoering van haar toezicht.
De huidige personele opgave is het gevolg van de financiële kaders en de daaruit voortvloeiende
taakstellingen waarmee de IGJ te maken heeft. De precieze vertaling daarvan naar de
organisatie en de personele formatie is de verantwoordelijkheid van de IGJ.
De IGJ en VWS zijn hierover met elkaar in gesprek. Voor het kabinet staat daarbij
voorop dat de IGJ haar wettelijke taken als onafhankelijk toezichthouder effectief
en risicogericht moet kunnen blijven uitvoeren, opdat zij haar rol bij het borgen
en verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de zorg kan blijven vervullen. De
beschikbare capaciteit en de prioriteiten binnen het toezicht moeten daarom met elkaar
in balans zijn.
De IGJ werkt aan een verdere ontwikkeling van haar toezicht, onder meer door meer
datagedreven te werken en keuzes te maken in de wijze waarop toezicht wordt uitgevoerd.
Vraag 4
Op welke manier is de arbeidsbesparing die het bestuur van de IGJ denkt te behalen
onderbouwd? Kunt u inzichtelijk maken hoe groot de besparing is per zorgsector en
per deeltaak van de IGJ?
Antwoord 4
De veranderopgave van de IGJ vloeit zowel voort uit de ontwikkelingen in de zorg als
uit de verwachte afname van het beschikbare budget. Om met minder mensen effectief
toezicht te kunnen blijven houden, zal de IGJ haar toezicht nog meer risicogericht,
gedifferentieerd en sector overstijgend vormgeven.
De IGJ zet daarbij onder meer in op het versterken van haar informatiepositie, proactief
en risicogericht toezicht, een regionale oriëntatie, sectoroverstijgend werken, de
inzet van multidisciplinaire teams en een bredere inzet van specialistische kennis.
Ook wil de IGJ individuele signalen selectiever opvolgen en specifieke toezichtafspraken
maken met aanbieders die aantoonbaar professioneel sturen op kwaliteit en veiligheid.
Daarnaast werkt de IGJ aan een versterking van de inzet van data en risicoanalyses,
zodat de beschikbare toezicht capaciteit gerichter kan worden ingezet.
De precieze personele gevolgen van deze veranderingen en de verdeling daarvan over
de verschillende taken zijn nog niet definitief vastgesteld. Daarom kan op dit moment
geen onderbouwde uitsplitsing van de arbeidsbesparing per zorgsector of deeltaak worden
gegeven.
Vraag 5
Kan de IGJ met deze verminderde capaciteit alle taken blijven uitvoeren die zij momenteel
uitvoert, mede gelet op het jaarlijks stijgende aantal meldingen, de al twee jaar
geldende vacaturestop en de oplopende werkdruk?
Antwoord 5
De IGJ maakt ieder jaar keuzes binnen de grote diversiteit aan taken. De veranderingen
in de zorg en het feit dat het financiële kader van de IGJ de komende zes jaar krimpt,
vragen om een andere inrichting van het toezicht en om scherpe inhoudelijke keuzes.
Deze plannen worden momenteel uitgewerkt. Het Ministerie van VWS is vanuit zijn verantwoordelijkheid
voor de IGJ betrokken bij de financiële en organisatorische kaders waarbinnen de IGJ
haar taken uitvoert.
Vraag 6
Deelt u de verwachting van de inspecteur-generaal dat datagericht en risicogericht
werken de krimp grotendeels kan opvangen? Waarop is die verwachting gebaseerd, mede
in het licht van de kanttekening van hoogleraar gezondheidsrecht Legemaate dat voor
veel inspectietaken mensen nodig blijven zoals tuchtzaken en het bezoeken van instellingen?
Antwoord 6
Het kabinet steunt de inzet van de IGJ om door meer data- en risicogericht te werken
de beschikbare toezicht capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten.
Tegelijkertijd blijven professionele beoordeling, specialistische kennis en toezicht
op locatie voor verschillende toezichtstaken noodzakelijk. Datagedreven werken is
daarom vooral een middel om de beschikbare capaciteit gerichter in te zetten en geen
volledige vervanging van menselijk toezicht.
Vraag 7
Hoe rijmt deze krimpopgave met de inzet van het kabinet, op basis van het coalitieakkoord,
op de aanpak van zorgfraude, mede gezien het bericht dat onlangs al een fraudeteam
van de IGJ is opgeheven?
Antwoord 7
De krimpopgave en de aanpak van zorgfraude staan los van elkaar. Het is daarom niet
juist om uit de krimpopgave te concluderen dat het kabinet minder prioriteit geeft
aan de aanpak van zorgfraude. De aanpak van zorgfraude is juist een expliciete prioriteit
van het kabinet, onder meer naar aanleiding van het coalitieakkoord en het Aanvullend
Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Ook de beëindiging van het tijdelijke programma Integere Bedrijfsvoering en Zorgverwaarlozing
(IBZ) van de IGJ staat hier los van. De IGJ beschouwt zorgfraude als een prioriteit
en heeft aangegeven dat de binnen het programma opgebouwde kennis, ervaring en werkwijzen
worden geborgd in de lijnorganisatie. De IGJ blijft toezicht houden op zorgfraude
en blijft samenwerken met andere partijen binnen de fraudeketen.
Vraag 8
Op welke manier kan worden gegarandeerd dat de reductie in personeel de aanpak van
misstanden in de jeugdzorg niet in het gedrang brengt?
Antwoord 8
De kwaliteit en veiligheid van jeugdhulp en de bescherming van kinderen en jongeren
zijn belangrijke prioriteiten van het kabinet. De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit
en veiligheid van de jeugdhulp. De IGJ zal in haar toezicht aandacht blijven besteden
aan de misstanden in de jeugdzorg. De wijze waarop de IGJ dit doet, wordt jaarlijks
bepaald.
Vraag 9
Kunt u garanderen dat deze ingrijpende krimpopgave bij de IGJ niet ten koste gaat
van de uitvoering van de motie van het lid Synhaeve c.s. (Kamerstuk 31 839, nr. 1155) waarin jeugdhulpaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf gescreend worden in
plaats van de huidige situatie waarin de IGJ reactief handelt?
Antwoord 9
Het kabinet onderzoekt momenteel hoe deze motie kan worden uitgevoerd.
Vraag 10
Is u bekend dat de IGJ voor oktober een meerjarenbeleidsplan en begin 2027 een reorganisatieplan
prsenteert? Bent u bereid de Kamer over beide plannen te informeren voordat onomkeerbare
stappen worden gezet?
Antwoord 10
Ja, het kabinet is bekend met de voorgenomen planning van de IGJ. De IGJ is onafhankelijk
en maakt binnen de geldende wettelijke en financiële kaders haar eigen afwegingen
over de inrichting en uitvoering van het toezicht. Tegelijkertijd draagt de Minister
van VWS ministeriële verantwoordelijkheid voor de IGJ. Daarom vindt regelmatig inhoudelijk
overleg plaats tussen het Ministerie van VWS en de IGJ, onder meer over de prioritering
en de te maken keuzes.
De IGJ werkt momenteel aan een nieuw Meerjarenbeleidsplan en het Jaarplan 2027. Zoals
ook bij het huidige meerjarenbeleidsplan en jaarplan is gebeurd, zal het kabinet deze
plannen na vaststelling aan de Kamer sturen.
Vraag 11
Kunt u deze vragen voor het commissiedebat «Goed bestuur en toezicht in de zorg (+IGJ
en Zorgfraude)» en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
-
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.