Schriftelijke vragen : De verdubbeling van de onderwijsuitgaven zonder aantoonbaar betere onderwijsresultaten
Vragen van de leden Kisteman en De Beer (beiden VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de verdubbeling van de onderwijsuitgaven zonder aantoonbaar betere onderwijsresultaten (ingezonden 4 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Verdubbeling Rijksuitgaven aan onderwijs bleef zonder
resultaat»?1
Vraag 2
Herkent u de hoofdconclusie van dit artikel dat de reële onderwijsuitgaven per leerling
sinds 1995 ongeveer zijn verdubbeld terwijl de leerprestaties niet zijn verbeterd
en op belangrijke onderdelen zelfs zijn verslechterd? Zo nee, op welke cijfers baseert
u uw oordeel?
Vraag 3
Klopt de berekening dat in 2024 in het funderend onderwijs € 19,2 miljard meer is
uitgegeven dan in 1995 (met inflatiecorrectie) en dat € 17,2 miljard hiervan voortkomt
uit beleidsaanpassingen?
Vraag 4
Kunt u tegenover deze uitgavenontwikkeling de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit
plaatsen aan de hand van onder meer PISA, PIRLS, TIMSS, examenresultaten en de oordelen
van de Inspectie van het Onderwijs?
Vraag 5
Welke aanvullende wettelijke en maatschappelijke taken hebben scholen sinds 1995 gekregen
en welk deel van de uitgavenstijging kan hieraan worden toegeschreven?
Vraag 6
Welke aantoonbare resultaten zijn met deze extra uitgaven bereikt?
Vraag 7
Klopt het dat er tot op heden geen langjarige evaluatie is uitgevoerd naar de relatie
tussen de forse stijging van de onderwijsuitgaven en de ontwikkeling van de leerprestaties?
Bent u bereid deze evaluatie alsnog uit te voeren?
Vraag 8
Klopt de constatering dat het aantal niet-lesgevende personeelsleden sinds 1995 veel
sterker is gegroeid dan het aantal leraren? Klopt de in het artikel genoemde stijging
van 228 procent en zijn de gebruikte cijfers en definities over deze periode onderling
vergelijkbaar?
Vraag 9
Deelt u de analyse uit het artikel dat het toezicht sinds 2011 steeds meer is gericht
op procedures en documentatie en relatief minder op onderwijsresultaten?
Vraag 10
Klopt het dat leraren in het primair en voortgezet onderwijs sinds het jaar 2000 gemiddeld
minder uren zijn gaan lesgeven? Welk effect heeft deze ontwikkeling gehad op de leerprestaties?
Vraag 11
Heeft u inzicht in de effecten van de groei van het aantal onderwijs- en klassenassistenten
op de werkdruk van leraren en de leerprestaties van leerlingen?
Vraag 12
Welke meetbare effecten hebben de salarismaatregelen van de afgelopen decennia gehad
op de instroom en het behoud en aantrekken van leraren?
Vraag 13
Is het mogelijk dat nieuwe onderwijsuitgaven voortaan worden voorzien van concrete
en meetbare doelen voor onderwijskwaliteit met daarbij een evaluatietermijn en de
mogelijkheid om de uitgave te beëindigen wanneer resultaten uitblijven?
Vraag 14
Zijn er op dit moment onderwijsuitgaven die u op basis van beschikbare evaluaties
onvoldoende doeltreffend of doelmatig acht? Zo ja, welke?
Vraag 15
Kunt u deze vragen ruim voorafgaand aan de behandeling van de OCW-begroting voor 2027
beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Arend Kisteman, Kamerlid -
Medeindiener
Martin de Beer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.