Schriftelijke vragen : Racistische patrouilles in Loosdrecht
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over racistische patrouilles in Loosdrecht (ingezonden 4 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van waarnemend burgemeester Mark Verheijen
(VVD) tijdens de Pauw en De Wit uitzending van maandag 31 augustus?: «Dat was buitengewoon
onsmakelijk. Dit is een groep die – ik kan het niet anders zeggen – die ‘s avonds
op zoek ging naar zwarte mensen in onze samenleving om te kijken of er iets gebeurde
en soms ook om ze te intimideren. (…) Ze hebben een uitgebreid gesprek met de politie
gehad: wat mag wel en wat mag niet? (…) Het heeft een hele onsmakelijke … het heeft
wat met weerkorpsen … dat gevoel krijg je erbij.»1 Zo ja, wat is uw reactie?
Vraag 2
Klopt het dat het hierbij gaat om (leden van) Defend Loosdrecht, dat sinds de opening
van de noodopvang in Loosdrecht naar eigen zeggen een burgerwacht heeft gevormd? Zo
nee, om welke groep of personen ging het volgens de burgemeester dan wel?
Vraag 3
Heeft u kennisgenomen van het feit dat Defend Loosdrecht met ongeveer dertig mannen
dag en nacht door Loosdrecht patrouilleerde, daarbij herkenbare kleding met de teksten
«Defend Loosdrecht» en «Security» draagt, gebruikmaakt van portofoons en heeft aangekondigd
steekvesten te gaan dragen?2 Hoe beoordeelt u deze gebeurtenissen?
Vraag 4
Wat is bij de politie bekend over gevallen waarin leden van deze patrouille mensen
van kleur of bewoners en medewerkers van de asielopvang hebben gevolgd, gecontroleerd,
gefilmd, aangesproken of geïntimideerd? Zijn hierover meldingen of aangiften bij de
politie gedaan? Zo ja, hoeveel en wat is daarmee gebeurd? Indien er geen aangifte
is gedaan, welke mogelijkheden zijn er om extra onderzoek in te stellen, gezien de
ernst van de feiten waar burgemeester Verheijen over sprak?
Vraag 5
Bent u van mening dat het specifiek opzoeken, volgen of controleren van mensen vanwege
hun huidskleur volstrekt onaanvaardbaar is en dat de overheid mensen tegen dergelijke
walgelijke racistische intimidatie moet beschermen?
Vraag 6
Klopt het dat de politie een «begrenzend gesprek» heeft gevoerd met Defend Loosdrecht
en daarbij heeft aangegeven dat de groep als «extra oren en ogen in de wijk» kan dienen,
zolang zij niet zelf optreedt of voor eigen rechter speelt?3 Waarom heeft de politie ervoor gekozen deze burgerwacht op deze manier ruimte te
geven om haar patrouilles voort te zetten?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u dat de politie Defend Loosdrecht ruimte heeft gegeven om als zelfbenoemde
burgerwacht te patrouilleren, terwijl de extreemrechtse groep Defend Netherlands eerder
opriep tot de protesten tegen de asielopvang in Loosdrecht, extreemrechtse groepen
zich rond deze protesten manifesteerden en de protesten ernstig zijn geëscaleerd met
vernielingen, zwaar vuurwerk en brandstichting bij de opvang?4 Hoe kan de politie het tegen deze achtergrond verantwoord vond dat een Defend-groep
vervolgens als burgerwacht door Loosdrecht patrouilleerde en zich een veiligheidstaak
toe-eigende?
Vraag 8
Acht u die opstelling nog steeds verantwoord nu de waarnemend burgemeester heeft verklaard
dat een groep ’s avonds specifiek op zoek ging naar mensen van kleur en hen soms intimideerde?
Zo ja, waarom?
Vraag 9
Bent u bereid de politie te laten herbeoordelen waarom Defend Loosdrecht wordt toegestaan
als zelfbenoemde burgerwacht te blijven patrouilleren, gelet op de extreemrechtse
context, de eerdere geweldsescalatie rond de asielopvang en de signalen over het gericht
opzoeken en intimideren van mensen van kleur, en ervoor te zorgen dat bewoners van
de opvang zich vrij en veilig in de openbare ruimte kunnen bewegen? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 10
Zijn de patrouilles gestopt, of is er op dit moment ook nog sprake van dit soort groeperingen
die zichzelf «burgerwacht» noemen?
Vraag 11
Biedt de Wet op de weerkorpsen voldoende aanknopingspunten om tegen dit soort groepen
op te treden of is een wetswijziging nodig, zodat de burgers van Nederland voldoende
beschermd worden tegen dit soort racistische groeperingen?
Vraag 12
Erkent u dat heel veel mensen in Nederland, zowel Nederlandse burgers als mensen die
gevlucht zijn voor oorlog en geweld, zich grote zorgen maken over extreemrechtse en
racistische patrouilles, niet in de laatste plaats vanwege hun eigen veiligheid? Wat
gaat u voor deze mensen die zich terecht zorgen maken doen?
Vraag 13
Bent u bereid om publiekelijk luid en duidelijk kenbaar te maken dat voor dit soort
extreemrechtse en racistische groeperingen geen plek in de Nederlandse samenleving
is?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.