Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Huizenga en het lid Van der Werf over het besluit van het IOC om Russische sporters weer toe te laten tot internationale sportevenementen
Vragen van het lid Huizenga en het lid Van der Werf (beide D66) aan de Ministers van Langdurige Zorg, Jeugd, en Sport en van Buitenlandse Zaken over het besluit van het IOC om Russische sporters weer toe te laten tot internationale sportevenementen (ingezonden 9 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 3 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) om de
schorsing van het Russisch Olympisch Comité onder voorwaarden op te heffen en daarmee
de weg vrij te maken voor terugkeer van Russische sporters naar internationale competities?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de verontwaardiging van de vraagstellers over het besluit van het IOC om Rusland
weer toe te laten, terwijl het land nog altijd een agressieoorlog voert tegen Oekraïne,
met dagelijkse raketaanvallen op steden en burgers?
Antwoord 2
Het kabinet is, vanwege de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, en de faciliterende
rol die Belarus daarbij speelt, tegen deelname van Russische en Belarusische sporters
onder nationale vlag of met nationale symbolen aan internationale sportwedstrijden.
Het kabinet heeft uw Kamer op 24 juni jl. geïnformeerd over een precisering van het
kabinetsstandpunt rond de deelname van Russische en Belarusische atleten en sportteams
aan sportevenementen in Nederland.1
Vraag 3
Deelt u de zorg dat dit besluit door Oekraïense sporters en hun families gevoeld zal
worden als een klap in het gezicht, en als een signaal dat de internationale solidariteit
met Oekraïne verzwakt? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u om dit bij het IOC
en internationale sportorganisaties aan te kaarten?
Antwoord 3
Het kabinet deelt de zorgen dat deelname door Russische en Belarusische sporters aan
internationale sportwedstrijden zorgt voor een vermindering van de internationale
isolatie van Rusland en de solidariteit met Oekraïne kan verzwakken. Tegelijkertijd
is het IOC een internationale autonome sportorganisatie. Het kabinet handelt daarom
binnen de beschikbare mogelijkheden.
Vorige maand heeft het kabinet op initiatief van Estland een brief gericht aan de
verantwoordelijk EU-Commissaris. Deze brief is ondertekend door acht andere EU-sportministers.
Aanleiding voor de brief was dat meerdere internationale sportfederaties atleten uit
Rusland en Belarus weer volledig toelaten tot sportevenementen, dus onder eigen vlag
en nationale symbolen. In de brief wordt benadrukt dat Rusland en Belarus internationale
sport nog steeds gebruiken voor politieke doeleinden, dat Oekraïense sporters door
de oorlog niet onder gelijke omstandigheden kunnen trainen en deelnemen, en dat sport
niet los kan worden gezien van politiek wanneer het door Russische en Belarusische
regimes wordt ingezet. De brief benadrukt verder dat de Russische agressieoorlog een
ernstige schending is van het internationaal recht en van fundamentele waarden van
de internationale sport.
De EU-commissaris wordt in de brief verzocht om aanvullende stappen te nemen door
EU-financiering en toegang tot EU-platforms op te schorten voor sportorganisaties,
zoals het IOC, die niet handelen in lijn met principes als respect voor mensenrechten,
de rechtsstaat en vreedzame betrekkingen tussen landen.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat dit besluit een eerste stap kan zijn richting bredere normalisatie
en herintegratie van Rusland in andere sportieve en niet-sportieve fora? Zo ja, hoe
verzet Nederland zich hiertegen, en welke stappen zet het kabinet om deze normalisering
actief tegen te gaan?
Antwoord 4
Het kabinet deelt de zorg dat dit besluit een eerste stap kan zijn richting bredere
normalisatie en herintegratie in sportieve en niet-sportieve fora. Het kabinet ziet
dat Rusland sport inzet voor politieke doeleinden. Zolang Rusland deze agressieoorlog,
mede gefaciliteerd door Belarus, doorzet, zal het kabinet alles binnen de beschikbare
mogelijkheden doen om normalisatie van Rusland en Belarus in internationale sportevenementen
tegen te gaan.
Zoals hiervoor al is opgemerkt, heeft het kabinet uw Kamer op 24 juni jl. geïnformeerd
over een precisering van het kabinetsstandpunt rond de deelname van Russische en Belarusische
atleten en sportteams aan sportevenementen in Nederland.2 Deze precisering kwam voort uit de recente ontwikkelingen waarin meerdere internationale
sportfederaties en sportorganisaties de schorsing opheffen van Rusland en/of Belarus.
Door het opheffen van deze schorsing bieden zij atleten en sportteams uit beide landen
weer de mogelijkheid volledig – onder eigen vlag en nationale symbolen – deel te nemen
aan internationale sportevenementen, ook in Nederland.
Het kabinet acht deelname aan sportevenementen in Nederland van Russische en Belarusische
atleten en sportteams onder eigen vlag en nationale symbolen onwenselijk en zal binnen
de beschikbare mogelijkheden al het mogelijke doen om deelname te voorkomen; dat geldt
voor nationale sporters, landenteams en clubteams uit beide landen.
Vraag 5 en 6
Welke voorwaarden gelden volgens het IOC voor de toelating van Russische sporters
en hoe beoordeelt u de handhaafbaarheid en controleerbaarheid van deze voorwaarden?
Welke aanvullende waarborgen bestaan er om, gelet op de eerdere grootschalige staatsgestuurde
dopingschandalen in Rusland, eerlijke en onafhankelijke dopingcontroles te garanderen?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet heeft kennisgenomen van het besluit3 van het IOC van 7 juli jl. waardoor zowel individuele atleten als teams uit Rusland
weer onder voorwaarden kunnen deelnemen aan de Olympische en Paralympische Spelen.
Het IOC maakt op een later tijdstip bekend of dit besluit betekent dat atleten en
sportteams uit Rusland onder eigen nationale symbolen – zoals een vlag en volkslied
– mogen deelnemen. Het is daarbij belangrijk om te vermelden dat er op de Olympische
Zomerspelen van 2024 in Parijs en de Olympische Winterspelen van 2026 in Milaan-Cortina
al Russische individuele atleten deelnamen, zij het onder strikte voorwaarden. Met
dit recente besluit van het IOC lijken de meeste restricties opgeheven. De weg is
hiermee vrij voor deelname van (landen)-teams.
Het IOC geeft verder aan dat Rusland pas volledig kan terugkeren wanneer er voldaan
wordt aan strikte anti-dopingvoorwaarden, in het bijzonder de voorschriften die zijn
vastgelegd in de antidopingregels van het IOC en de internationale sportfederaties
(IF's), evenals de door het World Anti-Doping Agency (WADA) vastgestelde richtlijnen.
Daarnaast moeten Russische atleten deel uitmaken van een nationaal antidopingprogramma
van de Russische anti-dopingorganisatie RUSADA en het Russisch Olympisch Comité (ROC),
waarvan de uitvoering is gedelegeerd aan de International Testing Agency (ITA). Verder
moeten atleten die terugkeren naar de internationale sport vooraf meerdere keren zijn
getest op basis van een risicoanalyse. De internationale sportfederaties (IF's) zijn
verantwoordelijk voor het vaststellen van de periode waarbinnen deze controles moeten
hebben plaatsgevonden en stellen, in samenwerking met de ITA, een passend testprogramma
op, inclusief het vereiste aantal controles en de termijn waarbinnen deze moeten worden
uitgevoerd.
Indien het World Anti-Doping Agency (WADA) voorafgaand aan de Olympische Spelen van
Los Angeles 2028 het functioneren van RUSADA nog steeds als niet-conform de daartoe
gestelde regels en richtlijnen beschouwt, zal het IOC de ITA opdragen erop toe te
zien dat alle gekwalificeerde Russische atleten onafhankelijk zijn getest volgens
dezelfde werkwijze.
Het IOC is een internationale autonome sportorganisatie. Het kabinet heeft geen direct
zicht op de handhaafbaarheid en controleerbaarheid van deze voorwaarden.
Vraag 7
Bent u hierover in gesprek met NOC*NSF, Nederlandse sportbonden en Nederlandse topsporters?
Zo ja, wat zijn de uitkomsten van die gesprekken? Zo nee, bent u bereid dit alsnog
te doen?
Antwoord 7
Het kabinetsstandpunt, zoals omschreven onder het antwoord op vraag 4, is gedeeld
met de Nederlandse sportbonden tijdens een bijeenkomst op 1 juli jl. met bondsdirecteuren.
Tijdens deze bijeenkomst is stilgestaan bij wat het kabinetsstandpunt inhoudt enerzijds,
en anderzijds hoe nationale sportbonden verplicht zijn om de regels te volgen van
internationale sportfederaties, ook als zij Rusland weer volledig toelaten onder eigen
nationale symbolen, en wat dit voor hen betekent.
Het kabinet is zich bewust van de praktische implicaties dat het kabinetsstandpunt
met zich meebrengt. Immers, wanneer een nationale sportbond een EK of WK wil organiseren
in Nederland is het verplicht de regels te volgen van de internationale sportfederatie
waar zij aangesloten zijn. Ook als dat betekent dat Russische en/of Belarusische sporters
worden toegelaten. Tegelijkertijd staat het nationale sportbonden vrij om hierover
in overleg te treden met de betreffende internationale sportfederatie en te zoeken
naar een passende oplossing.
Het kabinet erkent dat internationale sportfederaties autonoom zijn in de keuze om
Russische en Belarusische sporters uit te nodigen voor internationale sportevenementen,
ook voor evenementen in Nederland. Tegelijkertijd vindt het kabinet het onwenselijk
dat atleten en sportteams uit deze landen onder eigen vlag en nationale symbolen meedoen
aan sportevenementen in Nederland vanwege de voortdurende Russische agressie-oorlog
tegen Oekraïne en facilitering door Belarus. Het kabinet doet daarom alles binnen
de beschikbare mogelijkheden om deelname te voorkomen en blijft hierover in gesprek
met NOC*NSF en de sportbonden.
Vraag 8, 9 en 10
Bent u voornemens binnen de Europese Unie of in overleg met gelijkgezinde landen op
te trekken om een gezamenlijke positie in te nemen over de terugkeer van Russische
sporters naar internationale sportevenementen?
Wat is de Nederlandse inzet ten aanzien van een eventuele toekomstige terugkeer van
de Russische vlag, het volkslied en officiële Russische vertegenwoordiging bij internationale
sportevenementen en de Olympische Spelen, nu het IOC daarover nog geen definitief
besluit heeft genomen?
Bent u bereid de Kamer voorafgaand aan eerstvolgende internationale overleggen over
dit onderwerp te informeren over de Nederlandse inzet en de gesprekken die hierover
worden gevoerd?
Antwoord 8, 9 en 10
Het kabinet acht deelname aan sportevenementen in Nederland van Russische en Belarusische
atleten en sportteams onder eigen vlag, het volkslied en andere nationale symbolen
onwenselijk.
Het kabinet acht het van belang dit standpunt actief uit te dragen en is hier actief
over in gesprek met gelijkgezinde Europese landen en heeft dit onderwerp al geagendeerd
in passende EU-gremia. Zo heeft het kabinet vorige maand op initiatief van Estland
een brief gericht aan de verantwoordelijk EU-commissaris, zie ook de beantwoording
van vraag 3. Deze brief is ondertekend door acht andere EU-sportministers. Het doel
is te komen tot een gezamenlijke Europese lijn ten aanzien van het voorkomen van deelname
van Russische en Belarusische atleten aan internationale sportcompetities onder eigen
nationale symbolen. Het kabinet zal relevante ontwikkelingen delen met de Kamer middels
de geannoteerde agenda en het verslag van Europese bijeenkomsten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.