Schriftelijke vragen : De veiligheid van kinderen in gezinshuizen
Vragen van het lid Synhaeve (D66) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de veiligheid van kinderen in gezinshuizen (ingezonden 3 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Kinderen uit Fries gezinshuis gehaald na veroordeling
gezinshuisvader voor kindermisbruik»?1
Vraag 2
Hoe kijkt u naar het feit dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft aangegeven
geen veiligheidsrisico’s te zien voor kinderen die nog in het gezin verbleven zoals
beschreven in bovenstaand artikel, terwijl de betrokken jeugdbeschermer hier – naar
oordeel van de kinderrechter – terecht veel zorgen over had?
Vraag 3
Onderschrijft u de oproep van onder andere de IGJ dat er beter toezicht moet komen
op de inmiddels meer dan duizend gezinshuizen waar zorg wordt geboden aan kinderen
die vaak zwaar getraumatiseerd zijn en ernstige opvoed- en/of gedragsproblemen hebben?
Vraag 4
Bent u het met de indiener eens dat de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen minimaal
zo streng, maar bij voorkeur nog strenger moeten zijn dan de kwaliteitscriteria voor
pleegzorg, aangezien de complexiteit van de problematiek waar kinderen die in gezinshuizen
worden opgevangen complexer is dan bij pleegzorg?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de huidige situatie waarbij bovenstaande niet het geval is?
Vraag 6
Bent u het met de indiener eens dat dit ernstige veiligheidsrisico’s kan opleveren
voor de kinderen die op dit moment in gezinshuizen verblijven?
Vraag 7
Kunt u toelichten of het klopt dat bij de screening van gezinshuisouders alleen een
Verklaring Omtrent Gedrag opgevraagd kan worden, terwijl pleegouders een Verklaring
van geen bezwaar moeten aanleveren, een zwaarder instrument waar ook onderzoeken zonder
veroordelingen in staan?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de signalen over aspirant pleegouders die afgewezen worden vanwege
een negatieve Verklaring van geen bezwaar, maar zij dus wel op een andere plek in
Nederland door de screening van gezinshuisouder kunnen komen omdat ze wel een Verklaring
Omtrent Gedrag kunnen voorleggen?
Vraag 9
Bent u het met de indiener eens dat dit hoogst onwenselijk is en tot hoge veiligheidsrisico’s
voor kinderen kan leiden?
Vraag 10
Wanneer verwacht u dat de herziening van de huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen
afgerond zal zijn en vanaf wanneer zullen deze herziene kwaliteitscriteria van kracht
zijn?
Vraag 11
Bent u het met de indiener eens dat de inzet gericht moet zijn op het strenger maken
van deze kwaliteitscriteria, juist ook gezien de misstanden die aan het licht komen?
Vraag 12
Kunt u garanderen dat in de kwaliteitscriteria die worden herzien minimaal wordt opgenomen
dat vanaf de start van het gezinshuis een relevant hbo-diploma én een SKJ-registratie
vereist is?
Vraag 13
Bent u het met de indiener eens dat er in de herziening van de kwaliteitscriteria
ook een maximumaantal kinderen vastgesteld moet worden die in een gezinshuis mogen
verblijven?
Vraag 14
Kunt u aangeven hoeveel gezinshuizen momenteel meer dan zes kinderen (inclusief biologische
kinderen) opvangen?
Vraag 15
Hoe kijkt u naar de signalen dat er momenteel gezinshuizen zijn waar tien of meer
kinderen worden opgevangen, soms zelfs allemaal vanuit een crisisplaatsing?
Vraag 16
Op welke wijze kan kwalitatief goede zorg gegarandeerd worden door twee gezinshuisouders
wanneer zij zorg dienen te leveren aan tien kinderen in crisis?
Vraag 17
Hoe beoordeelt u het feit dat we in de kinderopvang in de wet een beroepskracht-kindratio
vastleggen en we momenteel geen beroepskracht-kindratio vastleggen voor gezinshuizen?
Vraag 18
Bent u het met de indiener eens dat er grote risico’s bestaan in de bedragen die gezinshuisouders
ontvangen voor de zorg voor deze kinderen waardoor ook foute aanbieders en criminelen
aangetrokken worden die primair geld willen verdienen ten koste van kwetsbare kinderen?
Vraag 19
Bent u het met de indiener eens dat het wenselijk zou zijn om één erkend keurmerk
en één landelijk kwaliteitsregister te hebben van gezinshuizen die aan kwaliteitscriteria
voldoen?
Vraag 20
Bent u het met de indiener eens dat het onwenselijk zou zijn als deze toetsing op
kwaliteit zou gebeuren door een branchevereniging die (ook financieel) baat heeft
bij een stijging van het aantal gezinshuizen?
Vraag 21
Kunt u garanderen dat, ook in lijn met de eerder aangenomen motie Synhaeve c.s. om
jeugdaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf te screenen, ook voor gezinshuizen
geldt?2
Vraag 22
Kunt u garanderen dat deze screening wordt gedaan door een onafhankelijk instituut
zoals de IGJ?
Vraag 23
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het Jeugddebat van 30 september aanstaande?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Marijke Synhaeve, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.