Schriftelijke vragen : De beantwoording van de feitelijke vragen over het nationaal sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de beantwoording van de feitelijke vragen over het nationaal sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (ingezonden 3 september 2026).
Vraag 1
Klopt het dat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in zijn advies van 19 juli 2024
Israël oproept om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan zijn onrechtmatige aanwezigheid
in de bezette Palestijnse gebieden en alle nieuwe nederzettingsactiviteiten onmiddellijk
te beëindigen, en dat Israël de kolonisten uit de bezette Palestijnse gebieden dient
te evacueren?
Vraag 2
Klopt het dat Nederland dit IGH-advies van 19 juli 2024 en de rechtsgevolgen omarmt?
Vraag 3
Is de grondslag van de sancties van het kabinet nog steeds zoals het kabinet dit in
de nota van toelichting verwoordde: «Dit sanctiebesluit dient om nadere invulling te geven aan het onder paragraaf 1 besproken
IGH-advies van 19 juli 2024, VNVR-resolutie 465 (1980), VNVR-resolutie 497 (1981)
en AVVN-resoluties ES-10/24 en A-79/90.»?
Vraag 4
Hoe verhoudt het IGH-advies uit 2024 en het daarin besloten rechtsgevolg om kolonisten
te evacueren zich tot de antwoorden op de feitelijke vragen eerder deze week (Kamerstuk
23 432, nr. 774), waarin het kabinet stelt dat het niet beoogt om tot een volledige evacuatie van
Israëlische kolonisten uit de bezette Palestijnse gebieden te komen (bijv. vraag 116)?
Vraag 5
Kan het kabinet ondubbelzinnig aangeven of het Nederlandse standpunt is dat Israël
uitvoering moet geven aan de oproep van het IGH om de kolonisten uit de bezette Palestijnse
gebieden te evacueren, conform het advies IGH 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24?
Vraag 6
Klopt het dat de definitie van een kolonist/settler in het IGH-advies 2024 in ieder
geval de Israëlische staatsburgers woonachtig in een OPT omvat? Zo nee, wat is dan
wel de definitie?
Vraag 7
Hoeveel Israëliërs vallen onder de noemer «kolonisten/settlers», zoals bedoeld in
het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24?
Vraag 8
Klopt het dat uit openbare bronnen blijkt dat het naar alle waarschijnlijkheid in
ieder geval om meer dan 700.000 mensen gaat?
Vraag 9
Indien het inderdaad om meer dan 700.000 mensen gaat; klopt het dat een praktische
invulling van het IGH-advies inhoudt dat 700.000 Israëliërs woonachtig in OPT’s zo
snel mogelijk verplaatst moeten worden? Zo nee, wat betekent het dan wel?
Vraag 10
Indien vraag 9 bevestigend is beantwoord, wat was de reden dat het kabinet in de feitelijke
vragen een soortgelijke vraag ontkennend beantwoordde terwijl het een kernpunt van
het IGH advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24 is? (vraag 116)
Vraag 11
Het kabinet erkent in de beantwoording op feitelijke vragen dat meerdere groepen «kolonisten»
legitieme eigendomsrechten hebben (zie vragen 39, 40 en 42); wat moet volgens het
kabinet met deze huishoudens gebeuren volgens het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie
ES-10/24?
Vraag 12
Zijn deze eigendomsrechten volgens het kabinet ondergeschikt aan invulling geven aan
het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24? Zo ja, waarom?
Vraag 13
Waarom stelt het kabinet in de beantwoording van de feitelijke vragen (vraag 45) dat
de status van Jeruzalem nog onderwerp van discussie is, terwijl het IGH in zijn advies
uit 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24 expliciet ingaat op de Israëlische aanwezigheid
in de bezette Palestijnse gebieden inclusief Oost-Jeruzalem en de juridische gevolgen
daarvan die het kabinet zegt te onderschrijven?
Vraag 14
Klopt het, dat door de maatregel te baseren op de verplichtingen voortvloeiend uit
IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24, noch het bevriezen van de plannen van
de E1-nederzettingen, noch het sanctioneren van extremistische kabinetsleden, noch
een wisseling van Israëlische regering, noch vrede in Gaza, noch een effectieve aanpak
van gewelddadige kolonisten allen individueel of gezamenlijk voldoende zijn om te
voldoen aan de juridische verplichting die in het IGH-advies uit 2024?
Vraag 15
Klopt het dat de juridische grondslag om nationale sancties te treffen na alle genoemde
maatregelen in vraag 13 overeind blijft volgens de rechtsgevolgen uit het IGH 2024
advies die het kabinet onderschrijft? Zo nee, waarom niet?
Vraag 16
Hoe verhoudt de aangenomen motie Ceder/Stoffer (Kamerstuk 26 150, nr. 239) en vooral de beantwoording van het kabinet op de feitelijke vragen (vraag 45) op
de verplichtingen voortvloeiend uit het IGH 2024 advies en AVVN-resolutie ES-10/24?
Vraag 17
Geldt het sanctiebesluit ook voor goederen uit oorspronkelijke Druzendorpen op de
Golanhoogvlakten, nu dit gebied is geannexeerd door Israël?
Vraag 18
Kan het kabinet deze verduidelijkende spoedvragen voor het commissiedebat over het
sanctiebesluit op donderdag 3 september beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Don Ceder, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.