Schriftelijke vragen : De oproep van de burgemeester van Amsterdam over dakloosheid in de steden
Vragen van de leden De Hoop, Patijn, en Westerveld (allen PRO) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de oproep van de burgemeester van Amsterdam over dakloosheid in de steden (ingezonden 3 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitzending van Buitenhof van zondag 30 augustus jongstleden
waarin de burgemeester van Amsterdam de noodklok luidde over dakloosheid in de grote
steden?
Vraag 2
Hebt u er kennis van genomen dat ten minste Nijmegen, Rotterdam, Den Haag, Utrecht,
Arnhem, Groningen en Almere nu de oproep van burgemeester Halsema hebben gesteund?
Vraag 3
Wat is uw reactie op de constatering van de burgemeester van Amsterdam dat de leefbaarheid
in de vier grote steden steeds verder onder druk komt te staan door de combinatie
van toenemende dakloosheid, verloedering, crackgebruik en mensen met verward gedrag?
Vraag 4
Kunt u reageren op de vaststelling van de burgemeester dat zij «al een aantal keer
de noodklok richting Den Haag» heeft geluid, maar dat dit «te weinig beantwoord» wordt?
Is het kabinet bereid op korte termijn in gesprek te gaan met de burgemeesters van
de vier grote steden om te komen tot een gezamenlijke, structurele aanpak van dakloosheid
en drugsoverlast? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer hierover worden geïnformeerd?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Deelt u de analyse van de burgemeester dat het Rijk medeverantwoordelijk is voor deze
problematiek en dat er ook vanuit het Rijk «grote maatregelen» nodig zijn? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, welke maatregelen worden er al genomen of bent u van plan te nemen?
Vraag 6
In welke mate zijn wat u betreft werkgevers verantwoordelijk voor het feit dat arbeidsmigranten
massaal op straat belanden? Wat bent u bereid hieraan te doen?
Vraag 7
Hebt u kennisgenomen van de vorige maand aangekondigde maatregelen tegen dakloosheid
van de Britse premier Burnham, waaronder nieuwe opvangmogelijkheden, praktische hulp
voor mensen bij huisvesting, gezondheidszorg en andere behoeften, en een nationale
top met verschillende actoren? Wat is het Nederlandse kabinet bereid te leren van
deze aanpak?
Vraag 8
Ziet het kabinet ook dat arbeidsmigranten een groot deel vormen van het aantal dakloze
mensen (circa 1500 van de 3644 in beeld gebrachte dakloze mensen in Amsterdam)? Deelt
het kabinet de constatering van de Amsterdamse burgemeester dat het toenemende aantal
dakloze arbeidsmigranten samenhangt met gebrekkige huurbescherming, doordat arbeidsmigranten
bij ontslag dakloos worden? Zo nee, waarom niet en waardoor komt dit dan wel volgens
het kabinet?
Vraag 9
Herinnert u zich het voorstel van eind vorig jaar om in de wet een nieuwe opzeggingsgrond
op te nemen dat een werkgever de huurovereenkomst mag opzeggen indien de arbeidsrelatie
is beëindigd? Kunt u reageren op de kritiek van de Amsterdamse burgemeester en tal
van maatschappelijke organisaties (waaronder de Woonbond, Dakloosheid Voorbij!, Valente,
het Leger des Heils en de FNV) dat deze maatregel, die in strijd is met de aanbevelingen
van de commissie-Roemer, zal leiden tot meer dakloosheid onder arbeidsmigranten?
Vraag 10
Is het kabinet het eens dat het toestaan van tijdelijke huurcontracten voor arbeidsmigranten
– zoals het kabinet momenteel voorstelt in het wetsvoorstel passende huurcontracten –
het risico met zich meebrengt dat arbeidsmigranten sneller dakloos raken? En is het
kabinet bereid om – mede naar aanleiding van de oproep van de burgemeester van Amsterdam –
dit voorstel te herzien?
Vraag 11
Op welke wijze is het kabinet voornemens om de problemen van dakloze arbeidsmigranten
op te lossen? Is het kabinet bereid om de aanbevelingen van de commissie-Roemer uit
te voeren, ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten dezelfde rechtspositie krijgen als
andere werknemers, en de afhankelijkheid tussen arbeid en huisvesting te verminderen?
Vraag 12
Is het kabinet bereid om de regeling waarmee werkgevers tot 25 procent van het minimumloon
van arbeidsmigranten inhouden in ruil voor huisvesting alsnog zo snel mogelijk – zonder
eerst het beperken van short stay af te wachten – af te bouwen, zoals was voorzien?
Vraag 13
Wat is volgens u de relatie tussen de massale short stayhuisvesting van arbeidsmigranten en de toegenomen dakloosheid van arbeidsmigranten?
Vraag 14
Heeft Amsterdam het kabinet gevraagd om als pilot containerwoningen te mogen plaatsen
voor dakloze moeders en kinderen? Bent u bereid deze ruimte te bieden, en zo ja, op
welke termijn kan hierover duidelijkheid komen? Zo nee, waarom bent u hiertoe niet
bereid?
Indieners
-
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Habtamu de Hoop, Kamerlid -
Medeindiener
Lisa Westerveld, Kamerlid -
Medeindiener
Mariëtte Patijn, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.