Schriftelijke vragen : Het sluiten van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam
Vragen van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het sluiten van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam (ingezonden 3 september 2026).
Vraag 1
U geeft aan dat door de sluiting van de cellencomplexen er capaciteit en financiën
vrijkomen, die kan worden ingezet voor de versterking van de basisteams en de opsporing;
zijn enkel arrestantenbewaarders werkzaam in de cellencomplexen? En zijn zij geschikt
voor het werk in de basisteams en de opsporing? Kunnen zij één op één over?
Vraag 2
Deelt u de mening dat juist de langere aanrijtijden extra beslag leggen op de inzetbaarheid
van de politie? Hoe kunnen langere aanrijtijden een positief effect hebben op meer
blauw op straat? En dus op de veiligheid van de burgers en de collega politieagenten?
Vraag 3
Kunt u de impactanalyse zo spoedig mogelijk met de Kamer delen? Worden in deze analyse
de langere aanrijtijden benoemd?
Vraag 4
Kunt u uitleggen hoe ervoor wordt gezorgd dat er altijd een politievoertuig beschikbaar
is, nu de aanrijtijden zijn verlengd?
Vraag 5
De Algemene Rekenkamer concludeerde dat in Rotterdam het percentage van afgewezen
aangiften relatief gezien het hoogste is. Deelt u de mening dat dit percentage nog
hoger wordt als de cellencomplexen gesloten worden, daar er geen politiecel beschikbaar
is om opvolging te kunnen geven aan een aangifte?
Vraag 6
Deelt u de mening dat verlenging van de maximale duur van 10 dagen voor het verblijf
in een politiecel gewenst is, gezien het enorme tekort aan cellen? Bij verlenging
van de maximale verblijfsduur, zouden cellen toch ingezet kunnen worden voor veroordeelden
met een korte opgelegde gevangenisstraf?
Vraag 7
Gezien de bovenstaande stellingen en vragen, is het dan niet wenselijk om de cellencomplexen
in de eenheid Rotterdam en Assen niet te sluiten?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Marjolein Faber, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.