Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht dat mensenrechtenorganisaties oordelen dat de dood van de Libanese journalist Amal Khalil een Israëlische oorlogsmisdrijf is
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat mensenrechtenorganisaties oordelen dat de dood van de Libanese journalist Amal Khalil een Israëlische oorlogsmisdaad is (ingezonden 7 augustus 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 3 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het onderzoek van mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch,
Amnesty International en het onderzoeksplatform Legal Agenda naar de Israëlische aanval
op 22 april op het zuiden van Libanon, waarbij de Libanese journalist Amal Khalil
werd gedood?1
Antwoord 1
De resultaten van het onderzoek van de genoemde mensenrechtenorganisaties baren het
kabinet zorgen. Het feit is dat te veel burgers, onder wie journalisten, omkomen in
Libanon. Dit moet stoppen. Veiligheid van journalisten in de breedste zin van het
woord is en blijft één van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid.
Journalisten zijn, in hun hoedanigheid als burgers, beschermd onder internationaal
recht. Zij moeten hun belangrijke werk, ook in conflictgebieden, in veiligheid kunnen
uitvoeren. Het kabinet veroordeelt elke doelbewust aanval op journalisten overal ter
wereld, ook in Libanon.
Vraag 2
Herinnert u zich de op 15 april aangenomen motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 36 180, nr. 203) die de regering verzoekt bij te dragen aan onafhankelijk onderzoek naar mogelijke
oorlogsmisdaden tegen hulpverleners in Libanon, waar mogelijk in EU- en VN-verband?
Hoe staat het met de uitvoering van deze motie?
Antwoord 2
Mogelijke oorlogsmisdrijven vragen om gedegen en onafhankelijk onderzoek. Dit is ook
het geval waar het humanitaire hulpverleners in Libanon betreft. Het is in eerste
instantie aan de nationale autoriteiten in Libanon om onderzoek toe doen naar vermeende
misdrijven. De Libanese autoriteiten doen dat ook. Nederland ondersteunt hun inspanningen
onder meer door bij te dragen aan de versterking van de nationale capaciteit voor
bewijsvergaring in Libanon. In dat kader verleent Nederland voor de periode 2026–2029
een financiële bijdrage van EUR 1.200.000,– aan het Libanese Nationale Comité voor
Internationaal Humanitair Recht.
Ook steunt Nederland het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten
(OHCHR) op verschillende manieren om onderzoek in de Libanese context te versterken.
Ten eerste steunt Nederland het regionale OHCHR kantoor voor de mensenrechten in het
Midden-Oosten en Noord-Afrika, gevestigd in Libanon, met een bedrag van EUR 1.250.000,–
(2025–2026). Met deze steun draagt Nederland bij aan de monitoring van en rapportage
over de mensenrechtensituatie in Libanon. Het OHCHR landenkantoor richt zich onder
andere op mensenrechtenschendingen in het conflict tussen Israël en Hezbollah.
Ten tweede steunt Nederland de OHCHR Human Rights Inquiries Branch met een bedrag van EUR 3.500.000,– voor de periode 2025–2027. Middels deze steun
kan de Inquiries Branch ondersteuning en capaciteit beschikbaar stellen ten behoeve van het verifiëren, analyseren
en documenteren van informatie met betrekking tot vermeende mensenrechtenschendingen
en schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Inmiddels heeft de OHCHR Inquiries Branch een beoordelingsteam in Libanon ingezet om bovengenoemde werkzaamheden te verrichten.
Het team zal informatie verzamelen over vermeende schendingen begaan door staten en
niet-statelijke actoren in de periode vanaf maart 2026. Daarnaast draagt het kabinet
dit jaar EUR 450.000 extra bij aan het OHCHR kantoor in Libanon. Het geld is bedoeld
om dat kantoor verder te ondersteunen in onderzoek naar mogelijke mensenrechtenschendingen
en schendingen van het humanitair oorlogsrecht, maar zal ook worden gebruikt voor
steun aan eerder genoemd beoordelingsteam.
Vraag 3
Bent u bereid om in EU- en VN-verband te pleiten voor onafhankelijk en onpartijdig
onderzoek naar de aanval op en de dood van de Libanese journalist Amal Khalil zoals
waar mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch, Amnesty International en het onderzoeksplatform
Legal Agenda voor pleiten?
Antwoord 3
Nederland dringt aan op onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar vermeende internationale
misdrijven, waar mogelijk ook bij individuele gevallen, zoals de aanval op de Libanese
journalist Amal Khalil. Nederland vraagt internationaal al geruime tijd meer aandacht
voor de toenemende straffeloosheid bij geweld tegen journalisten wereldwijd. Dit doet
Nederland onder andere in de context van de Media Freedom Coalition, bijvoorbeeld door recente ondertekening van een verklaring over de veiligheid van
journalisten en de toegang tot informatie in het Midden-Oosten.2 Daarnaast is, mede op initiatief van Nederland, sterkere taal opgenomen in de Mensenrechtenraadresolutie
over vrijheid van meningsuiting. OHCHR heeft hiermee een ruimer mandaat gekregen voor
onderzoek naar misdrijven tegen journalisten, met als doel bijdragen aan het tegengaan
van straffeloosheid. Ook heeft Nederland tijdens de 62e Mensenrechtenraad in juni
jl., samen met de Nederlandse niet-gouvernementele organisatie Free Press Unlimited, een side-event georganiseerd over het belang van de veiligheid van journalisten
in conflictgebieden, met bijdragen van journalisten uit Oekraïne, Soedan en Gaza.
Vraag 4
Indien onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar deze aanval niet in VN- of EU-verband
kan plaatsvinden bent u bereid om ook buiten deze verbanden hier het voortouw te nemen
zodat onafhankelijk en onpartijdig onderzoek hiernaar gedaan zal worden?
Antwoord 4
Zoals omschreven onder vraag 2, wordt door zowel Libanon en in VN-verband reeds het
voortouw genomen op onafhankelijk en onpartijdig onderzoek zodat vermeende misdrijven
– waaronder ook misdrijven gepleegd tegen hulpverleners en journalisten – niet onbestraft
blijven.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.