Schriftelijke vragen : Nieuwe misstanden met massadonatie
Vragen van de leden Vliegenthart (PRO) en Wendel (VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over nieuwe misstanden met massadonatie (ingezonden 2 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van Undercover in Nederland, d.d. 1 september 2026,
over de misstanden met massadonor Simon?1
Vraag 2
Klopt het dat het Ministerie van Volksgezondheid al in augustus 2017 op de hoogte
was van het feit dat Simon een massadonor was? Zo nee, sinds wanneer is het ministerie
er dan wel van op de hoogte?
Vraag 3
Wanneer is er voor het eerst een melding gedaan of signaal gegeven bij het Ministerie
van Volksgezondheid over deze massadonor? Op welke wijze is deze melding destijds
afgehandeld?
Vraag 4
Wanneer is er voor het eerst een melding gedaan of signaal gegeven bij de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over deze massadonor? Op welke wijze is deze melding
destijds geregistreerd, onderzocht en afgehandeld? Welke eventuele maatregelen zijn
er genomen naar aanleiding van de melding?
Vraag 5
Hoe verklaart u dat deze massadonor, die al bekend was bij het ministerie, desondanks
deelnam aan een commissie die namens de overheid de donorwet evalueerde? Welke controle
heeft voorafgaand aan zijn benoeming plaatsgevonden?
Vraag 6
Op welke wijze wordt gescreend wie er deelneemt aan dergelijke wetsevaluerende commissies
en ziet u reden om naar aanleiding van deze casus, het toezicht daarop te verscherpen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Hoeveel kinderen en gezinnen zijn (mogelijk) geraakt door het handelen van deze massadonor?
Is inmiddels in kaart gebracht hoeveel klinieken, spermabanken en andere instellingen
met deze donor hebben gewerkt of nog steeds werken? Zo nee, bent u bereid om dit met
spoed in kaart te brengen en de Kamer hierover te informeren?
Vraag 8
Op welke wijze worden de ouders en kinderen die mogelijk door deze casus zijn geraakt
geïdentificeerd en actief op de hoogte gebracht? Welke ondersteuning, begeleiding
en eventuele psychosociale hulp kunnen zij ontvangen?
Vraag 9
Wie draagt de verantwoordelijkheid voor het actief informeren van mogelijk betrokken
donorkinderen en ouders wanneer er sprake is van een (ernstige) misstand rond donorconceptie?
Vraag 10
Kunt u garanderen dat betrokkenen niet zelf afhankelijk zijn van het toevallig ontdekken
van de misstand of van berichtgeving in de media? Zo ja, op welke wijze is dit geborgd?
Zo nee, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit te verbeteren?
Vraag 11
Herkent u het beeld dat ouders jarenlang en via langdurige procedures hebben moeten
proberen om een einde te kunnen maken aan het handelen van deze massadonor, terwijl
hij tussentijds door kon blijven gaan? Wat gaat u concreet doen voor de ouders die
zich jarenlang niet gehoord of onvoldoende beschermd hebben gevoeld? Bent u bereid
om met hen in gesprek te gaan over hun ervaringen en over wat zij nodig hebben?
Vraag 12
Welke mogelijkheden hebben ouders en donorkinderen om informatie te krijgen over de
omvang van het aantal nakomelingen van deze donor en over de instellingen waar het
donorzaad gebruikt is? Zijn deze mogelijkheden volgens u op dit moment toereikend?
Vraag 13
Kunt u nader toelichten of er in de afgelopen jaren vaker signalen of meldingen zijn
geweest over donoren die de limieten voor het aantal donorkinderen hebben overschreden?
Zo ja, om hoeveel gevallen gaat het en welke maatregelen zijn naar aanleiding daarvan
genomen?
Vraag 14
Hoe kan het dat na de misstanden rond massadonor Jonathan nu opnieuw een casus aan
het licht is gekomen waarin een massadonor jarenlang zijn gang heeft kunnen gaan?
Welke lessen zijn er door u en uw voorgangers sinds de casus van massadonor Jonathan
getrokken? Waarom hebben die lessen deze nieuwe situatie niet kunnen voorkomen?
Vraag 15
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat donoren de afgesproken
grenzen voor het aantal donorkinderen overschrijden en om ervoor te zorgen dat bij
signalen van een massadonor sneller wordt ingegrepen? Welke mogelijkheden ziet u voor
uzelf als Minister om ervoor te zorgen dat er sneller kan worden ingegrepen?
Vraag 16
Ziet u mogelijkheden om massadonoren bij thuisinseminaties strafbaar te stellen, als
zij het maximumaantal verwekte kinderen onder de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchtings
(Wdkb) overschrijden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 17
Ziet u mogelijkheden om het voor een donor bij thuisinseminaties wettelijk verplicht
te maken om wensouders kenbaar te maken hoeveel kinderen hij al verwerkt heeft? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 18
Deelt u de opvatting dat een tekort aan donoren via Nederlandse donorbanken ertoe
kan leiden dat wensouders genoodzaakt zijn om uit te wijken naar buitenlandse commerciële
donorbanken of naar donoren die zich via online platforms aanbieden, en dat hierdoor
relatief veel ruimte kan ontstaan voor misstanden zoals massadonoren? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 19
Hoe kijkt u naar een niet-commerciele en centraal georganiseerde Nederlandse donorbank,
waarin registratie, screening en het bewaken en handhaven van wettelijke kaders beter
kunnen worden geborgd? Kunt u reageren op de adviezen van de Nederlandse Vereniging
voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en andere deskundigen omtrent de oprichting
van een dergelijke donorbank? Welke rol ziet u voor uzelf als Minister hierin? En
ziet u gelet de nieuwe misstanden een grotere urgentie voor deze oproep?
Vraag 20
Bent u bereid onafhankelijk te laten onderzoeken wat er vanaf het moment van de eerste
melding over deze massadonor met de beschikbare signalen is gebeurd, welke partijen
daarvan op de hoogte waren en waarom niet eerder is ingegrepen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 21
Aanvullend op vraag 20, kunt u daarbij expliciet laten onderzoeken of en op welke
momenten het ministerie, de IGJ, donorbanken, fertiliteitsklinieken en andere betrokken
organisaties informatie met elkaar hebben gedeeld en waar eventuele tekortkomingen
in de informatie-uitwisseling hebben gezeten?
Vraag 22
Deelt u onze zienswijze dat signalen over massadonoren automatisch met alle in Nederland
actieve donorbanken, fertiliteitsklinieken en ziekenhuizen die behandelingen doen
met spermadonoren, gedeeld moeten kunnen worden? Zo ja, op welke manier denkt u dit
te kunnen regelen?
Vraag 23
Kunt u een tijdspad schetsen voor de uitvoering van de reeds aangenomen motie-Vliegenthart
over onafhankelijk onderzoek naar misstanden bij donorconceptie?2
Vraag 24
Bent u bereid de Kamer vóór de start van het onderzoek naar aanleiding van motie-Vliegenthart
te informeren over de onderzoeksopdracht, de onafhankelijkheidswaarborgen en de wijze
waarop donorkinderen, ouders, donoren en andere betrokken bij het onderzoek worden
betrokken? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Lisa Vliegenthart, Kamerlid -
Medeindiener
Hilde Wendel, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.