Schriftelijke vragen : Uitspraken van Ben-Gvir over het doden van Palestijnen, de sancties tegen functionarissen en personeel van het Internationaal Strafhof en het uitzetten van twee Nederlandse vertegenwoordigers bij het internationaal steuncentrum voor Gaza.
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over uitspraken van Ben-Gvir over het doden van Palestijnen, de sancties tegen functionarissen en personeel van het Internationaal Strafhof en het uitzetten van twee Nederlandse vertegenwoordigers bij het internationaal steuncentrum voor Gaza (ingezonden 2 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de uitspraken en oproep van de Israëlische Minister van Nationale
Veiligheid Ben-Gvir om iedere nacht 30 tot 40 mensen in Gaza te doden, ook wanneer
zij geen onmiddellijke bedreiging vormen, en dat er mensen in Gaza zijn die «het niet
waard zijn te leven» en «niet eens mensen» zijn1?
Vraag 2
Deelt u de mening dat het oproepen tot het doden van mensen die geen militaire bedreiging
vormen en het ontmenselijken van inwoners van Gaza in strijd zijn met het internationaal
humanitair recht? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze uitspraken in relatie tot het genocideverdrag en de verplichting
van Nederland om alles te doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen?
Vraag 4
Welke consequenties verbindt u aan deze nieuwe uitspraken van Minister Ben-Gvir?
Vraag 5
Bent u bereid deze uitspraken en oproep te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Vindt u dat de uitspraken van deze Minister, die onderdeel is van de Israëlische regering,
gevolgen moeten hebben voor de manier waarop Nederland politieke contacten met die
regering onderhoudt? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Heeft Nederland de Israëlische regering gevraagd afstand te nemen van deze oproep?
Zo nee, waarom niet? Vindt u dat, gezien het principe eenheid van kabinetsbeleid,
de Israëlische regering afstand zou moeten nemen van deze uitspraken? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Welke stappen heeft Nederland naar aanleiding van deze uitspraken richting de Israëlische
regering gezet?
Vraag 9
Wat is uw reactie op de uitspraken van Ben-Gvir waarin hij pleit voor Israëlische
nederzettingen in heel Gaza en voor massale deportatie van Palestijnen?
Vraag 10
Deelt u de zorgen van experts en mensenrechtenorganisaties dat gedwongen of grootschalige
verplaatsing van Palestijnen uit Gaza etnische zuivering betekent? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 11
Bent u bereid om de Israëlische regering formeel duidelijk te maken dat voor Nederland
iedere vorm van gedwongen deportatie of permanente verdrijving van Palestijnen uit
Gaza onaanvaardbaar is?
Vraag 12
Bent u naar aanleiding van deze meest recente uitspraken bereid opnieuw actief onder
EU-lidstaten steun te organiseren voor gerichte Europese sancties tegen Ben-Gvir?
Vraag 13
Welke aanvullende nationale maatregelen tegen Ben-Gvir kan Nederland nemen naast de
reeds geldende verklaring tot persona non grata? Bent u bereid die maatregelen te
onderzoeken?
Vraag 14
Deelt u de mening dat, gezien deze uitspraken en het handelen van de Israëlische regering
tegen de Palestijnen, niet te garanderen is dat voortzetting van politieke, economische
en militaire samenwerking met Israël niet bijdraagt aan of ondersteuning biedt voor
handelingen die in strijd zijn met het internationaal recht? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 15
Bent u bereid om naar aanleiding van deze nieuwe uitspraken opnieuw te beoordelen
of Nederlandse militaire goederen, technologie of andere militaire ondersteuning kunnen
bijdragen aan schendingen van het internationaal humanitair recht? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 16
Bent u bereid zich naar aanleiding van deze nieuwe uitspraken of andere recente ontwikkelingen
binnen de Europese Unie in te zetten voor een algeheel wapenembargo tegen Israël?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 17
Heeft het kabinet deze uitspraken onder de aandacht gebracht van het Internationaal
Strafhof en andere bevoegde instanties die onderzoek doen naar mogelijke schendingen
van het internationaal recht in het bezette Palestijnse gebied? Zo nee, waarom niet
en bent u bereid om dit alsnog te doen?
Vraag 18
Wat is uw reactie op het uitzetten door de Israëlische regering van Nederlandse vertegenwoordigers
bij het internationaal steuncentrum voor Gaza?
Vraag 19
Bent u bereid het uitzetten door de Israëlische regering van Nederlandse vertegenwoordigers
bij het internationaal steuncentrum voor Gaza te veroordelen? Zo niet, waarom niet?
Vraag 20
Bent u bereid om conform motie Dobbe c.s. van 16 april 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3371) in EU-verband actief te pleiten voor toepassing van het blocking statute als bescherming
tegen de sancties tegen het ICC2? Zo niet, waarom niet, en wat moet er nog gebeuren voordat u wel bereid bent om dat
te doen?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Sarah Dobbe, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.