Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Becker, Van der Werf en Mutluer over ‘meer aandacht in het onderwijs voor (het voorkomen van) geweld tegen vrouwen en meisjes’
Vragen van de leden Becker (VVD), Van der Werf (D66) en Mutluer (PRO) aan de Staatssecretaris en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over meer aandacht in het onderwijs voor (het voorkomen van) geweld tegen vrouwen en meisjes (ingezonden 14 juli 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de petitie «Van achter de voordeur naar het klaslokaal» van de Federatie
Nabestaanden Geweldsslachtoffers, Valente en de Blijf Groep?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van de oproep om aan gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid en
geweldpreventie expliciet aandacht te besteden in de klas als onderdeel van het burgerschapsonderwijs
en/of seksuele vorming en ziet u mogelijkheden om deze elementen expliciet op te nemen
in de SLO-documenten of in de wijze waarop de Inspectie toeziet op de naleving ervan?
Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ik onderschrijf ten zeerste het belang van maatschappelijke aandacht voor thema’s
zoals gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid en geweldpreventie. De cijfers
over de afgelopen tien jaar geven aanleiding tot grote zorg. In Nederland maken veel
vrouwen geweld mee in hun leven en iedere vrouw die sterft aan femicide is er één
te veel. Alle onderzoeken hieromtrent onderstrepen de noodzaak van blijvende aandacht
voor dit onderwerp.
Het vernieuwde curriculum maakt dat de nieuwe generatie meer leert over deze thema’s
en daarin kennis en vaardigheden opdoet die bijdragen aan meer weerbaarheid tegen
grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. In de nieuwe kerndoelen burgerschap
voor zowel het primair als voortgezet onderwijs is aandacht voor de gevaren van stereotypering
en voor het belang van de gelijkwaardige behandeling van mensen, ondanks verschillen
in bijvoorbeeld geslacht of seksuele gerichtheid.1 Dit thema vormt ook een centraal onderdeel van de wettelijke burgerschapsopdracht,
die al langer eisen stelt aan onder meer de inhoud van het onderwijs.2 Daarnaast besteden de vernieuwde kerndoelen aandacht aan de handelingsmogelijkheden
bij grensoverschrijding, geweld en misbruik.3 Ook in het mbo bestaan kwalificatie-eisen voor het burgerschapsonderwijs die aanknopingspunten
bieden om deze thema’s in het onderwijs te integreren, afgestemd op de studentenpopulatie.
De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) ziet in den brede op de naleving
van het (vernieuwde) curriculum én op de wettelijke burgerschapsopdracht. De inspectie
houdt toezicht op het onderwijsaanbod en of dat voldoet aan de wettelijke vereisten.
Hierbij kijkt de inspectie onder anderen of de school leerdoelen heeft gesteld om
respect voor gelijkwaardigheid onder leerlingen te bevorderen, deze leerdoelen in
een samenhangende leerlijn aanbiedt en herkenbaar in de praktijk wordt gebracht. Wanneer
de inspectie concrete risico’s ziet op één of meer onderdelen van deze gelijkwaardigheid,
kan worden getoetst of het onderwijsaanbod op dit specifieke onderdeel volstaat.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat professionals en organisaties in het veld belangrijke hiaten
zien in de wijze waarop scholen binnen de kerndoelen en eindtermen aandacht besteden
aan gendergerelateerd geweld en het voorkomen daarvan en bent u het met de indieners
van de petitie eens dat dit nog onvoldoende gebeurt?
Antwoord 3
Deze belangrijke thema’s hebben een stevigere plek gekregen binnen de vernieuwde kerndoelen,
waarmee er bovenop de al langer geldende wettelijke burgerschapsopdracht een brede
basis wordt gelegd. Scholen worden daarnaast ook door organisaties ondersteund om
onderwerpen zoals gendergerelateerd geweld in te bedden in hun curriculum. Dit biedt
leraren meer handvatten om aan deze onderwerpen structureel aandacht te geven.
De vernieuwde kerndoelen treden naar verwachting per 1 augustus 2027 in werking. De
inspectie zal vanaf 2031 handhavend toezien op het vernieuwde curriculum.
Vraag 4
Heeft u cijfers van de mate waarin op scholen expliciet aandacht wordt besteed aan
gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid en geweldpreventie? Zo nee, bent u
bereid de Inspectie hiernaar te vragen?
Antwoord 4
Op dit moment zijn scholen in het funderend onderwijs verplicht om uitvoering te geven
aan de wettelijke burgerschapsopdracht en de kerndoelen. De inspectie houdt hier toezicht
op. Met de invoering van de vernieuwde kerndoelen moeten alle scholen meer aandacht
besteden aan deze thema’s. Er wordt niet bijgehouden hoeveel uren scholen aandacht
besteden aan deze thema’s.
Vraag 5
Op welke manier is het herkennen van signalen en het veilig en zorgvuldig handelen
wanneer een kind mogelijk met geweld (zelf of in het gezin) te maken heeft, op dit
moment onderdeel van de opleidingen in het onderwijs en bent u bereid te werken aan
een verbetering voor meer structurele aandacht hiervoor en zo ja, op welke wijze?
Antwoord 5
De huidige kennisbases voor de hbo-lerarenopleidingen (vastgesteld in 2017) hebben
met name aandacht voor diversiteit en veiligheid in het onderwijs en de klas. In de
nieuwe Generieke kennisbasis deel I is expliciet toegevoegd aan de eisen dat startende
leraren kennis moeten hebben over de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
en hieraan moeten kunnen voldoen. Deze meldcode omvat zowel het herkennen als het
zorgvuldig handelen. Deze nieuwe generieke kennisbasis deel I wordt de komende jaren
bij alle lerarenopleidingen van de hogescholen geïmplementeerd.
In het mbo is voor de opleiding onderwijsassistent in de kwalificatie vastgesteld
dat de beginnend beroepsoefenaar kennis moet hebben van de meldcode huiselijk geweld
en kindermishandeling. Verder moet iedere mbo-, hbo- en wo-instelling een actuele
meldcode en een wettelijke verplicht afwegingskader hebben. Hiermee wordt de aandacht
zowel in het mbo, hbo als wo bij opleidingen voor dit thema structureel geborgd via
een landelijk norm. Ik zie op dit moment daarom geen aanleiding voor het nemen van
aanvullende stappen.
Vraag 6
Op welke wijze is het lesgeven over gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid
en geweldpreventie momenteel onderdeel van de opleidingen in het onderwijs en bent
u bereid te werken aan een verbetering voor meer structurele aandacht hiervoor en
zo ja, op welke wijze?
Antwoord 6
Deze thema’s komen op verschillende plekken terug in de landelijke eisen aan startbekwame
leraren die de opleidingen gezamenlijk hebben vastgelegd in de kennisbases in het
hbo. Aansluitend op de invoering van de vernieuwde kerndoelen worden ook de kennisbases
van de lerarenopleidingen vernieuwd en geïmplementeerd. In het concept-leergebied
burgerschap voor de pabo’s is opgenomen dat de startbekwame leraar betekenis moet
kunnen geven aan het onderwijs over samenleven in een democratische rechtstaat vanuit
basiswaarden. Het gaat hierbij onder andere om het verkennen van aspecten van diversiteit
zoals gender en seksuele voorkeur. Relationele veiligheid krijgt meer invulling in
de kennisbasis biologie voor het vo en mbo. Startbekwame tweedegraads leraren biologie
moeten les kunnen geven in thema’s als relaties en seksualiteit, lichamelijke ontwikkeling
en zelfbeeld, seksuele diversiteit en wensen en grenzen stellen (fysiek en online).
In het mbo is voor de opleiding onderwijsassistent in de kwalificatie vastgesteld
dat de beginnend beroepsoefenaar snel en effectief moet kunnen handelen in geval van
(signalen) van onveiligheid van de kinderen.
Ook wordt met het wetsvoorstel Vereisten mbo-docenten basisvaardigheden geregeld dat
mbo-docenten burgerschap die niet over een passende lerarenopleiding beschikken, een
aanvullend opleidingstraject op het gebied van de vakinhoud en vakdidactiek van burgerschap
moeten volgen.4 Het wetsvoorstel wordt komend najaar naar de Kamer gestuurd. De beoogde inwerkingtreding
is 1 augustus 2027.
De vernieuwde kerndoelen en aangescherpte kennisbases geven voldoende richting aan
de inhoud van de opleidingen. Ik zie daarom geen reden om op dit moment aanvullende
stappen te zetten. Mocht in de toekomst blijken dat er toch aanvullende aandacht nodig
is, dan kan ik binnen het Opleidingsberaad Leraren onderzoeken of aanvullende stappen
nodig zijn.
Vraag 7
Zijn er op dit moment voldoende lesmethodes waar scholen gebruik van kunnen maken
als zij aandacht willen besteden aan gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid
en geweldpreventie en zo ja, waar kunnen scholen deze vinden? Zo nee, wat kunt u vanuit
uw rol doen om meer laagdrempelige lesmethodes hiervoor beschikbaar te krijgen?
Antwoord 7
Er zijn geen signalen dat er onvoldoende lesmateriaal beschikbaar zou zijn dat scholen
bij deze thema’s kan ondersteunen. Scholen die aan deze thema’s nadere aandacht willen
besteden kunnen kiezen uit verschillende leermiddelen en lesmaterialen die passen
bij hun specifieke onderwijscontext en leerlingen.
Vraag 8
Bent u bereid het gesprek aan te gaan met de indieners van de petitie om gezamenlijk
tot een aanpak te komen waarmee het onderwijs beter in staat wordt gesteld een rol
te spelen in het voorkomen en het herkennen van gendergerelateerd geweld en relationele
onveiligheid?
Antwoord 8
Leerkrachten hebben met het vernieuwde curriculum goede handvatten om thema’s zoals
gendergelijkheid en het tegengaan van geweld steviger te verankeren in het onderwijs.
Mocht blijken dat er aanscherping of aanvullende maatregelen nodig zijn zal ik op
dat moment kijken wat passende vervolgstappen zijn.
Vraag 9
In hoeverre acht u, vanuit uw zicht op de praktijk van scholen, de huidige mogelijkheden
voor het tijdig delen van informatie over signalen en meldingen over gendergerelateerd
geweld tussen scholen, politie en Veilig Thuis voldoende en bent u bereid hier navraag
over te doen bij scholen?
Antwoord 9
Met de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling zijn scholen
verplicht om te beschikken over een meldcode en hun medewerkers in staat te stellen
deze toe te passen. Hiermee bestaat er een helder kader voor het delen van informatie
en signalen wanneer mogelijk sprake is van kindermishandeling, waaronder gendergerelateerd
geweld. De Landelijke Vereniging Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling (LVAK)
heeft de afgelopen periode trainingen gegeven aan onderwijsprofessionals over goed
gebruik van de meldcode en de rol van Veilig Thuis.
Vraag 10
Bent u bereid in overleg te treden met de Minister van J&V en de Minister van VWS
om het onderwijs op te nemen als één van de pijlers in het Actieplan Stop geweld tegen
vrouwen?
Antwoord 10
Ik onderschrijf nogmaals het belang van maatschappelijke aandacht voor bovengenoemde
thema’s. Het toevoegen van het onderwijs als één van de pijlers acht ik op dit moment
niet gepast. Het vernieuwde curriculum maakt meer en gerichtere aandacht mogelijk
voor bovengenoemde thema’s. Dit zie ik als een solide basis en een stap in de goede
richting.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.