Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kisteman over Kamerbrief ‘Uitkomsten onderzoek bestuurlijk handelen Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO)’
Vragen van het lid Kisteman (VVD) aan de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de Kamerbrief «Uitkomsten onderzoek bestuurlijk handelen Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO)» (2026Z16048) (ingezonden 10 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
31 augustus 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2548.
Vraag 1
Klopt het dat de Onderwijsinspectie opnieuw wanbeheer heeft geconstateerd bij Stichting
Islamitisch Onderwijs (SIO), het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum?
Antwoord 1
Ja. De inspectie heeft geconstateerd dat het bevoegd gezag langdurig en in ernstige
mate het heeft nagelaten om maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het
waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang van het onderwijs. De inspectie
heeft in 2019 eveneens wanbeheer geconstateerd. De Raad van State heeft in 2022 de
uitspraak gedaan dat er in 2019 weliswaar sprake was van onrechtmatige handelingen,
maar niet van wanbeheer.
Vraag 2
Kunt u aangeven op welke punten dit wanbeheer precies ziet?
Antwoord 2
Er is sprake van wanbeheer als bedoeld in Artikel 3.38, tweede lid onderdeel b van
de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: WVO 2020). De inspectie constateert dat
het bestuur langdurig en in ernstige mate nagelaten heeft om de noodzakelijke maatregelen
te treffen die nodig zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang
van het onderwijs. De geconstateerde tekortkomingen zien op structurele tekortkomingen.
Op hoofdlijnen betreft het de bestuurlijke aansturing, kwaliteitszorg, governance
en medezeggenschap. In het rapport van de inspectie naar het bestuurlijk handelen
van 18 juni 2026 staan de details.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat leerlingen jarenlang onderwijs krijgen
dat tekortschiet, terwijl het bevoegd gezag er niet in slaagt de noodzakelijke verbeteringen
door te voeren?
Antwoord 3
Ja. Leerlingen en hun ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de school van hun keuze
kwalitatief goed onderwijs biedt. Alle kinderen hebben recht op goed onderwijs.
Vraag 4
Kunt u duiden hoe een school waarbij al jarenlang ernstige zorgen bestaan over bestuurs-
en onderwijskwaliteit en naleving van wettelijke eisen nog steeds door hetzelfde gezag
wordt bestuurd?
Antwoord 4
De wet biedt de Minister geen eigenstandige bevoegdheid om zelfstandig bestuurders
te ontslaan of een nieuw bestuur te benoemen. Het is aan het bevoegd gezag om de samenstelling
van het bestuur te wijzigen.
Scholen en besturen moeten de bekostiging aanwenden voor kwalitatief goed onderwijs.
De inspectie constateert dat het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum er herhaaldelijk
niet in slaagt de onderwijskwaliteit te waarborgen. Dit is zorgelijk voor de leerlingen
van de school. Het is van groot belang dat zij op korte termijn goed onderwijs krijgen.
Wanneer sprake is van wanbeheer, beschikt de Minister over verschillende mogelijkheden
om in te grijpen. Op grond van de sectorwetten kan aan een bestuur een aanwijzing
worden opgelegd. Dat is een bestuurlijk instrument waarmee besturen gedwongen kunnen
worden maatregelen te nemen om het wanbeheer te beëindigen. Deze maatregelen kunnen
ook gericht zijn op de samenstelling van het bestuur.
Vraag 5
Bent u bereid om zo snel mogelijk gebruik te maken van uw bevoegdheden om in te grijpen
bij dit wanbeheer? Zo ja, hoe?
Antwoord 5
Ik vind het van het grootste belang dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum
zo spoedig mogelijk kwalitatief goed onderwijs kunnen volgen. Ik bereid gepaste vervolgstappen
voor binnen mijn bevoegdheid. Zodra ik een definitief besluit heb genomen over de
vervolgstappen informeer ik uw Kamer.
Vraag 6
Welke mogelijkheden bestaan er om het huidige bestuur geheel of gedeeltelijk te vervangen
wanneer sprake is van langdurig wanbeheer?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Is sluiting van de school mogelijk wanneer de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs
onvoldoende gewaarborgd is? Zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord 7
Ja. Op grond van Artikel 2.95 WVO 2020 kan de Minister besluiten een schoolsoort of
leerweg op te heffen (bij openbare scholen) of de bekostiging daarvan te beëindigen
(bij bijzondere scholen). Dit is een uiterste maatregel, die enkel ingezet kan worden
als aan strikte wettelijke voorwaarden wordt voldaan: de inspectie moet een herhaald
eindoordeel Zeer zwak hebben vastgesteld, gebaseerd op onvoldoende leerresultaten;
de inspectie moet geconstateerd hebben dat het bevoegd gezag niet bereid is afspraken
te maken over verbeteringen dan wel onvoldoende verbeteringen heeft doorgevoerd; en
het bevoegd gezag moet de mogelijkheid hebben gehad om hierop zijn zienswijze in te
dienen. Aan deze wettelijke voorwaarden is in deze casus niet voldaan. Op dit moment
zijn de in dit antwoord beschreven mogelijkheden wettelijk niet aan de orde. Ik bereid
vervolgstappen voor op basis van het genoemde inspectierapport.
Vraag 8
Hoe wordt op dit moment gewaarborgd dat de leerlingen goed onderwijs krijgen en geen
verdere leerachterstanden oplopen?
Antwoord 8
De onderwijskwaliteit en de ontwikkeling van leerlingen zijn en blijven de verantwoordelijkheid
van het bevoegd gezag van de school. De inspectie heeft geconcludeerd dat het bestuur
nalaat om voldoende zorg te dragen voor verbetering van de onderwijskwaliteit. Op
basis van de geconstateerde tekortkomingen zijn herstelopdrachten opgelegd. De inspectie
ziet nu toe op de voortgang van deze herstelopdrachten. Ik bereid verdere maatregelen
voor om te bewerkstelligen dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum op korte
termijn weer onderwijs van goede kwaliteit krijgen.
Vraag 9
Welke lessen vallen er volgens u uit deze casus te trekken voor het toezicht op nieuwe
scholen en kleine schoolbesturen, in het bijzonder wanneer sprake is van gebrekkig
intern toezicht?
Antwoord 9
De kwaliteit van nieuw opgerichte scholen moet goed gemonitord worden. Dat doet de
inspectie: nieuwe scholen krijgen standaard een kwaliteitsonderzoek binnen een jaar
na oprichting, en afhankelijk van de opbrengsten daarvan vindt vervolgtoezicht plaats.
Op deze manier is ook het Cornelius Haga Lyceum vanaf het begin bij de inspectie in
beeld geweest.
Een zorgwekkende situatie zoals die bij SIO is uitzonderlijk. Er zijn veel kleine
schoolbesturen waar de bestuurlijke kwaliteit en de onderwijskwaliteit op orde zijn.
Het intern toezicht is een belangrijk gremium in de waarborging van onderwijskwaliteit.
Wanneer de bestuurlijke kwaliteit wordt onderzocht, is het intern toezicht hier altijd
onderdeel van. Deze casus bevestigt het belang hiervan. Dit laat ook het belang zien
van toezicht van de inspectie op besturen.
Vraag 10
Bent u van mening dat het huidige instrumentarium van de Inspectie voldoende is om
in te grijpen bij scholen waar langdurig sprake is van zeer zwak onderwijs of wanbeheer?
Antwoord 10
De interventiemogelijkheden van de inspectie zijn gericht op herstel van de onderwijskwaliteit.
Gezien het zeer kleine aantal scholen of afdelingen in het funderend onderwijs waar
sprake is van langdurig zeer zwak onderwijs, is het inspectie-instrumentarium effectief.
Vraag 11
Welke gevolgen heeft deze conclusie van de Inspectie voor de aanvragen die zijn gedaan
voor het stichten van nieuwe scholen in bijvoorbeeld Almere en Tilburg?
Antwoord 11
De stichtingsaanvragen die recent zijn gedaan in Almere en Tilburg zijn door de inspectie
beoordeeld op kwaliteit van het ingediende plan voor de betreffende scholen. Daarbij
wordt onder andere beoordeeld of de bestuursstructuur voldoet aan de wettelijke eisen,
met de waarborg van een onafhankelijke rol van intern toezicht.
Tevens is gekeken of bestuurders in de afgelopen vijf jaar een school hebben moeten
sluiten vanwege zeer zwakke onderwijskwaliteit. De inspectie gaat bij alle nieuwe
scholen in het eerste jaar langs en beoordeelt de scholen en besturen dan op hun functioneren.
Dat zal ook in Almere en Tilburg gebeuren.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.