Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Baarle, Teunissen, Piri en Dobbe over de afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte
Vragen van de leden Van Baarle (DENK), Teunissen (PvdD), Piri (PRO) en Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte (ingezonden 3 augustus 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij
was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herinnert u zich uw antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Teunissen en
Van Baarle over de detentie van de Nederlandse ASML-medewerker Omar Elshal?2
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten welke diplomatieke inspanningen de Nederlandse regering sinds
de beantwoording van deze Kamervragen heeft verricht om de rechtspositie, consulaire
toegang en het welzijn van de heer Elshal te bevorderen?
Antwoord 3
Wereldwijd zet het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich ten volle in voor consulaire
bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die dat willen. Dit geldt nadrukkelijk
ook voor de door u opgebrachte gedetineerde Nederlander in Egypte. De Nederlandse
overheid kan niet treden in de rechtsgang van een ander land, dat zou andersom ook
onwenselijk zijn. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich inzetten om consulaire
bijstand te verlenen aan de gedetineerde en brengt deze casus op in gesprekken op
verschillende niveaus.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie
over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van
de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde
aangewezen contactpersoon.
Vraag 4
Was de Nederlandse ambassade voorafgaand aan de rechtszitting ervan op de hoogte dat
de heer Elshal niet naar de rechtbank zou worden overgebracht? Zo ja, wanneer is de
ambassade hiervan op de hoogte gesteld en door wie?
Antwoord 4
Nee.
Vraag 5
Heeft de Nederlandse regering inmiddels bij de Egyptische autoriteiten opheldering
gevraagd over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn eigen rechtszitting aanwezig
was? Zo ja, wat is daarop geantwoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie
over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van
de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde
aangewezen contactpersoon.
Vraag 6
Klopt het dat de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was bij de betreffende rechtszitting
met het voornemen om de heer Elshal na afloop consulaire bijstand te verlenen? Welke
gevolgen heeft zijn afwezigheid gehad voor de mogelijkheid om consulaire toegang te
verkrijgen?
Antwoord 6
De Nederlandse vertegenwoordiging was aanwezig, maar kreeg geen toegang tot de zitting.
Vraag 7
Klopt het dat pas nadat bekend was geworden dat medewerkers van de Nederlandse ambassade
bij de rechtszitting aanwezig zouden zijn, bleek dat de heer Elshal niet was voorgeleid?
Deelt u de opvatting dat deze gang van zaken ernstige vragen oproept en dat hierover
volledige opheldering dient te worden verkregen? Welke concrete stappen onderneemt
u om deze opheldering van de Egyptische autoriteiten te verkrijgen?
Antwoord 7
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie
over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van
de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde
aangewezen contactpersoon.
Vraag 8 en 9
Welke concrete stappen onderneemt de regering momenteel om alsnog spoedig consulaire
toegang tot de heer Elshal te verkrijgen?
Is het kabinet bereid de diplomatieke druk op de Egyptische autoriteiten te intensiveren
teneinde onverwijld consulaire toegang en een eerlijke rechtsgang voor de heer Elshal
te bewerkstelligen? Zo ja, op welke wijze zal de regering deze diplomatieke druk intensiveren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8 en 9
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich onverminderd inzetten, ook op politiek
niveau, om de lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale
wet- en regelgeving, te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke
rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.
Vraag 10
Is de Minister bereid om de voortgang van nieuwe Nederlandse samenwerkingsprojecten
met Egypte afhankelijk te maken van aantoonbare verbeteringen in de behandeling van
de heer Elshal en de naleving van internationale consulaire verplichtingen? Zo ja,
op welke wijze zal de Minister hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoekt bij individuele consulaire zaken
steeds welke diplomatieke en beleidsmatige manieren in een specifieke zaak het meest
effect hebben, bijvoorbeeld om consulaire toegang te krijgen. Over de aard en inhoud
van de concrete handelingen en interventies kan echter geen inzicht worden gegeven,
om de vertrouwelijkheid en effectiviteit van de consulaire belangenbehartiging niet
te schaden.
Vraag 11
Is de Minister bereid deze zaak actief onder de aandacht te brengen van de Europese
Unie en de EU-delegatie in Egypte, met het verzoek de kwestie van de detentie van
de heer Elshal en de toegang tot consulaire bijstand nadrukkelijk aan de orde te stellen
in de contacten met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Zoals gesteld onder antwoord 10, beoordeelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken
bij individuele consulaire zaken continu welke manieren om consulaire toegang te krijgen
in een specifieke zaak het meest effectief zijn. Daarbij worden politieke en diplomatieke
relaties in EU-verband ook in de afweging opgenomen.
Vraag 12
Is de Minister bereid de Egyptische ambassadeur in Nederland te ontbieden om opheldering
te verlangen over de afwezigheid van de heer Elshal tijdens zijn rechtszitting en
om aan te dringen op onmiddellijke consulaire toegang? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zoals ook toegelicht in antwoord 13 en 14, heb ik in dit geval ervoor gekozen de zaak
van de heer Elshal direct op te brengen en bespreken bij mijn Egyptische ambtgenoot.
Vraag 13 en 14
Heeft de Minister deze zaak inmiddels persoonlijk besproken met zijn Egyptische ambtgenoot?
Zo ja, wanneer en wat was de uitkomst van dat gesprek?
Indien de Minister dit nog niet persoonlijk met zijn Egyptische ambtgenoot heeft besproken,
is hij bereid dit op de kortst mogelijke termijn alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13 en 14
Bij een recente ontmoeting met mijn Egyptische ambtgenoot heb ik zaak van de heer
Elshal nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en besproken. Over de inhoud van het
gesprek doe ik om de bij antwoord 3 genoemde redenen geen uitspraken.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal zich onverminderd blijven inzetten om de
lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving,
te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te
garanderen en medische zorg te bieden.
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat het onverklaard uitblijven van de heer Elshal bij zijn eigen
rechtszitting, terwijl de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was om de zitting
bij te wonen en consulaire bijstand te verlenen, een zeer zorgwekkende ontwikkeling
is die aanleiding geeft tot intensivering van de Nederlandse diplomatieke inzet? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 15
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 16
Klopt het dat de rechter tijdens de betreffende rechtszitting heeft verklaard dat
de heer Omar Elshal de enige van in totaal 71 verdachten in deze strafzaak was die
niet naar de rechtbank was overgebracht? Zo ja, op welke informatie baseert de regering
zich om de juistheid van deze mededeling te beoordelen? Welke mogelijkheden heeft
de regering om de juistheid hiervan zelfstandig of via diplomatieke kanalen te verifiëren?
Deelt u de opvatting dat, indien deze mededeling juist is, dit de zorgen over de behandeling
van de heer Elshal verder vergroot? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 16
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 17
Welke concrete maatregelen zal de regering nemen om te waarborgen dat een dergelijke
situatie zich bij toekomstige rechtszittingen niet opnieuw voordoet en dat medewerkers
van de Nederlandse ambassade daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld de rechtszittingen
van de heer Elshal bij te wonen en hem aansluitend consulaire bijstand te verlenen?
Is de regering bereid hierover vooraf duidelijke afspraken te maken met de Egyptische
autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 17
De Nederlandse overheid mengt zich niet in de rechtsgang van de staat van detentie,
dat zouden we andersom in de Nederlandse rechtsgang ook onwenselijk achten. Het Ministerie
van Buitenlandse Zaken dringt er wel bij de lokale autoriteiten op aan om, in lijn
met internationale wet- en regelgeving, een eerlijke rechtsgang te waarborgen en consulaire
toegang te verlenen.
Vraag 18
Is de Minister bereid de Kamer onverwijld te informeren zodra duidelijkheid bestaat
over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn rechtszitting aanwezig was en over
de uitkomsten van de diplomatieke contacten die hierover met de Egyptische autoriteiten
zijn gevoerd?
Antwoord 18
Zie het antwoord op vraag 3.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.