Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Müller over het bericht “Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school”
Vragen van het lid Müller (VVD) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school» (ingezonden 30 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en
op school»1, waarin vier op de tien jonge lhbtiq+'ers aangeeft zich niet veilig te voelen op
school en een kwart zich thuis onveilig voelt?
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Deelt u de mening dat vrijheid het recht is om jezelf te kunnen zijn en de plicht
de ander te accepteren? En dat religieuze, culturele of andere opvattingen nooit een
rechtvaardiging mogen vormen voor intimidatie van of geweld tegen lhbtiq+-jongeren?
Antwoord 2
Ja, deze mening deel ik. Gelijkwaardigheid en vrijheid zijn fundamentele waarden in
onze democratische rechtsstaat. In Nederland moeten lhbtiq+ personen overal en altijd
veilig en vrij zichzelf kunnen zijn. De vrijheid van de één mag nooit ten koste gaan
van de vrijheid van de ander. Intimidatie van of geweld tegen lhbtiq+ personen is
onacceptabel.
Vraag 3
Herkent u het geschetste beeld en de gepresenteerde cijfers? Hoe beoordeelt u de bevinding
dat de onveiligheid zich niet alleen op straat of op school voordoet, maar in aanzienlijke
mate ook in de eigen thuissituatie?
Antwoord 3
Ja, ik herken het geschetste beeld. Verschillende onderzoeken laten zien dat lhbtiq+
personen nog altijd een hogere mate van onveiligheid ervaren. Dit blijkt ook uit de
Landelijke Veiligheidsmonitor (hierna: LVM) in het funderend onderwijs, die inzicht
biedt in de ervaren veiligheid op school van onder anderen lhbt leerlingen.2 Die signalen zijn dus helaas niet nieuw. Toch ben ik geschrokken van deze cijfers.
Het is aangrijpend dat zoveel lhbtiq+ jongeren zich ook thuis onveilig voelen. Thuis
zou juist een veilige omgeving moeten zijn.
Vraag 4
Beschikt uw ministerie over historische data om te beoordelen of hier sprake is van
een stijgende trend in het gevoel van onveiligheid onder lhbtiq+-jongeren, of dat
er sprake is van een continue/structurele problematiek?
Antwoord 4
Ja, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voert periodiek onderzoek
uit naar de ervaren veiligheid van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs.
Dit onderzoek gaat niet over de thuissituatie van lhbtiq+ jongeren. Lhbt leerlingen3 voelen zich minder veilig, worden vaker gepest en maken vaker geweld mee dan niet-lhbt
leerlingen in het funderend onderwijs.
Dit geldt voor zowel het primair als voortgezet onderwijs.4 Tabel 1 geeft een overzicht van de veiligheidscijfers in het voortgezet onderwijs,
uitgesplitst naar verschillende jaren.
Tabel 1. Percentage leerlingen dat zich veilig voelt, gepest wordt of verbaal geweld
meemaakt in het voortgezet onderwijs, uitgesplitst naar lhbt en niet-lhbt. Landelijke
Veiligheidsmonitor (2021–2022), Monitor sociale veiligheid in en rond scholen (2018,
2016, 2014).1
2014
2016
2018
2021
2022
Veiligheidsgevoel
(voelt zich veilig)
Lh(b)t
83,0%
86,8%
89,9%
95%
95%
Niet-lhbt
94,2%
95,6%
97,1%
98%
98%
Pesten
(wordt (wel eens) gepest)
Lh(b)t
24,1%
18,0%
7,7%
13%
17%
Niet-lhbt
10,5%
7,4%
4,7%
4%
6%
Verbaal geweld
(maakt eenmaal per maand/soms of vaker een incident mee)
Lh(b)t
40,0%
39,5%
29,8%
N.b.
36%
Niet-lhbt
29,0%
26,3%
26,9%
N.b.
30%
X Noot
1
De percentages in de jaren 2014, 2016 en 2018 laten het gemiddelde zien over lesbische,
homoseksuele en transgender leerlingen. In deze monitors is geen uitsplitsing gemaakt
naar biseksuele leerlingen. In 2018 was het aantal transgender respondenten laag,
waardoor resultaten gevoelig zijn voor toevallige afwijkingen.
Vraag 5
Heeft u inzicht in de redenen dan wel de achtergrond van deze stagnatie in het veiligheidsgevoel
van jonge lhbtiq+'ers? Kunt u die inzichten delen?
Antwoord 5
Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren van de Universiteit van Amsterdam (2025) geeft inzicht in de lhbtiq+-opvattingen
van jongeren.5 De onderzoekers concluderen dat de lhbtiq+-opvattingen van jongeren een complex samenspel
van factoren zijn, dat niet te reduceren valt tot één factor. De lhbtiq+-opvattingen
van jongeren hangen samen met de mate van conservatisme, geslacht, godsdienst en leerweg.
Daarnaast zijn er signalen dat de opkomst van de manosfeer en religieus conservatisme
een rol spelen. Medio 2027 publiceert de Universiteit van Amsterdam aanvullend onderzoek
met daarin aandacht voor de rol van sociale media en de manosfeer. Ook verschijnt
de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026 volgend jaar, met cijfers over de lhbtiq+-opvattingen
van jongeren in alle GGD-regio’s in Nederland. Op basis van de resultaten hiervan
weeg ik af welk aanvullend onderzoek nodig is.
Vraag 6
Klopt het dat scholen wettelijk verplicht zijn om de sociale veiligheid van leerlingen
te waarborgen? Hoe verklaart u tegen die achtergrond dat vier op de tien ondervraagde
lhbtiq+-jongeren zich desondanks niet veilig voelen op school?
Antwoord 6
Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid op school. Dat betekent dat scholen
samen met leraren, leerlingen en medezeggenschap, veiligheidsbeleid maken om incidenten
te voorkomen (preventie) en af te handelen, jaarlijks (of vaker) de veiligheid van
leerlingen onderzoeken, een coördinator hebben om pestgedrag tegen te gaan, een contactpersoon
hebben bij wie leerlingen terecht kunnen als zij worden gepest, handelen in lijn met
de meld-, overleg- en aangifteplicht seksuele misdrijven en ervoor zorgen dat elk
personeelslid een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) heeft.
Het onderzoek van de NOS is weliswaar niet representatief, maar schetst een zorgelijk
beeld dat ik herken. Ook uit recent onderzoek in opdracht van Stichting School & Veiligheid
blijkt dat lhbtiq+ leerlingen meer negatieve uitspraken richting zich krijgen dan
niet-lhbtiq+ leerlingen6. In de Staat van het Onderwijs signaleert iets meer dan de helft van de schoolleiders
in het voortgezet onderwijs negatieve uitingen over lhbtiq+ personen.7 Verklaringen hiervoor bevinden zich niet enkel binnen het domein van het onderwijs,
maar in de hele samenleving.
Vraag 7
Heeft u inzicht in het aantal scholen dat de afgelopen vijf schooljaren door de onderwijsinspectie
is aangesproken omdat zij onvoldoende zorg droegen voor de sociale veiligheid van
lhbtiq+-leerlingen? Welke consequenties werden daaraan verbonden?
Antwoord 7
De inspectie houdt toezicht op de naleving van de zorgplicht voor sociale veiligheid
van alle leerlingen op een school op basis van de wettelijke vereisten. Onderdeel
daarvan is dat de inspectie erop let of leerlingen uit minderheidsgroepen, zoals lhbtiq+
leerlingen, zich veilig voelen. Wanneer een school niet voldoet aan haar wettelijke
zorgplicht, volgt een herstelopdracht en kan bij uitblijven van herstel een financiële
sanctie volgen. Als de inspectie een herstelopdracht geeft op de standaard veiligheid,
is dat voor de sociale veiligheid als geheel, bijvoorbeeld doordat er geen aanspreekpunt
pesten of antipest-coördinator aanwezig is op school. Hierbij wordt niet geregistreerd
in hoeverre de veiligheid van een specifieke groep de aanleiding is voor de herstelopdracht.
Op basis van steekproeven van de inspectie kreeg 8% van de scholen in het primair
onderwijs een herstelopdracht voor de standaard veiligheid. In het speciaal onderwijs
gold dat voor 16% van de scholen en in het voortgezet onderwijs betrof dat 28% van
de scholen.
Vraag 8
Hebben schoolleiders op dit moment volgens u voldoende mogelijkheden om direct en
zo nodig disciplinair op te treden tegen het discrimineren van dan wel het gebruik
van geweld tegen leerlingen? Zo nee, wat hebben zij nodig?
Antwoord 8
Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid is verboden en strafbaar. Scholen
en schoolleiders hebben de mogelijkheid om op te treden. Dat begint uiteraard met
goed veiligheidsbeleid, het uitvoeren van de burgerschapsopdracht en een positief
pedagogisch klimaat op school. Als het nodig is, kunnen scholen ook repressieve maatregelen
treffen. Bijvoorbeeld schorsing, verwijdering en aangifte. Verder ondersteunt Stichting
School & Veiligheid scholen bij het werken aan een veilige school. Ook de VO-raad
en PO-Raad ontvangen subsidie om samen met scholen en ouders te werken aan een positieve
pedagogische schoolcultuur.
Vraag 9
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat schoolbesturen signalen
van onveiligheid voortaan direct onderzoeken en daar daadwerkelijk consequenties aan
verbinden? Hoe ondersteunt u scholen daarin?
Antwoord 9
Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid. Dat houdt ook in dat scholen optreden
bij onveiligheid. De inspectie houdt toezicht op de naleving van wettelijke plichten
en kan indien nodig handhavend optreden door middel van het opleggen van een herstelopdracht.
Stichting School & Veiligheid ondersteunt scholen bij het werken aan een veilig schoolklimaat.
Daarnaast ondersteunt het kabinet scholen bij het versterken van de sociale veiligheid
door te investeren in praktische ondersteuning. Via COC Nederland wordt onder meer
de Paarse Vrijdag-aanpak verder ontwikkeld, inclusief ondersteuningsmateriaal voor
scholen, trainingen en handvatten voor schoolleiders en leraren.
Vraag 10
Welke onderdelen van het inmiddels verworpen wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs
acht u nog steeds noodzakelijk om deze problematiek aan te pakken en wanneer komt
het kabinet met een nieuw voorstel om de ontstane lacunes te dichten?
Antwoord 10
Voor mij staat voorop dat alle leerlingen zich veilig moeten voelen op school. Om
die reden beraad ik mij momenteel over een vervolg. Zodra daar meer duidelijk over
is, informeer ik de Tweede Kamer hierover. De maatregelen die onderdeel waren van
dit wetsvoorstel kunnen niet zonder meer opnieuw ingezet worden in beleid of wetgeving.
Zaken als een evaluatie van het veiligheidsbeleid of het hebben van een vertrouwenspersoon
zijn helaas nog niet gebruikelijk op alle scholen.
Vraag 11
Hoe worden jongeren die zich in hun thuissituatie onveilig voelen vanwege hun geaardheid
of genderidentiteit ondersteund en hoe wordt hierin samengewerkt met gemeenten, de
jeugdzorg en maatschappelijke organisaties?
Antwoord 11
Leerlingen die zich onveilig voelen kunnen in het onderwijs terecht bij leraren, mentoren,
vertrouwenspersonen of zorgcoördinatoren. Jongeren die een luisterend oor nodig hebben,
kunnen contact opnemen met de Kindertelefoon, Switchboard en Genderpraatjes. Op www.injebol.nl kunnen jongeren terecht voor betrouwbare informatie over mentale gezondheid, laagdrempelige
ondersteuning en doorverwijzingen naar meer specifieke vormen van ondersteuning. Op
dit platform is ook informatie te vinden over seksualiteit en seksuele gerichtheid.
Deze jongeren kunnen ook terecht bij het lokale wijkteam of Veilig Thuis voor advies
en ondersteuning. Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het
organiseren van passende jeugdhulp en de samenwerking met onder meer onderwijs en
sociaal domein. Maatschappelijke organisaties, zoals COC Nederland, bieden laagdrempelige
ondersteuning, informatie en contact met lotgenoten.
Het kabinet werkt ook aan preventie van onveiligheid bij lhbtiq+ personen en specifiek
jongeren. Zo financiert het kabinet het programma Regenboogsteden die op lokaal niveau
werken aan het verbeteren van de sociale acceptatie en sociale veiligheid van lhbtiq+
personen. Op school kunnen jongeren zich ook aansluiten bij Gender & Sexuality Alliances (GSA’s), een initiatief van COC Nederland. Dit zijn groepen die leerlingen zelf vormen
om steun en herkenning te vinden bij elkaar.
Vraag 12
Welke indicatoren en meetinstrumenten worden gebruikt om te bepalen of beleidsmaatregelen
daadwerkelijk leiden tot een veiliger klimaat voor lhbtiq+-jongeren op scholen en
in de samenleving?
Antwoord 12
In opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid publiceert het Centraal
Bureau voor de Statistiek de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor. Deze monitor bevat
cijfers over de ervaren leefbaarheid en veiligheidsbeleving in de woonbuurt, waaronder
die van lhbtiq+ personen.8 Daarnaast geeft de tweejaarlijkse Lhbtiqa+-monitor inzicht in onder andere de veiligheid,
discriminatie en gezondheid van lhbtiq+ personen in Nederland.9 Deze monitor wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap.
Uw Kamer ontvangt de eerstvolgende monitor in Q4 van dit jaar.
Ik werk momenteel aan het Wetsvoorstel borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs.
Dit wetsvoorstel ligt momenteel in uw Kamer. Dit wetsvoorstel bevat een wettelijke
taak en grondslag om tweejaarlijks de veiligheid van leerlingen en personeel in het
funderend onderwijs te monitoren middels de LVM. Het wetsvoorstel en de onderliggende
regeling regelen dat de LVM inzicht geeft in de veiligheid van lhbtiq+ leerlingen.
Daarmee komt er actueel zicht op de trends en trendontwikkelingen in de veiligheid
van lhbtiq+ leerlingen. Dit kan betrokken worden bij de beoordeling en evaluatie van
het landelijke beleid.
Een van de beleidsmaatregelen ter bevordering van de veiligheid van lhbtiq+ leerlingen
op school is het hebben van een GSA. Het Nederlands Jeugd Instituut heeft GSA’s erkend
als goed onderbouwde interventie. Daarnaast laat veel onderzoek positieve effecten
van GSA’s zien op de veiligheid en het welbevinden van lhbtiq+ jongeren. Ook weten
we dat het bespreekbaar maken van diversiteit zorgt voor een veiliger schoolklimaat.
Ik wil hier graag nader onderzoek naar laten doen binnen de Versterkte aanpak lhbtiq+
veiligheid.
Vraag 13
Bent u bereid om de veiligheidsbeleving van jonge lhbtiq+’ers (zowel op school als
in de thuissituatie) jaarlijks expliciet op te nemen als vast meetpunt in bijvoorbeeld
voortgangsbrieven?
Antwoord 13
Met de LVM zoals beschreven in het antwoord op vraag 12 wordt tweejaarlijks inzicht
gegeven in de veiligheidsbeleving van lhbtiq+’ers op school. Deze rapportage wordt
ook met de Kamer gedeeld. Ook de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor en Lhbtiqa+-monitor
worden met uw Kamer gedeeld.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.