Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het bericht ‘OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk voor opzettelijk vervuilen’
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk voor opzettelijk vervuilen (ingezonden 9 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), van Staatssecretaris
De Bat (Klimaat en Groene Groei) en van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en
Waterstaat) (ontvangen 31 augustus 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 2567.
Vraag 1
Was u voorafgaand aan de publicatie van het bericht «OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk
voor opzettelijk vervuilen» op de hoogte van het besluit van het Openbaar Ministerie
(OM) om Tata Steel strafrechtelijk te vervolgen voor het opzettelijk uitstoten van
stoffen die gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid?1 Zo ja, sinds wanneer, en heeft Tata Steel Nederland u hierover geïnformeerd, vergelijkbaar
met de wijze waarop het bedrijf u informeerde over het CCI-onderzoek in India, zoals
beschreven in uw antwoord van 2 februari 2026 op vraag 6?
Antwoord 1
Zoals aangegeven in de op 8 juli jl. verstuurde Kamerbrief2 heeft de CEO van Tata Steel Nederland (TSN)3 het kabinet op 2 juli 2026 geïnformeerd dat het bedrijf van het OM had vernomen dat
vervolging op korte termijn ingesteld zou worden. Van de exacte feiten en omstandigheden
heeft ook het kabinet pas kennis kunnen nemen toen het OM daarmee naar buiten kwam.
Deze situatie is anders dan de situatie rond het CCI-onderzoek naar mogelijke illegale
prijsafspraken in India. Het kabinet heeft op 2 februari 2026 schriftelijk aangegeven
dat TSN het Ministerie van EZK feitelijk heeft geïnformeerd inzake het CCI-onderzoek
in India, na publicatie van het artikel, en dat TSN de verdere ontwikkelingen afwacht.
In het CCI-onderzoek is TSN echter (vooralsnog) geen partij.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de constatering van het OM dat Tata Steel de fabrieken slecht
onderhoudt, soms zonder de juiste vergunning werkt en incidenten onder de pet houdt?
Verandert dit uw eerdere oordeel, zoals verwoord in uw antwoord van 2 februari 2026
op vraag 9, dat het niet aan het kabinet is om een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid
van Tata Steel als partner?
Antwoord 2
Wat betreft het CCI-onderzoek geldt dat het onderzoek nog niet afgerond is, er op
dit moment is geen aanwijzing is voor mogelijke betrokkenheid van TSN en dat de Indiase
autoriteiten (nog) geen strafrechtelijke procedure gestart zijn. Over het CCI-onderzoek
blijft het oordeel van het kabinet dus ongewijzigd.
Wat betreft het bericht van het OM geldt dat het OM, op basis van eigen onderzoek,
nu tot strafrechtelijke vervolging van TSN overgaat. Voor de inhoud van de verdenkingen
verwijst het kabinet naar het bericht van het OM. Zoals ook aangegeven in de Kamerbrief
van 8 juli 2026 wordt de Kamer in september geïnformeerd over de bredere ontwikkelingen
rondom de maatwerkafspraken met Tata Steel. Daarbij zal ingegaan worden op de mogelijke
implicaties van deze ontwikkelingen voor het proces richting een maatwerkafspraak.
Tot die tijd zal het kabinet geen onomkeerbare stappen zetten in het maatwerktraject.
Vraag 3
Zijn er voor het besluit van het OM al eerder signalen ontvangen bij ministeries waaruit
een vermoeden bleek dat Tata opzettelijk stoffen in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater
heeft gebracht of laten brengen met een mogelijk gevaar voor de gezondheid van mensen?
Antwoord 3
De aangifte van omwonenden (in 2021) is in 2022 aanleiding geweest voor de ILT-IOD4 (onder leiding van het Functioneel Parket van het OM) om een strafrechtelijk onderzoek
te starten. Verder is het kabinet zich bewust5 van diverse handhavingszaken die bij het bedrijf lopen. Dit valt onder het bevoegd
gezag, in dit geval de provincie Noord-Holland en de door haar gemandateerde Omgevingsdienst
Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Zoals het kabinet eerder al heeft aangegeven dient
het bedrijf compliant te zijn met de bestaande wet- en regelgeving. Bedrijven in Nederland
moeten zich aan de wet houden, ook TSN. Ondanks dat handhaving en toezicht hierop
bij het bevoegd gezag ligt – in het geval voor wet- en regelgeving op milieugebied
de provincie Noord-Holland en de OD –, hecht het kabinet eraan dat er in ieder geval
een cultuurverandering binnen TSN wordt doorgevoerd. Om die reden zijn hier afspraken
over gemaakt in de JLoI, bijvoorbeeld in artikel 12.4.
Vraag 4
Is dit besluit van het OM reden voor het kabinet om meetgegevens inzake Tata Steel
toegankelijk te maken voor onafhankelijke analyses waar dat nog niet gebeurt om zo
het vertrouwen in de gegevens en conclusies te versterken?
Antwoord 4
De strafrechtelijke vervolging staat los van de bestuursrechtelijke verplichting voor
het bedrijf om rapportages met meetgegevens in te dienen bij het bevoegd gezag. Deze
rapportages moeten onder andere aan nationale normen (NEN) voldoen. Vervolgens is
het aan het bevoegd gezag, in dit geval OD NZKG gemandateerd door de provincie Noord-Holland,
om deze rapportages te beoordelen. Er is daarmee sprake van een onafhankelijke analyse.
Vraag 5 en 6
In hoeverre is deze strafrechtelijke vervolging voor u aanleiding om de onderhandelingen
over de definitieve maatwerkafspraak, die volgens planning uiterlijk eind september
2026 moeten zijn afgerond, op te schorten totdat er meer duidelijkheid is over de
uitkomst van de strafzaak?
Bent u van mening dat er maatwerkafspraken gemaakt kunnen worden als er zulke zware
beschuldigingen na meerjarig onderzoek door het OM boven Tata Steel hangen? Zo ja,
kunt u dat uitleggen?
Antwoord 5 en 6
Zoals ook aangegeven in de Kamerbrief van 8 juli 2026 wordt de Kamer in september
geïnformeerd over de bredere ontwikkelingen rondom de maatwerkafspraken met Tata Steel.
Daarbij zal ingegaan worden op de mogelijke implicaties van deze ontwikkelingen voor
het proces richting een maatwerkafspraak. Tot die tijd zal het kabinet geen onomkeerbare
stappen zetten in het maatwerktraject.
Vraag 7
Deelt u de mening dat een strafrechtelijke vervolging wegens opzettelijke vervuiling
een zwaardere aanwijzing is voor structureel niet-naleven van wet- en regelgeving
dan de bestuursrechtelijke boetes die Tata Steel dit jaar al kreeg opgelegd, waarbij
voor één kooksfabriek de maximale dwangsom van ruim 17 miljoen euro al is bereikt?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 gaat het kabinet niet inhoudelijk in op
het besluit van het OM6 om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Hoe het kabinet aankijkt tegen de
handhavingszaken is recent met de Kamer gedeeld7.
Vraag 8
Welke consequenties heeft deze strafzaak, en de inhoud daarvan, voor de beoordeling
of Tata Steel Nederland in aanmerking komt voor circa 2 miljard euro aan overheidssteun,
gelet op de eis die u noemde in uw antwoord van 26 maart 2026 op vraag 6, dat er voldoende
waarborgen moeten zijn dat subsidie daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van de
gezondheids- en klimaatdoelen?
Antwoord 8
Ongeacht het besluit van het OM geldt dat er geen staatssteun mag worden verleend
voor activiteiten die niet aan de Europese regelgeving voldoen. Een eventuele maatwerksubsidie
moet (blijven) voldoen aan de Europese voorwaarden voor staatssteun onder het geldende
staatssteunkader, de Guidelines on State aid for climate, environmental protection
and energy 2022 («CEEAG»).
Over de verdere voorwaarden waaronder eventueel subsidie gegeven zal worden, wordt
nog gesproken met het bedrijf. De waarborgen voor het behalen van de doelen van de
beoogde maatwerkafspraak en de consequenties bij het niet behalen van deze doelen,
worden de komende tijd verder uitgewerkt in de (juridische documentatie bij de) maatwerkafspraak.
Vraag 9
Kunt u garanderen dat er geen maatwerkafspraak met Tata Steel wordt afgesloten voordat
er een vonnis is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vragen 5 en 6.
Vraag 10
Kunt u garanderen dat er geen maatwerkafspraak met Tata Steel wordt gemaakt indien
de (voormalige) bestuurders van Tata Steel ook in persoon zullen worden gedagvaard
door het OM?
Antwoord 10
Het OM onderzoekt of mensen met een leidinggevende rol mogelijk persoonlijk strafbaar
zijn. Dat onderzoek is nog niet afgerond en het kabinet vindt het niet passend om
hierop vooruit te lopen.
Vraag 11
Bent u, gezien deze ontwikkeling van vervolging van Tata Steel door het OM, alsnog
bereid de Joint Letter of Intent (JLoI) op te schorten of te heroverwegen, in aanvulling
op uw antwoord van 2 februari 2026 op vraag 10, waarin u aangaf op dat moment geen
aanleiding te zien de JLoI te beëindigen?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vragen 5 en 6.
Vraag 12
Bent u bekend met het feit dat het OM tevens onderzoekt of leidinggevenden van Tata
Steel persoonlijk vervolgd zullen worden? Bent u bereid de Kamer hierover te informeren
zodra hier meer duidelijkheid over is? Welke betekenis heeft een eventuele persoonlijke
vervolging van leidinggevenden volgens u voor de bestuurlijke relatie en de lopende
onderhandelingen met het bedrijf?
Antwoord 12
Het kabinet is bekend met de berichtgeving van het OM. Het is aan het OM om hierover
een vervolgingsbeslissing te nemen en hierover te communiceren. Wij zullen de Kamer
informeren over relevante ontwikkelingen. Op een eventuele persoonlijke vervolging
kan het kabinet niet vooruitlopen. Het OM heeft het onderzoek nog niet afgerond.
Vraag 13
Waarom schrijft u in de brief van 8 juli 2026 dat het kabinet na het publiek bekend
worden van het dagvaarden van Tata Steel door het OM «geen onomkeerbare stappen zal
zetten in het maatwerktraject», terwijl u op basis van de intentieovereenkomst van
september 2025 met Tata Steel zich nu ook direct had kunnen terugtrekken bij een strafrechtelijk
onderzoek «dat ernstige zorgen doet ontstaan bij de Staat over het aangaan van de
maatwerkafspraak»?
Antwoord 13
De Kamer wordt, zoals aangegeven in de brief van 8 juli, in september geïnformeerd
over de bredere ontwikkelingen rondom de maatwerkafspraken met Tata Steel. Daarbij
zal ingegaan worden op de mogelijke implicaties van deze ontwikkelingen voor het proces
richting een maatwerkafspraak.
Vraag 14
Wat is de stand van zaken in de onderhandelingen tussen de overheid en Tata Steel
met betrekking tot het eerder sluiten van kooksfabriek 1 en 2?
Antwoord 14
De OD NZKG bereidt als handhavingsmaatregel de intrekking van de vergunningen voor,
naar aanleiding van structurele overschrijdingen van de milieunormen. De stand van
zaken8 is dat op dit moment wordt onderzocht of het voornemen van de OD NZKG tot het intrekken
van de vergunningen van KGF2 en KGF1 implicaties voor de maatwerkafspraak met het
bedrijf heeft, en zo ja welke.
Vraag 15
Wat is uw visie op het sluiten van kooksfabrieken 1 en 2 om gezondheidsredenen, en
stuurt u aan op sluiting van beide kooksfabrieken in 2027?
Antwoord 15
Zoals ook aangegeven in het plenaire debat over Tata Steel op 7 april 2026 ziet het
kabinet het als een positieve ontwikkeling dat het bedrijf zelf de noodzaak ziet van
vervroegde sluiting van beide kooksgasfabrieken (ten opzichte van eerdere plannen).
Dat zou de gezondheidswinst voor omwonenden op de kortere termijn vergroten. De datum
van de sluiting is een afweging van het bevoegd gezag. De provincie Noord-Holland
en de OD NZKG volgen voor de intrekking van de vergunningen een zorgvuldige procedure:
– Voor beide KGF’en is een vooraankondiging gestuurd.
– Hierna volgen ontwerp-intrekkingsbesluiten, waarop zienswijzen ingediend kunnen worden.
– Na het wegen van de zienswijzen volgen definitieve intrekkingsbesluiten van de vergunningen.
Voor de termijn waarbinnen sluiting plaats moet vinden worden onder andere het gedrag
van de overtreder, de milieueffecten van de sluiting zelf, de bescherming van het
milieu in het algemeen, verschillende technische aspecten en de bedrijfsvoering van
Tata Steel in overweging genomen.
De provincie Noord-Holland heeft recent een brief gestuurd waarin uitgebreide toelichting
staat over dit proces9. Wanneer er meer duidelijkheid is over de termijn waarop sluiting plaats moet vinden,
kan ook inzichtelijk gemaakt worden of en in hoeverre dit impact heeft op de beoogde
maatwerkafspraak. Zodra hierover meer bekend is zullen wij de Kamer informeren.
Vraag 16
Bent u van oordeel dat er geen definitieve en onvoorwaardelijke maatwerkafspraken
gemaakt kunnen worden zolang de Milieueffectrapportage (MER) en de Gezondheidseffectrapportage
(GER) niet beschikbaar zijn?
Antwoord 16
Met betrekking tot de relatie tussen het MER en de maatwerkafspraak is in antwoord
op eerdere vragen10 al aangegeven dat het MER wordt opgesteld ten behoeve van vergunningaanvragen, niet
ten behoeve van de maatwerkafspraak. Uiteraard kunnen projecten alleen met een vergunning
worden gerealiseerd en moeten projecten gerealiseerd worden als onderdeel van de subsidiebeschikking.
Bij de vormgeving van de maatwerkafspraken wordt geborgd dat de afspraken voldoende
milieumaatregelen bevatten die ook daadwerkelijk leiden tot positieve gezondheidseffecten.
In de beoogde maatwerkafspraak zal dit nader worden uitgewerkt, in lijn met de motie-Kostić
c.s.11.
In de JLoI zijn een reductie van schadelijke stoffen en aanvullende milieumaatregelen
opgenomen. Dat deze maatregelen de gezondheidsrisico's voor omwonenden terugdringen,
is dankzij alle eerder verrichte verzoeken evident en hoeft op zichzelf niet nader
onderbouwd te worden met een GER. De voorzitter van de Expertgroep Gezondheid IJmond
heeft in een gesprek met de Kamer op 19 maart jl. ook aangegeven dat nu afspraken
maken over emissiereducties urgenter is dan een voltooide GER. Dat laat onverlet dat
de GER een instrument is dat van waarde kan zijn om (nader) inzicht te krijgen in
gezondheidseffecten. De suggestie van de Expertgroep om de GER als structureel sturingsinstrument
te gebruiken, neemt het kabinet zoals gemeld12 in de voortgangsbrief van 2 april jl. mee bij de uitwerking van de beoogde maatwerkafspraak.
Vraag 17
Bent u bereid om, in afwachting van de resultaten van de GER, tenminste aanvullende
afspraken op te nemen in de maatwerkafspraken om te zorgen dat gezondheidswinst daadwerkelijk
geborgd wordt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 17
Het kabinet vindt het zoals bekend erg belangrijk dat gezondheid een prominente plek
in de maatwerkafspraak krijgt. Er wordt gewerkt aan een concrete uitwerking hiervan.
Vraag 18
Neemt u het advies van de Expertgroep inzake betere monitoring van de gezondheidseffecten
en een betere koppeling daarvan aan de GER over in de maatwerkafspraken? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 18
Het kabinet zal na de zomer nader ingaan op het meest recente advies van de Expertgroep.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.