Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Westerveld en De Hoop over de gevolgen van het onderhoud van wegen en bruggen voor doelgroepenvervoer
Vragen van de leden Westerveld en De Hoop (beiden PRO) aan de Staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de gevolgen van het onderhoud van wegen en bruggen voor doelgroepenvervoer (ingezonden 3 juli 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en
Sport (ontvangen 31 augustus 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 2544.
Vraag 1
Bent u bekend met het probleem dat door de sluiting van de Papendrechtsebrug (N3)
vanwege onderhoud het doelgroepenvervoer (Wet Maatschappelijke Ondersteuning-, jeugdhulp-
en leerlingenvervoer) tussen Papendrecht, Sliedrecht en Dordrecht negen maanden lang
moet omrijden via de A15 en A16, wat leidt tot meer arbeids- en benzinekosten voor
het doelgroepenvervoer?
Antwoord 1
Ja. De renovatie van de brug heeft impact op alle gebruikers van de brug in het gebied.
Vraag 2
Bij wie ligt de verantwoordelijkheid om de hogere kosten voor het doelgroepenvervoer
vanwege (langdurig) onderhoud aan wegen en bruggen te dragen? Is dat bij de vervoerders,
bij de gemeenten, bij de schoolbesturen of bij Rijkswaterstaat?
Antwoord 2
Bij werkzaamheden door Rijkswaterstaat ligt de verantwoordelijkheid voor de hogere
kosten bij de weggebruikers. Hogere uitvoeringskosten door omleidingen behoren doorgaans
tot het ondernemersrisico van de vervoerder. Zij kunnen bij de werkzaamheden rondom
de Papendrechtsebrug een beroep doen op de nadeelcompensatieregeling, waarbij door
een onafhankelijke commissie zal worden getoetst of het nadeel zo groot is dat compensatie
gerechtvaardigd is.
Vraag 3
Wordt doelgroepenvervoer als onderdeel van de «witte kolom» gezien die over de noodbrug
bij de Papendrechtsebrug mag? Zo nee, waarom niet en vindt u dat dat in het belang
van de doelgroepen wel zou moeten?
Antwoord 3
Doelgroepenvervoer maakt geen onderdeel uit van de witte kolom. De noodbrug waaraan
u refereert in het geval van de Papendrechtsebrug betreft het fietspad op de Baanhoekbrug
(een spoorbrug) dat beschikbaar wordt gemaakt als calamiteitenroute voor prioritaire
doelgroepen. Dat zijn de nood- en hulpdiensten en de spoed-/acute zorgvervoersbewegingen
(denk aan verloskundigen en specialisten van het ziekenhuis). Tijdens de afsluiting
van de Papendrechtsebrug is het fietspad op de Baanhoekbrug niet beschikbaar voor
fietsers.
In overleg met de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, de voor het project ingestelde
zorgtafel en de drie omliggende gemeenten is besloten dat de overgebleven capaciteit
aan vervoersbewegingen over de calamiteitenroute van de Baanhoekfietsbrug gebruikt
zal worden voor leerlingenvervoer passend onderwijs en (jeugd)hulpverlening. Dit is
naar schatting zo’n 40% van het huidige totaal dagelijkse doelgroepenvervoer. Afspraken
over het gebruik van de brug binnen en buiten de spitsblokken wordt verder uitgewerkt
in de taskforce Doelgroepenvervoer Drechtsteden. In overleg met ouders, scholen en
de vervoerders wordt door de gemeenten besloten wie over de brug kan rijden en voor
wie een andere oplossing gevonden kan worden.
Vraag 4
Speelt dit probleem ook op andere plekken in het land? Zo ja, hoe groot is dit probleem
en wat zijn de totale kosten die hiermee gemoeid zijn?
Antwoord 4
Bij werk aan de infrastructuur past Rijkswaterstaat de methodiek slim plannen, slim
bouwen, slim reizen toe. Met slim reizen wordt ingezet op alternatieve reismogelijkheden
voor de reiziger. Dat betekent wel dat de reiziger doorgaans meer reistijd heeft.
De omvang van extra kosten voor de reiziger wordt niet bijgehouden.
In de voorbereidingen van de werkzaamheden wordt zo snel mogelijk in overleg getreden
met bestuurlijke partners en belanghebbenden om waar mogelijk rekening te houden met
de specifieke problematiek van verschillende doelgroepen.
Vraag 5
Vindt u dat Rijkswaterstaat bij langdurig onderhoud standaard rekening zou moeten
houden met de gevolgen voor het doelgroepenvervoer en voorafgaand aan het begin van
het onderhoud een plan moet hebben waarmee de gevolgen voor het doelgroepenvervoer
worden geminimaliseerd? Zo ja, hoe gaat u daarvoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, dat doet Rijkswaterstaat ook in de verschillende fasen van de voorbereiding van
het project, waarbij vele belanghebbenden, op de weg, de vaarwegen en in de omgeving
oplossingen nodig hebben voor hun mobiliteit. Helaas heeft niet alleen Rijkswaterstaat,
maar ook veel andere infrabeheerders veel projecten tegelijkertijd in uitvoering in
dichtbevolkte gebieden, waardoor het aantal alternatieve routes en oplossingen vaak
beperkt is. In de uitvoering past Rijkswaterstaat een pakket hindermaatregelen toe
waarbij het doel is de hinder zoveel mogelijk te beperken tegen proportionele kosten.
Vraag 6
Welke opties ziet het kabinet voor een oplossing waarbij het doelgroepenvervoer niet
voor hogere kosten komt te staan vanwege grote omleidingen bij afsluitingen wegens
onderhoud? Ziet het kabinet mogelijkheden voor compensatie?
Antwoord 6
Als gevolg van de werkzaamheden en projecten aan de infrastructuur zullen gebruikers
onvermijdelijk te maken krijgen met hinder en extra kosten. Met de inzet van de instrumenten
uit de Hinderaanpak1 probeert Rijkswaterstaat de hinder zoveel als mogelijk te beperken binnen de daarvoor
beschikbare budgetten. Zie voor compensatie verder het antwoord onder vraag 2.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.