Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kathmann en Westerveld over verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten
Vragen van de leden Westerveld en Kathmann (beiden PRO) aan de Minister van Asiel en Migratie en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten (ingezonden 26 juni 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 31 augustus 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2586.
Vraag 1
Bent u bekend met de burgerwachten die zijn opgezet in verschillende gemeenten in
navolging van de protesten over de komst van noodopvang voor asielzoekers of statushouders,
zoals bijvoorbeeld wordt beschreven in het artikel «Nagestaard, gefotografeerd en
gewantrouwd»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In hoeveel gemeenten zijn er inmiddels soortgelijke burgerwachten opgericht?
Antwoord 2
Er is geen landelijk beeld van het aantal gemeenten waarin er actieve burgerwachten
of buurtpreventieteams zijn opgericht, aangezien er niet één centrale registratie
van dergelijke lokale initiatieven bestaat.
Vraag 3
Wanneer gaat dit gedrag van intimidatie over in bedreiging, stalking, laster of doxing
en gaat het dus over strafbare feiten?
Antwoord 3
Een maatschappij waarin intimidatie wordt gebruikt als middel om je zin te krijgen
is onaanvaardbaar. In algemene zin is het lastig aan te geven wanneer intimidatie
overgaat in een strafbaar feit. Hierbij spelen de feiten en omstandigheden, de context
en de vereisten van strafbare feiten als bedreiging, stalking, laster en doxing een
rol. Het is aan de officier van justitie om te beoordelen wanneer het mogelijk en
opportuun is om over te gaan tot vervolging voor een strafbaar feit en vervolgens
aan de rechter om te bepalen of al dan niet sprake is van een strafbaar feit.
Vraag 4
Is er al aangifte gedaan van dergelijke strafbare feiten door dit soort burgerwachten
door vrijwilligers, buurtbewoners of opvangbewoners?
Antwoord 4
In het registratiesysteem van de politie wordt niet systematisch vastgelegd of er
een strafbaar feit is gepleegd door burgerwachten. Omdat een brede zoekslag naar mogelijke
aangiften door vrijwilligers, buurtbewoners of opvangbewoners van dergelijke feiten
zodoende niet kan worden uitgevoerd, kan deze vraag niet worden beantwoord.
Vraag 5
Bent u van mening dat opvangbewoners weten wanneer er sprake is van strafbare feiten?
Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat zij weten wanneer er strafbare feiten tegen hen
worden gepleegd? Zo ja, waarom denkt u dat?
Antwoord 5
Om ervoor te zorgen dat personen die via de asielstroom nieuw in Nederland zijn op
de hoogte zijn van de Nederlandse wetten en normen, wordt hier bij aankomst bij het
Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: COA) basisinformatie over verstrekt.
Daarnaast wordt door bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk Nederland informatie verstrekt
over de asielprocedure en daarmee samenhangende rechten en plichten. Indien sprake
is van geweld of intimidatie kunnen asielzoekers terecht bij het COA voor ondersteuning,
hulp en begeleiding.
Vraag 6
Bent u van mening dat opvangbewoners de weg naar de politie kennen wanneer er sprake
is van strafbare feiten? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat zij weten dat zij en
waar zij aangifte kunnen doen van strafbare feiten?
Antwoord 6
Het COA voert met asielzoekers in de eerste twee weken van het verblijf op een opvanglocatie
een rechten- en plichtengesprek. In dit gesprek worden de basisvoorwaarden, leefregels
en gedragsnormen voor asielzoekers besproken. Daarnaast informeert het COA de asielzoeker
over de Nederlandse rechtsstaat en de Grondwet. Indien een asielzoeker aangifte wil
doen van een strafbaar feit, wordt deze doorverwezen naar de politie. Als er sprake
is van geweld of intimidatie kunnen asielzoekers terecht bij het COA voor ondersteuning,
hulp en begeleiding.
Vraag 7, 8 en 9
Bent u bekend met het incidentenbericht in Apeldoorn waarin werd gewaarschuwd voor
een man die bij een basisschool stond en onterecht in verband werd gebracht met een
noodopvanglocatie, die uiteindelijk een ouder bleek te zijn die zijn kind van school
kwam halen?
Was hier mogelijk sprake van een strafbaar feit?
Wat vindt u ervan dat er op deze manier op mensen wordt «gejaagd»?
Antwoord 7, 8 en 9
Wij zijn bekend met de berichtgeving waarin melding wordt gemaakt van verschillende
sociale mediaberichten, waaronder het bericht waar in deze vraag op wordt gedoeld.
De beoordeling of in een individuele casus sprake is geweest van een strafbaar feit
is niet aan het kabinet, maar in eerste instantie aan de politie en het Openbaar Ministerie
en uiteindelijk aan de rechter. Zonder op specifieke situaties in te kunnen gaan,
geldt in zijn algemeenheid dat het van belang is dat men in geval van een verdachte
situatie, of bij het vermoeden dat er een strafbaar feit is gepleegd, de politie inschakelt.
Het is nooit de bedoeling dat men voor eigen rechter gaat spelen.
Vraag 10 en 11
Zijn gemeenten voldoende op de hoogte wanneer zij kunnen ingrijpen en zijn zij voldoende
in staat dit te toen?
Hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen uw ministerie en de gemeenten waar dit
voorkomt om hen te ondersteunen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er uit deze
gesprekken?
Antwoord 10 en 11
Als kabinet vinden we het belangrijk dat gemeenten die hun verantwoordelijkheid nemen
om opvang te realiseren hierbij voldoende worden ondersteund. Als Minister van Asiel
en Migratie ben ik daarbij altijd bereid om mee te denken met gemeenten en zal ik
hierover het gesprek blijven voeren met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna:
VNG). Daarnaast heeft de VNG een ondersteuningsteam ingericht, dat gemeenten op verzoek
kan ondersteunen bij verschillende aspecten rondom een opvanglocatie.
Vraag 12
Bent u op de hoogte van het feit dat ook vrijwilligers van asielzoekerscentra in sommige
gemeenten geïntimideerd worden en zich niet veilig voelen om naar een opvanglocatie
te gaan om te helpen? Hoe bent u van plan hen veilig te houden?
Antwoord 12
Vrijwilligerswerk is belangrijk en waardevol werk. Het is belangrijk dat vrijwilligers
hun werk onder goede omstandigheden kunnen uitvoeren en het kan absoluut niet de bedoeling
zijn dat vrijwilligers zich daarbij geïntimideerd of onveilig voelen. Het bewaken
van de openbare orde is belegd bij het lokaal gezag en in gevallen waarin er sprake
is van verstoring van de openbare orde is de burgemeester belast met de handhaving
hiervan. Bij recente demonstraties hebben we gezien dat er veel op gemeenten af komt
bij het openen en exploiteren van een asielzoekerscentrum. Als kabinet vinden we het
belangrijk om kleine gemeenten hierbij te ondersteunen. De VNG heeft hierom een ondersteuningsteam
opgericht, waarin kennis en expertise wordt gebundeld en dat gemeenten op verzoek
ondersteunt bij verschillende aspecten rondom een opvanglocatie. Veiligheid van vrijwilligers
maakt hier onderdeel van uit.
Vraag 13
Wat is volgens u de rol van sociale media wanneer foutieve berichten over vermeende
opvangbewoners online worden verspreid?
Antwoord 13
Online platforms zijn gebonden aan de digitaledienstenverordening (Digital Services
Act, hierna: DSA). Deze verordening heeft als doel te zorgen voor een veilige, voorspelbare
en betrouwbare online omgeving, waarin de verspreiding van illegale online inhoud
en de maatschappelijke risico’s die de verspreiding van desinformatie of andere inhoud
met zich kunnen brengen, worden aangepakt, en waarin de in het Handvest van de grondrechten
van de Europese Unie verankerde grondrechten doeltreffend worden beschermd. Op grond
van artikel 6 van de DSA, zijn hosting diensten – waaronder online platforms – niet
aansprakelijk voor de informatie die afnemers van de dienst verstrekken, op voorwaarde
dat zij geen kennis hebben van illegale activiteiten of van illegale inhoud die afnemers
opslaan. Zodra zij die kennis wel krijgen, bijvoorbeeld door een melding, dan moeten
zij prompt handelen om die inhoud te verwijderen of ontoegankelijk te maken. Op grond
van de DSA moeten online platforms een toegankelijk en gebruiksvriendelijk systeem
hebben waarin gebruikers of derden melding kunnen doen van illegale inhoud. Het begrip
illegale inhoud omvat alle informatie die indruist tegen het Unierecht of het recht
van een lidstaat. Of daarvan sprake is, moet per geval beoordeeld worden. Opgemerkt
zij echter dat niet alle «foutieve» berichten per definitie illegaal zijn. Een bericht
waarin bijvoorbeeld ten onrechte wordt gesteld dat een bewoner van een opvanglocatie
betrokken is geweest bij een incident kwalificeert vanwege die feitelijke onjuistheid
niet meteen als illegale inhoud. Dat kan anders zijn wanneer het bericht bijvoorbeeld
iemand opzettelijk en ten onrechte beschuldigt van een strafbaar feit, of wanneer
het bericht aanzet tot haat, discriminatie of geweld.
Op grond van de DSA moeten online platforms verder een zorgvuldig beleid ten aanzien
van inhoudsmoderatie opnemen in hun algemene voorwaarden en dat beleid ook zorgvuldig
toepassen in de praktijk (artikel 14 van de DSA). Op hen rust bovendien de verplichting
om gebruikers die frequent illegale inhoud verspreiden, te schorsen. De zogenaamde
zeer grote online platforms- en zoekmachines, die als zodanig moeten worden aangewezen
door de Europese Commissie, moeten verder ten minste één keer per jaar de zogeheten
systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerp of uit de werking van hun dienst
en de daaraan verbonden systemen, identificeren en beperken. Deze verplichting geldt
voor grote sociale mediadiensten zoals Facebook, Instagram en TikTok. Systeemrisico’s
omvatten onder meer de verspreiding van illegale inhoud en de eventuele werkelijke
of voorzienbare negatieve effecten op de openbare veiligheid of de uitoefening van
grondrechten.
Vraag 14
Vindt u dat sociale media ervoor zouden moeten zorgen dat foutieve lasterberichten
over mensen gefilterd moeten worden?
Antwoord 14
Laster is een vorm van illegale inhoud. Zoals hiervoor beschreven moeten online platforms
prompt handelen om dergelijke inhoud te verwijderen zodra ze er kennis van krijgen.
Artikel 8 van de DSA beperkt tegelijkertijd de ruimte om maatregelen op te leggen
aan online platforms om onwettige inhoud of activiteiten op te sporen en daar preventief
actie tegen te ondernemen door berichten te filteren. Artikel 8 van de DSA bepaalt
dat aan dienstverleners geen verplichting wordt opgelegd tot monitoring van de door
hen opgegeven of opgeslagen informatie of tot actief onderzoek naar feiten of omstandigheden
die duiden op illegale activiteiten. Dit verbod beoogt de vrijheid van meningsuiting
te beschermen. Indien sociale media en andere tussenhandeldiensten verplicht worden
om illegale inhoud preventief te filteren dan is er een gerede kans dat zij uit voorzorg
meer informatie gaan blokkeren of anderszins tegenhouden dan noodzakelijk.
Vraag 15
Hoe zorgt u ervoor dat sociale media hier hun verantwoordelijkheid nemen?
Antwoord 15
Op de DSA wordt in Nederland toezicht gehouden door de Autoriteit Consument & Markt
als DSA-coördinator en de Autoriteit Persoonsgegevens als andere bevoegde autoriteit.
Op de zeer grote online platforms en zoekmachines houdt de Europese Commissie primair
toezicht. Er lopen inmiddels diverse onderzoeken tegen verschillende sociale media,
en in een aantal zaken zijn al zogenaamde preliminary findings van niet-naleving gepubliceerd.
Zo worden sociale media waar nodig gedwongen om verantwoordelijkheid te nemen.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.