Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Lohman en Boelsma-Hoekstra over het onttrekkingsverbod van het Hoogheemraadschap van Delfland en de gevolgen voor de glastuinbouw
Vragen van de leden Lohman en Boelsma (beiden CDA) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het onttrekkingsverbod van het Hoogheemraadschap van Delfland en de gevolgen voor de glastuinbouw (ingezonden 6 augustus 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 31 augustus 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht dat het Hoogheemraadschap van Delfland vanaf woensdag 5 augustus
een volledig verbod instelt op het onttrekken van oppervlaktewater en alle sluizen
in het beheergebied sluit?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de constatering van Delfland dat dit de meest verstrekkende maatregel is die het waterschap ooit heeft genomen? Hoe beoordeelt u de omvang en urgentie
van deze situatie?
Antwoord 2
Het hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) noemt het onttrekkingsverbod
op zijn website een uitzonderlijke situatie met grote gevolgen voor inwoners en bedrijven,
maar geeft aan dat de maatregel onvermijdelijk is om grotere schade aan de leefomgeving
te beperken. Die beschouwing deel ik. De droogte is in heel Nederland voelbaar en
het neerslagtekort is in alle regio’s, ook die van Delfland, groot. De situatie van
Delfland verschilt met andere regio’s vanwege de volgende aspecten: het neerslagtekort
in deze regio is nog groter dan het gemiddelde in Nederland en de aanvoer van zoet
water in het gebied is beperkt mogelijk. Bovendien is de watervraag vanuit de tuinbouw
hoog en er liggen veel droogtegevoelige keringen in het beheergebied.
Delfland heeft de zorgplicht voor waterkeringen ten behoeve van de veiligheid van
haar inwoners en het gebied. Vanwege het behoud van de peilen in het gebied zijn de
verstrekkende maatregelen ingezet, omdat de situatie urgent is. Vanuit de verdringingsreeks,
zoals vastgelegd in de wet, gaat bij watertekorten de veiligheid van keringen vóór
op andere functies zoals landbouw. Dat is inmiddels ook bekend bij alle betrokken
sectoren, zie ook bijlage 1. Daarbij wordt continue gekeken of maatregelen niet langer
dan noodzakelijk van kracht zijn. Dit heeft er ook toe geleid dat Delfland het onttrekkingsverbod
voor oppervlaktewater tijdelijk heeft opgeheven tot en met 26 augustus voor gebruikers
in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie).
Vraag 3
Klopt het beeld dat de verminderde beschikbaarheid van zoetwater via het Brielse Meer
en de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) wordt veroorzaakt door een combinatie van
aanhoudende droogte, een historisch lage afvoer van de Rijn en toenemende verzilting?
Kunt u toelichten hoe de zoetwateraanvoer naar West-Nederland zich de afgelopen weken
heeft ontwikkeld?
Antwoord 3
Ja, via de grote rivieren (met zeer lage en nog steeds afnemende afvoeren) en de klimaatbestendige
Wateraanvoer (KWA+) wordt zoetwater aangevoerd naar West-Nederland. Water vanuit het
Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek wordt met behulp van gemalen, watergangen en stuwen
naar Midden- en West-Nederland gepompt, om daar watertekorten en verzilting zo veel
mogelijk tegen te gaan. Door de hoge temperaturen is de verdamping erg groot, waardoor
niet aan de volledige watervraag kan worden voldaan.
Vraag 4
Hoe kan het dat tot voor kort de verwachting was dat het Brielse Meer voldoende zoetwater
kon leveren, terwijl de aanvoer inmiddels is stopgezet? Op welk moment werd duidelijk
dat dit noodzakelijk was? Was deze ontwikkeling, gelet op de al langer bekende lage
Rijnafvoer en toenemende verzilting, eerder te voorzien?
Antwoord 4
Tot voor kort was de verwachting dat het Brielse Meer voldoende zoetwater kon leveren.
Door de aanhoudend lage Rijnafvoer en toenemende verzilting kwam de zoetwatervoorziening
echter onder druk te staan. De aanvoer uit het Brielse Meer is niet stopgezet. Het
Brielse Meer loopt wel risico op verzilting. Verzilting vormt een probleem voor onder
andere de landbouw omdat gewassen niet tegen zilt water kunnen. Ook voor andere functies
die water uit het Brielse Meer gebruiken is verzilting een probleem, zoals voor de
natuur en industrie.
Vraag 5
Zijn de sector en de betrokken ondernemers naar uw oordeel tijdig betrokken en geïnformeerd
over de maatregelen en stappen die worden genomen tijdens periodes van droogte, zoals
we die momenteel kennen, zodat zij hierop adequaat kunnen anticiperen? Worden ook
andere sectoren en ondernemers elders in het land, die te maken krijgen met uitzonderlijke
maatregelen, zoals op het Twentekanaal2, tijdig geïnformeerd en meegenomen, zodat ook zij zich hierop kunnen voorbereiden?
Antwoord 5
Na het genomen besluit zijn alle stakeholders, waaronder de glastuinbouw, direct geïnformeerd.
Het besluit is na 5 dagen in werking getreden, waarmee betrokkenen zich konden voorbereiden
op het besluit.
Ook elders in het land worden sectoren en ondernemers geïnformeerd over de droogtesituatie,
zodat ook zij zich hierop kunnen voorbereiden. Om betrokken partijen tijdig te informeren,
wordt via verschillende kanalen informatie gedeeld over de ontwikkeling van droogte
en de beschikbaarheid van zoetwater. Zo wordt onder meer via de Droogtemonitor Rijkswaterstaat
(RWS) en binnen de Regionale Droogte Overleggen (RDO’s) informatie uitgewisseld over
de actuele situatie en de te verwachten ontwikkelingen. Ook waterschappen informeren
betrokken partijen hierover vanuit hun eigen verantwoordelijkheid.
Vraag 6
Op welke wijze worden ondernemers die direct worden geraakt door dergelijke verstrekkende
maatregelen na de inwerkingtreding daarvan betrokken bij de vervolgstappen, zodat
zij tijdig duidelijkheid krijgen over het toekomstperspectief en hun bedrijfsvoering
daarop kunnen afstemmen?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Heeft u, dan wel Rijkswaterstaat, de afgelopen weken actief contact gehad met Delfland
en de andere betrokken waterschappen over de aanvoer van zoetwater? Had het Rijk –
bijvoorbeeld via de Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) – met een andere sturing
op het hoofdwatersysteem deze acute situatie geheel of gedeeltelijk kunnen voorkomen,
en welke rol pakt het Rijk nu?
Antwoord 7
Ja, binnen het regionale droogteoverleg West Midden is er in de afgelopen weken continu
afstemming geweest tussen de waterbeheerders (Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschappen
van Rijnland, Delfland, Schieland en de Krimpenerwaard, De Stichtse Rijnlanden en
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Ook zijn de Staatssecretaris van LVVN en ik op
13 augustus jl. op werkbezoek geweest in het Westland en hebben daar samen met Glastuinbouw
Nederland ondernemers in de glastuinbouw gesproken.
Vanaf begin juli vindt aanvullend landelijke afstemming en coördinatie plaats binnen
de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) en sinds half juli in het
Managementteam Watertekorten (MTW). Binnen de LCW en MTW wordt de watervraag in de
verschillende regio’s zo goed mogelijk bediend en wordt het water verdeeld conform
de verdringingsreeks, maar de hoeveelheid beschikbaar water is te klein om aan alle
waterbehoeften te voldoen. Vandaar ook de opschaling naar fase 2: feitelijk watertekort.
Vraag 8
Welke onomkeerbare schade ontstaat volgens u wanneer een onttrekkingsverbod slechts
gedeeltelijk wordt ingesteld? Kunt u daarbij aangeven welke schade, naast schade aan
dijken en de waterveiligheid, wordt voorkomen? Hoe verhoudt deze schade zich tot de
gevolgen die een volledig onttrekkingsverbod heeft voor de glastuinbouw?
Antwoord 8
Het algehele onttrekkingsverbod in het beheergebied van Delfland is genomen met het
oog op de waterveiligheid. In het algemeen geldt dat de categorieën 1 en 2 van de
verdringingsreeks maatschappelijke functies betreft, waarbij het voorkomen van maatschappelijke
ontwrichting centraal staat. De categorieën 3 en 4 betreffen economische functies
en overige behoeftes.
Vraag 9
Welk beeld heeft u van de gevolgen van het onttrekkingsverbod voor de glastuinbouw?
Hoeveel glastuinbouwbedrijven worden volgens u direct door het verbod geraakt? Bent
u ermee bekend dat ondernemers aangeven dat hun waterbassins deze week droog dreigen
te komen te staan, ondanks de gerealiseerde extra opvangcapaciteit? Zo ja, hoe beoordeelt
u deze situatie?
Antwoord 9
Binnen het beheergebied van Delfland bevinden zich circa 1.500 glastuinbouwbedrijven.
Naar schatting teelt 10% hiervan in de volle grond en is afhankelijk van water uit
sloten en regenbassins. Deze bedrijven worden direct geraakt door het onttrekkingsverbod
van Delfland. Bij een langdurig verbod kan schade ontstaan aan gewassen en daarmee
aan de productie en bedrijfscontinuïteit. De overige 90% van de bedrijven zijn niet
volledig afhankelijk van het gebruik van oppervlaktewater. Deze bedrijven kunnen recirculeren
en/of alternatieve waterbronnen inzetten.
Het is mij bekend dat ondernemers aangeven dat hun waterbassins droog dreigen te komen
te staan. Dit onderstreept de ernst van de situatie. Tegelijkertijd sta ik achter
de keuze van Delfland om binnen de geldende wettelijke kaders en de daarbij behorende
verdringingsreeks te handelen en een onttrekkingsverbod in te stellen.
Vraag 10
Worden er op dit moment noodoplossingen onderzocht om de sector door deze periode
te helpen? Is bijvoorbeeld gezuiverd effluent uit rioolwaterzuiveringen inzetbaar,
of andere alternatieve bronnen? Welke rol kan het Rijk daarbij spelen?
Antwoord 10
Ja, met betrokkenheid van mijn departement wordt momenteel onder leiding van Delfland
met urgentie onderzocht of- en onder welke voorwaarden aanvullende mogelijkheden om
water te kunnen leveren aan de sector beschikbaar zijn. Er liggen meerdere opties
op tafel, zoals bijvoorbeeld ontzilting van brak- of zoutwater, hergebruik van effluent
en wateraanvoer vanuit het Hollands Diep via tankwagens. Tevens heeft Delfland het
onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater tijdelijk opgeheven (t/m 26 augustus) voor
gebruikers in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie).
Vraag 11
Wanneer de situatie verbetert en oppervlaktewater weer beschikbaar komt: op welke
wijze wordt bepaald welke sectoren en organisaties als eerste weer water mogen gebruiken?
Deelt u de opvatting dat daarbij gekeken moet worden naar de partijen die de grootste
en meest onomkeerbare schade lijden, zoals teelten, jonge natuur- en groenaanplant
en sportvelden?
Antwoord 11
Zolang er nog sprake is van watertekorten, blijft opschalingsniveau 2 van kracht.
Water wordt dan verdeeld volgens de verdringingsreeks. Als de situatie zodanig verbetert
dat er meer water beschikbaar is dan nodig in categorie 1 en 2, wordt gekeken hoe
maatschappelijk gezien binnen categorie 3 en vervolgens categorie 4 het water zo goed
mogelijk verdeeld kan worden. In de praktijk wordt gestuurd op het zoveel mogelijk
voorkomen van schade. Welke sectoren binnen de categorieën van de verdringingsreeks
dan in welke volgorde worden bediend, verschilt per regio en is afhankelijk van het
weer en de waterhuishoudkundige situatie.
Vraag 12
Welke structurele maatregelen neemt u, samen met de waterschappen en de betrokken
sectoren, om de zoetwatervoorziening in Nederland toekomstbestendig te maken en herhaling
van situaties zoals de huidige zo veel mogelijk te voorkomen? Welke aanvullende of
specifieke maatregelen acht u daarbij noodzakelijk voor West-Nederland, gelet op de
kwetsbaarheid van deze regio voor zoetwatertekorten?
Antwoord 12
In het Deltaprogramma Zoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen om het zoetwatertekort
te beperken en Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte en waterschaarste.
Tot nu toe is in de praktijk vooral ingezet op optimaliseren van het huidige watersysteem.
In de droge jaren 2018, 2022 en ook dit jaar, hebben we daar de vruchten van geplukt.
Voorbeelden van optimalisatie zijn de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland
(KWA), de aanleg van de Roode Vaart in Zevenbergen, waterbesparende maatregelen bij
de stuwen en sluizen in de Maas, het optimaliseren van de waterverdeling over de Rijntakken,
het aanpassen van gemalen voor het regionale watersysteem en Slimwatermanagement.
Met de huidige klimaatverandering is dit echter niet langer voldoende, gelet op de
omvang van de zoetwateropgave. Nederland zal zich structureel moeten aanpassen aan
de veranderende omstandigheden. Dit vergt meer ingrijpende systeemmaatregelen, maar
ook aanpassingen in onze ruimtelijke ordening en aanpassingen van gebruikers en sectoren.
Systeemmaatregelen worden onder andere voorbereid in het Programma Ruimte voor de
Rivier 2.0. Zo is uit onderzoek gebleken dat voor de Waal de aanleg van een meergeulensysteem
gecombineerd met het aanvullen van sediment (suppleren) de enige maatregel is die
de bodem structureel kan stabiliseren én die tegelijkertijd bijdraagt aan bevaarbaarheid,
natuurherstel en een betere verdeling van zoetwater over de Rijntakken. In juli 2026
heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van dit programma3. Deze maatregelen zijn ook van belang voor de regio West-Nederland.
Verder wordt gewerkt aan het Deltaplan Zoetwater fase 3 (2028–2033), waarin individuele
maatregelen worden beoordeeld op hun hydrologische effectiviteit, kosten, baten en
maatschappelijke effecten. Daarbij wordt ook gekeken naar maatregelen in het regionale
watersysteem, waaronder dat van West-Nederland. De inzet is daarmee niet alleen gericht
op het vergroten van de beschikbaarheid van zoetwater tijdens perioden van lage rivierafvoer,
maar vooral op het benutten van perioden waarin water beschikbaar is om een zoetwaterbuffer
op te bouwen. Naast fysieke maatregelen wordt onderzoek voorbereid, waaronder een
Kennisimpuls Externe Verzilting. Dit is voor de regio West-Nederland van groot belang.
Of de maatregelen (regionaal en in het hoofdwatersysteem) daadwerkelijk in uitvoering
kunnen worden gebracht, is afhankelijk van de beschikbare financiering uit het Deltafonds4. Hiervoor geldt een prioriteringsopgave, waardoor er landelijk wordt gekeken welke
maatregelen het meest urgent zijn.
Vraag 13
Hoe kan er, in samenwerking met waterschappen en regionale overheden, voor gezorgd
worden dat ondernemers in het Westland, maar ook elders in Nederland die door droogte
of de daaruit voortvloeiende maatregelen kunnen worden geraakt, tijdig worden geïnformeerd
en betrokken, zodat zij zich adequaat kunnen voorbereiden en in hun bedrijfsvoering
kunnen anticiperen op de gevolgen van dergelijke maatregelen?
Antwoord 13
Er is nauw contact tussen de ondernemers en de waterbeheerders. De huidige droogtesituatie
kent een lange aanloop en betrokkenen zijn in de reguliere overlegsituaties daar al
zoveel mogelijk op voorbereid. Dit betreft niet alleen informatievoorziening over
de actuele situatie maar ook meer structureel bij het opstellen van procedures en
protocollen. Dit geldt zowel bij hoogwatersituaties als bij neerslagtekorten. Dit
was ook één van de punten die uit de evaluatie van de droogte in 2018 en 2022 volgde.
Ook in het kader van het Deltaprogramma wordt al sinds langere tijd gesproken over
«waterbeschikbaarheid». Ondernemers weten inmiddels ook dat 100% waterbeschikbaarheid
niet bestaat. Als ondernemers de risico’s voor hun bedrijfsvoering te groot vinden,
dan kunnen ze daar zelf aanvullende maatregelen voor nemen. Bijvoorbeeld met een groter
bassin, grijswateraanvoer of waterbesparende maatregelen. Veel ondernemers hebben
dat ook al gedaan. De ervaringen van deze droogte zullen waar mogelijk worden vertaald
naar aanvullende maatregelen en afspraken en kunnen mogelijkerwijs leiden tot aanpassingen
in de bedrijfsvoering. Daarbij zijn echter ook beperkende factoren aan de orde, zoals
gebrek aan ruimte voor wateropslag en de gesteldheid van de bodem.
Vraag 14
Bent u bereid deze vragen, gelet op de urgentie en het acute karakter voor de betrokken
ondernemers, met spoed en bij voorkeur binnen enkele weken te beantwoorden?
Antwoord 14
Ik heb getracht, gezien de acute situatie, de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Keijzer (Keijzer),
ingezonden 4 augustus 2026 (vraagnummer 2026Z16665)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.