Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over de veroordeling van Syriër Rafiq al-Q
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Asiel en Migratie over de veroordeling van Syriër Rafiq al-Q. (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 31 augustus 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2500.
Vraag 1
Bent u bekend met het vonnis van de rechtbank Den Haag waarbij de Syriër Rafiq al-Q.
is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens negentien misdrijven tegen de menselijkheid,
waaronder foltering, mishandeling en verkrachting, gepleegd in dienst van het Assad-regime?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2021
asiel heeft verleend aan iemand die aantoonbaar betrokken was bij mensenrechtenschendingen?
Welke screening heeft de IND uitgevoerd voorafgaand aan de asielvergunning van Rafiq
al-Q.?
Antwoord 2 en 3
Allereerst is het belangrijk om te benadrukken dat ik geen mededelingen kan doen in
individuele zaken. In zijn algemeenheid kan ik het volgende delen.
In elke asielzaak besteedt de IND op meerdere momenten binnen de asielprocedure gerichte
aandacht aan signalen die kunnen wijzen op betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, misdrijven
tegen de menselijkheid, misdrijven tegen de vrede of ernstige niet-politieke misdrijven.
Signalering vindt plaats op meerdere momenten: vanaf het moment dat het OVA-proces2 start bij de IND en de asielaanvraag formeel is ingediend, bij raadpleging van nationale
en internationale politie- en justitiële databases, en tijdens contacten met de vreemdeling
– waaronder gehoren, verblijf bij het COA en contacten met DTenV. Ook vindt er een
check op de openbare sociale media-accounts plaats en er wordt gekeken welke relevante
informatie op internet over de vreemdeling te vinden is. Wanneer zich specifieke 1F-signalen
of nationale veiligheidsrisico’s voordoen kan de behandeling worden belegd bij respectievelijk
de 1F Unit of het Team Speciale Zaken van de IND en worden signalen binnen de wettelijke
kaders gedeeld met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Ondanks alle inspanningen, betrachte zorgvuldigheid en alertheid kan het voorkomen
dat ten tijde van de besluitvorming informatie nog niet beschikbaar of verifieerbaar
is. Wanneer relevante informatie over mogelijke strafbare feiten of 1F-indicaties
pas later naar boven komt, kan de IND, waar aan de voorwaarden is voldaan, de vergunning
intrekken.
Vraag 4
Wat zegt het feit dat Al-Q. en zijn gezin zich voordeden als oorlogsvluchtelingen
die uiteindelijk niet opgespoord werden door overheidsinstanties maar door andere
Syriërs die hem herkenden, over de effectiviteit van het huidige screeningsproces
en over de capaciteiten van onze eigen instanties?
Antwoord 4
Zoals uiteengezet in antwoord op vraag 2, besteden organisaties binnen de vreemdelingenketen
doorlopend aandacht aan signalen die wijzen op betrokkenheid bij 1F-misdrijven. Signalen
kunnen ook later worden opgevangen, bijvoorbeeld door meldingen van burgers of slachtoffers
en kunnen dan worden opgevolgd. Op basis van deze signalen kan de IND bepalen welk
handelingsperspectief mogelijk is, en indien passend overgaan tot intrekking van het
verblijfsrecht. Tevens wordt bekeken of een inreisverbod, een ongewenstverklaring
of een besluit tot signalering mogelijk is. Het onderkennen van 1F-signalen in de
asielprocedure is echter een doorlopend proces dat continue ketenbrede alertheid vereist.
Vraag 5
Hoeveel asielaanvragen van Syrische onderdanen zijn sinds 2013 ingewilligd zonder
systematische toetsing aan internationale opsporingsregisters en databases van oorlogsmisdadigers,
zoals die van het Internationaal Strafhof, Interpol of de VN-commissie voor Syrië?
Antwoord 5
De standaardwerkwijze is dat in elke asielprocedure relevante internationale en nationale
politie/justitiële databases worden geraadpleegd.
Vraag 6
Kunt u een onafhankelijk onderzoek instellen naar de vraag hoe Al-Q. door de asielprocedure
is gekomen?
Antwoord 6
Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat
plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Voortdurende
versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening zijn altijd noodzakelijk
om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven te onderkennen
en dit proces heeft dan ook standaard de aandacht van het kabinet. Het kan echter
nooit volledig worden voorkomen dat informatie pas later of niet volledig aan het
licht komt. Tegen die achtergrond zie ik geen aanleiding om een onafhankelijk onderzoek
in te stellen.
Vraag 7
Hoeveel vergelijkbare gevallen zijn er mogelijk, waarbij personen die betrokken waren
bij staatsterrorisme, etnische zuivering of andere zware misdrijven in conflictlanden
in Nederland verblijven met een geldige asielvergunning?
Antwoord 7
Het aantal vergelijkbare gevallen van personen die betrokken waren bij zware misdrijven
en met een vergunning in Nederland verblijven wordt niet bijgehouden. Wel wordt geregistreerd
in welke gevallen 1F is tegengeworpen, waar uitsluiting van verblijfsrecht uit volgt.
Zoals volgt uit de Rapportagebrief Internationale Misdrijven3, liepen er in 2025 in totaal 102 1F-onderzoeken, waarvan in 38 gevallen 1F is tegengeworpen
en geen verblijfsvergunning is verleend of deze is ingetrokken.
Vraag 8 en 9
Wat is er na de aanhouding van Al-Q. in december 2023 gebeurd met zijn asielvergunning,
en op welk moment is deze ingetrokken?
Bent u bereid de verblijfsstatus van de gezinsleden van Al-Q., die eveneens in Nederland
verblijven op basis van een afgeleide asielvergunning, te heroverwegen?
Antwoord 8 en 9
Ik ga niet in op individuele casuïstiek. In algemene zin geldt: indien betrokkene
zijn vergunning verliest en het verblijfsrecht van gezinsleden uitsluitend is afgeleid
van het verblijfsrecht van de hoofdpersoon, dan heroverweegt de IND deze besluiten.
Vraag 10 en 11
Hoe gaat u in de toekomst voorkomen dat mensen zoals Rafiq al-Q. ons land in kunnen
komen?
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting van de asielprocedure en welke
concrete beleidswijzigingen overweegt u naar aanleiding van deze veroordeling?
Antwoord 10 en 11
Uw Kamer is in 20234 en 20245 geïnformeerd over evaluaties en verbetermaatregelen rondom het onderkennen van signalen
van mogelijke betrokkenheid bij internationale of terroristische misdrijven. Naar
aanleiding daarvan zijn reeds maatregelen genomen, waaronder het eerder positioneren
van de screening en prioriteit op snelle screening van de nieuwe instroom direct tijdens
en na het OVA-proces, met tijdelijke extra capaciteit om doorlooptijden te verkorten.
Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat
plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Daarbij
is, zoals aangegeven bij vraag zes, voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling
en screening altijd noodzakelijk om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij
internationale misdrijven te onderkennen en daarom heeft dit ook standaard de aandacht
van het kabinet.
Vraag 12
Hoeveel kost de gevangenisstraf die Rafiq al-Q. in Nederland zal uitzitten de Nederlandse
belastingbetaler, inclusief het proces, bewaking en zorgkosten?
Antwoord 12
Over de kosten van individuele gevallen kunnen geen uitspraken worden gedaan. Daarnaast
wordt opgemerkt dat in deze zaak nog geen sprake is van een onherroepelijk vonnis.
De procedure is daarmee nog niet tot een einde gekomen.
Vraag 13
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat buitenlandse oorlogsmisdadigers hun celstraf
uitzitten op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?
Antwoord 13
Uitgangspunt blijft dat opsporing en vervolging zoveel mogelijk plaatsvinden in het
land waar de misdrijven zijn gepleegd. Dat is echter niet altijd mogelijk of voor
de hand liggend. Wanneer opsporing, vervolging en berechting van internationale misdrijven
in Nederland plaatsvindt, wordt een opgelegde gevangenisstraf in beginsel in Nederland
ondergaan. De daarmee gemoeide kosten zijn gerechtvaardigd vanuit het fundamentele
belang om straffeloosheid te voorkomen bij dergelijke ernstige schendingen van het
internationale recht.
In 2023 is – mede dankzij Nederland – het Verdrag van Ljubljana – Den Haag voor internationale
samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid,
oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven tot stand gekomen. Dit verdrag
is niet alleen relevant voor rechtshulp en uitlevering, maar voorziet ook in mogelijkheden
voor strafoverdracht. Nederland blijft zich wereldwijd inzetten voor brede aansluiting
bij dit verdrag. Op dit moment is Syrië niet aangesloten bij enig verdrag op basis
waarvan er strafoverdracht met Nederland kan plaatsvinden.
Vraag 14
Wanneer haalt uw kabinet de banden aan met Syrië, zodat dit soort criminelen hun celstraf
daar kunnen uitzitten, zodat de Nederlandse belastingbetaler niet meer het levensonderhoud
hoeft te voorzien van buitenlandse misdadigers en criminelen?
Antwoord 14
Het kabinet investeert in de bilaterale relatie met Syrië, onder andere door bezoeken
op politiek en ambtelijk niveau. Tijdens deze bezoeken wordt onder meer gesproken
over de verdieping van de brede samenwerkingsrelatie. Vanuit Nederland wordt daarbij
ook aandacht gevraagd voor het multilaterale Verdrag van Ljubljana – Den Haag. Daarnaast
wordt gesproken over de terugkeer van Syriërs vanuit Nederland vanuit vreemdelingrechtelijk
perspectief.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.