Schriftelijke vragen : De aanpak van strategische afhankelijkheden en de verwerking van kritieke grondstoffen.
Vragen van de leden Lohman en Bühler (beiden CDA) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Economische Zaken en Klimaat over de aanpak van strategische afhankelijkheden en de verwerking van kritieke grondstoffen (ingezonden 31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Strategisch handelen. Beleid voor een geopolitieke
economie» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 25 augustus
2026, en met de constatering daarin dat de vitale afhankelijkheden van Europa niet
kleiner worden maar eerder groter?
Vraag 2
Kunt u, los van de nog te verschijnen kabinetsreactie op dit rapport, aangeven hoe de Nederlandse en Europese afhankelijkheid op het gebied van kritieke grondstoffen
en clean tech zich feitelijk heeft ontwikkeld sinds de vaststelling van de China-strategie
en de strategie voor economische veiligheid? Kunt u dat met cijfers onderbouwen, en
aangeven of die afhankelijkheid in absolute zin is toegenomen of afgenomen?
Vraag 3
Gegeven dat de WRR benadrukt dat Nederland scherper moet kiezen welke economische
activiteiten strategisch relevant zijn, welke chemische ketens, basischemicaliën en
verwerkingsstappen beschouwt het kabinet als strategisch relevant voor Nederland en
Europa, en op basis van welke criteria wordt die keuze gemaakt?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat strategische autonomie niet alleen gaat over toegang tot
kritieke grondstoffen, maar ook over de capaciteit om deze grondstoffen in Europa
te raffineren, chemisch te verwerken en toe te passen in halfgeleiders, batterijen,
defensietechnologie, medische producten en andere vitale waardeketens? Zo ja, welke beleidsconsequenties verbindt u daaraan?
Vraag 5
Wordt bij afbouw of verduurzaming van bestaande chemische productie expliciet getoetst
of daarmee strategische afhankelijkheden ontstaan of toenemen? Zo ja, hoe gebeurt
dat; zo nee, is het kabinet bereid zo’n strategische toets in te voeren?
Vraag 6
Kunt u aangeven welk deel van het in Chili en Argentinië gewonnen lithium en koper
in China wordt geraffineerd en verwerkt, en welk deel in de Europese Unie? Deelt u
de constatering dat verwerking zich concentreert in China omdat de kosten daar kunstmatig
laag worden gehouden, en niet omdat daar sprake is van een natuurlijk kostenvoordeel?
Vraag 7
Kunt u aangeven wat de huidige status is van het EU-Mercosur-akkoord en het interim-handelsakkoord
tussen de Europese Unie en Chili, en welke onderdelen daarvan op dit moment daadwerkelijk
worden toegepast? Kunt u daarnaast per grondstoffenpartnerschap of memorandum dat
de Europese Unie met Chili en Argentinië heeft gesloten aangeven welke concrete resultaten
sinds inwerkingtreding zijn geboekt, uitgedrukt in investeringsbesluiten, gezamenlijke
projecten of verwerkingscapaciteit die daadwerkelijk in aanbouw of in bedrijf is,
en welke resultaten zijn uitgebleven?
Vraag 8
Hoeveel tijd verstrijkt gemiddeld tussen het sluiten van een dergelijke afspraak en het moment waarop daadwerkelijk in verwerkingscapaciteit wordt geïnvesteerd?
Hoe verhoudt dat tempo zich tot de snelheid waarmee Chinese partijen in dezelfde landen
tot investeringsbesluiten komen?
Vraag 9
Herkent u het beeld, dat naar voren kwam tijdens het recente werkbezoek van de Kamerdelegatie
uit de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan Chili
en Argentinië, dat deze landen de Europese Unie graag als derde partner naast de Verenigde
Staten en China zouden zien, maar in de praktijk aanlopen tegen trage procedures,
langdurige besluitvorming en een omvangrijk pakket aan voorwaarden? Zo nee, waarop
baseert u dat?
Vraag 10
Ligt Nederland op koers ten opzichte van de doelen uit de Critical Raw Materials Act?
Welke strategische projecten op het gebied van raffinage en verwerking zijn in Nederland
in voorbereiding of in uitvoering, en welke investeringsbesluiten zijn daarover het
afgelopen jaar daadwerkelijk genomen?
Vraag 11
Hoeveel Europese handelsbeschermingsonderzoeken lopen er op dit moment die voor de
Nederlandse industrie van belang zijn, en wat is de gemiddelde doorlooptijd tussen
het indienen van een klacht en het opleggen van definitieve maatregelen? Deelt u de
constatering dat maatregelen daardoor vaak te laat komen, zoals eerder gebeurde bij
zonnepanelen, waar de Europese sector al was verdwenen op het moment dat de tarieven
er kwamen?
Vraag 12
Welke instrumenten heeft Nederland zelf, los van de exclusief Europese bevoegdheid
op het gebied van tarieven, om strategische afhankelijkheden te verkleinen? Kunt u
daarbij specifiek ingaan op aanbestedingsvoorwaarden, investeringstoetsing en de inzet
van nationale middelen, en aangeven hoe vaak deze instrumenten de afgelopen twee jaar
daadwerkelijk zijn toegepast?
Vraag 13
Bij welke Europese voorstellen voor steviger optreden op handelsgebied heeft Nederland
het afgelopen jaar terughoudendheid bepleit, en op welke gronden? Bent u bereid die
opstelling tegen het licht te houden nu de WRR concludeert dat niets doen eveneens
een hoge prijs kent?
Vraag 14
Welke gevolgen hebben de Chinese antidumpingheffingen op Europees varkensvlees en
zuivel gehad voor de Nederlandse export, en hoe weegt het kabinet dit soort tegenmaatregelen
mee bij zijn positiebepaling over toekomstige Europese maatregelen? Welke opvang is
er voor sectoren die als vergelding worden geraakt?
Vraag 15
Hoe weegt het kabinet de recente escalatie van het handelsconflict tussen de Verenigde
Staten en Canada, en de oproep van premier Carney tot samenwerking tussen middenmachten?
Welke concrete stappen zet Nederland richting landen als Canada, Japan, Zuid-Korea
en de Zuid-Amerikaanse grondstoffenlanden?
Vraag 16
Wanneer ontvangt de Kamer de kabinetsreactie op het WRR-rapport, en kunt u toezeggen
dat deze voor de begrotingsbehandeling naar de Kamer komt?
Vraag 17
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk en binnen de gebruikelijke termijn beantwoorden,
en daarbij niet volstaan met een verwijzing naar de nog te verschijnen kabinetsreactie,
aangezien de vragen zien op feiten en op de uitvoering van staand beleid?
Indieners
-
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Indiener
Joris Lohman, Kamerlid -
Medeindiener
Judith Bühler, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.