Schriftelijke vragen : De documentaire 'De non en de wegwerpkinderen' van WNL
Vragen van de leden Straatman (CDA), Bikker (ChristenUnie) en Bikkers (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de documentaire «De non en de wegwerpkinderen» van WNL (ingezonden 31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de documentaire «De non en de wegwerpkinderen» van WNL1 en wat is uw reactie op de daarin beschreven adoptiepraktijken in Chili?
Vraag 2
Hoeveel kinderen zijn naar schatting in de jaren zeventig en tachtig vanuit Chili
naar Nederland geadopteerd? Hoeveel van hen verbleven voorafgaand aan hun adoptie
in het kindertehuis Las Palmas?
Vraag 3
Zijn bij u andere kindertehuizen, instellingen of personen bekend die betrokken waren bij de adoptie van kinderen vanuit Chili naar Nederland? Zo ja, welke en
om hoeveel adopties gaat het?
Vraag 4
Welke aanwijzingen zijn bij de Nederlandse overheid bekend dat Chileense kinderen
in de jaren zeventig en tachtig zonder geldige of vrijwillige toestemming van hun biologische ouders zijn afgestaan of weggenomen, dan wel dat over
hun afkomst of identiteit onjuiste informatie is verstrekt? In hoeveel gevallen zijn
dergelijke aanwijzingen bekend?
Vraag 5
Erkent u dat signalen die achteraf als zogenoemde «rode vlaggen» kunnen worden aangemerkt,
zoals een Nederlandse naam voor een Chileens kind, aanleiding hadden kunnen, of zelfs
moeten, geven tot nader onderzoek? Zo ja, welke signalen waren bij de Nederlandse
instanties destijds bekend en hoe is daarop gereageerd?
Vraag 6
Acht u het noodzakelijk om, gezien het gegeven dat de commissie-Joustra onderzoek
heeft gedaan naar misstanden bij interlandelijke adoptie, maar daarbij geen diepgaand
landenonderzoek heeft gedaan naar de adoptiepraktijken in Chili, alsnog onderzoek
te laten verrichten naar de adopties vanuit Chili naar Nederland in de jaren zeventig
en tachtig, inclusief de rol en verantwoordelijkheid van Nederlandse instanties? Zo
nee, waarom niet en welke andere wijze van waarheidsvinding acht u dan toereikend?
Vraag 7
Wat is, voor zover bij de Nederlandse regering bekend, de actuele stand van het in
Chili lopende strafrechtelijk onderzoek naar vermeende illegale adoptiepraktijken?
Vraag 8
Heeft de Nederlandse regering of een Nederlandse organisatie, waaronder Fiom, sinds
de start of voortzetting van het Chileense strafrechtelijke onderzoek een formeel verzoek ontvangen van de Chileense autoriteiten om informatie, documenten
of dossiers over adopties vanuit Chili naar Nederland beschikbaar te stellen? Zo ja,
wanneer, door welke autoriteit en welke informatie is gevraagd, en is deze informatie
verstrekt?
Vraag 9
Indien de Chileense autoriteiten nog geen formeel rechtshulpverzoek hebben gedaan,
bent u bereid hen actief te informeren over de beschikbare informatie en hen te wijzen
op de mogelijkheden om via de daarvoor aangewezen kanalen om overdracht of inzage
te verzoeken? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid zich er in diplomatieke contacten met de Chileense autoriteiten actief
voor in te zetten dat het strafrechtelijk onderzoek naar vermeende illegale adoptiepraktijken
voortvarend wordt voorgezet en dat Nederland binnen zijn juridische mogelijkheden
alle noodzakelijke medewerking verleent? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Erkent u dat het latere ontbreken, verdwijnen of niet toegankelijk maken van afstammingsinformatie
in het algemeen ernstige schade kan berokkenen aan geadopteerden, maar in het bijzonder
bij geadopteerden die door adoptiemistanden sowieso meer moeilijkheden ondervinden
om afstammingsinformatie te vinden? Welke verantwoordelijkheid heeft de Nederlandse
Staat volgens u om beschikbare afstammingsinformatie in dergelijke gevallen actief
veilig te stellen, te reconstrueren en (volledig) toegankelijk te maken?
Vraag 12
Klopt het dat Fiom in 2025 aan een belangenorganisatie van Chileens geadopteerden
een geheimhoudingsverplichting heeft opgelegd ten aanzien van informatie over Las
Palmas, waarbij bij overtreding een contractuele boete van € 1.000 geldt? Zo ja, wat
was de juridische en inhoudelijke grondslag voor deze geheimhoudingsverplichting en acht u het, gelet op het belang van geadopteerden
bij waarheidsvinding en kennis van hun afkomst, proportioneel om een belangenorganisatie die geadopteerden ondersteunt, op deze wijze
te beperken in het delen van informatie?
Vraag 13
Bent u bereid met Fiom in gesprek te gaan over het onmiddellijk beëindigen of aanpassen
van een dergelijke geheimhoudingsverplichting, voor zover deze betrekking heeft op
algemene informatie over het kindertehuis Las Palmas? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Bent u het ermee eens dat het belang van geadopteerden om kennis te kunnen nemen van
zijn of haar afkomst en ontstaansgeschiedenis bij vermoedelijke adoptiemisstanden in beginsel prevaleert boven de belangen van overige
in het dossier genoemde personen, ook als het bijzondere persoonsgegevens of strafrechtelijke
gegevens van derden betreft? Zo nee, kunt u aangeven in welke gevallen niet?
Vraag 15
Kunt u aangeven hoe in de belangenafweging bij inzage in dossiers, ook als het bijzondere
of strafrechtelijke gegevens van derden betreft, nu wordt meegewogen dat sprake is van een vermeende adoptiemisstand, zoals bij de Chileense geadopteerden
het geval is?
Vraag 16
Erkent u dat de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de regelgeving op
basis van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) onder voorwaarden
ruimte bieden om bijzondere en/of strafrechtelijke persoonsgegevens van derden in
een afstands- en/of adoptiedossier aan een geadopteerde te verstrekken, bijvoorbeeld
indien dit noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een
rechtsvordering? En bent u het ermee eens dat bij adopties uit landen waarvan bekend
is dat op grote schaal adoptiemisstanden hebben plaatsgevonden, het in beginsel noodzakelijk
kan zijn om het volledige afstands- en/of adoptiedossier in te zien om te kunnen beoordelen
of sprake is van een rechtsvordering en deze zo nodig te kunnen instellen en onderbouwen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 17
Klopt het dat het advies van de Landsadvocaat van 12 februari 2025 over inzage in
afstands- en adoptiedossiers2 ruimte ziet voor een ruimere inzage dan in de praktijk op sommige plaatsen wordt
geboden? Zo ja, welke juridische mogelijkheden zijn volgens u momenteel beschikbaar
die nog onvoldoende benut worden?
Vraag 18
Welke concrete maatregelen heeft u sinds het advies van de Landsadvocaat genomen om
ervoor te zorgen dat dossierhouders de bestaande juridische ruimte voor inzage daadwerkelijk
benutten? Bent u bereid een wettelijk inzagerecht te creëren met betrekking tot dossiers
bij particuliere en publieke dossierhouders, zoals in de Wobka, en daarbinnen in het
belang van adoptiekinderen meer richting te geven aan de belangenafweging?
Vraag 19
Bent u bereid om het voorgenomen uitgangspunt van een wettelijk vermoeden van een
zwaarwegend belang van de geadopteerde bij inzage uit het wetsvoorstel inzake de afbouw
van interlandelijke adoptie reeds als beleidsmatig uitgangspunt te hanteren bij de
beoordeling van inzageverzoeken bij het Nationaal Archief en in gesprek met andere
publieke en private dossierhouders erop aan te sturen dat dit wettelijk vermoeden
ook nu al uniform wordt toegepast bij inzage in dossiers die nog niet bij het Nationaal
Archief liggen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 20
Herkent u het signaal dat dossierhouders uit vrees voor overtreding van de AVG of
andere regelgeving terughoudend kunnen zijn bij het verstrekken van informatie over
derden aan geadopteerden? Zo ja, welke maatregelen neemt u om deze onzekerheid weg
te nemen en dossierhouders in staat te stellen een ruimhartige, juridisch juiste belangenafweging
te maken?
Vraag 21
Kunt u aangeven hoeveel vouchers er tot op heden zijn uitgegeven via de in december
2025 gestarte pilot voor vouchers voor gratis DNA-tests voor interlandelijk geadopteerden,
hoeveel matches dit heeft opgeleverd en ook hoe het vervolgtraject eruitziet nu alle
beschikbare vouchers zijn verstrekt?
Vraag 22
Onderschrijft u de stelling dat het principieel onwenselijk is dat de Staat zich op
verjaring beroept wanneer in een juridische procedure het eigen handelen of nalaten
van de Staat als mogelijk onrechtmatig ter beoordeling staat? Zo nee, waarom niet
en hoe verhoudt dit zich tot de toezegging van het kabinet naar aanleiding van het
rapport van de commissie-Joustra om zich in juridische procedures over interlandelijke
adoptie niet op verjaring te zullen beroepen? Zo ja, bent u bereid het niet-beroepen
op verjaring als algemeen uitgangspunt te hanteren in alle aansprakelijkheidsprocedures
waarin het eigen handelen of nalaten van de Staat wegens vermeende onrechtmatigheid
ter beoordeling staat?
Indieners
-
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Jeltje Straatman, Kamerlid -
Medeindiener
Bart Bikkers, Kamerlid -
Medeindiener
Mirjam Bikker, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.