Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het massaal niet doorbetalen van huishoudelijke hulpen bij ziekte
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het massaal niet doorbetalen van huishoudelijke hulpen bij ziekte (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat negen op de tien huishoudens hun huishoudelijke
hulp niet doorbetalen bij ziekte terwijl dat wel wettelijk verplicht is?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is dat een grote groep huishoudelijke hulpen
inkomsten misloopt doordat werkgevers hun wettelijke verplichtingen niet nakomen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja. Het betreft hier huishoudelijk werk gefinancierd door en voor particulieren onder
de Regeling dienstverlening aan huis («de regeling»). De regeling is juist bedoeld
ter stimulering van de markt voor persoonlijke dienstverlening en het tegengaan van
zwart werken. Het is de bedoeling dat deze werknemers krijgen waar zij recht op hebben.
Vraag 3
Welke acties heeft het kabinet de afgelopen tien jaar ondernomen om huishoudens en
huishoudhulpen te informeren over hun rechten en plichten?
Antwoord 3
De regeling is al in 2007 ingevoerd. Destijds is aan de introductie van de regeling
veel aandacht besteed door middel van een grote voorlichtingscampagne van het Ministerie
van SZW en de Belastingdienst. De afgelopen tien jaar heeft het kabinet geen specifieke
campagnes gevoerd om huishoudens te informeren over rechten en plichten in het kader
van de regeling. Op 9 december 2024 is wel een publiekscampagne van de Future of Work
Hub (Universiteit Utrecht/Instituut Gak) gelanceerd. De campagne «Help de hulp» richtte
zich op mensen die een huishoudelijke hulp particulier in dienst hebben en hen te
wijzen op de rechten en plichten onder de regeling, waaronder het doorbetalen van
het loon tijdens ziekte. Daarnaast is op de website van de Rijksoverheid een aparte
pagina ingericht over de regeling.2 Hier wordt informatie gegeven over de rechten en plichten, en worden documenten beschikbaar
gesteld, zoals een format voor de arbeidsovereenkomst.
Vraag 4
Vindt u deze voorlichting voldoende? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. Met de informatie op de website van
de Rijksoverheid en de informatie afkomstig uit de publiekscampagne van de Future
of Work Hub (Universiteit Utrecht/Instituut Gak) uit 2024, meent het kabinet dat de
voorlichting over de regeling voldoende is.
Vraag 5
Op welke wijze wordt momenteel gecontroleerd of particuliere werkgevers zich houden
aan de verplichting om loon door te betalen bij ziekte?
Antwoord 5
De overheid heeft geen specifieke rol als het gaat om het controleren of particuliere
werkgevers zich houden aan de verplichting het loon door te betalen bij ziekte. De
verplichting het loon door te betalen bij ziekte volgt uit artikel 629 van Boek 7
van het Burgerlijk Wetboek, en betreft een civielrechtelijke verplichting. Voor huishoudelijke
hulpen met een arbeidsovereenkomst onder de regeling bedraagt de lengte van de periode
van loondoorbetaling bij ziekte maximaal zes weken.
Mocht een werknemer (dus ook een huishoudelijke hulp die werknemer is in dienst van
een particulier) het loon bij ziekte niet doorbetaald krijgen, dan is het van belang
dat hij hierover in gesprek gaat met zijn werkgever. De werknemer heeft daarbij de
mogelijkheid informatie en advies over zijn rechten in te winnen bij bijvoorbeeld
het Juridisch Loket, de vakbond of rechtsbijstandsverzekeraar. Komt men er niet uit,
dan heeft de werknemer uiteindelijk de mogelijkheid een procedure bij de civiele rechter
te starten. Wanneer sprake is van een werkgever/werknemer-relatie in de zin van de
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag én er is mogelijk sprake van onderbetaling,
dan kan de werknemer eveneens een melding doen bij de NLA
Vraag 6
Hoeveel meldingen, klachten, onderzoeken en handhavingsacties zijn er de afgelopen
vijf jaar geweest met betrekking tot het niet naleven van de Regeling dienstverlening
aan huis?
Antwoord 6
Er is geen totaaloverzicht van dergelijke informatie van de verschillende rechtshulpverleners,
zoals Het Juridisch Loket, de vakbonden en de rechtsbijstandsverzekeraars. De NLA
houdt in haar registraties niet specifiek bij of dergelijke informatie betrekking
heeft op situaties met werknemers zoals bedoeld in de regeling.
Vraag 7
Welke mogelijkheden hebben huishoudelijke hulpen om hun recht op loondoorbetaling
af te dwingen?
Antwoord 7
Huishoudelijke hulpen kunnen voor advies en ondersteuning terecht bij verschillende
rechtshulpverleners, zoals Het Juridisch Loket, de vakbond of rechtsbijstandsverzekeraar.
Net als andere werknemers hebben huishoudelijke hulpen de mogelijkheid een civielrechtelijke
procedure te starten indien de particuliere werkgever zijn wettelijke plichten niet
nakomt (zie ook het antwoord op vraag 5).
Samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn afgelopen jaren meerdere
stappen gezet om de toegang tot het recht te verbeteren.3 Er wordt gewerkt aan het verbeteren van informatievoorziening, advies en ondersteuning
aan rechtszoekenden en laagdrempelige geschilbeslechting via de regelrechter. Deze
mogelijkheid staat ook open voor huishoudelijke hulpen die onder de regeling vallen.
Sinds 1 maart 2025 staat onder andere voor een loonvordering een experiment open bij
de zogenaamde regelrechter. Dit is experiment met een eenvoudigere, snellere en effectievere
rechtsprocedure bij de kantonrechter. Dit is een uitvloeisel van het advies van de
Commissie Roemer om een «arbeidscommissie» op te richten. Het experiment is laagdrempelig,
omdat mensen de zaak met een eenvoudig formulier kunnen starten in plaats van met
een dagvaarding. Ook wordt in alle gevallen een zitting gepland om het geschil te
bespreken. Daarnaast wordt tijdens de procedure op verschillende momenten contact
gezocht met de partijen om hen te infomeren over de procedure en te benadrukken dat
het belangrijk is om op de zitting te verschijnen.
Vraag 8
Vindt u deze mogelijkheden toegankelijk genoeg voor mensen met een laag inkomen?
Antwoord 8
Ja. Het Juridisch Loket geeft gratis juridisch advies aan mensen met een laag inkomen.
Het Juridisch Loket is op meerdere manieren te bereiken. Het is ook mogelijk om zonder
afspraak langs te gaan in één van de vestigingen en direct advies te krijgen. Voor
vertegenwoordiging of verdere hulpverlening kunnen zij de rechtzoekende ook doorverwijzen
naar bijvoorbeeld een advocaat, mediator of gemeente. Via de Raad voor Rechtsbijstand
kunnen mensen met een laag inkomen ook eventueel een toevoeging krijgen voor een advocaat
of mediator. Tegelijkertijd wordt het experiment voor de «regelrechter» de komende
tijd geëvalueerd. Daarbij wordt ook meegenomen of dit inderdaad leidt tot meer zaken
en welke mensen dit betreft. Op basis van deze evaluatie kan ook worden beoordeeld
wat werkt en wat mogelijk verder nog nodig is.
Vraag 9
Deelt u de mening dat huishoudelijke hulpen door de huidige regeling in een kwetsbare
positie verkeren, omdat zij afhankelijk zijn van particuliere werkgevers die vaak
niet op de hoogte zijn van hun verplichtingen of deze niet nakomen? Zo ja, wat gaat
u hieraan doen?
Antwoord 9
Nee, het is niet zo dat huishoudelijke hulpen door de regeling in een kwetsbare positie
verkeren. De regeling is juist bedoeld om de positie van huishoudelijke hulpen te
verbeteren door hen wettelijke rechten te geven en zwart werk tegen te gaan. Onder
meer door informatie over de regeling en een arbeidsovereenkomst beschikbaar te stellen
via de website van de Rijksoverheid, wordt getracht een eventuele informatieachterstand
bij particuliere werkgevers te voorkomen. Als werkgevers de verplichtingen niet nakomen,
kunnen huishoudelijke hulpen voor advies en ondersteuning terecht bij verschillende
rechtshulpverleners om zo alsnog hun rechten af te dwingen.
Vraag 10
Welke stappen neemt u om ervoor te zorgen dat huishoudhulpen krijgen waar zij recht
op hebben?
Antwoord 10
Zoals in het antwoord bij vraag 7 aangegeven werkt het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan het verbeteren
van de toegang tot het recht. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van informatievoorziening,
advies en ondersteuning aan rechtszoekenden en laagdrempelige geschilbeslechting via
de regelrechter. Dit is gericht op alle kwetsbare werknemers, waaronder huishoudelijke
hulpen.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat de regeling dienstverlening aan huis opnieuw tegen het licht
moet worden gehouden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
In het lopende wetstraject4 rondom aanpassing van de regeling in het pgb is de regeling recent opnieuw tegen
het licht gehouden. Daarbij is de afweging gemaakt dat de regeling in stand kan blijven
voor de private markt5. Er is geen aanleiding daar nu een andere afweging in te maken.
Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de uitspraak van de Centrale Raad
van Beroep van 30 april 20236. In deze uitspraak oordeelde de rechter dat pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst
niet uitgesloten mogen worden van de verplichte werknemersverzekeringen. Het uitsluiten
van deze zorgverleners levert namelijk ongeoorloofde indirecte discriminatie van vrouwen
op. De argumenten voor de regeling, namelijk het stimuleren van de markt voor persoonlijke
dienstverlening en het tegengaan van zwart werk, gaan in geval van publiek gefinancierde
dienstverlening, in casu pgb, niet op.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.