Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het artikel uit de Volkskrant: ‘Minima in Amsterdam krijgen 85 euro extra steun, een paar kilometer verderop is het 1050 euro’
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel uit de Volkskrant: «Minima in Amsterdam krijgen 85 euro extra steun, een paar kilometer verderop is het 1.050 euro» (ingezonden 20 juli 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie), mede namens de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 31 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel uit de Volkskrant: «Minima in Amsterdam krijgen 85 euro
extra steun, een paar kilometer verderop is het 1.050 euro»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat in Nederland de bestaanszekerheid van mensen niet postcode-afhankelijk
mag zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja waarom wel?
Antwoord 2
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord vindt het kabinet het van belang dat mensen
kunnen rondkomen ongeacht hun postcode. In de voortgangsbrief over de hervormingsagenda
inkomensondersteuning die op 9 juli jl. aan uw Kamer is aangeboden, is toegelicht
dat het kabinet streeft naar een toereikend en toegankelijk stelsel voor het sociaal
minimum dat naadloos aansluit op alle andere regelingen in de sociale zekerheid.
Vraag 3
De individuele Inkomenstoeslag kan tussen gemeenten honderden euro’s per maand per
persoon schelen. Is dit volgens u acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en
wat zou volgens u wel een acceptabel verschil zijn?
Antwoord 3
Het is een bewuste keuze geweest om gemeenten binnen de kaders van de wet ruimte te
geven voor een eigen invulling van hun minimabeleid. Het is daarmee onvermijdelijk
dat verschillen optreden tussen gemeenten. Deze verschillen zitten zowel in de verschillende
regelingen die gemeenten aanbieden als in de voorwaarden die aan deze regelingen verbonden
zijn. Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten in de uitkomst van
de ondersteuning zijn hierbij niet wenselijk. In het coalitieakkoord is daarom de
ambitie opgenomen om in overleg met gemeenten te werken aan vereenvoudiging en een
basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Dit maakt voor mensen het aanbod
en de aanvraag van regelingen overzichtelijker.
Omdat de Individuele Inkomenstoeslag onderdeel uitmaakt van het hele palet aan maatregelen
die gemeenten in samenhang kunnen inzetten in hun minimabeleid is het niet wenselijk
om uitspraken te doen over acceptabele verschillen tussen gemeenten op basis van één
regeling, zonder het bredere minimabeleid te kennen waarin de verschillen tot stand
zijn gekomen. Zo wordt in het artikel gesproken over de gemeente Amsterdam die een
lage Individuele Inkomenstoeslag toekent, maar bijvoorbeeld een uitgebreide Stadspas
kent en de gemeente Diemen die een hoge Individuele Inkomenstoeslag verstrekt, maar
geen Stadspas heeft.
Vraag 4
Bent u het eens met de voorzitter van de Commissie Sociaal Minimum dat minima gelijk
behandeld moeten worden, ongeacht hun woonplaats? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zoals is aangegeven in het coalitieakkoord vindt het kabinet het van belang dat er
een basisniveau komt van aanvullende gemeentelijke regelingen. Te grote en niet uitlegbare
verschillen tussen gemeenten zijn hierbij niet wenselijk. Bij het vormgeven van het
basisniveau wil het kabinet wel nadrukkelijk oog houden voor gemeentelijke beleidsvrijheid
en de mogelijkheden voor maatwerk op lokaal niveau.
Vraag 5
Waarom heeft u sinds het advies van deze Commissie drie jaar geleden, nog geen concrete
stappen gezet hierop?
Antwoord 5
Het kabinet heeft in de afgelopen periode stappen gezet om het gemeentelijk armoedebeleid
te verbeteren en te vereenvoudigen, in lijn met de aanbevelingen van de commissie
Sociaal Minimum. In de eerste voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Armoede
en Schulden, die de Minister van SZW op 10 maart jl. aan uw Kamer heeft aangeboden,
is beschreven welke stappen in de afgelopen periode zijn gezet om te komen tot beter
en eenvoudiger armoedebeleid. Zo heeft Divosa op verzoek van de VNG een verkenning
gedaan om te komen tot toegankelijker en effectiever gemeentelijk armoedebeleid, heeft
SZW in een ambtelijke exercitie verkend welke regelingen beter landelijk kunnen worden
uitgevoerd of worden geharmoniseerd en hebben Nibud en KWIZ een analyse gemaakt van
de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid. Deze verkenningen worden betrokken
bij de uitwerking van de ambitie uit het coalitieakkoord om te komen tot vereenvoudiging
en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Met de VNG wordt gesproken
over verbetering en vereenvoudiging van het armoedebeleid, inclusief de lokale basisdienstverlening.
De intentie is om hierover bestuurlijke afspraken te maken.
Vraag 6
Bent u het met de SP en de onderzoekers van het Instituut voor Publieke Economie eens
dat deze inkomenstoeslag landelijk en uniform verstrekt zou moeten worden? Zo ja,
waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zoals ook in het antwoord op vraag 3 is aangegeven maakt de Individuele Inkomenstoeslag
onderdeel uit van het hele palet aan maatregelen die gemeenten in samenhang kunnen
inzetten in hun minimabeleid. Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten
in de uitkomst van de ondersteuning zijn hierbij niet wenselijk. Een landelijke en
uniforme verstrekking van de individuele inkomenstoeslag past echter op dit moment
niet bij de ruimte die gemeenten hebben bij de invulling van hun minimabeleid.
De Individuele Inkomenstoeslag vormt bij uitstek het instrument om op individueel
niveau iets te betekenen voor mensen die langdurig niet kunnen werken. Dit zijn vaak
mensen zonder of met een beperkt arbeidsvermogen. Zij zijn niet in staat om een inkomen
te verdienen waarmee zij onafhankelijk worden van de bijstand en hebben daarmee geen
perspectief op een betere situatie.2 Ik ben aan het onderzoeken hoe ik deze groep mensen binnen de kaders van de Participatiewet
tegemoet kan komen in de inkomensondersteuning. Ik verken of en op welke wijze de
Individuele Inkomenstoeslag daarbij een passende rol kan spelen.
Vraag 7
Deelt u ook de mening dat de duur voordat de inkomenstoeslag toegekend wordt, die
tevens enorm kan verschillen per gemeente, overal gelijk zou moet zijn? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, waarom?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Hoe kan het volgens u dat de verschillen tussen gemeenten dermate groot kunnen zijn
terwijl de duur en laagte van het inkomensniveau van mensen hetzelfde zijn? Heeft
dit volgens u te maken met de onvoldoende middelen en geld die sommige gemeenten hebben
om meer of eerder inkomenstoeslag toe te kennen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zoals in de eerdere antwoorden ook is aangegeven maakt de Individuele Inkomenstoeslag
onderdeel uit van het hele palet aan maatregelen die gemeenten in samenhang kunnen
inzetten in hun minimabeleid. Gemeenten worden niet apart gefinancierd voor de Individuele
Inkomenstoeslag. Ze worden via het gemeentefonds gefinancierd voor een breed takenpakket
en ze kunnen daarbinnen keuzes maken over hoe ze de beschikbare middelen willen inzetten.
Ook kan een gemeente ervoor kiezen om eigen middelen in te zetten voor het beleid
dat ze voert.
Vraag 9
Bent u het met de SP en de onderzoekers eens dat deze grote verschillen tussen gemeenten
het vertrouwen in de overheid schaadt? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten zijn niet wenselijk. Ook
is het niet wenselijk dat het ondersteunende stelsel erg ingewikkeld is waardoor mensen
niet weten waar ze aan toe zijn. In het coalitieakkoord is daarom de ambitie opgenomen
om in overleg met gemeenten te werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende
gemeentelijke regelingen.
Vraag 10
Deelt u de mening dat inwoners van gemeenten die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag,
automatisch benaderd moeten worden door de betreffende gemeente dat zij hier recht
op hebben? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Bij de wetsbehandeling van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een amendement
van de leden Lahlah en Van Kent aangenomen dat ambtshalve toekenning van de Individuele
Inkomenstoeslag mogelijk maakt. Dit onderdeel treedt op 1 januari 2027 in werking.
Dit betekent dat gemeenten, als alle benodigde gegevens aanwezig zijn, de toeslag
kunnen verstrekken zonder dat er een aanvraag nodig is. Dit helpt om het niet-gebruik
van de Individuele Inkomenstoeslag terug te dringen.
Vraag 11
Welke concrete maatregelen gaat u binnen de komende drie maanden nemen om de verschillen
tussen gemeenten te verkleinen en het recht op inkomensondersteuning voor mensen met
een laag inkomen te verbeteren?
Antwoord 11
In de Kamerbrief over de voortgang van de hervormingsagenda inkomensondersteuning
van 9 juli jl. is aangegeven welke stappen het kabinet wil zetten om te komen tot
vereenvoudiging van het stelsel van inkomensondersteuning. Hierbij is onder meer het
wetsvoorstel proactieve dienstverlening van belang dat bijdraagt aan het tegengaan
van niet-gebruik van uitkeringen en andere sociale voorzieningen. Het kabinet kijkt
uit naar de plenaire behandeling van het wetsvoorstel.
Daarnaast gaat het kabinet, mede op basis van de eerdergenoemde verkenningen, in gesprek
met VNG en Divosa om invulling te geven aan het voornemen uit het coalitieakkoord
om te komen tot een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Inzet is
om te komen tot bestuurlijke afspraken over het vereenvoudigen en verbeteren van het
gemeentelijk armoedebeleid. In de volgende voortgangsrapportage over het Nationaal
Programma Armoede en Schulden (eind 2026) zal het kabinet nader ingaan op de stand
van zaken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Mede namens
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.