Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van de leden Boomsma en Nanninga over de antwoorden op vragen over de contacten van de minister van OCW met vertegenwoordigers van de Moslim Studenten Associatie
Vragen van de leden Boomsma en Nanninga (beiden JA21) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de antwoorden op vragen over de contacten van de Minister van OCW met vertegenwoordigers van de Moslim Studenten Associatie. (ingezonden 24 juli 2026).
Mededeling van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 28 augustus
2026)
Vraag 1
In uw antwoord op vraag 2 van de schriftelijke vragen van Boomsma en Nanninga over
gesprekken met de Moslim Studenten Associatie (MSA)1 verwijst u naar de Nationale Moslimstudenten Enquête om te staven dat «veel moslimstudenten
zich vaak niet thuis voelen op hun instelling» en deze peiling is gedaan in 2023/2024
op initiatief van en in samenwerking met de MSA en de moskeekoepel Stichting Platform
Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR) onder supervisie en eindredactie van een
voormalig gemeenteraadslid bij NIDA, een voormalige islamitische partij (2013–2022)
en beweging, waarvan verschillende leden functies hebben in organisaties van de Moslimbroederschap
in Nederland2, zoals het «islamitisch kennis- en dawah-centrum» De Middenweg in Rotterdam.3 Meent u dat de ideologische achtergrond in het islamitische activisme van de personen
onder wiens supervisie dit onderzoek is gedaan van belang is om de bevindingen te
duiden en beoordelen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
De Nationale Moslimstudenten Enquête concludeert dat Nederlandse onderwijsinstellingen
nog te weinig inclusief zijn vanwege de beperkte beschikbaarheid van ruimten voor
gebed en wassing, halal eetvoorzieningen of les- en examenroosters die rekening houden
met islamitische feestdagen. Deelt u die conclusie? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 3
Vindt u de beschikbaarheid van ruimten voor gebed, wassing, halal eetvoorzieningen
of les- en examenroosters die rekening houden met islamitische feestdagen een taak
of verantwoordelijkheid van een openbare en/of door de overheid gefinancierde universiteit
of hogeschool in Nederland? Zo ja, waarom? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 4
Op de vraag wat u vindt van de bevindingen van onder andere de Franse sociologe en
kenner van de Moslimbroederschap Florence Bergeaud-Blackler dat Forum of European
Muslim Youth and Student Organisations (FEMYSO) en bij haar aangesloten verenigingen
zoals MSA vooral zijn bedacht «om een hier geboren islamitische elite op te leiden
die als missie heeft om een Europa te vormen dat sharia compatible» is en dat FEMYSO «hiertoe druk uitoefent op Europese instellingen terwijl het tegelijk
profiteert van de subsidies van dezelfde instellingen», gaf u aan dat u niet bekend
bent met dat onderzoek.4 Bent u bereid hier alsnog kennis van te nemen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Bent u bekend met het Franse overheidsrapport Frères musulmans et islamisme politique en France
5 dat werd opgesteld door een groep hoge ambtenaren in opdracht van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken, en in mei 2025 is verschenen? Zo nee, bent u bereid hier kennis
van te nemen?
Vraag 6
Op pagina 31 van dit rapport staat over FEMYSO bijvoorbeeld dat de organisatie wordt
beschouwd als de «jongerentak van de CEM» en functioneert als «opleidingsstructuur
voor de vorming van kaderleden voor de beweging met een hoog potentieel», waarbij
het rapport de Council of European Muslims (CEM) beschrijft als de belangrijkste door
de Broederschap opgerichte Europese koepelorganisatie en een centrale structuur van
de Europese «broederistische» beweging. Heeft u hier kennis van genomen en bent u
bereid dat te doen? Kunt u uw antwoord toelichten? Hoe beoordeelt u de bevindingen
van dit rapport?
Vraag 7
Heeft u kennisgenomen van de bevindingen van de verschillende experts6 en inlichtingendiensten – zie bijvoorbeeld een rapport van maart 2026 van het Belgische
Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten7 – die FEMYSO omschrijven als een onderdeel van het «hechte netwerk van verenigingen
en organisaties dat de Moslimbroederschap heeft opgebouwd»? Zo nee, bent u bereid
hier alsnog kennis van te nemen?
Vraag 8
Het onderzoek van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken was voor de Franse
president Macron aanleiding om aan te dringen op maatregelen; kunt u aangeven welke
maatregelen zijn genomen naar aanleiding van dit onderzoek, of om andere redenen,
met betrekking tot de invloed die de Moslimbroederschap of gelieerde organisaties
proberen uit te oefenen? Ziet u aanleiding om zelf ook maatregelen te nemen?
Vraag 9
Op welke manier wordt in Nederland gemonitord of en in welke mate de Moslimbroederschap
of gelieerde en/of vergelijkbare organisaties hier activiteiten ontplooien?
Vraag 10
De Nederlandse expert op het gebied van islamisme Carel Brendel heeft erop gewezen
dat de Council of European Muslims, die tot 2022 Federation of Islamic Organisations
Europe (FIOE) heette en die volgens onder andere de AIVD de Europese koepelorganisatie
is van de Moslimbroederschap8, FEMYSO zèlf ook heeft betiteld als een eigen instelling9. Hoe beoordeelt u dit? Ziet u nog steeds geen reden om aan te nemen dat deze banden
bestaan of om dit nader te bekijken? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 11
MSA ontving in juni jongstleden Altaf Husain, een vooraanstaande Amerikaanse moslimbroeder
en voormalig voorzitter van de Muslim Student Association in de Verenigde Staten.
Husain was betrokken bij de oprichting van MSA Nederland en is een regelmatig terugkerende
spreker die waarschuwt tegen wat hij beschrijft als de gevaren van assimilatie10. Ziet u dit bezoek als een aanwijzing van mogelijke banden met de Moslimbroederschap
dan wel gelieerde organisaties?
Mededeling
Op 24 juli 2026 hebben de leden Boomsma en Nanninga (beiden JA21) schriftelijke vragen
gesteld over de antwoorden op vragen over de contacten met vertegenwoordigers van
de Moslim Studenten Associatie.
Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat de
beantwoording interdepartementale afstemming vergt. Ik zal de vragen binnen de daarvoor
geldende termijn van 6 weken beantwoorden.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.