Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Becker over georganiseerd seksueel geweld
Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over georganiseerd seksueel geweld (ingezonden 11 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 augustus 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2464
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Politie legt schokkend netwerk bloot in Nederland:
vrouwen door hun partner bedwelmd, verkracht en gefilmd»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het feit dat er in deze gevallen sprake is van samenwerking
tussen meerdere verdachten die het beeldmateriaal binnen digitale netwerken met elkaar
deelden, tips uitdelen en elkaar aanmoedigen, er sprake is van georganiseerd seksueel
geweld?
Antwoord 2
Ik heb met afschuw kennisgenomen van deze zaak. Zoals ik tijdens het mondelinge vragenuur
van 9 juni 2026 heb aangegeven waren er acht verdachten in beeld waarvan er vier toen
zijn aangehouden. Inmiddels zitten deze vier verdachten niet meer vast, maar zij blijven
wel verdachten. Het strafrechtelijk onderzoek is nog in volle gang. Wanneer er gewichtige
ontwikkelingen zijn in het strafrechtelijk onderzoek en het onderzoeksbelang zich
hiertegen niet verzet zal ik uw Kamer, in lijn met mijn toezegging op 9 juni jl. om
uw Kamer te informeren over de voortgang van deze zaak, hierover informeren.
Wanneer meerdere verdachten samenwerken, beeldmateriaal delen, elkaar tips geven en
elkaar aanmoedigen bij het plegen van seksueel geweld, kan sprake zijn van georganiseerd
seksueel geweld (zie ook het antwoord op vraag 5). het zo zou zijn dat er netwerken
zijn waarbinnen vrouwen worden gedrogeerd en daarna worden verkracht is dat bijzonder
schokkend. Als hiervan vervolgens ook beeldmateriaal zou worden gedeeld met anderen
is dat natuurlijk extra kwalijk. Dit onderstreept het belang van grondig onderzoek
naar de rol van alle betrokkenen bij strafbare feiten en van een effectieve strafrechtelijke
aanpak daarvan.
Vraag 3
Is er voldoende kennis over het fenomeen georganiseerd seksueel geweld en hoe andere
landen dit fenomeen bestrijden?
Antwoord 3
De Nederlandse opsporingsdiensten werken, onder andere in EPMACT2-verband en in de Virtual Global Taskforce,3 nauw samen met een groot aantal buitenlandse opsprongsdiensten. In deze gremia wordt
kennis en informatie over seksueel geweld gedeeld en besproken, in het bijzonder wanneer
er aanwijzingen zijn die wijzen op stelselmatigheid of een georganiseerd verband.
Daarnaast werkt de politie in de aanpak van (online) seksuele misdrijven intensief
samen met ketenpartners binnen het strafrecht en de hulpverlening. Met name tussen
de specialistische teams binnen de politie (Teams Bestrijding Kinderpornografie en
Kindersekstoerisme, Teams opsporing seksuele misdrijven en Teams Migratiecriminaliteit
en Mensenhandel), en specifieke experts bij de ketenorganisaties vindt nauwe samenwerking
en kennisdeling plaats. Ook hier geldt dat als er signalen zijn van stelselmatigheid,
dit zal opvallen en aanleiding zal vormen voor nader onderzoek.
Zoals aangegeven in de beleidsbrief JenV, wil dit kabinet vanuit de envelop nationale
veiligheid bestemd voor politie, een impuls geven aan de aanpak van online seksuele
misdrijven.4 Ik zal uw Kamer in de JenV-ontwerpbegroting informeren over de nadere invulling van
de middelen.
De politie is belast met de (digitale) opsporing. Het OM beoordeelt de uitkomsten
daarvan aan de hand van het geldende juridisch kader. Bij het OM werken collega’s
die gespecialiseerd zijn in seksuele misdrijven en collega’s die specifieke expertise
hebben op gedigitaliseerde criminaliteit. Deze portefeuilles werken nauw met elkaar
samen. De digitale ontwikkelingen en modus operandi op dit terrein gaan snel. Er wordt
geïnvesteerd om deze dynamiek bij te benen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat georganiseerd seksueel geweld een andere aanpak behoeft dan
individuele zedenzaken?
Antwoord 4
Ja, verschillende typen zaken vragen een andere benadering. Grootschalige zaken van
seksueel geweld met een online component vragen bijvoorbeeld een andere manier van
opsporen dan individuele zaken van fysiek seksueel geweld, omdat de opsporing ervan
per definitie regio-overstijgend is, er veelal (aanvankelijk) geen verdachten bekend
zijn en er meerdere slachtoffers worden gemaakt. Omdat bewijsvergaring vaker plaatsvindt
in de digitale context vraagt dit bovendien om andere specialisten, zoals digitaal
specialisten, tactisch rechercheurs en analisten.
Bij zowel individuele zedenzaken als grootschalige zedenzaken geldt dat het van groot
belang is dat er sprake is van coördinatie en samenwerking met ketenpartners binnen
het strafrecht, en met het zorg- en veiligheidsdomein (bijvoorbeeld Centrum Seksueel
Geweld, Slachtofferhulp NL, reclassering), zodat de juiste hulp en ondersteuning kan
worden geboden aan slachtoffers.
Vraag 5
Bent u bereid met spoed te onderzoeken hoe georganiseerd seksueel geweld als zelfstandige
categorie kan worden erkend en aangepakt?
Antwoord 5
Ja, ik zal conform mijn toezegging tijdens het Mondelinge Vragenuur van 9 juni jl.,
samen met de politie en het Openbaar Ministerie verkennen of georganiseerd seksueel
misbruik een afzonderlijk beleids- en opsporingsvraagstuk vergt. Daarbij wordt bezien
of de aard, omvang en kenmerken van deze problematiek aanleiding geven om deze als
een zelfstandige categorie binnen beleid en opsporing te benaderen en welke eventuele
vervolgstappen daarbij passend zijn. De Kamer wordt over de uitkomsten van deze verkenning
geïnformeerd in de voortgangsbrief aanpak seksuele misdrijven voorafgaand het commissiedebat
Zeden en (on)veiligheid van vrouwen op 9 december 2026.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat de verantwoordelijkheid nog te veel op de schouders van
slachtoffers ligt wanneer digitale bedrijven pas in actie komen na melding van het
slachtoffer? Hoort deze verantwoordelijkheid niet bij de bedrijven zelf te liggen?
Antwoord 6
Het kabinet is van mening dat online platforms en techbedrijven een belangrijke verantwoordelijkheid
dragen bij het tegengaan van online seksueel misbruik.
De verantwoordelijkheid van tussenhandeldiensten, waaronder online platforms, is in
de Europese Unie geharmoniseerd geregeld in de Digital Services Act (DSA). De Digital
Services Act (DSA) bevat enerzijds een kader voor de aansprakelijkheid van aanbieders
van tussenhandeldiensten, waaronder hostingdiensten en online platforms, en anderzijds
een aantal zorgvuldigheidsverplichtingen waaraan deze diensten moeten voldoen. Op
grond van de DSA zijn tussenhandeldiensten in beginsel niet aansprakelijk voor de
informatie die gebruikers via hun diensten verspreiden. Dat zijn de gebruikers zelf.
Echter, de DSA bepaalt ook dat hostingdiensten en online platforms het mogelijk moeten
maken om illegale inhoud bij hen te melden. Wanneer ze een dergelijke melding ontvangen
dan worden zij geacht om prompt actie te ondernemen en ingeval er sprake is van illegale
inhoud om die inhoud te verwijderen of ontoegankelijk te maken. Doen zij dat niet,
dan kunnen zij zich niet beroepen op de aansprakelijkheidsvrijstelling. De DSA bevat
verschillende andere zorgvuldigheidsverplichtingen die beogen illegale inhoud tegen
te gaan, zoals de verplichting om gebruikers die frequent illegale inhoud plaatsen,
te schorsen.
Mijn ministerie zet zich in om de bestaande mogelijkheden onder de DSA te benutten
zodat slachtoffers zo goed mogelijk worden geholpen. Zo ondersteunt mijn ministerie
stichting Offlimits en Meld Online Discriminatie, die door de Autoriteit Consument
en Markt (ACM) op basis van de DSA zijn aangewezen als «betrouwbare flaggers». Hun
meldingen moeten door hostingdiensten en online platforms met prioriteit worden behandeld.
De DSA betreft maximumharmonisatie. Dit betekent dat er geen ruimte voor de lidstaten
is om binnen het toepassingsgebied van de DSA aanvullende nationale eisen te stellen
of in stand te houden, zoals het opleggen van aanvullende verplichtingen aan tussenhandeldiensten.
Voor het einde van 2027 zal de DSA door de Europese Commissie worden geëvalueerd.
Dit biedt een belangrijke mogelijkheid om te bezien of aanvullende verplichtingen
voor tussenhandeldiensten nodig zijn. De evaluatie resulteert niet automatisch in
een herziening van de DSA. De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit
coördineert de Nederlandse inbreng op de evaluatie en zal in dit kader tijdig in gesprek
gaan met betrokken ministeries, toezichthouders en stakeholders om input op te halen
en de Nederlandse inzet in Europa te bepalen.
Vraag 7
Bent u bekend met de Online Safety Act uit het Verenigd Koninkrijk waarin platformen
verantwoordelijk worden gehouden voor het niet bestrijden van niet-consensueel seksueel
beeldmateriaal? Welke lessen kan Nederland leren uit deze Online Safety Act?
Antwoord 7
Ja, ik ben bekend met de Online Safety Act uit het Verenigd Koninkrijk. De Online
Safety Act 2023 verplicht alle bedrijven die onder de wet vallen, waaronder sociale-mediaplatforms,
om snel en doeltreffend op te treden tegen strafbaar online misbruik. De wet legt
alle technologieplatforms een wettelijke verplichting op om proactief de meest schadelijke
illegale inhoud aan te pakken. Hieronder valt ook misbruik met intieme afbeeldingen.
Op grond van de wet moeten gebruikers- en zoekdiensten die onder de reikwijdte van
de wet vallen de risico's van illegale inhoud op hun platforms beoordelen en passende
systemen en processen invoeren om te voorkomen dat gebruikers met illegale inhoud
worden geconfronteerd. Daarnaast moeten zij de tijd dat dergelijke inhoud online beschikbaar
blijft tot een minimum beperken en deze snel verwijderen zodra zij hiervan op de hoogte
zijn. Dit geldt ook voor misbruik met intieme afbeeldingen, dat binnen dit wettelijke
kader is aangemerkt als een prioritaire vorm van «illegale schade».
«Ofcom», als onafhankelijke toezichthouder in het Verenigd Koninkrijk, heeft wettelijke
gedragscodes (Codes of Practice) gepubliceerd waarin wordt uiteengezet welke maatregelen aanbieders kunnen nemen
om aan deze verplichtingen te voldoen. Er bestaan handhavingsmechanismen om naleving
af te dwingen. Wanneer bedrijven hun verplichtingen niet nakomen, beschikt Ofcom over
handhavingsbevoegdheden, waaronder het opleggen van boetes tot 18 miljoen Britse pond
of 10% van de in aanmerking komende wereldwijde omzet, afhankelijk van welk bedrag
hoger is. In de ernstigste gevallen kan Ofcom de rechter verzoeken maatregelen te
nemen om de toegang tot niet-conforme diensten in het Verenigd Koninkrijk te blokkeren.
Onder bepaalde omstandigheden kan Ofcom bovendien strafrechtelijke vervolging instellen
tegen leidinggevenden.
Daarnaast voert de regering van het Verenigd Koninkrijk via de Crime and Policing Act een nieuwe verplichting in voor technologieplatforms om intieme afbeeldingen die
zonder toestemming zijn gedeeld zo snel mogelijk te verwijderen, en in ieder geval
binnen 48 uur na een geldige melding van een gebruiker. Ook hierbij geldt dat bedrijven
die niet aan deze verplichting voldoen, boetes kunnen krijgen tot 10% van hun wereldwijde
omzet of, in de ernstigste gevallen, dat hun dienst in het Verenigd Koninkrijk kan
worden geblokkeerd.
Het is van belang om de Britse ervaringen zorgvuldig te volgen en te evalueren. Binnen
de Europese Unie geldt het kader van de Digital Services Act (DSA), dat grote online
platforms eveneens verplicht om risico's op illegale content te beperken en daartegen
op te treden. Nederland zet zich in voor een effectieve uitvoering en handhaving van
deze regels.
Vraag 8
Klopt het dat in het Verenigd Koninkrijk het deelnemen aan een besloten digitale gemeenschap
waarin strafbare dingen gebeuren, strafbaar is gesteld?
Antwoord 8
Nee, uit navraag bij collega’s van het Britse Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt
dat het deelnemen aan een besloten digitale gemeenschap op zichzelf niet strafbaar
is onder het Britse recht. Strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat op basis van
concrete strafbare gedragingen die binnen zo'n digitale gemeenschap worden verricht,
en niet door het enkele lidmaatschap of passieve deelname.
Zo is het zonder toestemming delen van intieme afbeeldingen, waaronder gemanipuleerde
of deepfake afbeeldingen, strafbaar. Daarnaast bestaan – net als in Nederland – strafbepalingen
die zien op het opzettelijk vervaardigen of laten vervaardigen van een intieme afbeelding
van een ander zonder diens toestemming. Ook kan strafrechtelijke aansprakelijkheid
ontstaan wanneer iemand strafbare activiteiten binnen dergelijke groepen faciliteert
of bevordert, bijvoorbeeld door een actieve rol te spelen bij het mogelijk maken van
het delen of verspreiden van illegale content. Dit kan zich voordoen wanneer beheerders
of moderatoren, terwijl zij op de hoogte zijn van strafbare activiteiten, handelingen
verrichten die deze activiteiten ondersteunen of stimuleren, of wanneer personen zelf
deelnemen aan de verspreiding van dergelijk materiaal.
Daarnaast kunnen algemene strafrechtelijke bepalingen, zoals medeplichtigheid, deelneming
aan een samenspanning of strafbare feiten met betrekking tot de verspreiding van illegale
content, van toepassing zijn. Welke bepalingen gelden, hangt af van de rol, kennis
en intentie van de betrokkene.
Tot slot heeft de Britse regering aangegeven de operationele aanpak van deze risico's
verder te versterken. Daarbij wordt onder meer ingezet op gespecialiseerde undercoverteams
die online opereren, beschikken over technische expertise om ernstige daders op te
sporen en kunnen infiltreren in online omgevingen waar dergelijke strafbare feiten
plaatsvinden.
Ook de Nederlandse politie werkt, onder meer in EMPACT-verband, mee aan internationale
undercoveroperaties, met gekwalificeerde medewerkers. Op deze manier wordt kennis
en expertise van de Nederlandse opsporing vergroot en levert de politie een waardevolle
bijdrage in internationale opsporingsonderzoeken.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of een zelfstandige strafbaarstelling van georganiseerd
seksueel geweld bij kan dragen aan een betere strafrechtelijke aanpak van facilitatoren
en passieve deelnemers door bijvoorbeeld het strafbaarstellen van enkel het deelnemen
aan dit soort onlinegroepen?
Antwoord 9
Gelet op de bestaande strafbaarstellingen en strafverzwaringsgronden vind ik een zelfstandige
strafbaarstelling van georganiseerd seksueel geweld niet nodig of wenselijk. Zo zijn
in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht verschillende seksuele misdrijven opgenomen
die bij seksueel geweld dat in georganiseerd verband wordt begaan van toepassing kunnen
zijn, zoals vormen van aanranding en verkrachting. Daarbij is van belang dat niet
alleen degenen die fysiek betrokken zijn bij de seksuele handelingen die worden verricht
strafbaar kunnen zijn wegens betrokkenheid bij seksuele misdrijven. Dit kunnen bijvoorbeeld
ook personen zijn die op afstand seksuele handelingen aansturen die een slachtoffer
aan het eigen lichaam verricht of die een derde bij het slachtoffer verricht. Als
dergelijke misdrijven door twee of meer verenigde personen worden gepleegd wordt het
toepasselijke gevangenisstrafmaximum met drie jaar verhoogd (artikel 254, eerste lid,
onder b, Sr). Ook zijn als medeplichtigen strafbaar degenen die behulpzaam zijn bij
het plegen van een seksueel misdrijf of daartoe opzettelijk gelegenheid, middelen
of inlichtingen verschaffen (artikel 48 Sr). Degenen die het feit door het verschaffen
van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk uitlokken of daartoe een poging
doen, zijn eveneens strafbaar (artikelen 47, eerste lid, onderdeel 2°, en 46a Sr).
Verder is het vervaardigen, openbaar maken en verspreiden van beeldmateriaal van seksueel
misbruik – zoals beeldmateriaal van een aanranding of verkrachting – afzonderlijk
strafbaar gesteld (artikel 254ba, eerste lid, Sr). Tot slot is deelneming aan een
criminele organisatie die het oogmerk heeft om seksuele misdrijven te plegen, strafbaar
op grond van artikel 140 Sr.
Het enkel passief deelnemen aan een online groep zal in de regel niet voldoende zijn
voor strafbaarheid. Dat acht ik, hoe verwerpelijk het bestaan van deze groepen ook
is, ook niet wenselijk. Voor strafbaarheid zal steeds enige actieve betrokkenheid
bij een concreet strafbaar feit vereist zijn.
Vraag 10
Wat is de stand van zaken van het wetstraject inzake de bevoegdheid voor de politie
om in besloten digitale groepen te kijken?
Antwoord 10
Op dit moment wordt gewerkt aan een wettelijke grondslag voor informatievergaring
door de politie uit publiek toegankelijke bronnen voor het voorkomen of beëindigen
van ernstige openbare-ordeverstoringen. De politie mag dan, binnen bepaalde waarborgen,
ook gegevens vergaren als daarmee een meer dan beperkte inbreuk wordt gemaakt op de
persoonlijke levenssfeer. Een wetsvoorstel met die strekking ligt momenteel ter advisering
voor bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Dat wetsvoorstel ziet op het
verzamelen van persoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen. Ondertussen wordt
een tweede tranche van het wetsvoorstel, voor toegang tot besloten groepen, voorbereid.
Het streven is om dat wetsvoorstel, dat de politie de bevoegdheid geeft om in besloten
groepen te kijken, in de tweede helft van 2026 in consultatie te geven.
Vraag 11
Bent u bereid in dit wetstraject ook mee te nemen welke bevoegdheden de politie nodig
heeft om in besloten digitale groepen te kijken om georganiseerd seksueel geweld tegen
te kunnen gaan?
Antwoord 11
Het wetsvoorstel ziet op informatievergaring ten behoeve van openbare-ordehandhaving.
Om georganiseerd seksueel geweld te bestrijden is het inzetten van strafvorderlijke
bevoegdheden passender dan de bevoegdheden gericht op het aanpakken van verstoringen
van de openbare orde.
Wanneer sprake is van een concrete verdenking van een misdrijf (zoals een seksueel
misdrijf), beschikken opsporingsinstanties reeds over verschillende bevoegdheden die
digitale observatie in besloten digitale groepen mogelijk maken.
De politie beschikt op grond van artikel 3 Politiewet 2012 over de bevoegdheid voor
kortdurende, niet-stelselmatige observaties. In geval van een concrete verdenking
van een misdrijf, kan de officier van justitie op grond van de artikelen 126g en 126j
Sv bevelen tot stelselmatige observatie of het stelselmatig inwinnen van informatie.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.